Categorie archief: Media

De ene anderhalve graad is de andere niet

Waarnemingen en projecties van de gemiddelde wereldtemperatuur uit het laatste IPCC-rapport

Een erg ongelukkig persbericht van WMO kreeg de afgelopen dagen nogal wat aandacht in de media. De boodschap van dat persbericht is dat er vijftig procent kans is dat de jaargemiddelde temperatuur de komende vijf jaar een keer de drempel van anderhalve graad boven pre-industrieel zal overschrijden. Op zich klopt dat, volgens het onderliggende rapport. Maar er ligt wel een groot misverstand op de loer. Een misverstand waar Michael Mann vorig jaar al voor waarschuwde.

Het punt is dat de doelstelling van “well below 2, preferably to 1.5 degrees Celsius” van het Akkoord van Parijs geen betrekking heeft op jaargemiddelde temperaturen, maar op het gemiddelde op lange termijn. Als het zou lukken om dat langetermijngemiddelde onder de anderhalve graad te houden, dan zullen er nog steeds jaren zijn die boven dat gemiddelde uitkomen. Jaren met een El Niño, bijvoorbeeld. Om te beoordelen of een doelstelling wel of niet wordt gehaald, moet je het ene gemiddelde niet met het andere verwarren.

Het zal inderdaad niet heel lang meer duren tot de jaargemiddelde temperatuur een keer boven de anderhalve graad uitkomt. En het lijkt me wel zo goed als zeker dat we voor het eind van dit decennium meerdere maandgemiddelden hebben gehad die zo hoog uitvallen. Maar met zulke uitschieters is de doelstelling op lange termijn niet noodzakelijk direct buiten bereik. Volgens de Global Warming Index zitten we nu 1,25°C opwarming en de temperatuur stijgt met een tempo van ongeveer 0,2°C tot 0,25°C per decennium. Met dat tempo zou de anderhalve graad dus over tien tot vijftien jaar worden bereikt. Geruststellend is dat bepaald niet. Want dat het ontzettend lastig zal zijn om onder die anderhalve graad te blijven staat wel vast.

Van academia naar media

Om maar met de deur in huis te vallen: per 1 mei ga ik bij RTL Nieuws werken! Wellicht heeft u dit al op de website of via twitter gezien.

Dat is best wel een overstap, van academia naar de media. Aan de andere kant ben ik al zo’n 15 jaar actief in wetenschapscommunicatie middels lezingen, paneldiscussies, blog, twitter, boek, etc. Toen ik de vacature zag (via een tip; ik was helemaal niet op zoek naar een andere baan) begon het dan ook wel te kriebelen. En besloot ik uiteindelijk om de stoute schoenen aan te trekken.

Overigens blijf ik wel met één been in de universiteit staan: ik houd een kleine betrekking aan Amsterdam University College (AUC) om nog college te kunnen blijven geven in een paar klimaat-gerelateerde vakken. Ik ben niet betrokken bij universitair onderzoek. Mijn blogactiviteiten zullen op een laag pitje komen te staan.

Naast dat het klimaatsysteem gewoon heel intrigerend is om te proberen te doorgronden, raakt klimaatverandering natuurlijk ook aan tal van maatschappelijke kwesties. Mensen hebben recht op de juiste informatie om zich hier een goed onderbouwde mening over te kunnen vormen. Zowel onderwijs als media spelen hierbij een belangrijke rol. Zeker in dit ‘post-truth’ tijdperk is een eerlijke informatievoorziening belangrijk. Op verschillende plekken in de wereld zaagt stelselmatige desinformatie aan de tafelpoten van de democratie. Zoals ik eerder schreef in de context van corona:

Laten we, juist in tijden van crisis, het hoofd helder houden en vertrouwen op de wetenschap als methode bij uitstek om de werkelijkheid om ons heen te begrijpen. Vervolgens kunnen we, mede op basis van die wetenschappelijke informatie, bepalen hoe we met de crisis om willen gaan. In de politieke besluitvorming daarover kunnen we het natuurlijk hartgrondig met elkaar oneens zijn. Maar een gedeelde visie op de werkelijkheid, zoals de wetenschap die met enig voorbehoud en voortschrijdend inzicht verschaft, is daarbij onontbeerlijk. Complottheorieën en wetenschapsontkenning kunnen we missen als kiespijn.

Wij hebben hier op het blog geregeld kritiek geuit op mediaberichtgeving. In die zin is het natuurlijk best pikant dat ik nu zelf bij een groot mediabedrijf ga werken. Tegelijkertijd getuigt het van moed van RTL om een kritische, wetenschappelijke stem in huis te halen. Op twitter regende het meteen al veel tegengestelde meningen n.a.v. het nieuws van mijn komst naar RTL, waarvan de één constructiever was verwoord dan de andere.  

Acht jaar geleden schreven wij een beschouwend stuk over de rol van de media bij het communiceren over (klimaat)wetenschap. De overwegingen daarin zijn nog steeds van toepassing op het medialandschap, al heb ik de indruk dat veel reguliere media beter hun best doen om geen doorgeefluik te zijn voor misinformatie (uitzonderingen daargelaten). De bottom line:

Natuurlijk zijn er verschillende meningen over hoe om te gaan met klimaatverandering en die verdienen het allemaal om gehoord te worden. Maar is het te veel gevraagd om dan wel te verlangen dat dat niet gebeurt op basis van pertinent onjuiste of uit hun verband gerukte feitelijke claims?

Zoals het geformuleerd wordt in het ethics handbook van de Amerikaanse National Public Radio:

Our goal is not to please those whom we report on or to produce stories that create the appearance of balance, but to seek the truth.

Ik ga (blijf) mijn best doen.

Don’t look up

De Netflix film “Don’t look up” doet flink wat stof opwaaien. Het gaat over een existentiële dreiging die door politici en media niet serieus wordt genomen. De dreiging in de film is een op de aarde afstevenende komeet, maar staat symbool voor de klimaatcrisis. Ook zijn er veel parallellen te zien met de pandemie. Die analogie valt natuurlijk te bekritiseren: het palet aan mogelijke oplossingen voor een komeetinslag is veel beperkter dan voor klimaatverandering. Een komeetinslag is een alles-of-niets kwestie, in tegenstelling tot klimaatverandering. Of zoals Kate Marvel het omschreef:

Climate change isn’t a cliff we fall off, but a slope we slide down.

Maar dat is natuurlijk niet het punt van de analogie. Die gaat veel meer om de politieke en maatschappelijke respons. Nu.nl:

Het is een uitgebreide allegorie voor de klimaatcrisis: wetenschappers die niet worden gehoord, de politiek die te laat in actie komt, media die ongeïnformeerde sceptici evenveel aandacht geven als serieuze wetenschappers en economische belangen die de aanpak van het probleem belemmeren.

Zoals je van een film als deze kan verwachten zijn de dysfunctionele dynamieken (tussen wetenschap, politiek, media, en multimiljardairs) flink uitvergroot, maar tegelijk ook heel herkenbaar. De Amerikaanse president (Meryl Streep) is een parodie op Donald Trump, compleet met MAGA-achtige petjes met de tekst “don’t look up” (oftewel: doe alsof er geen dreiging is) en een hork van een zoon (Jonah Hill) als stafchef. De polarisatie in de samenleving groeit en wordt door de president en haar zoon verder aangewakkerd, o.a. door het verspreiden van desinformatie en het scheppen van een vijandbeeld (“There’s three types of American people. There are you, the working class. Us, the cool rich, and then them.”).

De media krijgen ook een veeg uit de pan. Het moet vooral leuk en licht blijven, ook als het gaat om het einde van de wereld zoals we die kennen. Het draait om kijkcijfers en reuring, en mensen zijn nu eenmaal meer geïnteresseerd in de liefdesperikelen van Ariana Grande (ja, die speelt ook in de film) dan in wat er echt toe doet. En de media willen ook de andere kant van het verhaal laten horen – ook als die andere kant neer komt op wetenschapsontkenning. De bekende schijnbalans, waar we hier al vaker over gehad hebben.

Professor Mindy (Leonardo DiCaprio) kan in het begin zijn boodschap niet op een begrijpelijke manier onder woorden brengen (een beetje als een jeugdige en sexy versie van Jaap van Dissel). Mindy houdt zijn kritiek op het bizarre plan van een arrogante multimiljardair voor zich om een stem aan zowel de politieke als de talkshow tafel te blijven houden, totdat hij uiteindelijk inziet dat dat een doodlopende weg is.

Als zijn PhD studente Kate Dibiasky (Jennifer Lawrence) op prime-time televisie haar onmacht en boosheid uitschreeuwt wordt ze daarna op sociale media belachelijk gemaakt. Het doet denken aan Greta Thunberg’s “How dare you” speech voor de Verenigde Naties en de sterk uiteenlopende reacties daarop. Haar boosheid is begrijpelijk, maar de vraag die blijft kleven is of het ook effectief is? Het ontbreken van een handelingsperspectief in haar boodschap (die van Lawrence’s karakter in de film; niet Thunberg) maakt het wellicht weinig effectief.

De verschillende keuzes die Mindy en Dibiasky maken illustreren een belangrijk thema van de film. In de woorden van de astronoom Amy Mainzer, die als wetenschappelijk adviseur voor de film diende:

The fundamental tension between whether it is better to protest the systems of the powerful versus try to influence from within is a big part of the story.

Vanuit Nederland bezien lijkt dit allemaal nogal over-the-top. Maar als ik even terugdenk aan het Amerika van 2017 tot 2021 of aan de bijna wekelijks terugkerende koffiedrinksessies op het Museumplein dan weet ik zo net niet hoe overdreven de film is. En dan moet Ongehoord Nederland nog beginnen.

Oh, en kijk vooral tot na de aftiteling!

Andere commentaren:

Een heel lezenswaardig interview met de astronoom Amy Mainzer, die als wetenschappelijk adviseur voor de film heeft gediend:

We talked a lot about how scientists can get marginalized by special interests; by conspiracy theories; and how frustrating that is — when you have news that’s important that you have to share because you know you can solve problems if you can just get the word out about it and get other people to take action. We had dozens and dozens of conversations about this; about how scientists feel when they are ignored.

But, fundamentally, I think the thing that they did very well, and that I was really interested in making sure that they knew, is that science tries to tell the truth. We really try. We try to tell the truth about the way that we see the world working around us, based on empirical evidence. In any given situation, scientists are going to try to get the truth out there. They’re going to try to tell what we know. They’re going to try to make sure that other scientists can replicate the work. That’s a strength of science. And that’s a unique way that science operates — it self-corrects.

Yes, it’s obvious science fiction, but I think it has some important points to make about the value of science in our lives.

Michael Mann in the Boston Globe:

‘Don’t Look Up’ succeeds not because it’s funny and entertaining, but because it’s serious sociopolitical commentary posing as comedy.

Peter Kalmus in the Guardian:

The movie Don’t Look Up is satire. But speaking as a climate scientist doing everything I can to wake people up and avoid planetary destruction, it’s also the most accurate film about society’s terrifying non-response to climate breakdown I’ve seen.

Gavin Schmidt op Realclimate o.a. over de science-policy interface:

I saw a number of elements that resonated clearly with my experience in climate #scicomm.

“Don’t Look Up” gives as yet another clear example of leadership failing to rise to the occasion, despite the best (and worst) efforts of the scientists providing the needed information. It really doesn’t have to be that way but it’s rarely (if ever) the scientists’ fault.

Mark Boslough op Skeptical Inquirer:

Sadly, I’d never seen another movie with a scientist character that came close to the authenticity of Contact’s Ellie again. Until now. Don’t Look Up nailed it. There are two reasons for this. First, the producers, writers, and actors respected science and scientists enough to seek out their advice and listen. Second, they called the right scientist [Amy Mainzer], and she didn’t hang up.

It was obvious to me while watching the film that her advice went far beyond astronomy and that she’d schooled the filmmakers on how scientists think and what words they use. It’s the first time I’d ever heard a character refer to “peer review” in a film.

CO2-balans bij gebruik van biomassa als energiebron

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Biomassa is onze oudste bron van energie maar is geleidelijk vervangen door fossiele brandstoffen. De laatste decennia is er weer een opleving van het gebruik van biomassa, met als doel fossiele brandstoffen te vervangen door bronnen met een lagere netto CO2-uitstoot. Biomassa is een containerbegrip met veel verschillende toepassingen, maar in de maatschappelijke discussies gaat het vaak over meestook van pellets (samengeperste stukjes hout) in kolencentrales, en over biomassacentrales op pellets of houtchips voor de productie van warmte. Onlangs is vanuit het PBL een lijvig rapport verschenen onder leiding van Bart Strengers en Hans Elzenga over beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van alle vormen van biomassa. Het rapport staat uitgebreid stil bij de verschillende perspectieven die een rol spelen bij de beeldvorming. Zo maken sommige mensen zich zorgen over aantasting van natuur en biodiversiteit, of over de invloed van het verbranden van biomassa op luchtkwaliteit. Anderen betwijfelen of het wel bij kan dragen aan het behalen van klimaatdoelen. Dit blog gaat over dat laatste waarbij de nadruk op meestook ligt.

Introductie
Om een mening over meestook en over de gevolgen voor CO2-concentratie en biodiversiteit te vormen is het goed eerst een stap terug te nemen en na te denken over landgebruik en natuurlijke cycli. Laten we beginnen met natuurbranden.

Figuur 1. Oppervlakte dat jaarlijks verbrandt door bos- en graslandbranden, gemiddeld over 2001-2018. De rode kleuren geven de (bijna) jaarlijkse branden in savannegebieden aan, gele en blauwe kleuren zijn vaak in bosgebieden waar brand zorgt voor verjonging en regeneratie van het bos. Let op de logaritmische schaal. Bron: Van der Werf et al. (2017).

Ieder jaar verbrandt op mondiale schaal een oppervlakte gelijk aan de EU (ongeveer 450 miljoen hectare). Voor een groot deel is dit een natuurlijk proces. Hierbij gaat de in biomassa opgeslagen koolstof de lucht in als CO2 en zolang de vegetatie weer aangroeit na de brand wordt die koolstof ook weer opgenomen. Het is deel van een cyclus en beïnvloedt de CO2-concentratie dus niet structureel. De uitzondering daarop zijn de branden die gebruikt worden in het ontbossingproces, en de mogelijke toename van branden door o.a. klimaatverandering. Hierbij wordt de uitstoot maar voor een deel gecompenseerd door aangroei en hierdoor stijgt de CO2-concentratie in de atmosfeer.
Lees verder

De Telegraaf en polarisatie

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Studio Energie interviewde onlangs Paul Jansen, hoofdredacteur van de Telegraaf, over de rol van die krant in het energie- en klimaatdebat. De Telegraaf is met 350.000 abonnees de grootste krant van Nederland. In het Nederlandse medialandschap verkondigen met name de Telegraaf en weekblad Elsevier in het algemeen een andere boodschap dan veel andere media op klimaatgebied. Zij leggen bijvoorbeeld veel meer nadruk op klimaat-sceptische opvattingen.

Het was een interessant interview, onder andere door de vraag van interviewer Remco de Boer of de Telegraaf hiermee niet de polarisering die er nu eenmaal in het klimaatdebat is in de hand speelde. Nee, was het antwoord van Jansen, met als toelichting dat een krant ook andere geluiden moet laten horen. In deze blog beperk ik me tot het klimaatdebat en zal niet op het energiedebat ingaan waar overigens het grootste deel van het interview over ging.

Met andere geluiden bedoelde Jansen een ander verhaal dan de mainstream wetenschappelijke conclusie dat de aarde opwarmt, dat de mens daar grotendeels verantwoordelijk voor is, en dat deze opwarming gevolgen heeft, met name in de toekomst. Een ander geluid laten horen lijkt mij een belangrijke rol van de media. Sterker nog, onafhankelijke journalistiek is een van de pijlers van een gezonde maatschappij en debat is enorm belangrijk. Maar wat als dat andere geluid niet gefundeerd is? Wie verkondigt die boodschap dat niet de mens maar natuurlijke factoren voor de huidige opwarming zorgde? Een mening die Jansen aanhangt, hoewel hij wel aangaf dat de mens ook zeker een rol speelde.

In Nederland ken ik geen actieve klimaatwetenschappers die het met Jansen eens zijn over de relatieve rol van de mens versus natuur, dus daar kan hij zich niet op baseren. Met actieve klimaatwetenschappers bedoel ik mensen die hun bevindingen voorleggen aan collega-wetenschappers en dit in de wetenschappelijke tijdschriften publiceren. In Amerika lijkt dat anders, een aantal bekende sceptische klimaatwetenschappers zijn Roy Spencer, Judith Curry, en Richard Lindzen. Deze mensen worden vaak aangehaald als bewijs dat er een wetenschappelijk debat zou zijn over de vraag óf de mens een belangrijke rol is gaan spelen in de opwarming van de aarde. Maar is dat zo? Dit is wat Roy Spencer onlangs op zijn website schreef:

“I cannot think of a single credentialed, published skeptical climate scientist who doesn’t believe in the “existence” of climate change, or that “the Earth is getting hotter”, or even that human activity is likely a “major cause”. Pat Michaels, Richard Lindzen, Judith Curry, John Christy, and myself (to name a few) all believe these things.”

Dat geldt in zekere mate ook voor Nederlands bekendste klimaatscepticus die regelmatig in de Telegraaf aan het woord komt, Marcel Crok. Hij wijst er vaak op dat klimaatmodellen mogelijk “te warm” draaien maar gaat er in zijn rapporten van uit dat de aarde meer dan 2 graden zal opwarmen in 2100 tenzij we onze uitstoot gaan beperken (zie Tabel 3 in ‘Een gevoelige kwestie’).

Het klimaat-sceptische geluid zoals Paul Jansen het interpreteert is dus niet gefundeerd in de wetenschappelijke literatuur. In de wetenschap bestaat absolute zekerheid echter bijna niet, en er zijn genoeg mensen die daar handig gebruik van maken. Als iemand bijvoorbeeld laat zien dat er iets niet klopt bij een klimaatmodel, dan kan je dat naïef interpreteren als dat er niets klopt aan dat klimaatmodel.
Lees verder

Scholieren op de bres voor het klimaat

Afgelopen week heb ik de TedTalk van Greta Thunberg bekeken waarin ze haar beweegredenen om te staken voor het klimaat uiteenzet. Ze vraagt zich daarin het volgende af: “Why are we not reducing our emissions? Why are they in fact still increasing?”. De Belgische Anuna De Wever zegt in een interview op de Belgische TV het volgende: “Je moet naar school, je moet studeren, je moet al die wetenschap in je opnemen, maar dan zien we dat de politici zelf alle wetenschap over het klimaat compleet negeren.”. Ik heb hier met open mond naar zitten luisteren. Toen ik die leeftijd had, had ik zo ongeveer net mijn lego weggelegd en zo’n betrokken verhaal houden als deze twee meisjes hier doen kon ik toen al helemaal niet (en nog steeds niet zullen degenen zeggen die mij goed kennen). De betrokkenheid van deze kinderen met dit belangrijke onderwerp dat me zo aan het hart gaat, ontroert me zeer.

Donderdag 7 februari zijn de Nederlandse scholieren van plan om een klimaatmars te houden in Den Haag, ze willen “spijbelen voor onze toekomst”. Want zoals ze zelf aangeven:

“Met deze actie willen wij de politiek wakker schudden. Het klimaatakkoord dat zij nu opstellen moet beter, efficiënter en waterdichter. Het gaat hier namelijk om jouw toekomst. Om dit te doen zullen wij op 7 februari een klimaatmars door Den Haag houden.”

De scholieren zijn geïnspireerd door een vergelijkbare actie van de Belgische scholieren die op 24 januari met maar liefst 35.000 jongelui betoogden in Brussel en natuurlijk door Greta Thunberg. Een meisje van 16 jaar oud dat dit alles geïnitieerd heeft door wekenlang met haar protestbord voor het Zweedse parlement te bivakkeren.
Lees verder

Thoenes en Berkhout preken voor eigen parochie in Elsevier

De Global Warming Index: verloop van de mondiale temperatuur (in zwart en rood) en van menselijke (geel) en natuurlijke (blauw) factoren die het klimaat beïnvloeden

Ooit, jaren geleden, las ik vrijwel elke dag wel een verhaal van iemand die de menselijke invloed op het klimaat, of de wetenschap daar achter, bestreed. Dat was best leerzaam. Niet omdat er zo veel bruikbare informatie in die verhalen stond, maar omdat ik allerlei beweringen uit dat stuk ging controleren op waarheidsgehalte, logica, consistentie en wetenschappelijke onderbouwing. Natuurlijk bleef er van al die beweringen dan maar bar weinig overeind. En al factcheckend kwam ik beetje bij beetje meer te weten over het klimaat en begon ik ook wat te begrijpen van de wetenschap op dit onderwerp.

Na een tijdje begon die leermethode steeds minder goed te werken. Er bleven steeds minder dingen over om te checken, omdat ik ze allemaal al een keertje had gezien. Wel begon ik nu te leren hoe de mensen die zichzelf “sceptisch” noemen zich gedragen in discussies over het klimaat. Ze blijven simpelweg steeds nagenoeg hetzelfde repertoire aan beweringen en claims herhalen, zonder ooit serieus in te gaan op tegenargumenten. Waar ze vaak zeggen dat ze discussie willen, zijn ze in de praktijk juist steeds weer bezig met het ontwijken daarvan. Wat lijkt op een discussie is in werkelijkheid niet meer dan een eindeloze herhaling van (min of meer) dezelfde claims en weerleggingen. Een schijndebat. Van echte scepsis – niet alles wat er wordt gezegd klakkeloos voor waar aannemen – is ook geen sprake. Dit is pseudoscepsis: alles wat in strijd is met de vooraf bepaalde mening wordt niet alleen afgewezen, men neemt zelfs niet de moeite om er serieus naar te kijken. En wat wel overeenkomt met de eigen mening wordt kritiekloos omarmd.

Hoewel ik in de loop der tijd wel wat geleerd heb over pseudoscepsis, echt begrijpen doe ik het niet. Het lukt me niet om me echt te verplaatsen in iemand die wel een discussie zegt te willen voeren, maar nooit de moeite neemt om argumenten van anderen echt te onderzoeken. Omdat het natuurlijk nooit lukt om die ander te overtuigen als je je niet in zijn argumenten verdiept. Maar ook omdat het onderzoeken van tegenargumenten zo’n goede manier is om de eigen mening aan te scherpen en zo nodig bij te stellen.

Mijn onbegrip van pseudoscepsis steeg naar nieuwe hoogten toen ik het – nota bene prominent op de voorpagina aangekondigde – opiniestuk van Guus Berkhout en Dick Thoenes in Elsevier Weekblad (betaalmuur) van 13 oktober las. Deze emeritus hoogleraren lijken zo’n beetje alle wetenschappelijke kennis over het klimaat, samen met de overwegingen van energiedeskundigen en –bedrijven en van economen en beleidsmakers die zich bezighouden met de energietransitie of het klimaat, op één grote hoop te gooien: die van het milieuactivisme. Wel zo makkelijk; dan hoeven ze zich er niet echt in te verdiepen om toch vast te kunnen houden aan de overtuiging dat ze het zelf allemaal veel beter weten. Het gevolg is dat ze nogal druk zijn met het weerleggen van beweringen die geen zinnig mens ooit zal doen.

Als ik een manier zou weten om tot een zinnig, constructief gesprek te komen met deze heren, dan zou ik het zeggen. Maar ik heb werkelijk geen idee hoe dat zou moeten. Er zit daarom weinig anders op dan nog maar weer eens ingaan op de inhoudelijke missers in het stuk van Berkhout en Thoenes (hierna: B&T). Misschien is dat ook wel preken voor eigen parochie. Maar dan nog lijkt het me zinvol om, met onderbouwing, aan te geven waar ze de plank misslaan. Met daarbij de kanttekening dat het onbegonnen werk is om op alle onjuistheden en drogredenen in te gaan. Ook met het beperkte aantal punten dat ik er uit pik zal dit stuk al wel weer veel langer worden dan eigenlijk mijn bedoeling was. Wie liever een wat kortere respons leest: de column hierover van Rosanne Hertzberger in het NRC van afgelopen zaterdag kan ik van harte aanbevelen. Lees verder

Harvey, het klimaat en de traagheid van de wetenschap

Schematische weergave van een orkaan Bron: Trenberth et al. 2018 / Steve Deyo

Wetenschap kost tijd. Gegevens verzamelen, die gegevens checken en dubbelchecken, literatuur doornemen opzoek naar bruikbare kennis en ideeën, gegevens analyseren, de resultaten checken, de analyse overdoen omdat er iets niet klopte, weer checken en dubbelchecken, een artikel schrijven, het kost op zijn minst maanden. En dan moet het artikel nog door de peer review. Dat duurt zeker een maand of 3, 4 en vaak nog langer.

Een wetenschappelijke analyse van een incident, of een ramp, of een andere ingrijpende gebeurtenis loopt daarom altijd wat achter de actualiteit aan. Als zo’n onderzoek verschijnt zijn nieuwsmedia allang weer bezig met de nieuwe waan van de dag. Het onderzoek krijgt misschien nog een hoekje op een enkele wetenschapspagina, als het al niet helemaal aan de aandacht ontsnapt. Alleen als er politieke consequenties te verwachten zijn, of als er een duidelijke schuldvraag speelt haal zo’n onderzoek nog wel eens voorpagina’s.

Zo kan het dus gebeuren dat wetenschappers die tijdens het actieve Atlantische orkaanseizoen in 2017 iets zeiden over het verband tussen orkanen en de opwarming van het klimaat veel meer aandacht kregen dan de onderzoeken die er sindsdien over zijn verschenen. Wat misschien ook hielp was dat verschillende wetenschappers elkaar tegen leken te spreken – al viel dat in werkelijkheid reuze mee – wat de minder objectieve media de kans bood om er het gewenste verhaal er uit te pikken, of om de suggestie van een sterk verdeelde klimaatwetenschap te wekken.

In Earth’s Future verscheen eerder deze maand zo’n onderzoek dat te laat is voor uitgebreide media-aandacht: Hurricane Harvey Links to Ocean Heat Content and Climate Change Adaptation van Trenberth et al.. Dat onderzoek is wetenschappelijk interessant, maar het meest nieuwswaardige is de informatie die ze uit enkele eerdere onderzoeken overnemen, over de extra neerslag die er viel door Harvey als gevolg van de opwarming van het klimaat. De schattingen van die extra neerslag lopen uiteen van 15% tot meer dan 35%. Dat is gigantisch veel water. Om een idee te geven: op sommige plekken viel er in totaal 1500 millimeter! Dat is bijna twee keer de gemiddelde jaarlijkse neerslag in Nederland. Lees verder

Matt Ridley opent Academisch Jaar in Wageningen

Er was vorige week wat stennis ontstaan naar aanleiding van het feit dat Matt Ridley als hoofdspreker was uitgenodigd bij de opening van het Academisch Jaar in Wageningen.

Matt Ridley is een bekende Britse schrijver, zakenman en klimaatscepticus. Over de huidige klimaatverandering neemt hij weliswaar het standpunt in dat deze veroorzaakt wordt door de mens, maar dat de schadelijke gevolgen daarvan erg mee zullen vallen. Daarbij bagatelliseert hij de klimaatwetenschap op een veelal misleidende manier. Zo ook in het interview in het NRC vorige week. Paul Luttikhuis verdedigt zijn keuze om dit interview af te nemen overigens in een later stuk in NRC: Ridley’s komst naar de WUR werd nieuws – mede door de demonstraties – en daarom schrijft de krant over hem.

In tegenstelling tot wat Ridley in het interview beweert verloopt de opwarming ongeveer net zo snel als gedacht, tenzij je appels met peren vergelijkt.

Ook impliceert Ridley dat de wetenschap al veel eerder een ijsvrije zomer op de Noordpool zou hebben voorspeld. Dat is misleidend, want die voorspelling is gedaan door één nogal alarmistische wetenschapper (Peter Wadhams) en die is daar fors over bekritiseerd. De meeste klimaatwetenschappers nemen deze jaarlijks terugkerende voorspellingen van Wadhams niet serieus.

Ridley beweert dat in het verleden milieuproblemen vaak werden overdreven en dat veel van die problemen vanzelf zijn overgegaan; niet omdat we er iets tegen deden. Dat is een kras staaltje revisionisme. Ozonlaag, zure regen, etc. Problemen die we serieus hebben aangepakt.

Als WUR alumnus (Milieuhygiëne ’91-’96) vind ik het beschamend dat iemand als Ridley het Academisch Jaar als keynote speaker mocht openen. Mijn bezwaar is niet tegen het laten horen van een andere mening, maar tegen het op een eervol podium zetten van aantoonbare onjuistheden en misleidingen. Dat is een wetenschappelijke instelling onwaardig.

Meningen en wetenschappelijke conclusies moet je niet met elkaar verwarren.

PS: Bovenstaande video heb ik gemaakt op verzoek van OneWorld ter promotie van het MediaCafe morgenavond (maandag 11 Sep) in Pakhuis de Zwijger. Ik zit in het panel samen met Barbara Debusschere, Marianne Zwagerman en Manu Busschots.

“The uncertainty has settled” van Marijn Poels verwart wetenschap met kletspraat

Marijn Poels is een film- en documentairemaker. Ik kende hem niet, maar sinds begin dit jaar kom ik hem tegen in discussies over het klimaat op blogs en op twitter. Hij zou een ‘klimaatsceptische’ film hebben gemaakt die ‘geboycot wordt door de media’. Op YouTube heb ik wel eens wat gezien op dat terrein, maar een echte ‘klimaatsceptische’ film in de bioscoop nog nooit. Donderdagavond 22 juni draaide de film in een tot cultuurcentrum omgebouwde oude Cacaofabriek in Helmond. Dat was voor mij niet al te ver en dus heb ik een keertje de moeite genomen om wat CO2 te produceren zodat ik deze documentaire in groot beeld kon aanschouwen.

De film van Poels is een impressie van zijn speurtocht naar achtergronden van klimaatverandering, het klimaatbeleid en de invloed daarvan op het traditionele boerenleven. Met dat laatste begint de film ook, het laat via gesprekken met mensen zien dat de veranderingen in de wereld een flinke weerslag hebben op het boerenleven; dat sommige boeren moeite hebben om financieel het hoofd boven water te houden, waar anderen kansen zien met windmolens, zonnepanelen en biogas. Poels komt ergens midden in Duitsland een andere Limburger tegen die zittend aan een meertje op zijn landgoed uit de doeken doet dat al die CO2-politiek leidt tot het verdwijnen van natuur en natuurschoon. Een catastrofe noemt hij dat. Tevens vermeldt hij het feit dat de lucht slechts voor 0,035% uit CO2 bestaat (0,04% is het tegenwoordig) als argument dat het toch krankzinnig is te denken dat een dergelijk lage concentratie veel kan betekenen. Om de onjuistheid van dat argument aan te tonen denk je al snel aan het voorbeeld van de dodelijkheid van een spoortje arseen in drinkwater. Hierna gaat Poels mensen opzoeken die wat meer te melden hebben over het klimaat en CO2.
Lees verder