Auteursarchief: Jos Hagelaars

Corona – COVID-19


Een cel (groen) geïnfecteerd met SARS-CoV-2 (paars).
Bron: https://www.flickr.com/photos/nihgov/49665964103/

Een maandje terug, nadat ik een beetje bekomen was van onze boekinspanningen, was ik begonnen met het lezen van wat nieuwe artikelen over de ijskappen van West-Antarctica. Ik had uiteraard wat meegekregen over corona, maar ja, dat leek toen toch nog een ver-van-mijn-bed-show. Een maand later bevinden we ons in een geheel andere wereld en zijn de mensen die ik buiten mijn gezin zie veelal alleen gezichten op mijn laptop in Microsoft Teams. West-Antarctica is vrijwel geheel uit mijn denkraam verdwenen en de aandacht voor het klimaat ook. Net als bij iedereen wordt het leven van mijn naasten en mij beheerst door een klein pakketje genetisch materiaal met wat vetmoleculen eromheen. Dat pakketje heet nu officieel SARS-CoV-2 en de ziekte die het veroorzaakt COVID-19. Het is meer dan vreselijk om al die ellende en doden die het virus veroorzaakt voorbij zien te komen.

Bovenstaande zal iedereen niet vreemd in de oren klinken en wellicht is er behoefte om reacties te geven of andere opmerkingen te plaatsen over het virus en COVID-19 met al zijn ellende en zijn gevolgen. Dit blogstuk is daar dan ook voor bedoeld, het klimaat staat even niet op onze radar. De gevolgen van deze virusziekte rollen nu over ons heen, maar de gevolgen van de klimaatverandering die wij mensen veroorzaken zijn daarmee helaas niet weg. Als aan deze ellende een einde komt, is de CO2-concentratie in de atmosfeer opnieuw toegenomen, zij het wellicht wat minder snel. De CO2-concentratie zal pas dalen als we geen uitstoot meer genereren en zelfs SARS-CoV-2 krijgt dat niet voor elkaar. Eerdere mondiale crises leidden ook tot een afname van de CO2-emissie, maar tot nu toe altijd maar tijdelijk.
Lees verder

De wetenschappelijke basis van CLINTEL (part II)

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Professor Guus Berkhout van CLINTEL heeft eerdere kritiek op een oudere versie van de wetenschappelijk onderbouwing van het CLINTEL verhaal ter harte genomen. Niet alleen zijn sommige stukken aangepast -overigens alleen in de onderbouwing, de conclusies blijven min of meer hetzelfde-, ook heeft CLINTEL een reactie online gezet en gaan we eind maart weer in gesprek. Dat was althans de uitgangspositie toen ik deze brief op 5 maart mailde naar Berkhout. En hoewel er geen bevestiging meer gekomen is het aannemelijk dat het gesprek pas later plaats zal vinden vanwege COVID-19.

Vooruitlopend op dat gesprek staan hier alvast wat gedachtes, met name om een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Het eerste misverstand is het geloof van sceptici dat de attributie van de temperatuurstijging aan CO2 en andere menselijke factoren alleen op modellen zou berusten (“die veronderstelde zekerheid is tot nu toe uitsluitend gebaseerd op de uitkomst van computermodellen”). Dit is simpelweg niet waar. Met een computermodel probeer je met name de interacties tussen de verschillende componenten van het aardsysteem te begrijpen. Het is een belangrijk stuk gereedschap waarmee inderdaad ook veel projecties gemaakt worden. Maar ook zonder die klimaatmodellen kan je veel zeggen over het verleden en de toekomst. Een mooi voorbeeld is het grotendeels op waarnemingen gebaseerde rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar in Tabel 3 op pagina 49 ook gewoon staat dat we richting de 2 à 3 graden opwarming gaan zonder mitigatie. Er zijn overigens genoeg redenen om aan te nemen dat dat rapport wat te rooskleurig is maar feit is dat we niet precies weten of we nu op 2 of op 5 graden afstevenen, of uiteraard daar tussenin.

Groeisnelheid van CO2
Het tweede misverstand gaat over een nieuwe grafiek. CLINTEL kopieert een grafiek van Ole Humlum over de mate waarin CO2 in de atmosfeer toeneemt. Deze komt uit het niets en er staat verder geen context bij behalve de opmerking dat variaties in de toename van CO2 volgen op variaties in temperatuur. Daar is op deze site eerder aandacht aan geschonken. Volgens CLINTEL geeft dit “mede aan dat het helemaal niet zeker is of de mainstream klimaatwetenschap wel de juiste richting is ingeslagen.”

Humlum en CLINTEL zijn niet de eerste die zagen dat variaties in CO2stijging volgen op variaties in temperatuur. Let op, dit is een andere vertraging dan die we zien bij het veranderen van de CO2-concentratie bij het komen en gaan van ijstijden. We weten sinds de jaren ’70 dat CO2 sneller toeneemt in de atmosfeer na een warm jaar (meestal samenhangend met El Niño), zie bijvoorbeeld Bacastow (1976). Ikzelf heb eerder over een van de oorzaken gepubliceerd (van der Werf et al., 2004). En iedereen die een keer rustig naar de data kijkt ziet ook in dat dit niet alleen oud nieuws is maar ook dat het conceptueel goed begrepen is.
Lees verder

De wetenschappelijke basis van CLINTEL

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Inleiding
Volgens hun website is “Stichting Climate Intelligence (CLINTEL) een onafhankelijke stichting die objectief bericht over klimaatverandering en klimaatbeleid”. CLINTEL is in 2019 opgericht door emeritus-hoogleraar innovatiemanagement Guus Berkhout en wetenschapsjournalist Marcel Crok.

Vlak voor de kerst had ik een prettig gesprek met Berkhout en Crok over klimaatverandering en de implicaties voor de maatschappij. Het is altijd goed om te zien dat mensen met ogenschijnlijk tegenstrijdige opvattingen elkaar op een hoger niveau toch kunnen vinden. In dit geval waren dat zorgen over de maatschappij. Voor mij zorgen over de gevolgen van door de mens geïnitieerde klimaatverandering, voor Berkhout en Crok zorgen over maatregelen die genomen worden om klimaatverandering te beperken (zogenaamde mitigatie).

Op dit moment is CLINTEL druk bezig om hun “World Climate Declaration” te promoten met de kernboodschap “There is no climate emergency”. Bij die declaratie hoort ook een wetenschappelijke onderbouwing en die is in de “Science behind the climate declaration” gegeven. Dat is prettig want het geeft een startpunt voor de discussie die CLINTEL graag wil aanzwengelen. Die onderbouwing is ook het onderwerp van deze blogpost, die volgt op eerdere posts over uitspraken van Berkhout die helaas nooit tot een discussie hebben geleid.

Hieronder worden één voor één de grafieken behandeld die getoond worden in de onderbouwing, inclusief uitspraken daarover. Het onderschrift is letterlijk overgenomen. Om gelijk met de deur in huis te vallen:

  • De grafieken ondersteunen de uitspraken vaak niet.
  • In belangrijke delen wordt er impliciet van uitgegaan dat CO2 de enige factor is die het klimaat zou beïnvloeden.
  • Grafieken worden foutief geïnterpreteerd om de indruk te wekken dat klimaatmodellen veel meer opwarming voorspelden dan er gemeten is.

Lees verder

Analyse van de KNMI-homogenisatie

Gastblog van Tinus Pulles [1]

Samenvatting

Tegen de achtergrond van de vooral op Twitter steeds weer terugkerende discussie over de zogenaamde homogenisatie van de lange reeks temperatuurmetingen in De Bilt, hebben wij de ruwe data van die metingen met een uitsluitend statistische blik geanalyseerd. Uit onze analyse blijkt dat:

  1. Op warme dagen een met het blote oog al waarneembare discontinuïteit in de meetreeks zit.
  2. Een statistische analyse met twee onafhankelijke lineaire regressies bevestigt dat de discontinuïteit in 1951 optreedt: het tijdstip van vervanging van de oude door een nieuwe meethut.
  3. Door de waarde voor 1951 met beide twee regressies te berekenen en aannemende dat die waarde gelijk zou moeten zijn, kan een ijkcurve worden berekend die de uitlezing van beide meethutten met elkaar in verband brengt; deze interpretatie wordt versterkt door de waarneming dat de helling (trend) in beide regressielijnen nagenoeg gelijk is.
  4. Het verschil tussen de oude en de nieuwe meting neemt toe naarmate de temperatuur hoger wordt
  5. Vergelijking van deze curve met de door KNMI uitgevoerde homogenisatie suggereert dat die KNMI-homogenisatie het verschil eerder onder- dan overschat.

Aangezien de KNMI-homogenisatie wél kennis over de meteorologie in de analyse betrekt en wij niet, zien wij geen reden de KNMI-homogenisatie verder te wantrouwen.

Aanleiding
Lange tijdreeks van temperatuurwaarnemingen in De Bilt

In heel veel discussies over klimaatverandering zijn lange tijdreeksen van temperatuurwaarneming van groot belang. In Nederland wordt daarvoor een reeks metingen in De Bilt gebruikt. Die reeks begint in 1901 en loopt nog steeds door. Een probleem met deze lange tijdreeks is dat in 1951 de meetmethode in De Bilt is veranderd (https://knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/homogenisatie-zorgt-voor-betrouwbare-temperatuurreeksen). De meethut is verplaatst en van een ander type. Figuur 1  laat het gevolg van die verandering op de gemeten waarden zien.

Figuur 1 (klik voor een grotere versie).
Ruwe data van het meetstation De Bilt: de dagelijks maximale temperatuur (https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/gemeten-reeksen).
Voor elk jaar in de tijdreeks is het hoogste, het laagste (linker kolom), de 98-percentiel (7 warmere c.q. koudere dagen in elk jaar; middelste kolom) en het 90-percentiel (36 warmere c.q. koudere dagen in elk jaar; rechter kolom) weergegeven.
De data vóór de aanpassing van de meethut in rood, data voor ná aanpassing van de meethut in blauw.

Zo op het oog zien we al bij de hoogste temperaturen een sprong in de tijdreeks. Die sprong lijkt kleiner te worden bij minder warme dagen, zoals gemeten met het etmaalmaximum. Op de koudste dagen is op het oog geen discontinuïteit te zien. Dezelfde analyse bij de etmaalgemiddelden en de etmaalminima, zoals gemeten in De Bilt geeft ook vergelijkbare plaatjes: op de warmste dagen in de Bilt lijkt de nieuwe meethut tot een paar graden lagere temperaturen te registreren dan de oude meethut.
Lees verder

Jakobshavn-gletsjer: krimp en groei

De Jakobshavn-gletsjer ligt aan de westkant van Groenland. Het fraaie radarbeeld hierboven uit 2015 (bron: ESA Sentinel-1A) laat duidelijk de rand van de gletsjer zien en het tientallen kilometers lange ijsfjord dat ongeveer loopt tot het plaatsje Ilulissat. Het ijsfjord staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en is gevuld met ijsschotsen en ijsbergen afkomstig van de gletsjer (de ijsmassa die op het land ligt). De Jakobshavn-gletsjer is de snelst stromende gletsjer op dit grootste eiland ter wereld. De rand van de gletsjer, waar het ijs afbreekt en ijsbergen vormt (“calving front” in het plaatje hierboven), ligt nu ver landinwaarts, maar daar heeft hij natuurlijk niet altijd gelegen. De opwarming van de aarde heeft een grote uitwerking gehad op de lengte van de gletsjer zoals het plaatje hieronder laat zien (figuur 1 uit Steiger et al. 2018). In 1850 lag de rand van de gletsjer ongeveer halverwege het huidige ijsfjord en is hij met de jaren steeds verder landinwaarts komen te liggen. De laatste jaren is de stroomsnelheid van de Jakobshavn-gletsjer echter enigszins afgenomen en onlangs werd duidelijk dat de gletsjer weer gegroeid is en de rand van de gletsjer een beetje opgeschoven is richting Ilulissat.

Sommigen zien in dit soort berichten direct een aanleiding om alle wetenschappelijke bevindingen over het klimaat sinds de tijd van Fourier en Tyndall ter discussie te stellen. Wetenschappers daarentegen gaan echter met groot enthousiasme op zoek naar het waarom: Waarom groeit de Jakobshavn-gletsjer weer enigszins na jaren van snelle teruggang?
Lees verder

Open Discussie voorjaar 2019

De eerste warme dag van het jaar hebben we inmiddels gescoord. Geen record, hoewel het aantal warme dagen in Nederland gestaag toeneemt. In februari zijn er wel enkele records gevestigd, de drie warmste februaridagen die in De Bilt zijn gemeten, vielen alle drie in dit jaar. Zo’n eerste warme dag noopt ons in ieder geval om maar eens afscheid te nemen van de oude Open Discussie winter 2019 en een nieuwe te openen.

Dat naast Nederland ook het Arctische gebied opwarmt is een open deur natuurlijk. In een nieuwe publicatie hebben wetenschappers de belangrijkste indicatoren van de opwarming van het Arctische gebied over 1971-2017 op een rijtje gezet. De open deur is toch een stuk verder ingetrapt dan mogelijk leek. De gemiddelde temperatuur in het Arctische gebied is in die periode bijvoorbeeld met maar liefst 2,7 °C gestegen, met allerlei gevolgen voor de permafrost, neerslag, zee- en landijs en de ecosystemen. Samengevat concluderen de onderzoekers:

“The Arctic biophysical system is now clearly trending away from its 20th Century state and into an unprecedented state, with implications not only within but beyond the Arctic.”

Co-auteur Bert Wouters vertelt op de NOS-site het volgende:

“Maar toen ik al die cijfers bij elkaar zag, was het voor mij toch ook nog een grote schok. Dat de veranderingen zo snel gaan.”

De video hieronder geeft een overzicht van het onderzoek.

In deze nieuwe Open Discussie kunnen alle zaken die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken aan de orde worden gebracht.

De Telegraaf en polarisatie

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Studio Energie interviewde onlangs Paul Jansen, hoofdredacteur van de Telegraaf, over de rol van die krant in het energie- en klimaatdebat. De Telegraaf is met 350.000 abonnees de grootste krant van Nederland. In het Nederlandse medialandschap verkondigen met name de Telegraaf en weekblad Elsevier in het algemeen een andere boodschap dan veel andere media op klimaatgebied. Zij leggen bijvoorbeeld veel meer nadruk op klimaat-sceptische opvattingen.

Het was een interessant interview, onder andere door de vraag van interviewer Remco de Boer of de Telegraaf hiermee niet de polarisering die er nu eenmaal in het klimaatdebat is in de hand speelde. Nee, was het antwoord van Jansen, met als toelichting dat een krant ook andere geluiden moet laten horen. In deze blog beperk ik me tot het klimaatdebat en zal niet op het energiedebat ingaan waar overigens het grootste deel van het interview over ging.

Met andere geluiden bedoelde Jansen een ander verhaal dan de mainstream wetenschappelijke conclusie dat de aarde opwarmt, dat de mens daar grotendeels verantwoordelijk voor is, en dat deze opwarming gevolgen heeft, met name in de toekomst. Een ander geluid laten horen lijkt mij een belangrijke rol van de media. Sterker nog, onafhankelijke journalistiek is een van de pijlers van een gezonde maatschappij en debat is enorm belangrijk. Maar wat als dat andere geluid niet gefundeerd is? Wie verkondigt die boodschap dat niet de mens maar natuurlijke factoren voor de huidige opwarming zorgde? Een mening die Jansen aanhangt, hoewel hij wel aangaf dat de mens ook zeker een rol speelde.

In Nederland ken ik geen actieve klimaatwetenschappers die het met Jansen eens zijn over de relatieve rol van de mens versus natuur, dus daar kan hij zich niet op baseren. Met actieve klimaatwetenschappers bedoel ik mensen die hun bevindingen voorleggen aan collega-wetenschappers en dit in de wetenschappelijke tijdschriften publiceren. In Amerika lijkt dat anders, een aantal bekende sceptische klimaatwetenschappers zijn Roy Spencer, Judith Curry, en Richard Lindzen. Deze mensen worden vaak aangehaald als bewijs dat er een wetenschappelijk debat zou zijn over de vraag óf de mens een belangrijke rol is gaan spelen in de opwarming van de aarde. Maar is dat zo? Dit is wat Roy Spencer onlangs op zijn website schreef:

“I cannot think of a single credentialed, published skeptical climate scientist who doesn’t believe in the “existence” of climate change, or that “the Earth is getting hotter”, or even that human activity is likely a “major cause”. Pat Michaels, Richard Lindzen, Judith Curry, John Christy, and myself (to name a few) all believe these things.”

Dat geldt in zekere mate ook voor Nederlands bekendste klimaatscepticus die regelmatig in de Telegraaf aan het woord komt, Marcel Crok. Hij wijst er vaak op dat klimaatmodellen mogelijk “te warm” draaien maar gaat er in zijn rapporten van uit dat de aarde meer dan 2 graden zal opwarmen in 2100 tenzij we onze uitstoot gaan beperken (zie Tabel 3 in ‘Een gevoelige kwestie’).

Het klimaat-sceptische geluid zoals Paul Jansen het interpreteert is dus niet gefundeerd in de wetenschappelijke literatuur. In de wetenschap bestaat absolute zekerheid echter bijna niet, en er zijn genoeg mensen die daar handig gebruik van maken. Als iemand bijvoorbeeld laat zien dat er iets niet klopt bij een klimaatmodel, dan kan je dat naïef interpreteren als dat er niets klopt aan dat klimaatmodel.
Lees verder