Categorie archief: alarmisten

Nieuwe emissiescenario’s: de verwarring voorbij

Een groep wetenschappers heeft nieuwe emissiescenario’s gepresenteerd, die in de volgende ronde aan klimaatmodelsimulaties zullen worden gebruikt. Vergeleken met de huidige scenario’s (de SSPs) omvatten de nieuwe scenario’s een kleinere bandbreedte; zo is het nieuwe hoogste scenario minder hoog (dan SSP5-8.5), maar is er ook geen uitstootscenario meer waarbij opwarming mogelijk onder 1,5°C kan worden gehouden. De nieuwe emissiescenario’s sluiten daarbij meer aan op de realiteit: 1,5°C is uit zicht, maar ook het hoogste uitstootscenario is niet meer plausibel. Let wel, de emissiescenario’s zijn enkel een hulpmiddel voor onderzoek en beleid (“wat als?”), en zijn niet bedoeld als voorspelling.

Nieuwe scenario’s, niks nieuws?

Het CMIP is een project waarin een groot aantal klimaatmodellen van allerlei onderzoeksinstituten dezelfde simulaties uitvoeren en met elkaar vergelijken. Het wordt gecoördineerd door het World Climate Research Programme (WCRP). De resultaten van CMIP spelen een belangrijke rol in de IPCC-rapporten (de volgende, AR7, komt er over een paar jaar aan), en zijn een belangrijke bron van informatie in klimaatonderzoek. CMIP begint aan een nieuwe ronde (CMIP7) en daar horen ook nieuwe emissiescenario’s bij. De uiteindelijke ontwikkeling van de nieuwste klimaatmodellen, maar ook afspraken over welke scenario’s wel en niet worden gesimuleerd, wordt door de klimaatwetenschappelijke gemeenschap gemaakt, in verschillende subwerkgroepen met allerlei review momenten.

Een van deze werkgroepen van klimaatwetenschappers (onder leiding van Detlef van Vuuren) heeft vorige maand in een artikel een voorstel gedaan voor nieuwe emissiescenario’s. De huidige emissiescenario’s, de SSPs, volgen eigenlijk grotendeels de RCP emissiescenario’s, die ondertussen al bijna 20 jaar geleden zijn ontwikkeld. Tijd voor een update dus. Het belangrijkste ‘nieuws’ is dat het verschil tussen het laagste en hoogste emissiescenario in 2100 wat kleiner is geworden vergeleken met de huidige scenario’s. De scenario’s zijn dus wat minder ‘extreem’, aan de hoge én aan de lage kant. Dat komt door een combinatie van voortschrijdend inzicht én voortschrijdende tijd. Het nieuwe hoogste scenario is minder hoog doordat schonere energiebronnen langzaam maar zeker terrein winnen en het nieuwe laagste scenario is minder laag omdat de uitstoot in de afgelopen tien jaar te hoog is gebleven.

Figuur 1 (uit het artikel). Links de scenario’s voor broeikasgasconcentratie tot 2150, rechts een eerste inschatting van de te verwachten mondiale opwarming per scenario.

Het hoogste emissiescenario wat nu veelal wordt gebruikt, SSP5-8.5, wordt daarmee niet meer plausibel geacht, en daarmee dus ook de extreme gevolgen die met dat scenario gepaard gaan. Echter, het huidige laagste emissiescenario, SSP1-1.9, waarmee de opwarming tot beneden de 1,5°C zou worden beperkt, is ondertussen ook niet langer realistisch. Maar terwijl dit zo hier en daar als nieuws wordt gepresenteerd, is dit op zichzelf helemaal geen nieuwe informatie. Dat we de 1,5°C zo goed als zeker passeren, is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden. Maar ook dat de energietransitie in vaart is toegenomen en daardoor extreem hoge uitstoot onrealistisch is, is niet opeens nieuws. De nieuwe emissiescenario’s zijn juist gebaseerd op die inzichten. En wat we als plausibel achten, verandert dus ook met de tijd.

Lees verder

De onheilsprofeet, het andere uiterste in het klimaatdebat

Als we hier kritiek hebben op iemand die het niet zo nauw neemt met de feiten of de wetenschap rond het klimaat en klimaatverandering, dan gaat het vrijwel altijd om iemand die de menselijke invloed op het klimaat ontkent of minimaliseert, of die de gevolgen ervan bagatelliseert. Goed, incidenteel is er wel eens een politicus die de verwachte zeespiegelstijging veel te hoog inschat, en er komt wel eens iemand voorbij die zich heel nadrukkelijk op worst-case scenario’s richt, maar dat zijn uitzonderingen. Toch is het niet zo dat we dat ene uiterste bewust opzoeken om op te reageren. We komen het gewoon regelmatig tegen, in de media bijvoorbeeld, of in de politiek. Het andere uiterste veel minder.

Een kanttekening: worst-case scenario’s of staartrisico’s zijn wetenschappelijk interessant en relevant vanuit het oogpunt van risicomanagement. En dus kunnen ze ook nieuwswaardig zijn. Waarbij het wel de vraag is tot hoever dat het geval is – hoe onwaarschijnlijk moet iets zijn om het niet meer als scenario te beschouwen dat serieus te nemen is – en wat de goede toon is om erover te berichten. Mijn antwoord daarop is: ik weet het niet. Het enige dat ik daarover weet is dat het onmogelijk is om het voor iedereen goed te doen. Zolang er bij zulke scenario’s duidelijk wordt aangegeven dat het geen harde voorspelling is, maar dat de kans dat het werkelijk gebeurt juist klein is, is een bericht erover in principe niet in strijd met de wetenschap.

Als een worst-case scenario wordt gepresenteerd als een onontkoombare ontwikkeling wordt de wetenschap wel geweld aangedaan. En wanneer er nog een flinke schep bovenop zo’n scenario wordt gedaan is dat ook het geval. Er zijn mensen die zulke verhalen ophangen, maar ze trekken daarmee, zoals gezegd, niet veel aandacht. Ze komen op dit blog daarom ook maar weinig aan de orde. Maar het is best interessant om ook eens te kijken hoe er aan die uiterste zijde gedacht en geredeneerd wordt. Het is immers ook een stem in het klimaatdebat. Lees verder

Voorlopig even geen nieuwe ijstijd

Door Jos Hagelaars

In de reacties op het NRC blog van Paul Luttikhuis werd ik onlangs geconfronteerd met mensen die bang zijn voor een naderende ijstijd. Er werden teksten gebezigd zoals: “Zorgen maken”, “Temperatuur enkele graden gaat dalen”, “de moeilijkheden zullen gigantisch zijn” tot zelfs “Het kan elk moment afgelopen zijn”.  In klimaatdiscussies wordt vaak gesproken over veronderstelde ‘Alarmisten’ en ‘Sceptici’ en ergens in dat grijze tussengebied zou zich de wetenschap bevinden. Nu zijn er dus blijkbaar ook alarmisten onder de zogenaamde ‘sceptici’, mensen die catastrofes voorzien omdat de ijsbergen misschien bijna voor de deur staan.

Zoals bij de meeste lezers bekend zal zijn, doen de glacialen (ijstijden) en interglacialen zich in een betrekkelijk regelmatig tempo voor: iedere ca. 100.000 jaar begint er een nieuw glaciaal en de tussenliggende warme perioden (de interglacialen zoals ons Holoceen) duren korter, ergens tussen de 10.000 en 28.000 jaar (lees ook hier).

Figuur 1. De temperatuur en de CO2 concentratie tijdens de afwisseling van glacialen en korter durende interglacialen over de laatste 800.000 jaar gebaseerd op ijskerndata. Naar fig. 6.11 uit het NRC rapport “Advancing the Science of Climate Change” 2010.

Lees verder

Evenwicht in de wetenschapsjournalistiek; een open brief aan Maarten Keulemans

Gast-blog van Hans Custers

Beste Maarten Keulemans,

Ik ben zo iemand die klimaatverandering als een van de grote problemen van deze tijd beschouwt en die deze mening ook met enig fanatisme uitdraagt. Ik zal in uw ogen dus wel een klimaatalarmist zijn. Maar ik vertel nooit apocalyptische, zondvloedachtige verhalen, ik kom maar zelden medestanders tegen in het klimaatdebat die dat wel doen en ook van de media verwacht ik zeker geen nodeloze bangmakerij. Verhalen over het einde van de wereld of de mensheid moeten we maar gewoon aan Hollywood overlaten. Ik beschouw mezelf ook allerminst als een arme groene idealist die dapper strijdt tegen Big Oil. Het valt mij in het debat van alledag juist op dat zo veel zelfverklaarde sceptici zich wentelen in de rol van de underdog; dat zij zichzelf vaak zien als het kleine groepje dat dapper standhoudt in de strijd tegen een kongsi van internationale organen, overheden, wetenschappelijke bolwerken en natuurlijk de media.

Wat mij motiveert in deze discussie is dat er een campagne wordt gevoerd waarin de wetenschap in diskrediet wordt gebracht om allerlei redenen, die maar hoogst zelden iets met de wetenschap zelf te maken hebben. Die campagne verspreidt stelselmatig desinformatie, besmeurt en belastert wetenschappers en maakt ze verdacht, alleen maar omdat hun onderzoeksresultaten conflicteren met bepaalde ideologieën of belangen. En die campagne probeert mij, en iedereen die het opneemt voor de wetenschap, af te schilderen als onbespoten­geitenwollen­sokkendragende onheilsprofeten.

Lees verder