Auteursarchief: Hans Custers

Open discussie zomer 2026

Het klimaat was vrijwel dagelijks in het nieuws, deze zomer. Hitte, droogte, natuurbranden, de toename van extreem (zomer)weer is op allerlei manieren zichtbaar en voelbaar in de wereld.

Het heeft ook tot gevolg dat klimaatwetenschappers in toenemende mate vanaf twee flanken worden aangevallen. Enerzijds zijn er nog altijd de pseudosceptici, die stug blijven volhouden dat klimaatverandering niks is om je zorgen om te maken. Maar aan de andere kant komen er steeds meer verwijten dat klimaatwetenschappers onvoldoende gewaarschuwd zouden hebben, of te weinig meegaan in doemvoorspellingen.

Op Bluesky reageerde klimaatwetenschapper Kate Marvel met enkele rake opmerkingen op deze ontwikkelingen.

Die laatste post was naar aanleiding van haar lezenswaardige artikel over de vraag of wat we deze zomer zien erger is dan waarvoor klimaatwetenschappers hebben gewaarschuwd.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open discussie.

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Foto vanaf het strand in Lancaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Lees verder

De wereldwijde toename van hittestress door klimaatverandering

Grote delen van Europa hebben vroeg in deze zomer hittestress ervaren. Wat dat is en hoe het aanvoelt, zal ik dus niet hoeven uit te leggen. In veel landen, waaronder Nederland, werden temperatuurrecords voor juni gebroken, en in sommige landen werden zelfs temperaturen bereikt die daar nooit eerder waren gemeten. Onderstaand lijstje is afkomstig van de BBC.

Temperatuurrecords tijdens de hittegolf in Europa van juni 2026. Bron: BBC

Hitte is een belangrijke oorzaak van weergerelateerd overlijden. Vooral ouderen en jonge kinderen zijn kwetsbaar, maar ook mensen die fysiek werk doen in de buitenlucht lopen een verhoogd risico op gezondheidsschade of zelfs overlijden. Er is bij hittegolven altijd een aanzienlijke oversterfte, maar toch wordt hitte zelden genoemd als doodsoorzaak in overlijdensrapportages. Mensen overlijden vaak door andere aandoeningen die door hitte worden verergerd, zoals hartfalen of astma. Precieze cijfers over het effect van hitte op mortaliteit zijn mede daardoor moeilijk vast te stellen.

De fysiologie van hitte

De biochemie in het menselijk lichaam is helemaal ingericht op een temperatuur van 37, 38 graden. Bij enkele graden meer of minder gaan er processen haperen, en daardoor kan er schade ontstaan. Duurt dat niet heel lang, dan kan het lichaam de schade vaak nog wel herstellen. Maar ergens houdt dat op. De meest kwetsbaren kunnen dat punt vrij snel bereiken. Dat is zeker zo wanneer het ’s nachts warm blijft. Hoge nachttemperaturen blijken het herstel te bemoeilijken, onder meer omdat we slechter slapen als het te warm is.

Lees verder

Greenwashing, een rekentruc en nepwetenschap van Big Agro

Ik hoef onze lezers niet de vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Een boerende koe. Tekening: Marije Mooren

Claims van de agrireuzen

Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021 – 2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.

Er bleven dus 33 bedrijven over, die in de onderzochte periode samen 1233 claims over duurzaamheid deden. Van die claims konden er maar liefst 1213, ofwel 98%, aangemerkt worden als greenwashing. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om vage opmerkingen over het belang van duurzaamheid. Of, een klein beetje minder vaag, beloftes om op termijn klimaatneutraal te worden, zonder daar concrete plannen voor te presenteren. Waar wel concrete plannen zijn, blijven die vaak beperkt tot compensatie, in plaats van het werkelijk aanpakken van oorzaken door de uitstoot te verminderen of ontbossing tegen te gaan. De klimaatinvloed van de landbouw is veel te groot om die teniet te kunnen doen met compensatiemaatregelen, zoals herbebossing of bescherming van bestaand bos. Bovendien leveren zulke maatregelen vaak minder op dan wordt beloofd. Bovendien is zo’n toezegging nogal ongeloofwaardig als die afkomstig is van een sector die nog steeds medeverantwoordelijk is voor ontbossing. Er zijn ook bedrijven die zich op de borst kloppen over minuscule maatregelen, bijvoorbeeld de vervanging van een enkele boiler in een enkele fabriek door een energiezuinig exemplaar, de installatie van enkele zonnepanelen op een locatie, of een kleinschalig experiment bij enkele boerenbedrijven, terwijl ze zich niet bekommeren om de veel grotere bronnen van uitstoot.

Lees verder

Open discussie voorjaar 2026


Herverzekeraar Swiss Re presenteerde eind maart hun rapport met een overzicht van schade door natuurrampen in 2025. De meest opmerkelijke grafiek uit het rapport is die met schade door natuurbranden. De verzekerde schade van die branden was in 2025 veel hoger dan ooit eerder het geval was, vooral door de enorme verwoesting van de Palisades bosbrand bij Los Angeles.

Verzekerde schade door natuurbranden sinds 1996

De grafiek hierboven laat zien dat de cijfers uit rapporten als deze vrijwel volledig worden bepaald door wat er in de rijkste delen van de wereld gebeurt. Grote natuurbranden in het mondiale zuiden, die de mensen daar net zo hard kunnen raken als de welgestelde bewoners van de bossen bij LA, zullen niet of nauwelijks zichtbaar zijn in die grafiek. Niet alleen omdat mensen die minder bezitten ook minden verliezen, als je het uitdrukt in geld, maar ook omdat ze vaker niet verzekerd zullen zijn.

Daarnaast illustreert de grafiek dat ook bewoners van rijke landen ook fors geraakt kunnen worden door de gevolgen van klimaatverandering. We zijn weliswaar beter in staat om ons aan te passen, maar dan moeten we dat wel doen. Dat begint met het onder ogen zien van de risico’s. Zoals het besef dat het geen goed idee is om meer en meer kapitale villa’s te bouwen in gebieden met een toenemend risico van verwoestende natuurbranden.

Een tweede grafiek laat een flinke toename zien van schade door “severe convective storms”, in Nederland meestal extreme onweersbuien genoemd. Die schade beperkt zich meestal tot een vrij klein gebied, anders dan bij bijvoorbeeld overstromingen, grote natuurbranden of orkanen. Maar omdat zulke zware buien veel vaker voorkomen, telt de totale schade, door bijvoorbeeld hagel, tornado’s of zware windstoten, toch flink op.

Verzekerde schade door zware onweersbuien sinds 1996

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open discussie.

Welles – nietes over een versnelling van de opwarming

Versnelt de opwarming van de aarde? Die vraag leidt al enkele jaren tot pittige discussies op sociale media, waarin zich regelmatig ook klimaatwetenschappers mengen. Die discussie laaide vorige week weer op, naar aanleiding van een artikel in Geophysical Research Letters. De auteurs zijn vertrouwde namen in het online klimaatdebat. Grant Foster is een statisticus, in klimaatkringen al zo’n twintig jaar bekend als Tamino, van het blog Open Mind. En Stefan Rahmstorf is een door de wol geverfde klimaatwetenschapper van het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung. Hij is een van de bloggers van RealClimate, en was een van de eerste wetenschappers die tien jaar geleden al wees op signalen dat er een vertraging van de circulatie in de Atlantische Oceaan gaande is.

Het onderzoek borduurt voort op een eerdere publicatie van Rahmstorf en Foster uit 2011. Ze presenteerden daar een statistische methode om de belangrijkste oorzaken van variabiliteit van de wereldtemperatuur op korte termijn uit de gegevens te filteren: vulkanische aerosolen, wisselingen in zonne-activiteit en de oscillatie van El Niño’s en La Niña’s (ENSO). Door deze “ruis” grotendeels weg te filteren ontstaat er een beter zicht op het “signaal”: de antropogene opwarming. Een eventuele verandering in de snelheid van opwarming wordt dan beter detecteerbaar. In de afbeelding hieronder is het verschil zichtbaar tussen de gefilterde en de ongefilterde data.

Veranderingen van de gemiddelde wereldtemperatuur volgens diverse datasets (boven) en diezelfde gegevens gefilterd voor het effect van ENSO, vulkanisme en zonne-activiteit. Bron: Foster & Rahmstorf 2026.
Lees verder

Meer kritiek op economische modellen

We hebben hier al eerder geschreven over kritiek die wordt geleverd op de zogenaamde Integrated Assessment Models (IAM’s). Dit zijn – de naam zegt het al – modellen die kennis uit verschillende wetenschappelijke disciplines combineren tot een integrale beoordeling. Zo’n beoordeling kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om beleidsbeslissingen te ondersteunen. Vaak combineren zulke modellen kennis uit natuur- en sociale wetenschappen, waarmee interacties tussen omgeving, economie en maatschappij geanalyseerd kunnen worden. Het in Nederland ontwikkelde IMAGE model uit 1990 is een van de eerste IAM’s. Een ander bekend – sommigen zullen het liever ‘notoir’ noemen – voorbeeld is het DICE model van William Nordhaus.

Schematische weergave van het IMAGE model. Bron: PBL.

Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om de kosten van klimaatbeleid te vergelijken met de schade die ontstaat door klimaatverandering. Of om sociaaleconomische scenario’s (zoals de door het IPCC gehanteerde Shared Socioeconomic Pathways of SSP’s) te ontwikkelen waarmee bepaalde klimaatdoelen behaald kunnen worden. Maar de uitkomsten van modelstudies hangen natuurlijk wel af van de aanname die er bij de bouw in de modellen zijn gestopt. Een lastig punt, omdat gebruikers van deze modellen, of van de resultaten van onderzoeken waarin ze worden gebruikt, niet altijd op de hoogte zijn van wat er “onder de motorkap” precies gebeurt. Terwijl er niet altijd volledige wetenschappelijke overeenstemming is over aannames die wel grote invloed kunnen hebben op modelresultaten.

Een afgelopen maand verschenen rapport richt zich op een specifiek onderdeel van IAM’s, namelijk de schadefunctie. Dat is een wiskundige vergelijking waarmee de wereldwijde economische schade wordt geschat die het gevolg is van een bepaalde mate van opwarming van het klimaat. Het zal duidelijk zijn dat de aannames die aan de basis liggen van zo’n schadefunctie een enorme invloed kunnen hebben op modeluitkomsten.

Het oordeel van natuurwetenschappers

Het rapport is uitgebracht door het Carbon Tracker Initiative. Dat is een denktank die de invloed van klimaatverandering en de energietransitie op financiële markten onderzoekt. De manier waarop ze dit onderzoek aanpakten, was onconventioneel en interessant. Ze hebben klimaatonderzoekers met een natuurwetenschappelijke achtergrond (“scientists” dus, en geen “scholars”) gevraagd om mee te doen aan een enquête over schadefuncties. Een aantal van de respondenten nam vervolgens ook deel aan enkele “virtuele workshops”.

Lees verder

Ook in 2025 nam de warmte-inhoud van de oceaan toe


Opwarming van de aarde houdt in dat de temperatuur aan het aardoppervlak stijgt. Zo kijken we er meestal tegenaan, en er is ook niets tegenin te brengen. Maar bekijk je het met een natuurkundige blik, dan is die temperatuurstijging eigenlijk een symptoom van een verstoring van de energiebalans van de aarde. Er komt meer energie binnen dan eruit kan. Ongeveer 90 % van die energie hoopt zich op de oceaan. De toename van de warmte-inhoud van de oceaan geeft dan ook een goede indicatie van hoe ver de energiehuishouding van het klimaat uit evenwicht is. Ook vorig jaar nam de oceaan een enorme hoeveelheid warmte op.

Veranderingen van de warmte-inhoud in de bovenste 2000 meter van de oceaan sinds 1958. Bron: IAP-CAS.

Naast de grote invloed van het versterkte broeikaseffect, is er ook nog wat natuurlijke variatie in de warmte-opname. En net als bij schommelingen in de temperatuur van het oceaanoppervlak speelt de cyclus van El Niño’s en La Niña’s hierbij een belangrijke rol. Bij koude La Niña’s kan de oceaan veel warmte opnemen, omdat er dan veel koud water aan de oostkant van de tropische Stille Oceaan opwelt vanuit de diepte. Bij een El Niño komt er veel minder koud water naar boven en ontstaat er als het ware een warm deksel op de oceaan dat de warmte-opname afremt. Ook zinkt er aan de westkant van de Stille Oceaan minder warm water naar diepere lagen. Er spelen ook nog andere factoren mee, zoals verschillen in wolkenpatronen. Het gaat immers over het klimaat, waar altijd allerlei interacties van invloed zijn. Ik ga daar in dit verhaal niet dieper op in.

Lees verder

De pre-industriële temperatuur

In de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid geldt de gemiddelde temperatuur over de periode 1850 – 1900 als pre-industrieel. Het is een pragmatische keuze, omdat er uit die periode voldoende meetgegevens zijn om een behoorlijk accurate schatting te maken van de gemiddelde wereldtemperatuur. Maar helemaal correct is het niet, want de industriële revolutie begon al halverwege de achttiende eeuw. De veranderingen die sindsdien plaatsvonden hebben een kleine, maar niet helemaal onbestaande invloed gehad op het klimaat, vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Hoe groot de menselijk invloed was in de eerste eeuw van de industriële revolutie is onzeker. Het laatste IPCC-rapport schatte dat er een opwarmend effect moet zijn geweest dat ergens tussen de 0 en 0,2 graden lag.

Er zijn de afgelopen tijd twee artikelen gepubliceerd die meer duidelijkheid proberen te geven over de klimaatverandering in het laatste deel van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Ze zijn afkomstig van GloSAT, een samenwerkingsverband van acht onderzoeksinstellingen uit het Verenigd Koninkrijk.

Introductie van de GloSAT temperatuur dataset. Bron: GloSAT

Natuurlijk is de eerste eeuw van de industriële revolutie interessant vanwege het kleine beetje menselijke invloed, maar nog veel interessanter is het feit dat er toen meerdere grote vulkaanuitbarstingen plaatsvonden. Zo’n grote invloed van vulkanen op het klimaat is sindsdien niet meer voorgekomen. De bekendste uitbarsting uit die tijd is die van de Tambora in 1815. Het is de zwaarste vulkaanuitbarsting die door mensen is beschreven. De aerosolen die zich na de uitbarsting in de stratosfeer verspreidden, zorgden ervoor dat 1816 in een aanzienlijk deel van het noordelijk halfrond de geschiedenis in ging als het “jaar zonder zomer”. Andere grote uitbarstingen waren die van: Laki (IJsland) in 1783 – 1784; een of meerdere onbekende vulkanen in 1808; Galunggung (Indonesië) in 1822; (vermoedelijk) Zavaritski (Koerilen, bij Rusland horende eilandengroep in de Stille Oceaan) in 1831; en Cosigüina (Nicaragua) in 1835. Het cumulatieve klimaateffect van zoveel grote uitbarstingen in een relatief korte tijd zou aanzienlijk groter en langduriger kunnen zijn dan de gevolgen van de uitbarstingen die we sindsdien hebben gezien, vooral op regionale schaal.

Lees verder

Open discussie winter 2026

Foto: Magda Ehlers

De aarde warmt op, dat wordt zo langzamerhand nauwelijks nog door iemand betwist. Dat blijkt natuurlijk vooral uit meteorologische metingen, maar er zijn ook andere aanwijzingen, zoals smeltende gletsjers en ijskappen, migrerende planten- en diersoorten, langere groeiseizoenen, enzovoort. Zo af en toe duiken er nog altijd nieuwe bronnen van informatie op. Die zullen de kennis die we hebben niet op zijn kop zetten, maar voor wie geïnteresseerd is in klimaat en de wetenschap daarvoor zijn ze toch weer interessant. Als is het vaak wel een beetje oppassen met de interpretatie.

Zo’n nieuwe informatiebron dook vorige maand op in een artikel in het tijdschrift Buildings & Cities: kerkorgels. Wetenschapsjournalist Chris Baraniuk schreef erover op zijn blog. Orgelstemmers blijken vaak de temperatuur te noteren in het logboek van een orgel, als ze er aan het werk zijn geweest. Daaruit blijkt dat de temperatuur in kerken de afgelopen decennia aanzienlijk is gestegen. Dat is niet zomaar te relateren aan klimaatverandering, omdat kerken tegenwoordig vaak beter worden verwarmd. Maar ook in de zomer, wanneer er niet wordt verwarmd, stijgt de temperatuur. En dat kan van belang zijn voor het onderhoud aan orgels. Niet alleen omdat het de stemming kan beïnvloeden, maar bijvoorbeeld ook omdat sommige lijmsoorten in oude orgels niet goed bestand blijken te zijn tegen de hogere temperaturen. Ook daar kan klimaatadaptatie dus nodig zijn.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open draad.