Categorie archief: Klimaatwetenschap

Kantelpunten in soorten en maten

Gastblog van G.J. Smeets

Afgelopen zomer werd de Britse econoom Nicholas Stern (voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank) hier geïnterviewd. In 2006 had hij de financiële schade van fossiel stoken geraamd en gesteld dat klimaatbeleid goedkoper is dan niets doen. Hoongelach en bagatellisering waren destijds zijn deel. In dit interview, twintig jaar later, stelt hij dat klimaatverandering om veel meer gaat dan financiële schade namelijk verwoesting van onze manier van leven. Met name vanwege massale migratie tgv toenemend onleefbare meteorologische condities wereldwijd. Citaat:

“Neem de Gangesvlakte: over dertig jaar kunnen de temperaturen daar een aanzienlijk deel van het jaar boven de 50 graden liggen. Gaan we die mensen laten stikken? […] We lopen het risico dat mensen zich op grote schaal over de aarde gaan verplaatsen, met gigantische verstoringen van ons economische systeem.”

Kortom, een kantelpunt in onze manier van leven. Ik zie geen reden om dat vooruitzicht te betwijfelen. Globale opwarming is momenteel +1,5°C en +2°C is mijns inziens onafwendbaar door wat er aan vertraging van GHG-effecten in de pijplijn zit. En dan blijven dreigende kantelpunten in het klimaatsysteem zelf nog buiten beschouwing. Door slechts 250 jaar fossiel stoken is de dynamiek/ritmiek van het 12.000 jaar oude Holoceen klimaat ernstig ontregeld. En op die dynamiek/ritmiek zijn alle civilisaties en hun handelsrelaties gebaseerd. Nicholas Stern: “De opwarming gaat veel sneller dan we twintig jaar geleden dachten […] You ain’t seen nothing yet.“

Ik prijs me gelukkig dat ik het economische eindspel van onze civilisatie niet zal mee maken. Intussen zie ik met lede ogen aan dat ‘we’ niet in staat zijn het tij te keren. Concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer neemt nog altijd toe. Adaptatie aan de gevolgen daarvan is traag en kost hetzelfde als wat economische groei (monetair uitgedrukt in bruto nationaal product) oplevert. En het belangrijkste: beleidsmatige kwesties inzake de opwarming variëren op een schaal van oplosbaarheid 0-10 en de score is 0. GHG concentratie in de atmosfeer neemt ondanks de ingezette energietransitie toe en niet af en de Grote Spelers in de geopolitiek hebben andere dingen aan hun hoofd. Het ziet er in mijn ogen hopeloos uit doordat ik uitga van de epistemologische vuistregel die experts in interventietechnieken hanteren: wanneer correctie in het traject naar het beoogde doel trager is dan progressie in de afwijking van het doel is het einde oefening. Het gaat op voor traumachirurgen, ecologen, militaire legercommandanten, vuilophaaldiensten, automonteurs. In dat rijtje past Nicholas Sterns vooruitzicht “gigantische verstoringen van ons economische systeem.”

Last but not least is er een persoonlijk kantelpunt. Afgelopen zomer was het hier in de hak van Italië twee keer +40°C enkele dagen aaneensluitend en twee keer ben ik letterlijk flauwgevallen terwijl ik (jaargang 1950) fysiek in goede conditie ben. Beide keren is het met een sisser afgelopen en kwam ik goed weg. Maar sindsdien vertrouw ik niet meer op mijn fysieke conditie noch op de strapatsen van de weergoden. Mijn kantelpunt in de perceptie van mezelf en van de weergoden.

Nog een klimaatrecord: de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer

Dat er in een opwarmend klimaat regelmatig records sneuvelen ligt voor de hand. We zien ze regelmatig in het nieuws over bijvoorbeeld hoge temperaturen, lage waterstanden of een mogelijk recordbrekende El Niño. Er zijn ook records die minder aandacht krijgen. Over zo’n record schreef klimaatwetenschapper Andrew Dessler onlangs op zijn blog The Climate Brink: de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer was afgelopen augustus groter dan hij ooit was geweest, in elk geval sinds 1979. Omdat het heel onwaarschijnlijk is dat die hoeveelheid in de duizenden jaren daarvoor ooit groter is geweest, zal het ook een record zijn voor een veel langere periode. Het leek me een goede aanleiding voor een stuk over wat waterdamp in de atmosfeer allemaal doet in het klimaat. Dat is aardig wat.

Het verband tussen waterdamp en temperatuur

Eerst maar eens die duizenden jaren. De gemiddelde wereldtemperatuur is de afgelopen decennia zoveel gestegen, dat het vrijwel zeker is dat het nu warmer is dan ooit eerder het geval is geweest in het huidige interglaciaal, het Holoceen. Voor hogere temperaturen moeten we dus terug naar de periode voor de laatste ijstijd, meer dan 100.000 jaar geleden. En temperatuur en waterdamp in de atmosfeer hangen nauw met elkaar samen. Het is simpele, onbetwiste natuurkunde: warmere lucht kan meer waterdamp bevatten. Volgens de basale natuurkunde van de Clausius-Clapeyronvergelijking is dat ongeveer 7% meer met elke graad dat de temperatuur stijgt. Bedenk daarbij wel dat het gaat om hoeveel waterdamp lucht maximaal kan bevatten, het dus zeker geen wetmatigheid dat lucht altijd ook echt zo vochtig is. Maar het verband tussen temperatuur en waterdamp is toch duidelijk te zien in allerlei klimaatdata. Waterdamp volgt duidelijk de opwarming van het wereldklimaat, al lopen ze niet altijd exact synchroon. Er zijn nu eenmaal ook altijd andere variabelen die invloed hebben. De waterdamppiek in 1983 zou bijvoorbeeld wel eens te verklaren kunnen zijn door de combinatie van na-ijleffecten van een grote vulkaanuitbarsting (El Chichón in 1982) en een zeer sterke El Niño.

Verloop van gemiddelde mondiale temperatuur en atmosferisch waterdamp in de maand augustus sinds 1979. Bron: Andrew Dessler, The Climate Brink.
Lees verder →

Waarom klimaatveranderingen uit het verleden de menselijke invloed niet tegenspreken, maar bevestigen

Er zijn in de geschiedenis van de aarde heel wat ingrijpende klimaatveranderingen geweest, dat is een waarheid als een koe. Er zijn periodes geweest waarin de aarde vrijwel ijsvrij was, en mogelijk ook periodes waarin nagenoeg de hele planeet bedekt was met ijs. Die veranderingen uit het verleden worden door pseudosceptici nogal eens aangegrepen voor misleidende of suggestieve beweringen. Alsof die veranderingen in het verre verleden afbreuk zouden doen aan de wetenschappelijke kennis over de menselijke invloed op het klimaat. Of er zelfs mee in tegenspraak zouden zijn.

Niets is minder waar. De kennis over klimaatveranderingen uit het verleden, de paleoklimatologie, maakt onderdeel uit van het totaalpakket waar klimaatwetenschappers zich op baseren. Sterker nog, de inzichten over opwarming door de mens zijn ontstaan vanuit vragen die opkwamen vanuit de paleoklimatologie. Als bijvangst, zou je kunnen zeggen.

Variaties (anomalie) van de gemiddelde wereldtemperatuur in de afgelopen 400 miljoen jaar, aangevuld met projecties tot het jaar 2100. Let op de verspringende schaal van de x-as. Bron: Haywood et al. 2019.
Lees verder →

Sterke toename van brandgevaar in Zuid-Europa door veranderde weersomstandigheden

Zijn de natuurbranden die we deze zomer in Europa en elders in de wereld zien het gevolg van klimaatverandering? Op sociale media lopen de meningen hierover uiteen van “Ja, helemaal” tot “Nee, helemaal niet”. Het zal de lezers van dit blog niet verbazen dat de realiteit wat genuanceerder in elkaar zit. Zoals dat nu eenmaal altijd het geval is, wanneer je de wetenschap erbij haalt.

Statistiek

Eerst maar eens wat data, afkomstig van de Europese databank EFFIS. Met meteen maar een kanttekening, want de hier beschikbare data beslaan maar een vrij korte periode van twintig jaar. Vrij kort om al te stellige conclusies aan te verbinden over trends voor de lange termijn. Kijken we naar het totaal verbrande oppervlak in de EU tot nu toe, dan ligt dat ver boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Maar het ligt iets onder het record, dat vorig jaar werd gevestigd.

Verbrand oppervlak in de EU in 2026 tot en met 19 augustus (in rood) vergeleken met het gemiddelde (in blauw) en het minimum en maximum voor de periode 2006 – 2025. Bron: EFFIS

Ook in Nederland zitten we ver boven het gemiddelde maar onder het record. Dat record stamt uit 2020 toen er in de laatste week van april tegelijkertijd twee grote natuurbranden waren in de Deurnese Peel en de Meinweg, ten oosten van Roermond. Het was de beginperiode van de corona-epidemie, mogelijk zitten die branden daardoor wat minder prominent in ons collectieve geheugen.

Verbrand oppervlak in Nederland in 2026 tot en met 19 augustus (in rood) vergeleken met het gemiddelde (in blauw) en het minimum en maximum voor de periode 2006 – 2025. Bron: EFFIS

De meest dramatische cijfers van dit jaar zijn die voor Frankrijk, waar het verbrande oppervlak ver boven het jaarrecord ligt uit 2023. In Spanje gaat het tot nu toe vrijwel gelijk op met vorig jaar, dat daar het recordjaar is. Veel records dus in recente jaren, maar dat is niet overal het geval. Griekenland kende bijvoorbeeld een enorme uitschieter in 2007. Over het geheel genomen zou ik denken dat de cijfers uit deze database allesbehalve geruststellend zijn, maar dat ze ook geen hard bewijs vormen voor een toename. (Voor geïnteresseerden, er zijn verschillende websites die een wereldwijd overzicht geven van natuurbranden,  zoals deze, maar de informatie is daar te beperkt om iets over trends te kunnen zeggen.)

Lees verder →

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Foto vanaf het strand in Lancaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Lees verder →

Greenwashing, een rekentruc en nepwetenschap van Big Agro

Ik hoef onze lezers niet de vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Een boerende koe. Tekening: Marije Mooren

Claims van de agrireuzen

Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021 – 2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.

Er bleven dus 33 bedrijven over, die in de onderzochte periode samen 1233 claims over duurzaamheid deden. Van die claims konden er maar liefst 1213, ofwel 98%, aangemerkt worden als greenwashing. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om vage opmerkingen over het belang van duurzaamheid. Of, een klein beetje minder vaag, beloftes om op termijn klimaatneutraal te worden, zonder daar concrete plannen voor te presenteren. Waar wel concrete plannen zijn, blijven die vaak beperkt tot compensatie, in plaats van het werkelijk aanpakken van oorzaken door de uitstoot te verminderen of ontbossing tegen te gaan. De klimaatinvloed van de landbouw is veel te groot om die teniet te kunnen doen met compensatiemaatregelen, zoals herbebossing of bescherming van bestaand bos. Bovendien leveren zulke maatregelen vaak minder op dan wordt beloofd. Bovendien is zo’n toezegging nogal ongeloofwaardig als die afkomstig is van een sector die nog steeds medeverantwoordelijk is voor ontbossing. Er zijn ook bedrijven die zich op de borst kloppen over minuscule maatregelen, bijvoorbeeld de vervanging van een enkele boiler in een enkele fabriek door een energiezuinig exemplaar, de installatie van enkele zonnepanelen op een locatie, of een kleinschalig experiment bij enkele boerenbedrijven, terwijl ze zich niet bekommeren om de veel grotere bronnen van uitstoot.

Lees verder →

Ook in 2025 nam de warmte-inhoud van de oceaan toe


Opwarming van de aarde houdt in dat de temperatuur aan het aardoppervlak stijgt. Zo kijken we er meestal tegenaan, en er is ook niets tegenin te brengen. Maar bekijk je het met een natuurkundige blik, dan is die temperatuurstijging eigenlijk een symptoom van een verstoring van de energiebalans van de aarde. Er komt meer energie binnen dan eruit kan. Ongeveer 90 % van die energie hoopt zich op de oceaan. De toename van de warmte-inhoud van de oceaan geeft dan ook een goede indicatie van hoe ver de energiehuishouding van het klimaat uit evenwicht is. Ook vorig jaar nam de oceaan een enorme hoeveelheid warmte op.

Veranderingen van de warmte-inhoud in de bovenste 2000 meter van de oceaan sinds 1958. Bron: IAP-CAS.

Naast de grote invloed van het versterkte broeikaseffect, is er ook nog wat natuurlijke variatie in de warmte-opname. En net als bij schommelingen in de temperatuur van het oceaanoppervlak speelt de cyclus van El Niño’s en La Niña’s hierbij een belangrijke rol. Bij koude La Niña’s kan de oceaan veel warmte opnemen, omdat er dan veel koud water aan de oostkant van de tropische Stille Oceaan opwelt vanuit de diepte. Bij een El Niño komt er veel minder koud water naar boven en ontstaat er als het ware een warm deksel op de oceaan dat de warmte-opname afremt. Ook zinkt er aan de westkant van de Stille Oceaan minder warm water naar diepere lagen. Er spelen ook nog andere factoren mee, zoals verschillen in wolkenpatronen. Het gaat immers over het klimaat, waar altijd allerlei interacties van invloed zijn. Ik ga daar in dit verhaal niet dieper op in.

Lees verder →

De pre-industriële temperatuur

In de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid geldt de gemiddelde temperatuur over de periode 1850 – 1900 als pre-industrieel. Het is een pragmatische keuze, omdat er uit die periode voldoende meetgegevens zijn om een behoorlijk accurate schatting te maken van de gemiddelde wereldtemperatuur. Maar helemaal correct is het niet, want de industriële revolutie begon al halverwege de achttiende eeuw. De veranderingen die sindsdien plaatsvonden hebben een kleine, maar niet helemaal onbestaande invloed gehad op het klimaat, vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Hoe groot de menselijk invloed was in de eerste eeuw van de industriële revolutie is onzeker. Het laatste IPCC-rapport schatte dat er een opwarmend effect moet zijn geweest dat ergens tussen de 0 en 0,2 graden lag.

Er zijn de afgelopen tijd twee artikelen gepubliceerd die meer duidelijkheid proberen te geven over de klimaatverandering in het laatste deel van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Ze zijn afkomstig van GloSAT, een samenwerkingsverband van acht onderzoeksinstellingen uit het Verenigd Koninkrijk.

Introductie van de GloSAT temperatuur dataset. Bron: GloSAT

Natuurlijk is de eerste eeuw van de industriële revolutie interessant vanwege het kleine beetje menselijke invloed, maar nog veel interessanter is het feit dat er toen meerdere grote vulkaanuitbarstingen plaatsvonden. Zo’n grote invloed van vulkanen op het klimaat is sindsdien niet meer voorgekomen. De bekendste uitbarsting uit die tijd is die van de Tambora in 1815. Het is de zwaarste vulkaanuitbarsting die door mensen is beschreven. De aerosolen die zich na de uitbarsting in de stratosfeer verspreidden, zorgden ervoor dat 1816 in een aanzienlijk deel van het noordelijk halfrond de geschiedenis in ging als het “jaar zonder zomer”. Andere grote uitbarstingen waren die van: Laki (IJsland) in 1783 – 1784; een of meerdere onbekende vulkanen in 1808; Galunggung (Indonesië) in 1822; (vermoedelijk) Zavaritski (Koerilen, bij Rusland horende eilandengroep in de Stille Oceaan) in 1831; en Cosigüina (Nicaragua) in 1835. Het cumulatieve klimaateffect van zoveel grote uitbarstingen in een relatief korte tijd zou aanzienlijk groter en langduriger kunnen zijn dan de gevolgen van de uitbarstingen die we sindsdien hebben gezien, vooral op regionale schaal.

Lees verder →

Water beperkt vaker de fotosynthese tijdens de piek van het groeiseizoen

We hebben hier al vaker geschreven over hoe klimaatverandering en andere menselijke activiteiten plantengroei beïnvloeden. Planten kunnen sneller gaan groeien, omdat ze de CO₂ en de stikstofverbindingen die wij uitstoten kunnen gebruiken als voedingsstoffen. Maar dat effect kan deels teniet worden gedaan door andere factoren, zoals veranderende neerslagpatronen, extreme hitte of natuurbranden. En natuurlijk zijn er directe menselijke ingrepen, zoals ontbossing, irrigatie en bemesting van landbouwgrond, of uitputting van de bodem.

Er zijn verschillende manieren om zulke effecten te onderzoeken. Laboratoriumonderzoek kan iets zeggen over het effect van één enkele factor op specifieke plantensoorten, of misschien over de interactie tussen een beperkt aantal effecten. Zulke experimenten leveren kennis op over de mechanismes die een rol spelen in individuele planten, maar zijn niet zomaar te vertalen naar complexe ecosystemen. Omdat de interacties tussen een groot aantal soorten daar mede bepalen wat er gebeurt. Maar ecosystemen lenen zich weer niet goed voor experimenten, al is er zo hier en daar wel iets mogelijk. Veel kennis moet vooral komen door zo goed mogelijk in de gaten te houden wat er gebeurt op onze planeet, terwijl wij bezig zijn met de uitvoering van ons ‘grootschalig geofysisch experiment’.

Satellieten helpen om een beeld te krijgen van wereldwijde veranderingen in plantengroei. Vorige maand verscheen een artikel van een groep Chinese wetenschappers die satellietmetingen weer op een net wat andere manier gebruiken dan eerdere onderzoeken die ik heb gezien. Het levert geen grote nieuwe inzichten op, maar vanwege de (in elk geval voor mij) nieuwe invalshoek vind ik het toch interessant genoeg om er iets over te schrijven.

Lees verder →

Hogere steun voor klimaatbeleid door attributie van extreem weer, niet door blootstelling

Kan het toeschrijven van extreem weer aan klimaatverandering, of de blootstelling aan deze extremen, een indicator zijn voor steun voor klimaatbeleid? Dat is precies de vraag die een nieuwe studie in Nature Climate Change heeft onderzocht. Wat blijkt? De mate waarin men extreem weer aan klimaatverandering koppelt, is een voorspeller voor steun voor (meer) klimaatbeleid. Blootgesteld worden aan een weersextreem is dat echter niet altijd. Wachten op een grote ramp en hopen dat mensen dan massaal in actie komen, zo werkt het dus niet. Het opschroeven van klimaatgeletterdheid is juist wel belangrijk als we willen dat de steun voor klimaatbeleid toeneemt.

Grote steun voor klimaatbeleid

Vorig jaar schreef ik hier over een onderzoek dat liet zien dat we wennen aan warmer weer: het zogenaamde shifting baselines syndroom. Dat ging vooral over het feit dat we niet goed in staat zijn om de geleidelijke veranderingen in het gemiddelde weer door te hebben. Ik vroeg me toen ook af: hoe zit dat met extreem weer door klimaatverandering? Als we een ongekend weersextreem meemaken, zullen we dat niet gauw vergeten. Kan dat ook steun voor meer klimaatbeleid aanwakkeren? Lange tijd dacht ik dat we in Nederland misschien wel massaal in actie zouden komen voor een leefbaar klimaat als ons land een ongekende klimaatramp zou overkomen. Maar toen er na de ontwrichtende overstromingen in Limburg, België en Duitsland in 2021 – de op één na duurste natuurramp dat jaar – nog steeds geen grootschalig actieplan werd opgezet, begon ik me toch achter de oren te krabben.

Het meemaken van extreem weer lijkt wel het beschouwen van klimaatverandering als een risico te vergroten, maar onderzoek specifiek over de connectie met steun voor klimaatbeleid is schaars, en richt zich vaak op regio- of landniveau. De nieuwe studie biedt echter een grootschalig onderzoek over deze relatie op basis van een enquête onder meer dan 70.000 personen verspreid over 68 landen. Daarbij nemen ze bovendien een best relevante dimensie mee: de mate waarin mensen extreem weer aan klimaatverandering koppelen, wat ‘subjectieve attributie’ wordt genoemd. Relevant, want mensen die extreme weersomstandigheden toeschrijven aan klimaatverandering houden zich vaker bezig met klimaatactie, zo suggereren deze en deze studies.

De studie laat eerst zien dat een (grote) meerderheid van de mensen überhaupt (meer) klimaatbeleid steunt, zoals de figuur hieronder laat zien. Dat is in lijn met andere studies, onder meer de VN Peoples’ Climate Vote, waar ik eerder op de blog wel eens aandacht aan heb besteed. Dat is ondertussen misschien geen ‘nieuws’ meer, maar wel iets dat belangrijk is om te blijven herhalen. Vooral ook omdat er in de politiek en aan de talkshowtafels nog wel eens wordt beweerd dat er te weinig draagvlak zou zijn voor klimaatbeleid. Daarnaast onderschatten we systematisch de mate waarin andere mensen klimaatbeleid steunen. Het herhalen dát er grote steun is, is dus best belangrijk, zeker als we willen dat die steun tot daadwerkelijke acties en beleid leiden.

De steun voor klimaatbeleid is in de meeste landen vrij groot. Figuur van Cologna et al. (2025)
Lees verder →