Kan het toeschrijven van extreem weer aan klimaatverandering, of de blootstelling aan deze extremen, een indicator zijn voor steun voor klimaatbeleid? Dat is precies de vraag die een nieuwe studie in Nature Climate Change heeft onderzocht. Wat blijkt? De mate waarin men extreem weer aan klimaatverandering koppelt, is een voorspeller voor steun voor (meer) klimaatbeleid. Blootgesteld worden aan een weersextreem is dat echter niet altijd. Wachten op een grote ramp en hopen dat mensen dan massaal in actie komen, zo werkt het dus niet. Het opschroeven van klimaatgeletterdheid is juist wel belangrijk als we willen dat de steun voor klimaatbeleid toeneemt.
Grote steun voor klimaatbeleid
Vorig jaar schreef ik hier over een onderzoek dat liet zien dat we wennen aan warmer weer: het zogenaamde shifting baselines syndroom. Dat ging vooral over het feit dat we niet goed in staat zijn om de geleidelijke veranderingen in het gemiddelde weer door te hebben. Ik vroeg me toen ook af: hoe zit dat met extreem weer door klimaatverandering? Als we een ongekend weersextreem meemaken, zullen we dat niet gauw vergeten. Kan dat ook steun voor meer klimaatbeleid aanwakkeren? Lange tijd dacht ik dat we in Nederland misschien wel massaal in actie zouden komen voor een leefbaar klimaat als ons land een ongekende klimaatramp zou overkomen. Maar toen er na de ontwrichtende overstromingen in Limburg, België en Duitsland in 2021 – de op één na duurste natuurramp dat jaar – nog steeds geen grootschalig actieplan werd opgezet, begon ik me toch achter de oren te krabben.
Het meemaken van extreem weer lijkt wel het beschouwen van klimaatverandering als een risico te vergroten, maar onderzoek specifiek over de connectie met steun voor klimaatbeleid is schaars, en richt zich vaak op regio- of landniveau. De nieuwe studie biedt echter een grootschalig onderzoek over deze relatie op basis van een enquête onder meer dan 70.000 personen verspreid over 68 landen. Daarbij nemen ze bovendien een best relevante dimensie mee: de mate waarin mensen extreem weer aan klimaatverandering koppelen, wat ‘subjectieve attributie’ wordt genoemd. Relevant, want mensen die extreme weersomstandigheden toeschrijven aan klimaatverandering houden zich vaker bezig met klimaatactie, zo suggereren deze en deze studies.
De studie laat eerst zien dat een (grote) meerderheid van de mensen überhaupt (meer) klimaatbeleid steunt, zoals de figuur hieronder laat zien. Dat is in lijn met andere studies, onder meer de VN Peoples’ Climate Vote, waar ik eerder op de blog wel eens aandacht aan heb besteed. Dat is ondertussen misschien geen ‘nieuws’ meer, maar wel iets dat belangrijk is om te blijven herhalen. Vooral ook omdat er in de politiek en aan de talkshowtafels nog wel eens wordt beweerd dat er te weinig draagvlak zou zijn voor klimaatbeleid. Daarnaast onderschatten we systematisch de mate waarin andere mensen klimaatbeleid steunen. Het herhalen dát er grote steun is, is dus best belangrijk, zeker als we willen dat die steun tot daadwerkelijke acties en beleid leiden.

(Subjectieve) attributie een voorspeller van steun
De onderzoekers vroegen aan de deelnemers van het onderzoek in hoeverre ze dachten dat klimaatverandering de gevolgen van zeven verschillende extremen erger maakt, te weten droogtes, hittegolven, bosbranden, extreme regenval, overstromingen, winterstormen, en tropische cyclonen. Dat noemen ze subjectieve attributie. De resultaten (in de figuur hieronder) laten zien dat de meeste mensen er van overtuigd zijn dat klimaatverandering deze extremen verergert, wat wetenschappelijk gezien ook klopt.
Deze subjectieve attributie is dus wel ietsje anders gedefinieerd dan wat wetenschappers als attributie beschouwen: de mate waarin een individueel weersextreem verergerd is of waarschijnlijker is geworden is door klimaatverandering. De mate waarin iemand dénkt dat bosbranden – in het algemeen – verergerd worden door klimaatverandering is niet helemaal hetzelfde als de mate waarin een attributiestudie stelt dat een individuele bosbrand dat is. Daarbij denk ik wel dat deelnemers die geïnformeerd zijn over en zich dus bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door onderwijs of informatiecampagnes, een hogere attributie zullen toekennen. De auteurs stellen ook dat een hoger onderwijsniveau correleert met een hogere subjectieve attributie.

Een belangrijke bevinding is dat de erkenning dat klimaatverandering extreem weer beïnvloedt sterk correleert met steun voor klimaatbeleid, wat statistisch significant is voor alle types extreem weer die zijn meegenomen. Anders gezegd, subjectieve attributie blijkt een voorspeller te zijn voor steun aan klimaatbeleid. Causaliteit is helaas niet onderzocht: is steun voor klimaatbeleid hoger doordat men extreem weer aan klimaatverandering koppelt, of koppelt iemand extreem weer eerder aan klimaatverandering als zij sowieso meer weten over klimaatverandering en mede daarom positief staan tegenover meer klimaatbeleid…? Dat is moeilijk te zeggen.
Subjectieve attributie is bovendien vooral hoog in landen in Latijns Amerika. De auteurs leggen uit dat mensen in Latijns Amerika ook relatief vaker aangeven dat klimaatverandering hunzelf en hun toekomstige generaties schade zal toebrengen, en ook dat de overtuiging van menselijke klimaatverandering daar hoog is. Bovendien geeft een groot deel van de respondenten aan persoonlijke ervaringen met extreem weer te hebben.
Laat de zondvloed maar niet komen
Dat laatste zou kunnen suggereren dat blootstelling aan klimaatextremen misschien ook steun voor klimaatbeleid aanwakkert, maar zo simpel blijkt dat toch niet te zijn. De resultaten laten namelijk zien dat blootstelling aan extreem weer niet direct is gelinkt aan meer steun voor klimaatbeleid: voor vijf van de zeven types extreem weer is er geen significante correlatie gevonden. Specifiek voor mensen met een lage subjectieve attributie neemt steun voor klimaatbeleid echter wel iets toe, bij blootstelling aan droogte, overstromingen en bosbranden. Voor mensen met een hoge subjectieve attributie geldt dit niet, waarschijnlijk omdat steun voor beleid al relatief hoog is.
Voor extreme regenval is er een kleine negatieve relatie gevonden tussen blootstelling en steun voor beleid (statistisch significant). De auteurs geven daarvoor een mogelijke verklaring. Allereerst vinden ze dat de subjectieve attributie voor extreme regenval over het algemeen laag is. Dat betekent dus dat mensen extreme regenval meestal niet linken aan klimaatverandering. De link tussen klimaatverandering en hitte en droogte is misschien ook iets intuïtiever dan die met hevige regenval. Daarnaast laat een andere studie zien dat media-aandacht voor extreem weer meer focus legt op bijvoorbeeld bosbranden en stormen, en minder op extreme regenval. Dat kan betekenen dat landen die veel worden blootgesteld aan extreme regenval niet direct (meer) klimaatbeleid steunen, omdat men dat niet koppelt aan klimaatverandering. Ik ben echter niet helemaal overtuigd van die verklaring, want dat zou géén correlatie tussen blootstelling aan extreme regenval en steun voor klimaatbeleid impliceren, en niet een kleine negatieve correlatie.

Voor bosbranden vinden de onderzoekers juist een kleine positieve correlatie tussen blootstelling en steun voor klimaatbeleid. Die relatie blijkt al vaker te zijn gevonden, en is dus iets minder verrassend. Bosbranden leiden vaak tot grote en zichtbare schade, en zorgen ook voor gezondheidsproblemen door blootstelling aan rook. Een studie onder Australiërs concludeerde bijvoorbeeld dat bijna de helft van de mensen die direct bosbranden hebben meegemaakt meer persoonlijke klimaatacties ondernemen.
Een belangrijke kanttekening bij de resultaten over blootstelling is dat de data niet van dezelfde enquête komt, maar van een klimaatrisico-model (CLIMADA) gecombineerd met gegevens over de verdeling van de bevolking. De blootstelling-data is daarom dus vooral een maatstaf voor het meemaken van klimaatextremen op een breder bevolkingsniveau, en niet op een individueel niveau, terwijl de data van de enquête dat wel is. De onderzoekers concluderen wel dat de ontbrekende relatie tussen blootstelling en steun voor beleid een robuuste conclusie is, op basis van aanvullende analyses. Maar de resultaten kunnen dus geen uitsluitsel geven over de vraag of het meemaken van een klimaatextreem op een individueel niveau tot grotere steun voor klimaatbeleid kan leiden. Sommige studies suggereren dat die relatie op een individueel niveau wel bestaat, maar die richten zich vaak op een bepaald land of regio, en behandelen niet alle types extreem weer, wat algemene conclusies lastig maakt.
Klimaat-attributie-geletterdheid
De studie suggereert aan het einde dat het stimuleren van (subjectieve) attributie een manier kan zijn om steun voor klimaatbeleid te vergroten. Kán zijn, want de richting van die correlatie is dus niet onderzocht. Maar áls we er vanuit gaan dat het die kant op werkt, wekt het een boeiende vraag op: hoe zorgen we ervoor dat mensen extreem weer meer en beter aan klimaatverandering kunnen koppelen? Het vergroten van de klimaatgeletterdheid van attributie, dus.
Het uitlichten van daadwerkelijke attributiestudies spelen daarbij denk ik een belangrijke rol. CarbonBrief doet dat heel sterk. Ook een klimaatjournaal of persconferentie zoals we in de tijden van Covid zagen, zou kunnen helpen. Maar het lijkt mij ook een goed idee om in nieuwsberichten van extreme weersomstandigheden (de rol van) klimaatverandering te benoemen. Dat hoeft dan niet altijd door te stellen dat een individueel extreem door klimaatverandering komt (want dat is niet altijd zo), maar bijvoorbeeld door in alle berichten een disclaimer te plaatsen dat klimaatverandering in algemene zin extreem weer verergert, en per type (hitte, bosbranden, extreme regenval, …) uitleggen op welke manier dat dan werkt. Zo’n bericht hoef je maar één keer te schrijven en kan een redactie in principe herhalen in relevante nieuwsberichten. World Weather Attribution biedt ook een gids voor journalisten speciaal hiervoor. En in een liveblog van extreme hitte, zoals de afgelopen dagen, zo nu en dan herhalen. De crisis die klimaatverandering is, ervaren we ten slotte vooral door extreme omstandigheden, en niet via langzaam veranderende dertig-jarig gemiddelde temperaturen.
Bovendien denk ik dat er nog een andere motivatie bestaat om de klimaat-attributie-geletterdheid te vergroten. De afgelopen jaren duiken er steeds vaker complotten op over de oorzaak van extreem weer. Zo zouden verwijderde dammen de reden zijn voor overstromingen in Spanje en cloud seeding de oorzaak van extreme regenval in Dubai of recent in Texas (beide onwaar). Gecoördineerde campagnes worden ingezet om twijfel te zaaien over de oorzaak van extreem weer. Journalisten rapporteren wel snel over extreem weer, maar wachten nu vaak met de relatie met klimaatverandering benoemen totdat een fatsoenlijke attributiestudie is uitgevoerd. Dan hebben de social media algoritmes hun werk al gedaan, en is de gebeurtenis weer uit het nieuws. Een mythe is hardnekkig, en het ontkrachten is niet makkelijk. Beter is dus om mensen vooraf al te inoculeren of ‘vaccineren’ tegen deze misinformatie, bijvoorbeeld door in het nieuwsbericht over extreem weer direct de algemene link met klimaatverandering te leggen (zoals hierboven gesuggereerd), zodat de valse verklaring minder snel landt.
Niet alleen ons milieu en klimaat is vervuild, maar ook onze informatievoorziening, zoals deze opinie in de Volkskrant goed uitlegt. De klimaatvertragers zijn zeer effectief in leugens de wereld in helpen bij extreem weer. Mensen moeten daar weerbaar tegen zijn. Het verhogen van de subjectieve attributie kan daar bij helpen. En als dat tot extra steun voor klimaatbeleid kan leiden, vind ik dat alleen maar mooi meegenomen.


De echoput van het gelijk – waarom klimaatmobilisatie niets verandert binnen het groeiparadigma
Elke paar maanden zijn ze er weer: demonstraties voor het klimaat, rapporten over klimaatgeletterdheid, burgerpanels over energietransitie, mediacampagnes rond duurzaamheid. De klimaatbeweging is zichtbaar, georganiseerd, verbaal sterk. Toch verandert er weinig. De uitstoot stijgt. Grondstoffen raken verder uitgeput. Ecosystemen verdwijnen. Waarom? Omdat al die actie zich afspeelt binnen de contouren van een economisch groeiparadigma dat immuun is voor echte verandering.
De term “klimaatmobilisatie” is de afgelopen jaren een politiek modewoord geworden. Maar als we er werkelijk inhoud aan geven — als we mobilisatie definiëren als een collectieve gedrags-, beleids- en systeemverschuiving die de ecologische neergang afremt — dan moeten we vaststellen dat die mobilisatie feitelijk niet bestaat. Wat er wél bestaat is al dan niet een breed gedragen, maar uiteindelijk systeemcompatibel protest, dat zelden tot de kern doordringt.
Het zelf meemaken of cognitief begrijpen doet er zelfs helemaal niet toe… het verandert helemaal niets.
De centrale paradox is deze: de meeste klimaatmobilisatie speelt zich af binnen de regels van het systeem dat ze probeert te hervormen. Zelfs de meest activistische campagnes richten zich doorgaans op vergroening, innovatie, bewustwording of gedragsverandering — zonder het groeidoel zelf ter discussie te stellen.
Dát is het probleem. Want zolang economische groei het onbetwiste hoofddoel blijft van overheidsbeleid, bedrijfsleven en internationale samenwerking, zullen alle klimaatmaatregelen ondergeschikt blijven aan dat doel.. De economie moet blijven draaien — alleen liefst iets groener.
Zo ontstaat een selectieve mobilisatie: muren en dal isoleren mag, maar consuminderen zeker niet. Elektrische auto’s worden gesubsidieerd, maar structurele mobiliteitsbeperking wordt taboe. Waterstof wordt toegejuicht, terwijl het sluiten van energieverslindende sectoren onbespreekbaar blijft. Mobilisatie als ritueel
Deze dynamiek maakt van mobilisatie een soort ritueel. We mogen protesteren, rapporteren, participeren — mits het netjes blijft. De sociale energie die naar protest gaat, functioneert in feite als een drukventiel. Het stelt mensen in staat zich betrokken te voelen, zonder dat het werkelijk ongemak veroorzaakt voor het systeem waarin ze leven en werken.
Bovendien wordt de activistische retoriek door beleidsmakers vaak gecoöpteerd: termen als “klimaattransitie”, “groene groei” en “circulaire economie” zijn inmiddels standaardtaal in overheidsnota’s en bedrijfsstrategieën. Daarmee worden kritische geluiden geneutraliseerd: het systeem zegt tegen de activist “we zijn het met je eens” — en gaat vervolgens door zoals altijd.
Zelfs activisten of ‘klimaatplatforms’ ontkomen niet aan het model
Een ander aspect van deze impasse is dat zelfs activisten diep ingebed zijn in het systeem dat ze bevragen. Ze hebben studieschuld, een OV-kaart, een telefoon, toegang tot sociale media. Ze leven van freelancewerk of NGO-banen die gesubsidieerd worden door overheden die ze bekritiseren.
Echte mobilisatie vraagt om keuzes die botsen met het dagelijkse leven. Niet alleen symbolisch, maar praktisch: geen vliegreizen, geen Amazon, geen datagebruik dat via kolencentrales draait. Dat is op individueel niveau nauwelijks vol te houden — laat staan op collectieve schaal.
Wie werkelijk probeert ‘klimaatcoherent’ te leven, wordt geen held, maar een randfiguur. Niet navolgbaar, maar verdacht of vermoeiend. Daarmee verdwijnt het idee van systeemverandering.
Wat echte mobilisatie zou betekenen
Wat dan wél? Wat zou effectieve mobilisatie betekenen als we het serieus nemen? Dan hebben we het niet over vergroenen, maar over afschalen. Niet over technische innovatie, maar over sociale reorganisatie. Geen groene groei, maar postgroei. Concreet:
Zo’n programma zou niet alleen klimaateffectief zijn, maar ook sociaal en economisch destabiliserend. En daar ligt de crux: het systeem duldt geen oplossingen die het zelf ontmantelen.
Zodra mobilisatie écht raakt aan de infrastructuur van groei, stuiten we op politieke blokkades, economische paniek en sociale weerstand. En dus worden die maatregelen uitgesteld, verwaterd, of ondergebracht in langetermijnvisies die het heden ongemoeid laten.
De echo als uitkomst
En zo blijven we spreken. In beleidskamers, op straat, in de krant. De klimaatbeweging klinkt luider dan ooit — maar zelden verder dan haar eigen muren. Elke oproep tot transitie weerkaatst als een echo in de groeiput waar we collectief in zijn afgedaald.
Inzicht zonder systeemverandering is machteloos. En activisme zonder economische subversie blijft decoratie. Zolang we de groeistrategie als uitgangspunt blijven hanteren, zal klimaatmobilisatie beperkt blijven tot een gestileerd ritueel van goedbedoelde inertie.
Net zoals dit artikel, veel pseudo-psychologie en ‘mobilisatie inzichten’ als lege op elkaar gestapelde containers
LikeLike
Ben het grotendeels met je eens maar kijk ook naar de keerzijde: systeemverandering zonder activisme gaat niet lukken. En vooral: systeemverandering is niet te plannen maar wordt afgedwongen door de pathologische c.q. desastreuze gevolgen van de status quo. Ik ben hard core Darwinist ook mbt menselijke bedrijvigheid: aanpassing maakt de dienst uit, niet planning.
LikeLike
Even ter verduidelijking: ben jij de Gerad D’Olivat van climate gate.nl?
LikeGeliked door 1 persoon
Dit betoog van Gerard d’Olivat is een klassiek voorbeeld van ‘concern trolling‘. 😀
Deze tactiek bestaat eruit om éérst mee te praten met de opponent om vervolgens te betogen dat alles zo verschrikkelijk is, dat er geen enkele kans op verbetering of verandering bestaat. Daarmee is het veronderstelde ‘activisme’ van de opponent dan kansloos én zinloos: de opponent kan maar beter alle activiteiten staken, zwijgen en zijn/haar weblog van het Internet verwijderen.
Op zijn favoriete klimaatontkenners-webstek Climategate put Gerard Van Het Olievat zich al sinds 2018 uit in: “Bouw toch gewoon gas- en steenkolencentrales ….”
Dat blog staat namelijk al jarenlang vol met de klimaatsceptische uitingen van deze Gerard. Grappig genoeg zijn er dan hier weer reageerders die er nog intuinen ook en blijkbaar gespeend zijn van enige skepsis (!) t.a.v. de beweegredenen van meneer d’Olivat.
LikeLike
Bob,
de enige reageerder op de opmerkingen van Gerard d’Olivat over activisme ben ik. Die opmerkingen zijn inhoudelijk m.i. relevant maar laten de keerzijde niet zien en daar heb ik expliciet op gewezen. Dat is niet ‘grappig’ (jouw kwalificatie) beste Bob, dat is kritiek mijnerzijds. Als je het met mijn kritiek niet eens bent ben je (en anderen) welkom om er iets over te zeggen maar het wegwuiven als ‘grappig’ is brutaliteit die ik niet pik. Waarvan acte. Dit gaat niet over d’Olivat.
LikeLike
Arthur,
wat me opvalt in je bespreking van de studie is dat met name in Latijns Amerika de ‘subjectieve attributie’ statistisch piekt. De respondenten in die regio geven aan persoonlijke ervaring te hebben met schade tgv metereologische extremen. Ik vraag me af of die statistsche piek een gevolg is van frequentie van extremen of aan gebrek aan (beleidsmatig) aanpassingsvermogen?
Het andere ding dat opvalt is dat bewoners van het enome continent Afrika in de studie nagenoeg ontbreken vanwege ‘no data available’ (zie de figuur die je hebt bijgevoegd). Geen idee wat de reden is van dat methodologische gebrek/tekort maar het lijkt me wel relevant om te begrijpen waarom emigratie vanuit Afrika naar elders zo’n enorme vlucht heeft genomen afgelopen decennium.
LikeLike
P.s. het is ondoenlijk om Afrikaanse emigranten voor een enquete te recruteren maar het zou me niet verbazen als ‘subjectieve attributie’ in die bevolkinsgroep statistisch sterk corelleert met ervaren schade van extremen. Die mensen stemmen met de voeten en niet zoals jij en met klimatologische geletterdheid.
LikeLike
Goff,
Bedenk wel dat mensen die ten gevolge van extremen migreren meestal niet naar een ander continent verhuizen. Het overgrote deel blijft in eigen land, of de eigen regio. Zeker de meest kwetsbaren kunnen zich niet meer veroorloven. Ik denk daarom niet dat je veel immigranten in Europa aan zult treffen die extreem weer of klimaatverandering als reden voor hun migratie zullen geven. Wat ook weer niet hoeft te betekenen dat het helemaal niet meespeelt, overigens.
LikeLike
Geachte mijnheer Brand.. vervelend dat ook u het niet kunt laten om mijn achternaam ‘te parafraseren’
Als ik uw reactie goed begrijp aslet u: wie stelt dat klimaatbeleid binnen het groeimodel zichzelf ondermijnt, bedrijft ‘concern trolling’?
Dan is vrijwel iedere ecosysteemwetenschapper, postgrowth-denker of degrowth-econoom in hetzelfde kamp beland.
Ik weet niet of dat iets zegt over hen, of over het publieke debat en uw platform.
Mijn stuk stelt niet dat activisme zinloos is — maar dat het ineffectief blijft zolang het niet botst met de economische logica van groei.
En wat Climategate betreft: daar laat ik inderdaad geregeld kritische analyses achter. Soms ironisch, soms inhoudelijk. Net als hier.
Mijn vraag aan jou is dan eenvoudig:
Welke concrete structurele klimaatmaatregelen zie jij momenteel wél effectief uitgevoerd worden, die buiten het groeimodel treden en een daadwerkelijke systeemverschuiving in gang zetten?
Ik hoor het graag.
LikeLike
Bob,
bedankt voor de reactie. Die was een beetje ‘kris-kras’ met die van goff en mij.
Weer iets nieuws opgepikt: concern trolling. Omdat die reacties ‘concerned’ lijken, is er meestal wel relevantie in. Dat is de ‘instinker’?
LikeLike
Hans,
je zegt: “Bedenk wel dat mensen die ten gevolge van extremen migreren meestal niet naar een ander continent verhuizen. … Ik denk daarom niet dat je veel immigranten in Europa aan zult treffen die extreem weer of klimaatverandering als reden voor hun migratie zullen geven. Wat ook weer niet hoeft te betekenen dat het helemaal niet meespeelt, overigens.
Zou je dat “meespelen” niet in de basis gewoon trendmatig en statistisch kunnen bekijken? Ten gevolge van extreem weer en klimaatverandering nemen conflicten, migratie en ontheemding toe, en dus is het niet onlogisch dat migratie naar Europa naar verhouding toeneemt.
Dat betekent wat voor de toekomst, aangezien we nu nog maar in het voorspel van de klimaatverandering zitten + dat de bevolkingsgroei in Afrika nog steeds stevig toeneemt met daarbovenop een enorme verstedelijking. Die steden groeien chaotisch en zijn super kwetsbaar.
LikeLike
Nee Frank, er is hier geen ‘instinker’. Lees gewoon het wikki lemma ‘concern trolling’ dat Bob opgaf en vooral de paragraaf ‘caveat lector’ daarin (letterlijk vertaald: ‘let goed op lezer’). Voor correspondentie over relevante reacties op het blogstuk zijn de antecedenten van een reageerder niet relevant tenzij het aantoonbaar af nauseam herhaalde nonsense is. En dat is hier niet het geval.
LikeLike
Jaap,
Het is niet onlogisch, maar ook niet aantoonbaar. We weten dus niet in welke mate het meespeelt.
LikeLike
Beste meneer d’Olivat.
“Als ik uw reactie goed begrijp aslet u: wie stelt dat klimaatbeleid binnen het groeimodel zichzelf ondermijnt, bedrijft ‘concern trolling’?“
Nee, u begrijpt het niet goed. Het is concern trolling omdat u in uw blogstukken aangeeft zich juist géén zorgen te maken over de huidige klimaatverandering. Uw stukken staan op climategate, waar men überhaupt ontkent dat fossiele brandstoffen de (voornaamste) oorzaak zijn van die klimaatverandering.
Waarom zou je je dan zorgen maken (de concerns van ‘concern trolling’) over een “groeimodel”?
Die groei kán dan immers geen oorzaak zijn van de klimaat-verandering? Iets waar u zich überhaupt al geen zorgen over wenst te maken?
Verder pleit u daar voortdurend voor een terugkeer naar het energiebeleid van de jaren ’50 en ’60, de periode toen het groeimodel nou juist dé reden was voor de bouw van meer kolen- en gascentrales. Met grote weemoed schrijft u over de ‘arme kolenboer’ in Frankrijk. U zou zijn nering graag weer in ere hersteld zien evenals uitbreiding, in plaats van beperking, van het aantal gas- en steenkolencentrales. Uitbreiding is een ander woord voor ‘groei’, het groeimodel waar u hier plotseling zo op tegen bent:
Mijn vraag aan u: indien de huidige klimaatverandering NIET iets is waar men ernstige ‘concerns’ over dient te hebben, en indien deze klimaatverandering NIET veroorzaakt wordt door fossiele brandstoffen… waarom dan bezwaren tegen “het groeimodel”?
LikeLike
Oh, en over deze vraag van Gerard d’Olivat:
De transformatie van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening naar hernieuwbaar, energiebesparing en elektrificatie hebben NU AL effectief geleid tot een aanzienlijke daling van onze CO₂-emissies, zowel absoluut als per capita.
In 2023 was de NL broeikasgasuitstoot 36 procent lager dan in 1990, terwijl sinds 1990 zowel de bevolkingsomvang als het Bruto Nationaal Product sterk gegroeid zijn. PBL 2024:
Dit terwijl we nog maar NET begonnen zijn met de klimaatmaatregelen. Ook op EU-niveau dalen de CO₂-emissies nu al structureel: 37% lager in 2023 t.o.v. 1990.
Dit geldt nog nadrukkelijker indien je naar de CO₂-emissies per capita kijkt, vanwege de gelijktijdige toename van het aantal inwoners in NL en in de EU27. Hier de EDGAR database met een afname van 11,61 ton CO₂-eq per Europese burger in 1990 naar nu 7,26 ton:
Sinds 1990 zijn de CO₂ emissies in NL en de EU27 met 36% á 37% gedaald, terwijl het Bruto Nationaal Product is gegroeid met 68%. Waar deze structurele klimaatmaatregelen genomen zijn, zijn die blijkbaar wel effectief en tegelijkertijd is er aanzienlijke economische groei.
Is dit dan NU AL genoeg om het doel van het Akkoord van Parijs te behalen, de “well below +2 °C”? Nee, nu nog niet.
Echter, ook het beperken van de mondiaal gemiddelde temperatuurstijging tot bijvoorbeeld 2,7 °C in plaats van de 4 of 5 of meer graden in het geval van géén klimaatmaatregelen, is van belang.
LikeLike
Geachte heer Brand
Dank voor je reactie. De daling van de territoriale CO₂-uitstoot in Nederland en de EU is zonder twijfel meetbaar, maar het is belangrijk om daar enkele structurele kanttekeningen bij te plaatsen die zelden onderdeel zijn van het publieke discours: 1. Lokale emissiereductie ≠ globale impact.
De daling van CO₂-emissies in Nederland of de EU is grotendeels gebaseerd op territoriale metingen (EDGAR, PBL, CBS). Deze houden echter géén rekening met geïmporteerde emissies via goederen, voedsel en industriële componenten.
De-industrialisering, het sluiten van zware industrie en het uitbesteden van productieketens aan lagelonenlanden verplaatst emissies, maar vermindert ze niet wereldwijd.
De zogenaamde ‘klimaatsuccessen’ zijn dus deels het gevolg van wat we niet meer zelf maken — niet van wat we fundamenteel veranderd hebben in ons energieverbruik.
De emissiebalans op consumptiebasis laat een ander beeld zien
Volgens meerdere studies (o.a. OECD, Global Carbon Project) zijn de geconsumeerde emissies per capita in Nederland en de EU amper gedaald, en in sommige gevallen zelfs gestegen.
Vooral door import van staal, cement, kleding, elektronica, luchtvaart en datacenters en de energie-intensieve ketens die achter ‘duurzame’ technologie schuilgaan (zonnepanelen, EV’s, batterijen).
Economische groei en emissiereductie: schijn van ontkoppeling
Dat het BBP groeide terwijl de lokale emissies daalden, wordt vaak gepresenteerd als bewijs van ‘groene groei’. Maar zonder het fossiele fundament van mondiale toeleveringsketens, goedkope importenergie en digitale infrastructuren zou die groei niet houdbaar zijn.
Het EROEI-niveau van hernieuwbare energie is substantieel lager, en veel ‘besparingen’ zijn boekhoudkundig (zoals bij biomassacentrales of certificatenhandel). Tot slot:
De vraag is dus niet alleen: hoeveel CO₂ stoten we lokaal minder uit?
Maar vooral: Wat is het werkelijke globale effect van ons beleid als we de emissies, energieverliezen en ecologische kosten van uitbesteed werk, grondstofwinning en logistiek meerekenen?
Zolang we blijven rekenen met nationale cijfers in een geglobaliseerde economie, houden we onszelf én elkaar voor de gek.
En dan nog iets over de kosten per vermeden ton CO₂…
Volgens recente studies van onder andere het PBL, de Europese Rekenkamer en de OECD variëren de publieke kosten per vermeden ton CO₂ in de EU tussen de €250 en €800 per ton, afhankelijk van de maatregel (wind op zee, warmtepompen, elektrische auto’s, CCS-projecten, etc.).
Ter vergelijking: de EU ETS-marktprijs voor CO₂ schommelde de afgelopen maanden rond de €65 per ton.
De maatschappelijke ‘schadekostprijs’ van CO₂ (de zogeheten social cost of carbon) ligt wereldwijd rond de €80 à €100 per ton.
Dit betekent dat we in veel gevallen vijf tot tien keer meer uitgeven aan reductiemaatregelen dan de theoretische baten rechtvaardigen — zonder dat die reductie per definitie globaal is.
Kortom: we reduceren CO₂ tegen een prijs die het systeem zelf economisch en sociaal ondergraaft — zonder reëel zicht op structureel mondiaal effect
LikeLike
Beste meneer d’Olivat,
U schrijft: “Deze houden echter géén rekening met geïmporteerde emissies via goederen, voedsel en industriële componenten.“
Er wordt wel degelijk rekening gehouden met de geïmporteerde emissies. De EU rapporteert deze afzonderlijk en ook deze emissies nemen af – hoewel niet zo snel als de emissies die binnen de EU plaatsvinden.
In 2022 bedroeg de totale EU ‘GHG footprint’, dus inclusief de geïmporteerde emissies, 4.8 Gton CO₂-equivalent. Hiervan was 32% door geïmporteerde emissies en de resterende 3.6 Gton door emissies binnen de EU. Overigens, van deze 3.6 Gton was dan weer 0.7 Gton voor de export en consumptie buiten de Europese Unie.
Zowel de geïmporteerde emissies (in de consumption perspective, de totale footprint) als de in de EU geproduceerde emissies dalen:
En let wel: deze emissies dalen, terwijl zowel het aantal inwoners als het BNP van de EU stijgen. Uw vraag was echter een heel andere, ik citeer: “Welke concrete structurele klimaatmaatregelen zie jij momenteel wél effectief uitgevoerd worden, …”
Welnu, de structurele klimaatmaatregelen hebben vooral betrekking op de emissies binnen de EU. Deze maatregelen zijn klaarblijkelijk effectief: de emissies zijn 36% gedaald sinds 1990.
Dat maatregelen de emissies HIER doen dalen, ligt nogal voor de hand. Onze overheid heeft immers geen directe zeggenschap over maatregelen in China, ZO-Azië etc.? Wel is er alle reden om te pleiten voor overeenkomstige maatregelen dáár. En dat gebeurt dan ook.
LikeLike
Geachte heer Brand
Ik zal u uitleggen waarom ik het nooit over CO2 heb. Uw platform wel, dat is duidelijk!!!.
Het CO₂-dilemma als afleidingsmanoeuvre
In de iconische modellen van de Club van Rome — Limits to Growth (1972) — was klimaatverandering géén centraal thema. Niet omdat men blind was voor milieu-impact, maar omdat de werkelijke variabelen van systeemstress elders lagen: bevolkingsgroei, industrialisering, uitputting van grondstoffen, voedselproductie, en ecologische grenswaarden.
De klimaatvariabele — en dan vooral in de vorm van CO₂ — is pas later toegevoegd aan het mondiale angstregister. En wat begon als terechte bezorgdheid is inmiddels geëvolueerd tot een monothematisch afleidingsmechanisme.
Een soort morele spreadsheet waarin het reduceren van emissies als doel op zich geldt, terwijl de onderliggende crisis structureel wordt genegeerd.
We zijn gaan denken dat als we de temperatuurcurve kunnen afvlakken, de planeet gered is.
Maar de werkelijke uitdaging is: leven met 8 miljard mensen op een eindige planeet.
De CO₂-fixatie fungeert intussen als dekmantel voor een nieuwe industriële revolutie, met onstilbare honger naar zeldzame aardmetalen (Neodymium, Dysprosium, Lithium), een explosieve groei van kopermijnen, kobaltdelft, lithiumzoutmeren en siliciumverbranding, en een markteconomie die zichzelf presenteert als reddingsboei, maar in werkelijkheid de extractielogica verdiept.
De energietransitie is zo geen rem op het systeem, maar een verheviging van het onderliggende patroon.
Het CO₂-narratief is niet de oplossing — het is een maskerade geworden. Met de uitgangspunten van Parijs als perfecte goocheltruc
Een theatrale strijd tegen een symptoom, terwijl de fundamentele dynamiek van overshoot, uitputting en onleefbare groei ongestoord doorgaat.
Ironisch genoeg in naam van ‘duurzaamheid’ met als boodschap ‘we gaan de wereld redden’
Uw platform is daar een mooi voorbeeld van.
Dan begrijpt u misschien waarom ik het nooit over CO2 heb op geen enkel platform trouwens… Daar zult u mij niet op kunnen betrappen.
U lijkt me een intelligente man. Eerlijk gezegd begrijp ik niet dat iemand zoals u — die moeiteloos strooit met termen als concern trolling en zichzelf positioneert als scherp waarnemer van het debat — zich niet bewust is van wat ik zou willen noemen: het dissociatieve CO₂-narratief.
Een narratief waarin een enkel molecuul, een enkele emissiegrafiek, een enkele temperatuurdoelstelling, wordt losgetrokken uit de context van ecologische overshoot, economische expansielogica en mondiale uitputting — en vervolgens wordt uitgeroepen tot dé maatstaf van morele ernst.
Maar dit is geen systeemkritiek. Het is boekhoudkundige apocalyptiek.
Een verzonken debat in ppm, scenario’s en klimaattriggers —
terwijl de onderliggende ordening van het leven op aarde blijft draaien op uitputting, extractie en sociale desintegratie.
Dat u dat niet ziet, of niet wílt zien, vind ik teleurstellend — en symptomatisch voor een bredere intellectuele verstarring binnen het klimaatdebat.
Waar kritische vragen worden verdacht gemaakt, afwijkende inzichten gereduceerd tot strategie, en morele superioriteit wordt ontleend aan spreadsheets met “well below 2°C” in de titel.
Ik wens u alsnog helderheid toe. Niet in CO₂, maar in wereldbeeld.
LikeLike
Beste meneer Brand,
U blijft veiligheidshalve schaken op het welles–nietesbord van emissiecijfers, met een brandbrief aan Xi Jinping in uw ‘uitgaande postvak’ — voor een potje emissieschaak op afstand.
Maar u gaat opnieuw voorbij aan de kernvraag:
Wat kosten deze reducties eigenlijk — per vermeden ton CO₂ — en hoe verhoudt dat zich tot maatschappelijke draagkracht en systeemimpact?
De vraag is niet óf emissies dalen, maar: tegen welke prijs.
Er bestaan effectievere en goedkopere methodes dan dit zorgvuldig opgetuigde transitie-fata-morgana-circus.
Zonder kostenanalyse blijft het klimaatbeleid vooral een boekhoudkundige prestatie — losgezongen van sociale realiteit en draagvlak.
U kunt mij verrassen met een maatschappelijk haalbare rekenuitkomst.
Met vriendelijke groet,
Gerard d’Olivat
LikeLike
Beste meneer d’Olivat,
Uw bovenstaande reacties, doorspekt met uitroeptekens, geven blijk van een complottheorie.
Een complot waar de hedendaagse klimaatwetenschap dan bedacht zou zijn om de “economische expansielogica en mondiale uitputting” te verdonkeremanen en af te leiden van uw stelling dat: “de onderliggende ordening van het leven op aarde blijft draaien op uitputting, extractie en sociale desintegratie“.
De Club van Rome schreef in 1972 haar rapport op basis van de toen bekende, nog beperkte kennis. Ook in ‘Grenzen aan de Groei’ werd er echter al gewezen op de gevolgen van een voortgaand en groeiend gebruik van fossiele brandstoffen, gevolgen zoals klimaatverandering! Hier volgt een direct citaat van de Club van Rome uit ‘Limits to Growth’, 1972:
Dit staat 100% haaks op uw beweringen en vooral op de hartewens in uw blogstuk, hier:
De wijze waarop u zich beroept op ‘Limits to Growth’ (1972) klopt van geen kant. Ook dáár, op basis van de toen nog beperkte kennis, werd er al gewezen op de kimatologische effecten van het gebruik van “fossil fuels”. Sterker nog: de Club van Rome haalt juist de “nuclear power” aan die u zo nadrukkelijk probeert af te serveren, ten gunste van “Bouw toch gewoon gas- en steenkolencentrales“. 😀
LikeLike
Beste meneer Brand,
U drukt mij in een hoek die nergens over gaat. ‘Complotten’ als de nieuwe variant van ‘Godwin’ Nou dan weet je het wel.
Ik stel slechts één vraag: wat kost het klimaat reddend systeem dat u voorstaat, per vermeden ton CO₂? En: wat zijn de materiële, geopolitieke en sociale gevolgen van dat systeem bij wereldwijde opschaling?
Volgens mijn berekeningen leidt dit tot een systeemcrisis en een grondstoffenwedloop zonder precedent. Een oplossing bovendien die het probleem slechts verplaatst — naar andere continenten, naar andere tijdlijnen, en naar andere bevolkingsgroepen.
De vraag blijft: waar is uw kostenplaatje?
En als u nog twijfelt aan de ernst van het onderliggende extractieprobleem, raad ik u het werk van Guillaume Pitron aan. La guerre des métaux rares.
Dat boek zou u niet moeten citeren, maar begrijpen.
Dat u niet met een kostenplaatje komt is…. tja hoe zal ik het zeggen… ‘teleurstellend’.
Het is alsof u moderne versie van een handelsreiziger in stofzuigers bent die maar niet de prijs wil noemen.
Met vriendelijke groet,
Gerard d’Olivat
LikeLike
Beste meneer d’Olivat,
Nee, u stelt niet “slechts één vraag”. U stelde mij eerst een heel andere vraag, namelijk:
Deze vraag heb ik al uitgebreid beantwoord met harde cijfers, met statistieken en bronvermeldingen. De klimaatmaatregelen zijn aantoonbaar effectief door de dalende emissies binnen de EU, het domein waar het beleid directe invloed op uit kan oefenen. Eveneens daalt de totale ‘footprint‘ gebaseerd op consumptie – mét inbegrip van de geïmporteerde emissies!
U doet aan verschuivende doelpalen want dan volgt er een lang betoog met een complottheorie: “de klimaatvariabele als … afleidingsmechanisme“, en als “afleidingsmanoeuvre“. Dat zijn uw eigen woorden.
Vervolgens beweert u het e.e.a. over de Club van Rome (1972) dat niet strookt met de werkelijkheid. Ik heb er al op gewezen wat de Club van Rome toentertijd in werkelijkheid schreef, en hoe dit haaks staat op uw wens: “Bouw toch gewoon gas- en steenkolencentrales“.
En dan volgen er plotseling weer andere vragen, ik citeer:
En nog vóór u antwoord krijgt verandert dat vervolgens in opnieuw een andere vraag, met allerlei aannames over wat ik allemaal ‘voor zou staan’: 🙂 “… wat kost het klimaat reddend systeem dat u voorstaat, per vermeden ton CO₂? En: wat zijn de materiële, geopolitieke en sociale gevolgen van dat systeem bij wereldwijde opschaling?“
Ik sta helemaal niks voor, behalve dan om de werkelijkheid onder ogen te zien: (i) dat de fossiele brandstoffen de huidige klimaatverandering veroorzaken; (ii) dat de klimaatmaatregelen nu al resulteren in 36% á 37% minder emissies in de EU. Dit terwijl de economie over diezelfde periode met 68% gegroeid is.
Blijkbaar zijn de maatregelen wél effectief. En wat de “maatschappelijke draagkracht” betreft: de welvaart in de EU is in die periode met 68% (BNP) gegroeid. Of misschien meer relevant: het gemiddeld besteedbaar inkomen, inflatie-gecorrigeerd, is in de EU-landen bijna verdubbeld:
LikeLike
Beste Mijnheer Brand
Ik beëindig deze inmiddels zinloze discussie, waarin u zich telkens herhaalt.
Wat voor mij wél leerzaam is geweest, is het beter inzicht in het spreadsheetdoolhof en de administratieve Pyrrhusoverwinningen waarin de CO₂-klimaatdiscussie in Nederland/EU is beland.
Dat u werkelijk geen zinnig woord over de kosten van het beleid uit uw mouw weet te schudden, is verontrustend — en politiek en beleidsmatig verlammend.
Met vriendelijke dank voor uw tijd en inzet,
LikeLike
Beste Mijnheer d’Olivat,
Ik heb u al eerder voorzien van wat cijfers over de kosten van het beleid. U vraagt mij hierboven immers naar de “maatschappelijke draagkracht”? Dan is een toename van het netto besteedbaar inkomen over diezelfde periode, wel van belang.
Nu vraagt u naar de kosten en dan maakt u bezwaar tegen een “spreadsheetdoolhof”? Nou, zonder enig rekenwerk met onder meer spreadsheets, zijn de door u zo hevig verlangde kostengegevens toch écht niet te berekenen… 😀
Het Rapport IBO kostenefficiëntie bevat vele zinnige woorden over de kosten, ook al is dit uit 2016 en zijn vele technieken inmiddels goedkoper of soms duurder geworden. Hieronder de kosteneffectiviteit, de vermeden uitstoot vs. nationale kosten van verschillende klimaatmaatregelen (bladzijde 9):
Enkele van deze maatregelen leveren zelfs een nationale kostenbesparing op, zoals een EU-norm m.b.t. de uitstoot van personenauto’s. Deze maatregel kost geen drol maar reduceert wel de zorg- en gezondheidskosten beduidend, onder meer door afname van de roet-uitstoot.
Het IBO rapport kijkt uitgebreid naar het effect van uiteenlopende kostendefinities, wel of geen EU-brede maatregelen en het effect op EU-ETS etc. In tabel 5.1 staan in de 2de kolom de kosten binnen het ETS in €/ton t/m 2030:
SDE+-regeling wind op zee : 65 €/ton
Wind op land: 20 €/ton
Grootschalig zon-pv: 89 €/ton
SDE+-regeling biomassa-meestook: 18 €/ton
Leest u gewoon zelf verder vanaf bladzijde 42. De kostenplaatjes worden op de navolgende bladzijden in detail behandeld..Tabel 5.2 geeft de kosten van maatregelen BUITEN de ETS-sectoren. Sommige daarvan leveren juist een kostenbesparing op, zoals blijkt uit de negatieve getallen:
Met vriendelijke groet,
Bob Brand
LikeLike
In 2024 is een ander PBL rapport verschenen, dat héél specifiek gaat over het effect van het eventueel verder verhogen van het tarief van de nationale CO2-heffing voor de industrie:
ANALYSE TARIEF CO2-HEFFING INDUSTRIE
Een dergelijke verhoging werd overwogen door het kabinet Rutte iv. Lees s.v.p. de samenvatting vanaf bladzijde 4 en de inleiding vanaf bladzijde 7.
Het gaat daar over verschillende opties voor het verhogen van het tarief van de CO2-heffing, specifiek voor de industrie, bovenop de EU-ETS beprijzing per ton CO₂-equivalent. Er is berekend wat de verschillende heffingstarieven, binnen die sector, dan nog aan additionele uitstootreductie op zouden kunnen leveren:
Dit is echter iets heel anders dan ‘de’ kosten per bespaarde ton aan CO₂ uitstoot.
LikeLike
De kosten van niets of te weinig doen zullen uiteindelijk oneindig veel hoger uitvallen dan wanneer we nu maatregelen nemen. Wat zijn bijvoorbeeld de kosten van een ingestorte beschaving? Het gaat ook om veel meer dan geld.
Daartegenover, “Hogere steun voor klimaatbeleid” en indicatoren daarvoor: Hoe hoog is die steun wanneer mensen (het gevoel hebben dat) hun kortetermijn bestaanszekerheid er door onder druk komt te staan, bijvoorbeeld wanneer ze opdraaien voor de tekorten van de overheid omdat het geld gestoken is in de kortetermijnveiligheid, lees defensie.
Welk gedrag vertonen ze dan daadwerkelijk – ten opzichte van hun eerdere antwoorden tijdens een enquête? Wat doen ze dan in het stemhokje? Is “Klimaat-attributie-geletterdheid” dan nog wel een betrouwbare indicator?Korte-termijn-veiligheid en korte-termijn-bestaanszekerheid, kan dat samengaan met de langetermijn-versies van beide?
LikeLike
Ook ik ben mijnheer Olivat regelmatig tegengekomen op climategate, tot het moment dat ik daar geweerd ben (ik heb het jaren niet kunnen lezen, nu kan ik het wel wel lezen zie ik, maar na dit staaltje van mijnheer Olivat heb ik daar geen zin meer in).
Want hij verstaat de kunst om wel een aantal pijnpunten goed te verwoorden, om het daarna te verpakken in een retoriek die je, na lezing, met geen mogelijkheid kunt reproduceren.
Ik blijf het gezelschap waarderen van mensen als Bob Brand die een onwaarschijnlijke diverse hoeveelheid cijfers op een rij weten te krijgen om conclusies op te baseren.
Elke poging tot paradigma verandering moet wel parasiteren op het bestaande paradigma om van de grond te komen. Zo zie ik de energietransitie ook. Zo zijn alle energietransities gegaan.
Ik geloof ook dat met een 100% succesvolle energietransitie we nog zeker niet uit de problemen zijn. De klassieke club-van-Rome-problemen hangen nog steeds in de lucht.
Maar dat is geen reden om die energietransitie niet aan te pakken. We hebben geen asbest remvoeringen meer, geen lood meer in de benzine, en geen CFK uitstoot meer. Stuk voor stuk gevechten die meerdere decennia hebben gekost. Ben heel blij dat dat allemaal gelukt is.
En natuurlijk hoop ik ook op een toekomst zonder uitbuiting, oorlog, ziekte en rampen. Aan doelen geen gebrek. De kunst is om de doelen die binnen bereik liggen, ook echt te halen!
LikeLike
Klein nabrandertje: op climategate valt mijn oog weer op, jawel hoor, een kop als dit: “Roy Spencer: temperatuurdaling zet door”.
Ze hebben dus in een paar decennia niets, maar dan ook helemaal niets erbij geleerd.
De wind waait anders uit Amerika, en de ontkenningstemperatuur van de sceptici is meteen een paar graden gestegen.
Crackpots!
LikeLike
Jaap,
het gaat hier om enquetes die verbale opinies van respondenten in kaart brengen, hun daadwerkelijk gedrag is inderdaad iets anders, zoals je suggereert. Bovendien zitten er de bekende methodologische haken&ogen aan dit soort opinie-peilingen: wie selecteer je als potentiele respondent, zit er in de groep die reageert een ingebakken selectie mechaniek, etc. etc. Hoe dan ook, verbale steun voor meer klimaatbeleid is er volop. Maar het gaat uiteraard om feitelijk beleid en wat dat betreft een leestip: De Wereld en de Aarde.
Het is een dun en kristalhelder boekje van archeoloog/historicus David van Reybrouck (onlangs aangesteld als ‘Denker der Nederlanden’) over de getroubleerde en precaire relatie tussen de mensenwereld en de aarde. Ik vind het betoog verhelderend, een dubbele edye opener. Enerzijds beschrijft hij als historicus beleid als een kwestie van eeuwenoude diplomatie tussen (stads)staten. Anderzijds pleit hij activistisch voor aanpassing van diplomatie (en dus beleid) aan de grote vraagstukken anno 2025: de negen planetaire grenzen waarvan er al een handvol van is overschreden.
LikeLike
Dirk,
ongevraagd advies: ga iets anders doen dan Climategate volgen. Dat is een pseudo-skeptisch parochie blaadje i.t.t. onderzoeksjournalistiek en wetenschap-communicie zoals hier op Klimaarveranda. Met pseudo-skepsis is trouwens al lang afgerekend, ook hier. Het gaat om beleid en de basis daarvan: diplomatie. Climategate is daarin ruis en geen signaal behalve voor zijn parochie-leden.
LikeLike
Goff,
Dirk geeft zelf al aan dat hij het jarenlang niet meer volgt, en ook nu niet van plan is. Het gaat er echter wel om dat het sentiment dat “Climategate, Clintel, Telegraaf, Trump, Wilders, kortom alle tegenwerkende klimaatbeleid krachten” vertegenwoordigt niet onderschat moet worden als zijnde een reële maatschappelijke kracht. Het vertaald zich in stemgedrag. Men ervaart bedreigingen, bv. van leefstijl, en een van de type reacties daarop is bagatellisering van het klimaatprobleem. Op de klimaatartikelen van NU.nl wordt volop gereageerd en zie je een waaier aan ook vergelijkbare reacties.
In sociologisch opzicht dus interessant om te kijken welke kant de maatschappelijke krachtsverhouding opschuift. Klimaatsceptici schuiven wel op omdat ze de opwarming niet meer kunnen erkennen. Dus komen ze nu met andere argumenten en strategieën.
Klimaatveranda is nogal een liefhebber van argumenten, de strijd wordt op dat vlak gevoerd. Terwijl de maatschappelijke problematiek t.a.v. klimaatverandering wellicht in de laag onder de argumenten ligt: mens- en wereldbeelden, belangen, ressentiment, noem maar op.
LikeLike