Europa is ernstig onvoorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. De Europese wetenschappelijke klimaatadviesraad suggereert om rekening te houden met 3 graden mondiale opwarming (SSP2-4.5) bij het maken van adaptatiebeleid. Uit voorzorg is het namelijk goed om ook op enigszins onwaarschijnlijke scenario’s voorbereid te zijn. Maar 3 graden opwarming is wel echt ver voorbij de doelen uit het Parijsakkoord, en brengt zeer ontwrichtende klimaatgevolgen met zich mee. Is dit handelen uit voorzorg of legitimeren we hiermee een gevaarlijk niveau aan wereldwijde opwarming?
Klimaatverandering overvalt ons
De hele wereld, en dus ook de EU, krijgt meer en meer te maken met extreme weersomstandigheden door klimaatverandering. Europa is zelfs het snelst opwarmende continent, en is sinds het begin van de vorige eeuw al bijna 2,5 °C opgewarmd. De afgelopen jaren hebben we hier flink ontwrichtende situaties meegemaakt, waaronder ongekende overstromingen onder meer in 2021 en 2024, en een reeks hittegolven met onder andere verwoestende bosbranden ten gevolg afgelopen zomer. Het lijkt wel alsof we hier worden overvallen door klimaatverandering, ook in Nederland, terwijl klimaatmodellen en projecties vrij helder zijn over de te verwachten gevolgen. Wat gaat hier mis?

Beleid voor klimaatadaptatie loopt achter op de realiteit. Er is te weinig aandacht voor, bij uitvoerende instanties zoals gemeentes en waterschappen is te weinig capaciteit om echt zoden aan de dijk te zetten, en adaptatie-inspanning zijn te vaak reactief. Er is niet alleen een gebrek aan een visie op adaptatie bij onze overheden, maar ook een gebrek aan een systematische aanpak.
Dat is niet alleen mijn eigen conclusie, maar ook die van de European Scientific Advisory Board for Climate Change. Zij kwamen vorige week met een uitgebreid rapport met vijf concrete aanbevelingen voor Europa om over te stappen van een “fragmented and largely reactive adaptation efforts” naar een “effective, fair and transformational adaptation policy framework”. Ik las het rapport in eerste instantie voor mijn werk, en kon me goed vinden in de adviezen. Maar één aanbeveling bleef toch aan me knagen.
Lees verder








