Open Discussie Zomer 2022

Met enige regelmaat vergelijken klimaatonderzoekers de resultaten van de diverse klimaatmodelprojecties met waarnemingen. Een paar jaar geleden was al gebleken dat de projecties van de meeste klimaatmodellen, zelfs die uit de jaren 1970 en 1980, prima overeenkomen met de vastgestelde mondiale temperatuur. Een nieuwe studie van Carvalho et al. laat opnieuw het resultaat van een dergelijke vergelijking zien, dit keer van de projecties van de mondiale landtemperatuur van de modellen die zijn gebruikt voor de laatste drie IPCC-rapporten. De figuur hieronder geeft een overzicht van de resultaten voor resp. de CMIP3- (IPCC AR4), de CMIP5- (IPCC AR5) en de CMIP6-modellen (IPCC AR6). De stippellijn geeft het jaar weer waarbij de modellen overgingen van historische data naar toekomstprojecties. Carvalho e.a. geven aan dat de observaties enigszins aan de bovenkant van de modelrange liggen. Volgens de onderzoekers wellicht een gevolg van onderschatting van de temperatuurstijging door de modellen, maar het kan ook een gevolg zijn van interne variabiliteit. Bij CMIP6 starten de projecties pas in 2015 en dat maakt de periode tot 2020 wel erg kort om conclusies te kunnen trekken.

In de Open Discussie kunnen zaken die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken aan de orde worden gebracht.

Zijn worst-case scenario’s van belang voor de maatschappelijke discussie over het klimaat?


Cascade-scenario’ van gevolgen van klimaatverandering. Bron: Kemp et al.

Een artikel in PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences) vroeg onlangs om aandacht voor extreme gevolgen van klimaatverandering die niet heel waarschijnlijk zijn, maar ook niet ondenkbaar. Die gevolgen zouden bijvoorbeeld op kunnen treden als er een kantelpunt in het klimaat wordt bereikt, maar het artikel wijst ook op mogelijke ‘kantelcascades’. In zekere zin zijn dat ook kantelpunten, maar dan van een complexere aard: naast klimatologische kunnen er bijvoorbeeld ook politieke en sociaaleconomische factoren in meespelen. De auteurs van dat artikel pleiten voor meer onderzoek naar dergelijke gevolgen. Dat lijkt me zeker nuttig. Wie weet levert het enigszins geruststellende resultaten op, of helpt het ooit juist om een enorm rampscenario af te wenden. En ook als geen van beide het geval is, dan zit het er nog dik in dat het interessante nieuwe kennis oplevert. Inzichten die behulpzaam kunnen zijn bij de aanpassingen aan de veranderingen die eraan zitten te komen, bijvoorbeeld.

Het artikel trok nogal wat aandacht en ik vraag me af of we daar iets aan hebben in het huidige maatschappelijke en politieke debat. Dat zou misschien zo zijn als dat debat enkel en alleen gevoerd zou worden op rationele argumenten. Ik denk dat iedereen, hoe die ook denkt over klimaatverandering, het met me eens is dat dat niet zo is. En het lijkt me onwaarschijnlijk dat het debat rationeler wordt als dit type scenario’s erin mee gaat spelen. Juist bij onderwerpen met (vermeende) grote gevolgen in combinatie met grote onzekerheid spelen de emoties hoog op, of het nu gaat over het klimaat, zoönosen, vaccins, kernenergie of wat al niet meer. Noem een extreem rampscenario en vrijwel iedereen graaft zich onmiddellijk in in de al ingenomen positie.

De nuchtere realiteit is dat er wereldwijd is afgesproken om de opwarming ruim onder de twee graden te houden, en dat het er alle schijn van heeft dat dat nog een hele klus wordt. Laten we ons als wereldbevolking daar nu maar op concentreren. Extra complicaties helpen het publieke en politieke debat op dit moment niet verder. Maar dat mag geen reden zijn om het wetenschappelijke onderzoek hiernaar taboe te verklaren.

De stand van zaken rond attributie van extreem weer

Waargenomen temperaturen op 29 april 2022 tijdens hittegolf in India en Pakistan. Bron: ESA.

Attributie van extreme weersomstandigheden is een relatief nieuwe discipline in de klimaatwetenschap. De eerste attributiestudie dateert uit 2004, en pas vanaf ongeveer 2010 is dit type onderzoek echt op gang gekomen. Een overzichtsartikel dat vorige maand uitkwam laat zien dat er sindsdien aardig wat vorderingen zijn gemaakt, maar dat er ook de nodige problemen overblijven die niet eenvoudig op te lossen zijn.

Een aanzienlijk deel van die problemen is eenvoudig samen te vatten als: afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Om iets te kunnen zeggen over factoren die invloed hebben gehad op specifieke weersomstandigheden op een bepaald moment en een bepaalde plaats, is er veel informatie nodig. Meteorologische metingen natuurlijk, maar ook gegevens over de gevolgen van weersextremen. In welvarende of politiek stabiele landen – overbodig te zeggen dat daar een flinke overlap in zit – is er meestal aardig wat voorhanden. In andere landen is dat vaak niet zo. Terwijl daar natuurlijk ook extreme omstandigheden voorkomen, en het is al zeker niet zo dat de gevolgen er minder ernstig zijn.

Het grote verschil tussen diverse delen van de wereld wordt in het artikel duidelijk gemaakt aan de hand over gegevens over hittegolven in de internationale rampen-database EM-DAT. Die vermeldt in totaal 147 voorvallen van hitte voor de periode van 2000 tot 2020, waarvan maar 58 uit Azië, Afrika, Zuid- en Midden-Amerika en de Caraïben bij elkaar. En van de in totaal 157.000 geregistreerde hittedoden zijn er maar 10.000 uit die gebieden. Terwijl er 85% van de wereldbevolking woont en de warmste en meest vochtige regio’s ter wereld daar liggen. Het werkelijke aantal hittegolven en slachtoffers daarvan zal dus veel hoger zijn.

Lees verder

Een nieuwe analyse van de warmte-opname door de oceanen

Warmte-opname in de verschillende componenten van het klimaatsysteem sinds 1958. Bron: Cheng et al.

Journal of Climate publiceerde vorige maand een nieuwe analyse van de hoeveelheid warmte die de oceanen hebben opgenomen in de afgelopen periode van ruim zestig jaar. In het verleden werd wel eens gezegd dat zo’n onderzoek over de warmte-inhoud van de oceaan ging, maar eigenlijk is dat niet zo handig. Het gaat over de verandering van de warmte-inhoud, en dat is hetzelfde als de warmte-opname. Het artikel draait vooral om een verbeterde statistische analyse van de beschikbare informatie. Aan een beschrijving daarvan waag ik me niet. Ik houd het bij enkele opmerkelijke punten.

Oceanograaf en klimaatwetenschapper Lijing Cheng van de Chinese Academie van Wetenschappen is eerste auteur van het nieuwe artikel. Hij is een van de specialisten op dit onderwerp in de wereld. Zijn instituut onderhoudt een webpagina met de actuele gegevens over warmte-opname door de oceanen. De overige vier auteurs zijn Amerikanen en eveneens bekende namen in de klimaatwetenschap. Ze zijn allemaal al wel eens in de een of andere hoedanigheid voorbijgekomen op dit blog, vanwege hun bijdrage aan interessant onderzoek: Grant Foster (ook bekend als blogger Tamino), Zeke Hausfather, Kevin Trenberth en John Abraham.

In zekere zin is de warmte-opname door de oceanen veruit het grootste gevolg van de toename van de hoeveelheid broeikasgassen. Simpelweg omdat het water in de oceanen veel meer warmte op kan nemen dan het land of de atmosfeer. Zoals bekend zorgt het versterkte broeikaseffect ervoor dat de aarde minder warmte uitstraalt dan er aan zonlicht binnenkomt. Omdat de energiebalans niet in evenwicht is, vindt er een accumulatie van energie plaats in het klimaatsysteem. Van die extra warmte belandt zo’n 90% in de oceanen. Dat wij klimaatverandering niet zozeer als accumulatie van energie zien, maar als opwarming van het aardoppervlak en de atmosfeer, komt omdat dat de veranderingen zijn die wij direct ervaren en die we relatief eenvoudig kunnen meten. Overigens stijgt de temperatuur van het landoppervlak wel sneller dan die van de oceanen, ook al nemen die het overgrote deel van de warmte op. Dat komt doordat de warmte veel dieper doordringt in water dan in land.

Lees verder

De Theorie van Warmte: Een Geschiedenis van de Wetenschap achter Klimaatverandering

Ik heb de afgelopen tijd wel eens wat geheimzinnige opmerkingen gemaakt over andere dingen waar ik mee bezig was, waardoor ik niet meer zo actief was op het blog. Ik maak nu een eind aan die geheimzinnigheid. Ik heb me gedurende een jaar of twee ingegraven in de geschiedenis van de klimaatwetenschap. Het resultaat is een boek, dat in oktober uit zal komen bij uitgeverij Athenaeum. Omdat de mensen van Athenaeum veel betere promotieteksten schrijven dan ik, neem ik hun tekst maar even over.

Het klimaat verandert. Dat komt door ons. Maar hoe weten we dat? En sinds wanneer? En dankzij wie? Klimaatblogger Hans Custers legt uit wat klimaatverandering inhoudt, op een ook voor leken begrijpelijke en aantrekkelijke manier. En hij beperkt zich bepaald niet tot de technische kant van de zaak, maar vertelt over de ontstaansgeschiedenis van de wetenschap die ons inzicht verschaft in wat er om ons heen, en ook vooral boven ons gebeurt.

Aan de dagelijkse actualiteit en de urgentie van het probleem gaat de geschiedenis van de klimaatwetenschap vooraf. En dat is een fascinerend verhaal. De theorie van warmte bevat verhalen over harde werkers, diepe denkers en brutale bluffers en hun briljante ingevingen, toevalstreffers en kleine stapjes voor- of achteruit. Het is een geschiedenis vol twijfels, conflicten en tegenstrijdigheden – én traag voortschrijdend inzicht.

Klimaatverandering maakte extreme hittegolf in India & Pakistan 30 keer waarschijnlijker

Gastblog van Carolina Pereira Marghidan

Sinds begin maart hebben meer dan een miljard mensen in India en Pakistan te maken gehad met een extreme hittegolf. In India was dit de warmste maart ooit gemeten; in Pakistan de warmste maart in 61 jaar en daar werden meerdere all-time records gemeten. Temperaturen in maart en april kwamen op veel dagen boven de 45 °C uit en liepen zelfs op tot de 51 °C. Ook was het ontzettend droog, in maart er viel in India 71% en in Pakistan 62% minder regen dan normaal. Hoewel India en Pakistan regelmatig hoge temperaturen ervaren voorafgaand aan het moessonseizoen, kwam deze hittegolf ongewoon vroeg, strekte zich uit over een enorm oppervlak (bijna 70% van India en 30% van Pakistan), en duurde extreem lang (nog steeds bezig in sommige delen) – wat zorgde voor verreikende en ingewikkelde maatschappelijke effecten.

Door klimaatverandering nam de kans op deze hittegolf toe met een factor 30, volgens een nieuwe attributiestudie van het World Weather Attribution (WWA) initiatief, waar het KNMI onderdeel van is. Daarnaast zou een dergelijke hittegolf ongeveer 1 °C koeler geweest zijn in een pre-industrieel klimaat. De klimaatwetenschappers hebben beschikbare data vergeleken met 20 klimaatmodellen met temperatuurgegevens van de afgelopen decennia. Resultaten laten zien dat bij een wereldgemiddelde opwarming van +2 °C, hittegolven zoals deze 2 tot 20 keer waarschijnlijker, en 0.5 tot 1.5 °C heter zullen zijn vergeleken met 2022. Dat betekent dat bij een opwarming van +2 °C, de kans van deze hittegolf (nu geschat op eens in de honderd jaar) stijgt naar een kans van eens in de 5 tot 50 jaar. Deze resultaten zijn waarschijnlijk conservatief omdat temperatuurdata maar beschikbaar zijn voor een relatief korte periode. De meeste data komen van KNMI Climate Explorer.

Complexe gevolgen en samengestelde risico’s
De extreme hittegolf die over India en Pakistan strekte raakte vele verschillende sectoren van de maatschappij. De visualisatie in Figuur 1 laat al deze relaties zien en geeft ook weer dat de effecten van een hittegolf ingewikkeld en onderling verbonden met elkaar kunnen zijn, waardoor de volledige omvang moeilijk te bevatten is.

Figuur 1. Conceptueel diagram van de complexe interacties en gevolgen van de hittegolf in India & Pakistan, 2022 (Bron: Figuur 9 van WWA, 2022, door Carolina Pereira Marghidan)

Lees verder

De ene anderhalve graad is de andere niet

Waarnemingen en projecties van de gemiddelde wereldtemperatuur uit het laatste IPCC-rapport

Een erg ongelukkig persbericht van WMO kreeg de afgelopen dagen nogal wat aandacht in de media. De boodschap van dat persbericht is dat er vijftig procent kans is dat de jaargemiddelde temperatuur de komende vijf jaar een keer de drempel van anderhalve graad boven pre-industrieel zal overschrijden. Op zich klopt dat, volgens het onderliggende rapport. Maar er ligt wel een groot misverstand op de loer. Een misverstand waar Michael Mann vorig jaar al voor waarschuwde.

Het punt is dat de doelstelling van “well below 2, preferably to 1.5 degrees Celsius” van het Akkoord van Parijs geen betrekking heeft op jaargemiddelde temperaturen, maar op het gemiddelde op lange termijn. Als het zou lukken om dat langetermijngemiddelde onder de anderhalve graad te houden, dan zullen er nog steeds jaren zijn die boven dat gemiddelde uitkomen. Jaren met een El Niño, bijvoorbeeld. Om te beoordelen of een doelstelling wel of niet wordt gehaald, moet je het ene gemiddelde niet met het andere verwarren.

Het zal inderdaad niet heel lang meer duren tot de jaargemiddelde temperatuur een keer boven de anderhalve graad uitkomt. En het lijkt me wel zo goed als zeker dat we voor het eind van dit decennium meerdere maandgemiddelden hebben gehad die zo hoog uitvallen. Maar met zulke uitschieters is de doelstelling op lange termijn niet noodzakelijk direct buiten bereik. Volgens de Global Warming Index zitten we nu 1,25°C opwarming en de temperatuur stijgt met een tempo van ongeveer 0,2°C tot 0,25°C per decennium. Met dat tempo zou de anderhalve graad dus over tien tot vijftien jaar worden bereikt. Geruststellend is dat bepaald niet. Want dat het ontzettend lastig zal zijn om onder die anderhalve graad te blijven staat wel vast.

Verhoogd risico op virusellende door klimaatverandering

Gelukkig hebben we na een paar jaar eindelijk de grootste ellende van het coronavirus Sars-CoV-2 achter ons gelaten. Hoewel de laatste omikron-variant BA.5 van dit virus ook in Nederland is aangetroffen, ziet het er toch naar uit dat we op dat terrein een redelijk zorgeloze zomer tegemoet gaan. Volgens de WHO is het coronavirus vermoedelijk overgesprongen – al dan niet via een andere diersoort als intermediair – van waarschijnlijk een vleermuis naar de mens. Op die wijze kreeg de mensheid dus te maken met een virus dat voor ons immuunsysteem onbekend was. Een dergelijke overstap van een virus uit de dierenwereld is natuurlijk eerder voorgekomen, als bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep of MERS.

Maar wat heeft deze intro in hemelsnaam met klimaatverandering te maken zult u zich wellicht afvragen? Nou, klimaatverandering heeft invloed op het leefgebied van dieren en planten. Aan de natuur is te merken dat het warmer wordt op aarde, trekvogels overwinteren bijvoorbeeld steeds verder noordwaarts en de druivenoogst in Bourgogne valt steeds vroeger in het jaar. Soorten migreren naar hoger geleden gebieden met gemiddeld meer dan elf meter per decennium en richting de polen met meer dan tien kilometer per decennium. Als dieren migreren naar andere gebieden, nemen ze hun parasieten en virussen mee. Migrerende diersoorten komen in de nieuwe gebieden in contact met daar al levende andere diersoorten en ook met mensen die in die gebieden wonen. Er zijn nog minstens 10,000 virussoorten die mogelijkerwijs op de mens kunnen overspringen, maar gelukkig circuleren die nu nog alleen in wilde zoogdieren. Door de migratie van diersoorten als gevolg van klimaatverandering ontstaan nieuwe interacties en daardoor neemt de kans toe dat er opnieuw een virus overspringt vanuit het dierenrijk naar de mens. En daarmee dus ook de kans op een nieuwe pandemie. Het IPBES (een soort IPCC voor biodiversiteit) heeft naar aanleiding van de Covid-pandemie een workshop gehouden over biodiversiteit en pandemieën. Zij schreven in 2020 het volgende over de relatie tussen mondiale milieuveranderingen en klimaatverandering:

“The underlying causes of pandemics are the same global environmental changes that drive biodiversity loss and climate change. These include land-use change, agricultural expansion and intensification, and wildlife trade and consumption.”

In een nieuwe studie van Carlson et al., onlangs verschenen als een soort voorpublicatie in Nature, wordt getracht om via modelsimulaties een beeld te vormen van de mogelijke kans op toekomstige virusoverdracht tussen wilde diersoorten voor diverse klimaatscenario’s, op basis van emissiescenario’s en veranderend landgebruik. Daarnaast hebben zij ook de invloed van de verspreidingscapaciteit van soorten meegenomen, zo kan een soort die vliegt zich gemakkelijker verspreiden dan een kruipende soort.
Lees verder

Open discussie voorjaar 2022

Dit blog bestaat – afgezien van een kort aanloopje in 2008 – inmiddels elf jaar. In de begintijd schreven we vooral reacties op pseudosceptische verhalen. Dat is in de loop van de tijd minder geworden. Of we daar goed aan doen, daar zullen de meningen over verschillen. Voor mij geldt in elk geval dat reageren op die verhalen steeds minder interessant werd. Omdat het steeds weer dezelfde verhalen waren, die allemaal al uitgebreid waren weerlegd. Door ons, of door anderen.

Die indruk werd enige tijd geleden bevestigd door een studie in Nature Scientific Reports. Daarin werden de meestvoorkomende pseudosceptische argumenten van de afgelopen twintig jaar op een rijtje gezet en er blijkt in die tijd maar weinig te zijn veranderd. Wel is er wat veranderd in hoe vaak bepaalde typen argumenten worden gebruikt. De aanvallen richten zich tegenwoordig meer op oplossingen voor klimaatveranderingen en wat minder op de klimaatwetenschap. Vooral bij conservatieve denktanks is dat het geval.

Hieronder een overzicht van de meestvoorkomende pseudosceptische beweringen.

Overigens zullen de trouwe lezers van ons blog wel hebben opgemerkt dat we de laatste tijd minder actief zijn dan ooit het geval is geweest. Dat heeft te maken met andere bezigheden en beslommeringen, maar het komt ook omdat wij niet zo goed zijn in het herhalen van onszelf. We hebben wel eens het idee dat we alles al hebben gezegd. Wat absoluut niet betekent dat er niks meer te zeggen zou zijn. Maar we denken dat het blog er van op zou frissen als het af en toe ook eens door iemand anders wordt gezegd. Vandaar een uitnodiging aan iedereen die een gastbijdrage zou willen schrijven: neem contact met ons op. Om misverstanden te voorkomen: bijdragen die alleen maar de weerlegde claims uit het bovenstaande lijstje napraten zullen we niet plaatsen. Daarvoor zijn er andere blogs.

In deze Open Discussie kunnen klimaatzaken die geen verband houden met de inhoud van recente blogs aan de orde worden gebracht.

Klimaatverandering: wetenschap, controverses en het maatschappelijk debat

Dat is de titel van een artikel dat ik schreef voor Meteorologica, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van de Meteorologie (NVBM). Dit kwam voort uit een presentatie die ik gaf voor het NVBM symposium over weer- en klimaatcommunicatie. Het complete artikel is hier te downloaden. De samenvatting is hieronder integraal overgenomen:

Wetenschappelijk gezien is het duidelijk: de aarde warmt in hoog tempo op, hoofdzakelijk veroorzaakt door menselijke activiteit, en dit heeft verstrekkende gevolgen op allerlei aspecten van de samenleving. In het maatschappelijk debat wordt bovenstaande nog geregeld betwijfeld, hoewel binnen de wetenschap een hoge mate van consensus bestaat. Het betwijfelen van de klimaatwetenschappelijke conclusies en het bagatelliseren van de klimaatcrisis kan verschillende oorzaken hebben, maar houdt vaak verband met politieke ideologie of wereldbeeld. Iemand die elke vorm van overheidsbemoeienis verafschuwt zal meer moeite hebben om het bestaan van een probleem te accepteren, als dat gepaard gaat met een roep om overheidsingrijpen. Voor het duiden van het debat is het belangrijk om de retorische trukendoos te doorzien waarvan mensen die de wetenschappelijke inzichten afwijzen, gebruik maken. Contraire meningen, die tegen de wetenschappelijke inzichten ingaan, krijgen in sommige media meer aandacht dan ze in wetenschappelijke kring genieten. Dit draagt bij aan de kloof tussen de wetenschap en het maatschappelijk debat. Ik pleit ervoor om de wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid te accepteren en die los te koppelen van de discussie over beleidsopties, indachtig David Hume’s onderscheid tussen wat “is” en wat we zouden moeten doen (“ought”). Er valt namelijk nog genoeg te discussiëren over hoe met deze uitdaging om te gaan, zonder daarbij de werkelijkheid te verdraaien.

Deze verschillende aspecten worden in het artikel kort besproken, te beginnen met de wetenschappelijke consensus, namelijk dat de opwarming van de aarde na de industriële revolutie hoofdzakelijk veroorzaakt is door de menselijke uitstoot van broeikasgassen. De wetenschappelijke consensus staat in schril contrast met de verdeeldheid onder het brede publiek. In extreme gevallen leidt deze maatschappelijke onenigheid tot pseudoscepsis en wetenschapsontkenning:

Lees verder