In de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid geldt de gemiddelde temperatuur over de periode 1850 – 1900 als pre-industrieel. Het is een pragmatische keuze, omdat er uit die periode voldoende meetgegevens zijn om een behoorlijk accurate schatting te maken van de gemiddelde wereldtemperatuur. Maar helemaal correct is het niet, want de industriële revolutie begon al halverwege de achttiende eeuw. De veranderingen die sindsdien plaatsvonden hebben een kleine, maar niet helemaal onbestaande invloed gehad op het klimaat, vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Hoe groot de menselijk invloed was in de eerste eeuw van de industriële revolutie is onzeker. Het laatste IPCC-rapport schatte dat er een opwarmend effect moet zijn geweest dat ergens tussen de 0 en 0,2 graden lag.
Er zijn de afgelopen tijd twee artikelen gepubliceerd die meer duidelijkheid proberen te geven over de klimaatverandering in het laatste deel van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Ze zijn afkomstig van GloSAT, een samenwerkingsverband van acht onderzoeksinstellingen uit het Verenigd Koninkrijk.

Natuurlijk is de eerste eeuw van de industriële revolutie interessant vanwege het kleine beetje menselijke invloed, maar nog veel interessanter is het feit dat er toen meerdere grote vulkaanuitbarstingen plaatsvonden. Zo’n grote invloed van vulkanen op het klimaat is sindsdien niet meer voorgekomen. De bekendste uitbarsting uit die tijd is die van de Tambora in 1815. Het is de zwaarste vulkaanuitbarsting die door mensen is beschreven, en vermoedelijk ook de zwaarste die we ooit als mensheid hebben meegemaakt in de tijd dat we op aarde rondlopen. De aerosolen die zich na de uitbarsting in de stratosfeer verspreidden, zorgden ervoor dat 1816 in een aanzienlijk deel van het noordelijk halfrond de geschiedenis in ging als het “jaar zonder zomer”. Andere grote uitbarstingen waren die van: Laki (IJsland) in 1783 – 1784; een of meerdere onbekende vulkanen in 1808; Galunggung (Indonesië) in 1822; (vermoedelijk) Zavaritski (Koerilen, bij Rusland horende eilandengroep in de Stille Oceaan) in 1831; en Cosigüina (Nicaragua) in 1835. Het cumulatieve klimaateffect van zoveel grote uitbarstingen in een relatief korte tijd zou aanzienlijk groter en langduriger kunnen zijn dan de gevolgen van de uitbarstingen die we sindsdien hebben gezien, vooral op regionale schaal.
Lees verder







