De ene anderhalve graad is de andere niet

Waarnemingen en projecties van de gemiddelde wereldtemperatuur uit het laatste IPCC-rapport

Een erg ongelukkig persbericht van WMO kreeg de afgelopen dagen nogal wat aandacht in de media. De boodschap van dat persbericht is dat er vijftig procent kans is dat de jaargemiddelde temperatuur de komende vijf jaar een keer de drempel van anderhalve graad boven pre-industrieel zal overschrijden. Op zich klopt dat, volgens het onderliggende rapport. Maar er ligt wel een groot misverstand op de loer. Een misverstand waar Michael Mann vorig jaar al voor waarschuwde.

Het punt is dat de doelstelling van “well below 2, preferably to 1.5 degrees Celsius” van het Akkoord van Parijs geen betrekking heeft op jaargemiddelde temperaturen, maar op het gemiddelde op lange termijn. Als het zou lukken om dat langetermijngemiddelde onder de anderhalve graad te houden, dan zullen er nog steeds jaren zijn die boven dat gemiddelde uitkomen. Jaren met een El Niño, bijvoorbeeld. Om te beoordelen of een doelstelling wel of niet wordt gehaald, moet je het ene gemiddelde niet met het andere verwarren.

Het zal inderdaad niet heel lang meer duren tot de jaargemiddelde temperatuur een keer boven de anderhalve graad uitkomt. En het lijkt me wel zo goed als zeker dat we voor het eind van dit decennium meerdere maandgemiddelden hebben gehad die zo hoog uitvallen. Maar met zulke uitschieters is de doelstelling op lange termijn niet noodzakelijk direct buiten bereik. Volgens de Global Warming Index zitten we nu 1,25°C opwarming en de temperatuur stijgt met een tempo van ongeveer 0,2°C tot 0,25°C per decennium. Met dat tempo zou de anderhalve graad dus over tien tot vijftien jaar worden bereikt. Geruststellend is dat bepaald niet. Want dat het ontzettend lastig zal zijn om onder die anderhalve graad te blijven staat wel vast.

Verhoogd risico op virusellende door klimaatverandering

Gelukkig hebben we na een paar jaar eindelijk de grootste ellende van het coronavirus Sars-CoV-2 achter ons gelaten. Hoewel de laatste omikron-variant BA.5 van dit virus ook in Nederland is aangetroffen, ziet het er toch naar uit dat we op dat terrein een redelijk zorgeloze zomer tegemoet gaan. Volgens de WHO is het coronavirus vermoedelijk overgesprongen – al dan niet via een andere diersoort als intermediair – van waarschijnlijk een vleermuis naar de mens. Op die wijze kreeg de mensheid dus te maken met een virus dat voor ons immuunsysteem onbekend was. Een dergelijke overstap van een virus uit de dierenwereld is natuurlijk eerder voorgekomen, als bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep of MERS.

Maar wat heeft deze intro in hemelsnaam met klimaatverandering te maken zult u zich wellicht afvragen? Nou, klimaatverandering heeft invloed op het leefgebied van dieren en planten. Aan de natuur is te merken dat het warmer wordt op aarde, trekvogels overwinteren bijvoorbeeld steeds verder noordwaarts en de druivenoogst in Bourgogne valt steeds vroeger in het jaar. Soorten migreren naar hoger geleden gebieden met gemiddeld meer dan elf meter per decennium en richting de polen met meer dan tien kilometer per decennium. Als dieren migreren naar andere gebieden, nemen ze hun parasieten en virussen mee. Migrerende diersoorten komen in de nieuwe gebieden in contact met daar al levende andere diersoorten en ook met mensen die in die gebieden wonen. Er zijn nog minstens 10,000 virussoorten die mogelijkerwijs op de mens kunnen overspringen, maar gelukkig circuleren die nu nog alleen in wilde zoogdieren. Door de migratie van diersoorten als gevolg van klimaatverandering ontstaan nieuwe interacties en daardoor neemt de kans toe dat er opnieuw een virus overspringt vanuit het dierenrijk naar de mens. En daarmee dus ook de kans op een nieuwe pandemie. Het IPBES (een soort IPCC voor biodiversiteit) heeft naar aanleiding van de Covid-pandemie een workshop gehouden over biodiversiteit en pandemieën. Zij schreven in 2020 het volgende over de relatie tussen mondiale milieuveranderingen en klimaatverandering:

“The underlying causes of pandemics are the same global environmental changes that drive biodiversity loss and climate change. These include land-use change, agricultural expansion and intensification, and wildlife trade and consumption.”

In een nieuwe studie van Carlson et al., onlangs verschenen als een soort voorpublicatie in Nature, wordt getracht om via modelsimulaties een beeld te vormen van de mogelijke kans op toekomstige virusoverdracht tussen wilde diersoorten voor diverse klimaatscenario’s, op basis van emissiescenario’s en veranderend landgebruik. Daarnaast hebben zij ook de invloed van de verspreidingscapaciteit van soorten meegenomen, zo kan een soort die vliegt zich gemakkelijker verspreiden dan een kruipende soort.
Lees verder

Open discussie voorjaar 2022

Dit blog bestaat – afgezien van een kort aanloopje in 2008 – inmiddels elf jaar. In de begintijd schreven we vooral reacties op pseudosceptische verhalen. Dat is in de loop van de tijd minder geworden. Of we daar goed aan doen, daar zullen de meningen over verschillen. Voor mij geldt in elk geval dat reageren op die verhalen steeds minder interessant werd. Omdat het steeds weer dezelfde verhalen waren, die allemaal al uitgebreid waren weerlegd. Door ons, of door anderen.

Die indruk werd enige tijd geleden bevestigd door een studie in Nature Scientific Reports. Daarin werden de meestvoorkomende pseudosceptische argumenten van de afgelopen twintig jaar op een rijtje gezet en er blijkt in die tijd maar weinig te zijn veranderd. Wel is er wat veranderd in hoe vaak bepaalde typen argumenten worden gebruikt. De aanvallen richten zich tegenwoordig meer op oplossingen voor klimaatveranderingen en wat minder op de klimaatwetenschap. Vooral bij conservatieve denktanks is dat het geval.

Hieronder een overzicht van de meestvoorkomende pseudosceptische beweringen.

Overigens zullen de trouwe lezers van ons blog wel hebben opgemerkt dat we de laatste tijd minder actief zijn dan ooit het geval is geweest. Dat heeft te maken met andere bezigheden en beslommeringen, maar het komt ook omdat wij niet zo goed zijn in het herhalen van onszelf. We hebben wel eens het idee dat we alles al hebben gezegd. Wat absoluut niet betekent dat er niks meer te zeggen zou zijn. Maar we denken dat het blog er van op zou frissen als het af en toe ook eens door iemand anders wordt gezegd. Vandaar een uitnodiging aan iedereen die een gastbijdrage zou willen schrijven: neem contact met ons op. Om misverstanden te voorkomen: bijdragen die alleen maar de weerlegde claims uit het bovenstaande lijstje napraten zullen we niet plaatsen. Daarvoor zijn er andere blogs.

In deze Open Discussie kunnen klimaatzaken die geen verband houden met de inhoud van recente blogs aan de orde worden gebracht.

Klimaatverandering: wetenschap, controverses en het maatschappelijk debat

Dat is de titel van een artikel dat ik schreef voor Meteorologica, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van de Meteorologie (NVBM). Dit kwam voort uit een presentatie die ik gaf voor het NVBM symposium over weer- en klimaatcommunicatie. Het complete artikel is hier te downloaden. De samenvatting is hieronder integraal overgenomen:

Wetenschappelijk gezien is het duidelijk: de aarde warmt in hoog tempo op, hoofdzakelijk veroorzaakt door menselijke activiteit, en dit heeft verstrekkende gevolgen op allerlei aspecten van de samenleving. In het maatschappelijk debat wordt bovenstaande nog geregeld betwijfeld, hoewel binnen de wetenschap een hoge mate van consensus bestaat. Het betwijfelen van de klimaatwetenschappelijke conclusies en het bagatelliseren van de klimaatcrisis kan verschillende oorzaken hebben, maar houdt vaak verband met politieke ideologie of wereldbeeld. Iemand die elke vorm van overheidsbemoeienis verafschuwt zal meer moeite hebben om het bestaan van een probleem te accepteren, als dat gepaard gaat met een roep om overheidsingrijpen. Voor het duiden van het debat is het belangrijk om de retorische trukendoos te doorzien waarvan mensen die de wetenschappelijke inzichten afwijzen, gebruik maken. Contraire meningen, die tegen de wetenschappelijke inzichten ingaan, krijgen in sommige media meer aandacht dan ze in wetenschappelijke kring genieten. Dit draagt bij aan de kloof tussen de wetenschap en het maatschappelijk debat. Ik pleit ervoor om de wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid te accepteren en die los te koppelen van de discussie over beleidsopties, indachtig David Hume’s onderscheid tussen wat “is” en wat we zouden moeten doen (“ought”). Er valt namelijk nog genoeg te discussiëren over hoe met deze uitdaging om te gaan, zonder daarbij de werkelijkheid te verdraaien.

Deze verschillende aspecten worden in het artikel kort besproken, te beginnen met de wetenschappelijke consensus, namelijk dat de opwarming van de aarde na de industriële revolutie hoofdzakelijk veroorzaakt is door de menselijke uitstoot van broeikasgassen. De wetenschappelijke consensus staat in schril contrast met de verdeeldheid onder het brede publiek. In extreme gevallen leidt deze maatschappelijke onenigheid tot pseudoscepsis en wetenschapsontkenning:

Lees verder

Van academia naar media

Om maar met de deur in huis te vallen: per 1 mei ga ik bij RTL Nieuws werken! Wellicht heeft u dit al op de website of via twitter gezien.

Dat is best wel een overstap, van academia naar de media. Aan de andere kant ben ik al zo’n 15 jaar actief in wetenschapscommunicatie middels lezingen, paneldiscussies, blog, twitter, boek, etc. Toen ik de vacature zag (via een tip; ik was helemaal niet op zoek naar een andere baan) begon het dan ook wel te kriebelen. En besloot ik uiteindelijk om de stoute schoenen aan te trekken.

Overigens blijf ik wel met één been in de universiteit staan: ik houd een kleine betrekking aan Amsterdam University College (AUC) om nog college te kunnen blijven geven in een paar klimaat-gerelateerde vakken. Ik ben niet betrokken bij universitair onderzoek. Mijn blogactiviteiten zullen op een laag pitje komen te staan.

Naast dat het klimaatsysteem gewoon heel intrigerend is om te proberen te doorgronden, raakt klimaatverandering natuurlijk ook aan tal van maatschappelijke kwesties. Mensen hebben recht op de juiste informatie om zich hier een goed onderbouwde mening over te kunnen vormen. Zowel onderwijs als media spelen hierbij een belangrijke rol. Zeker in dit ‘post-truth’ tijdperk is een eerlijke informatievoorziening belangrijk. Op verschillende plekken in de wereld zaagt stelselmatige desinformatie aan de tafelpoten van de democratie. Zoals ik eerder schreef in de context van corona:

Laten we, juist in tijden van crisis, het hoofd helder houden en vertrouwen op de wetenschap als methode bij uitstek om de werkelijkheid om ons heen te begrijpen. Vervolgens kunnen we, mede op basis van die wetenschappelijke informatie, bepalen hoe we met de crisis om willen gaan. In de politieke besluitvorming daarover kunnen we het natuurlijk hartgrondig met elkaar oneens zijn. Maar een gedeelde visie op de werkelijkheid, zoals de wetenschap die met enig voorbehoud en voortschrijdend inzicht verschaft, is daarbij onontbeerlijk. Complottheorieën en wetenschapsontkenning kunnen we missen als kiespijn.

Wij hebben hier op het blog geregeld kritiek geuit op mediaberichtgeving. In die zin is het natuurlijk best pikant dat ik nu zelf bij een groot mediabedrijf ga werken. Tegelijkertijd getuigt het van moed van RTL om een kritische, wetenschappelijke stem in huis te halen. Op twitter regende het meteen al veel tegengestelde meningen n.a.v. het nieuws van mijn komst naar RTL, waarvan de één constructiever was verwoord dan de andere.  

Acht jaar geleden schreven wij een beschouwend stuk over de rol van de media bij het communiceren over (klimaat)wetenschap. De overwegingen daarin zijn nog steeds van toepassing op het medialandschap, al heb ik de indruk dat veel reguliere media beter hun best doen om geen doorgeefluik te zijn voor misinformatie (uitzonderingen daargelaten). De bottom line:

Natuurlijk zijn er verschillende meningen over hoe om te gaan met klimaatverandering en die verdienen het allemaal om gehoord te worden. Maar is het te veel gevraagd om dan wel te verlangen dat dat niet gebeurt op basis van pertinent onjuiste of uit hun verband gerukte feitelijke claims?

Zoals het geformuleerd wordt in het ethics handbook van de Amerikaanse National Public Radio:

Our goal is not to please those whom we report on or to produce stories that create the appearance of balance, but to seek the truth.

Ik ga (blijf) mijn best doen.

IPCC rapport: 1,5 graden raakt uit zicht, tenzij de uitstoot snel en fors omlaag wordt gebracht

Het zal u niet ontgaan zijn: recent zijn deel 2 en deel 3 uitgekomen van het zesde assessment rapport van het IPCC. In Augustus kwam het rapport van werkgroep 1 uit, over de natuurwetenschappelijke basis van hoe en waarom het klimaat verandert. Eerder dit jaar volgde dat van werkgroep 2 over de gevolgen van en aanpassing aan klimaatverandering. En vorige week het rapport van werkgroep 3 over mitigatie, oftewel emissiereductie. Op dit blog schrijven wij voornamelijk over “werkgroep 1” onderwerpen, maar dat maakt de andere twee rapporten niet minder interessant natuurlijk.

Het PBL geeft een informatieve samenvatting van het meest recente rapport over mitigatie:

Het doel van het klimaatakkoord van Parijs – het streven om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden – raakt buiten zicht, tenzij landen gezamenlijk meer ambitie tonen en onmiddellijk in actie komen. Een dergelijke versnelling en versterking van beleidsmaatregelen is nog mogelijk – maar vereist een verregaande transformatie van de systemen die ten grondslag liggen aan onze economie, zoals energie, industrie, transport en landbouw.

Ondanks een afname van de energie-intensiteit (de uitstoot per verdiende euro) en een koolstofarmere energieproductie (de uitstoot per geproduceerde energie-eenheid), zorgde de groei van industrie, transport, energieproductie, landbouw en de gebouwde omgeving voor een stijgende uitstoot.

Om de mondiaal gemiddelde temperatuur te stabiliseren moet de netto CO2 uitstoot naar nul. De oceaan en biosfeer nemen dan nog steeds CO2 op, dus de concentratie in de lucht zal dan langzaam beginnen af te nemen. De oceaan reageert echter traag op de veranderende energiebalans van de planeet en dat zorgt voor een na-ijl effect. Deze twee effecten (afnemende CO2 concentratie en nog opwarmende oceanen) heffen elkaar min of meer op in de eerste eeuwen nadat “net zero” bereikt is. Pas dan zal de temperatuur heel langzaam dalen, of eerder als we netto CO2 onttrekken aan de atmosfeer (negatieve emissies of CO2-verwijdering genoemd).

Maar is er dan geen “opwarming in de pijplijn”? Die is er wel als we -hypothetisch- de concentraties van broeikasgassen en aerosolen zouden stabiliseren op het huidige niveau, de zogenaamde constant concentration commitment. Dan zorgen de nog immer opwarmende oceanen voor verder opwarming van pak ‘m beet een halve graad. Maar dat is dus niet het geval bij de zero emissions commitment. Zie CarbonBrief voor een uitgebreide uitleg.

Uit de Technical Summary van het IPCC Rapport (WG3):

Reaching net zero CO2 emissions globally along with reductions in other GHG emissions is necessary to halt global warming at any level. At the point of net zero, the amount of CO2 human activity is putting into the atmosphere equals the amount of CO2 human activity is removing from the atmosphere.  Reaching and sustaining net zero CO2 emissions globally would stabilise CO2-induced warming.

Lees verder

Klimaat-koolstof terugkoppelingen: eindelijk eens geen slecht nieuws over klimaatverandering?

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Samenvatting
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben samen met collega’s in Nederland en de VS een nieuwe tijdreeks gemaakt van de CO2-uitstoot door ontbossing in de tropen. Deze uitstoot blijkt met name in de jaren ’60-’80 lager te zijn dan eerdere studies aangaven, en de tijdreeks vormt een ontbrekende schakel om beter inzicht te krijgen in de mondiale koolstofcyclus. Met name het inschatten in hoeverre de natuurlijke opname van CO2 door vegetatie en oceanen gelijke tred houdt met de uitstoot door fossiele brandstoffen en ontbossing is nu beter mogelijk geworden. Uit de nieuwe tijdreeks blijkt dat dit inderdaad het geval is en zelfs dat, relatief gesproken, de opname sneller is gegroeid dan onze uitstoot. Daaruit blijkt dat, op mondiale schaal althans, de gevreesde klimaat-koolstof terugkoppelingen die klimaatverandering kunnen versnellen nog niet in werking getreden zijn. Helaas kunnen de inzichten geen uitsluitsel geven over de mate waarin dit in de toekomst wel zal gebeuren.

Introductie
Van onze CO2-uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen en door ontbossing blijft ongeveer de helft in de atmosfeer, wat leidt tot opwarming. Ongeveer een kwart wordt opgenomen door vegetatie; dit omdat de plantengroei in het algemeen is toegenomen door o.a. hogere CO2-concentraties, meer stikstof, en langere groeiseizoenen in koude streken. Het resterende kwart wordt opgenomen door de oceanen waar het leidt tot oceaanverzuring.

Er is veel onderzoek gedaan naar deze koolstofcyclus en dan met name om de vraag te beantwoorden of die opname door blijft gaan. Binnen de afdeling Aardwetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam wordt o.a. gekeken in hoeverre het ontdooien van de permafrost zorgt voor meer CO2-uitstoot, en wat de gevolgen zijn van meer bosbranden wereldwijd. En ook bij andere universiteiten is dit een belangrijk thema. Want, als de natuur minder CO2 gaat opnemen dan zou klimaatverandering sneller gaan.

Eigenlijk wijst alles erop dat die natuurlijke opname langzaam zal afnemen. De oceanen warmen op en kunnen daardoor minder CO2 absorberen. De processen die voor meer plantengroei zorgen zijn aan verzadiging onderhevig. Het aantal bosbranden neemt toe. De permafrost ontdooit. En zo kunnen we nog even doorgaan. We noemen deze processen klimaat-koolstof terugkoppelingen en als die gaan werken dan is dat slecht nieuws, en op regionale schaal is hier ook bewijs voor zoals blijft uit de geciteerde artikelen.

Airborne fraction
Maar het blijft altijd de vraag in hoeverre die lokale of regionale studies ook representatief zijn voor de hele wereld. En juist om dat mondiale inzicht te krijgen is er een vrij simpele methode om iets te zeggen over de koolstofcyclus, en dan met name in hoeverre de natuurlijke opname veranderd is. Deze methode is gebaseerd op de zogenaamde airborne fraction en of die verandert in de tijd. De airborne fraction is het deel van onze totale uitstoot die in de atmosfeer blijft zoals eerder besproken in een gastblog van mij. Voor het bepalen daarvan heb je de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen en ontbossing nodig, en de CO2-accumulatie in de atmosfeer:

Figuur 1. Schematisch overzicht van onze uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing alsmede de accumulatie van CO2 in de atmosfeer (links) en de ratio tussen die twee oftewel de airborne fraction (rechts).

Lees verder

Hittegolven in de media: Impuls voor meer aandacht voor klimaatverandering en -wetenschap?

Gastblog van Dr. Anke Wonneberger

Byline:
In een recent gepubliceerd onderzoek hebben we gekeken of en hoe journalisten hittegolven aan klimaatverandering linken.

Jaarlijkse maximumtemperatuur in Europa in 2019 vergeleken met data van 1950-2018 (E-OBS data; Haylock et al., 2008, version 20.0) [Bron: Figuur 1 Vautard et al. 2020].

Over de laatste decennia komen hittegolven steeds vaker voor en worden ze steeds extremer. Dit heeft grote gevolgen voor gezondheid, landbouw en de natuur. 2019 was een bijzonder extreme zomer voor Europa met een hele serie aan lokale en nationale hittegolven. In meerdere landen werden temperatuurrrecords gebroken en overleed een groot aantal mensen als direct gevolg van de hitte (ca. 2500). In Nederland werden regionaal temperaturen van over de 40° gemeten. Het RIVM activeerde het nationale hitteplan maar alsnog kwamen er veel mensen door de hitte te overlijden (ca. 400 alleen in juli).

Klimaatwetenschappers hebben de afgelopen twintig jaar steeds meer en duidelijker kunnen aantonen dat dit soort hittegolven en ook andere weerextremen toenemen ten gevolge van de mondiale opwarming. Echter is het publieke beeld nogal verdeeld of en in hoeverre deze trend te maken heeft met klimaatverandering. Zo heeft eerder onderzoek over mediaberichtgeving over hittegolven of andere extreme weersomstandigheden laten zien dat de journalistieke berichtgeving deze link vaak niet benoemt en wetenschappelijke inzichten door journalisten vaak niet accuraat worden weergegeven. Terwijl er in verhouding minder aandacht werd geven aan de hevigheid en negatieve gevolgen van hittegolven, werden juist positieve aspecten benadrukt, bijvoorbeeld door vrolijke zomerse afbeeldingen. Opvallend aan de berichtgeving in Nederland is daarnaast dat journalisten van de stijgende temperaturen een wedstrijd lijken te maken over welke gemeente het volgende hitterecord gaat breken.
Lees verder

Open Discussie Winter 2022

In de titel van onze laatste Open Discussie staat nog “najaar”, maar inmiddels hebben we de helft van de klimatologische winter (december t/m februari) alweer achter de rug. Tijd dus voor een nieuwe Open Discussie.

Veel winter hebben we nog niet gezien dit jaar maar wel een warme winterweek met een gemiddelde van meer dan 10 °C. Die worden steeds normaler in een warmer wordend klimaat. En door de klimaatopwarming is ook de gemiddelde wintertemperatuur in Nederland behoorlijk gestegen, van 2,6 °C rond 1900 naar 4,7 °C nu.

Mogelijkerwijs heeft het weer nog iets van een winters tafereel voor ons in petto. Daar kunnen we vooralsnog weinig over zeggen, de weersverwachtingen gaan niet verder dan vijftien dagen vooruit. Klimaatverwachtingen gaan veel verder. Het is namelijk wel goed mogelijk om, op basis van een scenario, een uitspraak te doen over het klimaat in de toekomst. Volgens het KNMI kan de gemiddelde wintertemperatuur zonder verdergaande klimaatmaatregelen oplopen tot maar liefst 7,5 °C in 2085. Dat komt al dicht bij de gemiddelde lentetemperatuur van begin 1900 (circa 8,0 °C).

In de Open Discussie kunnen zaken die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken aan de orde worden gebracht.

Don’t look up

De Netflix film “Don’t look up” doet flink wat stof opwaaien. Het gaat over een existentiële dreiging die door politici en media niet serieus wordt genomen. De dreiging in de film is een op de aarde afstevenende komeet, maar staat symbool voor de klimaatcrisis. Ook zijn er veel parallellen te zien met de pandemie. Die analogie valt natuurlijk te bekritiseren: het palet aan mogelijke oplossingen voor een komeetinslag is veel beperkter dan voor klimaatverandering. Een komeetinslag is een alles-of-niets kwestie, in tegenstelling tot klimaatverandering. Of zoals Kate Marvel het omschreef:

Climate change isn’t a cliff we fall off, but a slope we slide down.

Maar dat is natuurlijk niet het punt van de analogie. Die gaat veel meer om de politieke en maatschappelijke respons. Nu.nl:

Het is een uitgebreide allegorie voor de klimaatcrisis: wetenschappers die niet worden gehoord, de politiek die te laat in actie komt, media die ongeïnformeerde sceptici evenveel aandacht geven als serieuze wetenschappers en economische belangen die de aanpak van het probleem belemmeren.

Zoals je van een film als deze kan verwachten zijn de dysfunctionele dynamieken (tussen wetenschap, politiek, media, en multimiljardairs) flink uitvergroot, maar tegelijk ook heel herkenbaar. De Amerikaanse president (Meryl Streep) is een parodie op Donald Trump, compleet met MAGA-achtige petjes met de tekst “don’t look up” (oftewel: doe alsof er geen dreiging is) en een hork van een zoon (Jonah Hill) als stafchef. De polarisatie in de samenleving groeit en wordt door de president en haar zoon verder aangewakkerd, o.a. door het verspreiden van desinformatie en het scheppen van een vijandbeeld (“There’s three types of American people. There are you, the working class. Us, the cool rich, and then them.”).

De media krijgen ook een veeg uit de pan. Het moet vooral leuk en licht blijven, ook als het gaat om het einde van de wereld zoals we die kennen. Het draait om kijkcijfers en reuring, en mensen zijn nu eenmaal meer geïnteresseerd in de liefdesperikelen van Ariana Grande (ja, die speelt ook in de film) dan in wat er echt toe doet. En de media willen ook de andere kant van het verhaal laten horen – ook als die andere kant neer komt op wetenschapsontkenning. De bekende schijnbalans, waar we hier al vaker over gehad hebben.

Professor Mindy (Leonardo DiCaprio) kan in het begin zijn boodschap niet op een begrijpelijke manier onder woorden brengen (een beetje als een jeugdige en sexy versie van Jaap van Dissel). Mindy houdt zijn kritiek op het bizarre plan van een arrogante multimiljardair voor zich om een stem aan zowel de politieke als de talkshow tafel te blijven houden, totdat hij uiteindelijk inziet dat dat een doodlopende weg is.

Als zijn PhD studente Kate Dibiasky (Jennifer Lawrence) op prime-time televisie haar onmacht en boosheid uitschreeuwt wordt ze daarna op sociale media belachelijk gemaakt. Het doet denken aan Greta Thunberg’s “How dare you” speech voor de Verenigde Naties en de sterk uiteenlopende reacties daarop. Haar boosheid is begrijpelijk, maar de vraag die blijft kleven is of het ook effectief is? Het ontbreken van een handelingsperspectief in haar boodschap (die van Lawrence’s karakter in de film; niet Thunberg) maakt het wellicht weinig effectief.

De verschillende keuzes die Mindy en Dibiasky maken illustreren een belangrijk thema van de film. In de woorden van de astronoom Amy Mainzer, die als wetenschappelijk adviseur voor de film diende:

The fundamental tension between whether it is better to protest the systems of the powerful versus try to influence from within is a big part of the story.

Vanuit Nederland bezien lijkt dit allemaal nogal over-the-top. Maar als ik even terugdenk aan het Amerika van 2017 tot 2021 of aan de bijna wekelijks terugkerende koffiedrinksessies op het Museumplein dan weet ik zo net niet hoe overdreven de film is. En dan moet Ongehoord Nederland nog beginnen.

Oh, en kijk vooral tot na de aftiteling!

Andere commentaren:

Een heel lezenswaardig interview met de astronoom Amy Mainzer, die als wetenschappelijk adviseur voor de film heeft gediend:

We talked a lot about how scientists can get marginalized by special interests; by conspiracy theories; and how frustrating that is — when you have news that’s important that you have to share because you know you can solve problems if you can just get the word out about it and get other people to take action. We had dozens and dozens of conversations about this; about how scientists feel when they are ignored.

But, fundamentally, I think the thing that they did very well, and that I was really interested in making sure that they knew, is that science tries to tell the truth. We really try. We try to tell the truth about the way that we see the world working around us, based on empirical evidence. In any given situation, scientists are going to try to get the truth out there. They’re going to try to tell what we know. They’re going to try to make sure that other scientists can replicate the work. That’s a strength of science. And that’s a unique way that science operates — it self-corrects.

Yes, it’s obvious science fiction, but I think it has some important points to make about the value of science in our lives.

Michael Mann in the Boston Globe:

‘Don’t Look Up’ succeeds not because it’s funny and entertaining, but because it’s serious sociopolitical commentary posing as comedy.

Peter Kalmus in the Guardian:

The movie Don’t Look Up is satire. But speaking as a climate scientist doing everything I can to wake people up and avoid planetary destruction, it’s also the most accurate film about society’s terrifying non-response to climate breakdown I’ve seen.

Gavin Schmidt op Realclimate o.a. over de science-policy interface:

I saw a number of elements that resonated clearly with my experience in climate #scicomm.

“Don’t Look Up” gives as yet another clear example of leadership failing to rise to the occasion, despite the best (and worst) efforts of the scientists providing the needed information. It really doesn’t have to be that way but it’s rarely (if ever) the scientists’ fault.

Mark Boslough op Skeptical Inquirer:

Sadly, I’d never seen another movie with a scientist character that came close to the authenticity of Contact’s Ellie again. Until now. Don’t Look Up nailed it. There are two reasons for this. First, the producers, writers, and actors respected science and scientists enough to seek out their advice and listen. Second, they called the right scientist [Amy Mainzer], and she didn’t hang up.

It was obvious to me while watching the film that her advice went far beyond astronomy and that she’d schooled the filmmakers on how scientists think and what words they use. It’s the first time I’d ever heard a character refer to “peer review” in a film.