
Nature publiceerde afgelopen week een nieuw artikel over de AMOC. Zoals de meeste van onze lezers inmiddels wel zullen weten, is dat een grootschalig circulatiepatroon in de Atlantische Oceaan. Het leidde tot wat onrust onder klimaatwetenschappers, zoals onder meer blijkt uit een stuk van Stefan Rahmstorf op RealClimate. Stefan Rahmstorf is niet de eerste de beste, als het over de AMOC gaat. Hij houdt zich er al 30 jaar mee bezig. Hij was ook een van de wetenschappers die zo’n 10 jaar geleden al aan de bel trokken. Zijn onderzoek bevestigde de zorgen uit een eerdere publicatie van onderzoekers van het KNMI, dat het ‘opwarmingsgat’ in de oceaan te zuiden van Groenland er op zou kunnen wijzen dat de vertraging van de circulatie al aan de gang was.
Het probleem zit ‘m niet in de inhoud van het nieuwe onderzoek, maar in de woordkeus. Het gaat over de vraag wanneer je wel of niet zou kunnen spreken van een instorting van de AMOC. Een kwestie die je op zou kunnen splitsen in twee vragen. Wat is een instorting? En wat is de AMOC?

Bij Rahmstorf gaat het vooral over die eerste vraag. Moet de stroming echt helemaal zijn gestopt om van een instorting te kunnen spreken? Dat was, om eerlijk te zijn, wel hoe ik het altijd zag, evenals de auteurs van het nieuwe onderzoek. Maar volgens Rahmstorf ging het ook in eerdere onderzoeken niet over het volledig stilvallen van de circulatie. Er is ook best wat voor te zeggen dat dat niet het geval hoeft te zijn, om toch van een instorting te spreken. Als we zeggen dat een gebouw is ingestort, hoeft dat ook niet te betekenen dat er geen enkele steen meer op de andere staat. Het betekent dat de structuur is verdwenen. En dus zou je ook best kunnen zeggen dat de AMOC is ingestort, wanneer die geen structuurelement meer is in het klimaat. Concreet zou dat betekenen dat er geen warmtetransport van betekenis meer plaatsvindt. Met ingrijpende gevolgen voor het klimaat. Ook volgens het nieuwe onderzoek is dat een reële mogelijkheid als gevolg van een verdere opwarming.
De AMOC
Gezien alle aandacht ervoor, lijkt het me wel zinnig om ook nog in te gaan op de vraag wat de AMOC nou precies is. In de context van dat nieuwe onderzoek is het ook een relevante vraag. AMOC staat voor Atlantic Meridional Overturning Circulation, in een artikel van Rosa Verheij mooi vertaald als Atlantische Meridionale Omwentelingscirculatie. Een stroming in de Atlantische Oceaan dus, in de richting van de meridianen. Van noord naar zuid, of andersom. En de omwenteling betekent dat de stromingsrichting in de diepere oceaan omgekeerd is aan die aan het oppervlak, als gevolg van het stijgen en dalen van grote watermassa’s.
De invloed van de AMOC op het klimaat is het grootst rond de noordelijke Atlantische Ocean: zo’n beetje in het gebied van de Golfstroom. De twee begrippen worden daarom vaak door elkaar gebruikt, maar dat is niet helemaal terecht. Je zou de Golfstroom kunnen zien als een stukje van de AMOC, maar ook daar is nog wel wat op af te dingen. De Golfstroom wordt namelijk deels aangedreven door de wind, terwijl de AMOC wordt gezien als het Atlantische deel van de wereldwijde thermohaliene circulatie: de stroming die ontstaat door dichtheidsverschillen van het zeewater, als gevolg van variaties in temperatuur en zoutgehalte. Koud, zout water dat in de omgeving van Groenland naar de zeebodem zinkt speelt daarbij een belangrijke rol. Zeker wanneer het om de stroming in het meest noordelijke deel van de Atlantische Oceaan gaat.
Interacties
De AMOC is niet zomaar even aan te geven op een kaart. De stroming meandert en de sterkte kan enorm variëren. Het is dus niet zoiets als een ‘rivier in de oceaan’, die vrij eenvoudig te volgen en te meten is. Je kunt hem nog eerder zien als een conceptueel begrip, van belang voor inzicht in hoe de oceaan werkt en ons klimaat beïnvloedt. Hoe het water in werkelijkheid stroomt wordt uiteindelijk bepaald door de optelsom van de invloeden van dichtheidsverschillen, wind, de rotatie van de aarde (het corioliseffect), de vorm van kustlijnen, en misschien vergeet ik dan nog wel wat. Het nieuwe onderzoek illustreert het belang van die optelsom.
Het mag dan heel logisch zijn dat er plekken zijn waar water met een hoge dichtheid naar de zeebodem zinkt, dat betekent wel dat er elders net zoveel water weer naar boven moet komen. Dat gebeurt vaak onder invloed van de wind. Een bekende plek waar zoiets gebeurt is de Stille Oceaan bij Peru, waar de van oost naar west waaiende passaat het water wegblaast van de kust. Dat water wordt aangevuld door opwellend water uit de diepe oceaan. Variaties in die opwelling spelen een cruciale rol in El Niño’s en La Niña’s.
Ook rond Antarctica welt er water op uit de diepte, door de krachtige westenwind die rond dat continent cirkelt en het water meevoert. Door het corioliseffect buigt de stroming van het water noordwaarts af, weg van de kust. Een deel van het water dat ooit bij Groenland naar de diepte is gezonken, welt bij Antarctica weer op. De verwachting is dat de opwelling sterk genoeg is om in elk geval een klein beetje van de zuidwaartse stroming van diep water in de Atlantische Oceaan in stand te houden, ook wanneer er geen koud, zout water rond Groenland meer zou zijn om de AMOC op gang te houden. En dat betekent dat er ook iets van de omwenteling moet blijven bestaan: water dat verder noordwaarts naar beneden zakt en wordt aangevuld door een noordelijke stroming aan het oppervlak. Die stroming zou wel veel zwakker kunnen zijn dan nu het geval is, en mogelijk ook minder ver noordwaarts reiken.
(Overigens zakt er op andere plekken bij Antarctica ook water van het oppervlak naar de diepte. Er zijn aanwijzingen dat hier ook een vertraging optreedt. Of dit op een of andere manier nog invloed kan hebben op de AMOC, durf ik niet te zeggen.)
Een interessant resultaat is dat de verzwakking van de AMOC beïnvloed zou kunnen worden door het mogelijke ontstaan van een PMOC: een Pacific Meridional Overturning Circulation. Als de diepe, zuidwaartse stroming in de Atlantische Oceaan verzwakt, zou de opwelling bij Antarctica meer diep water uit de Indische en Stille Oceaan naar zich toe kunnen trekken. En dat zou tot gevolg hebben dat er daar een omwenteling ontstaat, met een noordwaartse stroming aan het oppervlak en plekken waar water naar de diepte zakt. Hoe sterker die PMOC zou kunnen worden, hoe meer het laatste restje van de AMOC kan verzwakken. In paleoklimatologisch onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat er in het verleden zo’n wisselwerking is geweest tussen de oceaanbekkens.
En dan komen we bij de ontnuchterende conclusie. Voor wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren maakt het allemaal niks uit. Een forse vertraging van de AMOC, met bijbehorende ingrijpende consequenties, is allerminst uit te sluiten. Zeker niet als we de uitstoot van broeikasgassen, en dus de doorgaande opwarming, niet heel snel weten te verminderen.
Ik heb me af zitten vragen of er misschien nog lessen te trekken zijn over wetenschapscommunicatie. Zouden klimaatwetenschappers een begrip als ‘instorting’ misschien maar moeten vermijden? En zich beperken tot heel duidelijk gedefinieerde begrippen. In eerste instantie klinkt dat misschien aantrekkelijk, tot je beseft dat het artikelen op zou leveren die alleen nog te begrijpen zijn voor wie het jargon tot in de puntjes beheerst. Bovendien blijft het inzicht voortschrijden, waardoor de sluitende definities waarschijnlijk vaak toch weer aangepast moeten worden. Wat het er weer niet minder verwarrend op maakt. En natuurlijk moet de wetenschap altijd op een toegankelijke manier gepresenteerd worden aan het brede publiek. Dat gaat nu eenmaal niet samen met hermetisch taalgebruik. Metaforen kun heel handig zijn om complexe wetenschappelijke inzichten te verduidelijken. Maar een metafoor is nooit perfect en dus kan die ook tot misverstanden leiden. Zo hier een daar wat spraakverwarring, of een semantische discussie, zal dus wel nooit helemaal te vermijden zijn.


Je zou i.p.v. over ineenstorting kunnen praten over afremming (‘slowing down’).
LikeLike
In plaats van over ineenstorting zou je kunnen spreken over afremming of vertraging (‘slowing down’), en daar dan een gradatie aan geven: zeer licht, licht, medium, sterk, zeer sterk.
LikeLike
Hans,
Welbeschouwd is modellering van (de dynamiek in) de oceanische waterverplaatsingen een wetenschappelijk huzarenstukje. Persoonlijk vind ik de metafoor ‘instorting van de amoc’ treffend. Een bouwwerk kan evengoed in één aardbevingsklap instorten als door langdurende slijtage c.q. mankerend onderhoud. De invloed van de geohistorisch supersnelle globale opwarming op de amoc lijkt me trouwens wel met een aardbeving te vergelijken.
Wat betreft het wetenschapscommunicatieve effect waarmee je stuk eindigt: ik zou me daar niet druk over maken. Economen hebben het over ‘oververhitting’ van de markt; Darwin bakkeleide met Spencer over de vraag of ‘survival of the fittest’ een betere metafoor was dan ‘natural selection’; astromen hebben het over ‘zwarte gaten’; politicologen over geopolitieke ‘krachten’, etc. etc. Zonder metaforen gaat het niet. Wie zei het ook alweer: het beste model van een kat is een kat 🙂
LikeGeliked door 1 persoon