Hittegolven in de media: Impuls voor meer aandacht voor klimaatverandering en -wetenschap?

Gastblog van Dr. Anke Wonneberger

Byline:
In een recent gepubliceerd onderzoek hebben we gekeken of en hoe journalisten hittegolven aan klimaatverandering linken.

Jaarlijkse maximumtemperatuur in Europa in 2019 vergeleken met data van 1950-2018 (E-OBS data; Haylock et al., 2008, version 20.0) [Bron: Figuur 1 Vautard et al. 2020].

Over de laatste decennia komen hittegolven steeds vaker voor en worden ze steeds extremer. Dit heeft grote gevolgen voor gezondheid, landbouw en de natuur. 2019 was een bijzonder extreme zomer voor Europa met een hele serie aan lokale en nationale hittegolven. In meerdere landen werden temperatuurrrecords gebroken en overleed een groot aantal mensen als direct gevolg van de hitte (ca. 2500). In Nederland werden regionaal temperaturen van over de 40° gemeten. Het RIVM activeerde het nationale hitteplan maar alsnog kwamen er veel mensen door de hitte te overlijden (ca. 400 alleen in juli).

Klimaatwetenschappers hebben de afgelopen twintig jaar steeds meer en duidelijker kunnen aantonen dat dit soort hittegolven en ook andere weerextremen toenemen ten gevolge van de mondiale opwarming. Echter is het publieke beeld nogal verdeeld of en in hoeverre deze trend te maken heeft met klimaatverandering. Zo heeft eerder onderzoek over mediaberichtgeving over hittegolven of andere extreme weersomstandigheden laten zien dat de journalistieke berichtgeving deze link vaak niet benoemt en wetenschappelijke inzichten door journalisten vaak niet accuraat worden weergegeven. Terwijl er in verhouding minder aandacht werd geven aan de hevigheid en negatieve gevolgen van hittegolven, werden juist positieve aspecten benadrukt, bijvoorbeeld door vrolijke zomerse afbeeldingen. Opvallend aan de berichtgeving in Nederland is daarnaast dat journalisten van de stijgende temperaturen een wedstrijd lijken te maken over welke gemeente het volgende hitterecord gaat breken.

Illustratie van een aankomende hittegolf op telegraaf.nl, 22 juni 2019 (Bron: Telegraaf 2019).

Voor journalisten kan het lastig zijn om actuele gebeurtenissen aan wetenschappelijke inzichten te koppelen omdat wetenschappelijke analyses van zo’n actuele gebeurtenis meestal pas op een veel later moment gepubliceerd worden. De focus van de media op snelle informatie over gebeurtenissen van de dag staat hier haaks op de zorgvuldige procedures van data verwerken en peer-review in de wetenschap. Maar ook hier was 2019 een bijzonder jaar. De World Weather Attribution (WWA), een multinationale paraplu wetenschapsorganisatie, heeft door twee voorpublicaties wetenschappelijke inzichten over de Europese hittegolven in juli en augustus quasi in real-time toegankelijk gemaakt.

Zogenaamde “extreme event attribution studies” (EEA) tonen voor specifieke gebeurtenissen zoals hittegolven maar ook andere extreme weersomstandigheden aan hoeveel waarschijnlijker en hoeveel intenser die gebeurtenis was vanwege de door de mens veroorzaakte veranderingen van het klimaat. EEA-studies geven zo steeds meer duidelijkheid over verbanden tussen weerextremen en klimaatverandering. Deze inzichten over toenemende waarschijnlijkheden en toenemende intensiteit gelden als de wetenschappelijk meest correcte manier om over deze verbanden te spreken.

Met een internationaal team van communicatiewetenschappers wilden we daarom onderzoeken in hoeverre journalisten deze quasi real-time publicaties hebben gebruikt om de hittegolven op een wetenschappelijk correcte manier aan klimaatverandering te linken. Onze aanname was dat de toenemende hevigheid van hittegolven en de toename aan EEA-studies kansen creëert om deze weersextremen als publieke leermomenten te gebruiken en om meer aandacht te creëren voor de risico’s die gerelateerd zijn aan klimaatverandering. Daarom onderzochten wij op welke manieren en in welke mate journalisten in Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk in hun berichtgeving over de hittegolven verbanden met klimaatverandering hebben gelegd.

We hebben hiervoor een inhoudsanalyse uitgevoerd van alle berichten over de Europese hittegolven op vijf online nieuwspagina’s per land. Bij de selectie hebben we de meest gelezen nieuwsbronnen per land meegenomen en op een spreiding van politieke oriëntatie gelet. Voor Nederland waren dit NU.nl, NOS.nl, AD.nl, Telegraaf.nl en Volkskrant.nl. Een codeboek hielp ons om per land en krant de informatie op een consistente manier te verzamelen.

Recordjacht in de Nederlandse media (Bron: AD 2019).

Media-aandacht voor EEA-onderzoek

We vonden sterke variaties tussen de vier landen als ook tussen de verschillende media in hoeverre journalisten aandacht gaven voor verbanden tussen de hittegolven en klimaatverandering. In totaal kwam dit verband in 11% van de artikelen (267 van 2447) aan bod. Daarbij kwam in de Engelse artikelen de link met klimaatverandering twee keer vaker aan bod vergeleken met de andere landen. Bij meer politiek linksgeoriënteerde nieuwssites was er bovendien meer aandacht ervoor dan bij de meer rechtsgeoriënteerde. In de Engelse The Guardian werd bijvoorbeeld in 60% van alle artikelen over de hittegolven naar klimaatverandering verwezen terwijl dit in de Nederlandse De Telegraaf maar één keer gebeurde (van de 92 relevante artikelen).

De twee ‘real-time’ EEA-studies kregen veel aandacht in alle vier landen, hoewel vier van de twintig nieuwssites er niet over hebben bericht. Dit waren de meer rechtsgeoriënteerde (De Telegraaf en Bild) als ook politiek meer neutrale (AD, N-tv) kanalen in Nederland en Duitsland. Met de aandacht voor de rapporten in artikelen op de overige nieuwssites kregen ook klimaatwetenschappers in vergelijking met eerdere bevindingen een prominentere rol in de media. Zo kwam in Nederland bijvoorbeeld Geert Jan van Oldenborgh in zijn rol als onderzoeker bij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) als ook medeauteur van het EEA-onderzoek vaak aan het woord.

Opvallend was verder dat de link met klimaatverandering in de meeste gevallen op een wetenschappelijk accurate manier werd uitgelegd, nauw de terminologie van het EEA-onderzoek volgend. Zo kwamen in 70% van de artikelen die een link met klimaatverandering hebben gelegd stellingen over toenemende waarschijnlijkheden van hittegolven voor. Iets minder vaak (45%) werd de toenemende intensiteit van hittegolven besproken. Minder vaak daarentegen worden de specifieke waarschijnlijkheden van de rapporten overgenomen. Directe causale verbanden over klimaatverandering als (enig) oorzaak van hittegolven zijn wetenschappelijk gezien problematisch. Toch kwamen stellingen zoals “klimaatverandering heeft de schuld aan de 2019 hittegolf” of “klimaatverandering is de oorzaak van de 2019 hittegolf” in 5% van de artikelen voor.

Van leermomenten na mobilisatie

Volgens ons onderzoek bieden EEA-studies en dan met name voorpublicaties een kans voor een duidelijkere en meer op wetenschap gebaseerde mediaberichtgeving over de verbanden tussen extreem weer en klimaatverandering. De toename aan EEA-onderzoek zorgt voor een steeds duidelijker beeld over hoe hittegolven en andere extreme weeromstandigheden gerelateerd zijn aan antropogene klimaatverandering. Het lijkt daarbij een goed idee voor de wetenschappers en wetenschappelijke organisaties die dit onderzoek uitvoeren om redelijk snel met voorlopige resultaten naar buiten te treden. Voorpublicaties zoals die in juli en augustus 2019 op de website van de WWA gepubliceerde rapporten spelen op de logica van de media in. Journalisten krijgen zo de mogelijkheid om hun berichtgeving over actuele gebeurtenissen door wetenschappelijke kennis te onderbouwen.

Aan de ene kant zagen we dat journalisten de gegevens in de meeste gevallen op een correcte manier hebben gebruikt. Aan de andere kant vonden we ook enkele niet wetenschappelijk correcte argumenten. Daarnaast was het aandeel aan artikelen over de hittegolven dat überhaupt een link met klimaatverandering heeft gelegd met 11% redelijk laag. In een vervolgstudie kwamen we erachter dat de berichtgeving over de hittegolven voor een groot deel door journalisten werd gedaan die niet in klimaatverandering gespecialiseerd zijn. Onder deze groep was er dan ook weinig kennis over het EEA-onderzoek. Gespecialiseerde journalisten gaven daarentegen wel aan bewust het onderzoek van WWA gevolgd te hebben. Om weersextremen nog sterker als een publiek leermoment onder de aandacht te kunnen brengen liggen hier daarom vooral nog kansen voor een meer gerichte opleiding van journalisten maar ook voor nieuwsorganisaties om gespecialiseerde journalisten aan te trekken.

Aangezien klimaatverandering maar ook andere ecologische catastrofes steeds meer impact op verschillende aspecten van ons dagelijks leven zullen hebben is dit ook hard nodig om een groter bewustzijn van deze verbanden te creëren (zogenaamde “mainstreaming”). Pas vanuit aandacht en bewustzijn kan ten slotte een momentum ontstaan om verder over de nodige veranderingen na te denken. Klimaatwetenschappers kunnen belangrijke inzichten over klimaattrends met ons delen maar het is aan het publiek debat om van zo’n leermoment ook een moment van mobilisatie te maken.

Anke Wonneberger is universitair docent communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

6 Reacties op “Hittegolven in de media: Impuls voor meer aandacht voor klimaatverandering en -wetenschap?

  1. Beste Ánke, juist hierom zou ik ervoor pleiten, dat we het geen ‘klimaatverandering’ of ‘opwarming van de aarde’ meer blijven noemen. Want dat klinkt eerder interessant of zelfs aantrekkelijk (zie de zomerse beelden). Er gaat te weinig urgentie vanuit. Laten we het ‘klimaatinstorting’ (climate collapse) noemen. Dat klinkt m.i. toepasselijker en geduchter.

  2. Journalisten van mainstream media schrijven voor het algemeen publiek en dit publiek zal niet of nauwelijks weet hebben van attributiestudies. Dit is heel specialistisch werk geschreven door specialisten voor specialisten. De geïnteresseerde leek kan hier niets mee. Waar het om gaat is of de klimaatverandering op een correcte manier onder de aandacht van de lezer wordt gebracht. Ik volg het nieuws intensief als het om klimaat en verandering gaat en mijn indruk is dat dit wel degelijk plaats vind. Het is onzin om te denken dat in mainstream media tegenover iedere wetenschapper een scepticus wordt geplaatst ter wille van een evenwicht in opinies. Sceptici komen helemaal niet aan bod. Ze vallen per definitie buiten de mainstream. Ook in media land weet iedereen inmiddels dat opwarming van de Aarde plaats vindt.

  3. Interessante blog, Dr. Wonneberger, omdat het tot nadenken aanzet. Dank daarvoor plus twee kanttekeningen.
    1) In het blog staat:
    “Onze aanname was dat de toenemende hevigheid van hittegolven en de toename aan EEA-studies kansen creëert om deze weersextremen als publieke leermomenten te gebruiken en om meer aandacht te creëren voor de risico’s die gerelateerd zijn aan klimaatverandering.”
    In die aanname zitten m.i. een paar *andere* aannames verwerkt:
    – journalistieke info heeft educatieve functie
    – (digitale)krant-lezers leren iets van wat ze lezen
    – er is zoiets als ‘publieke leermomenten’
    Op alle drie is nogal wat af te dingen, wat niet wegneemt dat het onderzoek zeer relevant is voor journalistieke vakopleiding/bijscholing.

    2) Ik struikel over de slotzin:
    “Klimaatwetenschappers kunnen belangrijke inzichten over klimaattrends met ons delen maar het is aan het publiek debat om van zo’n leermoment ook een moment van mobilisatie te maken.”
    Mijns inziens vindt publiek debat – en dus (im)mobilisatie – in het parlement plaats en nergens anders. Massa-media (zoals blogs) kunnen niet meer of minder dan (des)informatie verschaffen.
    Overigens zie ik al jaren uit naar een gedegen analyse van het info-gedrag van parlementariërs: waar halen onze public debaters hun info vandaan?

  4. Kan misschien iemand de eerste figuur in de blog uitleggen, ik begrijp hem niet. Volgens de toelichting bij de figuur wordt de jaarlijkse maximumtemperatuur in Europa in 2019 vergeleken met data van 1950-2018. Daaruit begrijp ik dat de figuur temperatuurverschillen toont tussen 2019 en de periode daarvoor. Maar de legenda laat zien: hoe lager deze waarde hoe ernstiger (want roder)? Dat komt op mij nogal contra-intuïtief over.
    Als ik me verplaats in de positie van een journalist dan zou ik er wel moeite mee hebben om de wetenschappelijke inzichten die in deze figuur worden getoond accuraat te vertalen naar een breder publiek.

  5. Nick,

    De nummers in figuur 1 betreffen een rangorde, geen temperatuur. De locatie waar de jaarlijkse maximum temperatuur in 2019 een record had bereikt, krijgt nummer 1 en een dieprode kleur. De locatie waar de jaarlijkse maximum temperatuur net geen record was maar op de tweede plek, krijgt nummer 2 en een iets lichtere rode kleur, enz. Je ziet dan in een oogopslag dat in Nederland, België en grote delen van Frankrijk en Duitsland in 2019 hitterecords zijn gevestigd.

  6. Jos, dank, het is me nu duidelijk. Ik zou zelf nooit op die interpretatie zijn gekomen op basis van de gegeven informatie. Maar goed, het is slechts een detail, niet waard om de aandacht verder af te leiden van de strekking van het interessante blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s