CO2-balans bij gebruik van biomassa als energiebron

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Biomassa is onze oudste bron van energie maar is geleidelijk vervangen door fossiele brandstoffen. De laatste decennia is er weer een opleving van het gebruik van biomassa, met als doel fossiele brandstoffen te vervangen door bronnen met een lagere netto CO2-uitstoot. Biomassa is een containerbegrip met veel verschillende toepassingen, maar in de maatschappelijke discussies gaat het vaak over meestook van pellets (samengeperste stukjes hout) in kolencentrales, en over biomassacentrales op pellets of houtchips voor de productie van warmte. Onlangs is vanuit het PBL een lijvig rapport verschenen onder leiding van Bart Strengers en Hans Elzenga over beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van alle vormen van biomassa. Het rapport staat uitgebreid stil bij de verschillende perspectieven die een rol spelen bij de beeldvorming. Zo maken sommige mensen zich zorgen over aantasting van natuur en biodiversiteit, of over de invloed van het verbranden van biomassa op luchtkwaliteit. Anderen betwijfelen of het wel bij kan dragen aan het behalen van klimaatdoelen. Dit blog gaat over dat laatste waarbij de nadruk op meestook ligt.

Introductie
Om een mening over meestook en over de gevolgen voor CO2-concentratie en biodiversiteit te vormen is het goed eerst een stap terug te nemen en na te denken over landgebruik en natuurlijke cycli. Laten we beginnen met natuurbranden.

Figuur 1. Oppervlakte dat jaarlijks verbrandt door bos- en graslandbranden, gemiddeld over 2001-2018. De rode kleuren geven de (bijna) jaarlijkse branden in savannegebieden aan, gele en blauwe kleuren zijn vaak in bosgebieden waar brand zorgt voor verjonging en regeneratie van het bos. Let op de logaritmische schaal. Bron: Van der Werf et al. (2017).

Ieder jaar verbrandt op mondiale schaal een oppervlakte gelijk aan de EU (ongeveer 450 miljoen hectare). Voor een groot deel is dit een natuurlijk proces. Hierbij gaat de in biomassa opgeslagen koolstof de lucht in als CO2 en zolang de vegetatie weer aangroeit na de brand wordt die koolstof ook weer opgenomen. Het is deel van een cyclus en beïnvloedt de CO2-concentratie dus niet structureel. De uitzondering daarop zijn de branden die gebruikt worden in het ontbossingproces, en de mogelijke toename van branden door o.a. klimaatverandering. Hierbij wordt de uitstoot maar voor een deel gecompenseerd door aangroei en hierdoor stijgt de CO2-concentratie in de atmosfeer.

Figuur 2. Oppervlakte van het land dat in gebruik was voor landbouw in 2001. Bron: Ramankutty et al. (2008).

Ieder jaar worden gewassen geoogst voor menselijke consumptie over een oppervlakte iets groter dan dat van het een-na-grootste land op aarde, Canada (ongeveer 1100 miljoen ha landbouw exclusief veeteelt, getallen deels afhankelijk van precieze definitie). Hiervan eet de wereldbevolking en een deel van de koolstof in de gewassen gaat dan ook via uitademing weer de lucht in en wordt in het volgende groeiseizoen weer opgenomen. Het is deel van een cyclus, net als de branden hierboven. Initieel zal er wellicht bos voor gekapt zijn dat niet meer terug is gekomen (ontbossing) en ook nu kan er nog bodemkoolstof verloren gaan.

Figuur 3. Percentage van het land dat in gebruik was voor veeteelt. Bron: Ramankutty et al. (2008).

Ieder jaar graast ons vee op een gebied ongeveer ter grootte van Noord- en Zuid-Amerika gecombineerd (ongeveer 4000 miljoen ha, ook dit getal is afhankelijk van definitie en dataset). Dit gebeurt veelal in gebieden die voorheen bos waren, ook nu nog kost expansie van de mondiale veestapel bos. Maar het overgrote deel van het oppervlak uit Figuur 3 is lang geleden ontbost of was eerder grasland; veeteelt op dat eerder ontboste deel heeft geen structurele invloed meer op de CO2-concentratie. Er zijn wel andere structurele emissies in de landbouw- en veeteeltsector. Naast de hierboven genoemde uitstoot uit bodems die van invloed is op de CO2-concentratie gaat het dan met name om methaanuitstoot door herkauwers en natte rijstbouw.

Figuur 4. Bruto afname van het percentage van het oppervlak dat bebost is over de 2001-2018 periode. Let op dat de kleurenschaal tot 50% loopt, niet tot 100% zoals in de vorige grafieken. Bron: Hansen et al. (2013) met jaarlijkse updates.

Ieder jaar gaat ongeveer 20 miljoen hectare bos verloren, een gebied vijf keer Nederland. Een deel daarvan is permanent, zoals aan de randen van de tropische bossen rond de evenaar. Dat noemen we ontbossing en heeft een scala aan oorzaken; houtkap voor hardhout, uitbreidingen van teelt van soja voor veevoer, weidegrond, en voor productie van pulp voor papier en palmolie, etc. Als je Figuur 1 en 4 met elkaar vergelijkt dan zie je ook dat er bruto bos verloren gaat door branden, met name in Canada en Siberië. Die bossen groeien normaal gesproken terug na de brand en dit zorgt voor een gezond ecosysteem. Het verlies van bos wordt in dit geval gecompenseerd door aangroei en netto is er geen afname.

Branden zie je relatief weinig in Scandinavië en de Baltische staten maar daar zie je wel bruto verlies van bos. Dit komt met name door bosbouw voor houtproducten variërend van hoogwaardige producten zoals kozijnen tot laagwaardige brandstof. Dit is net als de bosbranden deel van een cyclus zolang de bossen duurzaam beheerd worden. Dit is dus geen ontbossing. Het is inzichtelijk om zelf naar de data van Figuur 4 te kijken, dat kan met een mooie interface op deze site (aanrader!) Naast het jaar van ontbossing kan je ook naar de balans tussen verlies van bos zoals in Figuur 4 en naar hergroei kijken.

Houtige biomassa
Over houtige biomassa als (rest)product van bosbouw en voor gebruik als brandstof is de afgelopen tijd veel te doen. De verschillende bronnen van biomassa vertegenwoordigen ongeveer 60% van de Nederlandse duurzaam opgewekte energie. Die ratio zien we ook terug in omliggende landen. Meestook in kolencentrales is daar een vrij klein deel van maar zal de komende jaren wel toenemen.

Er is veel kritiek op het gebruik van houtige biomassa, met name houtpellets. In het kort de kritiekpunten:

  • Er gaat subsidie naar toe met mogelijke perverse prikkels tot gevolg, bijvoorbeeld een toename in oogstintensiteit.
  • Een beheerd bos heeft minder biodiversiteit dan een natuurlijk bos; zelfs dood hout op de grond vervult nuttige functies.
  • Het zorgt voor luchtvervuiling.
  • Op het moment van verbranden komt er meer CO2 in de atmosfeer dan door verbranding van kolen en gas. Dit is maar een half verhaal, daarover later meer.

Het is belangrijk deze punten te noemen. Maar het is net zo belangrijk die in context te plaatsen. Allereerst de subsidie. Vaak wordt het bedrag van 11,2 miljard genoemd voor meestook in kolencentrales, bijvoorbeeld door hoogleraar Moleculaire Genetica en voormalig minister Plasterk. Dat is echter het maximale bedrag voor alle vormen van biomassa, zie ook het blog van Jasper Vis. Subsidie voor meestook is met maximaal 3,6 miljard over een periode van 8 jaar nog steeds een groot bedrag.

Dat een natuurlijk bos meer natuurwaarde heeft dan een productiebos is duidelijk. Voor sommigen is bosbouw daarom een doorn in het oog. Hetzelfde geldt wellicht voor intensieve landbouw en veeteelt; we gebruiken land waar ook natuur had kunnen staan. Maar het is nu eenmaal een feit dat we een deel van de aarde gebruiken om voedsel en producten te maken, gelukkig maar zou ik zeggen. Er zit wel een interessante paradox; biodiversiteit en koolstofopslag in gebieden met bosbouw zijn hoger dan in de meeste landbouw- en veeteeltgebieden maar we hebben in het algemeen warmere gevoelens bij het zien van koeien die vredig in de wei staan te grazen dan bij een bos waar ieder jaar een stukje van geoogst wordt.

Biomassacentrales stoten ook meer fijnstof uit dan centrales die op kolen en gas draaien. Dat is met name het geval bij kleinere installaties, het verschil in uitstoot tussen een grote kolencentrale en een grote biomassacentrale is vrij klein. De klassieke vorm van biomassa verbranden – de open haard – is vanuit het perspectief van luchtvervuiling verreweg de slechtste optie, zeker ook omdat die vaak aan gaat als het koud is en er weinig menging is in de atmosfeer en vervuiling dus lang bij de grond blijft. De kleinere installaties die nu op veel plaatsen gebouwd worden zitten daar tussenin. Op het moment dat die niet strategisch geplaatst worden dan kan ik me goed voorstellen dat omwonenden daar bezwaar tegen maken.

Houtige biomassa en CO2
Als laatste, de hogere CO2-uitstoot. Hout heeft een relatief lage energiedichtheid. Met andere woorden, om 1 kWh elektriciteit te genereren levert hout meer CO2-uitstoot op dan kolen, en fors meer dan gas. Daarnaast kost het oogsten, transporteren en drogen van hout ook energie die meestal afkomstig is van fossiele brandstoffen met bijbehorende CO2-uitstoot, waar overigens wel strenge richtlijnen voor zijn. Uiteraard is dit soort bijkomende uitstoot voor winning en transport bij het gebruik van kolen en gas ook deels het geval. Maar in het algemeen ligt de indirecte uitstoot daar lager, hoewel met name de methaanuitstoot bij schaliegaswinning of transport via oudere gasleidingen (denk aan import uit Rusland) onzeker is maar fors kan zijn. Daarnaast is er bij biomassa een groter oppervlak nodig om een bepaalde hoeveelheid energie op te wekken dan bij zon en wind. Dit is gelijk ook de belangrijkste reden dat biomassa niet opgeschaald zal kunnen worden om onze hele energievoorziening te dekken; de hoeveelheid land die we hebben of hiervoor kunnen gebruiken is beperkt.

Figuur 5. Schematische weergave van het verschil in vastgelegde biomassa tussen een natuurlijk bos en bosbouw, in het laatste geval iedere 40 jaar oogst waarin alle biomassa uit het bosbouwgebied gehaald wordt.

Maar laten we even kijken naar de koolstofbalans in een bos. In Figuur 5 staat een typische grafiek van de hoeveelheid biomassa die een boom of stukje bos (plot) vast kan leggen. Bij een jong bos is dat vrij veel (de lijn loopt steil) en naarmate een bos ouder wordt zal dat minder worden. Niet omdat oude bomen geen CO2 meer vastleggen maar omdat de hoeveelheid verrotting ook langzaam toeneemt naarmate een bos ouder wordt en bomen omvallen. Bomen groeien niet tot in de hemel, er ontstaat langzaamaan een balans.

Bij bosbouw wordt de biomassa eens in de zoveel tijd uit het bos gehaald, in Figuur 5 iedere 40 jaar. Na 120 jaar en twee keer oogsten zit er minder koolstof opgeslagen in een bosbouwgebied dan in een natuurlijk bos. Zie het pijltje met ‘verschil in biomassa’ bijschrift. Uiteraard gaat dit puur over koolstof, een natuurlijk bos zal meer biodiversiteit herbergen.

Over die periode is er echter twee keer een nóg grotere hoeveelheid hout geoogst. Van dat geoogste hout kunnen producten gemaakt worden die lang meegaan en dus koolstof uit de atmosfeer houden. En het hout van mindere kwaliteit (dat dus nog steeds hele stammen kunnen zijn) zou in een centrale met Carbon Capture and Storage (CCS) verbrand kunnen worden, zogenaamde BECCS waar de BE voor bio-energy staat. Dat is een voorbeeld van het concept van negatieve emissies. Beide voorbeelden zorgen dus voor meer koolstofopslag dan een natuurlijk bos. Zeker als je beseft dat een natuurlijk bos eens in de zoveel tijd in brand zal staan en dus ook weer bij nul begint.

Een andere optie van het gebruik van hout, en terugkomend op het onderwerp van deze blog, is om alle biomassa te verstoken om energie en warmte op te wekken. In werkelijkheid zal er bijna altijd een combinatie van houtproducten en resthout uit het bos komen maar laten we even aannemen dat alle biomassa verstookt wordt. Dan is, net als in het geval van landbouw- en veeteelt, dit bos deel van een cyclus die netto geen CO2 toevoegt aan de atmosfeer. Dit is een vrij simpel concept maar het wordt vaak in twijfel getrokken, en dat zie je terug in hoe de media met dit onderwerp worstelen. Uiteraard is er wel uitstoot door het hele proces van oogst tot stook.

Figuur 6. Animatie van de leeftijd in een bos in een gebied waar iedere 40 jaar een deel van het bos geoogst wordt. De overgang van geel naar donkerblauw is het jaar van oogst.

Het is interessant om van Figuur 5 een ruimtelijk beeld te maken, dat is in Figuur 6 gedaan. De animatie laat zien hoe een landschap er uit ziet als er iedere 40 jaar houtoogst is in de verschillende vierkantjes (plot). Gemiddeld blijft het bos in het hele gebied van dezelfde leeftijd en houdt het dus ook ongeveer dezelfde hoeveelheid koolstof vast. Dit illustreert dat de leuzen ‘een boom verbranden gaat veel sneller dan een boom laten groeien’ weliswaar klopt voor een boom maar niet de dynamiek van een bos recht doet. Het bos is in balans en door alleen te kijken naar wat er op het moment van oogst of verbranden gebeurt mis je het grote plaatje. Het patroon dat ontstaat lijkt op wat de satellietdata laten zien in gebieden met bosbouw.

Media en politiek
De media heeft moeite met dit dossier. In het Parool lezen we de ene keer dat biomassa averechts werkt voor het klimaat en een paar maanden later dat het toch wat genuanceerder ligt. Idem voor het AD, de ene keer alleen de nadelen en de andere keer een gebalanceerd verhaal, met een van de experts op dit gebied, Martin Junginger. Voor degenen die tijd hebben is dit interview met hem door Remco de Boer absoluut aan te raden.

Biomassa heeft iets groens en er gaat subsidie naar toe, misschien niet geheel verrassend dat De Telegraaf vooral de nadelen benadrukt. Tegelijk is het mooi om te zien dat die krant ook zelf op onderzoek uitgaat en soms ook producenten van houtpellets aan het woord laat (11 juni 2020, gedrukte versie). In een van de uitgebreide artikelen over dit onderwerp komen ook wetenschappers uit Estland aan het woord, het land waar een fors deel van onze pellets vandaan komt. Daarin onder andere de zin: “In 2017 en 2018 verdween ruim 12 miljoen kubieke meter hout uit de Estlandse bossen. Voor duurzaam gebruik is volgens de wetenschappers 8,4 miljoen kuub het maximum.”

Dit is een opvallende zin die wegvalt in de algehele teneur van het artikel. Stel dat die wetenschappers gelijk hebben en stel dat er inderdaad 8,4 miljoen kuub gewonnen werd, zou dan de kritiek verstommen? Ik denk het niet want aan biomassa zitten nadelen en de publieke opinie is intussen anti-biomassa. Ook politieke partijen die eerst voorstander waren van biomassa worstelen hiermee, D66 kamerlid Sienot gaf de voorkeur voor gas over biomassa, bij Groen-Links zou het goed zijn als Klaver nog even in overleg gaat met Van der Lee die duidelijk op de hoogte is van de valkuilen in dit debat.

Biomassa en wetenschap
Misschien wel de belangrijkste reden dat het anti-biomassa sentiment zo groot is geworden is de suggestie dat een van de weinige voordelen van biomassa meestook, namelijk dat het tot een lagere CO2-uitstoot dan kolen of gas leidt, niet zou kloppen. In Nederland komt die boodschap vooral van Emeritus hoogleraar evolutionaire ecologie Louise Vet en Emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan. Zij weten de media goed te vinden en ook binnen de KNAW zijn zij een duidelijke anti-biomassa stem. Vaak is zo’n KNAW stempel een garantie dat het hier om de wetenschappelijke consensus gaat, maar in dit geval -en de literatuur en IPCC-rapporten over dit onderwerp kennend- durf ik dat te betwijfelen.

Ik durf zelfs de stelling wel aan dat zij ook geen consensus met zichzelf hebben. Een vaak aangehaald artikel waar Vet co-auteur van is, is een ‘Policy Commentary’ van de EASAC, de Europese overkoepelende organisatie van academies van wetenschappen. Dat artikel lijkt een beetje op het hierboven aangehaalde Telegraaf stuk in de zin van dat het overwegend negatief over biomassa schrijft maar tussen de regels door is er toch nuance. Zo staat er ook o.a.:

“The concept of carbon neutrality is both uncertain and highly time and context dependent.”

Dit is een belangrijke zin die aangeeft dat CO2-neutraliteit geen gegeven is maar voorwaarden behoeft. Die nuance komt helaas niet terug in uitspraken in de media, bijvoorbeeld:

“Biomassa is een heel slechte energiebron. Verbranding van hout levert weinig energie op, waardoor er netto meer CO2 uit de schoorsteen komt dan bij kolen en gas [ ]” zegt hoogleraar Louise Vet van de Wageningen Universiteit, die namens de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in de milieugroep van EASAC zitting heeft.

Ik vind het zorgelijk als wetenschappers belangrijke nuances niet noemen. Een simpel voorbeeld van het gevolg daarvan is de interpretatie van het net verschenen rapport van de commissie Remkes over de stikstofproblematiek. Henri Bontenbal, werkzaam in de energiesector en iemand die nog rapporten doorleest voor hij een mening geeft, kwam daar het volgende tegen:

Het gaat om de zin “… gecertificeerde biomassa wordt ten onrechte als CO2-neutraal meegeteld.” met een verwijzing naar het EASAC-artikel. Dat doet geen recht aan de nuances in dat artikel en al helemaal niet aan de bredere literatuur. Hoewel dit maar een bijzinnetje is in het rapport dat over stikstof gaat is het voor mij toch moeilijk het rapport nog als neutraal te zien, iets dat enorm belangrijk is in een debat met veel belangen en gevoelens en voor het vertrouwen van de maatschappij in de wetenschap.

Samenvatting
In het voorwoord van het recente PBL-rapport over biomassa schreef PBL-directeur Hans Mommaas dat het onderwerp één van de indringende duurzaamheidsdilemma’s van dit moment behelst; “Wat heeft prioriteit: de instandhouding/stimulering van de mondiale biodiversiteit of de mondiale terugdringing van broeikasgassen?”.

Dat dilemma lijkt echter ondergesneeuwd te raken in de discussie over biomassa doordat het voordeel van biomassa vergeleken met fossiele brandstoffen (lagere netto CO2-uitstoot) in twijfel getrokken wordt. En zoals Paul Rosenmöller zo mooi zei naar aanleiding van de discussie over het sluiten van scholen afgelopen maart: “Als wetenschappers elkaar tegenspreken, verliezen bestuurders hun kompas”.

Met dit stuk heb ik proberen duidelijk te maken dat er veel haken en ogen aan biomassa meestook zitten, maar dat het ook mogelijkheden biedt die we moeten koesteren. Wie in de energietransitie alleen perfecte oplossingen wil accepteren houdt uiteindelijk geen enkele optie over. Over hoe CO2-neutraal biomassa nu werkelijk is kan je goed discussiëren, dat het bij naleving van duurzaamheidscriteria netto minder CO2 uitstoot dan kolen en waarschijnlijk gas is vrij zeker.

Terugkomend op het begin van dit stuk zijn er twee bijzondere observaties wat mij betreft. Aan de ene kant is er een sterke en doeltreffende anti-biomassa lobby vanuit een kleine groep wetenschappers geweest, waarvan sommigen ook sterk tegen kernenergie gekant zijn. Zonder beide opties is het een flinke klus om onze CO2-uitstoot naar beneden te krijgen zonder de betrouwbaarheid van ons energiesysteem te veel op de proef te stellen. Aan de andere kant zien we een sterke anti-biomassa lobby bij een aantal kranten maar waarschijnlijk het sterkst bij De Telegraaf waarbij de nadruk ligt op ecologische schade. Die verontwaardiging vind ik moeilijk te rijmen met de berichtgeving op andere ecologische onderwerpen zoals het stikstofdebat.

Epiloog
Persoonlijk ben ik voor- noch tegenstander van biomassa. Ik ben vooral voor een efficiënte energietransitie gebaseerd op feiten en een eerlijke evaluatie van onzekerheden en onbekende factoren daarin. Keuzes zullen door de politiek gemaakt moeten worden. Wind en zon worden goedkoper en de capaciteitsfactor daarvan stijgt, vooral met verdergaande uitbreiding wind op zee. Daarnaast kampen deze bronnen na installatie niet met terugkerende uitstoot voor o.a. oogsten en drogen zoals bij biobrandstoffen het geval kan zijn.

Voor zover dat niet al nu het geval is zullen deze factoren meestook van biomassa op termijn uit de markt drukken, zeker als de subsidie vervalt. Andere vormen van biomassa kunnen nodig blijven aangezien biomassa opgeslagen kan worden en daarmee hiaten in zon en wind kan opvangen, omdat het negatieve emissies mogelijk maakt, omdat het een grondstof is en omdat geavanceerde biobrandstoffen voorlopig nodig kunnen zijn voor lucht- en zeevaart.

De harde lobby tegen biomassa kan op twee manieren slecht uitpakken. Allereerst als biomassa als base-load sneller afgebouwd wordt dan zon, wind, en kernenergie sneller opgeschaald kunnen worden dan al gepland. Dat zou tot hogere CO2-concentraties leiden. Ten tweede als biomassa zo’n slechte naam krijgt dat er door de maatschappij niet meer constructief mee omgegaan kan worden, een situatie die wellicht op die van kernenergie lijkt.

Guido van der Werf is universiteitshoogleraar aan de Vrije Universiteit, zijn onderzoek richt zich op de wisselwerking tussen het klimaatsysteem en de mondiale koolstofcyclus.

112 Reacties op “CO2-balans bij gebruik van biomassa als energiebron

  1. Lennart van der Linde

    Beste Guido,
    Dank voor dit genuanceerde stuk. Je verwijst o.a. naar Norton et al 2019. Zij zeggen onder meer:

    “The classification of forest biomass as ‘renewable’ is based on the reasoning that, since biomass carbon came from atmospheric CO2 and regrowth absorbs CO2 over time, it can be regarded as ‘carbon neutral’ with net emissions over the harvesting/regrowth cycle of zero. The ‘carbon neutrality’ concept is, however, a gross misrepresentation of the atmosphere’s CO2 balance since it ignores the slowness of the photosynthesis process which takes several decades for trees to reach maturity. This has been pointed out repeatedly (e.g. Agostini, Guiintoli, & Boulamanti, 2014; Berndes et al., 2016; Fisher, Jackson, & Biewald, 2012; Holtsmark, 2012, 2013; Mitchell, Harmon, & O’Connell, 2012; Ter‐Mikaelian, Colombo, & Chen, 2015; Zanchi, Pena, & Bird, 2012)…

    Research has shown that the time needed to reabsorb the extra carbon released can be very long, so that current policies risk achieving the reverse of that intended—initially exacerbating rather than mitigating climate change. This issue has been pointed out by many authors (e.g. Booth, 2018; Laganière, Paré, Thiffault, & Bernier, 2017; Schlesinger, 2018; Ter‐Mikaelian, Colombo, Lovekin, et al., 2015), and, in the specific context of the EU’s policy (KNAW, 2017; Searchinger et al., 2018).

    The European Academies Science Advisory Council (EASAC) has brought these issues to the attention of the European Commission in its recent reviews and statements (EASAC, 2017, 2018, 2019) and, during the debate on the revision of the EU’s RED in 2018, many scientists (e.g. Beddington et al., 2018) argued against the simplistic assumptions of carbon neutrality and treating biomass as renewable. However, the revised directive (REDII) continues to classify biomass in the same way as solar, wind and other categories of renewable energy.

    However, where additional trees are harvested the payback periods depends on the species and conditions of regrowth which range from decades to centuries (e.g. McKechnie, Colombo, Chen, Mabee, & MacLean, 2011; Nabuurs, Arets, & Schelhass, 2017; Sterman, Siegel, & Rooney‐Varga, 2018; Ter‐Mikaelian, Colombo, Lovekin, et al., 2015). In some scenarios, the carbon present in the original forest stock may never be recovered. This means that the concept of carbon neutrality is both uncertain and highly time and context dependent…. Given that the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 2018) projects that average surface temperatures are likely to exceed 1.5°C between 2030 and 2052 on current trends, payback periods of decades increase the risk of overshooting Paris Agreement targets.

    Assessing the net effects of switching from coal to forest biomass requires an integrated approach whereby carbon flows along the complete life cycle (including combustion emissions) in the bioenergy scenario are compared with carbon flows in the absence of increased harvesting for bioenergy (a reference or counterfactual scenario). Such analyses should include the reduction in the carbon stock of the forests harvested. Many such studies (e.g. Ricardo, 2016; Stephenson & Mackay, 2014; Sterman et al., 2018; Ter‐Mikaelian, Colombo, Lovekin, et al., 2015) have shown that only residues from traditional forestry management (i.e. leftovers after use for timber, board, paper etc.) or naturally fast‐decaying wood as a result of forest dieback from diseases or fire have payback periods of the order of years. In contrast, increasing forest stock harvesting of stemwood (whether thinnings or clear‐cut) increases atmospheric CO2 levels for decades to centuries depending on the counterfactual scenarios…

    The UNFCCC accounting rules already mentioned allowing an importing country to count emissions from biomass as zero, are based on the assumption that reductions in forest biomass are accounted in the exporting country’s LULUCF statistics. Since implementation and verification of the latter vary considerably between countries, the trade‐off between reductions in carbon stock and emissions into the atmosphere at the point of combustion lacks transparency. Emissions reporting can thus be highly misleading since the importing country will record biomass emissions as zero and as reducing its national emissions inventory, even though the net effect of switching from coal to biomass pellets may be to increase atmospheric CO2 levels for decades.

    The above considerations led to EASAC recommending that forest biomass should not be regarded as a source of renewable energy under the EU’s RED unless the replacement of fossil fuels by biomass leads to net reductions in atmospheric concentrations of CO2 within a decade or so.”

    Voor een leek zoals ik lijkt dit redelijk onderbouwde kritiek op de huidige praktijk, die het PBL-rapport naar mijn indruk niet heeft kunnen weerleggen. Het PBL lijkt alleen te concluderen dat hierover vooralsnog geen wetenschappelijke consensus bestaat, omdat er ook onderbouwde wetenschap is die minder kritisch is op de huidige praktijk.

    Ik vraag me af welke specifieke beweringen van Norton et al volgens jou niet kloppen en het meest relevant zijn in deze discussie. In je stuk ga je daar volgens mij alleen in vrij algemene zin op in, waardoor het misschien lijkt alsof je meer met Norton et al van inzicht verschilt dan mogelijk het geval is. Ik kan het nog niet goed beoordelen, dus hopelijk kun je dit verder verduidelijken.

  2. Hans Custers

    Lennart,

    Ik draai de vraag even om. Wat is er in dat lange citaat dat je aanhaalt nu echt in tegenspraak met wat Guido zegt? Ik zie een verschil in accenten, in woordkeus, in stelligheid waarmee men conclusies trekt (ofwel, in “framing”), maar dat is het dan ook. Een werkelijk verschil van inzicht over de feiten haal ik er niet uit. Guido beweert ook nergens dat er beweringen in dat stuk van Norton niet zouden kloppen, dus je vraag daarnaar is niet op zijn plaats.

    Het lijkt me prima verwoord door Guido: de nuance die hij expliciet benoemt moet je in Norton et al. tussen de regels zoeken. En dan is hij er net zo goed.

  3. Leffert Oldenkamp

    beste Guido,
    Mooi dat je een genuanceerd verhaal brengt, maar er staan wel wat slordige dingen in. Je behoeft geen wetenschapper te zijn om te beseffen dat de verbrandingswaarde van alle biomassa soorten dusdanig is dat er veel meer Co2 wordt uitgestoten per opgewekte eenheid warmte of elektriciteit dan de fossiele tegenhangers. Aardgas is dan het schoonst. Dus of je nu pellets, takken, gepyrolyseerde houtresten, vergast hout…je brengt de klimaat doelen verder weg. Ook biofuels zijn erger dan kerosine. Gecertificeerd hout of houtresten levert dezelfde uitstoot als niet gecertificeerde.
    Bossen , overal ter wereld, nemen af in oppervlakte. Vel;e oorzaken. In Europa mede door EU beleid met Natura 2000. Verder is de jaarlijkse aanwas (lopende aanwas in bosbouwtermen) dalende. Daardoor is de opvangcapaciteit voor CO2 dalende en kan – vooral in gecertificeerde bossen de opvang functie voor CO2 in bossen van de overmatige uitstoot met biomassa niet op peil blijven.
    Verder heb je een merkwaardige opvatting over bosbouw. Er bestaan nauwelijks natuurlijke bossen. Er zijn inderdaad plantages met bomen die als een landbouwgewas worden behandeld.
    Maar wat vaak onder productiebos wordt begrepen of geduid is niets meer dan het pionier stadium – stakenfase – wat je nodig hebt om volwassen bossen te maken.
    Het stoken van biomassa valt niet met nuances te verdedigen.

  4. Lennart van der Linde

    Hans,
    Wat Guido over Norton et al zegt is:
    “Een vaak aangehaald artikel waar Vet co-auteur van is, is een ‘Policy Commentary’ van de EASAC, de Europese overkoepelende organisatie van academies van wetenschappen. Dat artikel lijkt een beetje op het hierboven aangehaalde Telegraaf stuk in de zin van dat het overwegend negatief over biomassa schrijft maar tussen de regels door is er toch nuance.”

    Dat laatste lijkt te suggereren dat er expliciet niet zoveel nuance is, maar tussen de regels toch wel. Ik zou zelf niet zeggen “overwegend negatief” en “tussen de regels”, maar “onderbouwd en genuanceerd kritisch op de huidige praktijk”. Maar ik weet er minder van dan Guido, dus daarom vraag ik om verduidelijking, waarbij ik zelf al zeg: “misschien lijkt het alsof je meer met Norton et al van inzicht verschilt dan mogelijk het geval is”. Misschien is er inderdaad zelfs geen wezenlijk verschil van inzicht, dat zou kunnen, alleen is mij dat nog niet helemaal duidelijk. Dus ik ben benieuwd hoe Guido dit ziet.

  5. Vooral prioriteit geven aan echte duurzame energie en biomassa voor bijstook afbouwen lijkt mij hier het bericht! Gezien we (op zijn minst) over 30 jaar klimaatneutraal moeten zijn en bomen met die tijd redelijk volgroeid moeten zijn (om in de buurt van het 2°C doel te blijven), lijkt mij een toename van biomassa voor bijstook op dit moment uit de boze!

  6. Bob Brand

    Beste Leffert Oldenkamp,

    Dit is onjuist, om redenen die prof. van der Werf al uitgelegd heeft:

    … dat de verbrandingswaarde van alle biomassa soorten dusdanig is dat er veel meer Co2 wordt uitgestoten per opgewekte eenheid warmte of elektriciteit dan de fossiele tegenhangers. Aardgas is dan het schoonst.

    Het koolstof dat aan de atmosfeer wordt toegevoegd door de verbranding van aardgas … komt uit fossiele reservoirs van onder de grond. Na verbranding is dit koolstof, als CO2, verplaatst naar de dampkring.

    Bij biomassa is dit niet het geval. Dit koolstof wordt juist éérst uit de dampkring gehaald en door fotosynthese vastgelegd in koolhydraten, om na de verbranding (of de rotting) weer terug te keren naar waar het al vandaan kwam: de dampkring.

    NETTO voegt de verbranding van biomassa dan ook geen koolstof toe aan de koolstofcyclus, aan de kringloop van: CO2 in de dampkring –> assimilatie –> C in biomassa –> dissimilatie (verbranding, rotting) —> CO2 in de dampkring. Aardgas verplaatst het C vanuit fossiele reservoirs naar de dampkring, biomassa echter niet.

    Daarom zijn sommetjes die suggereren dat er “meer CO2 wordt uitgestoten per opgewekte eenheid warmte of elektriciteit dan de fossiele tegenhangers“, misleidend. Die sommetjes laten achterwege dat *al* dit koolstof (CO2) éérst uit de dampkring is gehaald.

  7. Guido van der Werf

    @Lennart – het gaat vooral over het contrast tussen de nuance die wel degelijk in het artikel van Norton et al. zit en het gebrek daaraan bij uitspraken van de (co)auteurs in de media.

  8. Guido van der Werf

    @Leffert – dank voor je inzichten, hierbij nog wat opmerkingen in aanvulling van wat Bob al zei. Zou je a.u.b. naar de satellietdata willen gaan (https://earthenginepartners.appspot.com/science-2013-global-forest) en inzoomen op Zweden, Finland, of Baltische staten? Je kan het jaar van oogst zien en er is een optie om naar loss/extent/gain te gaan waarbij ‘gain’ over een kortere periode is gemeten dan ‘loss’. Als je genoeg inzoomt ontstaat het patroon als in Figuur 5 hierboven. We zijn het snel eens dat als er geen hergroei zou zijn of als er ongebreidelde uitbreiding zou zijn van oogst dat de balans verstoord is maar dat is niet wat de data zegt. Ik neem aan dat je het patroon zoals in Figuur 5 staat ook als CO2 neutraal erkent?

  9. Bob Brand

    Beste Leo van Lierop,

    Het volgende is makkelijk geroepen maar niet zo doordacht:

    Vooral prioriteit geven aan echte duurzame energie en biomassa voor bijstook afbouwen lijkt mij hier het bericht!

    Biomassa kan een essentiële, wellicht onmisbare, rol vervullen in de transitie naar duurzame energie. Hernieuwbare bronnen zoals zon en wind zijn namelijk intermittent: soms zijn ze er en soms zijn ze er ook helemaal niet. ’s Nachts schijnt de zon niet en soms waait het ook niet.

    Om de ‘intermittency’ te overbruggen wordt nu een combinatie van maatregelen benut: koppeling van elektriciteitsnetten, hydro uit Noorwegen en zowel aardgas als biomassa, die de ‘hiaten’ in zon en wind opvangen. Echter, we moeten binnen enkele decennia het aardgas uitfaseren (of de verbrandingsgassen ervan onder de grond gaan stoppen: CCS). Wat dan?

    Biomassa kan, naast andere middelen, helpen om die hiaten in zon/wind te overbruggen. Het is namelijk ‘dispatchable’: je kan het verstoken op elk moment dat je nodig acht. En je kan biomassa ruim van te voren extra aan gaan planten… zodat het ook ruim van te voren extra CO2 uit de dampkring haalt.

  10. Hoi Bob, ook dat is makkelijk praten. Eigenlijk is alles wat we nu roepen makkelijk praten. Er moet namelijk zo veel gebeuren. Onze voetafdruk moet drastisch omlaag en we moeten ons flexibel opstellen naar de hoeveelheid energie, producten en middelen die er zijn. Drastisch minder vlees eten, waardoor er meer oppervlakte vrij komt voor CO2 vretende gewassen. Dan kunnen we de bossen laten staan voor de nodige opslag en biodiversiteit (waar we het uiteindelijk voor doen). Maar ook dat lijkt me onvoldoende en is nieuwe technologie gewenst.

  11. Bob Brand

    Hallo Leo,

    Minder vlees eten is zeker een bijdrage, maar is volstrekt onvoldoende. Daar is vanzelfsprekend al over nagedacht. Zomaar hopen op een ‘magische’ nieuwe technologie is zinloos — elke toekomstige technologie zal zich binnen de natuurwetten dienen te voltrekken.

    … Dan kunnen we de bossen laten staan

    Het is een fundamentele misvatting dat ‘de bossen’ er altijd al waren en dat die er ‘zomaar’ zouden staan. Het meeste bos op Aarde is inmiddels door de mens aangelegd en beheerd. Het is doorgaans geen oerbos dat er ‘vanouds’ al stond.

    Het is dan ook geen kwestie van ‘laten staan’. Het is een kwestie van méér bos aanplanten en dat wordt nou juist bevorderd als daar in de toekomst een markt voor is.

  12. Lennart van der Linde

    Beste Guido, je zegt:
    “het gaat vooral over het contrast tussen de nuance die wel degelijk in het artikel van Norton et al. zit en het gebrek daaraan bij uitspraken van de (co)auteurs in de media.”

    Ok, dat contrast herken ik wel, dus ik kan volgen dat je daar met nadruk op wijst. Maar als je “vooral” zegt, roept dat bij mij nog de vraag op of Norton et al (belangrijke) beweringen doen die volgens jou te kort door de bocht zijn of echt niet kloppen. Ik wil graag begrijpen of Norton et al (en de wetenschappers waarnaar zij verwijzen) over het geheel terechte kritiek leveren op de huidige praktijk, of dat zij zich op belangrijke punten vergissen.

    Mijn vraag is dus: ben je het op de belangrijkste punten met Norton et al eens? Of wat zijn eventueel jullie belangrijkste verschillen van inzicht?

  13. Guido van der Werf

    @Lennart – er zijn genoeg nuanceverschillen, op een belangrijk punt is dat meer dan dat: Norton claimt dat we alleen biomassa kunnen gebruiken met een korte ‘payback time’ omdat de CO2 concentratie nu al moet stabiliseren. In Figuur 6 heb ik geprobeerd te verduidelijken dat dat het geval is voor een individuele boom of plot maar niet voor (bestaande) bosbouw. Even los van de observatie dat we nog niet binnen 10 of 20 jaar van fossiele brandstoffen af zijn.

  14. Lennart van der Linde

    Hoi Guido,
    Norton et al zeggen:
    “Counterarguments to the above include that the removal of carbon stock from one area of forest should be considered on the landscape scale where (at least in some regions) carbon stock may be increasing. The errors in this approach have already been analysed by Ter‐Mikaelian, Colombo, and Chen (2015) and from a policy perspective, the key question is, what are the climate implications for policy options including bioenergy, and those without? As pointed out above (EASAC, 2017; Ricardo, 2016; Stephenson & Mackay, 2014), in the case of the import of pellets from the United States to the United Kingdom, scenarios are dominated by those exacerbating climate change. Moreover, even though some forest carbon stocks have been increasing in Europe and parts of the United States, the Global Forest Resources Assessment (FRA, 2015) estimated that forest carbon stocks globally decreased by 0.22 gigatonnes annually from 2011 to 2015.”

    Als ik het goed begrijp, zijn ze het niet eens met jouw tegenargument met verwijzing naar een aantal bronnen. Wat klopt er volgens jou niet aan hun onderbouwing? Of begrijp ik het verkeerd?

  15. Guido van der Werf

    @Lennart – het hoofdargument van Ter-Mikaelian et al. is dat de bossen meer biomassa zouden bevatten als er geen vraag naar biobrandstoffen is. Dat kan o.a. het geval zijn als er ook hoogwaardig hout als brandstof gebruikt wordt. Idem voor het geval van überhaupt geen vraag naar hout. Idem voor het wegvallen van vraag naar voedsel voor ons, vandaar mijn vergelijking met landbouw en veeteelt.

    Zie ook Figuur 5, dat een natuurlijk bos meer koolstof vast kan leggen dan in het geval van bosbouw is een feit, hoewel je echt wel moet meenemen dat een natuurlijk bos vaker in de brand zal vliegen dan een gemanaged bos. Zeker in een warmere wereld, zie de branden in Scandinavie in 2018. Ik zie niet zo goed hoe dit het landschapsargument ontkracht. Als er een *toename* is in de vraag naar pellets en dat daardoor de oogstcyclus korter wordt (?) moet je dat uiteraard meenemen in de berekening van de balans.

    De laatste zin die je aanhaalt is m.i. vreemd of behoeft nadere uitleg. Als ik het even een beetje ridiculiseer staat er “in de gebieden met bosbouw waar wij onze houtproducten en pellets vandaan halen neemt het oppervlak bos toe maar wereldwijd daalt het, dus is bosbouw slecht”.

  16. Lennart van der Linde

    Guido,
    Die laatste zin roept wellicht de vraag op in hoeverre sprake kan zijn van indirecte verandering in landgebruik, ook bij een toenemende CO2-opslag in een specifiek bosbouwgebied? Het bepalen van de precieze systeemgrenzen lijkt me best lastig, dus misschien zit daarin een belangrijk deel van het verschil van inzicht?

    Of ze maken simpelweg een denkfout, dat zou natuurlijk ook kunnen, maar dan zou dat door bv het PBL inmiddels toch vastgesteld moeten kunnen worden. Ik weet niet of zij dat in hun rapport ook doen, dus zal proberen dat te checken. Als jij (of iemand anders) dat al gedaan hebt, hoor ik het graag.

  17. Bob, als hopen op nieuwe technologie zinloos is. Denk jij dan dat we met de huidige omstandigheden de 2°C halen?

  18. Lennart van der Linde

    Zie voor een verkenning van mogelijke indirecte effecten van verbranding van houtige biomassa bv deze scriptie van Bager uit 2016:

    Klik om toegang te krijgen tot Bager_2016_Unintended_or_unanticipated_thesis_tch167.pdf

    Uit de samenvatting:
    “Building on available literature and data, this thesis provides a first qualitative and, to the extent possible, quantitative assessment of these effects, and examines options for taking into account the ‘Wicked Problem’ of indirect GHG effects in a model or method. The paper concludes that due to indirect effects, the GHG benefits (on a global scale) of substituting wood pellets for fossil fuels are likely smaller than expected. As the objective of RED is to reduce GHG emissions, this calls for the inclusion of indirect effects in the calculation of GHG benefits of wood pellet consumption. However, due to the ‘wicked’ nature of indirect effects and the policy framework for accounting for GHG emissions, taking into account these indirect effects is complex and fraught with uncertainties. Further research is required to establish a model or set of rules that is capable of doing this with the required accuracy and precision.”

  19. Bob Brand

    Hi Lennart,

    Het bovenstaande blogstuk gaat over:

    – de CO2-balans bij gebruik van biomassa (zie de titel);
    – dus niet alleen ‘houtige biomassa’ maar over biomassa in het algemeen.

    De scriptie van Bager uit 2016 gaat over: “the inclusion of indirect effects in the calculation of GHG benefits of wood pellet consumption, en betreft héél specifiek pellets. Vervolgens schrijft Bager dat deze ‘inclusion’ een complexe materie is. Wel, dat klopt. In de populaire discussie worden er echter met grote stelligheid onjuistheden verkondigd (zie bijv. Leffert Oldenkamp hierboven). Die stelligheid staat haaks op de complexiteit die Bager noemt.

    Zo concludeert Bager dat de ‘benefits’ van hout pellets (!) waarschijnlijk kleiner zijn dan ‘expected’, maar volgens hem zijn er nog steeds benefits: “the GHG benefits (on a global scale) of substituting wood pellets for fossil fuels are likely smaller than expected“, en dat is dan specifiek m.b.t. die houtpellets.

    Met indirecte effecten doelt men bijvoorbeeld op het transport per schip van Noord-Amerika –> Europa en de CO2-emissies die daarmee gemoeid zijn. Echter, dat is niet een noodzakelijk aspect van biomassa (ook nu komt maar een klein deel v/d biomassa daar vandaan). Er zijn ruime mogelijkheden om dit in Europa uit afvalstromen, agrarisch afval, houtafval en andere biomassa te gaan halen, en juist méér bosbouw te gaan doen. Dan is er geen transport van pellets uit Noord-Amerika meer.

  20. Hans Custers

    Leo,

    Wat in elk geval zeker is, is dat we de 2°C niet gaan halen als we gaan zitten wachten op de perfecte oplossing waar geen enkel nadeel aan zit. Ik denk dat we er alleen kunnen komen als we oplossingen niet te snel afschrijven en gaandeweg proberen te leren van wat er goed gaat en van wat er juist misgaat. Om van fouten te leren moet je jezelf wel toestaan fouten te maken.

  21. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Voor het geval je dat mocht denken: ik zeg niet dat het stuk van Guido alleen over houtige biomassa gaat. De vraag kwam echter op in hoeverre verbranding van houtige biomassa wellicht leidt tot indirect land use change. Bager 2016 probeert die vraag te beantwoorden, en kijkt daarbij ook naar indirect wood use change and indirect forest management change.

    Voor zover ik hem begrijp pleit hij obv de onzekere, maar mogelijk negatieve gevolgen van deze indirecte effecten en obv het voorzorgsbeginsel voor een een kritische evaluatie van het huidige EU-beleid en van aanscherping van de duurzaamheidscriteria voor houtige biomassa.

    Dat pleidooi lijkt gedeeld te worden door bv Searchinger et al 2018:
    https://www.nature.com/articles/s41467-018-06175-4
    “This comment raises concerns regarding the way in which a new European directive, aimed at reaching higher renewable energy targets, treats wood harvested directly for bioenergy use as a carbon-free fuel. The result could consume quantities of wood equal to all Europe’s wood harvests, greatly increase carbon in the air for decades, and set a dangerous global example.”

    De vraag is of deze pleidooien voldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn, en zo ja,in hoeverre duurzame biomassa dan kan bijdrage aan onze energievoorziening, wat de juiste duurzaamheidscriteria daarbij zijn en hoe die gehandhaafd kunnen worden.

    Ik heb het antwoord niet, maar probeer voor mijzelf zo goed mogelijk zicht te krijgen op zin en onzin in deze discussie, en op de verschillen tussen de meer genuanceerde wetenschappelijke discussie en de minder genuanceerde politiek-maatschappelijke discussie. Het stuk van Guido helpt daarbij en kan ook weer tot aanvullende vragen leiden.

  22. Bob Brand

    Nog even als aanvulling op enkele vergelijkingen die hierboven gemaakt worden:

    –> het kan heel verleidelijk zijn om een vergelijking te trekken tussen een geheel hypothetische, ideale situatie vs. een minder ideale maar wél haalbare praktijksituatie.

    Zo kunnen Ter-Mikaelian et al. betogen dat een natuurlijk bos (nog) meer koolstof vast kan leggen dan bosbouw.

    Echter, de werkelijke situatie is dat dit bos er dikwijls, stomweg niet zou zijn als er géén commerciële toepassingen voor het hout waren. De ‘business case’ voor instandhouding van dit hypothetische bos ontbreekt dan en de eigenaren van de grond hadden er weiland of akkerland van gemaakt. Precies dát gebeurt er nu in Zuid-Amerika:

    Als er echter wél een ‘business case’ is voor hoogwaardig hout, dan is er een commerciële ‘incentive’ om het bos te beschermen, het uit te doen breiden en te beheren zodat het op de lange termijn inkomsten blijft opleveren.

    Wees dus voorzichtig met vergelijkingen van een ‘ideale’ maar alleen hypothetische situatie vs. duurzame bosbouw die in ieder geval veel beter is dan totale kaalslag…

  23. Leffert Oldenkamp

    Voor Bob Brand en anderen,
    Nog even in herinnering brengen dat de opslag van Co2 in fossiel en in actieve organische stof (biomassa) een middel is (geen doel) om het zo lang mogelijk buiten de atmosfeer te houden. Als onze activiteiten met minder energie toe zouden kunnen dan laten we het overal in zittten en proberen onze lampjes brandende te houden met zon, wind en wellicht nog wat bronnen, die weinig CO2 aan de atmosfeer toevoegen. Maar de wereld heeft een probleem met CO2 in de atmosfeer, dat moet minder. Niet met de voorraad in fossiel. Dus dan kies je voor de geringste uitstoot. In volgorde van minst nadelig voor het klimaat tot meest nadelig: aardgas, olie, steenkool, biomassa.. Biomassa als allerlaatste.
    Voor actieve opslag komen vooral bossen in aanmerking (landbouwgewassen dragen daar niet toe bij) en van welke bron de Co2 afkomstig is doet er niet toe. Een boom groeit even goed op Co2 uit aardgas. Daarom is de lopende aanwas in bossen zo belangrijk. Door biomassa oogstmethoden wordt de groei van overblijvend bos niet bevorderd, het is totale kaalslag meestal. Daarvoor is nodig dat bossen tijdig worden gedund ( om de afvlakking van de groeicurve uit te stellen en bossen langer optimaal kunnen doorgroeien) en verjongd ( om het stijgende deel van de groeicurve op niveau te krijgen). Wereldwijd wordt dat niet gedaan Gevoegd bij de per saldo sterke afname van het bosareaal vormt de dalende aanwas een onoverkomelijk gat om de onnodige extra uitgestoten CO2 (biomassa ipv aardgas, biofuel ipv kerosine….) weer te kunnen vasthouden.
    Onze bossen staan er slecht bij en de EU en de Nederlandse bossenstrategie maken er met hun richtlijnen een nog droeviger beeld van.

  24. Bob Brand

    Beste Leffert Oldenkamp,

    Dus dan kies je voor de geringste uitstoot.

    Daarbij dien je de *gehele* cyclus in ogenschouw te nemen. Dus niet alleen wat er op één moment uit een schoorsteen komt… maar dat precies dezelfde hoeveelheid CO2 eerder uit de atmosfeer wordt gehaald, in het geval van biomassa.

    Het gaat er immers om wat er onder de streep, netto, verandert aan de CO2-concentratie in de atmosfeer?

    Netto voegen aardgas, petroleum en steenkool ál het CO2 dat er uit de schoorsteen komt toe aan de CO2-concentratie. Dat is niet zo voor biomassa: dit koolstof wordt kort voor de verbranding eerst *uit* de atmosfeer gehaald.

    Daarom is de lopende aanwas in bossen zo belangrijk.

    In Europa en Noordelijk Azië neemt het bosareaal juist TOE in plaats van af!

    Actieve bosbouw zorgt voor de toename van het bos in Europa en Azië. Als er géén commerciële markt zou zijn voor dit hout, dan vindt deze bosbouw niet plaats. Dan verdwijnen die bossen – dan wordt er weiland, akkerland, bouwland etc. van gemaakt. Dat laatste gebeurt nu in Zuid-Amerika. Daar is er geen/te weinig bosbouw. Dus verdwijnt daar het bos om plaats te maken voor weiland en soja-plantages voor veeteelt, zie:

    Juist het ontbreken van bosbouw (waaronder de commerciële kansen voor biomassa), veroorzaakt de achteruitgang in Zuid-Amerika.

  25. Hans Custers

    Leffert Oldenkamp,

    Je ziet een cruciaal verschil tussen biobrandstof en fossiele brandstof over het hoofd. Fossiele brandstof voegt koolstof toe aan de koolstofcyclus. Wil je die er weer uithalen dan moet je altijd maar meer bos aanplanten. De koolstof in biomassa zit al in die cyclus. Willen we uiteindelijk de toename van de CO2-concentratie stoppen, dan zullen we eerst en vooral moeten zorgen dat er niet steeds meer koolstof bijkomt in de cyclus. Hoe meer koolstof erin zit, hoe moeilijker het wordt om, als dat nodig is, ervoor te zorgen dat er extra koolstof vanuit de atmosfeer naar andere reservoirs gaat, zoals de biosfeer.

  26. Leffert Oldenkamp

    Co2 houdt zich niet aan grenzen. Netto is er geen toename van bos. Bos dat verdwijnt groeit meestal nog heel goed of heeft de potentie daartoe, bos dat erbij komt vormt meestal kreupelhout of nog minder. Minder aanwas dus en vooral minder bruikbaar hout om CO2 in producten vast te houden.

  27. Bob Brand

    Beste Leffert Oldenkamp,

    Netto is er wél toename van bos, in Europa en Aziê. Zie bijvoorbeeld de direct bovenstaande grafiek uit het zojuist verschenen rapport ‘The State of the World’s Forest 2020′, hier:

    http://www.fao.org/state-of-forests/2020/en/

    Juist in Europa neemt bos sterk toe. Dat komt mede doordat er hier een groeiende markt is voor houtproducten (waaronder biomassa).

  28. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Zoals Guido in zijn stuk zegt:
    “Over houtige biomassa als (rest)product van bosbouw en voor gebruik als brandstof is de afgelopen tijd veel te doen.”

    De discussie over aanscherping van de Europese duurzaamheidscriteria voor (houtige) biomassa loopt nog steeds, volgens bv dit bericht van afgelopen december:
    https://news.mongabay.com/2019/12/cop25-eu-officials-say-biomass-burning-policy-to-come-under-critical-review/

    ‘Bas Eickhout, a member of the European Union Parliament from the Netherlands, said during the press conference: “The previous time we did a review of our Renewable Energy Directive (RED) a few years ago, we had a long, extensive discussion about the sustainability criteria on the use of biomass for renewables. Speaking only for myself, I would have loved to see a stronger criteria in place.”’

    Vraag: vind jij obv de beschikbare wetenschappelijke kennis tot dusver dat de Europese duurzaamheidscriteria voor (houtige) biomassa strict genoeg zijn? En dat die voldoende gehandhaafd (kunnen) worden?

  29. Bob Brand

    Hallo Lennart,

    Nee, ik ben van mening dat Europese duurzaamheidscriteria voor houtige biomassa aangescherpt dienen te worden:

    – geen import meer van houtpellets uit de VS;
    – aangezien handhaving daar tekort schiet;
    – en transatlantisch transport te belastend is.

    De meeste biomassa, waaronder ook verreweg het meeste laag-/hoogwaardige hout, komt echter uit Europa. Dat is prima.

  30. Hans, als je veronderstelt dat ik wil gaan zitten wachten, is dat een verkeerde aanname.

  31. Lennart van der Linde

    Ha Bob,

    Vanmiddag werd tijdens het online congres van GroenLinks bekend dat de leden van GroenLinks ook willen dat die criteria aangescherpt worden, waarbij een deel zelfs (bijna) helemaal geen ruimte meer ziet voor duurzaam gebruik van houtige biomassa en een ander deel wat meer ruimte, maar minder dan met de huidige criteria geboden wordt (moties 17 & 18):

    https://groenlinksledenraadpleging.netlify.app/uitslagen

    Overigens werd ook motie 14 aangenomen, waarin opgeroepen wordt om te onderzoeken of en hoe Nederland al liefst in 2030 klimaatneutraal kan zijn.

  32. Lennart van der Linde

    Motie 17 is trouwens slechts met een nipte (51%) meerderheid aangenomen, en motie 18 met een zeer ruime (92%):
    https://groenlinks.nl/sites/groenlinks.nl/files/Proces%20Verbaal%20Digitale%20Ledenraadpleging%202020.pdf

  33. Math Geurts

    Als de vraag beperkt blijft tot “leidt het gebruik van biomassa per saldo tot lagere CO2-uitstoot” dan is het antwoord eenvoudig.

    Voor alle besparingen geldt dat ze het resultaat zijn van: “wat je wel doet” minus “wat je (daardoor) niet doet”. Als “wat je niet doet” als gevolg van de benutting van de energetische inhoud van biomassa het verbranden van (extra) fossiele brandstoffen (zonder afvang van CO2) is, dan resulteert gebruik van biomassa voor energiedoeleinden in besparing van CO2. Dat valt niet te ontkennen.

  34. Hans Custers

    Het antwoord op de vraag of je criteria aan moet scherpen is misschien toch wat ingewikkelder dan het in eerste instantie lijkt. Ik speel even advocaat van de duivel. Stel dat bosbouw door duurzaamheidscriteria commercieel minder aantrekkelijk wordt. Dan is er een kans dat bosbouwers hun grond ergens anders voor gaan gebruiken en dat het bos dus helemaal verdwijnt. Dan raak je van de wal in de sloot. Regulering zal dus wel een beetje doordacht moeten.

  35. Bob Brand

    Beste Math Geurts,

    De vraag is wat de CO2-concentratie het minst doet toenemen. Het antwoord is: biomassa.

    De term ‘uitstoot’ leidt tot verwarring doordat sommigen alléén willen meten wat er direct uit de schoorsteen komt. Dat is onjuist, doordat: (1) je inderdaad dient te vergelijken met wat je uitspaart aan fossiele emissies, maar vooral doordat: (2) bij biomassa ditzelfde CO2 eerst uit de dampkring is gehaald.

    @Hans: Ja, goed punt. In plaats van helemaal stoppen met houtpellets uit de VS zou je ook strengere eisen daaraan kunnen stellen + zelf controleren. Dat zou de bosbouw-sector daar op hoger niveau kunnen brengen (i.p.v. om zeep helpen waarna er weiland komt 😟)

  36. G.J. Smeets

    Guido,
    “Zo maken sommige mensen zich zorgen over aantasting van natuur en biodiversiteit, of over de invloed van het verbranden van biomassa op luchtkwaliteit. Anderen betwijfelen of het wel bij kan dragen aan het behalen van klimaatdoelen. Dit blog gaat over dat laatste waarbij de nadruk op meestook ligt.”

    Als ik me in de positie van een beleidmaker verplaats kan ik met je blokstuk geen kant op omdat het een dilemma schetst, zoals Hans Mommaas van PBL al liet weten: biodiversiteit of CO2 reductie.
    Persoonlijk heb ik net als jij geen mening over wel/niet bijstook van biomassa. De feiten en de onzekerheden zijn mij te complex om een ‘rationele’ keuze te maken.

    Om het dilemma dat Mommaas van PBL schetst te illustreren:
    ik krijg mijn electra van ’Centrale ENEL Federico II’ in de provincie Brindisi, Italia. Dat ding staat in de top twaalf van Europese CO2 emitterende electra-producenten. En op nr. 1 in Italia. Er wordt nu overgeschakeld op gas. Stel dat er een steun-voorziening komt: biomassa verbranding. In dat geval wordt alle jaarlijkse snoeihout van de tig-honderd K olijfbomen in de regio naar de verbrandingsoven afgevoerd. En daarmee de mineralen waar de bomen het toch van moeten hebben. Vanoiuds wordt snoeihout ter plekke opgestookt en blijven de mineralen ter plekke.

  37. Leffert Oldenkamp

    meer bos en ander bos is al nodig. Dit wordt een discussie over hoe veel minder kan minder nog zijn..

  38. Leffert Oldenkamp

    aanscherpen criteria betekent aanscherpen van iets dat in beginsel niet zal werken.ook met aangescherpte criteria veranderen de eigenschappen van biomassa niet

  39. Leffert Oldenkamp

    in het verleden werd co2 uit de atmosfeer gehaald, dat wordt in eens teruggestort (meer dan anders met aardgas zou worden gedaan) en er is vooralsnog geen enkele mogelijkheid (door het verlies aan goed groeiend bos) om het meer dan overtollige weer op te vangen..

  40. Hans Custers

    Goff,

    Er zit een vals dilemma in wat je zegt over het snoeihout van olijfbomen. Je suggereert dat er geen andere keuzes zijn dan ofwel de energie uit dat hout te gebruiken, ofwel de mineralen. Het zou juist de moeite lonen om op zoek te gaan naar een oplossing die beide mogelijk maakt.

    Leffert Oldenkamp,

    Je mening is duidelijk. Die alleen maar blijven herhalen voegt niets toe, zeker als je nergens inhoudelijk op de tegenargumenten van anderen ingaat.

  41. Hier gaat het volgens mij fout:
    NETTO voegt de verbranding van biomassa dan ook geen koolstof toe aan de koolstofcyclus, aan de kringloop van: CO2 in de dampkring –> assimilatie –> C in biomassa –> dissimilatie (verbranding, rotting) —> CO2 in de dampkring. Aardgas verplaatst het C vanuit fossiele reservoirs naar de dampkring, biomassa echter niet.

    Je vergeet dat het leeft in een biotoop en nuttig is.
    Het gaat van levend (CO2 opnemend) naar dode (verbrande) materie. Een levende boom is meer dan een wolk CO2.

  42. Frans Debets

    Klimaat is pas sinds een paar jaar dominant in de energietransitie. De afhankelijkheid van fossiel en de vrees dat de olie bijna op was, waren destijds belangrijker. Dat zie je terug in de RED (2008) en ook in ons energie-akkoord (2013). De hoop dat we met ethanol en biodiesel olie-onafhankelijk konden worden was groot. Weet je nog, de verhalen over algenolie en over jatropha, de opschaling van biogas of snelle rotatie van wilgen en populieren? Biomassa is nu opeens in een andere context terechtgekomen.
    De discussie spitst zich nu toe op bijstook (met “hele bomen”), maar we moeten niet vergeten dat bijmenging in brandstof verreweg de grootste groep is (bijna 30 PJ), particuliere houtstook is de tweede (ca 15 PJ), bijstook is de kleinste (nog geen 10 PJ). De discussie over biomassa is al heel oud. Rudy Rabbinge streed dertig jaar geleden al met Daey Ouwens over dit thema.Toen al kwamen ze er niet uit, want ze hadden het ieder over iets anders. Dat is nu ook zo. Ik denk dat de CO2 discussie wel overzichtelijk is, maar het gaat ook over biodiversiteit, de kwaliteit van het bos, fijnstof etc. En: een groeiende groep burgers strijdt voor het recht van bomen op een lang leven. De “humanisering” van de boom volgt op de humanisering van het dier, het houden en slachten van bv varkens is daarmee langzamerhand onmogelijk geworden. Kortom: deze discussie is maatschappelijk zo enorm complex geworden, daar kom je waarschijnlijk niet meer uit. Nette, rationele redeneringen zoals hier worden uitgewisseld, helpen de maatschappelijke acceptatie geen stap verder. Helaas. Er zal heel veel moeite gedaan moeten worden om het draagvlak te behouden. Door de maatschappelijke sentimenten te negeren kan de schade nog groter worden. Ik merk nu al dat fatsoenlijk bosbeheer en bomenonderhoud ook al gecriminaliseerd worden, mensen denken echt dat de “biomassa-mafia” erachter zit en dat bomen gesnoeid worden om de verbranders in Purmerend te voeden. Figuren als Katan en Veth hitsen de boel verder op, ook dat is helaas een realiteit. Dus Guido… kan jij daar iets wijs over zeggen?

  43. Math Geurts

    Beste Bob Brand,

    Ik ben het uiteraard met je eens. Het gaat om de resulterende CO2-concentratie. Inderdaad zijn er mensen die uitstoot alleen aan de schoorsteen koppelen, en dan triomfantelijk melden dat ze ‘ontdekt’ hebben’ dat er juist geen CO2-besparing optreedt. Daarom had ik inderdaad beter het woord emissie kunnen gebruiken.

    Over het klimaatvoordeel kan geen twijfel bestaan. Bezwaren liggen elders, zijn ook reëel en stellen daarom voorwaarden. Of die bezwaren fataal worden voor het draagvlak voor energetische benutting van biomassa hangt mede af van het draagvlak voor alternatieve manieren van stroomproduktie zonder CO2-emissie, zoals kernenergie en CCS.
    Als daar (ook) geen draagvlak voor is dan moet je wel bijzonder veel vertrouwen hebben in razendsnelle ontwikkeling van PV en wind om te geloven dat klimaatverandering tijdig beperkt kan worden, zonder benutting van biomassa. Of je moet van mening zijn het zo’n vaart niet loopt met klimaatverandering. Dan is bijstook van biomassa net als wind-op-land de ideale stok om de hond te slaan.

  44. G.J. Smeets

    Hans,
    Ik snap wat je bedoelt en daar heb ik uiteraard ook bij stilgestaan. Het probleem is even banaal als wezenlijk. Om al het snoeihout naar een biomassa verbrandingsoven te vervoeren zijn heel veel liters dieselverbranding nodig voor de tractoren die het snoeihout in hanteerbare pakketten persen en voor de vrachtwagens die het spul naar de oven vervoeren. Het is geen *vals* dilemma zolang tractor en vrachtwagen op diesel werken. Het is het duurzaamheidsdilemma in miniatuur waar Guido in zijn blogstuk op wijst.

  45. Hans Custers

    Goff

    Als het hout meer energie oplevert dan het kost om het bij een centrale te krijgen zou het nog steeds zin hebben om het te gebruiken. Nog belangrijker: juist dit soort biomassa, die nu ook al wordt verbrand maar dan zonder dat de energie wordt benut, zouden we moeten gebruiken. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat er geen creatieve oplossingen zijn om dat veel meer en beter te doen dan nu het geval is. Dus kunst zal onder meer zijn om die oplossingen op lokaal niveau te vinden.

  46. lieuwe hamburg

    G.J. Smeets,

    Guido geeft heel veel informatie. “Het duurzaamheidsdilemma” is weer jouw
    verwijzing naar het wicked problem. Ook olie vervoert men met tankers over oceanen naar raffinaderijen om vervolgens met vrachtwagens naar pompstations te rijden. De wereld blijft niet voor eeuwig naïef. Het gelul van de ‘overkant’ komt ooit op de bodem van haar argumentendoos. Nog niet zolang geleden wezen ze erop dat alle insecten meer CO2 uitstoten dan wij met olie, steenkool en gas…

    Het probleem is niet banaal maar de argumenten van de ontkenners.

  47. John Dijkman

    Canadese en Amerikaanse bomen worden gerooid, boomstronken gefreesd. Het hout wordt weggesleept, geladen op vrachtwagen, getransporteerd, afgeladen, opgeslagen, gedroogd, geperst, getransporteerd naar een haven, geladen op een schip, overgevaren naar Nederland, uitgeladen, getransporteerd en dan verbrand. Om dit alles mogelijk te maken moest ook nog een hele infrastructuur gemaakt worden. Vermoedelijk kost dit alles meer fossiele energie (diesel en stookolie) dan dat het aan bio-energie oplevert. ‘Het paard achter de wagen spannen’ heet dat in goed Nederlands. iedere wetenschapper die deze (energie)kosten buiten beschouwing laat, noem ik een prutser.
    De subsidie is er goed voor om te betalen voor de benodigde fossiel brandstoffen.
    Ja, ook olie wordt vervoerd etc, maar dat levert meer energie op dan het kost.

  48. Math Geurts

    Beste John Dijkman,

    Er is meer biomassa dan Canadese en Amerikaanse boomstronken en het zijn geen ‘wetenschappers’ die energiekosten elders in de biomassaketen buiten beschouwing laten.

    Het zijn ook geen ‘wetenschappers’ die ontkennen dat energetische benutting van biomassa (in plaats van fossiele brandstoffen) in principe resulteert in een lagere concentratie van CO2 in de atmosfeer. Zelfs als de winst pas na 30 jaar geëffectueerd zou, is dat nog steeds zinvol. Want ook over 30 jaar is blijft het beheersen van de CO2 concentratie een uitdaging.

  49. Bob Brand

    Beste Peter Bastings,

    Sorry, maar dit is niet waar: “Je vergeet dat het leeft in een biotoop en nuttig is.

    Dat vergeet ik allerminst. Het blogstuk hierboven gaat echter specifiek over de “CO2-balans”. Dat staat in de titel, dat is het onderwerp. Zowel in een ‘natuurbos’ als in de bosbouw gaan bomen dood. Zowel in de bosbouw als in een natuurbos is er dan weer nieuwe aanplant — in de duurzame bosbouw is er tegenwoordig veel aandacht voor variatie in bos en de biodiversiteit.

    Het is niet zo dat bosbouw noodzakelijkerwijs ten koste gaat van het biotoop. Sterker nog: ALS er geen bosbouw zou zijn, dan was het hele bos er allang niet meer!

    In landen waar er geen bosbouw tot ontwikkeling gebracht is (met name in Zuid-Amerika en Afrika) wordt het bos gewoon gekapt aangezien het dan géén economische opbrengst vertegenwoordigt. Daar wordt bos opgedoekt om vervangen te worden door weiland en soja-plantages voor veeteelt en soms akkerland. Dáárdoor verdwijnt er zoveel bos in tropische gebieden: NIET door biomassa, maar om veeteelt te gaan doen op die grond.

    Als er economische waarde is door bosbouw dan is er een stimulans om het bos uit te breiden en ook op de langere termijn de opbrengsten ervan veilig te stellen. Er is inmiddels ruime ervaring met duurzame bosbouw die natuurwaarden en economische waarde combineert, zoals in Europa. Dat blijkt, let op de verschillen:

  50. Bob Brand

    Beste Frank Debets,

    Dank voor je bijdrage. Ik herken wat je schrijft, ook nu is ‘houtige biomassa’ maar een klein deel van wat er aan biomassa gebruikt wordt. Er gaat relatief meer om in ethanol uit maïs en in biodiesel uit agrarische afvalproducten. Je schrijft:

    Dat is nu ook zo. Ik denk dat de CO2 discussie wel overzichtelijk is, maar het gaat ook over biodiversiteit, de kwaliteit van het bos, fijnstof etc. En: een groeiende groep burgers strijdt voor het recht van bomen op een lang leven. De “humanisering” van de boom …

    Het blogstuk gaat over de CO2-balans, zoals in de titel staat. Daar is verwarring over en prof. van der Werf adresseert dát aspect.

    Je legt echter de vinger op de zere plek. De discussie komt vooral voort uit een emotionele betrokkenheid bij, á la Heidegger: het idee van bos en niet zozeer uit de feiten rondom bos en bosbouw.

    De Romantiek heeft in de 18e en 19e eeuw een archetype in onze hoofden geplaatst: ‘Das Wald’ zoals Goethe en Schiller daarover dichtten en waarover Schubert zijn liederencycli schreef. Het is een romantische gehechtheid aan het idee (!) van ‘puur natuur’. In onze verbeelding is die ongerept en onbedorven door de menselijke hand.

    Dergelijk bos bestaat niet meer.

    Althans, het bestaat niet meer in Europa en evenmin in de meeste delen van Noord-Amerika en Aziê. Er zijn nog enkele minieme stukjes ‘oerbos’ maar ruwweg 99% van het bos op deze continenten wordt door de mens aangelegd, beheerd en gebruikt voor bosbouw. Dan dient men zich serieus af te vragen: helpt dat Romantische idee van ‘het bos’ nog wel?

    In werkelijkheid is duurzame bosbouw de voornaamste hoop om bos in stand te kunnen houden en ook als biotoop te doen floreren. Waar dat niet gebeurt… verdwijnt het bos, zoals in Zuid-Amerika. In Europa blijkt de vraag naar hout juist een toename van bos met zich te brengen.

  51. Allereerst respect voor dit artikel. Veel aspecten worden belicht en ik lees er geen veroordeling van personen (ad hominem argumenten) in. Dat is tegenwoordig al heel wat. Toch heb ik heel wat aan te merken/aan te vullen op het artikel. Ik vind dat nodig omdat de biomassalobbyisten dit artikel gebruiken om te zeggen “zie je wel, een wetenschapper zegt dat biomassa goed is, dus zeur verder niet want jij bent geen wetenschapper”. Jammer dat sommige wetenschappers (en ook niet-wetenschappers die wel autoriteit claimen) zich zo van de werkelijkheid vervreemden. Biomassa is namelijk maar ten dele een wetenschappelijke discussie. En ik vind dat goed. Je noemt in dit artikel ook niet-wetenschappelijke aspecten zoals subsidie.

    Over die subsidie: waar Jasper Vis over schrijft is de huidige SDE regeling. Daarin is inderdaad geen 11,4 miljard ingeruimd voor bijstook van biomassa in kolencentrales. Er zijn echter in voorgaande jaren veel meer subsidieregelingen geweest waarin ook subsidie werd gegeven aan verbranden van houtige biomassa. Alles bij elkaar (ik heb daar een alweer verouderde Excel van) kom je met alleen subsidie voor die vorm van biomassa nu al boven die 11,4 miljard euro uit.

    Ik maak de discussie nog wat lastiger door argumenten toe te voegen die in jouw artikel niet belicht zijn.
    1 hoge temperatuur warmtenetten (waar biomassacentrales de bron voor zijn) zorgen er voor dat nieuwbouw in 1 keer voldoet aan de BENG normen. Waardoor de bouwers de andere maatregelen niet uitvoeren. Dat maakt het gebouw immers duurder en daardoor minder aantrekkelijk. Denk aan isolatie, zonnepanelen etc. Indirect zorgen biomassacentrales er dus voor dat de vraagkant niet verlaagd wordt. En volgens mij is iedereen het er over eens dat we moeten beginnen aan de vraagkant.

    2 het subsidiegeld dat nu naar biomassaverbranding gaat, zou beter naar vernieuwende technieken kunnen gaan. Zelfs Vattenfall geeft al jaren aan dat biomassa op termijn weer afgebouwd moet worden. Subsidie stoppen in een techniek waarvan nu al gesteld wordt dat die techniek straks niet meer gebruikt zal worden is water nar de zee dragen. Stop die subsidie liever in de ontwikkeling van technieken die ontwikkeld moeten worden, zodat die ontwikkeling sneller gaat.

    3 Houtige biomassa uit productiebossen. Nee, daar kan ik moeilijk tegen zijn. Maar hoe weet je zeker dat de pellets die je verbrandt wel uit dat soort bossen komt? Ik zie veel foto’s van kaalkap van bossen die geen productiebos waren. Ik lees dat omwonenden en groeperingen uit de regio’s waar die “gecertificeerd duurzame” biomassa vandaan komt, sterke aanwijzingen hebben en deze ook kunnen onderbouwen dat die certificering niet klopt. Ik heb nog niemand gevonden die mij kan bevestigen dat certificering werkt. We stellen in Nederland strenge eisen, maar ze worden onvoldoende nageleefd. Bob Brand bevestigt dat hierboven in de comments.

    Ik hou over de argumenten voor en tegen …biomassa een pagina bij. Niet wetenschappelijk, wel begrijpelijk en overzichtelijk. Een wetenschapper die ik onlangs over biomassa een vraag stelde via Twitter zou zeggen “Lekker simplistisch wel… Prettige avond.”
    https://www.duurzaamdorpdiemen.nl/2020/06/wat-is-er-nou-eigenlijk-mis-met-biomassa.html
    Reacties zijn welkom.

  52. Hans Custers

    Evert Kuiken,

    Jammer dat je – nadat je hebt opgemerkt dat Guido zich niet bezondigt aan ad hominem argumenten – het zelf niet kunt laten om op de persoon te spelen met je bewering dat sommige wetenschappers zich “van de werkelijkheid vervreemden”. De werkelijkheid is dat er voor- en nadelen zijn verbonden aan het gebruik van biomassa. En van wetenschappers mag je verwachten dat die de nuance zoeken en dus beide kanten van de medaille laten zien.

    Het is jouw goede recht om te vinden dat de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen. Maar verlang niet van wetenschappers dat ze je daarbij op je wenken bedienen en de andere kant van de zaak onbenoemd laten.

  53. Lennart van der Linde

    Hoi Bob, in de Open Discussie zeg je zojuist (en je zegt dat vaker):
    “Biomassa is CO2-neutraal doordat al dit koolstof éérst uit de dampkring is gehaald en het na verbranding daar weer terugkeert.”

    Ter-Mikaelian et al 2015 noemen dit de “dividend-then-debt approach” en vinden dit in het algemeen een onjuiste voorstelling van zaken:
    https://pdfs.semanticscholar.org/6d13/5f13a0ad308eb17e292ff656bd2ab091fc82.pdf?_ga=2.242986823.410714140.1592138182-2111011520.1592138182

    “Although the statement is generally correct in that the forest carbon deficit resulting from biomass harvest for energy might be eventually offset by carbon sequestration in regenerating forests, it is made implicitly incorrect by not acknowledging that decades to centuries are needed to erase this deficit… the dividend-then-debt approach ignores the fact that, in most cases, new stands replace previously harvested stands. Those stands were in turn preceded by other stands, and so on. Thus, moving the starting point of carbon accounting backwards in time to when carbon stocks in a given piece of land were low takes credit for the latest cycle of carbon accumulation but ignores the fact that over time, on average, forests contain substantial amounts of carbon. The point in question in dividend-then-debt comes down to the original natural state of the land, which, for most current forestland, was forest. In that case, it is incorrect to use dividend-then-debt accounting… some biomass sources used for forest bioenergy may indeed provide near-immediate GHG reduction, whereas others produce decades- to century long increases in atmospheric GHGs.”

    Misschien moeten we het omdraaien door te bepalen hoeveel CO2 de mensheid de afgelopen millennia/eeuwen in de atmosfeer gebracht heeft door ontbossing, en jaarlijks nog toevoegt, en dan te kijken hoeveel herbebossing nodig is voordat die koolstofschuld is afgelost? In de tussentijd kan duurzaam bosbeheer misschien een bijdrage aan de energievoorziening leveren, zolang de tijd tot “carbon parity” niet meer dan bv 20 jaar bedraagt.

    Ter-Mikaelian et al 2015 zeggen hierover:
    “the long-term GHG benefits of substituting fossil fuels with forest bioenergy will greatly surpass those of carbon sequestration in forests (e.g., see Miner et al. 2014) because net carbon accumulation in the no-harvest baseline scenario will slow substantially as forests reach maturity, whereas the benefits of substituting fossil fuels with forest bioenergy will keep accumulating at a steady pace. In addition, forest bioenergy may be needed as a stopgap until sufficient nonfossil fuel energy generation methods, with better atmospheric CO2 consequences than forest biomass, can be implemented. Until then, even a century-long increase in atmospheric CO2 caused by using forest bioenergy may be preferable to burning fossil fuels.”

    Searchinger et al 2018 voegen daaraan echter toe:
    https://www.nature.com/articles/s41467-018-06175-4

    “Some argue that increasing carbon in the atmosphere for decades is fine so long as reductions eventually occur, but timely mitigation matters. More carbon in the atmosphere for decades means more damages for decades, and more permanent damages due to more rapid melting of permafrost, glaciers and ice-sheets, and more packing of heat and acidity into the world’s oceans. Recognizing this need, the EU otherwise requires that GHG reductions occur over 20-years, but that timing does not apply to forest biomass.”

    Norton et al 2019 pleiten zelfs voor een “terugverdientijd” van de door biomassa (extra) uitgestoten CO2 van circa 10 jaar:
    https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/gcbb.12643

    “forest biomass should not be regarded as a source of renewable energy under the EU’s RED unless the replacement of fossil fuels by biomass leads to net reductions in atmospheric concentrations of CO2 within a decade or so.”

    In hoeverre ben je het met deze wetenschappers eens? En wat zijn de bronnen voor je argumenten waarom je het eventueel niet met hen eens bent?

  54. Hans Custers

    Lennart,

    Je zegt:

    Misschien moeten we het omdraaien door te bepalen hoeveel CO2 de mensheid de afgelopen millennia/eeuwen in de atmosfeer gebracht heeft door ontbossing, en jaarlijks nog toevoegt, en dan te kijken hoeveel herbebossing nodig is voordat die koolstofschuld is afgelost?

    Denk je echt dat dat zin heeft? En dat we op die manier klimaatverandering aan moeten pakken? Of ben je nu alleen op zoek naar een manier om gelijk te krijgen?

    Je snapt toch wel dat we met een probleem zitten dat we met het nodige pragmatisme aan moeten pakken? En dat een discussie over hoeveel bos er duizenden jaren geleden was daar helemaal niks aan bijdraagt.

    Als je huis in de fik staat en de brandweer staat voor de deur, verwacht je dan dat ze eerst uitgebreid onderzoeken hoe ze de waterschade tot een minimum kunnen beperken? Of heb je toch liever dat ze meteen beginnen te blussen? In deze discussie lijken sommige mensen te kiezen voor een optie die op het beperken van waterschade lijkt.

  55. Bob Brand

    Hallo Lennart,

    In het fragment dat je aanhaalt staat de fundamentele denkfout:

    Although the statement is generally correct in that the forest carbon deficit resulting from biomass harvest for energy might be eventually offset by carbon sequestration in regenerating forests …

    Het is (dikwijls) andersom.

    Het is niet zo dat je achteraf met ‘carbon sequestration’ inhaalt wat er aan koolstof verloren gaat bij de kap. Nee, het is eerder zo dat je *vooraf* koolstof uit de atmosfeer gaat halen juist *omdat* je vooruit plant bij de aanleg van bos. Je weet dat je over 30 of 40 jaar gaat oogsten en daarom ga je nu al dit koolstof uit de dampkring halen, door bos aan te gaan leggen.

    Het bos ‘was er niet al’. Het bos ontstaat dankzij een toekomstige vraag naar hout.

    Daarop anticipeert men door het bos te aan te gaan leggen en te beheren — en *daardoor* haal je vooraf het koolstof uit de dampkring. Het is een andere keuze van het ‘nul-moment’, van de uitgangssituatie. Die andere keuze is gerechtvaardigd omdat in Europa er geen ‘altijd al bestaand’ bos meer is. Wat er aan bos is, is bewust aangelegd door de mens. En dat bos neemt toe, in Europa.

  56. Wat is uw mening over biovergisting . Dus het maken van biogas.

  57. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Je stelt dat Ter-Mikaelian et al een denkfout maken. Ik ben benieuwd of dat ergens ook peer-reviewed vastgesteld is, en in hoeverre daar eventueel nog discussie over is. Mijn indruk is toch dat de stelling van Ter-Mikaelian et al wetenschappelijk vrij breed ondersteund wordt, maar misschien vergis ik me.

  58. Hans,
    De wetenschappers die ik bedoel die zich van de werkelijkheid vervreemden zijn hen die slechts de bos/CO₂ discussie voeren en niet zien dat er ook nog andere, zoals maatschappelijke en financiële, argumenten voor en tegen biomassa zijn.
    Ik verwacht juist van wetenschappers nuance en een onderbouwing van de situatie. Ik probeer de wetenschappelijke standpunten te verbinden met de andere. Ik zie dit helaas nog weinig gebeuren. Dat is naar mijn mening een van de oorzaken van de “loopgraven oorlog” die er nu gevoerd wordt.

  59. Bob Brand

    Hallo Lennart,

    Je stelt dat Ter-Mikaelian et al een denkfout maken. Ik ben benieuwd of dat ergens ook peer-reviewed vastgesteld is …

    Studies die naar een toekomstige, duurzame energievoorziening kijken, zien nadrukkelijk wél een rol voor biomassa. Bijvoorbeeld het recente IPCC SR15:

    Zie ook Box 2.1 in het IPCC SR15 rapport en de tabel 2.5 waar als een van de belangrijkste maatregelen voor een ‘1,5 °C pathway’ de bioenergy genoemd wordt:

    Overigens stipt Ter‐Mikaelian dit aspect zelf ook aan in zijn publicatie ‘The Burning Question‘: “The most common error is failing to consider the fate of forest carbon stocks in the absence of demand for bioenergy. Without this demand, forests will either continue to grow or will be harvested for other wood products.” Hij veronderstelt daar dat ‘forests will continue to grow’ zonder de vraag naar biomassa. Is dat reëel?

    De werkelijkheid is eerder dat bossen gewoon gekapt worden, als ze geen economische opbrengst hebben. Eenmalig, zonder nieuw bos.

    Ter-Mikaelian zegt over het belang van welke ‘baseline’ je hanteert: “Establishment of new bioenergy-designated plantations on abandoned/degraded lands requires more time for forest biomass to become available for harvest but has the advantage of a low carbon stock value baseline.” Met andere woorden: als een vraag naar biomassa leidt tot juist extra bos… nieuw bos dat er niet zou zijn zonder de toegenomen vraag… dan is dat eerder een ‘advantage’. Je gaat dan namelijk netto méér koolstof vastleggen, in bos dat er niet geweest zou zijn zonder die toegenomen vraag.

    In Europa speelt juist dát. Biomassa die hier verstookt wordt, komt bijna geheel uit Europa.

    En dat blijkt: onder de streep neemt het bos in Europa TOE. Per saldo is er dan uiteindelijk MEER koolstof vastgelegd in deze ‘stocks’, toch?

  60. G.J. Smeets

    Hans,
    “Dus kunst zal onder meer zijn om die oplossingen op lokaal niveau te vinden.”

    Inderdaad. Wellicht is het illustratief hoe de lokale ‘oplossing’ er uitziet in mijn habitat die geologisch en geografisch sterk afwijkt van de NL polder. Mijn gemeente omvat 12K burgers, de helft in het centrum (4 km2), de andere helft in het buitengebied (50 km2). Beide helften hebben electra van de fossiele centrale in de regio. In het centrum ligt een aardgasnet voor fornuis en verwarmingsketel. In het buitengebied (rots, rots en nog een rots) is er de gasfles voor het fornuis, zonnepaneel of electra-boiler voor warm water en lokaal snoeimateriaal voor de houtkachel.

    Dat laatste is hier relevant: verbranding van biomassa is voor de helft van de lokale bevolking (inclusief ikzelf) essentieel. Niet als electra-voorziening maar als verwarming van de woning in het buitengebied dat niet op het gasnet is aangesloten en er nooit op aangesloten zal worden. Houtstook (biomassa) is in dit deel van de wereld noodzakelijk- en goed mogelijk.

    Evert Kuiken heeft een punt waar hij zegt dat de bos / CO2 discussie “situatie-gevoelig” gevoerd moet worden. In de NL polder is houtstook relevant voor eventuele steun in de stroomvoorziening. Waar ik woon is houtstook onmisbaar voor een leefbare woning.

  61. Bob Brand

    Lennart,

    Verder schrijft Ter-Mikaelian in zijn tabel 1 het volgende bij een ‘Dividend-than-debt’ benadering, wat ongeveer het ‘carbon accounting framework’ is dat ik hierboven noem:

    Disregards the fact that each stand is preceded by another stand and thus ignores carbon released by previous harvest, while crediting the current sequestration. Also involves the errors outlined for the sustained yield approach (described above)

    In dat paper staan ook wat referenties naar een ‘Dividend-than-debt’ raamwerk: e.g. Strauss 2011, Ray 2012 en Strauss (2013, p. 14).

    Het bezwaar van Ter-Mikaelian daartegen is niet reëel, in de huidige praktijk en in Europa. Bij nieuw bos en ook bij herbebossing is er vaak helemaal geen ‘another stand’ aan bos, die direct voorafgaat aan het nieuwe bos. Hier speelt weer de baseline die er gehanteerd wordt.

    Het verdwijnen van dat oerbos is allang gebeurd, het is een fait accompli. Als je ervoor kiest om géén bos meer te (her)planten dan wordt deze grond weiland, grasland, een soja-plantage of een parkeerterrein. De baseline is eerder: dan geen bos meer.

  62. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Ik weet dat het IPCC een rol voor biomassa ziet en heb nergens beweerd dat ik geen rol voor biomassa zie. Ik vraag me alleen af in hoeverre bv Norton et al 2019 en Searchinger et al 2018 een punt hebben met hun pleidooi voor striktere duurzaamheidseisen voor biomassa, o.a. door alleen houtige biomassa toe te willen laten waarvan de bij verbranding uitgestoten (extra) CO2, en de CO2 die dat hout nog had opgenomen als het had kunnen doorgroeien, binnen 10-20 jaar weer is opgenomen door nieuwe bomen.

    Als ik jou goed begrijp maakt het jou niet of het 10-20 of bv 50-100 jaar duurt voordat die CO2 weer is opgenomen, want volgens jou hebben ze die CO2 tijdens hun groei al opgenomen? Het IPCC heeft het over “sustainable biomass”. De vraag is wat we precies onder “sustainable” verstaan. Searchinger et al 2018 zeggen:

    “Perhaps the strictest version of sustainability, often defended as a landscape approach, claims GHG reductions so long as harvest of trees in a country (or just one forest) does not exceed the forest’s incremental growth. Yet, by definition, this incremental growth would otherwise add biomass, and therefore carbon storage to the forest, holding down climate change. This carbon sink, in large part due to climate change itself, is already factored into climate projections and is not disposable. Harvesting and burning this biomass reduces the sink and adds carbon to the air just like burning any other carbon fuel.”

    Zij pleiten dus voor een beleid om de carbon sink van bossen zo groot mogelijk te maken en alleen hout te verbranden als de extra CO2-schuld daarvan per saldo binnen 10-20 jaar is afbetaald. Voor welk deel van de houtige biomassa die in Europa verbrand wordt dat nu (en in de komende jaren) het geval is, weet ik niet, maar misschien jij wel?

    Wellicht is hun pleidooi politiek (nog?) niet haalbaar, maar dat is een andere kwestie. De eerste vraag is of ze wetenschappelijk een punt hebben. Ik heb nog geen duidelijke peer-reviewed weerlegging gezien, dus als jij of iemand anders die wel kent, dan ben ik daar uiteraard benieuwd naar.

  63. Math Geurts

    Als ik ook streng mag zijn: het issue van deze discussie is: “de CO2-balans bij gebruik van biomassa als energiebron”. Iedereen die signaleert dat er ook bezwaren zijn aan gebruik van biomassa als energiebron en dat er randvoorwaarden gesteld moeten worden, heeft helemaal gelijk. De auteur ontkent dat ook niet. Er is geen discussie over nodig.

    Het staat een ieder vrij om vanwege zulke nadelen het gebruik van biomassa als energiebron af te wijzen. Waar die al of niet locale bezwaren mensen er toe brengt de stelling te betrekken dat de inzet van biomassa als energiebron ook helemaal niet leidt tot lagere CO2-concentratie in de atmosfeer maken zij zichzelf ongeloofwaardig.

    Ook het argument dat subsidie voor bijstook van biomassa beter besteed kan worden aan wind en PV is.een oneigenlijk argument. Voor wind en PV is en was eveneens serieus subsidie beschikbaar. De snelheid van de groei van wind en PV wordt dan ook niet geremd door een tekort aan subsidie.

  64. Bob Brand

    Beste Lennart,

    Ik vraag me alleen af in hoeverre bv Norton et al 2019 en Searchinger et al 2018 een punt hebben met hun pleidooi voor striktere duurzaamheidseisen …

    Het is mooi om te pleiten voor striktere duurzaamheidseisen. Echter, in Europa gelden al eisen. De meeste biomassa die we gebruiken, ook ‘houtige biomassa’, komt uit Europa. Zoals inmiddels al vele malen betoogd:

    — neemt het totale bosareaal TOE in Europa;

    waarmee ook de totale ‘carbon sink’ in de Europese bossen toeneemt.

    Zij pleiten dus voor een beleid om de carbon sink van bossen zo groot mogelijk te maken

    Daar draagt nieuw en méér bos aan bij. Dat komt er doordat er in de bosbouw en in het beleid geanticipeerd wordt op een toekomstige, grotere vraag naar hout. Extra bos gaat vooraf aan ‘Harvesting and burning this biomass’ uit jouw quote en na de ‘harvest’ is er weer nieuw, sneller groeiend bos dat aangeplant dient te worden.

    Per saldo gaat het echt om de totale omvang van de ‘stock’.

    Neemt die toe, dan neemt ook de totale hoeveelheid koolstof toe die hierin opgeslagen ligt: de ‘carbon sink’.

  65. Hans Custers

    Lennart,

    Je blijft maar citeren uit artikelen die behoorlijk sceptisch zijn over het gebruik van biomassa. Die artikelen bestaan, dat is inmiddels uitgebreid onder de aandacht gebracht en Guido heeft daar ook op gewezen. En er zijn ook artikelen die minder negatief zijn.

    De genuanceerde methode om daarmee om te gaan is niet om dan sommige artikelen tot “waar” of “onwaar” te verklaren. Want als een bepaalde opvatting overduidelijk het bewijs aan zijn kant zou hebben zou dat ook duidelijk blijken uit de wetenschappelijke literatuur. In werkelijkheid blijkt uit die literatuur dat we rekening moeten houden met een bandbreedte. En dus zullen er beleidskeuzes gemaakt moeten worden met de onzekerheden die er nu eenmaal zijn.

    De vraag waar het dan in mijn ogen werkelijk om gaat is: kunnen we het ons permitteren om geen enkel risico te nemen? Welke mogelijke nadelen willen we accepteren bij het aanpakken van klimaatverandering? We zitten niet in de luxepositie dat we er wel komen als we uit een menu met 25 opties er 4 of 5 kiezen. De echte vraag is dan ook hoe je de mogelijke nadelen en onzekerheden afweegt tegen de urgentie van klimaatverandering. Met als enige zekerheid dat we niet in de toekomst kunnen kijken en dat elke beleidskeuze in de toekomst dus beter of slechter kan werken dan we nu denken.

  66. Lennart van der Linde

    Bob, Hans,

    De overkoepelende vraag is denk ik: hoe kunnen de GHG-emissies zo snel mogelijk omlaag en hoe kunnen de carbon sinks zoveel mogelijk groeien? Als verbranding van hout daaraan bijdraagt, prima. Als dat niet zo is, dan niet prima. Het gaat er niet om een bepaald artikel of standpunt tot waarheid te verklaren; het gaat erom de wetenschappelijke verschillen van inzicht beter te begrijpen om een afweging te kunnen maken wat obv die inzichten op dit moment de beste beleidsoptie lijkt.

    Ik ben nog steeds benieuwd welke peer-reviewed wetenschap volgens jullie de sterkste weerlegging c.q. nuancering is van o.a. Searchinger et al 2018 en Norton et al 2019, of in hoeverre jullie hun pleidooien voor aangescherpte Europese duurzaamheidscriteria voor houtige biomassa delen. Als ik daar zelf naar zoek, kom ik bv uit bij deze bijdrage van Favero et al 2020:
    https://advances.sciencemag.org/content/6/13/eaay6792

    Zij zeggen in hun samenvatting:
    “There is a continuing debate over the role that woody bioenergy plays in climate mitigation. This paper clarifies this controversy and illustrates the impacts of woody biomass demand on forest harvests, prices, timber management investments and intensity, forest area, and the resulting carbon balance under different climate mitigation policies. Increased bioenergy demand increases forest carbon stocks thanks to afforestation activities and more intensive management relative to a no-bioenergy case. Some natural forests, however, are converted to more intensive management, with potential biodiversity losses. Incentivizing both wood-based bioenergy and forest sequestration could increase carbon sequestration and conserve natural forests simultaneously. We conclude that the expanded use of wood for bioenergy will result in net carbon benefits, but an efficient policy also needs to regulate forest carbon sequestration.”

    Deze conclusie zal vast nog niet het einde van het debat zijn, dus we zullen zien hoe dit verder gaat, te beginnen met de duurzaamheidscriteria cq beleidsopties die de SER zal voorstellen.

  67. Lennart van der Linde

    Marjan Minnesma pleitte er vanavond op Radio 1 voor om houtige biomassa alleen als energiebron te gebruiken als het binnen 10 jaar tot CO2-reductie leidt (de huidige subsidies leiden er volgens haar toe dat ook hout gebruikt wordt dat pas na 30 of 50 jaar tot CO2-reductie leidt, wat te laat is om aan Parijs te voldoen):
    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/60241-2020-06-14-marjan-minnesma-heeft-twijfels-over-biomassa

  68. Hans Custers

    Lennart,

    Je gaat helemaal niet in op wat ik zeg. “Hoe kunnen de GHG-emissies zo snel mogelijk omlaag en hoe kunnen de carbon sinks zoveel mogelijk groeien” is niet de overkoepelende vraag, maar een dooddoener als antwoord op mijn reactie.

  69. Bob Brand

    Hallo Lennart,

    … dat ook hout gebruikt wordt dat pas na 30 of 50 jaar tot CO2-reductie leidt

    Ten eerste is dat een vreemd criterium want ‘Parijs’ stelt juist doelen voor over 30 jaar en later. Zie Artikel 4:

    … so as to achieve a balance between anthropogenic emissions by sources and removals by sinks of greenhouse gases in the second half of this century, on the basis of equity …

    Waarschijnlijk doelt Marjan Minnesma met de 10 jaar op het Klimaatakkoord of op de NDC?

    In de tweede plaats betekent *nu* extra biomassa aan gaan leggen dat er de komende 10 jaar, TIJDENS de groei, extra CO2 uit de dampkring gehaald gaat worden. Pas na dertig jaar wordt het verstookt. Het is jammer dat zij zich blindstaart op alleen de ‘tailpipe emissions’, zonder rekening te houden met extra opslag van CO2 als biomassa over diezelfde periode.

    Ten derde dringt het niet door dat we IN EUROPA bijna uitsluitend bio-energie van Europese bodem benutten. In Europa bestaan er géén ‘natural forests’ meer! Waar Favero et al 2020 terecht schrijft:

    … Increased bioenergy demand increases forest carbon stocks thanks to afforestation activities and more intensive management relative to a no-bioenergy case. Some natural forests, however, are converted to more intensive management, with potential biodiversity losses.

    is dat laatste een commentaar op de biodiversiteit, niet op de CO2-balans. In onze situatie speelt het minder doordat we hier in Europa allang geen ‘natural forests’ meer hebben. In het Amazone-woud ligt het anders. Als je dáár overschakelt op intensieve bosbouw, dan zou dat vast wel gevolgen hebben voor de biodiversiteit. Echter, alle bossen in Europa zijn al ‘more intensively managed’.

  70. lieuwe hamburg

    @Evert,

    Je schrijft hierboven dat er voor houtige biomassa nu al boven de 11,4 miljard euro subsidie is ingeruimd. Dat is niet helemaal correct:

    Er gaat meer dan 4 miljard naar verbranding van vergisting mest, slib en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie. De verbranding van
    vloeibare biomassa zoals dierlijke vettenen, olieachtige reststromen kan de komende jaren ook op 478 miljoen subsidie rekenen en de verbranding van restafval op 734 miljoen.
    https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/19/beantwoording-kamervragen-over-inzet-van-biomassa-als-energiebron

    Je overdrijft de kosten met meer dan 50%! Het kan natuurlijk ook zo zijn dat ik mijn huiswerk niet goed heb gedaan…

  71. Leffert Oldenkamp

    Nog poging om het grote misverstand uit de weg te ruimen: CO2 wordt via aanwas in bos opgevangen en bij goed gebruik van hout kan dat een behoorlijke tijd duren. Aanwas wordt meteen voorraad. Alleen met stijgende lopende aanwas (komt overeen met jaarlijkse bijgroei van alle bossen, jong, oud, harde groeiers, langzame groeiers..) kan overtollige uitstoot worden opgevangen. Er zijn altijd wel bossen waar dat het geval is,maar in steeds mindere mate. CO2 zit in de atmosfeer en is verdeeld boven de bossen. Het gaat dus om de lopende aanwas van grote bosgebieden, eigenlijk wereldwijd. Maar Europa is een leuke oppervlakte om aan te denken. Ondanks aanplant verdwijnt er veel meer bos dan er bij komt. De aanwas in het overgebleven bos daalt als gemiddelde( onvoldoende verjonging en onvoldoende dunning, maar vooral door selectieve verwijdering van de goede groeiers. Dat laatste bijvoorbeeld door de merkwaardige hetze tegen exoten, die vooral veel aanwas leveren).
    Ook al zouden we nu beginnen met meer bossen aan te leggen en we zouden vermijden dat het kreupelhout wordt ( wat Searchinger c.s. juist wel willen) en we gaan vakkundig voor meer aanwas zorgen dan nog lukt het niet om de gemiddelde jaarlijkse aanwas in een stijgende lijn te krijgen. We blijven dus nog lange tijd ( zelfs bij goed beheer) steeds minder CO2 vast leggen. We stoten steeds meer uit. ons ijkpunt is de CO2 in de atmosfeer.
    Bij voortzetting van het huidige bosbeheer bereiken we het stadium dat bossen bijdragen aan vermindering van CO2 in de atmosfeer niet. Of dagverblijf is laat ik in het midden. Maar we gooien met subsidie voor biomassa nog meer parelen voor de zwijnen. Want de oogst methoden voor biomassa zijn niet gericht op verbeterde groei van bossen.

  72. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Misschien heb je gelijk en is er in Europa (nog?) geen probleem met het verbranden van houtige biomassa uit Europa zelf, omdat de totale hoeveelheid bos hier vooralsnog groeit. Ik heb geen goed zicht op hoe met de getallen zit, maar jij wellicht wel.

    Weet je bijvoorbeeld:
    – hoeveel CO2 momenteel in Europese bossen is opgeslagen?
    – hoeveel energie Europa momenteel per jaar uit houtige biomassa haalt?
    – welk deel van dat hout uit Europa komt?
    – hoeveel CO2 bij de verbranding daarvan vrijkomt?
    – hoeveel CO2 per jaar in Europa wordt opgenomen door nieuw aangroeiend bos?
    – hoeveel energie volgens RCP2.6 in 2050 uit houtige biomassa zou kunnen komen?
    – welk deel daarvan uit Europese bossen zou komen?
    – welk deel van de daarbij vrijkomende CO2 via afgevangen en opgeslagen zou worden?
    – hoeveel extra bos er de komende 30 jaar in Europa bij zou moeten komen om dit mogelijk te maken?
    – hoeveel CO2 er volgens RCP2.6 in 2050 in Europese bossen opgeslagen zou zijn?

    Ik weet niet of dit soort getallen bv in de IPCC-rapporten genoemd worden en of ze ook voor Europa genoemd worden of alleen voor de wereld als geheel, maar het zou kunnen helpen om beter te kunnen beoordelen in hoeverre bv Searchinger et al 2018 en Norton et al 2019 (en Marjan Minnesma) een punt hebben of niet met hun pleidooi voor striktere duurzaamheidscriteria en het stoppen van subsidies voor houtige biomassa.

  73. Math Geurts

    Beste Lennart,

    Voor Marjan Missesma was de belangrijkste vraag: hoe kunnen de Nederlandse emissies eind 2020 met 25% gedaald zijn. Haar kunnen we in deze discussie dus verder gevoeglijk buiten beschouwing laten.

    De overkoepelende vraag is niet: hoe kunnen we ZO SNEL MOGELIJK de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer omlaag brengen. Het beperken van die emissies bij een nog steeds groeiende wereldbevolking waarvan een groot deel terecht maar helaas nog decennia lang zal streven naar een fatsoenlijk niveau van welvaart blijft een permanente uitdaging, ook over meer dan 30 jaar. Modellen zijn niet goed genoeg om iets als een abrupt ‘point of no return’ in 2030 of enig ander jaar te voorspellen. Dat is een politiek doel, een constructie om het grote publiek in de reeds welvarende wereld in actie te laten komen. Ik vind het daarom niet zo relevant of inzet van biomassa als energiebron in de komende 10 of 20 jaar leidt tot een lagere CO2-concentratie in de atmosfeer zolang die maar bijdraagt aan het realiseren van een energietransitie op lange termijn. Die energietransitie gaat hoe dan meer dan 20 jaar kosten, ook met inzet van biomassa.

  74. Lennart van der Linde

    Beste Math,
    Die 25% in 2020 is het minimum dat tot dusver juridisch afdwingbaar is gebleken, niet wat Marjan Minnesma als persoon of Urgenda als organisatie denkt dat nodig en mogelijk is.

    Minnesma en Urgenda willen dat Nederland sneller klimaatneutraal is dan in 2050, denken ogv de wetenschap en een risico-afweging dat dit ook nodig is om aan Parijs te kunnen voldoen en het risico op het bereiken van tipping points zoveel mogelijk te beperken, en denken/hopen dat dit technisch en economisch (wellicht) mogelijk is, als we daarvoor voldoende politieke wil kunnen mobiliseren. Of dat klopt is de vraag die misschien in de komende jaren/decennia beantwoord zal worden.

    Welke rol de groei en verbranding van (houtige) biomassa, al of niet in combinatie met CCS, in dat scenario kan spelen, is m.i. wel degelijk de relevante vraag in deze draad, en ook de vraag die opgeworpen wordt door bv Searchinger et al 2018 en Norton et al 2019. Hoe die vraag beantwoord moet worden, weet ik niet. Vandaar mijn aanhoudende vragen in deze draad in een poging daar wat meer duidelijkheid over te krijgen.

  75. Math Geurts

    Beste Lennart,

    Als je van mening bent dat het door Marjan Minnesma gekozen doel en haar recente wensen gebaseerd zijn o.g.v. ‘wetenschap’ dan lijkt, in het kader van deze discussie, het mij beter je te beperken tot rechtstreekse verwijzing naar die ‘wetenschap’.

    Het is mij niet duidelijk wat jij met ‘dat scenario’ bedoelt. Ik geloof niet in een simplistische benadering als een uit modellen af te leiden ‘tipping point’ voor klimaatverandering en al helemaal niet dat daaruit een jaar uit af te leiden is waarin een ‘klimaatneutraal Nederland’ gerealiseerd zou moeten zijn.

  76. Bob Brand

    Beste Leffert Oldenkamp,

    Jij bent degene die onder misverstanden leidt. Je leest blijkbaar niet wat Guido in bovenstaand blogstuk schrijft evenmin als onze reacties.

    Nog poging om het grote misverstand uit de weg te ruimen: CO2 wordt via aanwas in bos opgevangen en bij goed gebruik van hout kan dat een behoorlijke tijd duren.

    Er duurt wel meer een ‘behoorlijke tijd’. Bij klimaatdoelen hebben we het meestal over ná 2050 of 2100.

    Een bestaand, volgroeid bos legt geen CO2 meer vast. Het heeft immers een gelijk blijvende massa – er vindt geen netto toename van de koolstof-inhoud (biomassa) meer plaats. Het haalt netto géén CO2 meer uit de dampkring.

    Nieuwe bossen en herbebossing, die aangelegd worden om in een groeiende vraag naar hout en biomass te voorzien, nemen wél toe in massa. Netto halen deze CO2 uit de lucht. Het opnemen van CO2 uit de dampkring gaat *vooraf* aan de oogst. Dode takken en bomen (een bos sterft niet in één keer maar verliest in de herfst en winter tot wel 30% van de biomassa door de val van bladeren etc.) rotten weg of vallen ten prooi aan bosbranden. Al het koolstof keert als CO2 weer terug in de dampkring.

    Je kan die dode takken en bladeren (en soms hout van dode stammen) echter ook in een centrale verbranden. Dat sluit eveneens de CO2-kringloop, precies evenveel CO2 keert dan terug in de dampkring als bij verrotting. Net zoals bij verrotting (oxidatie), komt daar warmte bij vrij maar nu geconcentreerd en in korte tijd, in de ketel van een centrale. Die benut je om nuttige arbeid te verrichten: generatoren aandrijven. Zo spaar je aardgas en steenkool uit.

    Bij voortzetting van het huidige bosbeheer bereiken we het stadium dat bossen bijdragen aan vermindering van CO2 in de atmosfeer niet.

    De manier om ‘vermindering van CO2’ te bereiken zijn zogeheten negatieve emissies:

    1. leg EXTRA bos aan;
    2. verbrand dit in centrales en vang de verbrandingsgassen (CO2) af;
    3. stop die verbrandingsgassen onder de grond bijvoorbeeld in lege gasvelden etc.
    4. terug naar stap 1, dat wil zeggen: herbeplanten uiteraard, duurzame bosbouw

    Deze cyclus kan je bijna oneindig voortzetten. Al die tijd trek je netto CO2 uit de dampkring en verplaats je dit naar ‘onder de grond’.

    Dit heet BECCS. Indien je alleen gaat voor een grotere ‘stock’ aan bos zonder de daarmee opgevangen CO2 ondergronds op te gaan slaan, dan houden de negatieve emissies op zodra dit bos niet meer toeneemt. En aangezien er maar een beperkt oppervlak op Aarde geschikt is voor bos… Het IPCC SR15 rapport geeft aan, wat er aan negatieve emissies nodig gaat zijn om de klimaatdoelen te halen:

  77. Lennart van der Linde

    Beste Math,
    De wetenschap waarop Minnesma en Urgenda hun risico-inschatting baseren onderzoekt o.a. het risico op het overschrijden van (een cascade aan) tipping points in het klimaatsysteem. Een recente samenvatting van dat onderzoek vind je bv in Lenton et al 2019, dat je allicht al zult kennen:
    https://www.nature.com/articles/d41586-019-03595-0

    Zij wijzen op het risico dat al rond twee graden mondiale opwarming zulke (cascade aan) tipping points bereikt kunnen worden en daarmee op de wenselijkheid om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Ook de Hoge Raad heeft dit in zijn Urgenda-uitspraak vastgesteld.

    Om dat risico zoveel mogelijk te beperken is het belangrijk om de kans op het halen van de Parijs-doelen zo groot mogelijk te maken. Dat betekent dat de mondiale CO2-uitstoot rond 2050 op netto nul zou moeten zitten en die in rijke delen van de wereld zoals Europa al rond 2040.

    In dat scenario zou Nederland al rond 2035 op netto nul CO2-uitstoot moeten zitten en niet pas in 2050 (of Nederland zou veel meer mee moeten betalen aan snellere uitstootreductie in minder rijke landen zoals China en India). Dat is het scenario waar Minnesma en Urgenda het over hebben.

    Je kunt dit simplistisch noemen, of een redelijke risico-afweging obv het voorzorgsbeginsel (opgenomen in het VN-Klimaatverdrag) en de best beschikbare wetenschap, hoe onzeker die op dit gebied ook nog is. Als jij een andere/betere risico-afweging wilt voorstellen, ben ik daar uiteraard benieuwd naar, evenals naar je argumenten daarvoor.

  78. Lennart van der Linde

    Het IPCC 2019 Special Report on Climate Change and Land zegt over biomassa voor bioenergie in de samenvatting voor beleidsmakers onder meer:
    https://www.ipcc.ch/srccl/chapter/summary-for-policymakers/

    “The production and use of biomass for bioenergy can have co-benefits, adverse side-effects, and risks for land degradation, food insecurity, GHG emissions and other environmental and sustainable development goals (high confidence). These impacts are context specific and depend on the scale of deployment, initial land use, land type, bioenergy feedstock, initial carbon stocks, climatic region and management regime, and other land-demanding response options can have a similar range of consequences (high confidence). The use of residues and organic waste as bioenergy feedstock can mitigate land use change pressures associated with bioenergy deployment, but residues are limited and the removal of residues that would otherwise be left on the soil could lead to soil degradation (high confidence). (Figure SPM.3) {2.6.1.5, Cross-Chapter Box 7 in Chapter 6}”

    In hoofdstuk 2 staat verder onder andere:
    https://www.ipcc.ch/srccl/chapter/chapter-2/
    “Wood can be harvested and used for bioenergy substituting for fossil fuels (with or without carbon capture and storage) (Section 2.6.1.5), for long- lived products such as timber (see below), to be buried as biochar (Section 2.6.1.1) or for use in the wider bioeconomy, enabling areas of land to be used continuously for mitigation. This leads to initial carbon loss and lower carbon stocks but with each harvest cycle, the carbon loss (debt) can be paid back and after a parity time, result in net savings. The trade-off between maximising forest carbon stocks and maximising substitution is highly dependent on the counterfactual assumption (no-use vs extrapolation of current management), initial forest conditions and site-specific contexts (such as regrowth rates and the displacement factors and efficiency of substitution), and relative differences in emissions released during extraction, transport and processing of the biomass- or fossil- based resources, as well as assumptions about emission associated with the product or energy source that is substituted. This leads to uncertainty about optimum mitigation strategies in managed forests… In the case of bioenergy from managed forests, the magnitude and timing of the net mitigation benefits is controversial as it varies with differences due to local climate conditions, forest management practice, fossil fuel displacement efficiency and methodological approaches…”

    We gaan deze onzekerheid over de precieze potentie van houtige biomassa om bij te dragen aan de klimaatdoelen hier niet oplossen, maar we kunnen wel zo scherp mogelijk in beeld proberen te krijgen waar die onzekerheid dan vooral in zit en wat dat betekent voor bv de afgesproken en af te spreken duurzaamheidscriteria en subsidieregelingen voor (houtige) biomassa. Hoe duidelijker de diverse kansen en risico’s zijn, hoe beter we als samenleving onze afwegingen kunnen maken.

  79. Bob Brand

    Beste Lennart,

    Zij wijzen op het risico dat al rond twee graden mondiale opwarming zulke (cascade aan) tipping points …

    Dat klopt inderdaad. Echter, een overdreven focus op alléén de komende 10 jaar terwijl dit ten koste gaat van CO2-reductie over de komende 30 jaar en 100 jaar, dat is contraproductief.

    Een goed werkende, duurzame bioenergy-keten met BECCS als mogelijkheid om op de lange duur netto CO2 *uit* de dampkring te gaan halen, is een waardevolle investering. Zo’n keten inrichten en goed laten functioneren is belangrijk, ook al kost het jaren en decennia om dat zo duurzaam mogelijk te maken (via regelgeving en handhaving en doordat de bosbouw-sector naar een nog hoger plan kan).

    Henri Bontenbal zegt het goed in deze tweet:

    Zie verder s.v.p. het draadje op Twitter.

  80. Hans Custers

    Lennart,

    We gaan deze onzekerheid over de precieze potentie van houtige biomassa om bij te dragen aan de klimaatdoelen hier niet oplossen, maar we kunnen wel zo scherp mogelijk in beeld proberen te krijgen waar die onzekerheid dan vooral in zit en wat dat betekent voor bv de afgesproken en af te spreken duurzaamheidscriteria en subsidieregelingen voor (houtige) biomassa.

    Ik heb wel een sterk vermoeden waar de grootste onzekerheid zit: de mens. Wat je hiermee bereikt zal in belangrijke mate afhangen van hoe goed het te organiseren is. Hoe goed krijgen we het gereguleerd, hoe goed krijg je het toezicht, blijft het dan economisch rendabel zodat bosbouwers niet afhaken, dat soort zaken. Daar staat of valt het op, lijkt me. En draagvlak natuurlijk. Als de weerstand vanuit de maatschappij te groot wordt houdt het op.

  81. Bob Brand

    Lennart,

    Als je lange stukken tekst van IPCC kopieert, lees dan ook over de ‘benefits’ die daar genoemd worden:

    The production and use of biomass for bioenergy can have co-benefits, adverse side-effects, and risks for land degradation, food insecurity, GHG emissions and other environmental and sustainable development goals (high confidence). These impacts are context specific …

    The trade-off between maximising forest carbon stocks and maximising substitution is highly dependent on the counterfactual assumption (no-use vs extrapolation of current management), initial forest conditions and site-specific contexts (such as regrowth rates)

    Dat is context-afhankelijk. Nogal wiedes: het bestaande Amazone-woud omhakken om daar dan later biomassa te gaan verbouwen zou uiteraard een nadelige trade-off zijn.

    We hebben het echter over Europa en Europese bossen. De praktijk is dat er hier geen oerbossen meer zijn die plaats zouden moeten maken, die bestaan niet meer. De praktijk is ook dat er in de Europese context juist steeds méér bos blijkt bij te komen — nadrukkelijk als gevolg van een groeiende vraag naar hout en een bosbouw-sector die vele decennia vooruitdenkt. De context maakt dat je hier in Europa méér ‘co-benefits’ aantreft dan nadelige effecten.

    Lees hiervoor het onderzoek van Fuchs et al. 2015 in Wageningen, waar hij laat zien dat deze toename van bos in Europa mede het gevolg is van een toenemende *vraag* naar hout. Zie de toename aan bos in Europa, over de 20-ste en 21-ste eeuw (even dubbelklikken):

  82. @Lennart van der Linde

    “We gaan deze onzekerheid over de precieze potentie van houtige biomassa om bij te dragen aan de klimaatdoelen hier niet oplossen…”

    Dat wij alle onzekerheden in dit complexe vraagstuk hier niet zullen oplossen is vrij duidelijk. Het kopiëren van grote lappen tekst uit artikelen en het stellen van vragen (zoals aan Bob) waar iemand een week mee bezig is, zullen daar ook niet bij helpen. Aan elke techniek die van belang kan zijn om afscheid te kunnen van fossiele brandstoffen kleven voor- en nadelen. Dat geldt ook voor het gebruik van biomassa. Het is vrij duidelijk gezien het verhaal van Guido dat het gebruik van houtige biomassa bij kan dragen aan de energietransitie, probeer dan de nadelen van de techniek te verminderen i.p.v. de gehele techniek af te schieten.

    Het PBL heeft een 120 pagina’s tellend document hierover uitgebracht (zie link in blogstuk), veel van de zaken die hier in de discussie genoemd zijn komen daarin ook voorbij. Misschien moet je het een keer tot je nemen. Een van de conclusies wil ik er wel even uitlichten:
    “Een significante rol voor biomassa lijkt van wezenlijk belang voor een klimaat-neutrale circulaire economie”

  83. Zeer helder en goed stuk van van de Werf, over de biomassa balans op aarde, en de relatie met CO2. Maar dat is niet het hele verhaal, hier en nu anno 2020: Als volgt:

    1: Het verhaal klopt geheel als het wereld systeem in balans zou zijn. Dan konden we biomassa op een zorgvuldige manier inzetten , en bleef die balans behouden. Echter, het systeem is niet in balans. Het gaat er niet om of biomassa wat meer of minder uitstoot dan fossiel, het gaat erom dat de uitstoot naar 0 moet. Er moet dus als het ware veel meer vastgelegd worden, om die balans te herstellen.

    2: We moeten binnen 10 a 20 jaar drastisch terug in CO2 uitstoot. In dat geval is biomassa geen oplossing:
    We kunnen de huidige situatie niet meer veranderen. Dus we redeneren van af nu, we accepteren de situatie zoals ie nu is, op tijdstip t=0 . Maar die heeft dus in de basis een veel te hoge CO2 emissie. Vanaf t=0 gerekend maakt het in principe niet of we fossiel verstoken of vervangen door extra biomassa, in beide gevallen is het vastgelegde CO2, cq koolstof, die weer vrij komt . Het verschil zit erin dat via de fossiele weg het miljoenen jaren duurt er die weer is vastgelegd ( als de mens nog wat ruimte laat voor natuurlijke processen) , en in geval biomassa is die tijd veel korter, pak ‘m beet 40 jaar. Maar dat is dus te laat. In Nederland zijn we al in 2025 door ons eerlijk aandeel CO2 emissies voor het 1,5 graad budget heen, en in 2030 voor dat van 2 graden. En dat is zelfs voor het relatief snel compenserende vermogen van biomassa te laat. Er is gewoon geen ruimte voor CO2 emissies meer….! Laat staan dat er genoeg is om sowieso alle fossiel door biomassa te vervangen zoal ook in het artikel wordt aangegeven.

    3: we hebben in feite geen energieprobleem. Zonne en daarvan afgeleide windenergie is er meer dan genoeg. Om die te kunnen oogsten , en vast te leggen zijn er echter materialen nodig . En materialen vereisen weer energie om te product=ren. Het gebruik van materialen is ons echte probleem. En vooral gebruik van materialen met ene hoog gehalte aan maak-energie, embodied energy, zoals metalen. Om ook dat te beperken is een overgang naar biobased materialen nodig ( en ja je kan wind turbines ook voor een groot deel van hout maken) . Dat geldt niet allen voor onze energievoorziening, ook de bouw vraagt enorm veel materialen voor een groot deel met ene lage maakenergie. Ook daar is een transitie naar biobased materialen nodig ofwel houtbouw. Met als voordeel dat er netto CO2 ontrokken wordt, vanwege het vastleggen ervan. En dat is precies wat nodig is.
    De totale bouw behoefte aan materiaal, en dus hout is overigens enorm. Er komen nog 2,5 tot 3 miljard aardbewoners ij de allemaal recht hebben op een woning. Wat simpele berekeningen laten zien dat dat met houten woningen maar amper in te voorzien is, zelfs als ze klein zijn. Laat staan dus dat we dat hout gaan opstoken, dan is de bouw dus gedwongen materialen met een zeer hoge energie-impact te gebruiken, ergo, nog meer biomassa nodig om dat te leveren…

    concluderend:
    1 Er moet dus feitelijk veel meer aangeplant worden, en na kap behouden en vastgelegd, bijvoorbeeld in gebouwen, om CO2 netto te verminderen.
    2 concluderend, goed verhaal, dat geheel opgaat voor een systeem in balans. Helaas, dat zal de eerste decennia niet zo zijn.

  84. Lennart van der Linde

    Hoi Bob, Hans,
    Als het lukt om via BECCS negatieve emissies te realiseren, zou dat mooi zijn. Investeringen/ontwikkelingen die daartoe kunnen leiden, verdienen m.i. onze steun. In hoeverre de huidige investeringen in ontwikkeling van bioenergie uit hout daartoe kunnen leiden, is mij nog niet goed duidelijk.

    Met de belofte van CCS worden soms bestaande praktijken in stand gehouden zonder dat het uiteindelijk tot de ontwikkeling van CCS komt, zoals bv de kolencentrales in de Rotterdamse haven laten zien. Ik weet niet hoe dat beeld er in het geval van bioenergie uit hout uitziet. En ik ben het er mee eens dat de grootste onzekerheid waarschijnlijk in de menselijke organisatie zit en het draagvlak daarvoor.

    Als de balans tussen kansen en risico’s van bioenergie uit hout voor Europese bossen positief is, dan zou Europees hout zonder (al te veel) moeite aan de gestelde of te stellen duurzaamheidseisen moeten kunnen voldoen. Of wetenschappers als Searchinger et al en Norton et al en politici/activisten als Bas Eickhout en Marjan Minnesma maken een denkfout door te strenge eisen voor te stellen. Ik heb hier nog onvoldoende zicht op om daarover een conclusie te trekken.

  85. Hans Custers

    Lennart,

    Nogmaals, we kunnen niet in de toekomst kijken. Dus niemand weet met zekerheid in hoeverre investeringen in bioenergie uit hout uiteindelijk tot BECCS kunnen (of zullen) leiden. Als de geschiedenis iets leert, dan is het wel dat dit soort ontwikkelingen hoogst onzeker is. Misschien wordt het een succes, misschien een fiasco, misschien blijken we het helemaal niet nodig te hebben, misschien blijkt het in de toekomst de uiltieme reddingsboei die we nodig hebben om klimaatverandering binnen te perken te houden. En waarschijnlijk eindigt het ergens daar tussenin. Ik weet het niet, jij weet het niet en wie pretendeert het wel te weten overschat zichzelf.

    Het heeft geen enkele zin om te blijven zoeken naar zekerheid die er niet is.

  86. ps. nav het PBL rapport: dat spreekt van Duurzame Biomassa, al in de titel…
    Duurzame biomassa bestaat niet, net zo min als duurzame materialen. Het is het gebruik dat bepaalt of er van duurzaamheid, cq volhoudbaarheid sprake is.
    zie ook : http://ronaldrovers.nl/pbl-duurzame-biomassa-en-dan-verbranden-op-herhaling-22/

  87. Lennart van der Linde

    Hoi Jos, je zegt:
    ‘Het is vrij duidelijk gezien het verhaal van Guido dat het gebruik van houtige biomassa bij kan dragen aan de energietransitie, probeer dan de nadelen van de techniek te verminderen i.p.v. de gehele techniek af te schieten. Het PBL heeft een 120 pagina’s tellend document hierover uitgebracht (zie link in blogstuk), veel van de zaken die hier in de discussie genoemd zijn komen daarin ook voorbij. Misschien moet je het een keer tot je nemen. Een van de conclusies wil ik er wel even uitlichten: “Een significante rol voor biomassa lijkt van wezenlijk belang voor een klimaat-neutrale circulaire economie”’.

    In mijn eerste reactie op Guido verwijs ik al naar mijn beeld van het PBL-rapport, waarvan ik niet elk woord, maar wel het grootste deel tot me genomen heb. Ik stel slechts vragen obv onder meer Searchinger et al en Norton et al om indien mogelijk duidelijker te krijgen in hoeverre zij wel of niet een punt hebben, en om duidelijker te krijgen in hoeverre Guido, Bob, Hans en ook jij je in dat punt kunnen vinden of niet. Dat is me inmiddels al wat duidelijker geworden…

    Kun je overigens aangeven waar ik volgens jou “de gehele techniek” afschiet? Of waar ik bestrijd dat “een significante rol voor biomassa van wezenlijk belang” lijkt of zou kunnen zijn, onder bepaalde voorwaarden? Ik heb zelf niet het idee dat ik dat gedaan heb en heb dat sowieso niet willen doen, maar misschien heb ik me niet zorgvuldig genoeg uitgedrukt, dat zou kunnen. Hoe dan ook probeer ik me als betrokken leek in deze complexe materie te verdiepen obv de best beschikbare wetenschap. Die wetenschap heeft alleen nog geen consensus bereikt, zoals ook het PBL concludeert.

  88. Ko van Huissteden

    Guido heeft hier een interessante, en zeer nuttige discussie over het gebruik van houtige biomassa voor energie heeft geïnitieerd. Er wordt mooi uitgelegd hoe je houtoogst in een bos kunt rechtvaardigen vanuit de koolstofcyclus van bossen. Wat ik wel mis in het stuk: in hoeverre wordt er ook rekening gehouden met het verlies aan koolstof uit de bodem als er gekapt wordt? Vooral als er grotere stukken bos gekapt worden warmt de bodem op en kan de afbraak van bodem-koolstof flink versnellen, met hogere CO2 emissie en verlies van een deel van de organische stof in de bodem als gevolg. Ik kon tot nu toe weinig literatuur over vinden over de sterkte van dit effect.

    Wat in de discussie ook ontbreekt, is het feit dat we zowel met een klimaatcrisis als een biodiversiteitscrisis te maken hebben. Deels hangen ze samen. Dan zou je verwachten dat ecologen ook wel wat zinnigs over een onderwerp als biomassa-energie te zeggen hebben. Maar in het stuk van Guido wordt de vooraanstaande ecologe Louise Vet eigenlijk als niet-deskundig afgeserveerd en in een ander commentaar hier wordt zelfs gesproken van ‘hitsen’. Dat laatste is storend en onnodig.

    De laatste extreem droge en hete jaren hebben hun sporen in onze bossen en natuurgebieden goed zichtbaar nagelaten. Sommige boomsoorten kunnen hier helemaal niet tegen: bijvoorbeeld sparren die door de droogte minder weerstand hebben teken parasieten zoals de letterzetter; hele stukken sparrenbos zie je kaal worden nu. Andere boomsoorten van vochtiger en koelere klimaten hebben het ook moeilijk (bijvoorbeeld Lijsterbes). In het droge jaar 2003 veranderden de Europese bossen van een koolstofsink in een bron (Ciais et al., 2005, Nature). Ik weet niet hoe het met 2018 – 2019 zit, maar dat zal niet veel beter zijn geweest.

    Kortom, de klimaatverandering zelf zet ecosystemen inclusief productiebos nu al onder grote druk, naast de stress van stikstofdepositie en daarmee gepaard gaande bodemverzuring (waarvoor weer dure maatregelen zoals strooien van steenmeel moeten worden toegepast). Ik zie nog niet hoe inzet van houtige biomassa op grote schaal te verenigen is met de stress waaronder Europese bosecosystemen nu al staan. Er wordt in de discussie hierboven uitgegegaan van aanplant van bos voor biomassa-energie, maar de praktijk is nu toch voorlopig vooral oogst van bestaand bos.

    Ik ben het ermee eens dat duurzame houtoogst (zoveel mogelijk voor duurzaam bouwmateriaal) met (bescheiden) gebruik van restmateriaal voor biomassa-energie kan bijdragen tot uitbreiding van het bosareaal. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met klimaatbestendigheid van het bos, en mag nooit behoud en verbetering van biodiversiteit uit het oog verloren worden. Vanwege de biodiversiteit en behoud van de koolstofvoorraad in de bodem zul je ook dood hout in het bos moeten achterlaten.

    Bos heeft een gevoelswaarde zoals hierboven al eerder aangestipt. Dat mag dan emotioneel en minder rationeel zijn, maar het is wel een valide argument. Ik vind het zelf zeer te waarderen als mensen zich om de natuur in hun leefomgeving bekommeren, daaraan danken we dat tenminste nog een beetje natuur en biodiversiteit over is. Het is ook een van de grootste oorzaken van de weerstand tegen biomassa-energie: mensen die een groot stuk bos ineens gekapt zien worden en dan (al dan niet terecht) veronderstellen dat dit in een biomassa-centrale verdwijnt. Voor een deel is dergelijke boskap eerder een uitvloeisel van natuurbeleid (bijvoorbeeld restauratie van heide-ecosystemen). Overigens is dit ook een bijdrage aan koolstofverliezen uit bossen, iets wat natuurbeheerders zich ook beter zouden kunnen realiseren.

    Het zou de moeite waard zijn om emotionele deze weerstand tegen boskap om te zetten in positieve energie voor behoud en uitbreiding van duurzaam beheerde bossen, waarin gebruik voor biomassa-energie zonodig ook een plaats kan hebben. Dan kan alleen door een open, publieke discussie waarin zowel de klimaatcrisis als de biodiversiteitscrisis beide voorop staan.

  89. @Lennart

    Die laatste zin over dat “afschieten” in mijn reactie was eigenlijk meer algemeen bedoeld, dus meer richting veel mensen die zo zwart/wit reageren op het gebruik van biomassa. Maar er staat inderdaad “je” in (men was beter geweest 😊), dus dat heb ik niet zo handig opgeschreven.
    Je reacties alhier hebben me niet de indruk gegeven dat je de gehele techniek wilt afschieten, wel dat je er nogal kritisch tegenover staat. Daarom die conclusie van het PBL, zonder deze techniek wordt het blijkbaar verdraaid lastig om een klimaat-neutrale circulaire economie te bewerkstelligen. Iets dat we m.i. op den duur toch moeten zien te realiseren. Als veel mensen alleen maar de negatieve kanten van het gebruik van biomassa benadrukken wordt dat er niet gemakkelijker op. Ik hoop daarom dat je in je zoektocht door deze complexe materie daar ook rekening mee houdt. Dat er bij dit vraagstuk geen eenduidige wetenschappelijke consensus uitrolt zoals bij meer broeikasgassen en opwarming, weerhoudt ons er m.i. niet van om de negatieve aspecten aan te pakken om te kunnen profiteren van positieve aspecten.

  90. Hans Custers

    Ko,

    Je reactie is genuanceerd, maar ik ben het met twee van je opmerkingen niet eens. Biodiversiteit komt in het stuk van Guido, anders dan je zegt, wel aan bod. Bijvoorbeeld in deze passage:

    Er zit wel een interessante paradox; biodiversiteit en koolstofopslag in gebieden met bosbouw zijn hoger dan in de meeste landbouw- en veeteeltgebieden maar we hebben in het algemeen warmere gevoelens bij het zien van koeien die vredig in de wei staan te grazen dan bij een bos waar ieder jaar een stukje van geoogst wordt.

    Die paradox is wel erg belangrijk om mee te nemen in de overwegingen. De commerciële waarde van hout (voor welke toepassing dan ook) is een motivatie om aan bosbouw te doen. Maar de onvermijdelijke consequentie is daarbij ook dat er regelmatig wordt gekapt. Het een bestaat niet zonder het ander.

    En ik ben het ook niet met je eens dat Guido Louise Vet als ondeskundig neer zou zetten. Hij heeft beargumenteerde kritiek op haar publieke uitlatingen, en niet (of in elk geval veel minder) op haar wetenschappelijke werk.

  91. Math Geurts

    Het issue is CO2-balans, en de “CO2-besparing” die resulteert bij benutting van biomassa als energiebron. Veel bezwaren zijn reëel en er zijn veel andere belangen waar rekening mee gehouden moet worden en voorwaarden waaraan voldaan moet worden maar de betogen worden er niet bepaald sterker op als en passant de CO2-besparing (het klimaatvoordeel) volledig ontkend wordt of afgedaan wordt met “komt te laat”.

    Louise Vet is zeer deskundig, maar niet speciaal op het gebied van “CO2-balans”. Enige terughoudendheid bij ferme uitspraken wat dat betreft zou haar niet misstaan.

  92. Lennart van der Linde

    Hoi Jos, je zegt:
    “Dat er bij dit vraagstuk geen eenduidige wetenschappelijke consensus uitrolt zoals bij meer broeikasgassen en opwarming, weerhoudt ons er m.i. niet van om de negatieve aspecten aan te pakken om te kunnen profiteren van positieve aspecten.”

    Zo lees ik Searchinger et al en Norton et al ook: ze proberen volgens hen negatieve aspecten aan te pakken om te kunnen profiteren van positieve aspecten. Het kan zijn dat ze daarbij sommige aspecten van de huidige en/of toekomstige praktijk te negatief inschatten, of wellicht schatten anderen die aspecten niet negatief genoeg in. Ik kan dat naar mijn idee nog onvoldoende beoordelen.

    Voorlopig heb ik daarom de neiging om te vertrouwen op wetenschappers als John Beddington, Ken Caldeira, Daniel Kammen, Jean-Pascal van Ypersele, Marten Scheffer (en politici/activisten als Eickhout en Minnesma):

    Klik om toegang te krijgen tot scientist-letter-on-eu-forest-biomass-796-signatories-as-of-january-16-2018.pdf

    Misschien is dat vertrouwen niet terecht, dus geef vooral aan waar zij zich eventueel vergissen.

  93. lieuwe hamburg

    Nu actueel in het nieuws: Marjan Minnesma pleit net zoals Jan Rotmans om te stoppen met het verbranden van hout en dus om daar niet langer subsidie voor te geven.

    https://nos.nl/artikel/2337270-urgenda-activist-minnesma-stop-subsidie-biomassa.html

    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/uitzendingen/885289-2020-06-15

    Je kunt je afvragen na het lezen dit blog of de juiste argumenten gebruikt worden maar er is iets aan het schuiven. Er zijn verschillende categorieën biomassa: Vergisting, bij- en meestook in kolencentrales, verbranding van vaste biomassa, verbranding van vloeibare biomassa, vergassing en afvalverbranding. Makkelijke oplossingen zoals de maximum snelheid naar 80 kilometer verlagen lijkt mij uitgesloten. Ben benieuwd…

  94. Math Geurts

    Beste Lieuwe Hamburg,

    Als Marjan Minnesma iets wil schuiven dan moet ze beginnen met te erkennen dat de fixatie op de korte termijn bij nader inzien verkeerd is. Daardoor zijn er nauwelijks keuzes mogelijk. Ik krijg soms dat de regering onderhand meent met Marjan Minnesma te moeten onderhandelen.

  95. Lennart van der Linde

    Beste Math,
    Het ligt niet aan Minnesma dat er nog maar weinig keuzes mogelijk zijn. Als samenleving hebben we vooral onder invloed van een lobby van gevestigde belangen 30 jaar lang mogelijke keuzes voor de energietransitie uitgesteld. Het is niet voor niets dat uiteindelijk de Hoge Raad er aan te pas moest komen om bepaalde keuzes af te dwingen, ook al gaan die nog lang niet ver genoeg om de doelen van Parijs met een redelijke kans te kunnen halen.

  96. Math Geurts

    Beste Lennart,

    Eerlijk gezegd vind ik dit een weliswaar politiek uiterst correcte maar toch naïeve argumentatie. Of het nou door de invloed van een lobby dan wel door ongeïnteresseerdheid van de burger die pas in actie komt zodra ‘hij geen dief van zijn eigen portemonnee is” komt, noch Minnesma noch de Hoge Raad zijn deskundig om te bepalen of een hard tussendoel in 2020 nodig of zelfs maar nuttig is om de 2030 doelen van Parijs met een redelijke kans te behalen.
    En als ook zelf gekozen tussendoelen van Parijs boven elke discussie verheven zijn, laten we dan ook de spelregels van Parijs maar niet ter discussie stellen.

  97. G.J. Smeets

    Energie-transitie anno 2020 betekent uitfasering van fossiel en creëren van een *mix* van CO2 neutrale alternatieven, waaronder biomassa-stook. Guido’s blokstuk gaat over de effectiviteit van houtige meestook in die mix. Zijn conclusie: het is een effectieve component in de mix, en ja er zitten haken en ogen aan want echt efficiënt is het niet. Let op het verschil tussen effectief en efficiënt, in crises situaties is dat een belangrijk verschil om in de smiezen te houden als het je te doen is -zoals ik- om risicoreductie.

    De gedachtewisseling in dit draadje is nogal geconcentreerd op de haken en ogen van houtige bijstook. Onder anderen Jos Hagelaars plaatste daar 15 juni 2020 om 18:59 m.i. terecht een kritische kanttekening bij:

    “…zonder deze techniek wordt het blijkbaar verdraaid lastig om een klimaat-neutrale circulaire economie te bewerkstelligen. Iets dat we m.i. op den duur toch moeten zien te realiseren. Als veel mensen alleen maar de negatieve kanten van het gebruik van biomassa benadrukken wordt dat er niet gemakkelijker op.”

    Ik scherp die kanttekening van Jos aan met een doordenkertje: niet alle problemen hoeven worden opgelost, je kunt er ook mee (leren) leven. Je kunt zelfs van de nood een deugd maken. Bij wijze van provocatie (please, don’t shoot the pianoplayer) ga ik nu effe op de stoel van de houtlobbyist zitten:
    – productiehout wordt drastisch opgevoerd: verdubbeld, liefst verdriedubbeld.
    – woningbouwers schakelen over van steen & beton naar hout(skelet)woningen.
    – De enorme houtrestproducten gaan naar bijstook van de wind-en zon gedreven centrales.

    Kortom: méér hout. Guido opende zijn blogstuk met : “Biomassa is onze oudste bron van energie…” Ik zie niet wat er tegen is om die bron te vergroten en er uit te blijven putten.

  98. Lennart van der Linde

    Hoi Goff, je zegt:
    “Energie-transitie anno 2020 betekent uitfasering van fossiel en creëren van een *mix* van CO2 neutrale alternatieven, waaronder biomassa-stook.”

    De European Academies Science Advisory Council schreef in februari 2019:
    https://easac.eu/projects/details/carbon-neutrality/
    “Biomass should not be regarded as a source of renewable energy under the EU’s Renewable Energy Directive (RED) unless the replacement of fossil fuels by biomass leads to real reductions in atmospheric concentrations of CO2 within a decade or so.”

    In hoeverre ben je het daarmee eens?

  99. Hans Custers

    Lennart,

    Je hebt je standpunt inmiddels meer dan voldoende duidelijk gemaakt. En dat sommige wetenschappelijke publicaties behoorlijk negatief zijn over het gebruik van hout is ook al talloze keren genoemd. Nog maar weer eens een citaat uit zo’n publicatie voegt helemaal niks meer toe aan deze discussie.

  100. Lennart van der Linde

    Onderschat de mogelijke bijdrage van Goff niet, Hans. Die zou de discussie zo maar eens kunnen verrijken.

  101. Lennart van der Linde

    Beste Math,
    Urgenda en de diverse rechters hebben gekeken naar o.a. de beschikbare wetenschappelijke kennis en het juridische kader en hebben tot drie keer toe geconcludeerd dat 25% reductie in 2020 het minimum is voor de Nederlandse staat om aan zijn zorgplicht te voldoen.

    Discussie over de spelregels van Parijs lijkt me zinvol, want die zijn vooralsnog tot op zekere hoogte voor meerdere uitleg vatbaar, of nog niet nader uitgewerkt, volgens mij. Maar wat is de uitleg die volgens jou eventueel niet ter discussie gesteld zou moeten of mogen worden?

  102. Math Geurts

    Beste Lennert

    Om me tot ééntje te beperken: door jou geciteerde ‘wetenschappelijke kennis’ dat bijstoken van biomassa niet tot CO2-besparing zou leiden dateert van na het vaststellen (en opdelen) van Parijsdoelen voor afzonderlijke landen. Zo dat leidt tot bijgestelde spelregels zou ook het CO2 reductie doel voor het vlakke, ver van de evenaar gelegen, op afstand dichtst bevolkte land van Europa, Nederland, naar beneden bijgesteld moeten worden.

  103. Lennart van der Linde

    Beste Math,
    De kennis over de payback time van een bepaalde carbon debt bij verbranding van biomassa was al er voor Parijs. Omdat in Parijs de mondiale klimaatdoelen aangescherpt zijn, vergroot een langere payback time het risico op een overshoot. De inschatting van het risico op het overschrijden van (een cascade aan) tipping points rond twee graden is sinds Parijs inderdaad wel toegenomen. Dat maakt een vergroot risico op overschoot extra riskant. Vandaar de relevantie van dit argument in mijn ogen.

    Hoe zwaar dat argument echter precies moet wegen, weet ik niet, want biomassa kan wellicht ook op enige schaal met CCS benut worden om tot negatieve emissies te komen en kan misschien (tijdelijk) ook functies vervullen in het energiesysteem die (nog) niet goed door bv wind en zon vervuld kunnen worden. In hoeverre dat het geval is, kan ik niet goed beoordelen. Vandaar mijn vraag hoe anderen dit soort afwegingen inschatten.

    Hoe de Europese reductiedoelen precies over de EU-landen verdeeld moeten worden, is volgens mij nog onderwerp van onderhandeling. Als inzet bij die onderhandelingen hebben landen wel zelf alvast ambities bepaald. De beschikbare reductie-opties zullen waarschijnlijk inderdaad wel meegewogen worden in dit onderhandelingsproces. EASAC heeft in ieder geval eind 2019 Frans Timmermans op hun diverse inhoudelijke aandachtspunten gewezen:
    https://easac.eu/news/details/easac-reaches-out-to-the-new-european-commission-on-energy-from-forest-biomass/

  104. G.J. Smeets

    Lennart,
    we moeten af van fossiel materiaal-verbranding. Houtstook is een realistische component in de mix, effectief maar niet bijster efficiënt, het zij zo. Vandaar mijn provocatie ‘drastische opvoering van houtproductie’ voor stads- en woningbouw. Dat reduceert niet alleen CO2 productie (steen- en cementovens!) maar levert ook brandstof voor bijstook in centrales. De CO2 kan afgevangen worden en wordt NIET beprijsd als fossiel CO2 niet ook beprijsd wordt. Vergeet niet, Lennart, calculering van kosten en baten van de energietransitie (inclusief hout-bijstook) wordt nog altijd bepaald door de rol & positie & macht van de fossiele industrie. De wetenschappelijke rapporten die ik heb ingezien negeren dat.

    Wat mij betreft is het zaak dat Frans Timmermans zich dààr drukt over maakt en tegelijkertijd in gesprek gaat met EU landen die in aanmerking komen voor opvoering van houtproductie – bouwhout en brandhout.

    Als ik de diverse rapporten over biomassa inzie wordt het zwart voor m’n ogen van if, but, unless en andere voorwaardelijke kwalificaties in de conclusies en aanbevelingen. Het is een labyrint van politieke voorwaarden en wetenschappelijke onzekerheden. Niet uit te komen, zeker niet voor een politicus die over tijd noch kennis beschikt om voor en tegen af te wegen. Ik onderschrijf de slot-alinea van Guido’s blogstuk over terugslag van de lobby tegen biomassa. Biomassa is een optie die ik wil openhouden en benutten.

    Last but not least en wat steeds maar weer vergeten wordt: +2°C is onafwendbaar want het zit gewoon in de fysische en de politieke pijplijnen. De vraag is waar op de wereld productiehout met die opwarming het best gedijt en tevens bijdraagt aan biodiversiteit. Daar zou ik wel een modelstudie over willen zien.

  105. Lennart van der Linde

    Hoi Goff,
    Op zich kan ik je redenering best goed volgen, zeker wat betreft het inzetten van hout in de bouw om zoveel mogelijk koolstof op te kunnen slaan. Ook de opslag van bij biocentrales afgevangen CO2 zou een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie kunnen zijn, als die afvang en opslag werkelijk op enige schaal realiseerbaar blijkt. In dat geval ziet als ik het goed begrijp ook EASAC een aanzienlijk potentieel voor benutting van houtige biomassa.

    Blijkt BECCS echter voorlopig vooral een terugwijkend vergezicht, dan zou de potentie van houtige biomassa om bij te dragen aan het beperken van klimaatrisico’s wel eens veel lager kunnen zijn.

    Sowieso blijft in elk scenario en bij toenemende opwarming het risico van (een cascade aan) tipping points m.i. een relevante factor om rekening mee te houden. Dat zou kunnen betekenen dat maximale vastlegging van CO2 in bomen uiteindelijk minder riskant is dan bomen met een payback time van meer dan pakweg tien jaar deels verstoken als bijdrage aan de energietransitie, zoals EASAC inschat.

    Maar nogmaals, of die inschatting klopt, en hoeveel hout met een payback time van meer dan 10 jaar nu verstookt wordt (of dreigt te worden), kan ik niet goed beoordelen. Misschien anderen wel.

  106. lieuwe hamburg

    Lennert,

    *Ieder jaar verbrandt op mondiale schaal een oppervlakte gelijk aan de EU (ongeveer 450 miljoen hectare). Voor een groot deel is dit een natuurlijk proces.* (Guido van der Werf)

    Misschien moet je moeder natuur eens uitleggen wat een payback time van meer dan tien jaar is. Vooralsnog heeft Minister Wiebes een stokje gestoken (pun intended) voor het afschaffen van subsidie voor nieuwe biomassacentrales.

  107. Lennart van der Linde

    Lieuwe,

    Zie voor uitleg en discussie over payback time bijvoorbeeld:

    Mitchell et al 2012:
    https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/j.1757-1707.2012.01173.x

    “If forests remain unharvested, they can further mitigate the increases in atmospheric CO2 that result from fossil fuel combustion and deforestation. Alternatively, they can be harvested for bioenergy production and serve as a substitute for fossil fuels, though such a practice could reduce terrestrial C storage and thereby increase atmospheric CO2 concentrations in the near‐term… [T]he times required for bioenergy substitutions to repay the C Debt incurred from biomass harvest are usually much shorter (< 100 years) than the time required for bioenergy production to substitute the amount of C that would be stored if the forest were left unharvested entirely, a point we refer to as C Sequestration Parity.”

    Nabuurs et al 2017:
    https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1389934116303604?via%3Dihub

    “Here we analysed carbon debt and parity of realistically increased harvesting over large forest areas in Europe. We found that under such realistic cases, a carbon debt does not occur. i.e. the large scale average stocks in the forest are not reduced. What does occur is a parity compared to the baseline harvesting levels. The parity effect was eventually also compensated for. However it took long, especially if final fellings were increased for bioenergy; which is a rather hypothetical case. In case of increased thinnings, the parity equality was often reached within 80 years compared to burning coal. Removal of harvesting residues was often compensated within 1 decade. However, parity is a theoretical comparison against a higher baseline C stock in the forest. It is not certain that this higher stocking under the baseline will be sustained, because there is an increasing chance of natural disturbances. Thus the parity may be much shorter than analysed here.”

    PBL 2020:
    https://www.pbl.nl/nieuws/2020/pbl-studie-opmaat-naar-duurzaamheidskader-biomassa

    “Een extra complicerende factor in de discussie is dat men het vaak ook niet eens is over wat als een veilige terugverdientijd beschouwd zou kunnen worden. Voor het uiteindelijke opwar-mende effect van de cumulatieve CO2-emissies is een lange periode relevant, meestal uitge-drukt in een effect over 100 jaar (Cherubini et al., 2011; Dehue, 2013). Er zijn echter ook redenen benoemd om naar klimaateffecten op kortere termijn te kijken (decennia), bijvoor-beeld als het gaat om de risico’s op onbeheersbare, zichzelf versterkende terugkoppelingen in het klimaatsysteem (tipping points). Voor sommigen ligt daarmee een ‘veilige’ terugverdientijd op 0 of maximaal 10 jaar (EASAC, 2017; Norton et al., 2019)55 terwijl voor anderen ook langere tijdsperioden verdedigbaar zijn. Uiteindelijk zijn dit ook normatieve en dus niet louter wetenschappelijke stellingnames.”

    De relevantie van die payback time ligt niet alleen in de mate van CO2-vastlegging in een bepaalde periode, maar o.a. ook in de rol die houtige biomassa kan spelen in een energiesysteem in transitie. De vraag is o.a. of en hoeveel extra CO2-uitstoot van fossiele energie daarmee bespaard kan worden en of dat opweegt tegen een tijdelijke lagere vastlegging in bossen. Er zijn nog meer vragen, maar dit is er in ieder geval een die er voor mij uitspringt. Voor anderen kunnen andere vragen prominenter zijn. Je kunt je eigen afweging maken obv de tot dusver beschikbare kennis en onzekerheden, en obv je eigen waarden, hoe de balans tussen kansen en risico’s uitvalt.

  108. G.J. Smeets

    Guido,
    hier een paar gedachten n.a.v. je blokstuk.

    Houtstook is CO2 neutraal. Links- of rechtsom, bomen nemen CO2 op en geven het bij verbranding of verrotting weer af. Het is een drogredenering om die component uit de mix te halen met het argument dat houtstook meer CO2 produceert dan aardgas. Houtverbranding veroorzaakt geen CO2 *accumulatie* in de atmosfeer, gas wel en ongeacht pay-back time van houtstook in de koolcyclus. Het is bizar om houtstook af te wijzen ten gunste van gasstook. Sorry Marjan Minnesma maar minister Wiebes heeft een punt om biomassacentrales te blijven subsidiëren.

    Mijn argument voor forse opvoering van houtproductie (en collaterale houtstook) is dat het de transitie niet alleen faciliteert maar ook (mede) forceert. Meer hout betekent in de stad- en woningbouw minder aluminium, baksteen en cement – alle drie producten die 100% berusten op fossiele verbrandingsprocessen en dus CO” accumulatie.

    De International Energy Agency https://www.iea.org/reports/sustainable-recovery/fuels#abstract
    laat er geen gras over groeien in zijn conclusie over biomassa: “Support and expand the use of biofuels.”

    Overigens herinner ik eraan dat de energietransitie neerkomt op ruimen van puin dat al lang geleden in kaart is gebracht: vanaf Svante Arrhenius een eeuw geleden tot de Club van Rome een halve eeuw geleden tot James Hansen een kwart eeuw geleden. De energietransitie anno 2020 is een exercitie van spijtoptanten in paniek. Dat historische perspectief is relevant: wat er nu gebeurt is te weinig en te laat om het onder +2°C te houden. Taboe op bouw- en brandhout is daarvan een symptoom.

  109. G.J. Smeets

    Ik negeer niks, Lennart. ik geef argumenten voor opvoering van houtproductie met collaterale houtstook voor de energiemix. En een daarvan is dat het in de noodzakelijk geachte transitie *op den duur* beter is om hout in de mix te propageren dan gasverbranding. Let op de frase *op den duur* want het staat vast dat +2°C onafwendbaar is, met of zonder houtverbranding. Minnesma negeert dat en dat staat haar als politica vrij. Mij staat het vrij om daar een kanttekening bij te plaatsen. En die kanttekening is dat uitfasering van fossiel (de transitie) prioriteit heeft, niet de CO2-emissieratio hout / gas gedurende die transitie.

    Er zijn -tig omstandigheden waarin het verstandig is om wat gif te blijven toevoegen tijdens een ontgiftingsproces. De energietransitie is er m.i. zo een. Hout- en gasstook is allebei ‘gif’. Het verschil is dat houtstook uitfasering van fossiel structureel bevordert terwijl gasverbranding die uitfasering vertraagt.

    Nogmaals: +2°C is onafwendbaar, politici en lobbyisten als Minnesma erkennen dat niet, althans niet publiekelijk. Het thema is niet ja / nee halen van de Parijs-intenties. Het werkelijke thema is een energie-voorziening op te tuigen na +2°C. Onze (klein)kinderen gaan het meemaken en het zal hun reet roesten wat Cop 1 tot en met 25 heeft behelst.

  110. lieuwe hamburg

    Lennart,

    *Managing forests for maximal C storage can yield appreciable, and highly predictable, C mitigation benefits within the coming century, while managing forests for bioenergy production will require careful consideration if they are to provide a C neutral source of energy without yielding a net release of C to the atmosphere in the process*

    Er staat niet:

    Managing forests for maximal C storage can yield appreciable, and highly predictable, C mitigation benefits within the coming century, while managing forests for bioenergy production will require reconsideration because it is yielding net release of C to the atmosphere in the process like coal, oil and gas *

    Ik heb Mitchell et al 2012 gelezen. Je citeert in je reactie vervolgens iets uit een ander onderzoek: “de risico’s op onbeheersbare, zichzelf versterkende terugkoppelingen in het klimaatsysteem (tipping points).” Is het verbranden van houtige massa een versneld risico op tipping points? Zoek een andere plek op internet!

  111. Hans Custers

    Dienstmededeling: omdat dezelfde argumenten alsmaar herhaald blijven worden is de moderatie in deze draad aangescherpt.

  112. Lennart van der Linde

    Lieuwe, Hans, Goff,
    Ik zal verder geen argumenten herhalen, maar constateer dat het PBL het argument van Mitchell et al 2012 en Norton et al 2019 niet negeert, waar sommigen hier dat wel doen. Het zij zo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s