Hans Labohm had op de Dagelijkse Standaard gereageerd op onze ingezonden brief in Trouw. De titel van zijn stuk, ‘De arrogantie van de aanhangers van de menselijke broeikashypothese’, bevestigt wederom dat het klimaatdebat steeds verder lijkt te polariseren. Bart Strengers en ik hebben wederom gereageerd in een stuk dat Hans op ons verzoek ook op DDS heeft geplaatst. Hieronder reproduceer ik het (met paar links en figuur toegevoegd en paar kleine edits):
Hans Labohm schrijft:
Dertig jaar geleden […] verschenen er verschillende boeken en tijdschriftartikelen die ons in de meest schrille kleuren een beeld van hel en verdoemenis schilderden door de komst van een nieuwe grote ijstijd. Ik geloof graag dat daarover toentertijd verschil van mening bestond onder wetenschappers. Maar zelfs Stephen Schneider, thans een van de meest bekende ‘warmers’, was die mening toegedaan en heeft daarover gepubliceerd. Ook de BBC, tegenwoordig een van de meest fervente apostelen van het broeikasevangelie, heeft daar programma’s aan gewijd.
Vervolgens reageert Hans op de volgende passage uit ons opiniestuk: ‘En al veel eerder, 150 jaar geleden, waren de grondslagen van de stralingseffecten van CO2 onderzocht. Die leidden eind 19de eeuw tot voorspellingen van het opwarmende effect van dit ‘broeikasgas’, die in grote lijnen aan het uitkomen zijn.’
Richard Milne: kritisch denken over klimaatverandering.
Jos Hagelaars
Edinburgh heeft naast een fantastisch mooi kasteel, het Edinburgh Castle, eveneens een universiteit. Onlangs zijn daar een aantal openbare lezingen gehouden over een aantal grote uitdagingen waarmee onze maatschappij geconfronteerd wordt. Klimaatverandering is er daar natuurlijk een van. Een van de lezingen kwam ik tegen op SkepticalScience en ik was er erg door gecharmeerd. Het was de lezing van Dr. Richard Milne, getiteld “Critical Thinking on Climate Change: separating skepticism from denial”.
Richard Milne is een bioloog die een goed verhaal kan vertellen, doorspekt met humor. In 2009/2010 heeft hij een “Teaching Award” gewonnen, wat ik goed kan begrijpen nadat ik zijn video had gezien. Zijn lezing over het kritisch denken over klimaatverandering is zeer de moeite waard en begrijpelijk voor vrijwel iedereen die Engels kan volgen.
De frequente bezoeker van dit blog is er uiteraard van op de hoogte dat klimaatverandering de potentie in zich heeft om de kwaliteit van het leven van toekomstige generaties behoorlijk negatief te beïnvloeden. Er zijn allerlei technieken beschikbaar om er iets aan te doen en toch doen we feitelijk niets. Dit punt is de start van de presentatie. Hoe komt het dat we niets doen?
Om het onderscheid te kunnen maken tussen deze zaken komt Milne met de volgende punten:
Zijn stelling is: als je het verschil tussen deze koppeltjes begrijpt, zie je snel wie nu de waarheid vertelt en wie onzin verkoopt. De wetenschap maakt progressie door met een gezonde dosis scepticisme naar de beweringen en bewijzen te kijken. Dit is iets geheel anders dan bewuste ontkenners plegen te doen. Zij doen hun uiterste best om de verschillen tussen deze gekoppelde items zo mistig mogelijk te maken. De drijfveer daarachter kan velerlei oorzaken hebben, zoals ideologisch, financieel of gewoon verwarring.
Enkele voorbeelden uit zijn betoog.
Het verschil tussen politiek en wetenschap stipt hij aan, iets dat vaak door elkaar gehaald wordt. Milne brengt het duidelijk:
Politics is about one question: what should we do? It advances by debate and everyone’s opinion matters.
Science is about a different question: what are the facts? It advances by research, producing evidence and no-one’s opinion matters! (only the evidence).
Het verschil tussen de basis van de klimaatwetenschap en het geavanceerde deel wordt als een boom weergegeven. De onzekerheden worden groter naarmate we verder van de stam geraken. Een echte scepticus legt de nadruk op onderzoek dat niet de toets der kritiek kan doorstaan. De ontkenner is er alleen op uit om het algemene vertrouwen in de gehele klimaatwetenschap te ondermijnen. Het gebruik van beelden hierbij vind ik erg sterk:
Goede wetenschap laat zich leiden door de feiten en slechte wetenschap is er alleen op uit om een bepaald gezichtspunt er door te drukken. De favoriete trucs van de ontkenners zijn het gebruik van: ‘cherry picking’, data in diskrediet brengen, nep-experts en logische drogredenen.
Van alle trucs geeft hij voorbeelden, de leukste zijn de logische drogredenen, bijvoorbeeld:
The climate’s changed before, so it’s nothing to worry about.
Implication : past climate change didn’t affect us, so modern climate change cannot harm us.
Logic : Event A did not harm B, when B not present, therefore A cannot harm B.
Analogy: I wasn’t there when Chernobyl exploded. Therefore I’m immune to radiation.”
Een ander voorbeeld in deze categorie is het verhaal dat er een asteroïde op de aarde afstormt, maar gelukkig is het team van Bruce Willis opgeroepen om de aarde te redden. Echter door de sceptische logica wordt de missie van Bruce Willis op het laatste moment afgeblazen omdat er bij de vorige asteroïde inslag, 65 miljoen jaar geleden, ook geen mens omgekomen is.
De laatste methode van de ontkenners is het spelen van de ‘conspiracy card’ (de immer populaire complottheorie). Natuurlijk gaat dit over ClimateGate en de boomringen. Keurig legt hij dit uit en vertelt daarbij dat het verhaal gaat over “Bristelcone pines”, bomen die zo’n 8000 jaar oud kunnen worden, wat ouder is dan wat veel Republikeinse presidentskandidaten denken dat de leeftijd van de aarde is.
Wetenschapscommunicatie is hier vaker aan de orde gekomen, evenals de effectiviteit van de gekozen methode in het debat, het geschrevene of de presentatie. De aard van het publiek en de doelgroep zijn hierin belangrijk: De presentatie van Milne zal niet hoog scoren op een congres van klimatologen maar wel bij de studenten van de universiteit of bij een algemeen (geïnteresseerd) publiek. Om enigszins wetenschappelijk en met getalletjes te eindigen, op woensdagavond 30 november waren er 17 lezingen geplaatst op de site van de universiteit van Edinburgh met een totaal van 16150 views. De video van Milne scoorde veruit het hoogst met 4261 views oftewel 26.4% van het totaal. Goede wetenschappelijke communicatie kan populair zijn.
Veel klimaatwetenschappelijk plezier toegewenst bij het kijken en luisteren naar Milne’s presentatie:
Naschrift Bart: Dankjewel Jos, voor deze bijdrage. Met name de eerste figuur, over de verschillen tussen wetenschap en andere manieren van beschouwing, vind ik heel relevant.
Het ‘klimaat-is-altijd-al-veranderd’ argument zie ik iets anders dan Milne: Volgens mij is de achterliggende gedachte daarvan niet dat het daarom ons niet zou kunnen beinvloeden (aantoonbare onzin), maar dat het daarom zogenaamd niet door ons kan zijn veroorzaakt (iets moeilijker aantoonbare onzin).
Een analogie daarvan is dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden, en dat daarom de bosbranden bij Schoorl dus niet door een brandstichter kunnen zijn veroorzaakt. Nee, daar trapt de rechter niet in.
Of dat Jantje al vaker heeft gestolen, en daarom voor elke volgende diefstal meteen in de kladden wordt gegrepen, ook al heeft hij een alibi en zitten de vingerafdrukken van Pietje op het gestolene. Wellicht ten overvloede: De volledige namen zijn Jantje Zon en Pietje Broeikas.
Niet alleen treurige pessimisten maar ook overoptimistische personen laten zich niets aan feiten gelegen liggen, bewijst Marco Visscher in Letter en Geest (26 november). Hij schetst klimaatverandering als alweer een voorbeeld van doemdenken, en meent dat het menselijk aanpassingsvermogen en vindingrijkheid grenzeloos zijn. Leidend voor hem zijn echter verschillende ‘sceptische’ argumenten, die wetenschappelijk gezien geen hout snijden.
Amerikaanse onderzoekers hebben afgelopen week in Science een studie gepubliceerd waaruit blijkt dat de mondiale temperatuur misschien iets minder gevoelig is voor een toename van CO2 dan tot nu toe wordt aangenomen. Zij schatten dat de temperatuur ongeveer 2,2 graden Celsius zal stijgen als de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer twee keer zo hoog wordt als voor de industriële revolutie. Door het IPCC wordt 3 °C als meest waarschijnlijk gezien. Het IPCC baseert zijn rapporten niet op één, maar op meerdere onderzoeken. Deze studie zal alle eerdere onderzoeksresultaten dan ook niet automatisch verwerpen, maar moet als een extra puzzelstukje worden gezien die aan het totale begrip bijdraagt.
In de laatste twee vragen gaat het over de verschillende rollen in het publieke debat.
Q: Wat vindt u van de vorm van de discussie? Welke middelen zijn geoorloofd om de waarheid boven tafel te krijgen?
BV: De vorm van de discussie op internet wordt in sterke mate bepaald door de toenemende polarisatie. De wetenschappelijke discussie gaat intussen gewoon door: Langzaam maar zeker wordt er meer kennis vergaard, in een poging de waarheid beter te leren kennen. Maar ook onder niet bloggende wetenschappers lijkt de frustratie over de tendentieuze berichtgeving in de media en het afbrokkelende vertrouwen in de wetenschap toe te nemen. Er wordt ingezien dat de communicatie van wetenschap een heikel maar belangrijk aandachtspunt is.
Echter, in de media-oorlog hebben de wetenschappers een groot nadeel: Een complex onderwerp inzichtelijk maken is een stuk lastiger dan de complexiteit ervan groot uit te meten (wat soms uitmondt in eeuwige twijfel), of juist de zaken te versimpelen door maar een deel van het plaatje te beschouwen.
Ik vind het volstrekt begrijpelijk om dergelijke “skeptici”, die niet in een constructieve bijdrage aan de wetenschap zijn geïnteresseerd, niet serieus te nemen. Maar datzelfde kun je ook anders stellen: Het staat een ieder vrij om zich te mengen in het wetenschappelijke of publieke debat. In het wetenschappelijke debat gelden spelregels: Houdt je aan de wetenschappelijke methode. Dat is een voorwaarde waaraan niet getornd moet worden, maar op die voorwaarde is de deur in feite gewoon open. Dat veel “skeptici” zich niet aan de spelregels houden en in plaats daarvan wetenschappers zwart gaan lopen maken en langs de zijlijn gaan lopen schreeuwen is hun keuze. Ze kiezen er daarmee zelf voor die deur niet naar binnen te gaan. En natuurlijk verkleinen ze daarmee de kans dat ze met open armen worden ontvangen en serieus worden genomen, als ze zeggen wel degelijk naar binnen te willen.
In het publieke debat pleit ik ervoor dat de microfoons en schrijfruimte enigszins evenredig worden verdeeld met hoe de wetenschappelijke opinies erover zijn verdeeld. We lezen ten slotte toch ook niet iedere dag in de krant dat roken helemaal niet schadelijk is voor de gezondheid? Ik vind het grotesk dat het handjevol “skeptici” om de haverklap in de landelijke dagbladen en op de televisie te zien is, terwijl het merendeel van de wetenschappers tandenknarsend zit toe te kijken hoe hun vakgebied wordt verdraaid en zwart wordt gemaakt.
Q: Wat vindt u over het algemeen van de houding van de partijen met een andere mening in deze discussie (antagonisten vs. protagonisten)?
BV: Beide ‘kampen’ lijken heel sterk overtuigd van hun eigen gelijk, of in ieder geval van het ongelijk van de ander. Inderdaad kan ik maar heel weinig respect opbrengen voor iemand die in mijn optiek de wetenschap verdraait om hun bevoorrechte politieke conclusie (‘geen overheidsingrijpen!’) te kunnen staven. Noch over de wetenschap, noch over beleidsopties valt zinnig te discussiëren als de wetenschappelijke kennis (waar dat beleid mede op gebaseerd zou moeten zijn) wordt verdraaid of ontkend. Dat is frustrerend.
Ook als je de epidemiologische kennis voor waar aanneemt, kun je nog altijd voor of tegen het rookverbod te zijn. Zo is het ook mogelijk om met acceptatie van de huidige wetenschappelijke inzichten een verschillende mening over specifiek klimaatbeleid te hebben. Laten we het daar dan over hebben, en aantoonbare onwaarheden achterwege laten.Die werken namelijk alleen maar storend voor de discussie. Maar ja, dat is wellicht precies wat veel “skeptici” willen: Een stoorzender zijn om welk klimaatbeleid dan ook op de lange baan te schuiven. Hopelijk stopt de media op een gegeven moment met hen daarmee van dienst te zijn.
Het gevaar bestaat natuurlijk wel dat oprechte skeptici en onschuldige nieuwkomers in de discussie op één hoop worden gegooid met de pseudo-“skeptici”. Wetenschappers en hun bloggende supporters zijn defensiever geworden in het aannemen of pareren van kritiek en in het beantwoorden van vragen. Dat is geen goede ontwikkeling.Iemand die zich volledig nieuw in dit debat mengt en een naïeve vraag stelt loopt grote kans uitgekafferd te worden, zeker op blogs die de wetenschappelijke consensus steunen. De “regulars” daar zijn zich goed bewust van de vele nepargumenten die de ronde doen, en de naïeve vraag komt daar wellicht uit voort, ook al is de vraagsteller zich daar niet van bewust. Dus denken ze “daar heb je weer zo’n pseudo-skepticus” en slaan ze er virtueel op los. Terwijl op een “skeptische” blog dezelfde naïeve vragensteller waarschijnlijk met open armen wordt onthaald: Weer een zieltje te winnen.
Q: Wat maakt voor u de klimaatdiscussie zo belangrijk?
BV: Als wetenschapper erger ik mij aan de drogredeneringen waarmee de wetenschappelijke kijk op de klimaatverandering geweld wordt aangedaan. Klimaatverandering is potentieel een gigantisch probleem in slow motion. Vanwege het tergend langzame karakter ervan wordt het door velen niet als een heel urgent probleem ervaren. Daar komt bij dat de oplossing van het probleem een hele grote en potentieel dure opgave is. Daarom is voor velen de neiging groot het probleem te bagatelliseren of zelfs ronduit te ontkennen.
Echter, onze acties (of het gebrek daaraan) nú, hebben pas het beoogde (of onbedoelde) effect over tientallen jaren. Ik vind het ethisch onverantwoord om toekomstige generaties op te zadelen met een groot probleem, waar wij genoeg kennis van hebben om het in te zien, en genoeg middelen om het binnen de perken (en buiten de dijken) te houden. Ik vind het van belang dat de discussie over hoe we met deze uitdagingen om moeten gaan gestoeld is op een rationele risico benadering op basis van wetenschappelijke kennis. Iedereen heeft het recht op een eigen mening, maar niet het recht op eigen feiten; die moeten niet verdraaid worden om een vooropgestelde opinie te staven.
Q: Op welk moment vormde u uw huidige opinie in de klimaatdiscussie?
BV: De grote lijnen van de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering zijn al decennia lang bekend (zij het met een langzaam toenemende mate van zekerheid):
– De mens stoot broeikasgassen uit;
– die dragen in belangrijke mate bij aan de opwarming van de aarde die we tot nu toe hebben gezien;
– die opwarming gaat nog wel een tijd door, afhankelijk van onze toekomstige emissies.
Vanaf het begin van mijn studententijd (begin jaren negentig) kwam ik in aanraking met deze wetenschappelijke kennis, die in de loop der tijd alleen maar robuuster is geworden. Hierop is mijn mening gestoeld. Natuurlijk is mijn mening, net als de wetenschap, aan voortschrijdend inzicht onderhevig.
Q: Hoe heeft u de inhoudelijke klimaatdiscussie tot op heden ervaren en wat verwacht u in de toekomst?
BV: De inhoudelijke discussie vindt wat mij betreft voornamelijk plaats in wetenschappelijke fora: Wetenschappelijke tijdschriften, workshops en conferenties. De discussie in de populaire media en internet (met name blogs) bevindt zich op een heel ander spoor: Daar gaat het veel meer om sensatie (traditionele nieuwsmedia), het bespelen van de publieke opinie (denktanks) en moddergooien (blogs). Met name in de blogosfeer is een sterke polarisatie te merken, met enerzijds blogs die de wetenschappelijke consensus steunen, en anderzijds blogs die de wetenschap te vuur en te zwaard bestrijden. Aan beide kanten staan mensen soms heel snel met hun mening klaar en worden sympathisanten van ‘het andere kamp’ niet bepaald zachtzinnig behandeld. Zeker sinds de opgeklopte ‘schandalen’ van de laatste tijd (“climategate”, IPCC) is dit alleen maar erger geworden. De blogs waar inhoudelijke discussies worden gevoerd zijn dun gezaaid, en ook daar wordt de polarisatie duidelijk: Beide kampen hebben een hekel aan elkaar gekregen lijkt het. Dat veroorzaakt een onplezierige en weinig constructieve sfeer.
Dat zal nog wel een tijdje zo blijven denk ik. Gezien de veelal niet-wetenschappelijke drijfveren van veel “skeptici”, is hun mening in veel gevallen niet aan voortschrijdend inzicht onderhevig. Ik verwacht eigenlijk dat naarmate de tekenen van klimaatverandering duidelijker worden, de “skeptici” wellicht een iets ander deuntje gaan zingen (‘moving the goalpost’), maar verder even hard of zelfs harder zullen gaan schreeuwen. Wel zal hun voedingsbodem onder de bevolking in dat geval langzaam afbrokkelen, temeer ook daar veel van hun belangrijke spreekbuizen gepensioneerd zijn.
Vooralsnog hebben “skeptici” even de wind in de rug vanwege de succesvol opgeklopte controverses [en vanwege het politieke klimaat, de crisis, sneeuwrijke winters, etc]. De traditionele media heeft ook ineens meer oor naar hun nepargumenten en valse beschuldigingen. Ik hoop dat dat snel overwaait en het vertrouwen in de wetenschap weer terugkeert, maar daar ben ik niet helemaal gerust op.
Een tijdje geleden werd ik benaderd door Wim Joost van Hoek (MSc student Climate Studies aan de WUR) om een aantal vragen te beantwoorden over mijn visie op de klimaatdiscussie en de rol van blogs daarin. Dit zou dan als input dienen voor een essay voor het vak milieufilosofie.
De vragen, die aan Paul Luttikhuis, Hans Labohm, en mij werden voorgelegd, waren als volgt:
Wat is de intentie van uw blog en heeft u het gevoel dat u kunt voldoen aan uw eigen intentie?
Wat maakt voor u de klimaatdiscussie zo belangrijk?
Op welk moment vormde u uw huidige opinie in de klimaatdiscussie?
Hoe heeft u de inhoudelijke klimaatdiscussie tot op heden ervaren en wat verwacht u in de toekomst?
Wat vindt u van de vorm van de discussie? Welke middelen zijn geoorloofd om de waarheid boven tafel te krijgen?
Wat vindt u over het algemeen van de houding van de partijen met een andere mening in deze discussie (antagonisten vs. protagonisten)?
Komende week zal ik in delen mijn antwoorden hierop publiceren (ik ben een beetje lang van stof geweest ;-)) Hier volgt een relevante passage uit het essay van Wim Joost:
Er is sprake van een extreem gepolariseerde discussie, wat niet wegneemt dat er ook veel mensen geen mening hebben of ergens tussen de tegenpolen inzitten. De plek waar deze polarisatie het duidelijkste zichtbaar is, is het internet, op verschillende blogs over het klimaat. In Nederland zijn er ook een handvol blogs. Er wordt ferm gediscussieerd, bejegend en ook veel onkennis tentoongespreid. Tegenwoordig is de discussie zelfs zo hoog opgelopen dat het voor een beginnende lezer al snel totaal niet meer te volgen is. Enkele bekende Nederlandse bloggers zijn Paul Luttikhuis (NRC-journalist), Hans Labohm (klimaatscepticus) en Bart Verheggen (PhD. Atmosferische chemie) en ik heb ze gevraagd wat zij nu denken over de klimaatdiscussie. De heer Luttikhuis laat weten op zijn blog ten doel gesteld te hebben ‘nuchter en zakelijk’ de ontwikkelingen op het gebied van klimaatbeleid te beschrijven, maar daar slechts ten dele in te slagen; het terrein is groot en breed en dijt zeer snel uit. Klimaatscepticus de heer Labohm heeft de intentie om de waarheid boven tafel krijgen en hij zegt dat het ‘aardig lukt’. De heer Verheggen wil het gat dichten tussen klimaatwetenschap en het brede publiek. Hij stelt dat ‘het van belang is de kloof te verkleinen’. Als wetenschapper probeert hij ‘dicht bij de wetenschappelijke kijk op de zaak te blijven’ maar toch handvaten te geven in de informatiejungle. Met dat laatste heeft de heer Verheggen een mijn inziens relevant obstakel in de klimaatdiscussie met een inzichtelijke metafoor te pakken. Er is inderdaad sprake van een enorme informatiejungle. Juist in deze is een groot risico aanwezig dat er we een communicatieprobleem hebben.
(…)
Autoriteit heeft een soort overkoepelende kennis nodig. De enige actor die systematisch deze kennis [op basis waarvan politieke besluiten kunnen worden genomen – BV] kan leveren is de wetenschap. In de macht van mensen is er geen andere systematische aanpak die het beter doet. Wetenschap moet daarentegen bij zijn leest blijven en de feiten blijven presenteren zoals die uit hun onderzoek blijkt. Het moet ten koste van alles open blijven staan voor inhoudelijke kritiek op het onderzoek en in de mogelijkheid zijn om commentaar, van wie dan ook, burger, politiek en bedrijfsleven, te pareren. Dit laatste is nieuw, maar onvermijdelijk in een discussie zoals die over het klimaat waar zoveel partijen bij betrokken zijn. De critici moeten daarnaast ook instaan voor een immer constructieve discussie. Een collectieve verantwoordelijkheid is moeilijk te dragen, maar dat is niet een reden deze te negeren.
Nieuwsfeitje: Donderdagavond 3 november geef ik samen met duurzaamheidsconsultant Jan Paul van Soest een lezing over klimaatverandering bij de Young Energy Specialists and Development Co-operation (YES-DC) in Utrecht. Jan Paul zal het hebben over klimaatscepsis en hindermacht (op basis van zijn essay “klompen in de machinerie”). Ik zal het hebben over het grote plaatje van klimaatverandering: Wat weten we en hoe weten we dat?
In de vorige post had ik nog een deel II beloofd over ander stukje in hetzelfde wetenschapskatern. In tegenstelling tot het stuk over Pluto worden hierin verschillende interpretaties naast elkaar gepresenteerd, zonder informatie over de relatieve geldigheid ervan. Als de ene interpretatie wetenschappelijk veel robuuster is dan de andere, leidt dat tot meer verwarring dan inzicht. Dit fenomeen wordt ook wel ‘false balance’ genoemd.
Dit stukje gaat over het CLOUD experiment bij CERN, met de tenenkrommende titel:
Iéts doet de kosmos toch wel met wolkenvorming op aarde
Huh? Dat kun je helemaal niet afleiden uit de net gepubliceerde CLOUD resultaten. Daarin werd aangetoond dat minuscuul kleine fijn stof deeltjes (aerosolen) gevormd kunnen worden via verschillende wegen (zwavelzuur, ammonia, organische verbindingen, ionen). Volledig volgens verwachting wordt aerosolvorming o.a. gestimuleerd door meer ionen (elektrisch geladen deeltjes). Deze deeltjes zijn echter nog een factor 100.000 te klein om wolkenvorming en het klimaat te beinvloeden. Een merkbare invloed van kosmische straling op het klimaat (via kosmische straling -> ionenvorming -> aerosolvorming -> aerosolgroei -> wolkenvorming -> afkoeling) is met deze studie nog lang niet aangetoond. Dat ionen aerosolvorming kunnen versterken is niets opzienbarends (dat was al bekend) en is ook niet de zwakke schakel in de bovengenoemde keten van oorzaak -> effect. De gekozen titel geeft dus een verkeerd beeld van de betekenis van deze studie.
De hoofdauteur van de studie, Jasper Kirkby, wordt geciteerd met een aantal zinnige uitspraken, die de media hype omtrent dit onderzoek in perspectief plaatsen:
het is een enorme en onterechte extrapolatie om te zeggen dat we op dit moment een effect op het klimaat hebben gevonden
Daarnaast wordt ook Henrik Svensmark aan het woord gelaten, die heilig gelooft in een kosmische oorzaak van de huidige opwarming. Maar er wordt niet genoemd dat de hoeveelheid kosmische straling geen neergaande trend vertoont in de afgelopen 50 jaar, en dat die dus geen rol kan hebben gespeeld in de sterke opwarming van de laatste 35 jaar. Een simpelere en meer sluitende argumentatie dat Svensmark’s hypothese niet klopt valt nauwelijks te bedenken.
Boven: kosmische straling (via RC). Onder: Temperatuurafwijking (GISS, via WfT). Beiden van 1950-2010
Als je dan persé een andere stem aan het woord wilt laten, geef de lezer dan in ieder geval dergelijke belangrijke context over de validiteit van iemands ideeen.
Kirkby is zelf ook een proponent van de kosmische straling-klimaat hypothese, dus in die zin is het erbij halen van Svensmark totaal overbodig, zelfs vanuit een ‘correct balance’ perspectief. Wel is Kirkby een heel stuk genuanceerder en wetenschappelijker in zijn publieke uitlatingen.
Disclaimer: Ik was zijdelings betrokken bij de eerdere CLOUD experimenten bij CERN (ik herinner me nog een uitspraak van Kirkby tijdens een bepaald experiment: “completely underwhelming!”) en ken velen van de auteurs van het recente Nature artikel (wat overigens een heel robuust stuk werk was).
Een opvallend bericht in het wetenschapskatern van de volkskrant (27 aug, door Govert Schilling):
Pluto is echt geen planeet. Punt.
Wel!
Nee, het gaat niet over klimaatverandering. Maar het laat wel een heel ander type journalistiek zien dan we gewend zijn:
Op 24 augustus was het vijf jaar geleden dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) Pluto degradeerde tot dwergplaneet.
Veel conservatieve planeetonderzoekers hebben daar tot op de dag van vandaag moeite mee. Met ondeugdelijke argumenten proberen ze het publiek ervan te overtuigen dat Pluto ‘gerehabiliteerd’ moet worden. Laat u echter niet misleiden!
Het stuk gaat daarna verder met de argumenten voor deze “degradatie” in stelling te brengen en de contra-argumenten te ontzenuwen of zelfs belachelijk te maken:
Nog zo’n schijnargument: …
Er wordt nooit bij verteld dat …
Het slaat nergens op om …
En kent u dit argument al: … Als zulke sentimenten altijd zouden zegevieren, was er nooit ruimte voor voortschrijdend inzicht in de wetenschap.
Nou heb ik geen verstand van astronomie, maar dit lijkt mij toch hoofdzakelijk een definitiekwestie: Waar leg je de grens tussen wat wel of geen planeet wordt genoemd?
Wat ik echter frapant vind is de sterke stellingname die de schrijver inneemt. Het doet meer denken aan een blog dan aan een landelijke krant. Dat bedoel ik (deels) in positieve zin: In wetenschappelijke issues is niet elke kant van het verhaal even plausibel of op even sterke bewijsvoering gestoeld. Net doen alsof dat wel zo is (‘false balance’) geeft een vertekend beeld van wat er over het onderwerp bekend is. Het is verfrissend eens iets over wetenschap te lezen waarin duidelijk gezegd wordt: Dit is de (wetenschappelijke) consensus en daar zijn goede (wetenschappelijke) redenen voor.
Deze manier van schrijven staat in contrast tot een ander stukje in hetzelfde katern, wat meer op de “he said, she said” tour ging. Die ging wel over klimaat. Of nou ja, eigenlijk niet, maar dat werd erbij gehaald. Daarover een andere keer meer.
De vraag is: Werkt dit? Zou een dergelijke manier van schrijven over andere onderwerpen (klimaatverandering, evolutie, vaccinatie, …) tot meer begrip en meer acceptatie van de wetenschappelijk meest robuuste theorieën leiden? Dat is een lastige vraag. Ik bespeur bij mezelf dat ik dit verhaal over Pluto niet zonder meer voor waar aanneem. Onder andere omdat een krant geen wetenschappelijke medium is. Ook omdat ik het vooral als een herdefiniëring zie, en niet zo zeer als twee wetenschappelijke theorieën, waarvan er een duidelijk inferieur is. Maar ik denk dat er nog iets meespeelt: De toon is net iets te zeker, net iets te neerbuigend naar de “oppositie”.
Een belangrijke regel voor het debatteren is dat men beide kanten van de zaak moet beschouwen. Ik hoorde laatst dat iemand het meest effectief debatteert (i.e. het publiek weet te overtuigen) als hij voor een positie argumenteert waar hij het zelf niet mee eens is. Klinkt raar op het eerste gezicht. Echter, iemand die rotsvast van z’n eigen gelijk is overtuigd zal weinig twijfelaars weten te overtuigen. Een “twijfelaar” kan zich niet identificeren met een dergelijke “fundamentalist”. Het wekt argwaan op. Twijfelaars laten zich vooral door andere, of voormalige, twijfelaars overtuigen. Daarom zijn mensen die in het publieke debat van kamp wisselen ook zo effectief (bijv Judith Curry).
Op de blog stadsakker wordt uitgelegd wat de opzet van de award is:
Geef deze award door om anderen te attenderen op leuke, mooie en inspirerende blogs.
De spelregels zijn eenvoudig:
Je maakt een verwijzing naar de blog en/of persoon die je de award heeft gegeven.
Geef vervolgens de award door aan 3 tot 5 van je favoriete blogs en maak in je bericht een koppeling naar deze blogs.
Laat een berichtje achter op deze blogs dat ze een Award gewonnen hebben.
Het is de bedoeling dat er vooral aandacht wordt gegeven aan beginnende of nog niet zo bekende blogs.
Ik kies er voor om de award aan 1 blog door te geven. Als elke winnaar de award door zou geven aan 3 tot 5 andere blogs is er binnen de kortste keren een plaag van awardwinnaars. Dat is natuurlijk niet duurzaam. Ik houd het ook bij (in ieder geval deels) Nederlandstalige blogs. De Engelstalige Woody Guthrie award heb ik intussen doorgegeven aan de klimatoloog John Nielsen-Gammon.
Op zijn blog schrijft Ejo over verschillende zaken, vaak (maar niet altijd) klimaat gerelateerd, en soms ook in het Engels. Zoals een wetenschapper betaamd schrijft hij goed beargumenteerd en helder, al is hij niet bang om het beestje bij de naam te noemen als hij dat nodig acht (bijv als hij reageert op “skeptische” uitlatingen in de media).
Hans Labohm geeft in zijn antwoord dus toe dat hij in een internationaal netwerk met opzet twijfel loopt te zaaien aan de wetenschappelijke onderbouwing van het broeikaseffect. Als argument gebruikt hij daarvoor de kosten van het bestrijden van het broeikaseffect. Dit is een oneigenlijk argument, de infrarood absorptie van CO2 in de atmosfeer is een natuurkundig fenomeen, en de gevolgen daarvan kun je meten. Je kunt er ook mee rekenen, de theorie bestaat al 150 jaar. Voorspellen in de toekomst is niet nodig om een broeikaseffect aan te tonen.
zonder de factor CO2 mee te nemen zijn de grote klimaatveranderingen in het verleden niet verklaarbaar.
Dat is de crux, die door skeptici bijna nooit bij de horens wordt gevat. Wie kan de historische en huidige klimaatveranderingen verklaren met een fysisch gebaseerd model waarin CO2 geen belangrijke rol speelt?
het is namelijk een gevecht van “de kleine man” tegen “de grote boze buitenwereld” die hem iets oplegt. De “kleine man” meent namelijk dat klimaatverandering een verzinsel is, ziet alleen de negatieve gevolgen die hem direct in zijn portemonnaie raken, zoals meer belasting betalen of een hogere energierekening. De grote boze buitenwereld is in dit wereldbeeld de grote schuldige, en daarachter zit “de wetenschap” of nog erger, “de linkse politiek” die zo zot is om naar de geleerden in het ivoren torentje te luisteren.
Ejo is ook een fervent twitteraar (@ejo60). Elke ochtend krijg ik een vrolijk virtueel goedemorgen of een variant daarvan te lezen. In de vele tweets die volgen zit veel stof tot nadenken of tot lachen (of allebei). Sinds ik zelf twitter (@BVerheggen) gebruik ik het meer dan blogs voor het bijhouden van nieuws (sneller, meer to-the-point).
Naast de zoekfunctie is er ook deze lijst met blogposts, gerangschikt naar onderwerp. Wij schrijven voornamelijk over klimaatwetenschap en het publieke klimaatdebat.
De theorie van warmte: Een geschiedenis van de wetenschap achter klimaatverandering
Uitgegeven door Athenaeum.
Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering
Uitgegeven door Prometheus