Ik hoef onze lezers niet de vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Claims van de agrireuzen
Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021 – 2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.
Er bleven dus 33 bedrijven over, die in de onderzochte periode samen 1233 claims over duurzaamheid deden. Van die claims konden er maar liefst 1213, ofwel 98%, aangemerkt worden als greenwashing. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om vage opmerkingen over het belang van duurzaamheid. Of, een klein beetje minder vaag, beloftes om op termijn klimaatneutraal te worden, zonder daar concrete plannen voor te presenteren. Waar wel concrete plannen zijn, blijven die vaak beperkt tot compensatie, in plaats van het werkelijk aanpakken van oorzaken door de uitstoot te verminderen of ontbossing tegen te gaan. De klimaatinvloed van de landbouw is veel te groot om die teniet te kunnen doen met compensatiemaatregelen, zoals herbebossing of bescherming van bestaand bos. Bovendien leveren zulke maatregelen vaak minder op dan wordt beloofd. Bovendien is zo’n toezegging nogal ongeloofwaardig als die afkomstig is van een sector die nog steeds medeverantwoordelijk is voor ontbossing. Er zijn ook bedrijven die zich op de borst kloppen over minuscule maatregelen, bijvoorbeeld de vervanging van een enkele boiler in een enkele fabriek door een energiezuinig exemplaar, de installatie van enkele zonnepanelen op een locatie, of een kleinschalig experiment bij enkele boerenbedrijven, terwijl ze zich niet bekommeren om de veel grotere bronnen van uitstoot.
FrieslandCampina haalt nog net de top 10 van bedrijven met de meeste claims; zo’n 50 die allemaal als greenwashing worden aangemerkt. Dat grote aantal claims is waarschijnlijk vooral te verklaren doordat dit bedrijf een uitgebreid duurzaamheidsrapport uitbracht in de onderzoeksperiode, dat veel omvangrijker was dan rapportages van andere bedrijven. Iets hoger in de top 10 staat JBS, het van oorsprong Braziliaanse bedrijf dat sinds kort officieel gevestigd is in Nederland, om fiscale redenen.
Een rekentruc met methaan
Ondanks de mooie voornemens en beloftes, is er een internationale lobby gestart tegen maatregelen om de uitstoot van methaan door de veehouderij terug te dringen. Een door 42 wetenschappers ondertekende verklaring wijst erop dat deze lobby misbruik maakt van een door de wetenschap ontwikkelde rekenmethode, genaamd GWP*. Een technische kwestie, die te maken heeft met het feit dat methaan een veel sterker broeikasgas is dan CO₂, maar ook veel korter in de atmosfeer verblijft. De gemiddelde atmosferische verblijftijd van een methaan-molecuul is ongeveer 12 jaar. Methaan wordt namelijk, anders dan CO₂, afgebroken door chemische reacties in de atmosfeer. In het verleden is ooit de Global Warming Potential (GWP) bedacht om verschillende broeikasgassen met elkaar te kunnen vergelijken; aan de hand van de GWP worden andere broeikasgassen omgerekend naar CO₂-equivalenten. Maar vanwege de grote verschillen in atmosferische verblijftijd heeft zo’n vergelijking zijn beperkingen. GWP* is bedacht om daar beter rekening mee te houden. Op zich een prima idee.

Dat alles doet niks af aan het feit dat methaan verantwoordelijk is voor zo’n 30% van de opwarming die we sinds de tweede helft van negentiende eeuw hebben gezien. Dat komt neer op iets minder dan een halve graad. Het komt nog wat hoger uit als je indirecte effecten meeneemt, zoals de ozon en stratosferische waterdamp die ontstaan bij de afbraak ervan. De landbouw is een van de grote uitstoters: naast de veehouderij is ook de rijstteelt een aanzienlijke bron. Een snelle en flinke afname van de uitstoot van methaan zou, vanwege de korte atmosferische verblijftijd, mogelijkheden bieden om de opwarming op korte termijn te temperen. Het zou dus kunnen helpen om niet al te ver over de doelstelling van anderhalve graad heen te schieten. Maar dat is niet waar de lobby het over wil hebben.

De lobbyisten pleiten juist voor een handhaving van de uitstoot op het huidige niveau. Hun redenering is dat de snelheid waarmee methaan wordt afgebroken vrij snel (binnen enkele decennia) gelijk zal zijn aan de uitstoot, als die niet verder toeneemt. De concentratie blijft vanaf dat monent gelijk en dat betekent volgens hen: geen extra opwarming. Op zich is dat juist, maar de redenering impliceert dat het huidige niveau van uitstoot en de evenwichtsconcentratie die daarvan het gevolg is, duurzaam zouden zijn, en een verworven recht. En daar is geen enkele reden voor. De simpele en harde realiteit blijft dat we een klimaatprobleem hebben en dat we alle mogelijkheden die er zijn zullen moeten benutten om de boel niet helemaal uit de hand te laten lopen. Terugdringen van de uitstoot van methaan hoort daarbij. Anders wordt het halen van het klimaatdoel van Parijs nog moeilijker dan het nu al is.
Nepwetenschap
En dan is er nog een publicatie uit Nieuw Zeeland, die eruit ziet als wetenschappelijk artikel, maar dat niet is. Weinig verrassend, want twee van de auteurs zijn specialisten in dit genre: William Happer en William van Wijngaarden. Ze gebruiken het platform arXiv, waar ze hun artikelen kunnen publiceren zonder peer review. En het ziet er voor buitenstaanders meestal imponerend “wetenschappelijk” uit, onder meer door een stortvloed aan wiskundige vergelijkingen. Het probleem: niets van dat alles is nieuw. Ze kopiëren een heleboel kennis uit de bestaande wetenschappelijke literatuur, niet zelden uit publicaties van meer dan een halve eeuw geleden (zoals deze), zonder daar iets aan toe te voegen. Integendeel, ze laten juist een deel van de bestaande kennis weg, om via vereenvoudigingen of misleidende presentaties naar hun gewenste conclusie toe te redeneren.
(Terzijde: er hoeft op zich niets mis te zijn met vereenvoudigde analyses. Weglaten van details kan bijvoorbeeld helpen om het grote geheel beter te begrijpen. Maar het is natuurlijk niet zo dat zulke vereenvoudigingen de uitkomst van een berekening nauwkeuriger maken. Bovendien zullen integere wetenschappers transparant zijn over de vereenvoudigingen die ze toepassen, de reden waarom ze dat doen, en de mogelijke invloed ervan op hun resultaten.)
De formule van Happer en Van Wijngaarden wordt wat knullig toegepast in die recente publicatie, waarvan de eerste auteur verbonden is aan de Nieuw-Zeelandse lobbyclub Methane Science Accord. Er wordt bijvoorbeeld bijna een hele pagina besteed aan een berekening van het totale aantal moleculen in de aardatmosfeer. Zoiets past eerder in een profielwerkstuk van middelbare scholieren dan in een serieuze wetenschappelijke publicatie, al ben ik een beetje bang dat ik met deze opmerking nogal wat van die scholieren tekort doe.
Het artikel komt tot een conclusie die in tegenspraak is met de volledige wetenschappelijke literatuur hierover: methaan uit de veehouderij zou nauwelijks bijdragen aan de opwarming van het klimaat. Welk groot nieuw inzicht tot die conclusie zou kunnen leiden wordt niet vermeld; voor vrijwel de hele onderliggende berekening wordt verwezen naar een ander artikel, met als eerste auteur de Nederlandse pseudoscepticus Kees de Lange. Dat staat ook op arXiv en is dus ook niet peer reviewed. Ook hier wordt de methode Happer – Van Wijngaarden toegepast, maar wel minder knullig: een dikke veertig pagina’s met tekst en vergelijkingen. Met nergens een serieus nieuw inzicht, dat de bestaande wetenschap zou weerleggen.
Je moet wel een heel fervente puzzelaar zijn om dat hele verhaal door te ploegen om de hele berekening tot in alle details te doorgronden. Zeker omdat er voor diverse onderdelen wordt verwezen naar alweer een ander artikel (ook op arXiv en niet peer reviewed) uit de school Happer – Van Wijngaarden. Een andere complicatie is het foutieve gebruik van terminologie uit de klimaatwetenschap. Het begrip “stralingsforcering”, dat inderdaad best lastig in alle detail te doorgronden is, wordt hier bijvoorbeeld niet gehanteerd zoals dat gebruikelijk is. (Het artikel definieert het als eigenschap van de atmosfeer die afhangt van de samenstelling ervan, terwijl het in de klimaatwetenschap staat voor een verandering in de stralingshuishouding van die atmosfeer.) Nog zo’n complicatie: hoewel de tekst er wel elementen van bespreekt, is het cruciale raditief-convectieve evenwicht van het klimaatsysteem helemaal uit beeld verdwenen bij de berekeningen.
Maar er is, gelukkig voor deze klimaatblogger, tussen de oeverloze uitweidingen ook een fout te vinden die makkelijker uit te leggen is. Want een vrij kleine klimaatinvloed van broeikasgassen is niet het resultaat, maar het vertrekpunt van de analyse van De Lange. Zijn uitkomsten zijn namelijk mede gebaseerd op de aanname vooraf dat de opwarming van de afgelopen anderhalve eeuw deels natuurlijk is. Met als enige “onderbouwing” dat een herstel zou zijn na de kleine ijstijd. Ofwel: het is nu warmer omdat het toen kouder was. Er is genoeg kennis over natuurlijke klimaatinvloeden om te weten dat dit niet klopt. Maar in alle bestaande kennis die het artikel oplepelt, is dit zo’n onderdeeltje dat ontbreekt. Waarmee de auteurs zichzelf diskwalificeren als serieus te nemen wetenschappers.
Een paradox
Er zit een paradox in de opstelling van de landbouwlobby. Want de landbouw draagt weliswaar bij aan klimaatverandering, maar de sector is ook kwetsbaar voor de gevolgen. En net als de oorzaken, zit ook de kwetsbaarheid grotendeels aan het begin van de productieketen, bij de individuele boerenbedrijven. Zij zijn afhankelijk van lokale omstandigheden, die minder voorspelbaar en extremer worden door (onder meer) klimaatverandering. En dus zullen ze vaker geconfronteerd worden met omstandigheden of gebeurtenissen die ze niet kennen: extreme neerslag, droogte, een dalende grondwaterstand, verzilting, ziektes, plagen, enzovoort. De multinationals spreiden hun risico’s: ze werken internationaal en gediversifieerd. Bovendien hebben ze marktmacht: ze kunnen invloed uitoefenen op de prijzen die boeren krijgen voor hun producten, die veehouders betalen voor hun voer, en die consumenten betalen in de winkel. En ze gebruiken hun lobbymacht, natuurlijk.
Het is heel begrijpelijk dat veel boeren het gevoel hebben dat ze klem zitten tussen enerzijds die machtige agrireuzen, en anderzijds een veeleisende overheid. Dat ze zich in een onzekere situatie vooral concentreren op overleven op korte termijn is ook goed te begrijpen. Waarmee ik ook weer niet bedoel te zeggen dat ze helemaal geen verantwoordelijkheid hebben voor de uitstoot van hun eigen bedrijven. De hele sector is verantwoordelijk, en daar mag je ze op aanspreken. Maar het zijn vooral de machtigste spelers in die sector, de grote bedrijven, die veranderingen kunnen faciliteren, of ze juist tegenwerken. Het lijkt erop dat veel van die bedrijven voor het tweede kiezen.

