Wetenschapsjournalistiek: Partij kiezen of ‘false balance’? deel 1: Pluto

Een opvallend bericht in het wetenschapskatern van de volkskrant (27 aug, door Govert Schilling):

Pluto is echt geen planeet. Punt.

Wel! 

Nee, het gaat niet over klimaatverandering. Maar het laat wel een heel ander type journalistiek zien dan we gewend zijn: 

Op 24 augustus was het vijf jaar geleden dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) Pluto degradeerde tot dwergplaneet.

Veel conservatieve planeetonderzoekers hebben daar tot op de dag van vandaag moeite mee. Met ondeugdelijke argumenten proberen ze het publiek ervan te overtuigen dat Pluto ‘gerehabiliteerd’ moet worden. Laat u echter niet misleiden!

Het stuk gaat daarna verder met de argumenten voor deze “degradatie” in stelling te brengen en de contra-argumenten te ontzenuwen of zelfs belachelijk te maken:

Nog zo’n schijnargument: …

Er wordt nooit bij verteld dat …

Het slaat nergens op om …

En kent u dit argument al: … Als zulke sentimenten altijd zouden zegevieren, was er nooit ruimte voor voortschrijdend inzicht in de wetenschap.

Nou heb ik geen verstand van astronomie, maar dit lijkt mij toch hoofdzakelijk een definitiekwestie: Waar leg je de grens tussen wat wel of geen planeet wordt genoemd?

Wat ik echter frapant vind is de sterke stellingname die de schrijver inneemt. Het doet meer denken aan een blog dan aan een landelijke krant. Dat bedoel ik (deels) in positieve zin: In wetenschappelijke issues is niet elke kant van het verhaal even plausibel of op even sterke bewijsvoering gestoeld. Net doen alsof dat wel zo is (‘false balance’) geeft een vertekend beeld van wat er over het onderwerp bekend is. Het is verfrissend eens iets over wetenschap te lezen waarin duidelijk gezegd wordt: Dit is de (wetenschappelijke) consensus en daar zijn goede (wetenschappelijke) redenen voor.

Deze manier van schrijven staat in contrast tot een ander stukje in hetzelfde katern, wat meer op de “he said, she said” tour ging. Die ging wel over klimaat. Of nou ja, eigenlijk niet, maar dat werd erbij gehaald. Daarover een andere keer meer.

De vraag is: Werkt dit? Zou een dergelijke manier van schrijven over andere onderwerpen (klimaatverandering, evolutie, vaccinatie, …) tot meer begrip en meer acceptatie van de wetenschappelijk meest robuuste theorieën leiden? Dat is een lastige vraag. Ik bespeur bij mezelf dat ik dit verhaal over Pluto niet zonder meer voor waar aanneem. Onder andere omdat een krant geen wetenschappelijke medium is. Ook omdat ik het vooral als een herdefiniëring zie, en niet zo zeer als twee wetenschappelijke theorieën, waarvan er een duidelijk inferieur is. Maar ik denk dat er nog iets meespeelt: De toon is net iets te zeker, net iets te neerbuigend naar de “oppositie”.

Een belangrijke regel voor het debatteren is dat men beide kanten van de zaak moet beschouwen. Ik hoorde laatst dat iemand het meest effectief debatteert (i.e. het publiek weet te overtuigen) als hij voor een positie argumenteert waar hij het zelf niet mee eens is. Klinkt raar op het eerste gezicht. Echter, iemand die rotsvast van z’n eigen gelijk is overtuigd zal weinig twijfelaars weten te overtuigen. Een “twijfelaar” kan zich niet identificeren met een dergelijke “fundamentalist”. Het wekt argwaan op. Twijfelaars laten zich vooral door andere, of voormalige, twijfelaars overtuigen. Daarom zijn mensen die in het publieke debat van kamp wisselen ook zo effectief (bijv Judith Curry).

Blog award

Ik heb er lang genoeg van genoten, van de blog award die ik van Jan Paul van Soest kreeg. Tijd om ‘m door te geven. 

Op de blog stadsakker wordt uitgelegd wat de opzet van de award is:

Geef deze award door om anderen te attenderen op leuke, mooie en inspirerende blogs.

De spelregels zijn eenvoudig:

  • Je maakt een verwijzing naar de blog en/of persoon die je de award heeft gegeven.
  • Geef vervolgens de award door aan 3 tot 5 van je favoriete blogs en maak in je bericht een koppeling naar deze blogs.
  • Laat een berichtje achter op deze blogs dat ze een Award gewonnen hebben.

Het is de bedoeling dat er vooral aandacht wordt gegeven aan beginnende of nog niet zo bekende blogs.

Ik kies er voor om de award aan 1 blog door te geven. Als elke winnaar de award door zou geven aan 3 tot 5 andere blogs is er binnen de kortste keren een plaag van awardwinnaars. Dat is natuurlijk niet duurzaam. Ik houd het ook bij (in ieder geval deels) Nederlandstalige blogs. De Engelstalige Woody Guthrie award heb ik intussen doorgegeven aan de klimatoloog John Nielsen-Gammon

En de Nederlandse blog award gaat naar…

Ernst J.O. (Ejo) Schrama (twitterblog).

Ejo is wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft en werkt daar o.a. aan satellietmetingen van het Aardse zwaartekrachtveld. Daarmee kunnen kleine hoogteverschillen in het oppervlak bepaald worden, die je dan weer kan correleren aan de massa ijs die gesmolten is. Zie bijv deze video over het kijken met satellieten naar het afsmelten van de grote ijskappen.

Op zijn blog schrijft Ejo over verschillende zaken, vaak (maar niet altijd) klimaat gerelateerd, en soms ook in het Engels. Zoals een wetenschapper betaamd schrijft hij goed beargumenteerd en helder, al is hij niet bang om het beestje bij de naam te noemen als hij dat nodig acht (bijv als hij reageert op “skeptische” uitlatingen in de media).

Een aantal lezenswaardige links:

In discussie met Hans Labohm op de digitale standaard:

Hans Labohm geeft in zijn antwoord dus toe dat hij in een internationaal netwerk met opzet twijfel loopt te zaaien aan de wetenschappelijke onderbouwing van het broeikaseffect. Als argument gebruikt hij daarvoor de kosten van het bestrijden van het broeikaseffect. Dit is een oneigenlijk argument, de infrarood absorptie van CO2 in de atmosfeer is een natuurkundig fenomeen, en de gevolgen daarvan kun je meten. Je kunt er ook mee rekenen, de theorie bestaat al 150 jaar. Voorspellen in de toekomst is niet nodig om een broeikaseffect aan te tonen.

Reactie op Simon Rozendaal

Diverse skeptische argumenten en waarom deze te kort schieten.

Reactie op emeritus prof Videler:

zonder de factor CO2 mee te nemen zijn de grote klimaatveranderingen in het verleden niet verklaarbaar.

Dat is de crux, die door skeptici bijna nooit bij de horens wordt gevat. Wie kan de historische en huidige klimaatveranderingen verklaren met een fysisch gebaseerd model waarin CO2 geen belangrijke rol speelt? 

In reactie op de bizarre column van Derk Jan Eppink schetste Ejo op zijn blog heel mooi de context van het maatschappelijk debat en gaf een interessante verklaring voor het skepticisme:

het is namelijk een gevecht van “de kleine man” tegen “de grote boze buitenwereld” die hem iets oplegt. De “kleine man” meent namelijk dat klimaatverandering een verzinsel is, ziet alleen de negatieve gevolgen die hem direct in zijn portemonnaie raken, zoals meer belasting betalen of een hogere energierekening. De grote boze buitenwereld is in dit wereldbeeld de grote schuldige, en daarachter zit “de wetenschap” of nog erger, “de linkse politiek” die zo zot is om naar de geleerden in het ivoren torentje te luisteren.

Ejo is ook een fervent twitteraar (@ejo60). Elke ochtend krijg ik een vrolijk virtueel goedemorgen of een variant daarvan te lezen. In de vele tweets die volgen zit veel stof tot nadenken of tot lachen (of allebei). Sinds ik zelf twitter (@BVerheggen) gebruik ik het meer dan blogs voor het bijhouden van nieuws (sneller, meer to-the-point).

(Plaatje/logo via een vorig awardwinnaar, Natuurlijk Zuinig)

droge lente, natte zomer

KNMI:

Nederland beleefde dit jaar de natste zomer in zeker honderd jaar. Het KNMI berekende gemiddeld over het hele land omstreeks 350 mm tegen 225 mm normaal, dat wil zeggen gemiddeld over het tijdvak 1981-2010. De vrijwel net zo natte zomer van 2004 met landelijk 333 mm staat nu op de tweede plaats van de top tien. De recordnatte zomer volgde op een recorddroog voorjaar, een zeldzame combinatie.

Oftewel: When it rains, it pours.

Roy Spencer artikel fundamenteel incorrect; hoofdredacteur stapt op

Wolfgang Wagner, hoofdredacteur van het tijdschrift Remote Sensing, stapt op vanwege de publicatie van een fundamenteel tekortkomend artikel:

[peer review is] supposed to be able to identify fundamental methodological errors or false claims. (…) the paper by Spencer and Braswell that was recently published in Remote Sensing is most likely problematic in both aspects and should therefore not have been published.

Peter Gleick heeft een goede samenvatting van de gebeurtenissen. Dan Satterfield zegt ook waar het op neer komt:

They [“skeptical” papers such as Spencer’s] are not published to further the science, but as a piece of meat to those who find the science very incompatible with their world view.

Wagner zegt dat kritische minderheidsopvattingen zeker gepubliceerd moeten worden, maar dat dat niet betekent dat allang weerlegde argumenten telkens maar weer een plaats verdienen in een peer reviewed tijdsschrift:

The problem is that comparable studies published by other authors have already been refuted in open discussions and to some extend also in the literature, a fact which was ignored by Spencer and Braswell in their paper and, unfortunately, not picked up by the reviewers. In other words, the problem I see with the paper by Spencer and Braswell is not that it declared a minority view (which was later unfortunately much exaggerated by the public media) but that it essentially ignored the scientific arguments of its opponents. This latter point was missed in the review process, explaining why I perceive this paper to be fundamentally flawed and therefore wrongly accepted by the journal.

Volgense Stoat betekent dit dat

Yes, novel and interesting challenges to the established view should be published – perhaps even get given a slightly easier ride, if they are novel. But No: just saying the same old thing again isn’t any good.

Natuurlijk klaagt Roy “Conspiracy” Spencer erover dat de IPCC gatekeepers een genie als hem proberen buiten te sluiten.

Vertaling van mijn Engelstalige blog hierover.

Fred Singer bij KNMI

Fred Singer geeft morgenmiddag (woensdag 31 augustus) een colloquium bij het KNMI. Een goede tijd om een oude blogpost van mij boven water te halen, waarin Fred Singer’s misvattingen over klimaatverandering kritisch worden belicht:

De gedachte dat CO2 nauwelijks invloed heeft op het klimaat, zoals door Fred Singer wordt beweerd, is onhoudbaar. Dergelijke zogenaamd kritische standpunten mogen het dan goed doen in de media, in de wetenschappelijke discussie doen ze niet meer mee. Ze zijn namelijk allang ontkracht.

Er worden in de journalistiek tegenwoordig niet meer veel woorden vuil gemaakt aan claims dat roken geen schadelijke gezondheidseffecten heeft (iets wat Singer in het verleden heeft gepropageerd). Of aan claims dat CFK’s de ozonlaag niet aantasten (ook dat beweerde Singer). Het is hoog tijd dat de media ook een wetenschapsgetrouwe beeldvorming over klimaatverandering laten zien.

CO2 en opwarming: hypothese of feit?

Het is al meer dan 100 jaar bekend dat CO2 infraroodstraling absorbeert, en dus een opwarmend effect heeft. Dankzij dit effect heeft de aarde een leefbare temperatuur, en is het op Venus kokend heet. Natuurlijk zijn er onzekerheden in de klimaatwetenschap, maar de kennis is wel degelijk een paar stations verder dan Singer en een handjevol andere (ex-) wetenschappers beweren.

Het temperatuurverloop van de afgelopen 100 jaar wordt door klimaatmodellen goed gereproduceerd. Ook de afgelopen 10 jaar wijken daarbij niet significant af, al moet worden opgemerkt dat het temperatuurverloop over tijdschalen van een decennium (of minder), sterk wordt beïnvloed door het veranderlijke weer, grote vulkaanuitbarstingen, en de El Niño (1998) / La Niña (2007) cyclus.

Er zijn een aantal zaken waar de wetenschap een hoge mate van zekerheid over heeft bereikt:

–       Over de afgelopen ~100 jaar is het klimaat op aarde significant warmer geworden, met de grootste stijging in temperatuur vanaf ongeveer 1975.

–       De concentratie van CO2 en ander broeikasgassen is door menselijk handelen verhoogd.

–       Basale natuurkunde en vele waarnemingen duiden op een oorzakelijk verband.

–       Verdere stijging van broeikasgassen zal tot meer opwarming leiden.

Andere factoren

Natuurlijk zijn er ook andere factoren naast broeikasgassen die het klimaat kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld aërosolen, landgebruik, en zonneactiviteit. De zon wordt vaak aangegrepen door “sceptici” als de hoofdoorzaak van de huidige opwarming. Maar hoewel de toename in zonneactiviteit in de eerste helft van de 20ste eeuw inderdaad heeft bijgedragen aan de opwarming, is de zonneactiviteit (en afgeleiden daarvan zoals kosmische straling) sinds de jaren zestig constant gebleven. De sterke temperatuurstijging vanaf 1975 kan daar dus niet mee verklaard worden.

Een eventuele alternatieve verklaring voor de huidige klimaatverandering kan niet zo maar alle beschikbare kennis en waarnemingen naast zich neer leggen: het moet die met elkaar integreren tot een totaalbeeld. Het infrarood absorberend vermogen van broeikasgassen valt niet te ontkennen door naar de zon te wijzen. Je ontkent ook de zwaartekracht niet als je een vogel ziet vliegen.

Zeespiegelstijging

De zeespiegel stijgt nu sneller dan in het verleden (vóór 1900) en ook sneller dan voorspeld door klimaatmodellen. Het eventueel (mechanisch) versneld afsmelten van landijs is een onderzoeksgebied waar nog veel kennis ontbreekt. Maar de onzekerheid hierover stemt niet tot geruststelling, want de risico’s van een substantiële zeespiegelstijging zijn groot. Velen van de grote miljoenensteden bevinden zich in nabijheid van de zee op geringe hoogte.

Discussie

Singers ongefundeerde mening over CO2 is niet relevant voor de energiediscussie. Net zo min als zijn mening over roken relevant is voor de discussie over het rookverbod. Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Stap 1: Politiseren Stap 2: Onschadelijk maken

Dit lijkt verdacht veel op het recept dat Leegte heeft gevolgd in zijn uitlatingen over het KNMI:

Stap één in die strategie is de politisering van een maatschappelijk instituut, dat bekendstaat om zijn ‘onafhankelijkheid’ en ‘neutraliteit’. (…)

Na deze politisering volgt meestal stap twee: het onschadelijk maken van het instituut.

Dit gaat echter niet over Leegte, maar over Wilders. Vlammend neergepend door Rob Wijnberg in maart van dit jaar:

In de afgelopen zes jaar heeft Wilders op die manier bijna ieder denkbaar onderdeel van het publieke domein politiek verdacht gemaakt.

Rechters zijn D66’ers in toga; wetenschappers zijn milieuactivisten in schaapskleren; journalisten zijn PvdA’ers met een blocnootje; het Koningshuis is een spreekbuis voor de multiculticlan; het onderwijs is de indoctrinatiemachine van cultuurrelativisten; de kunstsector is een hobby van elitaire bobo’s. Met andere woorden, ieder instituut is stiekem ook onderdeel van de ‘linkse kerk’ en haar agenda.

Hij legt uit dat deze strategie uiterst effectief is. Zoals in feite elke complottheorie valt het namelijk niet te ontkrachten. Elke redenering dat de theorie niet klopt wordt gezien als onderdeel van het complot, en is dus verdacht. Wijnberg:

Tegen politisering valt, kortom, niks in te brengen. Het maakt niet uit hoeveel onderzoek je aandraagt om te ‘bewijzen’ dat de publieke omroep, de rechtbank of de wetenschap helemaal niet zo ‘links’ is als wordt beweerd: de bewering dat het betreffende onderzoek zelf ook een product is van die ‘kerk’ (‘de UvA is een PvdA-bolwerk’; ‘de Volkskrant is een links parochieblaadje’) is voldoende om haar te diskwalificeren. Oftewel: er zijn geen feiten, er is slechts politiek.

Daaruit volgt de tweede reden waarom Wilders’ strategie zo genadeloos effectief is: het raakt de huidige linkse, progressieve (constitutionele) partijen in hun meest fundamentele filosofische aanname, namelijk dat de wereld zich ‘rationeel’ laat begrijpen aan de hand van ‘feiten’. Dat wil niet zeggen dat alleen links zich ‘bij de feiten houdt’, terwijl rechts de ‘waarheid verdraait’: nee, links gaat ervan uit dat feiten voor zich spreken en dus niet ingebed hoeven te worden in een retorische omgeving die ze de gewenste lading geeft.
Kijk maar naar het meest recente campagnefilmpje van de PvdA: die toont een opsomming van bedragen (‘Kinderopvang 84 euro duurder’; ‘Hogere huren 180 euro’; ‘Bonussen voor bankiers: 447 miljoen’) en eindigt dan met de conclusie ‘Het moet eerlijker’. De aanname hierachter is dat ieder rationeel wezen dezelfde definitie van rechtvaardigheid koestert en de cijfers dus ‘uitwijzen’ dat dit kabinet asociaal is. Dat is niet zo: werkelijkheid en moraal worden niet alleen ingegeven door ‘feiten’, maar evenzeer door taal en emoties; je kunt kinderopvang ook als elitaire hobby zien, of bonussen als een meritocratisch ideaal. Wilders zegt dan ook nooit hoeveel immigranten er naar Nederland komen, hij zegt alleen dat ‘de kraan wagenwijd openstaat’. Dat is de kunst van de retoriek: de werkelijkheid een kleur geven die in jouw voordeel is.

Deze dynamiek zie je duidelijk terug in de politisering van het klimaatdebat: Wetenschappers (bij uitstek een rationele bezigheid waarbij men probeert de cijfers voor zich te laten spreken) communiceren slechts de feiten en denken dat mensen dan automatisch de conclusie zullen trekken dat er ingegrepen moet worden. Helaas pindakaas, zo simpel werkt het niet.

Al met al laat de episode “Leegte” zien dat de verwildersing van de Nederlandse politiek steeds verder gaat.

Een gebrek aan scherp inzicht valt Rob Wijnberg niet te verwijten. Ik refereerde al eerder aan een stukje van hem over het verschil tussen achterdocht en scepsis.

Ingezonden brief over VVD kamerlid Leegte, klimaatverandering en KNMI geplaatst in Volkskrant

De volgende brief van enkele Nederlandse wetenschappers over de affaire-Leegte is vandaag geplaatst in de Volkskrant (p35; geen url beschikbaar; pdf hier, met aangepaste titel):

Wereldklimaat trekt zich niets van Nederlandse politieke klimaat aan!

Tweede-Kamerlid René Leegte (VVD) toont zich wars van onafhankelijke wetenschap als de uitkomsten ervan kennelijk niet in zijn politieke kraam te pas komen. Dat blijkt uit zijn uitspraken over het KNMI. Leegte vindt het klimaatonderzoek van het KNMI alarmistisch en onvoldoende onafhankelijk. Het instituut kijkt volgens hem onvoldoende naar de theorieën van de ‘sceptici’, en moet de lijn van het internationale klimaatforum IPCC volgen. Het KNMI kan daarom maar beter worden verzelfstandigd; als de overheid klimaatvragen heeft worden deze gewoon bij marktpartijen aanbesteed.

Als het KNMI partijdig zou zijn, waarvoor Leegte geen enkele aanwijzing geeft, zijn vrijwel alle wetenschappelijke instituten, universiteiten en verenigingen wereldwijd dat. Een eventuele aanbesteding van klimaatonderzoek bij andere wetenschappelijke instellingen zou dus geen andere conclusies opleveren. De aanwijzingen voor menselijke invloed op het klimaat zijn namelijk heel sterk, en als gevolg daarvan is er een brede wetenschappelijke consensus hierover.

In al die jaren dat wij met het KNMI werken hebben we nooit politieke voorkeuren gezien van het instituut of zijn medewerkers, die het werk zouden beïnvloeden. Dat is ook niet zo vreemd: de werking van de aardatmosfeer trekt zich van politieke voorkeuren niets aan, CO2 absorbeert infrarode straling ongeacht de politieke kleur van de onderzoekers, en het smeltpunt van ijs laat zich niet beïnvloeden door de wensen van een lid van de Tweede Kamer. Opmerkelijk genoeg hebben de Nederlandse kennisinstituten (inclusief het KNMI) de afgelopen jaren de dialoog gezocht met ‘klimaatsceptici’, o.a. in de brochure ‘De Staat van het Klimaat 2010’.

In verschillende uitingen over klimaat laat Leegte zien dat zijn kennis van klimaatverandering en van klimaatwetenschap beperkt is. Dat is niet erg, politici kunnen niet inhoudelijk op elk onderwerp expert zijn. Wel kwalijk is op grond van beperkte kennis beweren dat een kennisinstituut zijn werk niet goed doet, partijdig is en maar moet worden afgeschaft of geprivatiseerd.

Het is voor begrip van een complexe systeem van groot belang dat jarenlang en continu aan begrip van de werking van het klimaatsysteem kan worden gewerkt. Als af en toe een vraag uit de Tweede Kamer aan een commercieel bureau in concurrentie wordt aanbesteed kan diepgaande kennis niet meer worden opgebouwd. Bovendien zou een dergelijke aanbesteding van onderzoek juist afhankelijkheid van de politieke wind in de hand kunnen werken. Juist Nederland, waar de economie bovengemiddeld gevoelig is voor intensiteit en spreiding over het jaar van regenval, van rivierwaterafvoer, van de zeespiegel en meer mede van het klimaat afhankelijke factoren, kan zich geen oppervlakkige, met de politieke wind meewaaiende klimaatkennis veroorloven.

Prof. Dr. Bert Holtslag (Universiteit Wageningen)

Dr. ir. Ernst Schrama (TU-Delft)

Dr. ir. Bart Verheggen (ECN)

Dr. Roderik van de Wal (IMAU Universiteit Utrecht)

VVD kamerlid Leegte oneens met klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen

VVD kamerlid Rene Leegte riep in de Telegraaf op om het KNMI op te heffen:

Leegte noemt het IPCC „klimaatalarmisten” en vindt het niet goed dat het KNMI zo achter hun conclusies van de uitstoot van CO2 en de stijging van de temperatuur aanloopt. Andere onderzoeken laten een afvlakking van de temperatuur zien, stelt Leegte. De overheid moet volgens hem vragen over het klimaat onafhankelijk in de markt kunnen zetten.

Krijg nou wat!

Omdat de conclusies van hoogstaand wetenschappelijk onderzoek hem niet aanstaan wil hij ervan af, en onderzoeksvragen zodanig “in de markt zetten” dat er een voor hem welgevallig antwoord uit rolt. En dat dan in naam van onafhankelijkheid! Het cynisme druipt ervan af, maar dat ontgaat Leegte wellicht.

Als Leegte de moeite zou hebben genomen om eens te kijken wat er zoal “in de markt” te koop is aan klimaatonderzoek zou hij snel genoeg hebben ontdekt dat er brede consensus bestaat binnen de wetenschap (de aarde warmt op en dat komt voor een groot deel door menselijke uitstoot van broeikasgassen en ontbossing). Misschien zou hij dan alle serieuze onderzoeksinstellingen willen afschaffen? Of wellicht wil hij buiten de wetenschap te rade gaan?

Wetenschap moet juist onafhankelijk zijn van de politieke wind in Den Haag, Washington, La Paz of Riyad. Een volksvertegenwoordiger die probeert de wetenschap de les te lezen over diezelfde wetenschap is toch echt de omgekeerde wereld. Het toppunt is dan wel dat zo’n volksvertegenwoordiger die wetenschap, waarvan de conclusies hem niet aanstaan, wil opheffen. Zo’n volksvertegenwoordiger is Leegte.

Ik trek het bewust breder dan ‘alleen maar’ KNMI, omdat zo goed als alle klimaatwetenschappelijke onderzoeksinstituten min of meer dezelfde conclusies hebben getrokken over klimaatverandering. Dat is ook nogal logisch, want de berg aan bewijsvoering laat maar weinig ruimte over voor andere opvattingen. Wetenschap is geen democratie.

Echter, er zijn aardig wat ‘creatievelingen’ die proberen die berg te omzeilen en op een andere manier boven te komen. Wetenschappelijk en logisch sluitend zijn hun verhalen zo goed als nooit.

Zo ook Leegte, die blijkbaar niet verlegen is om zijn gebrek aan kennis van de klimaatwetenschap tentoon te spreiden: Er is geen wetenschapper (van KNMI of elders) die beweert dat er maar 1 variabele is die het klimaatsysteem beïnvloedt. De opwarming gaat ook gestaag verder, zoals duidelijk is uit een scala aan metingen variërend van toenemende temperaturen, afnemend Arctisch zee ijs, smeltende ijsmassa op Groenland en Antarctica, toenemende warmte inhoud van de oceanen, veranderingen in ecosystemen (bijv. migratie, tijd van bloeien, groeiseizoen), etc. Maar dan wel gezien over langere tijdsschalen natuurlijk. We hebben het ten slotte over klimaat.

Dat doet me herinneren aan een partijgenote van Leegte die ook de fenomenen “weer” en “klimaat” door elkaar haalde toen ze zei (in een ander tijdperk):

De VVD wil onafhankelijk onderzoek naar de opwarming van de aarde, nu ons land al weken in de ban is van de vrieskou. “We moeten weten hoe het echt zit, zeker met dit weer”, aldus VVD-Kamerlid Neppérus.

Ik ben benieuwd hoe ze het weer van de afgelopen paar dagen dan karakteriseert. De opwarming zal volgens haar nu wel de pan uitrijzen!

Ik wou dat ik er om kon lachen.

Zie ook Paul Luttikhuis op het NRC klimaatblog:

Kennelijk vindt René Leegte wetenschappers die er – bijvoorbeeld op grond van onderzoek – van uitgaan dat de uitstoot van CO2 een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde niet onafhankelijk en dus niet integer. Als Leegte iets anders bedoelt, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samson, moet hij zijn beschuldiging onderbouwen.

Bizarre column Eppink in NRC over klimaatdebat

In het NRC van 7 juni stond een bizarre column van Derk Jan Eppink over klimaatverandering. Zo’n stukje waarvan je je afvraagt of het serieus is of misschien satirisch bedoeld is, en of je er nu om moet huilen of lachen.

Een rode draad van zijn betoog is moeilijk te vinden tussen wat als een heuse complottheorie of nieuwe religie wordt voorgesteld. Hij ageert tegen het feit dat bijvoorbeeld de BBC en andere mainstream media vooral een wetenschappelijk gefundeerd geluid laten horen over klimaatverandering. Zo zegt hij het natuurlijk niet, maar daar komt het wel op neer. Hij beroept zich bijvoorbeeld op nieuwslezer Sissons als hij schrijft dat

de BBC met welhaast religieuze zendingsdrift tot de conclusie kwam dat andersdenkenden de mond moest worden gesnoerd

Geachte heer Eppink: Iedereen heeft recht op een eigen mening. U ook. Maar u heeft geen recht op uw eigen feiten. Wetenschap is geen democratie of lagere schoolklas waar degene die het hardste schreeuwt gelijk krijgt. In de wetenschap draait het om bewijsvoering; om een rationele interpretatie van de feiten in de juiste context; en op die manier er achter komen wat de meest waarschijnlijke verklaring is.

De meest logische manier voor de media om te berichten over wetenschappelijke onderwerpen is door bij die wetenschap te rade te gaan: Wat wordt er door hen gezegd en geschreven? Waar zijn ze het globaal over eens (voorbeeld: De recente opwarming van de afgelopen 50 jaar is hoogstwaarschijnlijk voor het grootste deel door menselijke activiteiten veroorzaakt), en waar vinden nog verhitte debatten over plaats op wetenschappelijke fora (voorbeeld: In hoeverre draagt mechanische instabiliteit van de grote ijsmassa’s op Groenland en Antarctica bij aan zeespiegelstijging, nu en in de toekomst?).

Aan iemand die beweert dat roken geen schadelijke effecten heeft op de gezondheid wordt door de media geen aandacht besteed, en dat is maar goed ook. Het wordt hoog tijd dat we diezelfde logica ook gaan toepassen bij onzinverhalen over klimaatverandering. Als 97% van de klimaatwetenschappers het erover eens zijn dat de mens in grote mate verantwoordelijk is voor de huidige opwarming, dan zou de berichtgeving in de media vooral moeten laten zien waar de experts het over eens zijn. Als de helft van de tijd 1 tot 3% van de experts, die een wetenschappelijk extreem standpunt innemen, aan het woord wordt laten, geeft dat een heel vertekend beeld van hoe de wetenschap als geheel het onderwerp beziet. Daar is niemand bij gebaat. Nou, niemand…

Kan het zijn dat die 97% het fout heeft, en die 1% (de andere 2% had geen mening) gelijk? Natuurlijk kan dat. Alles kan. Maar hoe waarschijnlijk is het? En wat is het risico te vertrouwen op de ene dan wel de andere kant van het verhaal? Wat zijn de mogelijke niet-wetenschappelijke motieven om een bepaalde theorie aan te hangen? Hoe logisch is de ene versus de andere interpretatie? Dat zijn de belangrijke vragen. Oreskes geeft een goede beschrijving van hoe de wetenschap tot haar relatief eensgezinde standpunt (tenminste over de rode draad) is gekomen (namelijk op basis van verschillende wetenschappelijke methoden en een scala aan onafhankelijke aanwijzingen) en laat zien dat het daarom heel onwaarschijnlijk is dat zij er fallikant naast zitten.

Een viertal reacties op het stuk van Eppink zijn in het NRC van 10 juni verschenen. Anne van Loon (Hydroloog, Wageningen Universiteit) haakt in op hetzelfde punt als ik, en zegt het wellicht nog iets scherper (links door mij toegevoegd):

Het is een manco in de journalistiek dat beide kanten van een zaak altijd gelijkwaardig moeten worden belicht en dat beide partijen evenveel stem moeten krijgen. In de klimaatdiscussie zijn de partijen niet gelijkwaardig. Aan de ene kant staan bijna alle wetenschappers die zich direct of indirect met het klimaat bezighouden. Aan de andere kant staan een paar schreeuwlelijken, meestal economen of sociologen, of een Tsjechische president. Zij denken dat sprake is van een complot, dat de wetenschappers samenspannen om ervoor te zorgen dat de burger niet meer in zijn autootje mag rijden. Dit is onzin.

Ook Eco Matser (Hivos) noemt de brede consensus die er onder klimaatwetenschappers bestaat. Bart Strengers (PBL) en Jan Paul van Soest (De Gemeynt) laten zien dat de voorbeelden die Eppink aanhaalt niet kloppen:

In één van de drie vuistdikke rapporten – deel II, over de gevolgen van klimaatverandering stonden enkele fouten. Eén daarvan was echt storend. In Deel I, dat de onderliggende natuurwetenschap behandelt, is geen serieuze fout aangetroffen.

Van manipulatie van temperatuurgegevens is geen sprake. Dat is eenvoudig na te gaan door bijvoorbeeld de ruwe data te vergelijken met de opgeschoonde data: Daar zit geen stelselmatig verschil tussen (zie hier en hier).

Ook haalt Eppink de meest gebruikte drogreden van stal: het klimaat verandert altijd, zelfs al in de tijden dat mensen in grotten woonden. Ja, en wat dan nog? We kennen de oorzaken van klimaatverandering uit het verleden heel behoorlijk – zon, vulkanen, ijsbedekking, CO2 en andere broeikasgassen. De huidige toename van broeikasgassen in de atmosfeer komt aantoonbaar door de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit verandert het klimaat, boven op de natuurlijke variaties. Bij ongewijzigd beleid kunnen de gevolgen van klimaatverandering voor natuur, gezondheid en economie groot zijn.

Bosbranden komen ook van nature voor. Toch is er niemand die dat als reden gebruikt om te beweren dat bosbranden niet door mensen kunnen worden aangestoken. De redenering van Eppink is gespeend van elke logica.

Wouter van Dieren (IMSA) tapt weer uit een heel ander vaatje en zet de tegenaanval in: Tegenover de zg “linkse kerk” zet hij een “rechtse kathedraal”:

de overtuiging dat de vrije markt en de individuele vrijheid worden bedreigd door op wetenschap gebaseerde interventies, zoals een verbod op roken, klimaatmaatregelen, verplichte verzekeringen et cetera.

Ik denk inderdaad dat veel verzet tegen de klimaatwetenschap ideologische grondslagen heeft, maar zou ervoor waken om de nadruk al te sterk op een links-rechts tegenstelling te leggen: In de zoektocht naar een duurzame samenleving zullen we mensen met diverse politieke voorkeuren nodig hebben. We moeten juist ervoor zorgen dat de wetenschap weer op haar waarde wordt beoordeeld, en dat doen we m.i. door de politieke lading er juist vanaf te halen i.p.v. het te versterken. Door een politieke stroming als “anti” te bestempelen wordt het debat nog meer gepolariseerd en gepolitiseerd.

De infrarood absorberende eigenschappen van CO2 trekken zich niets aan van de politieke voorkeur van deze of gene. Dat is wat mij betreft de hoofdboodschap in deze gepolitiseerde discussie.

Ejo Schrama (TU Delft) schetst op zijn blog heel mooi de context van het maatschappelijk debat en geeft ook en andere verklaring voor het skepticisme:

het is namelijk een gevecht van “de kleine man” tegen “de grote boze buitenwereld” die hem iets oplegt. De “kleine man” meent namelijk dat klimaatverandering een verzinsel is, ziet alleen de negatieve gevolgen die hem direct in zijn portemonnaie raken, zoals meer belasting betalen of een hogere energierekening. De grote boze buitenwereld is in dit wereldbeeld de grote schuldige, en daarachter zit “de wetenschap” of nog erger, “de linkse politiek” die zo zot is om naar de geleerden in het ivoren torentje te luisteren.

En vervolgt kort en krachtig:

ons klimaat verandert door menselijk toedoen, dit is een wetenschappelijk feit. De consequenties van dit probleem worden steeds duidelijker, en uitstel met het zoeken naar oplossingen betekent dat de rekening alleen maar hoger wordt voor toekomstige generaties.

Relevante oudere blogs:

Moet de deur open voor skeptici? (feb 2010)

Klimaatsceptici raken ver verwijderd van de werkelijkheid (juli 2008)

Dat is een van mijn eerste, maar ook een van mijn beste blogartikelen al zeg ik het zelf. Het eindigt met de volgende oproep:

Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Column Eppink (click voor vergroting):

Reacties van Loon, Matser, en Strengers en van Soest

Reactie van Dieren

Haalt Nederland de emissienormen? Ja en nee…

Ga nooit af op alleen de titel van een bericht:

Nederland dreigt EU-emissienormen te overschrijden (FD)

Nederland haalt EU-emissienormen (VNO-NCW)

Ra ra, hoe kan dat?

Beide berichten zijn gebaseerd op hetzelfde rapport, “Raming van broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen 2011-2015“, van PBL en ECN. De persberichten van beide instituten zijn wijselijk hetzelfde (ECN, PBL). De titel legt de nadruk op het positieve nieuws en geeft net dat beetje meer informatie dat het verschil maakt:

Uitstoot broeikasgassen in Nederland binnen de internationale afspraken

Nu weet de oplettende lezer ook hoe de vork in de steel zit: De titel van het FD stuk slaat op luchtverontreinigende stoffen, waarvoor de normen wellicht niet gehaald worden (ammoniak en stikstofoxiden) en het VNO-NCW stuk op broeikasgassen, waarvoor de norm waarschijnlijk wel gehaald wordt. FD schrijft (voor zover niet achter een betaalmuur):

De kans is 50% dat de uitstoot van NOx in 2012 en van ammoniak in 2011 de Europese emissienorm overschrijdt, aldus de twee instituten. Het gaat om uitstoot van vooral verkeer (60%), industrie (13%) en energiebedrijven (13%).

En VNO-NCW:

Nederland blijft binnen de internationale afspraken over uitstoot van broeikasgassen. Dat concluderen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in een op 31 mei gepubliceerd onderzoek.

Hoewel de uitstoot van broeikasgassen van energiebedrijven en industrie de komende jaren naar verwachting zal toenemen, kan Nederland voldoen aan de afspraak (Kyoto-protocol) om tussen 2008 en 2012 gemiddeld 6 procent minder te produceren ten opzichte van 1990 door aankoop van emissierechten in het buitenland. Volgens VNO-NCW zien energiebedrijven en industrie daarmee kans op kosteneffectieve manier de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Of de reductie in Nederland zelf of daarbuiten wordt gerealiseerd, is voor het effect op het klimaat niet relevant. Het is volgens VNO-NCW juist verstandig de emissie daar te reduceren waar veel (milieu)winst te boeken valt tegen de laagste kosten.

Dat is ook precies de redenering achter emissiehandel: De mogelijkheid tot handel in een kostenpost (emissies) is een economische stimulans om ze de reduceren waar dat het goedkoopst is. (Waar dat netto het goedkoopst is, is afhankelijk van hoe de CO2 prijs zich verhoudt tot het verschil in reductiekosten).  Het is echter ook de perfecte vrijbrief om als rijk land lekker te blijven uitstoten wat je wilt (en daar dan wel een paar centen voor neer te leggen, maar de CO2 prijs is dermate laag dat dat niet zo’n pijn doet). Afhankelijk van o.a. de verdeling van emissierechten overheerst de eerste (constructieve) prikkel of de tweede (perverse) prikkel.

Dat er meer broeikasgassen worden geproduceerd valt volgens VNO-NCW wel te verklaren. Enerzijds door de uitbreiding van het aantal elektriciteitscentrales en daarmee de toename van energieproductie. Maar ook doordat de industrie zich heeft hersteld van de recessie.
Wel constateren PBL en ECN dat het beeld voor luchtverontreinigende stoffen als stikstofoxiden en ammoniak minder eenduidig is. Of Nederland voor 2012 kan voldoen aan Europese afspraken over terugdringing, hangt erom. Maar op de langere termijn zal Nederland zeer waarschijnlijk zakken onder het afgesproken plafond.