Klimaatverandering, Kinderen en Bevolkingsgroei

Zondagavond 24 Maart was er een reportage bij Nieuwsuur over mensen die geen kinderen willen, omdat je de planeet ermee belast, of omdat de effecten van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden en zij daar hun toekomstige kinderen niet mee willen belasten. Ik werd gevraagd hoe ik hierover denk.

Mijn eerste reactie was dat dit een hoogstpersoonlijke beslissing is, en ik niet oordeel over de keuze die mensen hierin voor zichzelf maken. Dat moeten ze helemaal zelf weten. Maar of ik dan als wetenschapper iets kon zeggen over waar het heen gaat met klimaatverandering, en wat de rol van (over-)bevolking nu eigenlijk is? En zo geschiedde. Dit is natuurlijk een ontzettend heikel onderwerp, en het was tegelijkertijd mijn vuurdoop voor de televisie. Hieronder enige context bij het interview en over de rol van (over-)bevolking in het bijzonder.

Is de angst voor klimaatverandering terecht?

Angst is een subjectieve ervaring, dus daar kan ik als klimaatwetenschapper niet zo veel over zeggen. Maar het is wel duidelijk dat als de uitstoot van broeikasgassen ongebreideld door blijft gaan er flink negatieve effecten zullen optreden die niet allemaal omkeerbaar zijn op menselijke tijdschaal. Denk bijvoorbeeld aan zeespiegelstijging. En tot nu toe ziet het er niet naar uit dat we de uitstoot heel snel naar nul zullen hebben teruggeschroefd, zoals we onszelf wel tot doel hebben gesteld in Parijs.

Is overbevolking de kern van het probleem?

Het is een factor, maar niet de enige, en volgens mij ook niet de belangrijkste.

Lees verder

Dilemma’s van de wetenschapper: Ik loop mee met de klimaatmars

Zondag 10 Maart is de klimaatmars in Amsterdam. Ik loop ook mee.

Ik houd me het liefste bij de wetenschap; demonstreren is niet zo mijn ding. Maar uit de wetenschap blijkt dat in een ‘business-as-usual’ scenario de opwarming heel fors zal oplopen, wat een heel scala aan risico’s met zich meebrengt. Zowat elk aspect van ons leven wordt direct of indirect door klimaatverandering beïnvloed: weerpatronen, gezondheid, voedselvoorziening, waterhuishouding, zeespiegelstijging, extreem weer, geopolitieke spanningen. Het is niet voor niets dat klimaatverandering wel een “threat multiplier” wordt genoemd: bestaande problemen worden er veelal door verergerd. Daar komt nog eens bij dat veel veranderingen in het klimaatsysteem (bijv zeespiegelstijging) onomkeerbaar zijn op menselijke tijdschalen.

Dat brengt mij in een dilemma. Stel ik me op als stoïcijnse wetenschapper die zich zogemaand niets aantrekt van wat dit allemaal betekent voor de maatschappij, voor mij, voor mijn kinderen, voor de toekomst? In hoeverre wil ik laten zien dat ik me dat wel degelijk aantrek? En als ik dat dan doe, zal dat dan tegen mij worden gebruikt, in een poging mijn wetenschappelijke geloofwaardigheid te ondergraven? Ongetwijfeld. Als je de boodschap niet inhoudelijk kunt pareren kun je nog altijd de boodschapper aanvallen, en dat gebeurt dan ook ook geregeld.

Zoals Jaap Tielbeke mij in De Groene citeerde hierover:

Maar aan de andere kant moet je waken voor onbewuste zelfcensuur. ‘Het gevaar is dat je je gaat inhouden of omfloerst gaat formuleren, uit angst om voor alarmist te worden uitgemaakt.’ Daarom wordt Verheggen ook zo kwaad wanneer mensen zijn blog activistisch noemen. ‘Het is bijna emotionele chantage en een ontzettend geniepig verwijt, want waarom zou ik activistisch zijn als ik de wetenschap uitleg?’

Zoals een collega mij schreef: Waarom zou je geloofwaardigheid afnemen als je publieke mening in overeenstemming is met je wetenschappelijke inzichten? Het lijkt soms of klimaatwetenschappers de enige wetenschappers zijn die zo aangevallen worden op hun uitspraken over wat we als maatschappij zouden moeten doen. Als medische wetenschappers oproepen tot vaccinatie worden ze niet voor activisten of alarmisten uitgemaakt. Einstein, toch één van de meest gerespecteerde wetenschappers aller tijden, was een uitgesproken pleitbezorger tegen bijvoorbeeld kernwapens.

Wel denk ik dat het belangrijk is om duidelijk onderscheid te maken tussen wetenschappelijke kennis en inzichten enerzijds, en wat we als maatschappij zouden moeten doen anderzijds (het klassieke is-ought onderscheid van David Hume). Bij het tweede, wat we zouden moeten doen, komt onherroepelijk een waarde-oordeel kijken. Hoe belangrijk vind je het, wat voor wereld sta je voor? Welnu, ik vind het belangrijk om het welzijn van toekomstige generaties niet negatief te beïnvloeden. Uit de wetenschappelijke kennis blijkt duidelijk dat ongelimiteerde klimaatverandering sterk negatief zal uitpakken, en dat die trend alleen met een forse tijdsvertraging kan worden omgebogen. Daarom vind ik het zaak om daar beter vroeger dan later mee te beginnen. Nou is het al best wel wat later geworden na een aantal decennia hierover bekvechten met elkaar, maar dan geldt nog steeds: meer uitstel lijdt tot een nog moeilijker opgave en/of tot nog meer risico’s.

Nou zou je kunnen zeggen, dat wil toch iedereen: “do no harm”? Ja, ik denk dat dat wel een breed gedeelde waarde is, om het toekomstige welzijn niet te willen schaden. Ook mensen die tegen mitigatie ageren hebben het beste voor met hun (klein-)kinderen, zou ik denken. Maar vanwege hun aversie tegen de voorgestelde beleidsmaatregelen hebben zij zichzelf ervan overtuigd dat het probleem schromelijk wordt overdreven of zelfs helemaal niet bestaat. Dat is de eenvoudigste oplossing voor de cognitieve dissonantie die ze anders zouden ervaren tussen enerzijds hun zorg voor de toekomst en anderzijds hun aversie tegen beleidsmaatregelen. Let maar op in de discussie: Er is nagenoeg niemand die fel tegen emissiereductie pleit, maar die tegelijk wel de wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering accepteert.

Affijn, dit is een vrij lange intro om eigenlijk gewoon deze video van mezelf hier te willen delen, opgenomen ter ondersteuning van de klimaatmars:

 

Het Atmosferisch Thermisch Effect (ATE) van Ned Nikolov en Karl Zeller

Gastblog van Tinus Pulles

Een steeds weer terugkerende discussie op Twitter start vanuit enkele publicaties van Ned Nikolov en Karl Zeller (of Den Volokin en Lark RelLez, hun namen achterstevoren!). In die publicaties beweren zij dat de opwarming van de aarde niet wordt veroorzaakt door de toenemende CO2-concentratie. Zij komen met een alternatief, waarin zij in de kern beweren dat de temperatuur op een hemellichaam binnen ons zonnestelsel alleen wordt bepaald door de zonnestraling en de druk van de atmosfeer aan het oppervlak van het hemellichaam. Zij brengen hun “theorie” met indrukwekkende formules en een paginalange afleiding van die formules. Die theorie is geen theorie, maar een ingenieursbenadering: ze hebben een aantal data-punten beschikbaar en gaan daarin met behulp van een zogenaamde dimensieanalyse zoeken naar een mathematisch verband. De interpretatie van het resultaat van die analyse is hun theorie.

Hieronder een door hen zelf geformuleerde samenvatting. Verwijzingen naar de twee artikelen staan in de tweet, waaruit deze samenvatting is gekopieerd.

Kort samengevat komt hun theorie erop neer dat de gemiddelde temperatuur aan het oppervlakte van een hemellichaam alleen wordt bepaald door de intensiteit van de zonnestraling en de atmosferische druk aan het oppervlak van dat hemellichaam. De samenstelling van de atmosfeer is daarbij, in hun ogen, niet relevant. Lees verder

De onbewoonbare aarde: cli-fi of een zinnige bijdrage aan het debat?

To get to the worst cases, two things have to happen – we have to be incredibly stupid and incredibly unlucky. Dismissing plausible worst case scenarios adds to the likelihood of both. Conversely, dwelling on impossible catastrophes is a massive drain of mental energy and focus.

Gavin Schmidt

Bij de Bezige Bij verschijnt deze maand “De Onbewoonbare Aarde”, een vertaling van “The Uninhabitable Earth” van David Wallace-Wells. In 2017 publiceerde New York Magazine een lang artikel van Wallace-Wells met dezelfde titel. Dat artikel werd stevig bekritiseerd, ook vanuit de klimaatwetenschap. Deels ging die kritiek over de inhoud. Op een aantal punten gaf het artikel een onjuiste weergave van de wetenschap en op enkele andere punten ontbrak context, waardoor beweringen die op zich niet onwaar waren toch een verkeerde indruk van wetenschappelijke resultaten gaven. Daarnaast was er het nodige commentaar op de toonzetting van het stuk. Volgens Wallace-Wells was het bedoeld als een overzicht van worst-case scenario’s. Maar in plaats van als een verhaal over wat er in het uiterste geval zou kunnen gebeuren als werkelijk alles tegenzit, leest het meer als een aankondiging van een onafwendbaar doemscenario.

Op Climate Feedback becommentarieerden in totaal 17 wetenschappers het artikel van Wallace-Wells. Dat er inhoudelijk het nodige mis is, daar zijn ze het alle 17 wel over eens. Maar over de toonzetting verschillen de meningen flink. Dat is best een interessante constatering: de 17 klimaatwetenschappers die het – zeker in grote lijnen – eens zijn over de wetenschappelijke inhoud, hebben behoorlijk uiteenlopende ideeën over hoe je daar over zou kunnen of moeten schrijven. Het heeft ongetwijfeld te maken met hun risico-perceptie en met hoe die doorwerkt in de ideeën over hoe er over risico’s gecommuniceerd moet worden. Lees verder

Klimaatverandering blog besproken in de pers

Jaap Tielbeke schreef voor De Groene Amsterdammer een profiel over ons blog. Voor het interview waren Jos en Hans afgereisd naar Amsterdam University College (AUC), waar Bart werkt. Een leuke gelegenheid om elkaar weer eens te zien, naast de vele emails die we dagelijks uitwisselen.

Hieronder enkele citaten, aangevuld met hyperlinks naar meer informatie:

Hoe meng je je als klimaatkenner in een zinvol debat dat verstoord wordt door de hardnekkige drogredeneringen van pseudosceptici? Op klimaatverandering.wordpress.com worden de misleidende mythes ontkracht en de wetenschappelijke feiten herhaald.

Die term – ‘pseudosceptici’ – vinden de klimaatbloggers de beste noemer voor deze groep. Want met werkelijke scepsis heeft hun houding weinig van doen: het zorgvuldig wikken en wegen van argumenten, kritisch naar bevindingen van collega’s kijken en bereid zijn je theorie aan te passen, dat is wat iedere goede wetenschapper doet. Terwijl de pseudosceptici vaak juist ideologisch gedreven zijn, waardoor ze nogal selectief twijfelen.

Hoe overbrug je de kloof tussen het wetenschappelijke debat en het publieke debat? ‘Als je in kranten en op tv zoveel onzin leest en hoort, dan blijft die kloof bestaan’, zegt Verheggen. ‘Dat is ook schadelijk voor de politieke besluitvorming.’ Vandaar dat hij zijn blog begon: ‘Ik wilde een wetenschappelijk gefundeerde stem toevoegen aan het debat.’

In de pagina “over ons” kun je meer lezen over onze drijfveren en achtergronden.

Lees verder

De aarde warmt op door de mens. Dat is overvloedig aangetoond, en derhalve is er binnen de klimaatwetenschap brede consensus over.

Uit meerdere, onafhankelijke studies blijkt dat verreweg de meeste klimaatwetenschappers het eens zijn dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. Dat is ook vrij logisch, als je de wetenschappelijke achtergrond begrijpt. Sommige van deze studies zijn op basis van enquêtes onder klimaatwetenschappers, en andere concluderen dat op basis van de wetenschappelijke literatuur. De bekendste studie van de laatste categorie is die van John Cook et al, één van de vijf studies die een consensus van 97% of hoger vond. Deze wordt vaak aangehaald, en vaak bekritiseerd, tot in de Nederlandse Tweede Kamer aan toe. De argumenten die tegen Cook’s onderzoek naar voren worden gebracht snijden echter geen hout.

En niet onbelangrijk, uit de verscheidenheid aan studies komt ook naar voren dat de mate van overeenstemming sterker is onder groepen met meer relevante expertise. Zo is de consensus hoger onder publicerende klimaatwetenschappers dan onder aardwetenschappers in het algemeen. Dat is ook vrij logisch: die eerste groep weet er waarschijnlijk meer van. De mensen die het hardste roepen dat de wetenschappelijke conclusies er compleet naast zitten hebben zelf vrijwel nooit relevant onderzoek verricht.

Dat de grote lijnen goed bekend zijn wil overigens niet zeggen dat we alles weten; over allerlei details en ‘cutting edge’ onderzoek (bijv over hoe snel de West-Antarctische ijskap instabiel kan worden) blijven wetenschappers natuurlijk flink bakkeleien. Met de wapens van de wetenschap: solide argumentatie op basis van goed begrepen theorieën en goed uitgevoerde metingen, waarbij ze elkaar continue scherp houden door inhoudelijke feedback en kritiek.

Lees verder

De Telegraaf en polarisatie

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Studio Energie interviewde onlangs Paul Jansen, hoofdredacteur van de Telegraaf, over de rol van die krant in het energie- en klimaatdebat. De Telegraaf is met 350.000 abonnees de grootste krant van Nederland. In het Nederlandse medialandschap verkondigen met name de Telegraaf en weekblad Elsevier in het algemeen een andere boodschap dan veel andere media op klimaatgebied. Zij leggen bijvoorbeeld veel meer nadruk op klimaat-sceptische opvattingen.

Het was een interessant interview, onder andere door de vraag van interviewer Remco de Boer of de Telegraaf hiermee niet de polarisering die er nu eenmaal in het klimaatdebat is in de hand speelde. Nee, was het antwoord van Jansen, met als toelichting dat een krant ook andere geluiden moet laten horen. In deze blog beperk ik me tot het klimaatdebat en zal niet op het energiedebat ingaan waar overigens het grootste deel van het interview over ging.

Met andere geluiden bedoelde Jansen een ander verhaal dan de mainstream wetenschappelijke conclusie dat de aarde opwarmt, dat de mens daar grotendeels verantwoordelijk voor is, en dat deze opwarming gevolgen heeft, met name in de toekomst. Een ander geluid laten horen lijkt mij een belangrijke rol van de media. Sterker nog, onafhankelijke journalistiek is een van de pijlers van een gezonde maatschappij en debat is enorm belangrijk. Maar wat als dat andere geluid niet gefundeerd is? Wie verkondigt die boodschap dat niet de mens maar natuurlijke factoren voor de huidige opwarming zorgde? Een mening die Jansen aanhangt, hoewel hij wel aangaf dat de mens ook zeker een rol speelde.

In Nederland ken ik geen actieve klimaatwetenschappers die het met Jansen eens zijn over de relatieve rol van de mens versus natuur, dus daar kan hij zich niet op baseren. Met actieve klimaatwetenschappers bedoel ik mensen die hun bevindingen voorleggen aan collega-wetenschappers en dit in de wetenschappelijke tijdschriften publiceren. In Amerika lijkt dat anders, een aantal bekende sceptische klimaatwetenschappers zijn Roy Spencer, Judith Curry, en Richard Lindzen. Deze mensen worden vaak aangehaald als bewijs dat er een wetenschappelijk debat zou zijn over de vraag óf de mens een belangrijke rol is gaan spelen in de opwarming van de aarde. Maar is dat zo? Dit is wat Roy Spencer onlangs op zijn website schreef:

“I cannot think of a single credentialed, published skeptical climate scientist who doesn’t believe in the “existence” of climate change, or that “the Earth is getting hotter”, or even that human activity is likely a “major cause”. Pat Michaels, Richard Lindzen, Judith Curry, John Christy, and myself (to name a few) all believe these things.”

Dat geldt in zekere mate ook voor Nederlands bekendste klimaatscepticus die regelmatig in de Telegraaf aan het woord komt, Marcel Crok. Hij wijst er vaak op dat klimaatmodellen mogelijk “te warm” draaien maar gaat er in zijn rapporten van uit dat de aarde meer dan 2 graden zal opwarmen in 2100 tenzij we onze uitstoot gaan beperken (zie Tabel 3 in ‘Een gevoelige kwestie’).

Het klimaat-sceptische geluid zoals Paul Jansen het interpreteert is dus niet gefundeerd in de wetenschappelijke literatuur. In de wetenschap bestaat absolute zekerheid echter bijna niet, en er zijn genoeg mensen die daar handig gebruik van maken. Als iemand bijvoorbeeld laat zien dat er iets niet klopt bij een klimaatmodel, dan kan je dat naïef interpreteren als dat er niets klopt aan dat klimaatmodel.
Lees verder

Scholieren op de bres voor het klimaat

Afgelopen week heb ik de TedTalk van Greta Thunberg bekeken waarin ze haar beweegredenen om te staken voor het klimaat uiteenzet. Ze vraagt zich daarin het volgende af: “Why are we not reducing our emissions? Why are they in fact still increasing?”. De Belgische Anuna De Wever zegt in een interview op de Belgische TV het volgende: “Je moet naar school, je moet studeren, je moet al die wetenschap in je opnemen, maar dan zien we dat de politici zelf alle wetenschap over het klimaat compleet negeren.”. Ik heb hier met open mond naar zitten luisteren. Toen ik die leeftijd had, had ik zo ongeveer net mijn lego weggelegd en zo’n betrokken verhaal houden als deze twee meisjes hier doen kon ik toen al helemaal niet (en nog steeds niet zullen degenen zeggen die mij goed kennen). De betrokkenheid van deze kinderen met dit belangrijke onderwerp dat me zo aan het hart gaat, ontroert me zeer.

Donderdag 7 februari zijn de Nederlandse scholieren van plan om een klimaatmars te houden in Den Haag, ze willen “spijbelen voor onze toekomst”. Want zoals ze zelf aangeven:

“Met deze actie willen wij de politiek wakker schudden. Het klimaatakkoord dat zij nu opstellen moet beter, efficiënter en waterdichter. Het gaat hier namelijk om jouw toekomst. Om dit te doen zullen wij op 7 februari een klimaatmars door Den Haag houden.”

De scholieren zijn geïnspireerd door een vergelijkbare actie van de Belgische scholieren die op 24 januari met maar liefst 35.000 jongelui betoogden in Brussel en natuurlijk door Greta Thunberg. Een meisje van 16 jaar oud dat dit alles geïnitieerd heeft door wekenlang met haar protestbord voor het Zweedse parlement te bivakkeren.
Lees verder

Een Kleine IJstijd op de bodem van de Stille Oceaan

HMS Challenger, het schip waarmee in de periode 1872 – 1876 metingen werden gedaan van de temperatuur in de diepe Stille Oceaan. Bron: The Royal Albert Memorial Museum, HMS Challenger Project

Mijn eerste reactie na lezing van de samenvatting van een artikel van Geoffrey Gebbie en Peter Huybers in Science: “Nogal wiedes”. Maar na lezing van het hele artikel bleek het toch wat moeite te kosten om alle details te doorgronden. Ik begin met het voor de hand liggende deel.

Schematische weergave van de thermohaliene circulatie. Bron: Stefan Rahmstorf, PIK Potsdam

De oceaancirculatie op mondiale schaal, de thermohaliene circulatie, wordt onder meer aangedreven door koud water dat in de poolgebieden door zijn hoge soortelijke gewicht naar de zeebodem zinkt. De noordelijke Atlantische Oceaan, bij Groenland, is een plek waar veel water naar de diepte zinkt. Een belangrijke tak van de thermohaliene circulatie stroomt daar vandaan over de bodem naar het zuiden en vervolgens naar de Stille Oceaan. Op verschillende plekken in de Stille Oceaan komt het water, een tot twee millennia later, weer naar boven.

Eenmaal in de diepte dringt er geen zonlicht meer tot dat water door. Er is ook weinig warmteoverdracht vanuit hogere lagen door menging of andere processen. De temperatuur van het water in de diepe oceaan wordt daarom in belangrijke mate bepaald door de temperatuur die het had toen het naar beneden zakte. Klimaatschommelingen aan het oppervlak vinden ook plaats in de diepe oceaan, maar wel met een vertraging die tot vele eeuwen op kan lopen. De diepte van het noordelijke deel van de Stille Oceaan loopt het meest achter, omdat veel van het water daar de lange reis vanuit de noordelijke Atlantische Oceaan heeft gemaakt.

Op het diepe deel van de oceanische transportband ligt dus een archief van het klimaat van de afgelopen 1000 tot 2000 jaar. Niet noodzakelijk van het wereldklimaat, want de temperatuur van het diepe water wordt vooral bepaald door wat er in de poolgebieden aan de hand is. Toch is een zeker verband met klimaatschommelingen op wereldschaal wel aannemelijk. Het lastige is dat dat archief bepaald niet makkelijk toegankelijk is. Zelfs in de 21e eeuw: de ARGO-sondes die tegenwoordig de temperatuur van de oceaan in de gaten houden komen niet dieper dan 2 kilometer. Metingen beneden die diepte zijn schaars. Maar ze zijn er wel. Lees verder

De toenemende warmte-inhoud van de oceanen – drie nieuwe onderzoeken

Doorsnede van een ARGO boei. Bron UC San Diego

Opwarming van het klimaat is op de keper beschouwd eigenlijk accumulatie van energie in het klimaatsysteem. We nemen die toename van de energie-inhoud vooral waar als een stijging van de temperatuur bij het aardoppervlak. Want daar wonen we nu eenmaal. Maar het overgrote deel van die extra energie, ongeveer 93%, wordt opgenomen door de oceanen. Zo bezien zou de verandering van de warmte-inhoud van de oceanen de beste indicator zijn van klimaatverandering. Alleen is die verandering niet zo makkelijk te bepalen: daarvoor is een driedimensionaal beeld van de temperatuurverandering van de oceanen nodig. Daarover is nog de nodige onzekerheid, maar het beeld wordt wel steeds duidelijker. De afgelopen weken verschenen er drie interessante wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp.

Alle drie de artikelen zijn vrij toegankelijk. Het lijkt erop dat wetenschappelijke uitgevers er steeds vaker voor kiezen om belangwekkende artikelen over het klimaat niet achter een betaalmuur te stoppen. Of zou dat een keuze zijn van onderzoeksinstellingen? Dat zou ik nog eens uit moeten zoeken. Het is hoe dan ook een goede ontwikkeling.

Overzicht van de bevindingen van Cheng et al.

De afbeelding hierboven komt uit een overzichtsartikel in Science van Cheng et al.. Twee belangrijke constateringen:

    • De gemeten toename van de warmte-inhoud van de oceanen komt goed overeen met de modelsimulaties uit het CMIP5-experiment.
    • Sinds begin jaren ‘90 neemt de warmte-inhoud sneller toe dan in de periode daarvoor.

Lees verder