Categorie archief: Klimaatwetenschap

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (7 t/m 9)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

7. De zon was in de tweede helft van de 20e eeuw actiever dan in duizenden jaren daarvoor en het is logisch dat de temperatuurstijging daarna nog een tijdje doorgaat
8. Sinds 2007 is de zon geleidelijk aan het inslapen en krijgen we vanaf 2013 volgens Prof. De Jager een Dalton minimum (koude fase uit kleine ijstijd) en volgens anderen zelfs een bitterkoude herhaling van het Maunder minimum
9. Onderzoek van Bas van Geel levert keihard bewijs voor de extreme gevoeligheid van het klimaat voor veranderingen van de zon

Daar hebben we de zon nog een keer. Die was in punt 5 al voorbij gekomen, maar blijkbaar was dat niet genoeg. Misschien is die extra aandacht wel terecht, want de zon is nu eenmaal de drijvende kracht van het klimaat. Zonder zon zouden we helemaal geen klimaat hebben, zou je zelfs kunnen zeggen.

Deze drie argumenten over de zon leggen meteen een probleem bloot. Er komen al jarenlang allerlei sceptische theorieën voorbij over de zon die elkaar deels overlappen, deels heel andere kanten opgaan en elkaar soms zelfs tegenspreken. Het lijkt wel of de meeste klimaatsceptici naar believen uit al deze theorieën de elementen plukken die ze op een bepaald moment van pas komen, waardoor het nogal onduidelijk wordt wie wanneer welke theorie wel of niet serieus neemt.

sunspotnumbers_strip

Activiteit van de zon sinds 1600

Het klopt wel dat de zon in de tweede helft van de vorige eeuw behoorlijk actief was. Zeker actiever dan in honderden jaren daarvoor en misschien waren het er zelfs wel duizenden. Hoe het precies zit ligt er aan hoe je zonne-activiteit definieert en welke reconstructie je bekijkt. Het vervelende nieuws voor de aanhangers van zonnetheorieën is wel dat de top van die activiteit rond het midden van de twintigste eeuw lag. En dat er vooralsnog geen zinnige verklaring is voor een invloed van de zon op de snelle opwarming die in de jaren zeventig begon. Een beperkte invloed van die actieve zon op de temperatuurstijging tot het midden van de 20e eeuw wordt trouwens algemeen geaccepteerd door de wetenschap. De invloed van variaties in zonneactiviteit op het klimaat is goed in te schatten, omdat er voldoende bekend is over de variaties in zonnestraling die daarmee samenhangen. Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (6)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

6. Sinds de super El Ninjo van 1998 stijgt de wereldtemperatuur niet meer

Daar is het magisch jaar weer. 1998, baken van hoop en inspiratie voor veel klimaatsceptici. Laat ik hier eens iets positiefs zeggen over de top 10. Meestal zit er een grote adder onder het gras als sceptici over 1998 beginnen, maar deze keer is de adder duidelijk zichtbaar: de super El Niño. El Niño jaren zijn altijd warmer dan gemiddeld; een jaar met een super El Niño is veel warmer dan gemiddeld. Na zo’n El Niño daalt de temperatuur weer gewoon en het is volstrekt logisch dat het even duurt voordat we door de geleidelijke stijging door het toenemende broeikaseffect weer op het niveau van die tijdelijke hoge piek komen.

Wie bezig is met kwantitatief onderzoek wil altijd proberen om zoveel veel mogelijk informatie aan zijn moeizaam verkregen cijfers te ontfutselen. Met de verhouding tussen signaal en ruis als eeuwig terugkerende bron van frustratie. Er is een aparte tak van wetenschap die tal van gereedschappen heeft ontwikkeld om informatie uit cijfers te persen en om te bepalen hoe betrouwbaar die informatie is: de statistiek. Als een bekende Nederlandse klimaatscepticus beweert dat het maar een menselijk verzinsel is dat je het gemiddelde weer over 30 jaar moet gebruiken om het klimaat te bepalen, dan heeft hij het mis. Dat hebben wij mensen niet bedacht, dat heeft de statistiek voor ons bepaald. Sommigen schijnen te denken dat dat betekent dat je pas over dertig jaar iets over het klimaat van nu kunt zeggen. Dat is niet waar. Elke keer als er nieuwe cijfers zijn kun je weer een nieuw gemiddelde over 30 jaar berekenen. De invloed van één warm, koud, droog, nat, stormachtig of rustig jaar op dat gemiddelde is natuurlijk wel beperkt. Wie een kortere periode wil beschouwen mag dat vanzelfsprekend ook doen – het kan zelfs wel eens zinvol zijn – maar als je daarbij geen rekening houdt met de regels van de statistiek is er een grote kans dat je de mist in gaat. Wetenschappers komen bij analyses over een korte termijn vaak tot een conclusie als: “Er is geen statistisch significante stijging”. Sceptici vertalen dat naar: “Het warmt niet op”, Statistisch significant betekent in het algemeen: met een waarschijnlijkheid van meer dan 95%. Geen statistisch significante opwarming betekent dus dat de kortdurende variaties (de ruis) te groot is om met 95% zekerheid een onderliggende trend (het signaal) te kunnen onderscheiden (als je alleen naar dat korte tijdsinterval zou kijken). Je zou het ook om kunnen draaien: als er meer dan 5% kans is dat er geen signaal tussen de ruis zit, dan vindt de wetenschap dat terughoudenheid op zijn plaats is. In de klimaatsceptische blogosfeer wordt heel vaak misbruik gemaakt van de (terechte) neiging tot terughoudendheid van wetenschappers.

Maar goed, ik kan me best voorstellen dat niet iedereen altijd zin heeft in uitgebreide statistische analyses. Het is ook niet mijn hobby. Je zou om te beginnen een heel simpele vuistregel aan kunnen houden: als een berekende trend, of ander analyseresultaat, sterk verandert als je het begin- of eindpunt van de berekening een jaartje eerder of later neemt, dan klopt er iets niet. Waarschijnlijk is de periode te kort en anders is er iets anders mis. Via Wood For Trees en de Temperature Trend Calculator van SkS is het mogelijk om hier wat mee te spelen. Ik neem aan dat het wel duidelijk is dat deze tools leuk zijn om wat door de gegevens te grasduinen, maar dat je er geen state-of-the-art wetenschap mee bedrijft.

Escalator_2012_500

“The Escalator”

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (4)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen”

De zon en de oceanen spelen onmiskenbaar een hele grote rol in het klimaat. Ze hebben veel meer invloed dan CO2. Ik denk niet dar er ooit één serieus wetenschappelijk artikel is verschenen dat beweert dat het anders is. Als je er zo naar kijkt klopt deze stelling. Het is daarmee een mooi voorbeeld van een halve waarheid, die prima zou passen in het stuk dat Bart Verheggen ooit over dit onderwerp schreef. De suggestie die gewekt wordt: de factoren die een grote rol spelen in het klimaat op zich, moeten ook hun stempel drukken op de opwarming die we sinds ruim dertig jaar zien.

Met dat door elkaar halen van het klimaat in het algemeen enerzijds en de recente opwarming anderzijds komen we bij een grote denkfout die veel klimaatsceptici maken: dat klimaatwetenschap eigenlijk klimaatveranderingswetenschap is; dat de wetenschappers alleen maar bezig zijn met die afgelopen 30 jaar. Niets is minder waar. Klimatologen proberen de werking van het hele klimaatsysteem te begrijpen. Dat begint bij de vraag: waarom is het klimaat zo als het is? Naarmate je dat beter begrijpt, begrijp je de veranderingen ook beter. Aan de andere kant kunnen veranderingen ook helpen om meer inzicht in het systeem te krijgen.

ipcc_ar4_wg1_ch1_fig_1_2_big

Schets van de ontwikkeling van de klimaatwetenschap sinds mid jaren ’70. FAR, SAR, TAR en AR4 staan voor de jaren waarin IPCC rapporten verschenen, achtereenvolgens 1990, 1995, 2001 en 2007

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (3)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“3. Het enige “fundamentele bewijs” dat klimaatmodellen leveren is dat hun instituten meer geld nodig hebben”

De obligate kritiek van klimaatsceptici op modellen is overbekend. Die kritiek is zonder uitzondering vaag en oppervlakkig. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit één klimaatsceptisch verhaal heb gezien dat ook maar één concrete fout of onnauwkeurigheid in de modellen wist aan te wijzen. Laat staan dat men constructief is en met voorstellen voor verbeteringen komt. Je zou bijna gaan denken dat die sceptici helemaal niet weten hoe die modellen precies in elkaar zitten, of hoe ze precies worden gebruikt.

Vaak komt het er op neer dat ze vinden dat het gebruik van modellen in het algemeen en computermodellen in het bijzonder geen “echte wetenschap” zou zijn. Laten we eens bij de bron van alle wijsheid, Wikipedia, kijken wat een wetenschappelijk model precies is: “In een wetenschappelijke of technische context is een model een vereenvoudigde voorstelling, beschrijving of nabootsing van (een deel van) de werkelijkheid.” Een formule – volgens nogal wat mensen het summum van wetenschap – is volgens deze definitie een model. En als we die formule in een spreadsheet zetten hebben we een computermodel! Dat er iets principieel mis zou zijn met het gebruik van modellen is dus niet zo’n sterk argument.

Er is nog een veel voorkomend misverstand: dat de modellen bedoeld zijn om het klimaat te voorspellen. Dat is niet het geval. De modellen laten zien wat de invloed van verschillende factoren is op het klimaat, en dus ook van veranderingen in deze factoren. Maar geen enkele klimatoloog zal beweren dat hij al die factoren jaren of zelfs decennia vooruit kan voorspellen. Sterker nog, prognoses van bijvoorbeeld de zonne-activiteit, vulkanische activiteit en zelfs broeikasgasemissies vallen helemaal niet onder het vakgebied van de klimaatwetenschap. Dat is het werk van astronomen en astrofysici, vulkanologen en geologen, economen en ingenieurs. Het IPCC heeft het om deze reden in zijn rapporten over projecties in plaats van voorspellingen. Die projecties geven de te verwachten invloed van een toename van broeikasgassen in de atmosfeer aan, volgens een aantal scenario’s. Niets meer, niets minder. Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (2)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“2. Behalve de periode 1975-1998 is er geen periode in de geschiedenis waarin CO2-concentratie en temperatuur ook maar enig verband vertonen”

Een denkfout die klimaatsceptici vaak lijken te maken is deze: als CO2 invloed heeft op de temperatuur, dan moet de temperatuur de CO2-concentratie precies volgen. Dat is natuurlijk niet waar, want er zijn ook andere factoren die invloed hebben. Alle metingen laten zien dat de aarde nu al zeker een eeuw steeds warmer wordt, terwijl ook de hoeveelheid broeikasgassen in die periode toeneemt. (Wat overigens weer niet betekent dat het toegenomen broeikaseffect de enige oorzaak is van die temperatuurstijging; correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg.) De temperatuur zal een geleidelijke toename van broeikasgassen zelden of nooit in één soepele lijn volgen, omdat in korte periodes andere factoren een grotere invloed hebben. Precies zoals de wetenschap dat verwacht op basis van vrij eenvoudige statistische analyses. Sinds de jaren zeventig is elk decennium warmer dan het voorafgaande,en vooralsnog is er niets dat er op wijst dat dat zal veranderen in het decennium waarin we nu leven.

bjefgcaf

Gemiddelde temperatuur per decennium sinds 1900 voor 5 verschillende datasets

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (proloog)

Gastblog door Hans Custers

Alweer een jaar of twee geleden deed ik, in een discussie met een van de bekende Nederlandse klimaatsceptici een voorstel: “Als jullie, de sceptici, nu eens met een lijstje komen van de belangrijkste argumenten waarom de klimaatwetenschap het mis heeft, dan kunnen we die argumenten daarna eens één voor één onder de loep nemen.” Eerlijk gezegd verwachtte ik destijds al geen groot enthousiasme bij de sceptici, en dat kwam er dan ook niet. Klimaatsceptici houden niet zo van het verdedigen van hun argumenten. Ze zijn er ook niet zo goed in. Ze kiezen liever voor de aanval, met een min of meer vast repertoire aan stellingen en beschuldigingen. De weerleggingen van al die argumenten zijn ook bekend (Skeptikal Science heeft ze verzameld, inclusief Nederlandse vertaling; het Nederlandse Klimaatportaal dekt de belangrijkste ook af), maar wanneer een klimaatscepticus daarmee geconfronteerd wordt, haalt hij gewoon weer wat nieuwe argumenten boven uit het standaardrepertoire. Ofwel: de klimaatscepticus is geneigd de inhoudelijke discussie over zijn argumenten te ontwijken, in plaats van die te voeren.

Onlangs hoorde ik dat Climategate.nl enkele weken geleden een top 10 van hun favoriete argumenten had gepubliceerd. Hieronder de lijst.

De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt

  1. Warme tijden zijn in het verleden altijd de betere geweest voor mens, dier en plant (Holocene Climate Optimum, Minoïsch Optimum, Romeins Optimum, Middeleeuws Optimum) en de koude fasen rampzalig (Kleine IJstijd 1350-1850)
  2. Behalve de periode 1975-1998 is er geen periode in de geschiedenis waarin CO2-concentratie en temperatuur ook maar enig verband vertonen
  3. Het enige “fundamentele bewijs” dat klimaatmodellen leveren is dat hun insituten meer geld nodig hebben
  4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen
  5. 3x meer CO2 in de lucht is optimaal voor vergroening en meer landbouwopbrengst en biodiversiteit
  6. Sinds de super El Ninjo van 1998 stijgt de wereldtemperatuur niet meer
  7. De zon was in de tweede helft van de 20e eeuw actiever dan in duizenden jaren daarvoor en het is logisch dat de temperatuurstijging daarna nog een tijdje doorgaat
  8. Sinds 2007 is de zon geleidelijk aan het inslapen en krijgen we vanaf 2013 volgens Prof. De Jager een Dalton minimum (koude fase uit kleine ijstijd) en volgens anderen zelfs een bitterkoude herhaling van het Maunder minimum
  9. Onderzoek van Bas van Geel levert keihard bewijs voor de extreme gevoeligheid van het klimaat voor veranderingen van de zon
  10. Wiens brood men eet diens woord men spreekt ofwel follow the money

Lees verder

Nieuw wetenschappelijk discussieplatform ClimateDialogue.org

Een uniek discussieplatform over klimaatverandering is net van start gegaan: ClimateDialogue. Het unieke zit ‘m enerzijds in de organisatie achter het blog: Het is opgezet door een samenwerkingsverband van KNMI (Rob van Dorland), PBL (Bart Strengers) en Marcel Crok (wetenschapsjournalist), oftewel een samenwerking tussen tussen mainstreamers  en sceptici. Daarnaast is ook de opzet van het blog uniek: Het doel is om in alle openheid een inhoudelijke discussie te faciliteren tussen experts met verschillende wetenschappelijke inzichten. Nu vindt er natuurlijk continue discussie plaats tussen wetenschappers (bijv op conferenties, workshops en in de wetenschappelijke literatuur), maar die is vaak niet direct toegankelijk voor het grote publiek. Daarnaast proberen we op dit blog in te zoomen op de hete hangijzers uit het publieke debat, die weliswaar in de reguliere wetenschappelijke  discussie ook een rol spelen, maar die daarin te midden van de vele andere issues niet altijd even prominent zichtbaar zijn. Bovendien wordt op ClimateDialogue, naast ‘mainstream’ wetenschappers ook  aan ‘sceptische’ wetenschappers gevraagd deel te nemen aan de discussie, van wie de perceptie bestaat dat zij er in de reguliere wetenschappelijke fora bekaaid van af komen (in de perceptie van sommigen door uitsluiting, in de perceptie van anderen doordat ze zichzelf afzonderen).

Het wetenschappelijke debat wordt gekenmerkt door een spectrum aan inzichten. Bij ClimateDialogue worden wetenschappers uitgenodigd  die het sterk met elkaar oneens zijn, dus we gaan op zoek naar de extremen en de grote verschillen. Het heeft dus expliciet niet de pretentie om daarmee een representatief beeld te schetsen van (het volle spectrum van) de wetenschappelijke discussie. Het idee is veeleer dat een dergelijke discussie tegenwicht kan bieden aan de toenemende polarisatie tussen ‘sceptici’ en ‘mainstreamers’. Idealiter leiden deze discussies tot meer helderheid over waar men het eigenlijk met elkaar over oneens is, waarover misschien juist wel, en wat de achtergronden en oorzaken zijn van de (on)enigheid.

Op diverse Internationale blogs zal deze week een gastblog over ClimateDialogue verschijnen. Deze is ook te vinden op mijn Engelstalige klimaatblog. Naast de drie bovengenoemde trekkers van het initiatief kijken er een zevental mensen over hun schouders mee als leden van een adviesraad. Disclaimer: Tot augustus dit jaar was ik betrokken bij de voorbereiding van het initiatief; nu heb ik zitting in de adviesraad.

Dit blog vloeit voort uit de motie Nepperus, waarin werd aangedrongen “dat ook klimaatsceptici bij vervolgstudies worden betrokken”. Ik vind het een mooi initiatief: De inhoudelijke geschilpunten blootleggen in een publiekelijk toegankelijk forum is heel nuttig. Het kan tot de nodige duidelijkheid en –misschien nog belangrijker- depolarisatie leiden, en dat kan het (publieke en wetenschappelijke) debat alleen maar ten goede komen. Er zitten echter ook risico’s aan een dergelijk project: De perceptie kan ermee gevoed worden dat de wetenschappelijke discussie door twee (gelijkwaardige) ‘kampen’ gedomineerd word (wat tot een ‘false balance’ leidt), of dat de mainstream wetenschap een monolithische eenheidsworst zou zijn (terwijl er in werkelijkheid ook binnen de mainstream continue discussie is en er een grote variatie aan inzichten is, maar dan vooral over details). Oftewel, het risico zit ‘m in de framing en de perceptie  van het project, en voor welke ideologische karretjes het gespannen zou kunnen worden. De discussies op de site zelf lijken me voornamelijk leuk, leerzaam en nuttig. Daarbij is de inbreng van goede wetenschappers natuurlijk wel een voorwaarde om het platform tot een succes te maken. Aarzel dus niet om contact op te nemen (met info [at] climatedialogue [dot] org of met mijzelf) als je je aangesproken voelt en niet bang bent voor een gemodereerd publiek debat!

Waarom Arctisch zee-ijs niemand koud zou moeten laten

Gast-blog van Neven.

Het Arctisch zee-ijs lijkt een nieuw record minimum te hebben bereikt, enkele weken voordat het zomerminimum doorgaans bereikt wordt. Het Arctisch zee-ijs smelt de laatste decennia ’s zomers veel meer dan in de voorafgaande eeuwen het geval was. Dit seizoensgebonden smelten gaat sneller dan verwacht werd door klimaatwetenschappers. Hoewel het smelten van zee-ijs niet direct tot een stijgende zeespiegel leidt (behalve dan een klein effect vanwege het verschil in zout-gehalte) zijn er wel degelijk consequenties aan de teloorgang van het Arctisch zee-ijs. Daarover gaat deze gast-blog van Neven, die een zeer informatief (Engelstalig) blog bijhoudt over Arctisch zee-ijs.

Arctisch zee-ijs werd ongeveer 47 miljoen jaar geleden een terugkerend fenomeen op de Aarde. Sinds de huidige ijstijd zo’n 2,5 miljoen jaar geleden begon, is de Arctische Oceaan volledig bedekt met een laag zee-ijs. Alleen tijdens interglacialen, zoals nu, smelt een deel van dat zee-ijs in de zomer omdat de top van de planeet tijdens de zomermaanden meer naar de Zon gericht is en dus grote hoeveelheden zonlicht ontvangt. Als de winter begint, ontstaat op het ijsvrije deel van de Arctische Oceaan weer een nieuwe laag ijs.

Vanaf het moment dat de menselijke beschaving ontstond, 5000 tot 8000 jaar geleden, was deze jaarlijkse cyclus van smeltend en weer terugvriezend Arctisch zee-ijs min of meer constant. Er zijn periodes geweest waarin wat meer zee-ijs smolt in de zomer, en periodes waarin er minder smolt. Onlangs heeft er echter een radicale verschuiving plaatsgevonden. Satellieten geven sinds een paar decennia een gedetailleerd beeld van het Arctische gebied en in die tijd is er een onmiskenbare reductie in de zomerse zee-ijsbedekking waargenomen. Toen in 2007 het vierde IPCC-rapport uitkwam, dacht men over het algemeen dat het Arctische gebied ergens tegen het einde van deze eeuw ijsvrij zou kunnen worden. Maar veranderingen voltrekken zich in zo’n hoog tempo dat de meeste experts nu denken dat het rond 2030 zou kunnen gebeuren. Sommigen zeggen zelfs dat het al dit decennium zover zou kunnen zijn.

Lees verder

Lange termijn zeespiegelstijging

Gast-blog van Martin Vermeer (TU Helsinki, Finland)

Het onlangs verschenen artikel “Long-term sea-level rise implied by 1.5 C and 2 C warming levels” met als hoofdauteur Michiel Schaeffer, bouwt voort op de semi-empirische methodiek van Kemp et al. 2011, “Climate related sea-level variations over the past two millennia”. Voor beide artikelen maakte ik (MV) deel uit van het auteursteam, samen met Stefan Rahmstorf van het Instituut voor Onderzoek aan de Effekten van Klimaatsverandering in Potsdam, Duitsland, de “vader” van de semi-empirische methode. Voor het Kemp et al. artikel was mijn rol heel aktief: ik ontwikkelde de Matlab-software die daarin gebruikt werd om een verzameling mogelijke zeeniveau-krommes en hun waarschijnlijkheid af te leiden (“Bayesian inference”) uit tijdseries voor globale temperatuur en zeeniveau. In het Schaeffer et al. artikel was mijn rol begrensd tot Michiel bijstaan in het uitbreiden van deze software tot het maken van voorspellingen voor komende eeuwen, op basis van IPCC-scenario’s voor temperatuur.

Het idee achter de semi-empirische methode is heel eenvoudig: Neem aan dat tussen de mondiaal gemiddelde temperatuur (over een passend tijdsinterval, bv. enkele decennia, om de invloed van  natuurlijke variatie zoals ENSO te verkleinen) en het mondiaal gemiddelde zeeniveau (zoals enkele groepen dat hebben berekend, zoals Church en White, en Jevrejeva en collega’s) een eenvoudige lineaire relatie bestaat. Dit is een redelijke aanname, zolang de veranderingen in temperatuur en in zeeniveau/globaal ijsvolume klein genoeg blijven: klein, bijvoorbeeld, in vergelijking met wat er tussen een ijstijd en een interglaciaal gebeurt.

Lees verder

Niet warm of koud van de zon!

Gast-blog van Bob Brand en Jos Hagelaars

In het online tijdschrift European Energy Review (EER) verscheen begin mei een interessant interview van Marcel Crok met professor Fritz Vahrenholt, de auteur van het (in Duitsland) spraakmakende boek “Die Kalte Sonne”.

Het interview is goed geschreven (complimenten aan Marcel), en bevat een gedetailleerde beschrijving van de loopbaan en achtergrond van Fritz Vahrenholt die o.a. voor Shell gewerkt heeft, voor de windturbine-fabrikant RePower en tot eind dit jaar de CEO is van RWE Innogy, de hernieuwbare-energie tak van het grote Europese energieconcern RWE. Vervolgens gaat Vahrenholt nader in op de centrale these van zijn boek: de invloed van de zon zou door de klimaatwetenschap en door het IPCC ernstig onderschat zijn. Vahrenholt stelt dat de invloed van CO2 daardoor juist overschat wordt, en dat een (volgens hem te verwachten) minder actieve periode van de zon ons de tijd zal geven om in alle rust aan ‘werkelijk duurzame’ oplossingen te werken.

Naarmate het interview vordert, worden de uitspraken van Dr. Vahrenholt steeds vergaander: blijkbaar hanteert Vahrenholt het tendentieuze boek ‘The Hockey Stick Illusion’ van Montford als referentiekader, en hij stelt dat we “misleid” zijn door het IPCC over het klimaat van de afgelopen 1000 jaar – het populaire verhaaltje van de Vikingen op (Zuidwest) Groenland komt weer voorbij, en dat dient dan als de onderbouwing voor deze veronderstelde misleiding.

Vervolgens is de zon eindelijk aan de beurt: Vahrenholt stelt dat de zon véél actiever geworden is na de ‘Little Ice Age’ (de koude periode in Europa en mogelijk ook elders, die van ca. 1300-1850 geduurd heeft) en dat van 1950 tot 2000 de zon extreem actief zou zijn geweest, waarbij Vahrenholt verwijst naar (voorlopig hypothetische) versterkingsmechanismen die ervoor zorgen dat de magnetische activiteit van de zon invloedrijker zou zijn dan de (relatief geringe) variatie in zonnesterkte. Daarna volgt er de bekende opvatting dat de temperaturen zich al 15 jaar op een ‘plateau’ zouden bevinden…

Lees verder