Auteursarchief: Hans Custers

Open discussie najaar 2023

Het zal onze klimaatgeïnteresseerde lezers niet zijn ontgaan, de afgelopen maanden werden er meerdere verontrustende klimaatrecords genoteerd. Het zee-ijs rond Arctica groeide veel trager dan in de afgelopen decennia, waardoor het jaarlijkse maximum veel lager uitviel dan eerder is gemeten. Het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan was extreem warm. En datzelfde gold en geldt voor de gemiddelde wereldtemperatuur. Ook de (voorheen?) favoriete temperatuurreeks van pseudosceptici, samengesteld op basis van satellietmetingen door de Universiteit van Alabama in Huntsville, ontkomt niet aan die vaststelling. De temperatuur van afgelopen van september ligt nog net geen volle graad boven het gemiddelde over de periode 1990-2020.

De vraag is wat deze records zo verontrustend maakt? Gaat het allemaal veel sneller dan de wetenschap had verwacht, zoals op social media door nogal wat mensen wordt beweerd? De meeste door de wol geverfde klimaatwetenschappers denken van niet. Zij vinden het verontrustend omdat er precies gebeurt waar ze al decennia voor waarschuwen. Door de doorgaande opwarming krijgen we meer en meer uitschieters die we nooit eerder hebben gezien.

Klimaatvariabelen schommelen van jaar tot jaar, met zo nu en dan een uitschieter. Maar die uitschieters komen nu bovenop een opwarmende trend. Waardoor uitschieters aan de warme kant steeds extremer worden. Natuurlijke variabiliteit speelt zeker mee bij de huidige uitschieters. El Niño heeft invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur en mogelijk ook op het Antarctische zee-ijs. Vermoedelijk is er ook een effect van de uitbarsting van de onderzeese vulkaan Hunga Tonga, die een grote hoeveelheid waterdamp in de stratosfeer bracht. Overigens reageert de door satellieten gemeten temperatuur trager, maar wel sterker op El Niño’s en La Niña’s dan oppervlaktemetingen. De piek ligt daar meestal in januari of februari. Dat is niet echt een geruststellende gedachte. Maar El Niño’s verlopen niet allemaal identiek, dus misschien heeft deze vroeg gepiekt. We zullen het af moeten wachten.

In deze Open Discussie kunnen zaken worden besproken die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken, zolang ze maar iets te maken hebben met klimaatverandering.

Een (te) oppervlakkige klimaatanalyse van het CPB

Overstroming van de Geul in Valkenburg, 2021, Foto: Romaine, CC0, via Wikimedia Commons

Het CPB publiceerde afgelopen week een kort rapportje met de titel ‘Klimaatverandering en intergenerationele verdeling van financiële lasten’. Volgens de berekeningen van het rapport, gebaseerd op ruwe en onvolledige schattingen van klimaatschade en kosten voor adaptatie en mitigatie, komen de kosten van klimaatverandering vooral bij komende generaties terecht. Het omslag van het rapport vermeldt: ‘Op basis van eerste inschattingen zullen de extra kosten van klimaatverandering en -beleid voor het grootste deel bij toekomstige generaties terechtkomen’.

De klimaatschade is geschat voor 2050 en 2100. Die schatting werd op social media zo hier en daar aangegrepen voor een pleidooi tegen mitigatie, ofwel maatregelen om verdere opwarming van het klimaat te beperken. Het schadebedrag zou de transitie van de economie niet rechtvaardigen. Waarmee weer eens werd bewezen hoe opportunistisch de anti-mitigatiebeweging te werk gaat. Het rapport bevat namelijk maar bar weinig ondersteuning voor hun standpunt.

Dat is vooral zo omdat de schatting van de schade helemaal niet uitgaat van een situatie zonder mitigatie. Er is gerekend met een scenario met 2°C mondiale opwarming ten opzichte van de pre-industriële temperatuur in 2050 en 3°C in 2100. Dat is zo’n beetje het midden tussen het hoogste en het laagste scenario uit het laatste IPCC-rapport, iets boven de projectie volgens het middelste scenario SSP2-4.5. Het is ook ongeveer de koers die de wereld op dit moment vaart, rekening houdend met wat er door alle landen aan (beleids)maatregelen is getroffen. In dit scenario gebeurt er dus wel het een en ander om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, als is het lang niet genoeg om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen.

Lees verder

Adaptatie: noodzakelijk, maar ingewikkeld

Foto: Isaac Quick / Unsplash

Het Akkoord van Parijs is vooral bekend vanwege de afspraak om de mondiale opwarming te beperken tot ruim onder de twee graden. Mitigatie dus, in klimaatterminologie. Maar er zijn ook afspraken gemaakt over adaptatie: maatregelen om de schade, risico’s en kwetsbaarheid die het gevolg zijn van klimaatverandering te beperken. Dergelijke maatregelen zijn hoe dan ook nodig: het klimaaat verandert al en dat heeft gevolgen waar we op in zullen moeten spelen. Dat ‘Parijs’ ook de nodige afspraken bevat over adaptatie is minder bekend. Artikel 7 uit het akkoord gaat helemaal over dat onderwerp en het begint zo:

Parties hereby establish the global goal on adaptation of enhancing adaptive capacity, strengthening resilience and reducing vulnerability to climate change, with a view to contributing to sustainable development and ensuring an adequate adaptation response in the context of the temperature goal referred to in Article 2.

Lees verder

Slecht nieuws voor schaatsliefhebbers: de koudste types winterweer warmen het snelste op

Foto: Robert van Stuyvenberg

De zomer loopt alweer op zijn eind. Het weer is er nog niet naar om nu al handschoenen, sjaals en mutsen uit de kast te halen, maar met een maand of twee, drie zou dat anders kunnen zijn. Mocht het dan een paar dagen gaan vriezen, dan zal ongetwijfeld de vraag weer opduiken of er ooit nog een Elfstedentocht zal komen. Uitgesloten is dat niet, maar er is niet al te veel reden voor optimisme. Dat blijkt uit een artikel over de snelheid waarmee verschillende typen winterweer in Europa warmer worden, dat enkele maanden geleden verscheen.

Het resultaat is vrij eenduidig: de koudere weertypes zijn de afgelopen veertig jaar meer opgewarmd dan de minder koude. Dat is ook best logisch. Het wordt echt koud als er lucht vanuit het poolgebied naar Europa stroomt. En het noordpoolgebied warmt heel sterk op. Een stroming vanaf de Atlantische Oceaan zorgt voor mild winterweer, en die oceaan is juist minder opgewarmd dan het mondiaal gemiddelde. Hieronder is het temperatuurverschil afgebeeld tussen de gemiddelde temperatuur tijdens onze meteorologische winter (de maanden december, januari en februari) van de afgelopen twintig jaar en van de periode 1970 – 1990.

Lees verder

De oceaan wordt groener

Foto: Koketso Phiri / Unsplash

Dat de aarde vergroent door de toenemende CO2-concentratie is een halve waarheid die het goed doet in de pseudosceptische retoriek. Het gaat dan meestal over het feit dat CO2 plantengroei op land kan bevorderen. In de Westlandse kassen is dat zeker het geval, maar in de natuur is die zogenoemde CO2-fertilisatie slechts een onderdeel van een complex aan factoren dat invloed heeft op de gezondheid van ecosystemen.

Ecosystemen in de oceaan zijn niet minder complex. De satellieten die gebruikt worden voor onderzoek naar veranderingen in vegetatie op land kunnen in principe ook informatie opleveren over wat er in de oceaan gebeurt. Al blijkt dat in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Een artikel in Nature presenteerde vorige maand de resultaten van een nieuwe methode om dergelijke satellietdata te interpreteren. De conclusie is dat het oceaanoppervlak de afgelopen twintig jaar groener is geworden, in de letterlijke betekenis van dat woord. Over oorzaken en gevolgen van die kleurverandering is nog niet zoveel te zeggen. Wel is het volgens de onderzoekers aannemelijk dat de veranderende lichthuishouding implicaties heeft voor het zeeleven.

De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van een meevaller: een instrument aan boord van een satelliet doet al twintig jaar trouwe dienst, terwijl erop was gerekend dat het zo’n zes jaar mee zou gaan. Dat instrument, de Moderate Resolution Imaging Spectroradiometer, of MODIS, heeft al die tijd de kleur van het aardoppervlak gemeten. De meetresultaten bevatten geen discontinuïteiten die op kunnen treden als er verschillende typen meetinstrumenten worden gebruikt, of verschillende satellieten die nooit in exact dezelfde baan om de aarde draaien. Toch konden eerdere onderzoeken in die gegevens maar weinig aanwijzingen vinden voor veranderingen in de ‘groenheid’ van het oceaanoppervlak. Het nieuwe onderzoek vindt die aanwijzingen wel door naar een breder spectrum te kijken. Letterlijk, alweer.

Lees verder

In memoriam: Jos Hagelaars

Door Bart, Bob en Hans

Afgelopen dinsdag is Jos overleden. Hij werd maar 62 jaar. Jos was ruim een decennium een van de steunpilaren van Klimaatveranda. Niet alleen door de stukken die hij zelf schreef, maar zeker ook door hoe hij meedacht met onze verhalen en met zijn inbreng in de vele virtuele klimaatgesprekken die wij bijna dagelijks voerden. Altijd constructief en altijd op de bescheiden, nuchtere, opgeruimde manier die hem zo kenmerkte. Met als doel om de klimaatwetenschap zo goed mogelijk te begrijpen en over het voetlicht te brengen.

Nooit was hij uit op aandacht voor zijn persoon, dat was eerder een noodzakelijk kwaad dat hij er maar bij nam.  Bijvoorbeeld toen in 2016 zijn ‘wheelchair’ de wereld over ging: een grafiek waarin hij verschillende paleoklimatologische reconstructies combineerde met projecties van toekomstige opwarming. Nieuwe, geactualiseerde versies van die grafiek komen nog altijd regelmatig voorbij op sociale media. Jos had talent voor het visualiseren van wetenschappelijke informatie. Hij was de onbetwiste grafiekenmaker van ons blog en verzorgde ook de grafieken voor Bart zijn boek ‘Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering’.

De originele ‘wheelchair’ uit 2013

Jos noemde zijn interesse voor de klimaatwetenschap een ‘uit de hand gelopen hobby’. Die hobby liep zodanig uit de hand dat hij een dag minder ging werken om de wetenschappelijke literatuur bij te kunnen houden. Want al vond hij zichzelf geen expert, het moest wel kloppen wat hij zei. Dat deed het dan ook, zo goed als altijd. En als hij zich eens een keertje vergiste, dan was hij de eerste om dat ruiterlijk toe te geven. Maar met zijn toewijding en zorgvuldigheid was dat zelden nodig. Meerdere professionele klimaatwetenschappers prezen Jos om zijn wetenschappelijke inzicht en kennis. In feite was hij een wetenschapper in hart en nieren, alleen dan zonder er zijn beroep van te hebben gemaakt.

Afgelopen najaar liet Jos ons weten dat hij ziek was. Wat begon als een fysiek ongemak bleek het gevolg te zijn van een hersentumor. Al snel volgde het slechte nieuws dat genezing niet mogelijk was. Hij liet het ons op zijn bekende bescheiden, nuchtere en opgeruimde manier weten. Klagen zat niet in zijn aard. Hij nam het zoals het was en maakte er het beste van. Naar buiten, op de fiets en later wandelend, zolang dat nog ging. Hij bleef ook de wetenschap volgen, en onze onderlinge mailwisselingen. Werken achter de computer werd wel lastig, waardoor zijn inbreng minder werd. Maar, zo liet hij weten, we moesten hem vooral op de hoogte blijven houden.

Jos nam afscheid met een foto van het verre heelal, gemaakt door de James Webb telescoop: ‘daar waar nieuwe sterren geboren worden en wie weet mogelijk ook nieuw leven gevormd wordt. Ik heb nu alle rust gekregen om hier de komende miljoenen jaren eens op mijn gemakje naar te kijken 😊’.

We gaan Jos ontzettend missen. Maar het blijft nog steeds belangrijk om de wetenschap zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. We zullen ons best blijven doen, dat zijn we ‘m wel verschuldigd.

We wensen de familie, vrienden en kennissen van Jos veel sterkte.

Miljarden aan handel in gevaar door klimaatextremen die havens treffen

Gastblog door: dr. Jasper Verschuur, Oxford Programme for Sustainable Infrastructure Systems, Universiteit van Oxford

Foto: Quick PS, Unsplash

Meer dan US$122 miljard aan economische activiteiten en US$81 miljard aan internationale handel loopt gevaar door de gevolgen van klimaatextremen die havens kunnen treffen. Dit volgt uit ons onderzoek dat recent is gepubliceerd in het tijdschrift Nature Climate Change.

Volgens het onderzoek hebben zogenaamde systeemrisico’s – de risico’s die ontstaan door indirecte effecten binnen het wereldwijde netwerk van scheepvaart, handel en toeleveringsketens – invloed op havens en economieën over de hele wereld. Dit is zelfs het geval als lokale havens niet direct worden getroffen door klimaatextremen. Volgens onze studie is het risico aan jaarlijkse maritieme handel ongeveer US$81 miljard dollar, waarvan ongeveer 60% te wijten is aan indirecte effecten buiten de eigen jurisdictie van een land.

Delen van Noord-Europa, het westen van de Verenigde Staten, Zuid-Australië, het Midden-Oosten en West-Afrika worden naar verwachting in het bijzonder getroffen door dergelijke effecten, voornamelijk vanwege hun afhankelijkheid van havens in Oost-Azië. Dit is belangrijk omdat de risico’s als gevolg van buitenlandse afhankelijkheden van havens vaak over het hoofd worden gezien. Dit werd dramatisch zichtbaar toen vorig jaar de graan-exporterende havens in Oekraïne plotseling sloten als gevolg van de Russische invasie.

Lees verder

Berkeley Earth: het verhaal van een echte scepticus

Verandering van de gemiddelde wereldtemperatuur in juni volgens Berkeley Earth.

Onlangs publiceerde Berkeley Earth de maandelijkse update van hun dataset met temperatuurgegevens met de temperatuur van afgelopen juni. Het was de warmste juni sinds het begin van de metingen, 1850. De kans is groot dat dit jaar het warmste jaar uit de reeks zal worden. Zoals dat nu eenmaal gaat, leidde het bericht op Twitter tot een stortvloed aan verdachtmakingen, beledigingen en het oplepelen van het complete, al uitgebreid weerlegde pseudosceptische standaardrepertoire. Niks bijzonders, maar omdat het over Berkeley Earth gaat wel een beetje ironisch.

Natuurkundige Richard Muller begon in 2010 namelijk met wat toen het Berkeley Earth Surface Temperature (BEST) project werd genoemd, omdat hij de gegevens die er waren over het opwarmen van de aarde niet vertrouwde. Er waren destijds vier van die gegevensreeksen die metingen van de temperatuur aan het aardoppervlak van over de hele wereld combineerden tot een totaaloverzicht. De oudste was HadCRUT, ontstaan vanuit onderzoek in de jaren ‘80 van de Climatic Research Unit (CRU) van de Universiteit van East-Anglia. Daar hadden wetenschappers minutieus de gegevens van honderden weerstations van over de hele wereld doorgeplozen om de wereldwijde temperatuurveranderingen boven land vast te kunnen stellen. Daarna gingen ze aan de slag met metingen van de temperatuur van het oceaanoppervlak door scheepsbemanningen. Traditioneel werd die temperatuur gemeten door een emmer water uit zee te scheppen en daar een thermometer in te zetten. Later kwamen er ook schepen met een automatische temperatuurmeting bij de inlaat van het koelwater voor de motor. Een flinke klus om daar een consistent geheel van te maken, maar in 1986 was dat gelukt. Nog wat later, in 1989, konden ze hun dataset maandelijks actualiseren met meetgegevens van over de hele wereld.

Lees verder

Leiden alle wegen naar Parijs?

Gastblog van Mathieu Blondeel (VU Amsterdam)

Foto: US Department of Agriculture / Flickr (cc)

Sinds enkele jaren buitelen overheden, bedrijven, investeerders en anderen over elkaar om ‘net-zero’ (of netto-nuluitstoot) beloftes te maken. Ook heel wat fossiele energiereuzen, zoals Shell en BP, willen ten laatste tegen 2050 netto-nuluitstoot bereiken. Maar wat houdt zo’n net-zero strategie eigenlijk in? En, bovenal, voor grote olie- en gasconcerns rijst de vraag hoe deze beloftes te rijmen vallen met een bedrijfsstrategie die de verkoop van olie en gas prioriteit blijft geven? Dat is de basis van ons artikel ‘Do all roads lead to Paris?’, dat recent verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Climatic Change.

CO2 compensaties – een noodzakelijk kwaad?

Om deze vragen te beantwoorden, onderzocht ik samen met collega’s van de Kyoto en Tohoku universiteiten in Japan de net-zero strategie van vier olie- en gasbedrijven: Shell, BP, Chevron en ExxonMobil. Het resultaat is een unieke dataset die inzicht geeft in de haalbaarheid van claims van bedrijven als Shell om tegen 2050 CO2 neutraal te zijn.

Hun ‘net-zero’ claims houden in dat ze de CO2 emissies van hun productieactiviteiten, én die van de producten die ze verkopen, zo dicht mogelijk bij nul moeten brengen en alle resterende emissies moeten compenseren (‘offsetting’ in het Engels).[i] Voor die moeilijk uit te faseren, resterende emissies kan dan een ‘(carbon) credit’ gekocht worden voor elke ton CO2 die vermeden of uit de lucht gehaald wordt. Die credits zijn gelinkt aan een compensatieproject, zoals, bijvoorbeeld, bosbeheer in Brazilië of een windmolenproject in Turkije.

Lees verder

De mariene hittegolf in de Atlantische Oceaan

Temperatuurafwijking in de noordelijke Atlantische Oceaan op 4 juli. Screenshot van earth.nullschool.net.

Wie het klimaatnieuws een beetje volgt kan het onmogelijk zijn ontgaan: de noordelijke Atlantische Oceaan is al enkele maanden extreem warm. Eigenlijk kun je er als klimaatblogger niet omheen om hier iets over te schrijven. Maar wat? Het is een extreem dat door klimaatverandering extremer is gemaakt, zoveel is duidelijk. Heel veel meer valt er vanuit wetenschappelijke invalshoek niet over te zeggen. Nog niet. Je kunt eventueel nog een overzicht geven van factoren die naast de opwarming door stijgende broeikasgasconcentraties mee kunnen spelen. Dat overzicht is enkele weken geleden al geschreven door Erwin Lambert en Sybren Drijfhout voor het KNMI. Er wordt ongetwijfeld hard gezocht naar aanwijzingen die meer kunnen zeggen over de mate waarin die factoren bijdragen. Maar de eerste wetenschappelijke publicaties daarover zullen nog wel de nodige maanden op zich laten wachten. Goed onderzoek kost tijd. En het proces van peer review ook.

Temperatuurafwijking van de noordelijke Atlantische Oceaan op 3 juli, Bron: Climate Reanalyzer.
Lees verder