Klimaatverandering is van alle tijden

Klimaatverandering is niet iets dat alleen in de huidige tijd plaatsvindt. Het is van alle tijden zoals de dooddoener al aangeeft waar pseudosceptici soms mee aan komen zetten. De klimaatveranderingen van de afgelopen 66 miljoen jaar zijn in een artikel in Science van afgelopen september opnieuw voor het voetlicht gebracht. Ja, ik weet het, ik loop een beetje achter de feiten – eh artikelen – aan, maar het overzicht van Westerhold et al. is te mooi om zomaar te laten passeren.

De temperatuur van het verre verleden kan worden afgeleid uit de verhouding van zuurstofisotopen (zuurstof-18/zuurstof-16) zoals die voorkomen in het kalskelet van zeediertjes, de foraminiferen. Via boringen in de zeebodem kan men kalkskeletjes opdiepen van heel lang geleden. Hoe dieper, hoe ouder de laag en daarmee ook de ouderdom van de kalkskeletjes. Zo ontstaat een klimaattijdmachine in de vorm van restanten van dode zeediertjes. Westerhold en collega’s (waaronder prof. Lourens van de UU) hebben alle beschikbare data van eerdere onderzoeken opnieuw geanalyseerd, gedateerd en aangevuld met nieuwe gegevens om gaten die in de oudere data zaten zo goed mogelijk op te vullen. Het beeld van eerdere onderzoeken (zie bijv. Zachos 2001, Hansen 2013) gaat hiermee niet overboord, maar wordt wel uitgebreid op detailniveau. In figuur 1 hieronder is het gevonden temperatuurverloop weergegeven, aangevuld mogelijke toekomstige temperaturen volgens IPCC-scenario’s.

Figuur 1. Het temperatuurverloop van de afgelopen 66 miljoen jaar, aangevuld met temperatuurreconstructies van de afgelopen 20.000 jaar en de temperatuurprojecties volgens enkele IPCC-scenario’s. Bovenaan de geologische tijdperken en de verdeling in klimaatmodi (Warmhouse – Hothouse – Coolhouse – Icehouse) van Westerhold et al.. Onderaan een schatting van de atmosferische CO2-concentratie. De rode lijn daarin, bij ca. 600 ppm, geeft de grenswaarde aan waarbij tijdens de overgang van het Eoceen naar het Oligoceen de ijskappen werden gevormd. Bron: Westerhold et al. figuur S34.


De onderzoekers schatten dat de nieuwe dataset (genaamd CENOGRID) in het eerste gedeelte van de reconstructie een nauwkeurigheid qua tijd heeft van ±100.000 jaar (Paleoceen en Eoceen), ±50.000 jaar voor het middenstuk (Oligoceen tot midden Mioceen) en circa ±10.000 jaar voor het laatste stuk. Ze hebben statistische technieken (Recurrence Analysis) op de dataset losgelaten en daarmee enkele duidelijk verschillende klimaatmodi – perioden met min of meer overeenkomstige klimaatomstandigheden – gevonden. Deze klimaatmodi worden aangeduid met de termen Hothouse, Warmhouse, Coolhouse en Icehouse. Zie ook de gekleurde balken aan de bovenkant van figuur 1.

Het eerste gedeelte van de afgelopen 66 miljoen jaar bevond de aarde zich in een warme toestand, deze eindigde 34 miljoen jaar geleden. De heetste periode daarin, het Hothouse, begon 56 miljoen jaar geleden en eindigde 47 miljoen jaar geleden. 56 Miljoen jaar terug begon het PETM, het Paleocene-Eocene Thermal Maximum, een relatief korte periode met een forse temperatuurstijging en oceaanverzuring. Het PETM is zichtbaar als een scherpe korte piek in de temperatuurreconstructie. Tijdens het PETM steeg de gemiddelde temperatuur op aarde in enkele duizenden jaren met zo’n 5 °C. Na de overgang van het Eoceen naar het Oligoceen 34 miljoen jaar geleden, groeiden de ijskappen, eerst op Antarctica en later ook op het Noordelijk Halfrond. Het werd kouder op aarde. De koudste periode in die 66 miljoen jaar, met daarin het komen en gaan van de ijstijden, begon ongeveer halverwege het Plioceen circa 3,3 miljoen jaar geleden.

De verschillende klimaatmodi volgen uit een zogenaamd “recurrence plot”. Daar had ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord (deze pdf geeft enige uitleg, zie bijv. figuur 2.1 of deze wiki-pagina). De naam zegt het grotendeels al, een herhalingsplot visualiseert mogelijke periodiciteiten in de data. Ik pretendeer zeker niet dat ik helemaal begrijp, maar het herhalingsplot van de δ18O-data (een maat voor de verhouding van de twee zuurstofisotopen) van de afgelopen 66 miljoen jaar is bijzonder mooi, zie figuur 2. De overgangen van de ene klimaatmodus naar de andere zijn daarin duidelijk zichtbaar.

Figuur 2. Herhalingsplot van de δ18O-data van de afgelopen 66 miljoen jaar. Dit hebben Westerhold et al. gebruikt om de klimaatmodi te identificeren. Bron: Figuur 2B van Westerhold et al.

Het ontstaan van ijskappen op onze planeet heeft volgens Westerhold et al. een grote invloed op de dynamiek van het klimaat. Zij geven aan dat in de koudere perioden met de aanwezigheid van landijs het klimaat zich grilliger en veranderlijker gedraagt dan in de warmere perioden zonder ijskappen. Of om de woorden van co-auteur James Zachos te gebruiken: “In an extreme greenhouse world with no ice, there won’t be any feedbacks involving the ice sheets, and that changes the dynamics of the climate.”.

Enige voorzichtigheid is volgens Westerhold et al. geboden bij het vergelijken van het huidige klimaat met klimaten uit het verleden. Dit omdat forceringen en terugkoppelingen niet lineair zijn. Duidelijk is echter wel dat de vooralsnog almaar stijgende CO2-concentratie en de daaraan gerelateerde temperatuurstijging ons in een relatief korte periode mogelijk een klimaat kunnen bezorgen dat de aarde miljoenen jaren niet meer heeft gezien. Klimaatverandering is inderdaad van alle tijden en volgens Richard Alley is dat op zich al een bewijs dat het klimaat veranderd kan worden. Ook door de mens.

29 Reacties op “Klimaatverandering is van alle tijden

  1. Vorige week een hele goede documentaire op Canvas over de rol van de olie industrie bij het ter discussie stellen van de opwarming van de aarde.
    Zo hebben ze al vanaf 1988 de discussie instant weten te houden en lopen we nu achter de feiten aan.

  2. Sjouke Kingma

    Die documentaire werd ook al getipt door Mark Dom, beheerder van de facebookpagina “Klimaatopwarming, de feiten zonder de franjes”. Via deze link is de documentaire online te zien:
    https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/the-campaign-against-the-climate/2020/the-campaign-against-the-climate

  3. Pieter Ypeij

    typisch dat gedurende een periode van 66 miljoen jaar alleen naar de CO2 concentratie wordt gekeken en niet naar de zonne-activiteit en de activiteit van vulkanen. Dat alleen CO2 de boosdoener is kan bij mij er niet in. Het feit dat er erg veel energie verbruikt wordt door de mens wat uiteraard sterk correleert met het gebruik van fossiele brandstoffen wil m.i. niet perse zeggen dat CO2 de boosdoener is. Ook als we net zoveel energie verbruiken zonder de fossiele brandstoffen zal de aarde opwarmen door dat energie gebruik.

  4. Beste Pieter Ypeij,

    Zoals in het blogstuk al staat:

    … dat de nieuwe dataset (genaamd CENOGRID) in het eerste gedeelte van de reconstructie een nauwkeurigheid qua tijd heeft van ±100.000 jaar (Paleoceen en Eoceen), ±50.000 jaar voor het middenstuk (Oligoceen tot midden Mioceen) en circa ±10.000 jaar voor het laatste stuk.

    Deze publicatie en de nieuwe dataset waar het over gaat, heeft een ‘resolutie’ van 100.000 á 10.000 jaar langs de horizontale as. Op een dergelijke tijdschaal kan je (de effecten van) variaties in vulkanisme en zonne-activiteit niet zien — die variëren vooral op tijdschalen van tientallen jaren tot enkele honderden jaren. Er zijn andere datasets, bijv. over het Holoceen, die wél een dergelijk hoge resolutie hebben.

    NIEMAND beweert dat alléén CO2 effect heeft op het klimaat. Echter, de variaties in vulkanische aerosolen én in zonnesterkte beïnvloeden het klimaat, in essentie, op dezelfde wijze als variaties in broeikasgassen (zoals CO2):

    – door de stralingsbalans te veranderen.

    In het geval van extra vulkanische aerosolen wordt het binnenkomende kortgolvige zonlicht afgeknepen (op tijdschalen van jaren tot decennia). In het geval van extra CO2 wordt de uitgaande langgolvige warmtestraling (infrarood) afgeknepen.

    Allebei beïnvloedt het de stralingsbalans. De effecten van zowel vulkanische aerosolen als van zonnesterkte ondersteunen daarmee de centrale rol van de stralingsbalans — en de fysica toont onontkoombaar aan dat CO2 diezelfde stralingsbalans aanzienlijk beïnvloedt.

    Kijk je nu bijvoorbeeld naar de periode sinds 1750 (en vooral sinds 1950) dan zie je dat de hoeveelheid (koelende) aerosolen juist toegenomen is. Tegelijk piekte de zonnesterkte rond 1958 maar deze is daarna gedaald. Over de afgelopen twee zonnecycli is de zonne-activiteit zelfs sterk afgenomen… Tegelijkertijd zie je aanzienlijke opwarming! Het IPCC neemt dan ook wel degelijk de (koelende) effecten van extra vulkanisme én van de variaties in zonnesterkte mee, bijvoorbeeld:

    Onder ‘Solar’ zie je de variatie in zonnesterkte en het effect van ‘Volcanic’ aerosolen is heel duidelijk te zien.

  5. Beste Jos,

    Ik begrijp heel goed dat je je bezorgdheid wil uitdragen, ik denk ook wel dat deze terecht is, maar ook hier worden wederom feiten en opinie door elkaar gebruikt. Het linker deel van de grafiek laat een gemiddelde temperatuur anomalie zien per miljoen jaar, het tweede deel per duizend jaar en het laatste deel per vijftig jaar ( per streepje). Als je het objectief en geloofwaardig en wetenschappelijk correct wil doen moet je de tijdassen gelijk houden en overal middelen over de zelfde periode. Deze grafiek zegt dus in het geheel niets.

  6. Beste Fulco,

    Deze grafiek uit de wetenschappelijke publicatie van Westerhold et al., zoomt expres in op de verschillende tijdschalen waar er een hogere resolutie langs de tijd-as beschikbaar is:

    https://science.sciencemag.org/content/369/6509/1383

    Over het 2e en 3e deel is er meer gedetailleerde data. Als je die zou comprimeren tot de tijdschaal van één datapunt per 100.000 jaar (zoals in 1ste deel van de grafiek) … dan zou je alleen een verticaal streepje zien aan het einde v/d grafiek.

    Het is dus NIET Jos die daarvoor kiest. De grafiek komt regelrecht uit de wetenschappelijke publicatie.

    Het is wél “objectief”. Het inzoomen op de meer recente delen van de datasets staat expliciet in de omschrijving en is gedaan om de grotere resolutie in recente delen volledig weer te geven. Zoals al gezegd: anders zou je alleen een verticaal streepje zien over de laatste 250 jaar – gecomprimeerd op de tijdschaal van één datapunt per 100.000 jaar zoals in het linkerdeel van de grafiek.

    De grafiek zegt dus juist heel veel. Het is glashelder dat dit een méér correcte weergave is dan alle beschikbare resolutie, in het latere deel van de datasets, achterwege te laten.

  7. Hans Custers

    Post hoc zinloze regeltjes verzinnen waar een grafiek aan zou moeten voldoen, om een gelegenheidsargument te hebben om een wetenschappelijk onderzoek te bekritiseren, dat is het punt waarop de objectiviteit verdwijnt. En wetenschap wordt vervangen door opinie.

    De verschillende tijdschalen zijn op vier (4!) manieren aangegeven: in het onderschrift bij de grafiek, in het bijschrift bij de x-as, in de schaalverdeling van de x-as én visueel in de grafiek zelf. Er is werkelijk helemaal niks mis met die grafiek. Je moet wel heel erg je best doen om dat allemaal niet te zien en tot de conclusie te komen dat die grafiek niets zegt.

  8. @Fulco

    Het linker deel van de grafiek laat een gemiddelde temperatuur anomalie zien per miljoen jaar, het tweede deel per duizend jaar en het laatste deel per vijftig jaar ( per streepje).

    Bob en Hans wezen je er al op dat het verschil in schaalverdeling meer dan duidelijk aangegeven is in de grafiek van Westerhold et al.. Het laatste deel van de grafiek gaat inderdaad over een paar honderd jaar. Echter, als de mensheid niet actief CO2 uit de atmosfeer zal halen, duurt het meer dan honderdduizend jaar voordat het door ons mensen geproduceerde CO2 weer opgenomen is door het aardsysteem (zie IPCC AR5 box 6.1). Het gevolg daarvan is dat ook de temperatuur tienduizenden jaren hoger zal zijn dan voor de industriële revolutie. Zie hieronder bijv. de grafiek van Clark et al. 2016 waar dat zichtbaar is gemaakt. Meer daarover in:
    https://klimaatveranda.nl/2016/02/14/de-verreikende-menselijke-invloed-op-het-klimaat/
    Als iemand over een miljoen jaar of zo nogmaals een dergelijke grafiek als die van Westerhold maakt, zal de invloed van de mens op het klimaat waarschijnlijk ook zichtbaar zijn zoals nu het PETM zichtbaar is.

  9. Figuur 1 is hoogst interessant. het laat zien hoe de Aarde op een hoogst merkwaardige manier verschrikkelijk veel afkoelt. Hoe heeft zoiets kunnen gebeuren. De mens speelde uiteraard geen enkele rol hierin. Er waren nog helemaal geen mensen. Wat bracht dan zo’n extreme afkoeling teweeg. En waar zou de Aarde geëindigd zijn als de mens toen hij eenmaal wist hoe de boel op stelten te zetten opeens in no-time deze trend van afkoeling die al miljoenen jaren bezig was zo simpel wist om te keren. Als je deze vraag op een bevredigende manier kunt beantwoorden kan de Nobelprijs voor natuurkunde je nauwelijks meer ontgaan. Helaas ben ik geen wetenschapper slechts vebaast.

  10. lieuwe hamburg

    @Raymond

    Volgens mij is dat te verklaren met de ‘wandeling’ van landmassa’s en het ontstaan van ijstijden. Kom maar op met die Nobelprijs😀

  11. Beste Raymond,

    … veel afkoelt. Hoe heeft zoiets kunnen gebeuren. De mens speelde uiteraard geen enkele rol hierin. Er waren nog helemaal geen mensen. Wat bracht dan zo’n extreme afkoeling teweeg.

    Dat staat ook in Figuur 1, in het deel helemaal onderaan. Je ziet daar de trage, geleidelijke daling van de concentratie van CO2 in de dampkring:

    – van ca. 512 en meer dan 1024 ppm tijdens Eoceen en Oligoceen;
    – naar ca. 256 ppm tijdens het Pleistoceen en Holoceen (nu).

    Anders gezegd: de gemiddelde CO2-concentratie is gedaald van ruwweg 4 x de pre-industriële waarde naar 180 ppm (laatste ijstijden) en 278 ppm (tijdens ons interglaciaal). Dit is de voornaamste oorzaak van de structurele afkoeling over de afgelopen 66 miljoen jaar.

    ‘Continental drift’ speelt een rol op die tijdschaal, maar op zichzelf niet genoeg om dit te verklaren. Wat er gebeurt zijn langzame veranderingen in de geochemie (o.a. door de verplaatsing van de continenten) die leiden tot méér vastlegging van CO2 (koolstof) door de ‘langzame’ geochemische koolstofcyclus. Dan blijft er geleidelijk minder CO2 in de dampkring. Mondiaal betekent dit afkoeling, versterkt door de vorming van reflecterende ijskappen.

    Uiteraard doen wij mensen nu ons best om — in geologisch gezien een krankjorum korte tijd — die CO2-concentratie weer boven ca. 1024 ppm te brengen…

  12. lieuwe hamburg

    Doe dan maar een kleine (eervolle) vermelding.

  13. 😉

  14. De temperatuur anomalie van de Aarde was 50 mln jaar geleden plus 14 graden. O mln geleden, dat is het einde van de as die miljoenen jaren weergeeft, was dit gedaald tot min 4 graden. Dat is een daling van 18 graad Celsius. De gemiddelde temperatuur is vandaag de dag ca. 15 graad Celsius. 50 mln jaar geleden was het dus 29 graad Celsius. Is het werkelijk zo vreemd om dit merkwaardig te noemen en te stellen dat dit iets is dat best wel wat beter verklaard mag worden. Het is erg minimalistisch om te stellen dat landmassa’s verplaatsen en er een ijstijd is geweest en dat het CO2 gehalte gedaald blijkt te zijn als je goed kijkt naar de schaal onder de grafiek van de temperatuur anomalie. Het zou geen slecht idee zijn om de data anders weer te geven. De ij-as temperatuur anomalie en de x-as de log van de CO2 waarden. Dan zou het misschien iets beter duidelijk worden dat je blijkbaar de verandering grotendeels nagenoeg volledig kunt verklaren vanuit een sterk verminderd broeikaseffect. Dit kan heel goed het geval zijn. Ik ben geen wetenschapper daardoor vallen mij dingen op die een ander die blijkbaar wel een wetenschapper is niet meer over verbazen kan.

  15. Beste Raymond,

    Je komt alleen op “18 graad Celsius” verschil als je het uiterste maximum van het ‘Hothouse’ neemt in vergelijking met het uiterste minimum, tijdens de laatste ijstijden (ca. 4 graden kouder dan onze pre-industriële temperaturen).

    Ja, het is een groot verschil. Vergeet echter niet dat de CO2-concentratie tijdens het dieptepunt van de laatste ijstijd ca. 180 ppm was en, tijdens dat ‘Hothouse’, opliep tot ver boven de 1000 ppm en zelfs de 2000 ppm aantikte. Dit alles volgens de koolstofisotopen in de studie: de benthic foraminifer carbon (δ13C).

    Van 180 ppm naar ca. 2000 ppm zijn 3,5 verdubbelingen van de CO2-concentratie. Dat zou dan duiden op een klimaatgevoeligheid van 18 graden Celsius / 3,5 = ca. 5 graden per verdubbeling CO2.

    Dat is veel, maar het betreft dan *niet* de gebruikelijke ECS maar de lange-termijn ‘Earth System Sensitivity’. Er zijn vele paleoklimatologische onderzoekspublicaties die op een vergelijkbare ESS klimaatgevoeligheid uitkomen.

    Het zou geen slecht idee zijn om de data anders weer te geven. De ij-as temperatuur anomalie en de x-as de log van de CO2 waarden.

    Als je de volledige studie leest (en de Supplementary Data) dan staan daar nog veel meer grafieken in. Het thema van deze specifieke studie is vooral dat er meerdere ‘regimes’ of ‘modi’ te onderkennen zijn, elk met een eigen klimaatgevoeligheid. Dat die waarden zo clusteren, suggereert dat er telkens weer iets andere klimatologische processen de overhand hebben — afhankelijk van of je in de Hothouse, Warmhouse, Coolhouse of Icehouse modus zou zitten.

  16. Een voorbeeld waarbij langs de y-as een indicatie v/d temperatuur is uitgezet en langs de x-as de CO2-waarden, is Figure 2D:

    Even dubbelklikken voor grotere weergave. De vier of vijf ‘climate states’ staan in dezelfde kleuren aangegeven als in Figuur 1 hierboven. Een grotere δ18O isotopen-verhouding betekent een lagere temperatuur.

    Wat je ziet is dat *binnen* elk van de vier of vijf ‘climate states’, het klimaat weer anders reageert op veranderingen in de CO2-concentratie (en op de baanvariaties van de Aarde rond de zon). Het onderschrift bij Figure 2D vermeldt onder meer:

    … Four distinct climate states can be identified as Hothouse, Warmhouse, Coolhouse, and Icehouse with distinct transitions among them. The relation of oxygen isotopes, representative for average global temperature trends, to atmospheric CO2 concentrations suggests that the present climate system as of today [415 parts per million (ppm) CO2] is comparable to the Miocene Coolhouse close to the MCO. If CO2 emissions continue unmitigated until 2100, as assumed for the RCP8.5 scenario, Earth’s climate system will be moved abruptly from the Icehouse into the Warmhouse or even Hothouse climate state. LGM, Last Glacial Maximum; MECO, Middle Eocene Climate Optimum; PETM, Paleocene/Eocene Thermal Maximum.

    Een populair kritiekpunt is tegenwoordig om dan te roepen: “Maar het is steeds onwaarschijnlijker dat we werkelijk het RCP8.5 emissie-scenario gaan volgen!” Dat is waar, maar dat is nou juist een *gevolg* van het klimaatbeleid en van de ontwikkeling van hernieuwbare energie.

    Ook als we nu niet RCP8.5 zouden gaan volgen en het afgesproken beleid uitvoeren… liggen dergelijke CO2-concentraties nog niet buiten bereik, echter misschien pas einde 22ste eeuw bij wijze van voorbeeld.

  17. Hans Custers

    Raymond,

    Je zou Bart zijn boek eens kunnen lezen. Daar wordt dit wat meer in detail behandeld. De verschillende links in het stuk van Jos zouden je ook op weg kunnen helpen.

    De antwoorden die je hier krijgt zijn de hoofdlijnen. We kunnen nu eenmaal niet zo eventjes de hele wetenschap tot in elk detail op een presenteerblaadje aanbieden. Daar is die wetenschap veel te uitgebreid voor.

  18. Bedankt voor de informatie.

  19. Jos,
    Bij eerste lezing van je artikel-bespreking vroeg ik me af wat het nut c.q. gebruikswaarde is van dergelijke ‘anamnese’ van het klimaatsysteem. Bij tweede, nauwkeuriger, lezing kwam het antwoord onder je link naar co-auteur James Zachos:

    “The climate can become unstable when it’s nearing one of these transitions, and we see more deterministic responses to orbital forcing, so that’s something we would like to better understand.
    The new climate record provides a valuable framework for many areas of research […] It is not only useful for testing climate models, but also for geophysicists studying different aspects of Earth dynamics and paleontologists studying how changing environments drive the evolution of species.”

    Als wetenschapstheoretische en -historische adept vind ik het een fascinerend onderzoek en een fraai voorbeeld van het wetenschappelijke bedrijf als een co-operatie: collectief bijeen sprokkelen van antwoorden op vragen. Over democratie gesproken 😎
    Hoe dan ook, het is de zoveelste bewijslijn dat de *ratio* CO2 concentratie / globale temperatuur een geohistorische constante is. Nog maar 6 jaar geleden worstelden NL academici van enige naam en faam (A. Rörsch, G. Koomen) met de zogeheten ‘attributie-vraag’. Die vraag is inmiddels wel beantwoord.

  20. Hans Custers

    Goff,

    Ik wilt toch even kwijt dat dit ook gewoon ontzettend interessant is. Ongeacht of het nut heeft. Geologen, paleontologen en andere wetenschappers hebben hier eeuwen op zitten puzzelen. En dit is het resultaat.

  21. Bob en Jos,

    Als je een miljoen jaar opdeelt in periodes van 50 jaar en dan voor elke periode van 50 jaar de gemiddelde temperatuur uitrekend dan dien je in de gecomprimeerde grafiek een bar op te nemen die de spreiding weergeeft.
    Dus nu is mijn vraag: stelt de bar in de getoonde grafiek de onzekerheid in het gemiddelde voor of de spreiding van de 50-jaars gemiddelde temparatuur ?

  22. Fulco,

    Waar staat dat een miljoen jaar opgedeeld is in perioden van 50 jaar? Waar staat dat voor elke 50 jaar “de gemiddelde temperatuur” uitgerekend is?

    stelt de bar in de getoonde grafiek …

    Over welke ‘bar’ heb je het? Een tiki-bar, een juice-bar of een yogurt-bar? 🙂

  23. @Fulco

    Ik snap je vraag ook niet.

    De grafiek in figuur 1 is afkomstig uit de “supplementary materials”. In het onderschrift staat welke grafiek, namelijk S34. Zie de tekst in het supplement. Misschien kun je daarin met wat leeswerk het antwoord op je vraag vinden.
    https://science.sciencemag.org/content/suppl/2020/09/09/369.6509.1383.DC1

  24. lieuwe hamburg

    @Fulco,

    https://www.greelane.com/nl/science-tech-math/wiskunde/what-is-a-bar-graph-3126357/

    Hoe is het mogelijk om een vraag te stellen over de spreiding van de gemiddelde temperatuur van 50 jaar als je een grafiek voorgeschoteld krijgt van vele miljoenen jaren. Zoiets is net als de vraag: hoe laat ging je naar bed op 17 april 1988? 22.33 uur of 22.34? Het is bijna ongelofelijk dat we nu met een grote nauwkeurigheid de Milankovic-parameters veel verder terug in de tijd kunnen aantonen.

  25. Hans,
    “…dat dit ook gewoon ontzettend interessant is. Ongeacht of het nut heeft.”

    Interessante opmerking.
    Wetenschappelijke vondsten zijn m.i. enkel en alleen interessant als ze relevant zijn, d.w.z. nuttig zijn voor nader onderzoek. Daarmee pleit ik *niet* voor enige vorm van utilitarisme o.i.d. in de wetenschap. Ik constateer enkel dat ‘interessant’ en ‘relevant’ en ’nuttig’ epistemologisch synoniem zijn. Kennis, kennisvergaring en kennisuitbreiding zijn fundamenteel waarden-gedreven. Je opmerking dat ‘…Dit ook gewoon ontzettend interessant is’ gaat daar m.i. aan voorbij.

    P.s. volgens de spelregels hoort bovenstaande thuis in Open Discussie. Eventuele reactie zie ik daar tegemoet.

  26. Hans Custers

    Goff,

    Ik antwoord toch even hier, want ik vind het wel on topic.

    Wat dit specifieke onderzoek concreet bijdraagt aan de wetenschap is een verbeterde methode om op basis van fossiele kalkskeletjes het klimaat te reconstrueren. Een betere techniek dus, met als resultaat een nauwkeuriger reconstructie. Ingaan op de details wordt een heel technisch verhaal en ik heb me onvoldoende in dit specifieke onderzoek verdiept om die helemaal te doorgronden.

    Maar in bredere zin denk ik dat onderzoek naar het verre verleden van de aarde, zoals dat al eeuwen wordt gedaan door bijvoorbeeld geologen en paleontologen, vooral wordt gedreven door pure nieuwsgierigheid. De ‘anamnese van het klimaatsysteem’ zoals jij het omschreef heeft dan niet noodzakelijk een doel, maar het is het doel.

  27. Hans,
    “…onderzoek naar het verre verleden van de aarde, zoals dat al eeuwen wordt gedaan door bijvoorbeeld geologen en paleontologen, vooral wordt gedreven door pure nieuwsgierigheid.”

    Tja, nieuwsgierig is iedereen. Wat de wetenschapper onderscheidt van de nieuwsgierige is zijn opmerkzaamheid. Dat zijn twee totaal verschillende dingen. Ik weet het, de romantische volksmond zegt dat je voor het bedrijven van wetenschap nieuwsgierig moet zijn. Dat is onzin, wetenschappers zijn *opmerkzaam* en dat is totaal iets anders dan nieuwsgierigheid.

    Je zegt “De ‘anamnese van het klimaatsysteem’ zoals jij het omschreef heeft dan niet noodzakelijk een doel, maar het is het doel.” Wiens doel?

  28. Hans Custers

    Goff,

    Opmerkzaamheid en nieuwsgierigheid zijn inderdaad verschillende dingen. Maar ze sluiten elkaar helemaal niet uit. Ik heb ook nergens beweerd dat die nieuwsgierigheid onderscheidend zou zijn voor wetenschappers. Ik noemde het een drijfveer, dat is iets heel anders.

    En het antwoord op je slotvraag: het doel van de wetenschappers die zich ermee bezighouden.

  29. lieuwe hamburg

    Fulco,

    “Dus nu is mijn vraag: stelt de bar in de getoonde grafiek de onzekerheid in het gemiddelde voor of de spreiding van de 50-jaars gemiddelde temparatuur ?”

    Nee, in de grafiek gaat de temperatuur meer dan 60 miljoen jaar terug in de tijd. Het is vrijwel onmogelijk om in die grafiek het 50-jaars gemiddelde te tonen. Het zou een diepe V opleveren aan de rechterzijde. De linkerzijde zou zodanig gecomprimeerd moeten worden dat aan de rechterzijde zoiets ontstaat zoals een diep decolleté. Zeker als je door het midden een verticale streep trekt.🤣 temparatuur😢

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s