Tagarchief: klimaatverandering

Een Lomborgiaanse blik op wetenschap

Deze ingezonden brief in de Metro van 4 juli deed me sterk aan Lomborg denken, hoewel het niet over klimaatverandering gaat, maar over het Higgs deeltje:

In de krant van gisteren las ik een stukje over de ontdekking van het zogenaamde goddeeltje en de kosten die daarmee zijn gemaakt. Waarom moeten er miljarden euro’s worden gespendeerd aan onderzoek over waarom iets massa heeft en het ontstaan van het universum? Hebben deze mensen niets beters te doen? Ga een leuke hobby zoeken! Dat vind ik trouwens ook van onderzoek naar water op Mars of welke planeet dan ook. Wij kunnen daar toch niet leven. Er gaan elke dag duizenden mensen dood aan honger en dorst. Doe onderzoek om dat tegen te gaan.

De brievenschrijver gebruikt dezelfde drogredenering als Lomborg: Twee zaken met elkaar vergelijken die eigenlijk nauwelijks iets met elkaar te maken hebben, en dan stellen dat we het een niet moeten doen omdat het andere belangrijker is. Daarnaast worden zaken, die pas op lange termijn zichtbare vruchten afwerpen, stelselmatig onderschat. Met andere woorden, een korte termijn tunnel visie.

Met eenzelfde redenering zou je kunnen stellen dat we geen geld aan onderwijs (of zorg, of defensie, of wegenbouw, of waterkeringen, of technologische innovatie, of CO2 reducerende maatregelen, of cultuur, of fundamenteel onderzoek, of het redden van banken, of wat dan ook) moeten besteden, want dat geld kan beter aan armoedebestrijding (of welk ander hoogstaand doel dat door iedereen wordt onderschreven) worden uitgegeven. In bijna alle gevallen wordt deze redenering echter primair opgezet om de zogenaamd “nutteloze” activiteit te bagatelliseren, en niet om daadwerkelijk bij te dragen aan het breed gedragen hoogstaande doel. Waarom zouden ze anders stelselmatig net dat ene stokpaardje steeds aanvallen (emissiereductie bij Lomborg; fundamenteel onderzoek bij deze brievenschrijver), en niet al die andere potentiele bestedingen/activiteiten?

Er wordt een vals dilemma opgezet, een beetje als het dwingen van een kind om te kiezen tussen de vader en de moeder.

Over de korte termijn visie van Lomborg schreef ik eerder:

Zijn redenering doet me denken aan de spreuk “morgen gaan we sparen”, die in veel huishoudens aan de muur hangt. Wat een mooi voornemen, elke dag weer!

Het probleem met CO2 is enerzijds dat een groot deel ervan honderden jaren in de atmosfeer verblijft, en anderzijds dat het klimaat traag reageert op veranderingen in de broeikasgasconcentratie. Deze combinatie zorgt ervoor dat ongebreidelde uitstoot van meer CO2 tot grote risico’s leidt voor het toekomstige klimaat. In Lomborg’s analyse wordt dit stelselmatig over het hoofd gezien.

Als grote veranderingen, zoals het smelten van grote massa’s landijs, eenmaal in gang zijn gezet door toedoen van een te hoge concentratie aan broeikasgassen, zijn ze niet zomaar omkeerbaar. Het uitstellen (afstellen…?) van emissiereductie gaat met grote risico’s gepaard voor de toekomst.

Risico’s die pas in de verre toekomst plaatsvinden worden vaak onderschat, en men getroost zich meestal niet veel moeite om die risico’s te beperken. Neem roken: Stoppen met die ‘fijne’ gewoonte is voor velen blijkbaar een te grote prijs om toekomstige gezondheidsrisico’s te beperken. Daarnaast is het verslavend natuurlijk. Net als ons hoge energieverbruik blijkbaar. In tegenstelling tot roken wordt het actief beperken van klimaatrisico’s ook nog gecompliceerd door de zogenaamde ‘tragedy of the commons’, waar Lomborg dankbaar misbruik van maakt in zijn argumentatie.

Ook in De Staat van het Klimaat 2010 werd aandacht besteed aan de redenering van Lomborg (eind van hoofdstuk 2 over het (publieke) klimaatdebat; gratis te downloaden als pdf. Disclaimer: Ik was mede-auteur), met als centrale punt dat de waarde die men hecht aan mitigatie maatregelen “vooral afhangt van het belang dat wordt gehecht aan de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties”. Dat is een inherent ethische afweging die in economische kosten-baten analyses meestal achter de aangenomen waarde van de discount rate verscholen blijft.

Daarnaast wordt het vaak voorgesteld als een opoffering die wij ons al dan niet zouden moeten getroosten voor toekomstige generaties, terwijl het in feite gaat over het opruimen van de door ons veroorzaakte rommel. Dat doet me denken aan de tekst die in de koffiekamer hing bij York University:

Your mum doesn’t live here, clean up after yourself!

Zou Björn nog bij z’n moeder wonen vraag ik me wel eens af?

Zin en onzin in het klimaatdebat onderscheiden

Een fantastisch stuk in HP/De Tijd van Mark Traa (22 februari, abonnement vereist):

Klimaatkunde of klimaatkul?

Kort geleden laaide de discussie over de opwarming van de aarde weer op door een artikel van geleerde klimaatsceptici in The Wall Street Journal. Voor de argeloze burger is het amper nog te volgen: warmt de aarde nu op door de mens of niet? Tijd voor een ‘bullshitdetector’ om zin en onzin in het klimaatdebat te scheiden.

Lees verder

Feitenvrije journalistiek, nu ook in Nederland

In het NRC heeft afgelopen paar weken een flinke klimaatdiscussie gewoed, naar aanleiding van de feitenvrije column van Thierry Baudet. Nu komt de volkskrant met een vertaling van een stuk dat in het Wall Street Journal was gepubliceerd door 16 wetenschappers van divers pluimage. Hier was op gereageerd door een paar dozijn klimaatwetenschappers. Ook op SkepticalScience worden de in het stuk genoemde argumenten kritisch bekeken.

Simon Donner, een van de ondertekenaars van de reactie op het WSJ stuk, heeft een goed leesbaar stukje op Planet3. Hij argumenteert dat je met een vraag over complexe materie het beste een expert raadpleegt. Sommigen noemen dat een ‘argument from authority’; ik noem het basale logica. Net zo logisch als dat je voor een lekkende kraan een loodgieter raadpleegt en voor je belastingaangifte een accountant, in plaats van andersom. Skeptico zegt het als volgt:

It isn’t necessarily fallacious to consider that thousands of climate scientists writing in peer reviewed journals might know more than you do about such a complex subject.

Martijn van Calmthout (chef wetenschap van de Volkskrant) schrijft op zijn nieuwe blog over het WSJ stuk:

Het stuk van Lindzen en zijn vrienden (onder wie oud-KNMI onderzoeksdirecteur Henk Tennekes) is geen opiniestuk, maar een kletsverhaal, dat er op speculeert dat de lezer eigenlijk van toeten noch blazen weet. Wat grosso modo natuurlijk ook zo is.

Misschien wordt een vertaling van de reactie ook nog  in de volkskrant geplaatsts? Beter ware het echter geweest om een dergelijk ‘kletsverhaal’, vol met onjuistheden en misleidingen, gewoon niet te publiceren. Het zet de lezer compleet op het verkeerde been, door een heel wetenschapsgebied te verdraaien en zwart te maken. Zoals ik eerder schreef:

In het publieke debat pleit ik ervoor dat de microfoons en schrijfruimte enigszins evenredig worden verdeeld met hoe de wetenschappelijke opinies erover zijn verdeeld. We lezen ten slotte toch ook niet iedere dag in de krant dat roken helemaal niet schadelijk is voor de gezondheid?

Maar het kan natuurlijk nog slechter. Lees bijvoorbeeld dit stukje in de Telegraaf van 3 februari:

Heeft u het ook zo warm? Met de opwarming van de aarde valt het dezer dagen fors tegen. Of ziet u dit weer als voorbode van een tropisch klimaat?

Zijn we nu op weg naar een onomkeerbare opwarming van de aarde of dient zich intussen nog even een verkoelende mini-ijstijd aan?

Van de progressieve opwarmingspolitici hoor ik dezer dagen maar weinig: deze groene evangelisten hebben zich wijselijk even teruggetrokken in hun weerhuisje. Hebben we te maken met een opwarmend klimaat en een groene beweging die ons voor een aardramp wil behoeden? Of hebben wij te doen met oververhitte werkgelegenheidsduivels, die ons aflaten verkopen voor milieuzonden die uit de gebakken vrieslucht zijn gegrepen?

Ons worden verdachte producten voorgeschreven en uiteraard torenhoge milieubelastingen. Terwijl burgers doodvriezen zitten onze politici er dankzij hun zelfbedachte klimaatsprookje warmpjes bij.

Gelooft u nog in de opwarming? Of vermoedt u gore leugens?

En dit is de meest populaire krant van Nederland: Insinueren dat een heel wetenschapsgebied een ‘gore leugen’ is. Ik heb een korte reactie achtergelaten:

Uit een aantal koude dagen in West Europa (het lokale weer) kan natuurlijk niets worden afgeleid over een eventuele opwarming van de aarde (het globale klimaat).

Om iets over klimaat te zeggen, moet je over meerdere decennia kijken, en dan is het ontegenzeggelijk opgewarmd.

Eigenlijk is het zo moeilijk niet. Maar soms lijkt het erop alsof mensen het niet willen begrijpen. En daar kan geen wetenschap tegen op.

Reactie op klimaatsceptische column Thierry Baudet in NRC

Thierry Baudet had afgelopen vrijdag een column in het NRC waarin hij de ernst van klimaatverandering bagatelliseerde. Omdat er duizend jaar geleden wijn werd verbouwd in Engeland is er volgens hem geen vuiltje aan de lucht met de huidige opwarming. Geen solide redenering, zoals uit onderstaande reactie blijkt:

Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat

Wij zouden ons als natuurwetenschappers wel een paar keer bedenken voor we in NRC een artikel over rechtsfilosofie zouden schrijven. Dat is ons vak niet. Maar rechtsfilosoof Thierry Baudet ziet er geen been in over klimaatwetenschap te schrijven (NRC 27 januari). Zijn gebrek aan kennis is echter pijnlijk.  Hij herkauwt diverse ‘tegenargumenten’ die door de wetenschap al lang zijn weerlegd. Hij baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen.

De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar. Er zou in de middeleeuwen wijnbouw zijn in Engeland. Dus? Nu is dat weer het geval, ook in Nederland, en zelfs in Noorwegen wordt met wijnbouw begonnen.

In feite is het nauwelijks relevant of het 1000 jaar geleden warmer of kouder was dan nu. Het zegt namelijk niets over de oorzaak van de huidige opwarming. Baudet zegt het niet met zoveel woorden, maar zijn column heeft alle schijn van de drogredenering dat, omdat de opwarming toen een natuurlijke oorzaak had, het dat nu ook moet hebben. Een beetje zoals Jantje van stelen beschuldigen, puur en alleen omdat hij jaren geleden ook iets gestolen heeft. Baudet zal waarschijnlijk kunnen bevestigen dat dat in een rechtszaak geen overtuigend argument zou zijn om Jantje daadwerkelijk schuldig te achten. Zeker niet als Jantje een geldig alibi heeft en Pietje’s vingerafdrukken op het plaats van delict duidelijk te zien zijn.

De opwarming van nu zou komen doordat we uit de kleine ijstijd komen. Tja. Alle klimaatveranderingen uit het verleden hebben oorzaken, en die worden uitvoerig bestudeerd. De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een langdurig zonneminimum en wellicht ook door verhoogde vulkanische activiteit. De huidige opwarming is alleen te verklaren door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide. Deze toename is door mensen bewerkstelligd. Andere mogelijke  oorzaken, zoals de zon en natuurlijke variaties worden permanent onderzocht, maar hun rol bij de huidige opwarming blijkt steeds nihil tot bescheiden. De hedendaagse temperatuurstijging verloopt wellicht sneller dan ooit in het verleden het geval is geweest, in ieder geval veel sneller bijvoorbeeld dan de overgang van een ijstijd naar een gematigd klimaat.

Uit de studie van klimaatveranderingen in het verleden is gebleken dat CO2 een sleutelrol speelt in het globale klimaat. De extra CO2 die nu in de lucht zit is daar door menselijk handelen gekomen, en een deel daarvan zal nog meerdere millennia in de atmosfeer haar opwarmend effect blijven hebben.

De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar. Wat Baudet doet is kort na hoogwater langs de vloedlijn lopen om uit die waarneming te concluderen dat de zeespiegel daalt.

Opinies kunnen verschillen over vragen als: welke risico’s willen we als samenleving nemen? Wegen de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan op tegen de kosten? Kan het geld beter anders worden besteed? Een rechtsfilosofische beschouwing over dergelijke kwesties zou een welkome aanvulling op het debat zijn. Daarin kan Baudet dan zijn vakkennis kwijt, in plaats van onjuistheden te debiteren over de feiten van een wetenschapsdomein waarvan hij overduidelijk geen kaas heeft gegeten.

Dr. Ir. Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft

Dr. Roderik van de Wal, Universiteit van Utrecht

Dr. Jan Wuite, Universiteit Luxemburg

Prof. Dr. Ir. Pier Vellinga, Universiteit Wageningen

Dr. Ir. Bart Verheggen, Planbureau voor de Leefomgeving

Opvallend is ook dat het niet lang duurt of er komt een heuse complottheorie om de hoek kijken in Baudet’s column, alsof klimaatverandering slechts een dekmantel is voor de “machtsvergroting” van de EU. En al die wetenschappers zitten zeker ook in dat complot? Baudet is blijkbaar bang voor meer overheidsmacht, en wantrouwt daarom de wetenschap (op basis waarvan wellicht overheidsmaatregelen worden voorgesteld).

Deze reactie is ook te lezen op de blog van Jan Paul van Soest en Ernst Schrama. Jan Paul voorziet het stukje van een lezenswaardige inleiding, waarin hij vier potentiele motieven noemt voor klimaatscepsis: ideologie, lobbyisme, hobbyisme en querulantisme. Ik zou daar verwarring, professionele deformatie en het underdog-gevoel bij scharen.

Deze reactie is niet geplaatst door het NRC. In de krant staat wel een reactie van Jan Terlouw en van Wouter van Dieren.

Update: meer reacties op baudet’s column:

Jan Terlouw – reactie op Thierry Baudet – NRC

Wouter van Dieren – reactie op Thierry Baudet – NRC 

Stevens en Olsthoorn – reactie op Thierry Baudet – NRC

Uitgebreidere reactie van Mark Olsthoorn op zijn blog (h/t Jules)

 

Terugblik op een bloggend 2011

Het grootste deel van mijn bloggende leven (sinds 2008) heb ik mijn Engelstalige en Nederlandstalige artikelen op dezelfde blog geplaatst: OurChangingClimate. Omdat de doelgroepen voor het grootste deel niet overlappen heb ik ze in april 2011 weer uit elkaar gehaald.

Sindsdien heb ik hier 34 posts geschreven, waarvan de meest populaire de enige gast-bijdrage is: Dankjewel Jos! Hij schreef een uitstekende samenvatting van Richard Milne’s presentatie getiteld “kritisch denken over klimaatverandering”. Een heel belangrijk thema, te meer daar “kritisch” nog wel eens wordt verward met “tegen de meerderheid ingaan”.

Er zit een licht stijgende lijn in de zichtbaarheid van dit blog, met zo rond de 1000 views per week. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van hoeveel nieuws ik er op zet, en daarnaast ook van de mate van discussie: Als mensen eenmaal verbaal met elkaar aan het stoeien zijn, komen ze blijkbaar regelmatig terug om te checken.

In vergelijking met OurChangingClimate heb ik hier relatief meer referrals van social network sites (twitter en linkedin). Slechts weinigen vinden mijn site via zoekmachines. Als zoekterm wordt vooral mijn naam gebruikt. De daarna meest gebruikte zoekterm is “klimaatverandering”, wat de waarde aangeeft van de url.

In 2011 ben ik ook begonnen met twitteren (@BVerheggen). Tot nu toe doe ik dat tweetalig: In het Engels en Nederlands beiden vanaf dezelfde account. Daar kom ik nu echter een beetje op terug. Graag hoor ik jullie advies over twee aparte twitter accounts (Eng en NL) versus één voor beide talen (zoals tot op heden het geval).

Meer highlights van 2011:

Van Jan Paul van Soest kreeg ik een blog award uitgereikt. Alle goeie dingen komen in tweevoud lijkt het wel, want net ervoor had ik de ‘Woody Guthrie award for a thinking blogger‘ gekregen van Nick Stokes. Leuk om te weten dat mijn blog inspanningen gewaardeerd worden!

Recensie van Marcel Crok’s boek “De Staat van het Klimaat” (gebaseerd op uitgebreide PCCC recensie)

Reactie(s) op Derk Jan Eppink.

Rene Leegte is het oneens met conclusies van de klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen en een ingezonden brief over de affaire-Leegte.

Reflectie op klimaatdiscussie (deel I en deel II) voor als je in een notedop wilt lezen hoe ik in deze discussie sta.

Ingezonden brief in reactie op Marco Visscher, wiens optimistische bril hem het zicht op de werkelijkheid ontneemt.

Het onderscheid tussen korte termijn variatie en een lange termijn trend. Dit is één van de meest besproken issues in het maatschappelijke debat over klimaatverandering.

Daarnaast heb ik op OurChangingClimate nog een paar dozijn Nederlandse blogs staan, waarvan een groot aantal niet tijdsgebonden zijn in feite niets aan relevantie hebben ingeboet. 

Click here to see the complete WordPress end-of-year report.

In 2012 zal ik waarschijnlijk minder gaan bloggen, om persoonlijke en werkgerelateerde redenen. Voor gastbijdragen van regulars sta ik zeker open!

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel II: de ‘AGW protagonisten’

Deel I ging over de bijdragen van klimaatsceptici aan de door hen georganiseerde bijeenkomst. Er was ook ruimte voor enkele ‘protagonisten’, leden van ‘het andere kamp’ (of ‘wetenschappelijke mainstream’ zoals ik het pleeg te noemen) om kort het woord te voeren. Dit was op een laat moment in de voorbereidingsfase overeengekomen.

Rudy Rabbinge (KNAW) gaf aan wat de bedoeling van de door sceptici gewraakte KNAW brochure is geweest: Een beeld schetsen van de wetenschappelijke kennis, zonder daarbij als ‘scheidsrechter’ te willen optreden. Hij constateerde dat klimaatmodellering de moeilijkheid heeft dat het om de simulatie van een uniek systeem gaat, en daarom slechts beperkt toetsbaar is. Dat brengt een inherente onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid is echter volgens hem geen reden om geen beleid te voeren. Volgens Rabbinge houden politici van onzekerheid: Voor elke geprefereerd beleid valt dan wel een studie te vinden, die als argument ervoor kan dienen (zie ook de 130 km/h discussie). En het geeft hen een alibi voor als het fout blijkt te gaan (er was immers onzekerheid). Ik dacht altijd dat politici zekerheid willen, maar ik denk dat hij de spijker op de kop slaat hiermee.

Rob van Dorland (KNMI) zei dat de klimaatgevoeligheid zowel uit metingen als uit modellen waarschijnlijk tussen de 2 en 4,5 graden per verdubbeling van CO2 ligt. De laagst aannemelijke waarde is vrij sterk begrensd: Met een klimaatgevoeligheid van kleiner dan 1.5°C kunnen opgetreden klimaatveranderingen niet verklaard worden. Ook gaf hij aan dat over tijdsschalen van enkele jaren natuurlijke variaties doorgaans groter zijn dan lange termijn trends, zoals de mondiale temperatuurstijging door menselijke invloed. Dit betekent dat wanneer de temperatuur over een tijdvak van bijvoorbeeld tien jaar geen stijging vertoont, hieruit niet de conclusie getrokken kan worden dat er geen lange termijn trend is.

Bart Verheggen (ECN) ging verder door op het onderscheid tussen korte termijn variatie en lange termijn trend. Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Als voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn. Daarnaast liet hij aan de hand van verschillende observaties zien dat CO2, en niet de zon, de belangrijkste oorzaak is van de recente opwarming

Leo Meyer (PBL) gaf aan dat hij de discussie waardeert en vooral nut ziet in het verkennen van zaken waar men het over eens kan zijn, naast zaken waar men misschien een ‘agreement to disagree’ overeen kan komen. Hij bracht het nieuws dat hij door IPCC is aangesteld om de totstandkoming van het synthese rapport van de volgende IPCC rapportage te coördineren.

Consensus

Tijdens de discussie werd duidelijk dat het begrip ‘consensus’ zwaarbeladen is en als een rode lap werkt. Misschien kan dat woord in discussies beter vervangen worden door zo iets als ‘brede overeenstemming’. Het is volledig logisch dat wetenschappers langzaam convergeren in hun wetenschappelijk standpunt, als de aanwijzingen in een bepaalde richting zich opstapelen.

Het is niet realistisch om te verwachten dat absoluut iedereen zich daarin kan vinden (100% unanimiteit). Dat punt wordt zelden bereikt, zeker niet als het complexe systemen betreft, waar een absoluut bewijs principieel nooit verkregen kan worden. Het valt dan ook te verwachten dat er tegen (het bestaan van) de consensus geageerd wordt door diegenen die zich er niet in kunnen vinden. Zeker als men zich afzondert van de mainstream wetenschap en voornamelijk met gelijkgezinden optrekt, kan het bestaan van brede overeenstemming over het tegengestelde als heel onwaarschijnlijk ervaren worden. Dat gevoel kan extra kracht worden bijgezet door bijvoorbeeld petities, waarbij de grens tussen experts en non-experts naar believen opgerekt wordt

Meer lezen:

Presentatie Rob van Dorland

Presentatie Bart Verheggen

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel I: de ‘AGW antagonisten’

Op maandag 12 december hielden de Nederlandse klimaatsceptici, i.s.m. de Groene Rekenkamer, een klimaatbijeenkomst in Nieuwspoort (Den Haag). Aanleiding was de KNAW brochure over het klimaatdebat, die volgens hen ernstige fouten bevat en derhalve moet worden teruggetrokken. Hiertoe is een aantal weken geleden een brief gestuurd aan de KNAW. Deel I gaat over de bijdragen van enkele klimaatsceptici. In deel II zal ik ingaan op de bijdragen van enkele PCCC leden (Platform Communication on Climate Change), waaronder yours truly. Zie ook het (kortere) bericht op Klimaatportaal.

Hans Labohm was dagvoorzitter. KNAW lid Rudy Rabbinge was er ook, en Labohm heette hem en Rob van Dorland, Leo Meyer, Bart Strengers en Bart Verheggen welkom, als ‘AGW protagonisten’ en representanten van ‘de officiële Nederlandse klimaatinstituten’, zoals verenigd in het PCCC. Wij wilden met onze aanwezigheid en door middel van het aangaan van de dialoog bijdragen aan het depolariseren van het publieke debat.

Algemene impressie

Het was een interessante gewaarwording om eens zo sterk in de minderheid te zijn wat betreft visie op klimaat. Het beeld van een parallel universum kan ik niet helemaal loslaten. Het was leuk om personen met wie ik meerdere malen van gedachten heb gewisseld of wiens blogs ik gelezen heb eens in levenden lijve te zien. We zijn ten slotte allemaal mensen; dat is ook wel eens goed om je te realiseren als je regelmatig op internet met andersdenkenden discussieert. Persoonlijk contact draagt sterk bij aan het depolariseren van het debat. Niet dat CO2 moleculen zich daar veel van aantrekken, maar het komt de sociale dynamiek wel ten goede. Het verschil in mening lijkt vaak terug te zijn voeren op de focus: Op het badwater of op de baby. En liefst natuurlijk op allebei. Van babies op deze dag echter geen spoor.

Marcel Crok was de eerste spreker. Hij kwam met veel details over bijvoorbeeld de vergelijking tussen metingen en modellen. Zijn verdienste is het dat hij duidelijk maakt waar nog een gebrek aan begrip is. Zo wordt de opwarming vroeg in de 20ste eeuw minder goed begrepen en gesimuleerd, dan die in de late 20ste eeuw. Hij ging daarbij nogal selectief te werk, bijvoorbeeld door de opwarming vroeg in de 20steeeuw te baseren op de periode 1917 (dieptepunt) t/m 1944 (hoogtepunt) op basis van HadCRU. In een vergelijking van geobserveerde en gemodelleerde oceaan warmte inhoud was het nulpunt van de modelberekeningen verschoven om de illusie van een slechte overeenkomstigheid te versterken.

Op basis van grafieken van Lucia Liljegren, liet Marcel zien dat de mate van overeenkomst tussen model en observaties afhangt van de baseline periode (en dus indirect het nulpunt). Hoe korter de baseline periode, hoe slechter de simulatie (en vice versa). Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van ongeforceerde en dus onvoorspelbare variatie in de temperatuurdata, en hangt anderzijds ook af van hoe ‘goed’ het model is.

Dick Thoenes begon met het debat te karakteriseren als tussen ‘alarmisten’ en ‘sceptici’. Hij stelde vraagtekens bij issues, waarover de wetenschap door middel van observaties en kennisvergaring al lang overeenstemming heeft bereikt, zoals bijvoorbeeld de fossiele oorsprong van de toename in CO2 concentraties of het verzadigingsargument. Ook beweerde hij dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

Thoenes eindigde met een interessante vraag: “Wat als de sceptici gelijk hebben?” Veel geld voor niets gespendeerd te hebben stelde hij voor als een horrorscenario. Daar kwam ik later (in mijn 5 minuten spreektijd) op terug door de inverse vraag te stellen: “Wat als de mainstream wetenschap gelijk heeft? En als we naar de ene kant van het spectrum kijken (minder erg dan verwacht), moeten we eerlijkheidshalve ook naar de andere kant kijken (erger dan verwacht): Wat als ‘alarmisten’ gelijk hebben?” Het spectrum kan misschien simplistisch als volgt weergegeven worden: Sceptici focussen op het badwater, klimaatactivisten op de baby, en de mainstream wetenschap op allebei.

Theo Wolters verwoordde de kritiek op de KNAW brochure en vroeg om terugtrekking ervan. Een belangrijk punt daarbij, zoals ook verwoord door Kees le Pair, was dat die brochure het deed voorkomen alsof er een consensus is onder wetenschappers. Vanuit het idee dat consensus een unanimiteit van meningen inhoudt, verwerpen zij de stelling dat er consensus is. Bovendien hadden de meeste sprekers en bezoekers het idee dat de wetenschap totaal verdeeld is over de basale klimaatvragen. Zijn presentatie werd gevolgd door een discussie tussen Rabbinge en de zaal. Vanwege het gebrek aan context onthield Rabbinge zich van inhoudelijk commentaar op de kritiekpunten van Wolters. Hij gaf aan te zullen overleggen binnen de KNAW en op basis daarvan eventueel in een later stadium te reageren.

Arthur Rörsch hield een pleidooi dat wolken, wind en water het mondiale klimaat zouden stabiliseren. In deze visie zou opwarming, via effecten op de watercirculatie, tot een verlegging van de windzones leiden. [tekts veranderd 16-12] Een kwantitatieve en fysische onderbouwing ontbrak.

Bas van Geel, paleo-ecoloog aan de UvA, had het over de rol van de zon in klimaatveranderingen. Hij liet o.a. onderzoeksresultaten zien op het snijvlak van antropologie en paleo-klimatologie. Op basis van lokale studies concludeert hij dat het effect van de zon op het mondiale klimaat veel sterker is dan uit de IPCC rapportages (en de onderliggende literatuur) blijkt, en dat er dus mechanismen moeten zijn die het effect van de directe zonnestraling versterken. Deze kunnen volgens hem niet in modellen ingebouwd worden. Echter, in eerdere modelsimulaties is het maximaal mogelijke effect van kosmische straling via aerosolvorming al eens becijferd en zeer klein bevonden. Een belangrijk versterkingsmechanisme is volgens van Geel de relatief grote variatie in ultraviolette straling bij zonneactiviteit. Volgens Rob van Dorland laten de meeste studies hierover echter zien dat dit mechanisme de mondiale temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Meer lezen:

Klimaatmodellen zijn niet perfect, maar hebben wel degelijk voorspellende waarde.

Stadseffect is aanwezig, maar heeft marginale invloed op mondiale temperatuurreconstructies.

Rol van de zon is evident, maar niet verantwoordelijk voor recente opwarming (laatste 40 jaar).

Op-ed in Trouw: Optimisme geen reden om natuurwetenschap terzijde te schuiven

Niet alleen treurige pessimisten maar ook overoptimistische personen laten zich niets aan feiten gelegen liggen, bewijst Marco Visscher in Letter en Geest (26 november). Hij schetst klimaatverandering als alweer een voorbeeld van doemdenken, en meent dat het menselijk aanpassingsvermogen en vindingrijkheid grenzeloos zijn. Leidend voor hem zijn echter verschillende ‘sceptische’ argumenten, die wetenschappelijk gezien geen hout snijden.

Lees verder

Reflectie op de klimaatdiscussie, deel II: Polarisatie en media

In de laatste twee vragen gaat het over de verschillende rollen in het publieke debat.

Q: Wat vindt u van de vorm van de discussie? Welke middelen zijn geoorloofd om de waarheid boven tafel te krijgen?

BV: De vorm van de discussie op internet wordt in sterke mate bepaald door de toenemende polarisatie. De wetenschappelijke discussie gaat intussen gewoon door: Langzaam maar zeker wordt er meer kennis vergaard, in een poging de waarheid beter te leren kennen. Maar ook onder niet bloggende wetenschappers lijkt de frustratie over de tendentieuze berichtgeving in de media en het afbrokkelende vertrouwen in de wetenschap toe te nemen. Er wordt ingezien dat de communicatie van wetenschap een heikel maar belangrijk aandachtspunt is.

Echter, in de media-oorlog hebben de wetenschappers een groot nadeel: Een complex onderwerp inzichtelijk maken is een stuk lastiger dan de complexiteit ervan groot uit te meten (wat soms uitmondt in eeuwige twijfel), of juist de zaken te versimpelen door maar een deel van het plaatje te beschouwen.

Ik vind het volstrekt begrijpelijk om dergelijke “skeptici”, die niet in een constructieve bijdrage aan de wetenschap zijn geïnteresseerd, niet serieus te nemen. Maar datzelfde kun je ook anders stellen: Het staat een ieder vrij om zich te mengen in het wetenschappelijke of publieke debat. In het wetenschappelijke debat gelden spelregels: Houdt je aan de wetenschappelijke methode. Dat is een voorwaarde waaraan niet getornd moet worden, maar op die voorwaarde is de deur in feite gewoon open. Dat veel “skeptici” zich niet aan de spelregels houden en in plaats daarvan wetenschappers zwart gaan lopen maken en langs de zijlijn gaan lopen schreeuwen is hun keuze. Ze kiezen er daarmee zelf voor die deur niet naar binnen te gaan. En natuurlijk verkleinen ze daarmee de kans dat ze met open armen worden ontvangen en serieus worden genomen, als ze zeggen wel degelijk naar binnen te willen.

In het publieke debat pleit ik ervoor dat de microfoons en schrijfruimte enigszins evenredig worden verdeeld met hoe de wetenschappelijke opinies erover zijn verdeeld. We lezen ten slotte toch ook niet iedere dag in de krant dat roken helemaal niet schadelijk is voor de gezondheid? Ik vind het grotesk dat het handjevol “skeptici” om de haverklap in de landelijke dagbladen en op de televisie te zien is, terwijl het merendeel van de wetenschappers tandenknarsend zit toe te kijken hoe hun vakgebied wordt verdraaid en zwart wordt gemaakt.

Q: Wat vindt u over het algemeen van de houding van de partijen met een andere mening in deze discussie (antagonisten vs. protagonisten)?

BV: Beide ‘kampen’ lijken heel sterk overtuigd van hun eigen gelijk, of in ieder geval van het ongelijk van de ander. Inderdaad kan ik maar heel weinig respect opbrengen voor iemand die in mijn optiek de wetenschap verdraait om hun bevoorrechte politieke conclusie (‘geen overheidsingrijpen!’) te kunnen staven. Noch over de wetenschap, noch over beleidsopties valt zinnig te discussiëren als de wetenschappelijke kennis (waar dat beleid mede op gebaseerd zou moeten zijn) wordt verdraaid of ontkend. Dat is frustrerend.

Ook als je de epidemiologische kennis voor waar aanneemt, kun je nog altijd voor of tegen het rookverbod te zijn. Zo is het ook mogelijk om met acceptatie van de huidige wetenschappelijke inzichten een verschillende mening over specifiek klimaatbeleid te hebben. Laten we het daar dan over hebben, en aantoonbare onwaarheden achterwege laten. Die werken namelijk alleen maar storend voor de discussie. Maar ja, dat is wellicht precies wat veel “skeptici” willen: Een stoorzender zijn om welk klimaatbeleid dan ook op de lange baan te schuiven. Hopelijk stopt de media op een gegeven moment met hen daarmee van dienst te zijn.

Het gevaar bestaat natuurlijk wel dat oprechte skeptici en onschuldige nieuwkomers in de discussie op één hoop worden gegooid met de pseudo-“skeptici”. Wetenschappers en hun bloggende supporters zijn defensiever geworden in het aannemen of pareren van kritiek en in het beantwoorden van vragen. Dat is geen goede ontwikkeling. Iemand die zich volledig nieuw in dit debat mengt en een naïeve vraag stelt loopt grote kans uitgekafferd te worden, zeker op blogs die de wetenschappelijke consensus steunen. De “regulars” daar zijn zich goed bewust van de vele nepargumenten die de ronde doen, en de naïeve vraag komt daar wellicht uit voort, ook al is de vraagsteller zich daar niet van bewust. Dus denken ze “daar heb je weer zo’n pseudo-skepticus” en slaan ze er virtueel op los. Terwijl op een “skeptische” blog dezelfde naïeve vragensteller waarschijnlijk met open armen wordt onthaald: Weer een zieltje te winnen.

Interview met Nederlandse klimaatbloggers

Een tijdje geleden werd ik benaderd door Wim Joost van Hoek (MSc student Climate Studies aan de WUR) om een aantal vragen te beantwoorden over mijn visie op de klimaatdiscussie en de rol van blogs daarin. Dit zou dan als input dienen voor een essay voor het vak milieufilosofie.

De vragen, die aan Paul Luttikhuis, Hans Labohm, en mij werden voorgelegd, waren als volgt:

Wat is de intentie van uw blog en heeft u het gevoel dat u kunt voldoen aan uw eigen intentie?

Wat maakt voor u de klimaatdiscussie zo belangrijk?

Op welk moment vormde u uw huidige opinie in de klimaatdiscussie?

Hoe heeft u de inhoudelijke klimaatdiscussie tot op heden ervaren en wat verwacht u in de toekomst?

Wat vindt u van de vorm van de discussie? Welke middelen zijn geoorloofd om de waarheid boven tafel te krijgen?

Wat vindt u over het algemeen van de houding van de partijen met een andere mening in deze discussie (antagonisten vs. protagonisten)?

Komende week zal ik in delen mijn antwoorden hierop publiceren (ik ben een beetje lang van stof geweest ;-)) Hier volgt een relevante passage uit het essay van Wim Joost:

Er is sprake van een extreem gepolariseerde discussie, wat niet wegneemt dat er ook veel mensen geen mening hebben of ergens tussen de tegenpolen inzitten. De plek waar deze polarisatie het duidelijkste zichtbaar is, is het internet, op verschillende blogs over het klimaat. In Nederland zijn er ook een handvol blogs. Er wordt ferm gediscussieerd, bejegend en ook veel onkennis tentoongespreid. Tegenwoordig is de discussie zelfs zo hoog opgelopen dat het voor een beginnende lezer al snel totaal niet meer te volgen is. Enkele bekende Nederlandse bloggers zijn Paul Luttikhuis (NRC-journalist), Hans Labohm (klimaatscepticus) en Bart Verheggen (PhD. Atmosferische chemie) en ik heb ze gevraagd wat zij nu denken over de klimaatdiscussie. De heer Luttikhuis laat weten op zijn blog ten doel gesteld te hebben  ‘nuchter en zakelijk’ de ontwikkelingen op het gebied van klimaatbeleid te beschrijven, maar daar slechts ten dele in te slagen; het terrein is groot en breed en dijt zeer snel uit. Klimaatscepticus de heer Labohm heeft de intentie om de waarheid boven tafel krijgen en hij zegt dat het ‘aardig lukt’. De heer Verheggen wil het gat dichten tussen klimaatwetenschap en het brede publiek. Hij stelt dat ‘het van belang is de kloof te verkleinen’. Als wetenschapper probeert hij ‘dicht bij de wetenschappelijke kijk op de zaak te blijven’ maar toch handvaten te geven in de informatiejungle. Met dat laatste heeft de heer Verheggen een mijn inziens relevant obstakel in de klimaatdiscussie met een inzichtelijke metafoor te pakken. Er is inderdaad sprake van een enorme informatiejungle. Juist in deze is een groot risico aanwezig dat er we een communicatieprobleem hebben.

(…)

Autoriteit heeft een soort overkoepelende kennis nodig. De enige actor die systematisch deze kennis [op basis waarvan politieke besluiten kunnen worden genomen – BV] kan leveren is de wetenschap. In de macht van mensen is er geen andere systematische aanpak die het beter doet. Wetenschap moet daarentegen bij zijn leest blijven en de feiten blijven presenteren zoals die uit hun onderzoek blijkt. Het moet ten koste van alles open blijven staan voor inhoudelijke kritiek op het onderzoek en in de mogelijkheid zijn om commentaar, van wie dan ook, burger, politiek en bedrijfsleven, te pareren. Dit laatste is nieuw, maar onvermijdelijk in een discussie zoals die over het klimaat waar zoveel partijen bij betrokken zijn. De critici moeten daarnaast ook instaan voor een immer constructieve discussie. Een collectieve verantwoordelijkheid is moeilijk te dragen, maar dat is niet een reden deze te negeren.

Voor zich constructief opstellende critici mag wat mij betreft de deur natuurlijk open (en is die eigenlijk nooit dicht geweest).

Nieuwsfeitje: Donderdagavond 3 november geef ik samen met duurzaamheidsconsultant Jan Paul van Soest een lezing over klimaatverandering bij de Young Energy Specialists and Development Co-operation (YES-DC) in Utrecht. Jan Paul zal het hebben over klimaatscepsis en hindermacht (op basis van zijn essay “klompen in de machinerie”). Ik zal het hebben over het grote plaatje van klimaatverandering: Wat weten we en hoe weten we dat?