De ‘I’ van IPCC

Afgelopen woensdag verscheen er een ietwat merkwaardig stukje van VVD Tweede Kamerlid Remco Dijkstra (woordvoerder milieu en klimaat) in Trouw Opinie. Zijn betoog is hier integraal te lezen en het komt er op neer dat het klimaatpanel uit “onheilsprofeten” zou bestaan, baantjesjagers waarvan “de wetenschappelijke collega’s meteen begeesterd [raken] van alarmistische geluiden”.

De heer Dijkstra probeert zo de wetenschap neer te zetten als ‘ook maar een opinie’, waar het “kritische tegengeluid” tegenover geplaatst zou moeten worden van de, houd u vast: “klimaatsceptische boodschap”. Op deze wijze bemoeit Remco Dijkstra zich als politicus met de wetenschappelijke inhoud — terwijl hij op Twitter juist bezwaar maakt tegen:

Dat is in meerdere opzichten een ernstig misverstand.

Lees verder →

Extreem weer onder de microscoop

In Nature Geoscience verscheen vorige maand het artikel “Mega-heatwave temperatures due to combined soil desiccation and atmospheric heat accumulation”, van de hand van Miralles, Teuling, Van Heerwaarden en Vilà-Guerau de Arellano. Het onderzoek is deels uitgevoerd door wetenschappers van de Wageningse Universiteit.

De onderzoekers ontleedden twee extreme hittegolven die in het eerste decennium van deze eeuw plaatsvonden in Europa tot op het bot. Het persbericht van NWO schrijft:

De mega-hittegolf van augustus 2003 in West-Europa verbrak destijds diverse temperatuurrecords, met temperaturen van 40°C in Frankrijk. De economische schade wordt geschat tussen de 5 en 10 miljard euro door onder meer bosbranden, luchtvervuiling en schade aan landbouwgewassen. Alleen al in Parijs vielen er duizenden doden als gevolg van de hoge temperaturen. Onderzoekers waren onbekend met dergelijke hittegolven in Europa en dachten dat het een eenmalige, uitzonderlijke gebeurtenis was. Totdat in 2010 nieuwe records werden gevestigd, nu in Oost-Europa en Rusland.”

Hittegolven kunnen alleen ontstaan als gevolg van een atmosferische blokkade: een hogedrukgebied dat hardnekkig op (min of meer) dezelfde plaats blijft liggen. Het stromingspatroon dat samenhangt met dat hogedrukgebied kan ervoor zorgen dat in een bepaald gebied gedurende langere tijd steeds meer warme lucht wordt aangevoerd. Daarmee begint de hittegolf, maar alleen de aangevoerde warmte kan de extreme hitte die bij de onderzochte hittegolven optrad niet verklaren. De zonnestraling die in deze omstandigheden ongehinderd binnenkomt – er is immers geen bewolking – draagt bij aan de verdere opwarming, maar om de temperaturen van ver boven de 40 °C die voorkwamen te kunnen verklaren zijn andere versterkende terugkoppelingen nodig.

Lees verder →

US National Climate Assessment

Vandaag is de ‘roll-out’ van een belangrijk Amerikaans onderzoeksrapport naar de huidige en toekomstige gevolgen van klimaatverandering in de VS, inmiddels de 3e keer dat het onderzoek verschijnt. In 1990 heeft het Amerikaanse Congres aan de President en de federale overheid de opdracht gegeven om iedere vier jaar aan het Congres te rapporteren over:

* het ‘interagency’ US Global Change Research Program (USGCRP);
* waargenomen veranderingen in het klimaat en de te verwachten trends voor de toekomst;
* belangrijkste wetenschappelijke conclusies en de ‘significant gaps’ t.b.v. het toekomstige onderzoek;
* gevolgen voor (regio’s binnen) de VS.

De opzet is anders dan de IPCC rapporten: het voegt de onderzoeksresultaten van álle ministeries en agentschappen van de VS samen, niet alleen van de academische klimaatonderzoekers. Zo leveren het Ministerie van Economische Zaken (Department of Commerce), het Department of Energy en Defense een belangrijke bijdrage — naast bijvoorbeeld NASA en de National Science Foundation. Nog een verschil is dat ook ‘private enterprise’ en private onderzoeksinstituten er aan werken, zoals de Smithsonian Institution, het Shell Center for Sustainability, Chevron Corporation, Stratus Consulting en de California Energy Commission.

Het rapport wordt door ca. 300 onderzoekers van de bovengenoemde ‘agencies’ en bedrijven opgesteld en de totstandkoming staat onder toezicht van een onafhankelijke commissie van 60 wetenschappers van de National Academy of Sciences. Enkele van de 12 hoofdconclusies komen voorbij op Twitter:

Lees verder →

Recente zeespiegelstijging en natuurlijke variatie

Sinds 1993 wordt het zeeniveau gemeten met satellieten en er zijn nu diverse onderzoeksgroepen die een mondiaal gemiddeld zeeniveau rapporteren gebaseerd op die satellietdata. Bekend is bijvoorbeeld de Sea Level Research Group van de University of Colorado (CU). De aarde is aan het opwarmen en daardoor stijgt de zeespiegel; het oceaanwater zet uit en daarnaast krimpen de gletsjers en de ijskappen van Groenland en Antarctica. Over de gehele periode van 21 jaar vanaf 1993 is deze zeespiegelstijging nu 3.2 ± 0.4 mm/jaar (CU data).

Net als de temperatuurstijging van de atmosfeer wordt ook de stijging van het zeeniveau van jaar tot jaar beïnvloed door natuurlijke variatie, er is soms over een korte periode sprake van een snellere stijging of van een daling. In 2010 bijvoorbeeld daalde de zeespiegel maar liefst 5 millimeter, zie figuur 1. Die daling van 5 millimeter werd veroorzaakt door de grote hoeveelheid neerslag die op het land (o.a. Australië en het noorden van Zuid-Amerika) terecht was gekomen onder invloed van het natuurverschijnsel La Niña. Dat leidde tot grote problemen en ellende in die gebieden (zie ook hier of hier) .

Figuur 1. De daling van het zeeniveau in 2010/2011 en de gegevens van de GRACE satellieten die een verandering in de waterhoeveelheid op het land laten zien. Bron: NASA, zie ook Boening et al 2012 of SkepticalScience.

Lees verder →

Wat je zegt ben je zelf – Maarten Keulemans bekritiseert de schrijver, niet het boek

Het net verschenen boek “De Twijfelbrigade” van Jan Paul van Soest, was voor Maarten Keulemans aanleiding voor een blogstukje. Een schrijfsel met een hoog wat-je-zegt-ben-je-zelf-gehalte. Waar de meeste mensen aan het begin van hun tienerjaren tot het inzicht komen dat er veel betere argumenten zijn dan een “tu quoque”, lijkt de chef wetenschap van De Volkskrant best trots te zijn op zijn gebruik van de meest kinderachtige der drogredenen. Nu zou dat nog een beetje te begrijpen zijn, als hij er in geslaagd was een uitzonderlijk staaltje hypocrisie bloot te leggen. Dat is niet zo. Hij heeft slechts stropoppen.

Keulemans constateert dat Jan Paul van Soest, evenals verschillende betrokkenen bij zijn boek en de presentatie daarvan, ondernemers zijn die verdienen aan duurzaamheid. Veel journalistiek onderzoekswerk heeft hij niet hoeven doen voor die constatering: deze mensen komen daar namelijk altijd rond voor uit bij hun publieke publicaties of presentaties. Dat ze hun geld verdienen met een onderwerp waar ze mee begaan zijn kan ook geen probleem zijn: wie van schrijven houdt wordt journalist, wie het onbegrijpelijke wil begrijpen wordt kwantumfysicus, wie in geld geïnteresseerd is wordt bankier of accountant en wie duurzaamheid belangrijk vindt wordt duurzaam ondernemer. En zoals de journalist verstand heeft van journalistiek, de kwantumfysicus van kwantumfysica en de bankier en de accountant van geld, weet de duurzaam ondernemer het een en ander van duurzaamheid. Zijn inzichten en meningen hierover wil hij uitdragen; zijn keuze om de kost te verdienen met duurzaamheid vloeit immers voort uit zijn betrokkenheid. Daar kun je moeilijk iets tegen hebben, toch?

Misschien denkt Maarten Keulemans dat Jan Paul van Soest bedrijven of personen die belang hebben bij fossiele brandstoffen het recht wil ontzeggen om voor zichzelf op te komen. Dat heeft hij dan verkeerd begrepen. Het gaat er helemaal niet om dat belanghebbenden voor zichzelf opkomen, het punt is dat ze niet met open vizier strijden: ze verbergen zich achter allerlei “denktanks” en “instituten”, ze verdraaien de wetenschap en brengen zelf pseudowetenschappelijke artikelen en rapporten uit, ze besmeuren en belasteren wetenschappers die alleen maar hun werk doen, enzovoort. Vindt Maarten Keulemans dat zulke praktijken niet blootgelegd mogen worden? Of, nog erger, insinueert hij nu dat de duurzaam ondernemers die hij met naam en toenaam noemt het ook niet zo nauw nemen met de wetenschappelijke feiten en moraal?

Dan volgt de overbekende stropop over onheilsprofeten – dit keer duurzaam ondernemers – die hel, verdoemenis en het einde der tijden zouden verkondigen, vergezeld door de even bekende valse tegenstelling: zolang we niet “niet in rap en voorspelbaar tempo opmarcheren naar de afgrond”, valt het allemaal reuze mee. Het is Keulemans al eerder uitgelegd dat degenen die voor duurzaamheid pleiten meestal juist optimisten zijn: ze zijn er van overtuigd dat we iets aan het probleem van de klimaatverandering kunnen doen zonder onverantwoord grote offers te brengen, als we tenminste bereid zijn de risico’s onder ogen te zien. Duurzaam ondernemers geloven daar zo in, dat ze er hun leven van hebben gemaakt. Lees verder →

De Twijfelbrigade

Jan Paul van Soest is bij de regelmatige bezoeker van Klimaatverandering waarschijnlijk bekend (zie bijvoorbeeld dit gastblog). Jan Paul heeft een interessant nieuw boek geschreven over de achtergronden van de klimaatscepsis met als titel: De Twijfelbrigade. Het boek is vandaag gepresenteerd in De Balie in Amsterdam met aansluitend een debat onder leiding van Professor Pier Vellinga.


Lees verder →

Klimaatsceptici krijgen geen poot aan de grond bij de opperrechters van Virginia

De tekening bij dit stuk is van Marije Mooren

Wie het een beetje volgt, weet dat de strijd tussen de klimaatwetenschap en de anti-klimaatwetenschap in de VS al een tijd niet alleen meer op internet en andere media wordt gevoerd, maar ook in de rechtszaal. In nogal wat rechtszaken is Michael Mann op één of andere manier betrokken. Dat heeft niet zo veel met zijn persoon of de kwaliteit van zijn werk te maken; het is een gevolg van wat Mann zelf de Serengeti strategie noemt. In plaats van de aanvallen op de volledige groep van klimaatwetenschappers – dat zijn er vele duizenden – te richten probeert men, zeker als het om laster of verdachtmakingen gaat, een of enkele individuen uit de groep te isoleren. Zoals leeuwen op de savanne niet een hele kudde proberen te vangen, maar één dier dat ze uit de kudde isoleren.

Mann is ooit als slachtoffer van deze strategie uitgekozen omdat hij hoofdauteur was van het artikel waarin de welbekende hockeystick werd gepubliceerd, en die hockeystick was in 2001 zeer prominent aanwezig in de berichtgeving van tal van media over het derde “assessment report” van het IPCC. De hockeystick werd een symbool voor het opwarmende klimaat, en daarmee werd Mann voor degenen die de (menselijke invloed op de) opwarming bagatelliseren het symbool van de wetenschap die zij met alle mogelijke middelen proberen te bestrijden. Dat Mann er niet het karakter naar heeft om zomaar over zich heen te laten lopen, heeft het vuurtje waarschijnlijk nog wat opgestookt.

atiattack

Lees verder →

Toekomstige CO2-concentraties

Gastblog van Guido van der Werf

.•…Met simpel doortrekken van de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar komen we dicht in de buurt van het hoogste IPCC scenario wat CO2 uitstoot betreft, het zogenaamde RCP8.5 scenario.
.•…Onzekerheden in hoeverre het land en oceanen CO2 blijven opnemen zijn belangrijk en vormen een van de grote onzekerheden wat toekomstige klimaatverandering betreft.
.­­•…Ongeveer een kwart van de forcering van het RCP8.5 scenario zit in niet-CO2 factoren waarin met name methaan een belangrijke rol speelt.
.­­•…Zelfs als je deze niet-CO2 factoren buiten beschouwing laat kom je met lage waardes van klimaatgevoeligheid rond of boven de 2 graden opwarming in 2100 uit. Het meenemen van deze factoren of hogere klimaatgevoeligheden leveren uiteraard meer opwarming op, en vice versa.

Om toekomstige klimaatverandering te berekenen zijn grofweg 4 factoren van belang: klimaatgevoeligheid, de netto klimaatforcering, de benodigde tijd om een nieuw evenwicht te bereiken, en natuurlijke factoren. De klimaatgevoeligheid heeft de laatste weken veel aandacht gekregen, met name vanwege een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar een lagere klimaatgevoeligheid uit kwam dan de 1.5-4.5 graden opwarming per CO2 verdubbeling van het laatste IPCC rapport.

Dit blogbericht gaat over de klimaatforcering en dan met name over de toekomstige uitstoot en atmosferische concentratie van CO2. Met behulp van 8 grafieken laat ik zien wat voor factoren belangrijk zijn en wat de toekomstige CO2 concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie. Naast CO2 zijn er uiteraard ook andere factoren van belang inclusief emissies van methaan (CH4) en lachgas (N2O) maar die laat ik hier grotendeels buiten beschouwing.
Lees verder →

No Climategate but Mitigate

Hier en daar kan je beluisteren dat het laatste IPCC rapport toch wel heel veel de nadruk legt op adaptatie in plaats van op mitigatie (het reduceren van emissies). Zoals Broer Konijn al enigszins ironisch opmerkt is dat wellicht niet zó merkwaardig, want wat staat er ook weer boven de WG II website:

WGII_topbanner

‘Adaptation’, o ja. En waar gaat het volgende rapport, WG III, dan over?

WGIII_topbanner

‘Mitigation’, heel juist. De rapporten van het IPCC buitelen inmiddels ook als konijnen over elkaar heen, zo snel gaat het. Zondag 13 April is om 11:00u de persconferentie ‘live’ in Berlijn te bekijken waar het WG III rapport over mitigatie openbaar gemaakt gaat worden:

http://melivemedia.s3.amazonaws.com/init20140413/player.html

Daar zijn wel een aantal stappen aan vooraf gegaan, zoals:

AR5 WG III Timeline

Van 7 t/m 12 april is er vergaderd over de Final Draft van de Summary for Policymakers die in februari verspreid is naar de Expert Reviewers en Government Reviewers. De auteurs van de verschillende hoofdstukken stellen de SPM samen en de Government Reviewers kijken of het begrijpelijk, helder en consistent verwoord is, en… “policy relevant but not policy prescriptive”. Vanmiddag om 13:00 uur is de SPM goedgekeurd door de Plenaire vergadering van alle IPCC landen:

Lees verder →

Kerry Emanuel over “staartrisico” en “alarmisme”

In een vorige blogpost maakten we hier al melding van “What We Know”, een rapport plus website van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) met een glasheldere stellingname over klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten. Natuurlijk brandde de kritiek uit welbekende hoek al snel los. Kerry Emanuel, een van de auteurs, reageerde op Climate Change National Forum op de voorspelbare kritiek van onder meer Judith Curry en Roger Pielke sr.

Emanuel licht toe waarom de AAAS het van belang vindt aandacht te besteden aan het “staartrisico”: het ene uiterste in de kansverdeling met een (relatief) kleine kans, maar grote gevolgen.

Om dit begrip, waar we allemaal regelmatig mee te maken hebben, te illustreren haalt hij het voorbeeld aan van een achtjarig kind dat een straat over wil steken en een volwassen omstander om hulp vraagt. Zou die omstander het kind moeten adviseren om maar gewoon naar de andere kant te lopen, als de kans op een aanrijding 1% is? De kans dat het kind ongeschonden de overkant haalt is dan immers 99%. Toch is het evident dat het een slecht advies zou zijn. De gevolgen van een aanrijding zijn immers zo groot dat we dat risico niet willen nemen, al is de kans maar 1%.

Een ander voorbeeld, dat veel Nederlanders aan zal spreken, is dat van de kustverdediging. Het zou zinloos zijn geweest de deltawerken aan te leggen, als ze ontworpen waren op een gemiddelde stormvloed. De bedoeling is nu juist dat ze ook onder extreme omstandigheden bescherming bieden. Maar omdat absolute veiligheid nooit te garanderen is, worden de ontwerpcriteria vastgesteld via een afweging die zich in het risicostaartje afspeelt. De uitkomst is dat we, even voorbijgaand aan de nodige details en mitsen en maren, in Nederland accepteren dat er een staartrisico overblijft dat varieert van eens per 2000 tot eens per 10.000 jaar.

Het is duidelijk dat de staartrisico’s een cruciale rol kunnen spelen in risicomanagement en risicobeleid. Om een goede afweging te kunnen maken moet daarom het volledige spectrum van risico’s (voor zover bekend) meegenomen worden. En dus moeten wetenschappers dat volledige beeld presenteren. Ook klimaatwetenschappers, zoals Richard Alley ruim een jaar geleden in een presentatie op Stanford University betoogde, aan de hand van een ander voorbeeld uit het verkeer. Lees verder →