Dzjengis Khan en het klimaat

Het vergroten van het grondgebied van een land door middel van oorlog was 800 jaar geleden niet bepaald een abnormaliteit. De ware meesters daarin waren destijds de Mongolen. Gestart onder de leiding van Dzjengis Khan creëerden zij in een relatief korte tijd het grootste landimperium dat de mensheid tot nu toe heeft gekend. In het eerste kwart van de 13e eeuw veroverden de Mongolen meer grondgebied dan de Romeinen in 400 jaar.

Figuur 1. Een weergave van het Mongoolse rijk, uit de video van de Columbia University.

Interessant natuurlijk, maar wat heeft dat eigenlijk met het klimaat van doen? Lees verder

Satellietwaarnemingen van de polen

De verandering van het klimaat is vrijwel overal in de wereld wel op één of andere manier waar te nemen, maar de effecten zijn misschien wel het grootst in de cryosfeer. Wetenschappelijk onderzoek in het Noord- en het Zuidpoolgebied levert dan ook regelmatig interessante artikelen op (en dus ook stof voor ons blog). Satellietwaarnemingen zijn een belangrijke informatiebron voor deze onderzoeken. Dat blijkt weer eens uit drie recent verschenen artikelen.

Allereerst is er “Climate trends in the Arctic as observed from space” van Josefino Comiso en Dorothy Hall, dat zoveel informatie bevat, dat elke poging om het samen te vatten tot mislukken is gedoemd. Het artikel is open access, en het laat zien hoeveel er de afgelopen decennia is veranderd in Noordpoolgebied, en in welk schokkend tempo dat gaat. Zie bijvoorbeeld de afbeelding hieronder, met temperatuurgegevens.

Comiso_Hall_2014_Figure_2

Figuur 2 van Comiso en Hall, met: (a) trend van de oppervlaktetemperatuur in de periode augustus 1981 – november 2012; (b) vergelijking van de trend op wereldschaal (zwart) met die in het Noordpoolgebied (blauw en rood); (c) t/m (g) temperatuurverloop in diverse delen van het Noordpoolgebied

Lees verder

Verrassing: klimaatsceptici maken alarmerend rapport

Gastblog van Jan Paul van Soest

De afgelopen week ontstond een rimpeling in de klimaatvijver. Een rapport van de Global Warming Policy Foundation GWPF zou aantonen dat de zogeheten klimaatgevoeligheid veel lager is dan het klimaatpanel IPCC inschat. Die conclusie is gebaseerd op selectief winkelen in de wetenschappelijke literatuur, zeggen verschillende wetenschappers. Ze hebben gelijk.

Maar als we er nu, for the sake of argument, van uitgaan dat de auteurs, ex-bankier Nic Lewis en ‘sceptisch’ journalist Marcel Crok, de klimaatgevoeligheid beter schatten dan het IPCC. Stel. Dan is de verrassende conclusie dat ook dan bij ongewijzigde CO2-uitstoot het klimaat eind deze eeuw zo’n 2 à ruim 4 oC kan zijn opgewarmd, terwijl op de langere termijn volgens de GWPF-getallen zelfs 7 graden in het verschiet kan liggen.

Kennelijk produceren ‘sceptici’ nu rapporten die ze als ze van het IPCC zouden komen ronduit ‘alarmistisch’ zouden noemen.

Studies die claimen dat de klimaatwetenschap niet deugt of ‘goed nieuws verbergt’ moeten liefst wat sceptisch worden bekeken. Gaat het hier om een bijdrage aan de wetenschap, of om een bijdrage aan het maatschappelijk-politieke debat? Dat laatste is duidelijk het geval. Het stuk is niet in de wetenschappelijke vakliteratuur gepubliceerd, maar is gesponsord door en uitgebracht als rapport van de zich ‘denktank’ noemende lobby-organisatie GWPF van Nigel Lawson. Die stichting houdt zijn financiële bronnen verborgen, maar lijkt onder meer banden te hebben met de gigantische Belchatow kolencentrale in Polen. In Nederland wordt het rapport gepromoot door de Groene Rekenkamer, een Madurodam-versie van de denktanks à la GWPF. Beide organisaties hebben evident een politieke, geen wetenschappelijke agenda, met als boodschap: het klimaatrisico is veel kleiner dan het IPCC beweert, we hoeven niet in actie te komen. Het rapport van Lewis en Crok heeft als doel die boodschap te onderbouwen. Misschien, vermoedelijk zelfs, vinden Lewis en Crok dat ze wél aan de wetenschap bijdragen, als dat zo is moet de conclusie zijn dat ze zich naïef voor een politiek karretje hebben laten spannen.

Opmerkelijk is het dat óók bij de relatief lage klimaatgevoeligheid die uit de rekensommen van Lewis en Crok rolt, de aarde fors blijft opwarmen als er niets aan de CO2-uitstoot wordt gedaan. En misschien nog opmerkelijker is dat ‘sceptici’ die de studie van de GWPF roemen, zelf niet door lijken te hebben dat dit een rechtstreeks gevolg is van de getallen die Lewis en Crok produceren. Lees verder

Lewis en Crok over klimaatgevoeligheid – meer gevoel voor p.r. dan voor wetenschap

Vandaag presenteren de Britse Global Warming Policy Foundation (GWPF, een “denktank” die al jaren actief is in de campagne tegen de klimaatwetenschap) en de Nederlandse Groene Rekenkamer in Nieuwspoort een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok. Met dit rapport ontdoet Lewis zich overtuigend van de wetenschappelijke geloofwaardigheid die hij zo’n jaar geleden verkreeg.

Toen verscheen in Journal of Climate een artikel van zijn hand: “An Objective Bayesian Improved Approach for Applying Optimal Fingerprint Techniques to Estimate Climate Sensitivity.” Het werd met interesse en ook wel enige scepsis ontvangen in de wereld van de klimaatwetenschap. Scepsis, omdat een nieuweling die zich meldt met een nieuwe benadering die een klimaatgevoeligheid opleverde die wat afweek van wat de gangbare wetenschap zegt, nu eenmaal wat te bewijzen heeft. In de loop van het jaar kwamen er diverse vragen op: over verschillende invoerparameters die Lewis gebruikte, waarom zijn berekeningen stoppen in 2001, hoe het kan dat een uitbreiding van zijn analyse met 6 jaar aan data tot significant andere resultaten leidt. En natuurlijk: waarom acht Lewis zijn methode zo veel beter dan andere methoden om de klimaatgevoeligheid te bepalen? Je zou kunnen denken dat het woord “Objective” hier de sleutel is, omdat andere methoden dan blijkbaar subjectief zijn. Dat is niet het geval: “Objective Bayesian Analyses” is in dit geval gewoon de naam van de methode. Dit blog (inclusief de discussie) op And Then There’s Physics is een goede ingang om meer te weten te komen over de vragen die er waren. En nog steeds zijn.

In Nederland verklaarde Marcel Crok zich onvoorwaardelijk fan van de methode-Lewis. En van enkele min of meer vergelijkbare onderzoeken die eveneens op een klimaatgevoeligheid uitkwamen die aan de lage kant zat. Op ons blog legde Jos Hagelaars al uit dat die benadering zeer eenzijdig is. Lees verder

Klimaatgevoeligheid

Lewis_Crok_IPCC_ECS_1S

Nog een keer: de “pauze”

Er zijn twee manieren om naar het verloop van de gemiddelde wereldtemperatuur in de afgelopen, pakweg, 15 jaar – inmiddels wijd en zijd bekend als de “opwarmingspauze” of “hiatus” – te kijken. Sommigen zien er aanleiding in om zo veel en zo vaak mogelijk te roepen dat het bewijst dat ze altijd al gelijk hebben gehad en dat het feit dat nog niet alles bekend is over het klimaat alle kennis die er wel is waardeloos maakt. Anderen grijpen de ontwikkeling aan om er zo veel mogelijk informatie en kennis uit te persen. Voor de eerste benadering bestaan verschillende benamingen en iedereen moet zelf maar uitmaken welke het meest toepasselijk is. De tweede benadering noemen we doorgaans wetenschap.

Die wetenschappelijke benadering levert momenteel de nodige interessante publicaties op. In Nature Geoscience verscheen vorige week een commentaar (vrij toegankelijk na registratie) van Gavin Schmidt, Drew Shindell en Kostas Tsigaridis, waarin ze een aantal nieuwe inzichten op een rijtje zetten en laten zien hoe die doorwerken op de resultaten van de berekeningen uit het Coupled Model Intercomparison Project Phase 5 (CMIP5). Daarover zo dadelijk meer. Lees verder

Arctische amplificatie en albedo

Het Noordpoolgebied warmt circa 3 keer sneller op dan de wereld als geheel: de Arctische amplificatie. Deze opwarming wordt verrassend genoeg op de eerste plaats veroorzaakt door temperatuurterugkoppelingen en pas op de tweede plaats door de afname van de albedo (de ‘witheid’) in het Arctische gebied. De afname van de albedo wordt veroorzaakt door het verdwijnende zee-ijs. Deze afname is via metingen geverifieerd en komt qua energietoename voor 1979-2011 overeen met 25% van de stralingsforcering door de stijging van het CO2 gehalte in die periode.

De wereld warmt op en het Arctische gebied in het bijzonder; de temperaturen nemen in het Noordpoolgebied sneller toe dan in de rest van de wereld. Dit fenomeen wordt de Arctische amplificatie genoemd of, wat algemener, de polaire amplificatie. Onlangs zijn er over dit onderwerp enkele interessante publicaties verschenen; van Pistone, Eisenman en Ramanathan en van Pithan en Mauritsen (pdf’s hier en hier).
Ramanathan is een bekende in de klimaatwereld en wordt door blogger Science of Doom regelmatig ‘The great Ramanathan’ genoemd. Ramanathan is ook te aanschouwen in de aflevering van Klimaatjagers “India – de bruine wolk”.

Dat de temperatuur in het Arctische gebied sneller toeneemt dan de mondiale temperaturen kan iedereen zelf verifiëren door de GISTEMP ‘zonal anual means’ data te analyseren. Zie de grafiek in figuur 1, GISTEMP geeft een trend over 1970-2013 voor het Arctische gebied van +0.47 °C/decennium en voor de wereld als geheel van +0.16 °C/decennium.

Figuur 1. Een vergelijking van het verloop van mondiale en Arctische temperatuur (NASA Giss) van 1880 – 2013. De trends betreffen de periode 1970-2013.

Lees verder

Een rare winter (2)

Een maand geleden schreef ik al een blog met deze titel. Dat was misschien wat voorbarig, omdat de winter toen immers maar net begonnen was. Aan de andere kant heeft de ervaring de laatste – pak ‘m beet – 5 jaar geleerd dat een rare winter, waarin wandelende polaire wervels, een meanderende straalstroom en hardnekkige blokkades de dienst uitmaken, niet zomaar van het ene op het andere moment heel gewoontjes wordt. En dat is dan ook niet gebeurd.

Hier in Nederland viel het wel mee. Daar was het in het grootste deel van de winter gewoon herfst, zoals dat in de meeste jaargetijden het geval is. Het lijkt er weliswaar op dat deze winter als eerste de statistieken in gaat met een Hellman getal van 0, maar daar haal je geen krantenkoppen mee. Aan de andere kant van de Noordzee gebeurde het nieuws. De Britten hebben, in meteorologische termen gezegd, sinds half december een zeer uitzonderlijk aantal diepe depressies over zich heen gekregen. Het gevolg is onder meer een enorme hoeveelheid neerslag in nagenoeg heel Groot-Brittannië, zoals een overzicht van de Met Office laat zien. Met nog een stukje winter te gaan komen de neerslagcijfers voor zowel het hele Verenigd Koninkrijk, als voor elk van de vier landen die er deel van uitmaken, in de buurt van die van de natste winters die sinds 1910 zijn gemeten. Dezelfde Met Office heeft een uitgebreide analyse (met dank aan reageerder Majava) uitgebracht van de stormen en overstromingen deze winter, waarin zowel gevolgen als oorzaken uitgebreid worden behandeld. De BBC had dan weer een serie “before and after” foto’s die een indruk geven van de kracht van de stormen die huishielden aan de kust. Het meest indrukwekkend is wel het verdwijnen van enkele kenmerkende, millennia oude rotsen.

_72125755_porthcothan_swns_976_72131315_pompomnew_976_stuartmorris_edited-1

Lees verder

Spencer’s Grafiekengoochelarij

Roy Spencer is een klimaatwetenschapper met een mening die nogal afwijkt van de mainstream wetenschap zoals die in de IPCC rapporten is te vinden. Daar zou natuurlijk niets mis mee zijn, als hij die mening met degelijke data en artikelen zou onderbouwen, om daar de wetenschappelijke strijd mee aan te gaan.

Spencer heeft een eigen blog en zijn posts worden vaak gereblogd op WUWT. Maandag 10 februari zag ik op het blog van Roy Spencer een grafiek met daarin een vergelijking tussen de CMIP5 modellen, HadCRUT4 en UAH temperaturen. De conclusie van de grafiek, weergegeven in mooie rode letters, geeft aan dat de metingen fout moeten zijn want die wijken dramatisch af van de klimaatmodeldata.

Figuur 1. Een vergelijking van HadCRUT4, UAH en de CMIP5 modellen met als referentieperiode 1986-2005.

Lees verder

Verdwijnen van sneeuwlaag vergroot kans dat ijsplaten in Antarctica opbreken

Door Peter Kuipers Munneke
Een re-blog van de post op de homepage van Peter:
http://www.staff.science.uu.nl/~kuipe117/meltshelves_nl.php

Instortende ijsplaten

Sinds de jaren ’70 is ongeveer 20% van alle ijsplaten rondom het Antarctisch Schiereiland verdwenen. Maar deze drijvende gletsjers smolten niet zomaar weg: ze vielen in slechts een paar weken in duizenden ijsbergen uiteen. De gletsjers die vroeger in deze ijsplaten stroomden, versnelden daarna plotseling, waardoor sindsdien 3 tot 4 keer zo veel ijs de oceaan in stroomt. Dat verklaart bijna al het massaverlies dat satellieten sinds 10 jaar in het Antarctisch Schiereiland waarnemen. Daarom willen we graag weten waarom die ijsplaten instortten, en welke ijsplaten in de toekomst hetzelfde lot kunnen ondergaan.

Satellietfoto’s van het opbreken van de Larsen B ijsplaat (zo groot als de provincie Utrecht), tussen 31 januari en 7 maart 2002. Foto’s van het National Snow and Ice Data Center.

Lees verder