Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Ik was uitgenodigd om als bloggende wetenschapper deel te nemen aan een paneldiscussie over “De media en het klimaat”. In de vorige blogpost gaf ik een impressie van wat de verschillende panelleden te zeggen hadden. We schreven hier eerder een stuk over de rol van de media bij berichtgeving over klimaatverandering, waarin met name het ‘false balance’ aspect uitgebreid aan de orde kwam n.a.v. een casus bij de Volkskrant.

In deze blogpost licht ik mijn pleidooi toe (pdf slides Media en Klimaat). Daarin wilde ik kritisch reflecteren op hoe ik als wetenschapper de mediaberichtgeving over de klimaatwetenschap bezie, en daarnaast iets zeggen over bloggen. Met als overkoepelende vraag: Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Slide1

Nee, lang niet altijd, is daarop mijn antwoord. En in die gevallen waar de klimaatwetenschap er bekaaid vanaf komt, is dat vaker doordat klimaatverandering gebagatelliseerd wordt dan dat het overdreven wordt. Zogenaamde “sceptische” geluiden worden in de media uitvergroot, relatief ten opzichte van het wetenschappelijke domein. Dat is aangetoond op basis van onderzoeken naar media zelf (o.a. door Max Boykoff) alsmede het enquêteren van wetenschappers met o.a. de vraag hoe vaak ze in de media komen (o.a. door mijzelf).

Tegenstrijdige berichtgeving zorgt voor verwarring

De berichtgeving in de media is vaak zeer tegenstrijdig: Stijgt de zeespiegel nu wel of niet snel? Groeit of slinkt de ijskap op Antarctica nu? Is de opwarming gestopt of juist versneld? Het gevolg is natuurlijk dat de gemiddelde lezer het spoor helemaal bijster raakt, en dan wellicht concludeert dat de wetenschap er nog geen snars van snapt, of dat de waarheid wel in het midden zal liggen (en het dus wel mee zal vallen). Beide conclusies zijn volgens mij onterecht.

Lees verder

De Media en het Klimaat: verslag van een paneldiscussie

Afgelopen dinsdag was er een interessante paneldiscussie over “De media en het klimaat”, georganiseerd door het Climate Institute van de TU Delft. Het panel bestond uit Maarten Keulemans (De Volkskrant), Simon Rozendaal (Elsevier), Joep Engels (Trouw), Jelmer Mommers (De Correspondent), en mijzelf (wetenschapper/docent/blogger). Een gemêleerd gezelschap dus, wat voor enig vuurwerk zorgde.Hieronder volgt een korte impressie van wat de verschillende deelnemers te zeggen hadden.

TUDelft - climate and media

Luisterend naar Simon Rozendaal. Foto Alexander Pleijter, de discussieleider van de avond.

Lees verder

Antarctica: ijsgroei of ijsafname?

Door: Dr. Jan Wuite, Enveo, Innsbruck

Volgens een nieuw verschenen studie van NASA-wetenschapper Jay Zwally in het Journal of Glaciology, afgelopen week breed uitgemeten in de media, nam het landijs op Antarctica over de periode 2003-2008 toe met 82 gigaton per jaar. Antarctica zou niet bijdragen aan de zeespiegelstijging maar deze zelfs matigen met zo’n 0,23 mm per jaar. De studie oogstte direct veel kritiek van andere vooraanstaande wetenschappers in het vakgebied. Er zijn immers veel aanwijzingen dat het landijs op Antarctica juist afneemt en dat dat bovendien wel eens een onomkeerbaar proces zou kunnen zijn. Hoe past deze nieuwe studie in dat plaatje, wat betekent het voor de te verwachten zeespiegelstijging en kloppen deze getallen eigenlijk wel? Glacioloog en poolwetenschapper Jan Wuite, werkzaam bij Enveo te Innsbruck en betrokken bij diverse internationale onderzoeken over Antarctica, licht toe.

Eén van de nadelige gevolgen van de klimaatverandering is de mondiale zeespiegelstijging. Op het moment stijgt deze gemiddeld met ruim 3 mm per jaar, dat is twee maal zo snel als gedurende de vorige eeuw. De verwachtingen zijn dat tegen het eind van deze eeuw de zeespiegel met minimaal zo’n 70 cm zal zijn gestegen. De hoofdoorzaken hiervan zijn duidelijk: de wereldwijde afname van landijs (berggletsjers en ijskappen) in combinatie met de uitzetting van zeewater als gevolg van de opwarming. Ter verduidelijking: landijs ligt op land en kan kilometers dik zijn. Dit in tegenstelling tot seizoensgebonden zeeijs (vnl. bevroren zeewater) dat typisch slechts enkele meters dik is en geen directe invloed heeft op de zeespiegel. Diverse studies hebben in de afgelopen jaren laten zien dat de bijdrage van de twee grootste ijskappen op aarde, Groenland en Antarctica, aan de zeespiegelstijging steeds dominanter aan het worden is. De grootste onzekerheid over de te verwachten stijging in de toekomst wordt veroorzaakt door onzekerheid over de bijdrage van Antarctica. Het is mogelijk dat deze door extra sneeuwval – warmere lucht kan meer vocht bevatten – wordt beperkt. Het is ook mogelijk dat het ijs juist steeds sneller naar de oceanen wordt afgevoerd.

Er is veel ijs in Antarctica, op sommige plaatsen is het ijs wel meer dan 4 km dik. De totale hoeveelheid ijs op het continent, wanneer het compleet zou smelten, is goed voor zo’n 58 m zeespiegelstijging wereldwijd. Zelfs wanneer slechts een klein deel hiervan zou smelten zou dat al grote gevolgen kunnen hebben voor laag gelegen gebieden, maar ook voor bijvoorbeeld de oceaan circulatie. Vandaar dat wetenschappers veel onderzoek doen naar massaverandering van de ijskap: de massa-balans.

Figuur 1. Een weergave van de voornaamste processen die een rol spelen bij de afname of aangroei van ijs op een ijskap. Bron: Zwally et al figuur 1.

Lees verder

Het Lambiekbier en de opwarming van België

Vorige week zag ik op de NOS website het volgende bericht: Minder bier door klimaatverandering. Dit leidde onder studenten even tot een lichte uitbraak van paniek:

Daar ik op zijn tijd graag een biertje lust en tevens geïnteresseerd ben in klimaatverandering, trok dit NOS bericht vanzelfsprekend mijn volledige aandacht. Tast ons stookgedrag zelfs de hoeveelheid bier aan? De zogenaamde klimaatsceptici zouden nu wellicht roepen: “Er is blijkbaar niets wat dat CO2-molecuul niet kan!”. Op basis van de koptekst zou je misschien alarmerende toekomstvisioenen kunnen krijgen van aangetaste gerst- of gistsoorten door opwarming of van ondergelopen brouwerijkelders door extreme regenval. Zo erg is het gelukkig niet.

Het NOS bericht betreft een uitspraak van de brouwer Jean van Roy van bierbrouwerij Cantillon uit Brussel. Deze brouwerij brouwt bier op traditionele wijze, zoals het seizoensbier de Lambiek. Tijdens het productieproces van dit specifieke bier wordt de wort blijkbaar gekoeld aan de open lucht, zodat gisten er in kunnen komen die van nature in de lucht voorkomen en die voor het gistingsproces zorgen. Dit staat bekend als spontane gisting en waarschijnlijk is de Zennevallei bij Brussel de enige plek waar dit vergistingsproces nog wordt toegepast. Volgens Jean van Roy geschiedt het vergisten van zijn bier het beste tussen -3 °C en 8 °C, er zijn derhalve koude nachten vereist en daarom loopt zijn brouwseizoen normaliter ongeveer van oktober tot eind maart. De warme weken van de afgelopen tijd hebben dus roet in zijn brouwproces gegooid. Voor hem was dat de tweede keer in de 15 jaar dat hij aan het roer staat bij Cantillon en daarvoor was dat niet eerder voorgekomen:

“Je suis aux commandes depuis 15 ans. C’est la deuxième fois que ça m’arrive. Mon père n’a pas connu ça. C’est la deuxième fois en cinq ans. Clairement, nous sommes victimes de ce réchauffement climatique.”

Mijn Frans is uiterst belabberd, maar Google Translate doet wonderen: Jean van Roy zegt dat zij slachtoffer zijn van de opwarming van de aarde.
Lees verder

Een dissonant geluid bij het klimaatsymposium van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Op 29 oktober hield de Nederlandse Natuurkundige Vereniging (NNV) een klimaatsymposium. Dit symposium was bedoeld om belangstellende leden van de NNV te informeren over de wetenschappelijke stand van zaken, voorafgaand aan een ledenraadpleging over een eventueel te formuleren standpunt van de vereniging. Ter voorbereiding van dat standpunt was door een werkgroep in een artikel in het verenigingsblad (pdf) een tiental stellingen geformuleerd. Enkele van die stellingen gingen verder dan alleen de natuurwetenschappelijke kant: ze hadden betrekking op bijvoorbeeld economische, technologische en beleidsmatige aspecten. Kritiek daarop is niet onbegrijpelijk en niet onterecht: waarom zou een wetenschappelijke vereniging politiek stelling moeten nemen?

Maar het lijkt erop dat de Nederlandse afdeling van de twijfelbrigade niet alleen een mogelijke politieke stellingname wilde bekritiseren, maar dat men ook de wetenschap zelf weer eens onder vuur wilde nemen. Het bestuur van de NNV moet meerdere verzoeken hebben ontvangen om ook de “andere kant van de wetenschap” te belichten. Daarom werd aan de lijst van wetenschappers die op het symposium spraken ook een journalist toegevoegd: Marcel Crok. Waarom een journalist? Crok erkent het zelf in zijn verhaal: het is niet of nauwelijks mogelijk om aan al de onderzoeksinstituten die zich in Nederland met het klimaat bezighouden ook maar één wetenschapper te vinden die de consensus bestrijdt. Waarom zou dat toch zo zijn?

Een uitgeschreven versie (pdf) van de presentatie is te vinden op de website van Marcel Crok. Hij heeft, meer nog dan in zijn verhaal voor de hoorzitting van de Tweede Kamer van enkele maanden geleden, gekozen voor de strategie van de Gish gallop: een spervuur aan beweringen en argumenten, waarbij kwantiteit boven kwaliteit lijkt te gaan. En, het moet gezegd, die Gish gallop strategie werkt. Er is geen beginnen aan om alle onjuistheden, halve waarheden, verdraaiingen en drogredenen uit het bekende pseudosceptische repertoire van repliek te dienen. Al was het maar omdat het een onleesbaar lang verhaal op zou leveren. In plaats daarvan pikken we er, als service voor NNV leden die mee willen denken over het standpunt van hun vereniging, enkele in het oog springende punten uit. Lees verder

De gletsjers van IJsland

In september van dit jaar ben ik in IJsland geweest. Een meer dan prachtig land met bizarre landschappen, bezaaid met ijs, lavavelden, watervallen en geisers. Zo hier en daar bekruipt je op IJsland het gevoel dat je op een andere planeet bent beland en dat je achter de volgende berg Captain Kirk tegen het lijf zult lopen. Wellicht een reden dat Hollywood regelmatig neerstrijkt op IJsland, zo zijn er bijvoorbeeld scenes van de ijsplaneet in Interstellar opgenomen op de Svínafellsjökull, een gletsjertong van de grote Vatnajökull. Ergens tijdens mijn rondreis door IJsland had ik een infobord gezien met daarop de indicatie dat die gletsjer over een paar honderd jaar zo goed als verdwenen zou kunnen zijn. Dat vond ik onverwacht snel en eenmaal weer thuis heeft dat geleid tot onderstaand verhaal over de gletsjers van IJsland.

Dat de gletsjers wereldwijd kleiner worden mag geen geheim zijn. En ja, er zijn enkele gletsjers te vinden die daar een uitzondering op vormen, een reden dat men op sommige blogs uiteraard juist dáár de nadruk op wil leggen. Gemiddeld verliezen gletsjers op aarde echter massa en nemen ze in omvang af. Eerder dit jaar is er een studie verschenen van Zemp et al. die dit alles keurig samenvat. Figuur 1 afkomstig uit die studie geeft een beeld van de toename (in blauw) en de afname (in rood) van de verandering in de positie van de gletsjerranden in diverse gebieden in de wereld, waarbij de positie van de gletsjerrand van 1950 voor elk gebied als nulpunt (wit) is genomen. De rode kleuren zitten bijna overal in de grafiek na 1950. De waarnemingen laten volgens Zemp e.a. tevens zien dat de snelheid van het wereldwijde massaverlies van de gletsjers begin deze eeuw zonder precedent is voor de geobserveerde periode (na 1850). Men verwacht dat de gletsjers nog meer massa zullen verliezen zelfs als het klimaat vanaf nu stabiel zou blijven, gletsjers reageren namelijk traag op snelle klimaatveranderingen (zie ook IPCC AR5 FAQ 4.2).

Figuur 1. Een kwalitatieve weergave van de jaarlijkse veranderingen in de positie van de randen van de gletsjers (de omvang) in diverse gebieden van de wereld van 1535 tot 2010. Donkerblauw staat voor een maximale omvang van +2.5 km en donkerrood voor een minimale omvang van -1.6 km, beide t.o.v. 1950 (0 km) in wit. Bron: figuur 6a uit Zemp 2015.

Lees verder

Een parallel wetenschappelijk universum onder de loep en door de mand

Het is bekend: de argumenten van degenen die de wetenschappelijke consensus over menselijke invloed op het klimaat ontkennen zijn voor een aanzienlijk deel afkomstig uit de “blog science”. Maar zo nu en dan verschijnen ook in de peer reviewed wetenschappelijke literatuur artikelen die de mainstream wetenschap afwijzen. Volgens het onderzoek van Cook et al. uit 2013 gaat het om 2% van de artikelen die hier een positie over innemen, of (omdat tweederde van de artikelen geen positie inneemt) 0,7% van alle onderzochte artikelen.

Vaak komen er na publicatie van zulke artikelen grote fouten aan het licht en in een enkel geval ontstaat er zelfs een stevige rel. De artikelen die de mainstream wetenschap aanvechten bevatten geen overkoepelende, consistente visie. Het zijn verschillende, soms onderling tegenstrijdige ideeën die maar een ding gemeen hebben: men wijst de consensus af. Het is daarom niet zo eenvoudig om de “dwarse” artikelen gezamenlijk te analyseren. Toch is dit wat enkele wetenschappers onlangs hebben gedaan. Naast hoofdauteur Rasmus Benestad werkten diverse – veelal bekende – namen uit de klimaatwetenschap aan het onderzoek mee: Rob van Dorland van het KNMI, Dana Nuccitelli en John Cook van Skeptical Science, Stephan Lewandowsky, Katharine Hayhoe en Hans Olav Hygen.

Benestad et al. hebben geprobeerd om 38 artikelen die tegen de consensus ingaan te reproduceren. Reproduceren omvat hier meer dan alleen het controleren van berekeningen: vanaf het vertrekpunt van het onderzoek hebben ze de analyse van die artikelen overgedaan, op de manier zoals dat volgens hun wetenschappelijke kennis en inzicht zou moeten. Het resultaat is gepubliceerd in Theoretical and Applied Climatology onder de titel Learning from mistakes in climate research. Het artikel is vrij toegankelijk en dat geldt ook voor de uitgebreide aanvullende informatie en de software die voor dit onderzoek is ontwikkeld.

In een stuk op RealClimate laat Rasmus Benestad zien dat het nog niet zo eenvoudig was om het artikel gepubliceerd te krijgen. Dana Nuccitelli gaat in zijn column bij The Guardian in op de resultaten. Resultaten die ontluisterend uitvallen voor de anti-consensus wetenschap. De fouten die men maakt zijn talrijk, vaak op het meest elementaire wetenschappelijke niveau. Er wordt nog wel eens geklaagd dat afwijkende visies geweerd worden in wetenschappelijke bladen, maar het lijkt er meer op dat het tegendeel het geval is; dat sommige tijdschriften ook plaats willen geven aan opvattingen die afwijken van de mainstream en daarom bij zulke artikelen minder kritisch zijn op de kwaliteit.

Meestal bevat de aanvullende informatie bij een wetenschappelijk artikel details die vooral voor specialisten interessant zijn. In dit geval is dat anders. Het supplement bij het artikel van Benestad et al. licht concreet toe welke fouten er in de 38 onderzochte artikelen gevonden zijn en laat op die manier zien wat het verschil is tussen serieuze, kritische wetenschapsbeoefening en analyses die naar een gewenst resultaat toewerken. Hieronder ga ik wat verder in op een aantal veel voorkomende fouten die Benestad et al. vonden. Lees verder

If we burn it all, we melt it all

De titel van dit blogstuk is een uitspraak van Ricarda Winkelmann, de hoofdauteur van een recent artikel over de relatie tussen koolstofemissies en de stabiliteit van de Antarctische ijskap (Open Access, persbericht: hier). Als we de gehele winbare voorraad (zoals die nu ingeschat wordt) aan fossiele brandstoffen in een paar eeuwen opstoken, zal al het ijs op Antarctica verdwijnen. Dat duurt even – duizenden jaren – maar dan hebben we ook wat. Al dat gesmolten ijs van Antarctica alleen al zorgt namelijk voor een zeespiegelstijging van uiteindelijk circa 58 meter.

Voor verschillende scenario’s van de toekomstige CO2-emissies hebben Winkelmann e.a. via een uitgebreid klimaatmodel (een Earth System Model) de CO2-concentraties en het temperatuurverloop berekend voor de komende duizenden jaren. Dit is vervolgens gecombineerd met een ijskap-rekenmodel (PISM) om de gevolgen van de emissies voor de ijskap van Antarctica vast te stellen. De emissiescenario’s die gebruikt zijn variëren van een extra totale koolstofuitstoot van 93 gigaton tot 12,000 gigaton na het jaar 2010 (dit betreft dus niet het aantal gigaton CO2 maar alleen de C in CO2, 1 gigaton C komt overeen met 3,66 gigaton CO2). Ter vergelijking, het IPCC schat de totale hoeveelheid koolstof die al uitgestoten is tot 2011 op 515 gigaton (AR5 SPM bladzijde 25) en jaarlijks emitteren we nu circa 10 gigaton koolstof per jaar.

In de emissiescenario’s van de studie neemt de CO2-uitstoot in de nabije toekomst verder toe om na een maximum terug te vallen naar 0, dit alles in een tijdsbestek van enkele honderden jaren. Zie figuur 1A voor de CO2-emissies en 1B voor de CO2-concentratie in de atmosfeer. De rode lijn komt overeen met een extra uitstoot van 10,000 gigaton aan koolstof en dat is vergelijkbaar met het verbranden van een hoeveelheid fossiele brandstoffen die volgens het IPCC AR5-WGIII rapport winbaar is (tabel 7.2 bladzijde 525 geeft 8,500 – 13,500 gigaton aan hulpbronnen).

Figuur 1. De CO2-emissiescenario’s zoals gebruikt in Winkelmann et al. (A) en de resulterende CO2– concentratie in de atmosfeer (B). De totale range van koolstofemissies loopt van 93 tot 12,000 gigaton koolstof (dus inclusief de grijze lijnen).

Lees verder

Extreme waardes van traditionele variabelen. Een epistemologische risico-analyse.

Gastblog van G.J. Smeets

Het kalenderjaar 2015 heeft tot nu toe vier klimaat-gerelateerde feiten opgeleverd die opmerkelijk zijn vanwege hun gemene deler. Die deler laat ik als cliffhanger bungelen tot de laatste alinea’s van mijn analyse maar uit de ondertitel van dit stuk kan men aflezen dat het over risico gaat. Eerst zet ik de vier feiten op een rijtje en die ik vervolgens in omgekeerde volgorde van commentaar voorzie. Daarna iets over het risico dat die vier feiten m.i. impliceren.

  1. De warmterecords zijn gebroken.
  2. De ‘veiligheidsnorm [+ 2º C] is het vuur aan de schenen gelegd.
  3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie.
  4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les.

4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les

Zowel Paus Franciscus als grootmoefti’s hebben zich helder en ongekend fel uitgesproken tégen verdergaande klimaatverandering en vóór emissiereductie om dat tegen te gaan. Bill McKibben maakte er een interessante opmerking over.

The real effect of documents like these, though, is less immediate policy shifts than a change in the emotional climate. […] It’s not necessarily that we take what the pope says as Gospel, or decide that because our university sold its fossil fuel stocks we will do likewise; it’s that these things normalize action, moving it from the category of “something that activists want” to “something obvious.” That’s the phase we’re reaching right now in the climate fight.

Die opmerking is interessant doordat er zo duidelijk het perspectief van de U.S.A. in doorklinkt waar de ontkenning door media en politici van de klimaatwetenschappelijke bevindingen virulenter is dan elders. Niettemin geldt de opmerking op verrassende wijze zeker voor Nederland na de rechterlijke uitspraak (en het hoger beroep van de staat daartegen) in de zaak Urgenda vs Nederlandse Staat.

3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie

Het is inderdaad zoals McKibben zegt een gevecht, een belangengevecht. Het burgerplatform Urgenda heeft in dat gevecht een markante manoeuvre gemaakt door de Nederlandse Staat nalatigheid te verwijten en in tweede instantie dat verwijt om te zetten in een eis die aan de civiele rechter is voorgelegd. De rechter heeft op 24 juni 2015 aan die eis voldaan. De Nederlandse Staat heeft vervolgens besloten om tegen die uitspraak in beroep te gaan, enkel om de punt op de juridische i helder te krijgen. Want intussen is de Staat gehouden aan de uitspraak van de rechter. Dat de Staat in hoger beroep gaat is m.i. terecht en correct. Immers, het proces is behalve een acuut belangengevecht ook een proefproces waarin de vigerende praxis van de trias politica geconfronteerd wordt met de vraag die de (preambule) van elke democratische grondwet raakt: waar baseert de Staat zichzelf op, hoe identificeert hij zichzelf? Lees verder

Marcel Crok’s inbreng voor hoorzitting Tweede Kamer incorrect en irrelevant

Door Bart, Hans, Bob en Jos

De Nederlandse rechter heeft een aantal maanden terug Urgenda in het gelijk gesteld in de zaak die zij en 900 mede-eisers hadden aangespannen tegen de Nederlandse Staat. Naar aanleiding daarvan vindt er komende donderdag 10 september een hoorzitting/rondetafelgesprek plaats. Wetenschapsjournalist Marcel Crok is daar ook voor uitgenodigd en een commentaarstuk van hem is bij de Tweede Kamer site te downloaden. Het stuk staat – zoals te verwachten – vol van onjuistheden aangaande de stand van zaken in de klimaatwetenschap.

De in onze ogen weinig gefundeerde kritiek die Marcel Crok op de klimaatwetenschap heeft, is echter niet relevant voor de klimaatzaak omdat de Nederlandse Staat en Urgenda het in grote lijnen eens zijn over de klimaatwetenschap en over de internationaal afgesproken tweegradendoelstelling. Niet voor niets baseerde de rechtbank zich op hetgeen partijen in dit opzicht hebben overgelegd en tussen hen vaststaat”. Om die reden zijn er geen KNMI-ers of andere klimaatonderzoekers uitgenodigd, want het geschil gaat helemaal niet over klimaatwetenschap. Daarom is het des te vreemder dat Marcel Crok uitgenodigd is om het daar juist wel over te hebben – en dan ook nog eens met oneigenlijke argumenten.

Het stuk van Crok is grotendeels gebaseerd op drie grote denkfouten. Daar gaan we eerst op in. Aan de hand van citaten uit het stuk behandelen we daarna een aantal feitelijke onjuistheden en onzorgvuldigheden.

Denkfout 1
Crok schrijft: “Ik concludeer hieruit dat een rechter zich beter niet kan mengen in een zeer gepolitiseerd wetenschappelijk debat.”. Hij beseft blijkbaar niet dat de rechter zich helemaal niet in de wetenschap mengt. De beide partijen in het proces, Urgenda en de Staat, doen dat evenmin. Zij accepteren de wetenschap zonder daarover te oordelen. En dus accepteren ze ook de stand van de wetenschap en de risicoanalyse die door vele honderden wetenschappers wordt gegeven in de IPCC rapporten, die de Staat voor akkoord ondertekend heeft. De enige die de wetenschap niet accepteert en die meent er wél over te moeten oordelen, is Crok zelf. En, zo valt op te maken uit zijn stuk, hij vindt juist dat andere betrokkenen, misschien zelfs de rechter, dat dan blijkbaar ook zouden moeten doen. Ofwel: in zijn stuk pleit hij juist sterk voor bemoeienis van de rechter met het wetenschappelijk debat. Wij denken dat de rechter zich juist niet met de wetenschap moet bemoeien maar de stand van de wetenschap – zoals door beide partijen geaccepteerd – als uitgangspunt moet nemen voor zijn/haar rechterlijke uitspraak. En dat is wat de rechter heeft gedaan.

Denkfout 2
“Mitigatie versus adaptatie”, luidt het eerste deel van de titel van het stuk. Even verderop: “Dat is het dilemma mitigatie versus adaptatie”. Het woord dat in die zin ontbreekt voor het woord “dilemma”, is “vals”. Het is namelijk geen kwestie van óf het een óf het ander. Dat adaptatie nodig is staat als een paal boven water. Sterker nog, we zijn er in Nederland al jaren mee bezig: verhoging van dijken, opvang van regenwater, aanleg van overstromingsgebieden. Bij tal van zaken wordt rekening gehouden met de deels onafwendbare gevolgen van klimaatverandering, zoals de stijging van de zeespiegel en de toename van extreme neerslag. De grote vraag is in hoeverre adaptieve maatregelen nog soelaas bieden, in Nederland en in de rest van de wereld, als de temperatuur in de komende eeuwen meer dan twee graden stijgt. Het tweegradendoel, wat voor beide partijen in de rechtszaak een gegeven is, houdt op zichzelf al in dat er ZOWEL adaptatie plaatsvindt (aan de +2 °C) als mitigatie.

Om de toekomstige opwarming te beperken is mitigatie een vereiste. Omdat de CO2-concentratie nog een tijd blijft stijgen, ook al reduceren we onze emissies, zullen we sowieso geconfronteerd worden met meer opwarming. Alléén inzetten op adaptatie en niet op mitigatie is als dweilen met de kraan open.

Denkfout 3
Veel van de argumenten van Crok gaan over wetenschappelijke onzekerheid en leemtes in kennis. Hij lijkt te denken dat die in tegenspraak zijn met de analyses en conclusies van de wetenschap en dus het IPCC. Het tegendeel is het geval. Onzekerheid over en onbekendheid met bepaalde aspecten is altijd en overal integraal onderdeel van een wetenschappelijke analyse. Ze zijn dan ook uitgebreid meegewogen in de risicoanalyse van het IPCC. De wetenschappers die de IPCC-rapporten schrijven zijn natuurlijk goed op de hoogte van de onzekerheden in modelberekeningen, onvolledige kennis over het ontstaan van wolken, of moeilijkheden om bepaalde factoren met voldoende mate van zekerheid aan te tonen. Crok schurkt regelmatig tegen de ad ignorantiam drogreden aan: zo lang men niet alles weet, weet men niets. Lees verder