De gletsjers van IJsland

In september van dit jaar ben ik in IJsland geweest. Een meer dan prachtig land met bizarre landschappen, bezaaid met ijs, lavavelden, watervallen en geisers. Zo hier en daar bekruipt je op IJsland het gevoel dat je op een andere planeet bent beland en dat je achter de volgende berg Captain Kirk tegen het lijf zult lopen. Wellicht een reden dat Hollywood regelmatig neerstrijkt op IJsland, zo zijn er bijvoorbeeld scenes van de ijsplaneet in Interstellar opgenomen op de Svínafellsjökull, een gletsjertong van de grote Vatnajökull. Ergens tijdens mijn rondreis door IJsland had ik een infobord gezien met daarop de indicatie dat die gletsjer over een paar honderd jaar zo goed als verdwenen zou kunnen zijn. Dat vond ik onverwacht snel en eenmaal weer thuis heeft dat geleid tot onderstaand verhaal over de gletsjers van IJsland.

Dat de gletsjers wereldwijd kleiner worden mag geen geheim zijn. En ja, er zijn enkele gletsjers te vinden die daar een uitzondering op vormen, een reden dat men op sommige blogs uiteraard juist dáár de nadruk op wil leggen. Gemiddeld verliezen gletsjers op aarde echter massa en nemen ze in omvang af. Eerder dit jaar is er een studie verschenen van Zemp et al. die dit alles keurig samenvat. Figuur 1 afkomstig uit die studie geeft een beeld van de toename (in blauw) en de afname (in rood) van de verandering in de positie van de gletsjerranden in diverse gebieden in de wereld, waarbij de positie van de gletsjerrand van 1950 voor elk gebied als nulpunt (wit) is genomen. De rode kleuren zitten bijna overal in de grafiek na 1950. De waarnemingen laten volgens Zemp e.a. tevens zien dat de snelheid van het wereldwijde massaverlies van de gletsjers begin deze eeuw zonder precedent is voor de geobserveerde periode (na 1850). Men verwacht dat de gletsjers nog meer massa zullen verliezen zelfs als het klimaat vanaf nu stabiel zou blijven, gletsjers reageren namelijk traag op snelle klimaatveranderingen (zie ook IPCC AR5 FAQ 4.2).

Figuur 1. Een kwalitatieve weergave van de jaarlijkse veranderingen in de positie van de randen van de gletsjers (de omvang) in diverse gebieden van de wereld van 1535 tot 2010. Donkerblauw staat voor een maximale omvang van +2.5 km en donkerrood voor een minimale omvang van -1.6 km, beide t.o.v. 1950 (0 km) in wit. Bron: figuur 6a uit Zemp 2015.

Lees verder

Een parallel wetenschappelijk universum onder de loep en door de mand

Het is bekend: de argumenten van degenen die de wetenschappelijke consensus over menselijke invloed op het klimaat ontkennen zijn voor een aanzienlijk deel afkomstig uit de “blog science”. Maar zo nu en dan verschijnen ook in de peer reviewed wetenschappelijke literatuur artikelen die de mainstream wetenschap afwijzen. Volgens het onderzoek van Cook et al. uit 2013 gaat het om 2% van de artikelen die hier een positie over innemen, of (omdat tweederde van de artikelen geen positie inneemt) 0,7% van alle onderzochte artikelen.

Vaak komen er na publicatie van zulke artikelen grote fouten aan het licht en in een enkel geval ontstaat er zelfs een stevige rel. De artikelen die de mainstream wetenschap aanvechten bevatten geen overkoepelende, consistente visie. Het zijn verschillende, soms onderling tegenstrijdige ideeën die maar een ding gemeen hebben: men wijst de consensus af. Het is daarom niet zo eenvoudig om de “dwarse” artikelen gezamenlijk te analyseren. Toch is dit wat enkele wetenschappers onlangs hebben gedaan. Naast hoofdauteur Rasmus Benestad werkten diverse – veelal bekende – namen uit de klimaatwetenschap aan het onderzoek mee: Rob van Dorland van het KNMI, Dana Nuccitelli en John Cook van Skeptical Science, Stephan Lewandowsky, Katharine Hayhoe en Hans Olav Hygen.

Benestad et al. hebben geprobeerd om 38 artikelen die tegen de consensus ingaan te reproduceren. Reproduceren omvat hier meer dan alleen het controleren van berekeningen: vanaf het vertrekpunt van het onderzoek hebben ze de analyse van die artikelen overgedaan, op de manier zoals dat volgens hun wetenschappelijke kennis en inzicht zou moeten. Het resultaat is gepubliceerd in Theoretical and Applied Climatology onder de titel Learning from mistakes in climate research. Het artikel is vrij toegankelijk en dat geldt ook voor de uitgebreide aanvullende informatie en de software die voor dit onderzoek is ontwikkeld.

In een stuk op RealClimate laat Rasmus Benestad zien dat het nog niet zo eenvoudig was om het artikel gepubliceerd te krijgen. Dana Nuccitelli gaat in zijn column bij The Guardian in op de resultaten. Resultaten die ontluisterend uitvallen voor de anti-consensus wetenschap. De fouten die men maakt zijn talrijk, vaak op het meest elementaire wetenschappelijke niveau. Er wordt nog wel eens geklaagd dat afwijkende visies geweerd worden in wetenschappelijke bladen, maar het lijkt er meer op dat het tegendeel het geval is; dat sommige tijdschriften ook plaats willen geven aan opvattingen die afwijken van de mainstream en daarom bij zulke artikelen minder kritisch zijn op de kwaliteit.

Meestal bevat de aanvullende informatie bij een wetenschappelijk artikel details die vooral voor specialisten interessant zijn. In dit geval is dat anders. Het supplement bij het artikel van Benestad et al. licht concreet toe welke fouten er in de 38 onderzochte artikelen gevonden zijn en laat op die manier zien wat het verschil is tussen serieuze, kritische wetenschapsbeoefening en analyses die naar een gewenst resultaat toewerken. Hieronder ga ik wat verder in op een aantal veel voorkomende fouten die Benestad et al. vonden. Lees verder

If we burn it all, we melt it all

De titel van dit blogstuk is een uitspraak van Ricarda Winkelmann, de hoofdauteur van een recent artikel over de relatie tussen koolstofemissies en de stabiliteit van de Antarctische ijskap (Open Access, persbericht: hier). Als we de gehele winbare voorraad (zoals die nu ingeschat wordt) aan fossiele brandstoffen in een paar eeuwen opstoken, zal al het ijs op Antarctica verdwijnen. Dat duurt even – duizenden jaren – maar dan hebben we ook wat. Al dat gesmolten ijs van Antarctica alleen al zorgt namelijk voor een zeespiegelstijging van uiteindelijk circa 58 meter.

Voor verschillende scenario’s van de toekomstige CO2-emissies hebben Winkelmann e.a. via een uitgebreid klimaatmodel (een Earth System Model) de CO2-concentraties en het temperatuurverloop berekend voor de komende duizenden jaren. Dit is vervolgens gecombineerd met een ijskap-rekenmodel (PISM) om de gevolgen van de emissies voor de ijskap van Antarctica vast te stellen. De emissiescenario’s die gebruikt zijn variëren van een extra totale koolstofuitstoot van 93 gigaton tot 12,000 gigaton na het jaar 2010 (dit betreft dus niet het aantal gigaton CO2 maar alleen de C in CO2, 1 gigaton C komt overeen met 3,66 gigaton CO2). Ter vergelijking, het IPCC schat de totale hoeveelheid koolstof die al uitgestoten is tot 2011 op 515 gigaton (AR5 SPM bladzijde 25) en jaarlijks emitteren we nu circa 10 gigaton koolstof per jaar.

In de emissiescenario’s van de studie neemt de CO2-uitstoot in de nabije toekomst verder toe om na een maximum terug te vallen naar 0, dit alles in een tijdsbestek van enkele honderden jaren. Zie figuur 1A voor de CO2-emissies en 1B voor de CO2-concentratie in de atmosfeer. De rode lijn komt overeen met een extra uitstoot van 10,000 gigaton aan koolstof en dat is vergelijkbaar met het verbranden van een hoeveelheid fossiele brandstoffen die volgens het IPCC AR5-WGIII rapport winbaar is (tabel 7.2 bladzijde 525 geeft 8,500 – 13,500 gigaton aan hulpbronnen).

Figuur 1. De CO2-emissiescenario’s zoals gebruikt in Winkelmann et al. (A) en de resulterende CO2– concentratie in de atmosfeer (B). De totale range van koolstofemissies loopt van 93 tot 12,000 gigaton koolstof (dus inclusief de grijze lijnen).

Lees verder

Extreme waardes van traditionele variabelen. Een epistemologische risico-analyse.

Gastblog van G.J. Smeets

Het kalenderjaar 2015 heeft tot nu toe vier klimaat-gerelateerde feiten opgeleverd die opmerkelijk zijn vanwege hun gemene deler. Die deler laat ik als cliffhanger bungelen tot de laatste alinea’s van mijn analyse maar uit de ondertitel van dit stuk kan men aflezen dat het over risico gaat. Eerst zet ik de vier feiten op een rijtje en die ik vervolgens in omgekeerde volgorde van commentaar voorzie. Daarna iets over het risico dat die vier feiten m.i. impliceren.

  1. De warmterecords zijn gebroken.
  2. De ‘veiligheidsnorm [+ 2º C] is het vuur aan de schenen gelegd.
  3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie.
  4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les.

4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les

Zowel Paus Franciscus als grootmoefti’s hebben zich helder en ongekend fel uitgesproken tégen verdergaande klimaatverandering en vóór emissiereductie om dat tegen te gaan. Bill McKibben maakte er een interessante opmerking over.

The real effect of documents like these, though, is less immediate policy shifts than a change in the emotional climate. […] It’s not necessarily that we take what the pope says as Gospel, or decide that because our university sold its fossil fuel stocks we will do likewise; it’s that these things normalize action, moving it from the category of “something that activists want” to “something obvious.” That’s the phase we’re reaching right now in the climate fight.

Die opmerking is interessant doordat er zo duidelijk het perspectief van de U.S.A. in doorklinkt waar de ontkenning door media en politici van de klimaatwetenschappelijke bevindingen virulenter is dan elders. Niettemin geldt de opmerking op verrassende wijze zeker voor Nederland na de rechterlijke uitspraak (en het hoger beroep van de staat daartegen) in de zaak Urgenda vs Nederlandse Staat.

3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie

Het is inderdaad zoals McKibben zegt een gevecht, een belangengevecht. Het burgerplatform Urgenda heeft in dat gevecht een markante manoeuvre gemaakt door de Nederlandse Staat nalatigheid te verwijten en in tweede instantie dat verwijt om te zetten in een eis die aan de civiele rechter is voorgelegd. De rechter heeft op 24 juni 2015 aan die eis voldaan. De Nederlandse Staat heeft vervolgens besloten om tegen die uitspraak in beroep te gaan, enkel om de punt op de juridische i helder te krijgen. Want intussen is de Staat gehouden aan de uitspraak van de rechter. Dat de Staat in hoger beroep gaat is m.i. terecht en correct. Immers, het proces is behalve een acuut belangengevecht ook een proefproces waarin de vigerende praxis van de trias politica geconfronteerd wordt met de vraag die de (preambule) van elke democratische grondwet raakt: waar baseert de Staat zichzelf op, hoe identificeert hij zichzelf? Lees verder

Marcel Crok’s inbreng voor hoorzitting Tweede Kamer incorrect en irrelevant

Door Bart, Hans, Bob en Jos

De Nederlandse rechter heeft een aantal maanden terug Urgenda in het gelijk gesteld in de zaak die zij en 900 mede-eisers hadden aangespannen tegen de Nederlandse Staat. Naar aanleiding daarvan vindt er komende donderdag 10 september een hoorzitting/rondetafelgesprek plaats. Wetenschapsjournalist Marcel Crok is daar ook voor uitgenodigd en een commentaarstuk van hem is bij de Tweede Kamer site te downloaden. Het stuk staat – zoals te verwachten – vol van onjuistheden aangaande de stand van zaken in de klimaatwetenschap.

De in onze ogen weinig gefundeerde kritiek die Marcel Crok op de klimaatwetenschap heeft, is echter niet relevant voor de klimaatzaak omdat de Nederlandse Staat en Urgenda het in grote lijnen eens zijn over de klimaatwetenschap en over de internationaal afgesproken tweegradendoelstelling. Niet voor niets baseerde de rechtbank zich op hetgeen partijen in dit opzicht hebben overgelegd en tussen hen vaststaat”. Om die reden zijn er geen KNMI-ers of andere klimaatonderzoekers uitgenodigd, want het geschil gaat helemaal niet over klimaatwetenschap. Daarom is het des te vreemder dat Marcel Crok uitgenodigd is om het daar juist wel over te hebben – en dan ook nog eens met oneigenlijke argumenten.

Het stuk van Crok is grotendeels gebaseerd op drie grote denkfouten. Daar gaan we eerst op in. Aan de hand van citaten uit het stuk behandelen we daarna een aantal feitelijke onjuistheden en onzorgvuldigheden.

Denkfout 1
Crok schrijft: “Ik concludeer hieruit dat een rechter zich beter niet kan mengen in een zeer gepolitiseerd wetenschappelijk debat.”. Hij beseft blijkbaar niet dat de rechter zich helemaal niet in de wetenschap mengt. De beide partijen in het proces, Urgenda en de Staat, doen dat evenmin. Zij accepteren de wetenschap zonder daarover te oordelen. En dus accepteren ze ook de stand van de wetenschap en de risicoanalyse die door vele honderden wetenschappers wordt gegeven in de IPCC rapporten, die de Staat voor akkoord ondertekend heeft. De enige die de wetenschap niet accepteert en die meent er wél over te moeten oordelen, is Crok zelf. En, zo valt op te maken uit zijn stuk, hij vindt juist dat andere betrokkenen, misschien zelfs de rechter, dat dan blijkbaar ook zouden moeten doen. Ofwel: in zijn stuk pleit hij juist sterk voor bemoeienis van de rechter met het wetenschappelijk debat. Wij denken dat de rechter zich juist niet met de wetenschap moet bemoeien maar de stand van de wetenschap – zoals door beide partijen geaccepteerd – als uitgangspunt moet nemen voor zijn/haar rechterlijke uitspraak. En dat is wat de rechter heeft gedaan.

Denkfout 2
“Mitigatie versus adaptatie”, luidt het eerste deel van de titel van het stuk. Even verderop: “Dat is het dilemma mitigatie versus adaptatie”. Het woord dat in die zin ontbreekt voor het woord “dilemma”, is “vals”. Het is namelijk geen kwestie van óf het een óf het ander. Dat adaptatie nodig is staat als een paal boven water. Sterker nog, we zijn er in Nederland al jaren mee bezig: verhoging van dijken, opvang van regenwater, aanleg van overstromingsgebieden. Bij tal van zaken wordt rekening gehouden met de deels onafwendbare gevolgen van klimaatverandering, zoals de stijging van de zeespiegel en de toename van extreme neerslag. De grote vraag is in hoeverre adaptieve maatregelen nog soelaas bieden, in Nederland en in de rest van de wereld, als de temperatuur in de komende eeuwen meer dan twee graden stijgt. Het tweegradendoel, wat voor beide partijen in de rechtszaak een gegeven is, houdt op zichzelf al in dat er ZOWEL adaptatie plaatsvindt (aan de +2 °C) als mitigatie.

Om de toekomstige opwarming te beperken is mitigatie een vereiste. Omdat de CO2-concentratie nog een tijd blijft stijgen, ook al reduceren we onze emissies, zullen we sowieso geconfronteerd worden met meer opwarming. Alléén inzetten op adaptatie en niet op mitigatie is als dweilen met de kraan open.

Denkfout 3
Veel van de argumenten van Crok gaan over wetenschappelijke onzekerheid en leemtes in kennis. Hij lijkt te denken dat die in tegenspraak zijn met de analyses en conclusies van de wetenschap en dus het IPCC. Het tegendeel is het geval. Onzekerheid over en onbekendheid met bepaalde aspecten is altijd en overal integraal onderdeel van een wetenschappelijke analyse. Ze zijn dan ook uitgebreid meegewogen in de risicoanalyse van het IPCC. De wetenschappers die de IPCC-rapporten schrijven zijn natuurlijk goed op de hoogte van de onzekerheden in modelberekeningen, onvolledige kennis over het ontstaan van wolken, of moeilijkheden om bepaalde factoren met voldoende mate van zekerheid aan te tonen. Crok schurkt regelmatig tegen de ad ignorantiam drogreden aan: zo lang men niet alles weet, weet men niets. Lees verder

De risicoanalyse van James Hansen en het mijnenveld van de risicocommunicatie

Hansen fig22

Als het de bedoeling van James Hansen was om met zijn nieuwe artikel opschudding te veroorzaken, dan is dat wel gelukt. Een zoekopdracht bij Google naar recente nieuwsartikelen met de termen “Hansen” en “climate” levert honderden resultaten op. In Nederland besteedden onder meer De Volkskrant en Nieuwsuur aandacht aan het artikel.

Het artikel met de titel “Ice melt, sea level rise and superstorms: evidence from paleoclimate data, climate modeling, and modern observations that 2 °C global warming is highly dangerous” is geen soloactie van Hansen. Hij heeft 16 coauteurs: wetenschappers uit de VS, Frankrijk, Duitsland en China. Hansen presenteert zich wel nadrukkelijk als het boegbeeld van het onderzoek en hij laat er geen twijfel over bestaan dat hij er maatschappelijke consequenties aan verbindt. Ook in het artikel zelf doet hij dat. In de conclusies geeft hij als veilige bovengrens voor de CO2-concentratie een waarde van 350 ppm, dat is 50 ppm lager dan de huidige concentratie. Hij meent dat dit een haalbare doelstelling is voor het eind van de eeuw.

Hansen en zijn coauteurs hebben gekozen voor een benadering die voor risicoanalisten heel gebruikelijk is, maar in de doorgaans terughoudende (klimaat)wetenschappelijke wereld minder. Ze geven daarmee gehoor aan de oproep van Kerry Emanuel van vorig jaar om aandacht te geven aan zogenaamde staartrisico’s. Al gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen dat het niet helemaal duidelijk is of Hansen het scenario dat in het artikel wordt behandeld ook als staartrisico ziet. Het artikel wekt wat meer die indruk dan zijn publieksoptredens. Juist met die publieksoptredens begeeft hij zich in een mijnenveld. Risicocommunicatie heeft sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw de nodige aandacht gehad in Nederland (en daarbuiten) en degenen die zich ermee bezig hebben gehouden weten dat er heel veel mis kan gaan. Lees verder

Reconstructies van de zeespiegel in het verleden: een waarschuwing voor de toekomst

Overzicht van resultaten van reconstructies van temperatuur (in rood), CO2-concentratie (in groen), zeespiegel (in blauw) en de ijskappen van Groenland en Antarctica (de rode taartdiagrammen) voor verschillende interglacialen. De lichtrode en lichtblauwe kleur geeft het onzekerheidsinterval voor de temperatuur en zeespiegel. Bron: Dutton et al. 2015.

Overzicht van resultaten van reconstructies van temperatuur (in rood), CO2-concentratie (in groen), zeespiegel (in blauw) en de ijskappen van Groenland en Antarctica (de rode taartdiagrammen) voor verschillende interglacialen. De lichtrode en lichtblauwe kleur geeft het onzekerheidsinterval voor de temperatuur en zeespiegel. Bron: Dutton et al. 2015.

In Science verscheen deze maand een overzichtsartikel over de paleoklimatologische kennis van de hoogte van de zeespiegel en de omvang van de ijskappen op Groenland en Antarctica tijdens een aantal perioden van honderdduizenden en miljoenen jaren geleden: Sea-level rise due to polar ice-sheet mass loss during past warm periods van Dutton et al.. De onzekerheden zijn groot, en nemen toe naarmate men verder terugkijkt in de tijd. De afbeelding hierboven laat zien dat er desalniettemin een helder beeld naar voren komt uit alle onderzoeken samen: bij een temperatuur van een of enkele graden boven de pre-industriële waarde kan de zeespiegel met 6 meter of meer stijgen.

Het artikel behandelt vier perioden:

  • Een warme periode in het mid-Plioceen; zo’n 3 miljoen jaar geleden.
  • Mariene isotopen-etage 11 (ofwel MIS 11: de nummering is gebaseerd op pieken en dalen waarmee de zuurstof-18 isotoop voorkomt in sedimenten, ijskernen en fossielen; hierover verderop in dit stuk meer): ongeveer 400.000 jaar geleden.
  • MIS 5e: ongeveer 120.000 jaar geleden.
  • Het Holoceen: het interglaciaal waar we nu in leven dat bijna 12.000 jaar geleden begon.

De eerste drie perioden hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze waarschijnlijk warmer waren dan het Holoceen. Of in elk geval het Holoceen tot nu toe. De afbeelding hieronder laat dit zien. De afbeelding bevat daarnaast een aantal andere belangrijke elementen uit de paleoklimatologische reconstructies. Die elementen zal ik kort toelichten, dankbaar gebruikmakend van de uitgebreide informatie die Dutton et al. aanreiken. Lees verder

Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses

Discussies over het klimaat op het internet gaan soms over wetenschappelijke details, soms over de klimaatgevoeligheid betreffende de evenwichtssituatie honderden jaren na nu, maar er is een onderwerp dat er naar mijn gevoel ver bovenuit steekt: de temperatuur. Is het warmer of kouder geworden, is er een tijdelijke vertraging of versnelling in de temperatuurstijging, kloppen de modellen wel of niet of valt de opwarming van de aarde in de toekomst veel mee of veel tegen. Elke maand komen er nieuwe getalletjes boven tafel en elke maand wordt daar weer megabytes aan tekst over geproduceerd. Mijn prognose is dat het jaar 2015 een discussiepiek zal opleveren.

De grafiek boven het blogstuk geeft de ontwikkeling van de mondiale oppervlaktetemperatuur weer voor drie datasets, waarbij de periode 1981-2010 op 0 is gesteld. Voor het jaar 2015 zijn alleen data genomen t/m juni voor GISTEMP en t/m mei voor NOAA-NCEI en HadCRUT4. Tot nu toe steekt 2015 boven alle andere jaren uit en met de zich ontwikkelende El Niño is de kans wel erg groot dat 2015 als record de boeken in zal gaan.
Lees verder

Forse reductie van de CO2-uitstoot nodig voor het welzijn van onze oceanen

De oceanen bevatten een haast onvoorstelbare hoeveelheid water en heel veel leven. Lange tijd leek het alsof niets daar substantieel verandering in kon brengen, maar inmiddels weten wij beter. De mens is er wel degelijk in geslaagd om die enorme en traag reagerende massa water te veranderen. Vervuiling, overbevissing en oceaanverzuring door de opname van een gedeelte van onze CO2-uitstoot, beginnen hun tol te eisen. Vooral de oceaanverzuring gaat met een snelheid die ongekend hoog is en die waarschijnlijk niet eerder is voorgekomen in de afgelopen 300 miljoen jaar. Onze CO2-uitstoot stopt niet van vandaag op morgen en daarmee zal de accumulatie van CO2 in de atmosfeer nog een tijd doorgaan. Dat geldt dan ook voor de opwarming en oceaanverzuring; dit heeft consequenties voor het leven in de oceanen, de toekomstige CO2-opname, het zeeniveau en de temperatuur van het water in de oceanen.

In een nieuw artikel (Gattuso et al. verschenen in Science) geven 22 wetenschappers van verschillende instituten een overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot de oceanen gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke literatuur. Daarnaast vergelijken zij de effecten van CO2-uitstoot op de oceanen volgens enkele verschillende toekomstscenario’s (RCP scenario’s). In de figuur boven het blogstuk geeft men een overzicht van de risico’s voor o.a. het zeeleven, de mogelijke managementopties en de veranderingen in enkele kengetallen voor het jaar 2100 voor de scenario’s RCP2.6 en RCP8.5.
Lees verder

Attributie van hitte en ander extreem weer; een ingewikkelde kwestie

2015Attribution_EuropeanHeatWave_map

Voor niet-ingewijden in de klimaatwetenschap is het misschien een voor de hand liggende vraag: werd de hittegolf in West-Europa van vorige week veroorzaakt door klimaatverandering? Of de hittegolven in India en Pakistan van eerder dit jaar? De overstromingen in Texas en Oklahoma? Of tropische stormen zoals Sandy en Haiyan?

Het simpele antwoord op die vragen: nee, klimaatverandering is niet aan te wijzen als dé oorzaak van extreem weer. Extreme gebeurtenissen, of ze nu met weer te maken hebben of met iets heel anders, kennen zelden één oorzaak. Ze ontstaan door een samenloop van factoren. Als er al één oorzaak aan te wijzen is, dan is dat het toeval dat zorgt voor die samenloop. Klimaatverandering kan één van de factoren zijn die een rol speelt bij een extreme weersituatie. Attributie van extreem weer is dan ook geen welles-nietes kwestie, maar draait om de vraag: met welke mate van zekerheid kan de menselijke invloed op het klimaat aangewezen worden als een factor van betekenis bij extreme weersituaties.

SREX_Fig1-2a

Invloed op temperatuursextremen van een onveranderde, maar wel verschuivende waarschijnlijkheidsverdeling van de temperatuur. Bron: IPCC SREX

De afbeelding hierboven, afkomstig uit het IPCC SREX rapport, illustreert hoe in een heel eenvoudige situatie attributie van een toename van (extreme) hitte en een afname van (extreme) kou mogelijk zou zijn. De eenvoudige situatie is hier een onveranderde waarschijnlijkheidsverdeling – de vorm van de curve – van de temperatuur, die in zijn geheel opschuift langs de horizontale as bij opwarming. Maar zelfs als de wereld zo eenvoudig in elkaar zou zitten zouden er nog complicaties op de loer liggen. Het zou bijvoorbeeld nog niet zo makkelijk zijn om op basis van waarnemingen met grote zekerheid aan te tonen dat de vorm van de curve niet verandert, zeker aan de uiteinden. Extreme waardes komen immers maar weinig voor en dus zijn er relatief weinig waarnemingen. De onzekerheden over de precieze vorm van die curve, in een periode waarin deze blijft verschuiven door de opwarming, zouden waarschijnlijk dus groot zijn. Lees verder