Het onzekerheidsmonster: een verraderlijk beestje

Vertaling/bewerking van een blogpost van Victor Venema. De tekening is van Marije Mooren.

onzekerheidsmonster

I think that uncertainties in global surface temperature anomalies is substantially understated.

Judith Curry

People often see uncertainty as a failing of science. It’s the opposite: uncertainty is what drives science forward.

Dallas Campbell

Stel je rijdt over een bochtige weg in het bos en er komt mist op die snel dichter wordt. Matig je dan je snelheid, of blijf je hard doorrijden zolang je niet zeker weet dat er een bocht aankomt? Meer mist betekent meer onzekerheid, en minder voorspelbaarheid: hoe meer mist, hoe groter de kans dat een bocht of een obstakel op de weg, misschien een overstekend hert, te laat wordt opgemerkt. Tegenstanders van mitigatie van klimaatverandering hebben het vaak en graag over onzekerheid. Blijkbaar vinden zij onzekerheid een goede reden om flink gas te blijven geven. Het “uncertainty monster” is in de Engelstalige klimaatblogosfeer inmiddels een gevleugelde term.

Onzekerheid kan nooit een argument zijn om een bepaald risico te nemen. Toch wordt het vaak als reden aangevoerd om een beslissing over risico’s uit te stellen. In de politiek is dat zeker zo: aanvullend onderzoek, een commissie die alles nog eens van alle kanten bekijkt, het werkt altijd weer om een lastige beslissing nog maar even niet te nemen. Voor tegenstanders van bepaald beleid is een beroep op onzekerheid dan ook een effectieve strategie om tijd te winnen, of om beslissingen helemaal van tafel te krijgen. De strategie komt zo veel voor, dat hij een naam heeft gekregen:

Appeals to uncertainty to preclude or delay political action are so pervasive in political and lobbying circles that they have attracted scholarly attention under the name “Scientific Certainty Argumentation Methods”, or “SCAMs” for short. SCAMs are politically effective because they equate uncertainty with the possibility that a problem may be less serious than anticipated, while ignoring the often greater likelihood that the problem may be more deleterious.

Lees verder

COP21 – Het klimaatakkoord van Parijs

Door Bart, Bob, Hans en Jos

Je kunt op verschillende manieren aankijken tegen het klimaatakkoord dat in Parijs is overeengekomen:

  • Er is unaniem een verscherpte ambitie overeengekomen: Onder de twee graden, liefst zelfs onder de anderhalf. In de tweede helft van deze eeuw beloven we met z’n allen broeiksgas-neutraal te zijn (waarbij de uitstoot gelijk is aan de opname). Alle landen nemen een verantwoordelijkheid en sommige elementen van het verdrag zijn juridisch bindend. Dit kan terecht historisch genoemd worden.
  • Die ambities zijn natuurlijk mooi, maar aan de andere kant moeten de gezamenlijke beloftes (de zogenaamde INDC’s) van alle landen nog flink aangescherpt worden om ook maar in de buurt te komen van die ambitieuze doelstellingen. Het wie, hoe en wanneer van ‘decarboniseren’ (een woord dat overigens niet voorkomt in het akkoord, mede op aandringen van Saoedi-Arabië) is dus niet in detail vastgelegd.

Uiteindelijk staat of valt het ermee hoe dit akkoord wordt opgepakt door overheden en bedrijfsleven: Gaat van dit akkoord een momentum uit waarmee de transitie naar een duurzame, broeikasgas-neutrale economie daadwerkelijk wordt ingezet, of blijft duurzaamheid het onderspit delven ten opzichte van korte termijn belangen, zoals tot nu toe meestal het geval lijkt te zijn? Of we de mooie ambities gaan halen is dus nog maar zeer de vraag. Wel kan er vanaf nu met dit akkoord gezwaaid worden om overheden en bedrijven onder druk te zetten hun emissies te reduceren.

Heleen de Coninck geeft in een kort stukje aan waar volgens haar de significante vooruitgang zit bij dit klimaatakkoord. Naast de aangescherpte ambitie qua temperatuurgrens zijn er meer nieuwe aspecten aan dit akkoord: Zo is er afgesproken dat in de tweede helft van deze eeuw er een balans moet zijn tussen de uitstoot en de opname van broeikasgassen, oftewel we moeten dan broeikasgas-neutraal zijn met z’n allen (al heeft dat woord het niet gehaald in de eindtekst). Daartoe moeten landen zo snel mogelijk pieken in hun emissies om daarna snel te dalen. Een aantal eerdere beslissingen (bijvoorbeeld de financiering voor adaptatie en mitigatie in ontwikkelingslanden van minimaal $100 miljard per jaar) zijn nu bekrachtigd in het akkoord, hetgeen het toch iets meer zekerheid geeft. De verschillende perspectieven (half vol/half leeg) komen ook in haar stuk terug:

“It shows a probably unrealistic but nevertheless much-needed signal that the world should try limiting global mean temperature rise to “well below” 2 degrees centigrade compared to pre-industrial levels.”

De tekst van het akkoord (waarschuwing: onleesbaar jargon) is te vinden bij de United Nations Framework Convention On Climate Change. Het akkoord is ook ondertekend door de EU (waaronder Nederland) en gaat in 2020 in, als het door minstens 55 landen wordt geratificeerd, die tezamen voor minstens 55% van de mondiale emissies verantwoordelijk zijn. Tot die tijd geldt formeel voor de landen die in Doha getekend hebben een verlenging van het “Kyoto Protocol”, maar dat betreft slechts 15% van de mondiale CO2-emissies.

De bevindingen van de klimaatwetenschap, zoals in de IPCC rapporten beschreven, vormen de basis van de VN onderhandelingen en van dit klimaatakkoord. De risico’s van ongebreidelde klimaatverandering en de noodzaak van emissiereductie om het gestelde doel te halen, worden erkend. Als je lange tijd doorbrengt met oeverloze discussies met ‘sceptici’ is dit wel een goede reality-check:

“Recognizing that climate change represents an urgent and potentially irreversible threat to human societies and the planet and thus requires the widest possible cooperation by all countries, and their participation in an effective and appropriate international response, with a view to accelerating the reduction of global greenhouse gas emissions,
Also recognizing that deep reductions in global emissions will be required in order to achieve the ultimate objective of the Convention and emphasizing the need for urgency in addressing climate change,..”

Een mooie illustratie van de noodzaak om iets aan klimaatverandering te doen verschaffen de onderstaande grafieken uit Ricke et al. 2015. De grafieken laten tevens zien dat de impact van klimaatverandering voor sommige systemen, zoals de koraalriffen en het akkerland voor basisvoedingsmiddelen, al hoog is bij een relatief geringe opwarming om daarna te verzadigen.

Lees verder

Is het gat in de energieboekhouding van de aarde gedicht?

De tekening bij dit stuk is van Marije Mooren

Missing the Heat. Tekening van Marije Mooren

Om maar met de deur in huis te vallen: de Koppenwet van Betteridge – als de kop boven een artikel eindigt met een vraagteken, is het antwoord: nee – is niet van toepassing op de kop hierboven. Maar het antwoord op de vraag is ook zeker geen volmondig: ja. Wat er wel aan de hand is: vorige maand verscheen er een artikel dat een bijzonder interessant licht werpt op het energiebudget van het klimaatsysteem, en dus van de aarde. Het soort artikel dat de geschiedenis in kan gaan als het begin van een behoorlijke stap vooruit in de klimaatwetenschap. Of als een interessant idee dat door aanvullend onderzoek onderuit wordt gehaald.

Nu de suspense zo ver is opgevoerd is het tijd voor een afknapper, de titel van het artikel: “Distinct energy budgets for anthropogenic and natural changes during global warming hiatus” van Xie, Kosaka en Okumura. Ja hoor, weer die “hiatus”. Lewandowsky zal er wel van gruwen. Niet helemaal onterecht. Want veel meer dan over een opwarmingspauze, gaat het artikel over hoe het klimaatsysteem reageert op veranderingen als gevolg van klimaatforceringen en interne variabiliteit en de gevolgen daarvan voor de energiebalans. Ofwel: over feedbacks in het klimaatsysteem.

We duiken hier dus, ter afwisseling van alle mediaberichtgeving in de afgelopen weken over de Parijse perikelen, diep de klimaatwetenschap in. De wetenschap over de energiebalans van de aarde, om precies te zijn. Of de stralingsbalans; omdat de aarde alleen via straling energie uit kan wisselen met het heelal (een enkel uit de atmosfeer ontsnappend gasmolecuul, of binnenkomend deeltje ruimtestof buiten beschouwing gelaten), komt dat op hetzelfde neer. Inzicht in de stralingsbalans, en daarmee in de energiehuishouding van het klimaatsysteem, is de sleutel tot begrip van veranderingen in het klimaat. Lees verder

Rustig slapen bij “Pro en Contra” over klimaatmaatregelen in de Volkskrant

Mijn dag op zaterdagmorgen begint normaliter met wat geblader door mijn krant, de Volkskrant. Door de klimaattop in Parijs staat er de laatste tijd veel in over het klimaat. De kop op de voorpagina luidde zaterdag bijvoorbeeld: “Zo helpt u de aarde redden”. Niet dat de kans dat onze planeet de komende miljoenen jaren in zijn geheel zal vergaan erg groot is, maar het was een aardig verhaal over wat je zelf kunt bijdragen om je CO2-uitstoot te verminderen en waarom we dat vaak nalaten. In de wetenschapsbijlage “Sir Edmund” stond een interessant stuk over het smeltende ijs in de Alpen. Tja, dan de opiniepagina’s. Daarin stond een Pro & Contra meningen-stuk met als titel “Maatregelen klimaattop – Kunnen we rustig slapen?”.

Twee journalisten komen aan het woord: Martijn van Calmthout, wetenschapsredacteur bij de VK, vertegenwoordigt de “Contra-mening”. Dat is een mooi verhaal over cynisme betreffende de zoveelste klimaattop, zorgen over de toekomstige klimaatveranderingen die we zelf veroorzaken, dat we aan de slag moeten en met de slotzin: “En gaan slapen biedt nachtrust, geen soelaas”. Voor de onvermijdelijke journalistieke balans moest er voor de “Pro-mening” natuurlijk een ‘scepticus’ worden uitgenodigd en daarvoor kom je in Nederland tegenwoordig in 9 van de 10 gevallen bij Marcel Crok terecht. Op zich goed om twee journalisten tegenover elkaar te zetten, al is het nog altijd een scheve vertoning natuurlijk, zeker omdat Crok het nauwelijks over de maatschappelijke aspecten heeft maar vooral de wetenschap bekritiseert. Zijn stuk was – zoals zo vaak – een lange aanval op de bevindingen van de klimaatwetenschap en volgens hem kunnen we rustig gaan slapen, er is, zoals Colijn al ooit zei, voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.

De lezer zou er beter aan doen om wat sceptisch te worden bij de boodschap van het “Pro-mening” stuk van Crok. Ik miste bij dat stuk een kader waarin de uitspraken van de opiniegever wetenschappelijk geduid worden, voor de minder ingevoerde lezer toch handig om de meningen in het juiste wetenschappelijke perspectief te kunnen plaatsen. Daarom doen wij hier maar weer een poging, zoals al zo vaak: bijvoorbeeld hier, hier, hier, hier, hier of hier en de serie “De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn”. Een kritiek op het boek van Marcel Crok, “De staat van het klimaat”, kun je op het Klimaatportaal vinden.
Lees verder

Open discussie winter 2015 – 2016

Onze vorige open discussie heette “Open discussie voorjaar 2015”. Je zou je door de hoge begin temperatuur van de maand november nog in het voorjaar hebben kunnen wanen, maar nu staat toch echt de winter voor de deur. Tijd dus voor de “Open discussie winter 2015 – 2016”. Met die 16 zitten we volgend jaar ook nog goed :).

De afgelopen tijd staat het klimaat en de klimaatwetenschap volop in de belangstelling. De klimaattop die maandag 30 november in Parijs van start gaat heeft daar absoluut aan bijgedragen. Daarnaast levert 2015 vrijwel zeker een nieuw record op qua mondiale oppervlaktetemperatuur, zie de KNMI grafiek hieronder. 2015 zal waarschijnlijk ook het laatste jaar in een lange tijd zijn dat de jaargemiddelde CO2 concentratie lager zal zijn dan 400 ppm. Voer voor discussie te over lijkt ons zo.


De hoogste decadegemiddelde temperatuur in De Bilt voor de eerste twee decaden van november. Bron: Weergegevens.nl.


Waargenomen jaargemiddelde temperatuurafwijking (rood) en schatting van de invloed van de mens (paars) en de totale invloed inclusief vulkaanuitbarstingen en variaties in zonnestraling (blauw) (bron: KNMI)

Hier kunnen de inhoudelijke discussies over klimaatwetenschap en klimaatverandering worden gevoerd of voortgezet, die niet direct betrekking hebben op een specifiek blogstuk.

Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Ik was uitgenodigd om als bloggende wetenschapper deel te nemen aan een paneldiscussie over “De media en het klimaat”. In de vorige blogpost gaf ik een impressie van wat de verschillende panelleden te zeggen hadden. We schreven hier eerder een stuk over de rol van de media bij berichtgeving over klimaatverandering, waarin met name het ‘false balance’ aspect uitgebreid aan de orde kwam n.a.v. een casus bij de Volkskrant.

In deze blogpost licht ik mijn pleidooi toe (pdf slides Media en Klimaat). Daarin wilde ik kritisch reflecteren op hoe ik als wetenschapper de mediaberichtgeving over de klimaatwetenschap bezie, en daarnaast iets zeggen over bloggen. Met als overkoepelende vraag: Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Slide1

Nee, lang niet altijd, is daarop mijn antwoord. En in die gevallen waar de klimaatwetenschap er bekaaid vanaf komt, is dat vaker doordat klimaatverandering gebagatelliseerd wordt dan dat het overdreven wordt. Zogenaamde “sceptische” geluiden worden in de media uitvergroot, relatief ten opzichte van het wetenschappelijke domein. Dat is aangetoond op basis van onderzoeken naar media zelf (o.a. door Max Boykoff) alsmede het enquêteren van wetenschappers met o.a. de vraag hoe vaak ze in de media komen (o.a. door mijzelf).

Tegenstrijdige berichtgeving zorgt voor verwarring

De berichtgeving in de media is vaak zeer tegenstrijdig: Stijgt de zeespiegel nu wel of niet snel? Groeit of slinkt de ijskap op Antarctica nu? Is de opwarming gestopt of juist versneld? Het gevolg is natuurlijk dat de gemiddelde lezer het spoor helemaal bijster raakt, en dan wellicht concludeert dat de wetenschap er nog geen snars van snapt, of dat de waarheid wel in het midden zal liggen (en het dus wel mee zal vallen). Beide conclusies zijn volgens mij onterecht.

Lees verder

De Media en het Klimaat: verslag van een paneldiscussie

Afgelopen dinsdag was er een interessante paneldiscussie over “De media en het klimaat”, georganiseerd door het Climate Institute van de TU Delft. Het panel bestond uit Maarten Keulemans (De Volkskrant), Simon Rozendaal (Elsevier), Joep Engels (Trouw), Jelmer Mommers (De Correspondent), en mijzelf (wetenschapper/docent/blogger). Een gemêleerd gezelschap dus, wat voor enig vuurwerk zorgde.Hieronder volgt een korte impressie van wat de verschillende deelnemers te zeggen hadden.

TUDelft - climate and media

Luisterend naar Simon Rozendaal. Foto Alexander Pleijter, de discussieleider van de avond.

Lees verder

Antarctica: ijsgroei of ijsafname?

Door: Dr. Jan Wuite, Enveo, Innsbruck

Volgens een nieuw verschenen studie van NASA-wetenschapper Jay Zwally in het Journal of Glaciology, afgelopen week breed uitgemeten in de media, nam het landijs op Antarctica over de periode 2003-2008 toe met 82 gigaton per jaar. Antarctica zou niet bijdragen aan de zeespiegelstijging maar deze zelfs matigen met zo’n 0,23 mm per jaar. De studie oogstte direct veel kritiek van andere vooraanstaande wetenschappers in het vakgebied. Er zijn immers veel aanwijzingen dat het landijs op Antarctica juist afneemt en dat dat bovendien wel eens een onomkeerbaar proces zou kunnen zijn. Hoe past deze nieuwe studie in dat plaatje, wat betekent het voor de te verwachten zeespiegelstijging en kloppen deze getallen eigenlijk wel? Glacioloog en poolwetenschapper Jan Wuite, werkzaam bij Enveo te Innsbruck en betrokken bij diverse internationale onderzoeken over Antarctica, licht toe.

Eén van de nadelige gevolgen van de klimaatverandering is de mondiale zeespiegelstijging. Op het moment stijgt deze gemiddeld met ruim 3 mm per jaar, dat is twee maal zo snel als gedurende de vorige eeuw. De verwachtingen zijn dat tegen het eind van deze eeuw de zeespiegel met minimaal zo’n 70 cm zal zijn gestegen. De hoofdoorzaken hiervan zijn duidelijk: de wereldwijde afname van landijs (berggletsjers en ijskappen) in combinatie met de uitzetting van zeewater als gevolg van de opwarming. Ter verduidelijking: landijs ligt op land en kan kilometers dik zijn. Dit in tegenstelling tot seizoensgebonden zeeijs (vnl. bevroren zeewater) dat typisch slechts enkele meters dik is en geen directe invloed heeft op de zeespiegel. Diverse studies hebben in de afgelopen jaren laten zien dat de bijdrage van de twee grootste ijskappen op aarde, Groenland en Antarctica, aan de zeespiegelstijging steeds dominanter aan het worden is. De grootste onzekerheid over de te verwachten stijging in de toekomst wordt veroorzaakt door onzekerheid over de bijdrage van Antarctica. Het is mogelijk dat deze door extra sneeuwval – warmere lucht kan meer vocht bevatten – wordt beperkt. Het is ook mogelijk dat het ijs juist steeds sneller naar de oceanen wordt afgevoerd.

Er is veel ijs in Antarctica, op sommige plaatsen is het ijs wel meer dan 4 km dik. De totale hoeveelheid ijs op het continent, wanneer het compleet zou smelten, is goed voor zo’n 58 m zeespiegelstijging wereldwijd. Zelfs wanneer slechts een klein deel hiervan zou smelten zou dat al grote gevolgen kunnen hebben voor laag gelegen gebieden, maar ook voor bijvoorbeeld de oceaan circulatie. Vandaar dat wetenschappers veel onderzoek doen naar massaverandering van de ijskap: de massa-balans.

Figuur 1. Een weergave van de voornaamste processen die een rol spelen bij de afname of aangroei van ijs op een ijskap. Bron: Zwally et al figuur 1.

Lees verder

Het Lambiekbier en de opwarming van België

Vorige week zag ik op de NOS website het volgende bericht: Minder bier door klimaatverandering. Dit leidde onder studenten even tot een lichte uitbraak van paniek:

Daar ik op zijn tijd graag een biertje lust en tevens geïnteresseerd ben in klimaatverandering, trok dit NOS bericht vanzelfsprekend mijn volledige aandacht. Tast ons stookgedrag zelfs de hoeveelheid bier aan? De zogenaamde klimaatsceptici zouden nu wellicht roepen: “Er is blijkbaar niets wat dat CO2-molecuul niet kan!”. Op basis van de koptekst zou je misschien alarmerende toekomstvisioenen kunnen krijgen van aangetaste gerst- of gistsoorten door opwarming of van ondergelopen brouwerijkelders door extreme regenval. Zo erg is het gelukkig niet.

Het NOS bericht betreft een uitspraak van de brouwer Jean van Roy van bierbrouwerij Cantillon uit Brussel. Deze brouwerij brouwt bier op traditionele wijze, zoals het seizoensbier de Lambiek. Tijdens het productieproces van dit specifieke bier wordt de wort blijkbaar gekoeld aan de open lucht, zodat gisten er in kunnen komen die van nature in de lucht voorkomen en die voor het gistingsproces zorgen. Dit staat bekend als spontane gisting en waarschijnlijk is de Zennevallei bij Brussel de enige plek waar dit vergistingsproces nog wordt toegepast. Volgens Jean van Roy geschiedt het vergisten van zijn bier het beste tussen -3 °C en 8 °C, er zijn derhalve koude nachten vereist en daarom loopt zijn brouwseizoen normaliter ongeveer van oktober tot eind maart. De warme weken van de afgelopen tijd hebben dus roet in zijn brouwproces gegooid. Voor hem was dat de tweede keer in de 15 jaar dat hij aan het roer staat bij Cantillon en daarvoor was dat niet eerder voorgekomen:

“Je suis aux commandes depuis 15 ans. C’est la deuxième fois que ça m’arrive. Mon père n’a pas connu ça. C’est la deuxième fois en cinq ans. Clairement, nous sommes victimes de ce réchauffement climatique.”

Mijn Frans is uiterst belabberd, maar Google Translate doet wonderen: Jean van Roy zegt dat zij slachtoffer zijn van de opwarming van de aarde.
Lees verder

Een dissonant geluid bij het klimaatsymposium van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Op 29 oktober hield de Nederlandse Natuurkundige Vereniging (NNV) een klimaatsymposium. Dit symposium was bedoeld om belangstellende leden van de NNV te informeren over de wetenschappelijke stand van zaken, voorafgaand aan een ledenraadpleging over een eventueel te formuleren standpunt van de vereniging. Ter voorbereiding van dat standpunt was door een werkgroep in een artikel in het verenigingsblad (pdf) een tiental stellingen geformuleerd. Enkele van die stellingen gingen verder dan alleen de natuurwetenschappelijke kant: ze hadden betrekking op bijvoorbeeld economische, technologische en beleidsmatige aspecten. Kritiek daarop is niet onbegrijpelijk en niet onterecht: waarom zou een wetenschappelijke vereniging politiek stelling moeten nemen?

Maar het lijkt erop dat de Nederlandse afdeling van de twijfelbrigade niet alleen een mogelijke politieke stellingname wilde bekritiseren, maar dat men ook de wetenschap zelf weer eens onder vuur wilde nemen. Het bestuur van de NNV moet meerdere verzoeken hebben ontvangen om ook de “andere kant van de wetenschap” te belichten. Daarom werd aan de lijst van wetenschappers die op het symposium spraken ook een journalist toegevoegd: Marcel Crok. Waarom een journalist? Crok erkent het zelf in zijn verhaal: het is niet of nauwelijks mogelijk om aan al de onderzoeksinstituten die zich in Nederland met het klimaat bezighouden ook maar één wetenschapper te vinden die de consensus bestrijdt. Waarom zou dat toch zo zijn?

Een uitgeschreven versie (pdf) van de presentatie is te vinden op de website van Marcel Crok. Hij heeft, meer nog dan in zijn verhaal voor de hoorzitting van de Tweede Kamer van enkele maanden geleden, gekozen voor de strategie van de Gish gallop: een spervuur aan beweringen en argumenten, waarbij kwantiteit boven kwaliteit lijkt te gaan. En, het moet gezegd, die Gish gallop strategie werkt. Er is geen beginnen aan om alle onjuistheden, halve waarheden, verdraaiingen en drogredenen uit het bekende pseudosceptische repertoire van repliek te dienen. Al was het maar omdat het een onleesbaar lang verhaal op zou leveren. In plaats daarvan pikken we er, als service voor NNV leden die mee willen denken over het standpunt van hun vereniging, enkele in het oog springende punten uit. Lees verder