De meeste klimaatmodellen doen het prima!

Modelprojectie uit een rapport van Exxon uit 1982. Deze projectie is overigens niet meegenomen in het onderzoek van Hausfather et al. (Bron: InsideClimate News)

Wetenschappelijke modellen zijn geen glazen bollen. En wetenschappers geen helderzienden. Dat pretenderen ze ook niet te zijn. Alleen charlatans suggereren dat ze in de toekomst kunnen kijken. Wetenschappers kunnen op basis van hun vakkennis wel iets zeggen over oorzaak en gevolg. En daarmee kunnen ze voorwaardelijke voorspellingen doen: als dit, dan dat. Als ik het glas dat ik in mijn hand heb loslaat, zal het vallen. Niemand zal dat een onjuiste voorspelling noemen als het glas heelhuids de tafel haalt omdat ik het niet echt heb losgelaten. Ook klimaatwetenschappers doen alleen voorwaardelijke voorspellingen, op basis van hun vakkennis. Bij het interpreteren van klimaatprojecties en modelresultaten is het belangrijk om daar rekening mee te houden.

Klimaatmodellen simuleren de fysica van het klimaatsysteem. Dat begon in de tweede helft van de vorige eeuw met het doorrekenen van een relatief eenvoudige energiebalans. Het soort berekeningen dat Arrhenius eind 19e eeuw nog met de hand moest doen. Computers maakten het mogelijk om die berekeningen aanzienlijk te verfijnen. Al snel werden die berekeningen aangevuld met simulaties van atmosferische circulatie en van verdamping en condensatie van water. Met het groeien van de klimaatkennis en het toenemen van de rekenkracht van computers werden de modellen steeds uitgebreider en fijnmaziger. Lees verder

Pseudosceptische mist over de openheid van het IPCC

Wanneer het over complotdenkers of wetenschapsontkenners gaat valt wel eens de term motivated reasoning. In wezen is dat heel normaal menselijk gedrag: we redeneren allemaal wel eens naar een gewenste conclusie of naar bevestiging van onze mening toe. Een grappig voorbeeld van dat fenomeen is vaak te zien op fora waar supporters van verschillende voetbalclubs commentaar leveren op wedstrijden. Enigszins gechargeerd komen de commentaren erop neer dat elke club altijd de scheidsrechter tegen heeft, en veel pech, en een tegenstander die bijzonder onsportief is. Veel voetbalsupporters geloven dus dat hun club tekort wordt gedaan, omdat ze zo graag willen dat die club altijd beter is dan de tegenstander. Maar sommige supporters gaan daar heel ver in, terwijl anderen er een stuk realistischer naar kijken. En zo gaat het ook bij andere onderwerpen. Vooral mensen met heel stellige – of moet ik zeggen extreme – overtuigingen zijn heel bedreven in dat gemotiveerd redeneren. Sommigen slagen erin om werkelijk alle informatie die ze vinden zo te verdraaien dat ze er een bevestiging van hun overtuigingen in zien. De afgelopen week werd dit op een bijna surrealistische manier geïllustreerd door enkele Vlaamse pseudosceptici.

Het draait allemaal om het open review proces van het klimaatpanel IPCC. Pseudosceptici hebben het meestal liever niet over dat proces. Want als ze het zouden noemen zouden ze daarmee hun eigen retoriek over het IPCC als gesloten bolwerk, dat niet open staat voor kritiek en niet transparant is, behoorlijk onderuithalen. Het IPCC biedt via die open review namelijk iedereen die zichzelf deskundig genoeg vindt de gelegenheid om commentaar te leveren op concept-rapporten. Wie expert reviewer wil worden kan zich daarvoor aanmelden via de website van het klimaatpanel. In het verleden werd er bij die aanmelding helemaal niet naar deskundigheid gevraagd, sinds enige tijd wordt bij een aanmelding wel een eigen verklaring over de expertise verwacht. Bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van wetenschappelijke publicaties, is niet nodig. De enige andere voorwaarde is ondertekening van een verklaring om vertrouwelijk om te gaan met concept-rapporten, omdat men wil voorkomen dat teksten naar buiten komen voordat die ofwel definitief zijn, ofwel zijn afgewezen of aangepast. Dat zou immers verwarring op kunnen leveren. Concept-rapporten worden wel gepubliceerd, maar pas nadat ook het definitieve rapport er is. Dan worden ook alle opmerkingen van expert reviewers gepubliceerd, en alle antwoorden daarop van de auteurs van het rapport. En de auteurs moeten elke opmerking beantwoorden. Lees verder

Californië wordt heter en droger – en dan is één vonk genoeg

Gastblog van Rolf Schuttenhelm

Foto van een bosbrand bij Yosemite National Park in 2013. De grootste brand van dat jaar is de tot nog toe zesde meest omvangrijke bosbrand in Californië – overtroffen door onder andere branden in 2018 en 2019 – en begon uit een kampvuurtje van een jager. De grootste bosbrand van 2018 valt te herleiden tot een vonk van een hamer op een ijzeren paal. En dit jaar worden de elektriciteitskabels genoemd. Maar valt daarmee te verklaren dat het aantal bosbranden nu gemiddeld acht keer zo groot is als in de jaren 70? Een vonk richt weinig uit als die op een vochtige bosbodem valt (het werkelijke ‘geheim van de Finnen’). Bron afbeelding: US Department of Agriculture.

De Amerikaanse staat Californië wordt momenteel weer geteisterd door uitzonderlijke felle bosbranden. Maar waren Californische bosbranden vorig jaar niet ook groot nieuws? En de jaren ervoor? Is er sprake een toename, en zo ja, wat is de oorzaak?

Ja, inderdaad zijn er nu twee jaren op rij waarin grote delen van de Californische bossen in rook opgaan – en ook over een wat grotere tijdschaal nemen de bosbranden in Californië toe. Het jaarlijks verbrande gebied is nu vijf keer zo groot als in de jaren 70, met tussen 1972 en 2018 een achtvoudige toename in zomerse bosbranden. De huidige bosbranden niet meegerekend, hebben 12 van de 15 grootste Californische branden plaatsgevonden sinds het jaar 2000.

In de zoektocht naar de oorzaken van de natuurbranden komt al gauw een afkorting naar boven: PG&E. Dat staat voor Pacific Gas & Energy, een energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor een deel van de elektriciteitskabels die door de Californische bossen lopen, waar vaak de term ‘utilities’ voor wordt gebruikt. Omdat PG&E deze infrastructuur slecht zou onderhouden, kunnen boomtakken de bedradingen raken, waardoor vonken overspringen en branden ontstaan. Lees verder

Robuustheid van homogenisatie van KNMI onderzocht

We hebben hier het afgelopen jaar al twee keer aandacht besteed aan het kritische rapport van Dijkstra, Ruis, De Vos en Crok over de homogenisatie van temperatuurmetingen van De Bilt door het KNMI. Inmiddels heeft meteoroloog Ben Lankamp van Weerplaza de homogenisatie van het KNMI gereproduceerd. Hij heeft ook onderzocht hoe gevoelig de resultaten zijn voor gemaakte keuzes die door Dijkstra bekritiseerd werden. De invloed van die keuzes op het resultaat van de homogenisatie is klein. De gebruikte referentie heeft het meeste invloed: een combinatie van Nederlandse en Duitse stations levert een wat kleinere correctie op dan wanneer alleen Eelde wordt gebruikt.  Maar de keuze voor Eelde is een logische, op basis van meteorologische argumenten. De conclusie: de homogenisatie is reproduceerbaar en robuust. Hieronder licht Ben zijn analyse toe.

Gastblog van Ben Lankamp

In het voorjaar van 2019 verscheen het rapport ‘Het raadsel van de verdwenen hittegolven’, door Frans Dijkstra, Jan Ruis, Rob de Vos en Marcel Crok. Zij hebben de homogenisatie van de temperatuurgegevens in De Bilt, uitgevoerd door het KNMI in 2016, onderzocht en stellen dat deze ‘te rigoureus’ is uitgevoerd.

In navolging daarvan heb ik contact gehad met zowel de auteurs van het rapport als de auteur van de homogenisatie, Theo Brandsma, bij het KNMI. Mijn doel was allereerst om te kijken of de resultaten van het KNMI binnen acceptabele marges kunnen worden geproduceerd. Dit was namelijk de auteurs van het ‘hittegolvenrapport’ niet gelukt.

Vervolgens ben ik de belangrijkste kritiekpunten in dit rapport nagelopen om te kijken of die hout snijden. Mijn eigen uitgangspunt hierin was neutraal en zo goed als mogelijk objectief: mensen zijn niet feilloos, ook wetenschappers niet. De discussie moet je zo veel mogelijk aangaan en niet vermijden. Lees verder

Open discussie najaar 2019

Waarnemingen en projecties van de warmte-inhoud van de oceanen uit het recente speciale IPCC-rapport over cryosfeer en oceanen.

Het was zo hier en daar nieuws, vorige week: Nature trekt een artikel in over de toename van de warmte-inhoud van de oceaan. Waarom het nieuws was is wat minder goed te begrijpen. Dat er een behoorlijke fout in de onzekerheidsanalyse van dat artikel zat was al lang bekend. De auteurs hadden die fout in november vorig jaar al erkend, en aangegeven dat ze hem zouden herstellen. De procedure van intrekking neemt nogal wat tijd in beslag, zo legt de redactie van Nature uit aan Retraction Watch, omdat men eventuele fouten grondig wil onderzoeken en er ook de auteurs, de peer reviewers en zo nodig externe experts over wil raadplegen. Die formele procedure van intrekking is onlangs afgerond. Meer nieuws is er niet.

Of het zou een onhandigheidje van het IPCC moeten zijn. In de laatste conceptversie van het recente rapport over cryosfeer en oceanen leek een referentie te staan naar het inmiddels ingetrokken artikel. In werkelijkheid ging het om een ander artikel van dezelfde hoofdauteur uit hetzelfde jaar. In het definitieve rapport zal dit rechtgezet worden.

In deze Open Discussie kunnen inhoudelijke discussies over klimaatwetenschap en klimaatverandering worden gevoerd of voortgezet, die niet direct betrekking hebben op een specifiek blogstuk.

Klimaatbullshit hoeft niet mee te wegen

Gastblog van Jan Paul van Soest, eerder verschenen op EnergiePodium

Of conservatief Nederland eens kan ophouden met het ontkennen van de klimaatfeiten, vroeg ik me in mijn vorige column op Energiepodium af. Zou het niet mogelijk zijn een goed doordachte conservatieve beleidsvisie te maken die wel de werkelijkheid als uitgangspunt als uitgangspunt neemt, maar die vervolgens op basis van het conservatieve gedachtegoed beargumenteert waarom er toch geen beleid of een andersoortig beleid zou moeten worden gevoerd? Het maatschappelijk debat is daarmee gediend, terwijl klimaatdrogredenen niet als basis voor beleidsvorming kunnen gelden.

De column is veel gedeeld en besproken, via social media, linkedin en herplaatsing op het populair-wetenschappelijke blog Klimaatverandering dat ook een reactieplatform biedt.

Maar de kwaliteit van de reacties uit die conservatieve hoek vallen me niet mee, moet ik zeggen. Laat ik echter eerst een eervolle vermelding uitreiken, aan Jilles van den Beukel, die een doordachte visie als antwoord op mijn uitdaging neerlegde in Energeia en die als prijs hiervoor een exemplaar van De Twijfelbrigade tegemoet kan zien. Zoiets was de bedoeling: kom eens met een op feiten gebouwde consistente beleidsargumentatie vanuit het conservatieve gedachtegoed. Van den Beukel pakte de handschoen op, maar wijst er op dat zijn bijdrage eerder als liberaal dan als conservatief moet worden gezien. Daar heeft hij gelijk in, en dat maakt de conclusies over wat het conservatisme in het klimaatdebat vermag alleen maar schrijnender. Een liberale beleidsvisie met de wetenschap als vertrekpunt is mogelijk, maar een conservatieve? Of een populistische, laten we het breed houden? Zo’n visie lijkt me denkbaar, maar ik heb er een hard hoofd in dat ‘ie er ook komt. Lees verder

Tegenlicht: Waterlanders

Projecties van de zeespiegelstijging uit het IPCC-rapport over oceanen en de cryosfeer

Afgelopen zondag zond Tegenlicht de documentaire Waterlanders uit, over hoe Nederland om zou kunnen gaan met de zeespiegelstijging. Deskundige en bevlogen mensen vertellen in die documentaire hoe we om zouden kunnen gaan met de zeespiegelstijging die ons de komende eeuwen te wachten staat. Ik heb geboeid gekeken, maar tijdens het kijken begon er ook iets te wringen. Ik miste iets.

Het probleem: in de documentaire ging het vrijwel alleen om eindbeelden: het Nederland van na de zeespiegelstijging. Die eindbeelden zijn zeker interessant om de gedachten te bepalen, maar in werkelijkheid kunnen we er niet zo veel mee. Want dat Nederland van na de zeespiegelstijging is er pas over enkele eeuwen. Of misschien zelfs enkele millennia. Al zou op die lange tijdschaal de stijging best nog een stuk hoger uit kunnen vallen dan het extreemste scenario dat in Tegenlicht aan bod kwam: 15 of 20 meter hoger dan nu, in plaats van 6 meter.

Tot het zover is zullen er een heleboel generaties leven in het Nederland van de stijgende zeespiegel. We gaan dus een eeuwenlange overgangsperiode tegemoet, waarin mensen gewoon behoefte hebben aan een prettige en veilige woonomgeving, een draaiende economie en een functionerende infrastructuur. Terwijl in de periode de zeespiegel blijft stijgen, mogelijk soms wat sneller en soms wat trager en misschien is dat tempo niet altijd ver vooruit te voorspellen.

Die onzekerheid en onvoorspelbaarheid kwam kort aan bod in het verhaal van Marjolijn Haasnoot, maar verder bleef het onbesproken. Terwijl ik vermoed dat hier de echt moeilijke klus ligt voor planologen, ontwerpers en beleidsmakers. Een statisch eindbeeld is mooi, maar de komende eeuwen moeten mensen hier vooral leven met de dynamiek van de stijgende zee en het veranderende klimaat. Meer dan een eeuw vooruitplannen en ontwerpen lijkt me niet realistisch. We zullen dus vooral na moeten denken over hoe Nederland moet leven met een toestand van doorgaande en onzekere verandering. Mogelijk vraagt dat vooral om flexibiliteit, en juist niet om een eindbeeld dat al helemaal vastligt.

Hogere afvoeren Rijn en Theems, terwijl Rhône en Tiber langzaam opdrogen

Hoogwater in de IJssel, januari 2018. Door toename van winterneerslag nemen de piekafvoeren van rivieren in Europa toe. Een half jaar later werd de laagste rivierstand ooit bereikt. Credit beeld: Maria Kolossa.

Gastblog van Rolf Schuttenhelm

We krijgen in Nederland langzaamaan wat oog voor de lange termijn effecten van zeespiegelstijging. Maar als we naar het water kijken, is dat maar het halve verhaal. Hoog tijd om ook naar de binnendijkse uitwerking van klimaatverandering te kijken. Zoals de invloed van neerslagveranderingen op rivierstanden.

Klimaatverandering vergroot in Europa verschillen in rivierwaterstanden. De winterafvoer wordt gemiddeld hoger en de zomerafvoer juist lager. Maar niet elke rivier gedraagt zich hetzelfde, blijkt uit nieuw onderzoek. Vooral rivieren in Noordwest-Europa hebben door een toename van regenval in de herfst en winter hogere piekafvoeren. Een aantal van deze rivieren treedt dan ook vaker buiten hun oevers.

Drie grote trends: meer verdamping, meer regen, minder sneeuw

Rond de Middellandse Zee drogen rivieren juist langzaam op door toenemende verdamping. Ook in Oost-Europa komen rivieroverstromingen minder vaak voor. Hier is de oorzaak een afname van de sneeuwbedekking in de winter. De voorjaarsdooi valt weliswaar steeds vroeger in, maar brengt dan minder smeltwater in beweging.

We danken de inzichten aan een onderzoek waar 47 wetenschappers uit diverse Europese landen aan hebben meegewerkt, onder leiding van de Technische Universiteit Wenen. Zij vergeleken voor 3.700 meetpunten de ontwikkeling van de hoogste waterafvoeren van alle grote rivieren in Europa, over de vijftig jaar tussen 1960 en 2010. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature.

Het verschilt sterk van rivier tot rivier, schrijven de onderzoekers: de afvoer van sommige rivieren neemt met 18 procent per decennium toe, terwijl andere rivieren in tien jaar tijd bijna een kwart van hun water hebben verloren.

Op basis van veranderingen van de piekafvoeren en de onderliggende klimaatdrijvers definiëren de auteurs drie regio’s in Europa: (1) Noordwesten, met toename piekafvoeren en overstromingen door toename winterneerslag, (2) Zuiden, met afname door dominate toename van verdamping in stroomgebieden en (3) Oosten, met afname overstromingen door afname sneeuwbedekking.

Lees verder

Graag conservatieve meningen, geen feitenvrije kulkoek

Gastblog van Jan Paul van Soest, eerder verschenen op Energiepodium

Jawel hoor. Het was even een paar dagen koel in augustus, en meteen uitten verschillende conservatieve politici en columnisten hun twijfel over de opwarming van de aarde, en over de mens als de oorzaak. Gemiste kans: het energie- en klimaatbeleid staat voor grote uitdagingen en afwegingen, en in dat debat mag een goed beargumenteerd conservatief geluid niet ontbreken.

Echter, erkenning van de feiten is wel een entreekaartje tot dat debat en de besluiten die eruit voortvloeien. Een mening die op misinformatie en nonsens berust, hoeft niet serieus te worden genomen. “It’s not your opinion, you’re just wrong” luidde de titel van een veelgeciteerd artikel in de Houston Press, 4 jaar geleden. De schrijver, Jef Rouner, beargumenteert dat een mening geen mening is als iemand de feiten aan zijn laars lapt, het is slechts een feitelijke onjuistheid, niet meer en niet minder.

Stel, iemand beargumenteert in een debat over vaccinatie dat vaccinatie niet verplicht moet worden omdat vaccins autisme veroorzaken. De oorspronkelijke claim van een verband tussen vaccinatie en autisme berustte op een frauduleus onderzoek, dat werd teruggetrokken, en talloze onderzoeken daarna wezen uit: er is géén verband. De bewering dat vaccins autisme veroorzaken, kan dus nooit als argument voor of tegen verplichte vaccinatie gelden. Wie tegen vaccinatie is, zal zich van andere, wel verdedigbare argumenten moeten bedienen: moreel-ethische en/of feitelijk juiste argumenten. Hetzelfde geldt voor de mening dat HIV-remmers niet zouden moeten worden verkocht omdat AIDS een bedenksel is van de farmaceutische industrie om de omzet te vergroten. Dat is kulkoek, en dus geen relevante mening die mee hoeft te wegen in het maatschappelijke of politieke debat. Lees verder

Een hittegolven-rapport dat geen extreme hitte analyseert

Temperatuurrecords van Nederlandse weerstations. Bron: W. in ’t Erland, Onweer Online

Als we de afgelopen weken iets hebben kunnen merken over het klimaat, dan is het wel dat extreme hitte extremer wordt. In Nederland sneuvelde het warmterecord van 38,6°C uit 1944 in Warnsveld. Niet met een beetje, het werd met meer dan 2°C verpulverd. En dat niet alleen: in 3 dagen tijd werden er door de 34 KNMI-weerstations in Nederland maar liefst 24 maximumtemperaturen gemeten boven dat tot dan toe onaantastbare record. Waarvan 9 hoger dan 40°C. Ook elders in West-Europa werden tal van hitte-records verbroken, met temperaturen die een eeuw geleden zo goed als onmogelijk waren.

Het is natuurlijk volkomen logisch dat in een warmer klimaat de kans op extreme hitte groter is. Toch blijken er, zelfs na de recente recordregen, mensen te zijn die deze simpele logica weigeren te accepteren. Bijvoorbeeld aan de hand van het rapport van Dijkstra et al. dat de door het KNMI uitgevoerde homogenisatie van de temperatuurdataset van De Bilt bestrijdt. De suggestieve ondertitel maakt duidelijk dat het rapport niet bedoeld is als objectieve contra-expertise, maar als aanval op het KNMI: “Hoe het KNMI historische hittegolven uit de boeken schrapte”. De door het KNMI uitgevoerde homogenisatie werd op dit blog net voor de hittegolf van juli nog bevestigd door de analyse van Tinus Pulles. Omdat de verdachtmakingen daarna gewoon door zijn gegaan zijn we wat dieper in het rapport van Dijkstra c.s. gedoken. En de kwaliteit van wat we aantroffen valt bepaald niet mee. We lichten er hier enkele methodologische missers en onjuistheden uit. Lees verder