VVD kamerlid Leegte oneens met klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen

VVD kamerlid Rene Leegte riep in de Telegraaf op om het KNMI op te heffen:

Leegte noemt het IPCC „klimaatalarmisten” en vindt het niet goed dat het KNMI zo achter hun conclusies van de uitstoot van CO2 en de stijging van de temperatuur aanloopt. Andere onderzoeken laten een afvlakking van de temperatuur zien, stelt Leegte. De overheid moet volgens hem vragen over het klimaat onafhankelijk in de markt kunnen zetten.

Krijg nou wat!

Omdat de conclusies van hoogstaand wetenschappelijk onderzoek hem niet aanstaan wil hij ervan af, en onderzoeksvragen zodanig “in de markt zetten” dat er een voor hem welgevallig antwoord uit rolt. En dat dan in naam van onafhankelijkheid! Het cynisme druipt ervan af, maar dat ontgaat Leegte wellicht.

Als Leegte de moeite zou hebben genomen om eens te kijken wat er zoal “in de markt” te koop is aan klimaatonderzoek zou hij snel genoeg hebben ontdekt dat er brede consensus bestaat binnen de wetenschap (de aarde warmt op en dat komt voor een groot deel door menselijke uitstoot van broeikasgassen en ontbossing). Misschien zou hij dan alle serieuze onderzoeksinstellingen willen afschaffen? Of wellicht wil hij buiten de wetenschap te rade gaan?

Wetenschap moet juist onafhankelijk zijn van de politieke wind in Den Haag, Washington, La Paz of Riyad. Een volksvertegenwoordiger die probeert de wetenschap de les te lezen over diezelfde wetenschap is toch echt de omgekeerde wereld. Het toppunt is dan wel dat zo’n volksvertegenwoordiger die wetenschap, waarvan de conclusies hem niet aanstaan, wil opheffen. Zo’n volksvertegenwoordiger is Leegte.

Ik trek het bewust breder dan ‘alleen maar’ KNMI, omdat zo goed als alle klimaatwetenschappelijke onderzoeksinstituten min of meer dezelfde conclusies hebben getrokken over klimaatverandering. Dat is ook nogal logisch, want de berg aan bewijsvoering laat maar weinig ruimte over voor andere opvattingen. Wetenschap is geen democratie.

Echter, er zijn aardig wat ‘creatievelingen’ die proberen die berg te omzeilen en op een andere manier boven te komen. Wetenschappelijk en logisch sluitend zijn hun verhalen zo goed als nooit.

Zo ook Leegte, die blijkbaar niet verlegen is om zijn gebrek aan kennis van de klimaatwetenschap tentoon te spreiden: Er is geen wetenschapper (van KNMI of elders) die beweert dat er maar 1 variabele is die het klimaatsysteem beïnvloedt. De opwarming gaat ook gestaag verder, zoals duidelijk is uit een scala aan metingen variërend van toenemende temperaturen, afnemend Arctisch zee ijs, smeltende ijsmassa op Groenland en Antarctica, toenemende warmte inhoud van de oceanen, veranderingen in ecosystemen (bijv. migratie, tijd van bloeien, groeiseizoen), etc. Maar dan wel gezien over langere tijdsschalen natuurlijk. We hebben het ten slotte over klimaat.

Dat doet me herinneren aan een partijgenote van Leegte die ook de fenomenen “weer” en “klimaat” door elkaar haalde toen ze zei (in een ander tijdperk):

De VVD wil onafhankelijk onderzoek naar de opwarming van de aarde, nu ons land al weken in de ban is van de vrieskou. “We moeten weten hoe het echt zit, zeker met dit weer”, aldus VVD-Kamerlid Neppérus.

Ik ben benieuwd hoe ze het weer van de afgelopen paar dagen dan karakteriseert. De opwarming zal volgens haar nu wel de pan uitrijzen!

Ik wou dat ik er om kon lachen.

Zie ook Paul Luttikhuis op het NRC klimaatblog:

Kennelijk vindt René Leegte wetenschappers die er – bijvoorbeeld op grond van onderzoek – van uitgaan dat de uitstoot van CO2 een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde niet onafhankelijk en dus niet integer. Als Leegte iets anders bedoelt, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samson, moet hij zijn beschuldiging onderbouwen.

Bizarre column Eppink in NRC over klimaatdebat

In het NRC van 7 juni stond een bizarre column van Derk Jan Eppink over klimaatverandering. Zo’n stukje waarvan je je afvraagt of het serieus is of misschien satirisch bedoeld is, en of je er nu om moet huilen of lachen.

Een rode draad van zijn betoog is moeilijk te vinden tussen wat als een heuse complottheorie of nieuwe religie wordt voorgesteld. Hij ageert tegen het feit dat bijvoorbeeld de BBC en andere mainstream media vooral een wetenschappelijk gefundeerd geluid laten horen over klimaatverandering. Zo zegt hij het natuurlijk niet, maar daar komt het wel op neer. Hij beroept zich bijvoorbeeld op nieuwslezer Sissons als hij schrijft dat

de BBC met welhaast religieuze zendingsdrift tot de conclusie kwam dat andersdenkenden de mond moest worden gesnoerd

Geachte heer Eppink: Iedereen heeft recht op een eigen mening. U ook. Maar u heeft geen recht op uw eigen feiten. Wetenschap is geen democratie of lagere schoolklas waar degene die het hardste schreeuwt gelijk krijgt. In de wetenschap draait het om bewijsvoering; om een rationele interpretatie van de feiten in de juiste context; en op die manier er achter komen wat de meest waarschijnlijke verklaring is.

De meest logische manier voor de media om te berichten over wetenschappelijke onderwerpen is door bij die wetenschap te rade te gaan: Wat wordt er door hen gezegd en geschreven? Waar zijn ze het globaal over eens (voorbeeld: De recente opwarming van de afgelopen 50 jaar is hoogstwaarschijnlijk voor het grootste deel door menselijke activiteiten veroorzaakt), en waar vinden nog verhitte debatten over plaats op wetenschappelijke fora (voorbeeld: In hoeverre draagt mechanische instabiliteit van de grote ijsmassa’s op Groenland en Antarctica bij aan zeespiegelstijging, nu en in de toekomst?).

Aan iemand die beweert dat roken geen schadelijke effecten heeft op de gezondheid wordt door de media geen aandacht besteed, en dat is maar goed ook. Het wordt hoog tijd dat we diezelfde logica ook gaan toepassen bij onzinverhalen over klimaatverandering. Als 97% van de klimaatwetenschappers het erover eens zijn dat de mens in grote mate verantwoordelijk is voor de huidige opwarming, dan zou de berichtgeving in de media vooral moeten laten zien waar de experts het over eens zijn. Als de helft van de tijd 1 tot 3% van de experts, die een wetenschappelijk extreem standpunt innemen, aan het woord wordt laten, geeft dat een heel vertekend beeld van hoe de wetenschap als geheel het onderwerp beziet. Daar is niemand bij gebaat. Nou, niemand…

Kan het zijn dat die 97% het fout heeft, en die 1% (de andere 2% had geen mening) gelijk? Natuurlijk kan dat. Alles kan. Maar hoe waarschijnlijk is het? En wat is het risico te vertrouwen op de ene dan wel de andere kant van het verhaal? Wat zijn de mogelijke niet-wetenschappelijke motieven om een bepaalde theorie aan te hangen? Hoe logisch is de ene versus de andere interpretatie? Dat zijn de belangrijke vragen. Oreskes geeft een goede beschrijving van hoe de wetenschap tot haar relatief eensgezinde standpunt (tenminste over de rode draad) is gekomen (namelijk op basis van verschillende wetenschappelijke methoden en een scala aan onafhankelijke aanwijzingen) en laat zien dat het daarom heel onwaarschijnlijk is dat zij er fallikant naast zitten.

Een viertal reacties op het stuk van Eppink zijn in het NRC van 10 juni verschenen. Anne van Loon (Hydroloog, Wageningen Universiteit) haakt in op hetzelfde punt als ik, en zegt het wellicht nog iets scherper (links door mij toegevoegd):

Het is een manco in de journalistiek dat beide kanten van een zaak altijd gelijkwaardig moeten worden belicht en dat beide partijen evenveel stem moeten krijgen. In de klimaatdiscussie zijn de partijen niet gelijkwaardig. Aan de ene kant staan bijna alle wetenschappers die zich direct of indirect met het klimaat bezighouden. Aan de andere kant staan een paar schreeuwlelijken, meestal economen of sociologen, of een Tsjechische president. Zij denken dat sprake is van een complot, dat de wetenschappers samenspannen om ervoor te zorgen dat de burger niet meer in zijn autootje mag rijden. Dit is onzin.

Ook Eco Matser (Hivos) noemt de brede consensus die er onder klimaatwetenschappers bestaat. Bart Strengers (PBL) en Jan Paul van Soest (De Gemeynt) laten zien dat de voorbeelden die Eppink aanhaalt niet kloppen:

In één van de drie vuistdikke rapporten – deel II, over de gevolgen van klimaatverandering stonden enkele fouten. Eén daarvan was echt storend. In Deel I, dat de onderliggende natuurwetenschap behandelt, is geen serieuze fout aangetroffen.

Van manipulatie van temperatuurgegevens is geen sprake. Dat is eenvoudig na te gaan door bijvoorbeeld de ruwe data te vergelijken met de opgeschoonde data: Daar zit geen stelselmatig verschil tussen (zie hier en hier).

Ook haalt Eppink de meest gebruikte drogreden van stal: het klimaat verandert altijd, zelfs al in de tijden dat mensen in grotten woonden. Ja, en wat dan nog? We kennen de oorzaken van klimaatverandering uit het verleden heel behoorlijk – zon, vulkanen, ijsbedekking, CO2 en andere broeikasgassen. De huidige toename van broeikasgassen in de atmosfeer komt aantoonbaar door de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit verandert het klimaat, boven op de natuurlijke variaties. Bij ongewijzigd beleid kunnen de gevolgen van klimaatverandering voor natuur, gezondheid en economie groot zijn.

Bosbranden komen ook van nature voor. Toch is er niemand die dat als reden gebruikt om te beweren dat bosbranden niet door mensen kunnen worden aangestoken. De redenering van Eppink is gespeend van elke logica.

Wouter van Dieren (IMSA) tapt weer uit een heel ander vaatje en zet de tegenaanval in: Tegenover de zg “linkse kerk” zet hij een “rechtse kathedraal”:

de overtuiging dat de vrije markt en de individuele vrijheid worden bedreigd door op wetenschap gebaseerde interventies, zoals een verbod op roken, klimaatmaatregelen, verplichte verzekeringen et cetera.

Ik denk inderdaad dat veel verzet tegen de klimaatwetenschap ideologische grondslagen heeft, maar zou ervoor waken om de nadruk al te sterk op een links-rechts tegenstelling te leggen: In de zoektocht naar een duurzame samenleving zullen we mensen met diverse politieke voorkeuren nodig hebben. We moeten juist ervoor zorgen dat de wetenschap weer op haar waarde wordt beoordeeld, en dat doen we m.i. door de politieke lading er juist vanaf te halen i.p.v. het te versterken. Door een politieke stroming als “anti” te bestempelen wordt het debat nog meer gepolariseerd en gepolitiseerd.

De infrarood absorberende eigenschappen van CO2 trekken zich niets aan van de politieke voorkeur van deze of gene. Dat is wat mij betreft de hoofdboodschap in deze gepolitiseerde discussie.

Ejo Schrama (TU Delft) schetst op zijn blog heel mooi de context van het maatschappelijk debat en geeft ook en andere verklaring voor het skepticisme:

het is namelijk een gevecht van “de kleine man” tegen “de grote boze buitenwereld” die hem iets oplegt. De “kleine man” meent namelijk dat klimaatverandering een verzinsel is, ziet alleen de negatieve gevolgen die hem direct in zijn portemonnaie raken, zoals meer belasting betalen of een hogere energierekening. De grote boze buitenwereld is in dit wereldbeeld de grote schuldige, en daarachter zit “de wetenschap” of nog erger, “de linkse politiek” die zo zot is om naar de geleerden in het ivoren torentje te luisteren.

En vervolgt kort en krachtig:

ons klimaat verandert door menselijk toedoen, dit is een wetenschappelijk feit. De consequenties van dit probleem worden steeds duidelijker, en uitstel met het zoeken naar oplossingen betekent dat de rekening alleen maar hoger wordt voor toekomstige generaties.

Relevante oudere blogs:

Moet de deur open voor skeptici? (feb 2010)

Klimaatsceptici raken ver verwijderd van de werkelijkheid (juli 2008)

Dat is een van mijn eerste, maar ook een van mijn beste blogartikelen al zeg ik het zelf. Het eindigt met de volgende oproep:

Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Column Eppink (click voor vergroting):

Reacties van Loon, Matser, en Strengers en van Soest

Reactie van Dieren

Haalt Nederland de emissienormen? Ja en nee…

Ga nooit af op alleen de titel van een bericht:

Nederland dreigt EU-emissienormen te overschrijden (FD)

Nederland haalt EU-emissienormen (VNO-NCW)

Ra ra, hoe kan dat?

Beide berichten zijn gebaseerd op hetzelfde rapport, “Raming van broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen 2011-2015“, van PBL en ECN. De persberichten van beide instituten zijn wijselijk hetzelfde (ECN, PBL). De titel legt de nadruk op het positieve nieuws en geeft net dat beetje meer informatie dat het verschil maakt:

Uitstoot broeikasgassen in Nederland binnen de internationale afspraken

Nu weet de oplettende lezer ook hoe de vork in de steel zit: De titel van het FD stuk slaat op luchtverontreinigende stoffen, waarvoor de normen wellicht niet gehaald worden (ammoniak en stikstofoxiden) en het VNO-NCW stuk op broeikasgassen, waarvoor de norm waarschijnlijk wel gehaald wordt. FD schrijft (voor zover niet achter een betaalmuur):

De kans is 50% dat de uitstoot van NOx in 2012 en van ammoniak in 2011 de Europese emissienorm overschrijdt, aldus de twee instituten. Het gaat om uitstoot van vooral verkeer (60%), industrie (13%) en energiebedrijven (13%).

En VNO-NCW:

Nederland blijft binnen de internationale afspraken over uitstoot van broeikasgassen. Dat concluderen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in een op 31 mei gepubliceerd onderzoek.

Hoewel de uitstoot van broeikasgassen van energiebedrijven en industrie de komende jaren naar verwachting zal toenemen, kan Nederland voldoen aan de afspraak (Kyoto-protocol) om tussen 2008 en 2012 gemiddeld 6 procent minder te produceren ten opzichte van 1990 door aankoop van emissierechten in het buitenland. Volgens VNO-NCW zien energiebedrijven en industrie daarmee kans op kosteneffectieve manier de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Of de reductie in Nederland zelf of daarbuiten wordt gerealiseerd, is voor het effect op het klimaat niet relevant. Het is volgens VNO-NCW juist verstandig de emissie daar te reduceren waar veel (milieu)winst te boeken valt tegen de laagste kosten.

Dat is ook precies de redenering achter emissiehandel: De mogelijkheid tot handel in een kostenpost (emissies) is een economische stimulans om ze de reduceren waar dat het goedkoopst is. (Waar dat netto het goedkoopst is, is afhankelijk van hoe de CO2 prijs zich verhoudt tot het verschil in reductiekosten).  Het is echter ook de perfecte vrijbrief om als rijk land lekker te blijven uitstoten wat je wilt (en daar dan wel een paar centen voor neer te leggen, maar de CO2 prijs is dermate laag dat dat niet zo’n pijn doet). Afhankelijk van o.a. de verdeling van emissierechten overheerst de eerste (constructieve) prikkel of de tweede (perverse) prikkel.

Dat er meer broeikasgassen worden geproduceerd valt volgens VNO-NCW wel te verklaren. Enerzijds door de uitbreiding van het aantal elektriciteitscentrales en daarmee de toename van energieproductie. Maar ook doordat de industrie zich heeft hersteld van de recessie.
Wel constateren PBL en ECN dat het beeld voor luchtverontreinigende stoffen als stikstofoxiden en ammoniak minder eenduidig is. Of Nederland voor 2012 kan voldoen aan Europese afspraken over terugdringing, hangt erom. Maar op de langere termijn zal Nederland zeer waarschijnlijk zakken onder het afgesproken plafond.

Dankjewel Jan Paul van Soest voor Blog Award!

Tot mijn verrassing kreeg ik een paar dagen geleden van Jan Paul van Soest een ‘blog award’ uitgereikt. Die neem ik dankbaar ik ontvangst; dankjewel Jan Paul! Evenals de Woody Guthrie award, die ik een paar weken terug kreeg voor m’n Engelstalige blog, is dit een “virtuele prijs van bloggers onder elkaar”. Komt al het goede dan toch in tweeën?

Jan Paul van Soest houdt zelf een heel goed doordachte blog bij. Ik vond met name zijn posts over bottom-up versus top-down duurzaamheid interessant en stemmen tot nadenken: Duurzaamheid onderlangs of bovenover? en Het doolhof van de duurzame keuzes. Hij houdt daarin een sterk pleidooi dat structurele veranderingen noodzakelijk zijn om duurzaamheid te bereiken en noemt zichzelf een ‘structuralist’ in tegenstelling tot ‘individuele verantwoordelijksdenkers’. Hij geeft wel aan dat hij de zaken graag van verschillende kanten bekijkt (dat herken ik):

het enthousiasme, de inspiratie, de drive is vooral bottom-up; maar als niet top-down absolute grenzen worden ingesteld, blijft het dweilen met de kraan open. En als die absolute grenzen er dan zijn, is uiteindelijk de enige effectieve actie die grenzen verder naar beneden brengen. Maar er zijn maar weinig beleidsmakers bereid top-down te doen wat nodig is. Dat geldt zeker voor Nederland. Dat zal dus door de Vereniging van Duurzame bottom-uppers moeten worden afgedwongen. 

Ik ben even gaan zoeken wat die blog award inhoudt, of er een verhaal, een geschiedenis aan vast zit. Jan Paul kreeg hem van Annelies Roon van het groene web, en zij van stadsakker, waarop werd uitgelegd wat de opzet van de award is: 

Geef deze award door om anderen te attenderen op leuke, mooie en inspirerende blogs. De spelregels zijn eenvoudig:

  • Je maakt een verwijzing naar de blog en/of persoon die je de award heeft gegeven.
  • Geef vervolgens de award door aan 3 tot 5 van je favoriete blogs en maak in je bericht een koppeling naar deze blogs.
  • Laat een berichtje achter op deze blogs dat ze een Award gewonnen hebben.

Het is de bedoeling dat er vooral aandacht wordt gegeven aan beginnende of nog niet zo bekende blogs.

Met 3 tot 5 awards te vergeven zijn er al snel veel winnaars natuurlijk, en inderdaad kwam ik al snel op een tiental blogs terecht. De lineage gaat via De Dakboerin, Groen Gedoe, en op Natuurlijk Zuinig kwam ik iets tegen dat op een logo lijkt en dat een aantal keer was doorgegeven:

 

Wat wel grappig is, is dat veel van deze en andere blogs in de award stamboom juist sterk inzetten op individueel handelen, bottom-up duurzaamheid, in tegenstelling dus tot Jan Paul van Soest. Ik zit meer op de lijn van Jan Paul, maar evenals hij zie ik dat beide benaderingen nodig en zinvol zijn.

Ik geniet nog even van mijn award voordat ik hem verder geef. De oorsprong lijkt in het Nederlands taalgebied te liggen, dus daar zal ik in eerste instantie zoeken voor een waardige opvolger (of meer). Aangezien de meeste blogs die ik lees Engelstalig zijn, kan ik wel wat pointers gebruiken naar kleine diamanten onder de Nederlandse klimaat en duurzaamheid blogs, dus geef maar suggesties!

Nederland droogste voorjaar ooit gemeten

Je zou het misschien niet zeggen na zo’n regenachtige dag, maar dit voorjaar is uitzonderlijk droog in Nederland tot nu toe. De weinige regen die er in de afgelopen weken gevallen is is bij lange na niet afdoende om het neerslagtekort (meer verdamping dan neerslag) aan te vullen:

Er was veel zon met hoge temperaturen, wat zorgde voor veel verdamping. Bovendien is er maar weinig neerslag geweest.

KNMI over de langjarige trend en het huidige seizoen:

Het neerslagtekort in Nederland in het voorjaar wordt de laatste jaren steeds groter. (…) De toenemende trend hangt samen met een toename van de verdamping, die weer het gevolg is van meer zon en hogere temperaturen. (…) De toenemende trend hangt niet samen met een afnemende trend in de neerslag, de neerslag neemt de laatste jaren eerder toe dan af. Dit voorjaar jaar is de hoeveelheid neerslag echter zeer klein. Daarnaast is er veel zon en is de temperatuur hoog, waardoor er veel verdamping is. Hierdoor is het neerslagtekort dit voorjaar groter dan ooit.

Het klimaatportaal houdt een dossier bij over de droogte in Nederland:

Nederland heeft te maken met het droogste voorjaar ooit gemeten. De waterstanden in de Maas en de Rijn zijn uitzonderlijk laag.
 
Dit heeft gevolgen voor de landbouw en de natuur. Door ontwatering stoten veengebieden extra broeikasgassen uit. De overheid neemt maatregelen om de negatieve gevolgen van de droogte zo veel mogelijk te beperken.
 

IPCC management en coordinatie versterkt

Via het klimaatportaal, mede gebaseerd op het relaas van deelnemers aan de IPCC vergadering:

Het IPCC neemt maatregelen om haar managementstructuur te verbeteren en beleid aan te scherpen. Dit is besloten tijdens de algemene vergadering van het IPCC die plaatsvond van 10 tot 13 mei 2011 in Abu Dhabi, de Verenigde Arabische Emiraten. De wijzigingen moeten zorgen dat het volgende IPCC-rapport duidelijker en genuanceerder wordt en dat het beter aansluit bij de behoeften van de wereldwijde gemeenschap.

Zo is er een streng beleid opgesteld om belangenverstrengeling bij de samenstellers IPCC-rapporten te voorkomen. (…)
 
Het IPCC heeft daarnaast richtlijnen vastgesteld voor de communicatie. Die moet transparant zijn en het IPCC wil snel en doordacht reageren op actuele vraagstukken. Daarnaast moet vastgelegd worden wie er namens het IPCC kan spreken en wie niet. Woordvoerders moeten zich inhoudelijk baseren op gepubliceerde IPCC rapporten en zij moeten zich onthouden van uitspraken over klimaatbeleid of -politiek.
 
Management
Er wordt een bestuur samengesteld om de coördinatie en het management van het IPCC te versterken. Dit bestuur neemt beslissingen die geen uitstel velen, bijvoorbeeld over communicatie, toezicht op de afhandeling van mogelijke fouten en coördinatie tussen werkgroepen. (…)
 
Het IPCC heeft richtlijnen aangenomen die aangeven hoe accuratesse, transparantie en duidelijkheid van procedures kan worden verbeterd. Zo is vastgelegd hoe literatuur verwerkt kan worden in de IPCC-rapporten en hoe de auteurs van de rapporten moeten omgaan met wetenschappelijke onzekerheden.
 
Auteurs moeten toelichten hoe zij tot hun oordeel komen over de mate van wetenschappelijk inzicht in een onderwerp. Ook is vastgelegd dat tijdschriften en kranten in principe geen geldige informatiebron zijn voor de IPCC-rapporten. Blogs, sociale netwerksites en audiovisuele media zijn geen acceptabele informatiebronnen.
 
Een aantal verbeteringen was al doorgevoerd of wordt direct doorgevoerd bij het schrijven van het vijfde assessmentrapport, dat voor 2013 en 2014 gepland staat. Een deel van de verbeteringen vereist nog verdere uitwerking, zoals de implementatie van de regeling belangenverstrengeling en de rol van het secretariaat in het bestuur. Daarnaast moet de definitieve communicatiestrategie worden opgesteld. Deze zaken komen tijdens de volgende IPCC vergadering in november 2011 aan de orde.
 
Inter Academy Council
Met de veranderingen wordt een groot deel van de aanbevelingen van de Inter Academy Council opgevolgd. Het IAC deed vorig jaar onderzoek naar de processen en werkwijzen van het IPCC. Dit gebeurde naar aanleiding van fouten het meest recente IPCC-rapport. Het ging ondermeer om verkeerde schattingen van het afsmelten van de gletsjers in het Himalayagebied en een foutief percentage landoppervlak in Nederland dat onder de zeespiegel ligt.
 
Het IAC concludeerde dat de werkwijze van het IPCC in het algemeen adequaat is. Maar het IPCC moet wel zorgen voor een herziene managementstructuur, sterkere procedures en betere communicatie. Dit is nodig vanwege de groeiende omvang en complexiteit van het werk, de toegenomen maatschappelijke consequenties en de steeds kritischer houding van het grote publiek.
 
Nederland
De fouten in het IPCC-rapport leidden in Nederland tot bezorgdheid binnen de Tweede Kamer. Toenmalig minister Cramer van Milieu gaf het Planbureau voor de Leefomgeving de opdracht om de fouten te onderzoeken.
 
Het PBL concludeerde dat er geen fouten gevonden waren die de hoofdconclusies van het rapport ondergraven. Wel stonden er enkele fouten in de onderliggende hoofdstukken van Werkgroep II over regionale effecten. Daarnaast bleken de conclusies in sommige gevallen onvoldoende gebaseerd op het onderliggende materiaal.
 
Meer lezen:

 Zie ook mij Engelse blog over IPCC history and mandate.

Open discussie

Om de discussie op andere blogs te kunnen focussen op het onderwerp in kwestie is hier een ‘open discussie’ waar alle klimaat gerelateerde onderwerpen ter sprake kunnen worden gebracht.

Guthrie Award, Twitter en een cartoon

Ik kreeg hem voor m’n Engelstalige blog, maar ik neem de vrijheid om de ‘Woody Guthrie award for a thinking blogger‘ ook naar m’n Nederlandse blog te laten uitstralen:

Daarnaast ben ik net begonnen met twitteren (@BVerheggen). Mijn tweets zijn ook op de zijlijn onderaan rechts te vinden. Ik zal in het Nederlands en Engels tweeten, vnl klimaat en energie gerelateerd.

En als afsluting deze cartoon (zie m’n Engelse blog voor context; NL vertaling volgt misschien nog. Is daar trouwens behoefte aan of volgt iedereen die dit leest ook die andere?)

(*) “Zis is ze German coastguard,  What are you sinking about?”

Forse bezuiniging op Nederlands onderzoek en innovatie

Onderzoek en innovatie in Nederland krijgt een flinke knauw. Via de NOS:

FES-gelden

De groei in het wetenschappelijk onderzoek is de afgelopen jaren mede mogelijk gemaakt doordat de kabinetten-Balkenende vanuit de aardgasbaten veel geld (de zogeheten FES-gelden) beschikbaar stelden voor innovatie en onderzoek.

Het kabinet-Rutte heeft besloten daarmee te stoppen. De universiteiten hebben uitgerekend dat daarmee oplopend tot 2015 zeker 2835 onderzoeksplaatsen verloren gaan. Dat is ongeveer twintig procent van het totaal.

Marktwerking

De vereniging van universiteiten, de VSNU, waarschuwt dat tientallen onderzoeksinstellingen zullen moeten sluiten. Voorzitter Sijbolt Noorda van de VSNU: “Komt er geen vervanging voor de aardgasbaten, dan verklaren wij ons tot spelers in de tweede divisie. Dan gaan we niet meer mee met de grote jongens en worden we internationaal minder aantrekkelijk voor slimme jonge onderzoekers.”

Noorda heeft in dit verband ook geen vertrouwen in een stimulerende rol van het bedrijfsleven, de markt: “Als we de markt zijn werk laten doen, gaan de jonge onderzoekers naar China, naar Brazilië, dan gaan ze in Rusland aan het werk en niet hier.”

Dat gaat gevolgen hebben voor de positie van de Nederlandse kenniseconomie. De botte bezuinigingsbijl kan nog wel eens een boemerang blijken te zijn.

In het regeerakkoord stond over de FES gelden het volgende vermeld:

De belegde ruimte in het Fonds Economische Structuurversterking (FES) van middelen op het gebied van Verkeer en Vervoer, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Duurzaamheid en Kennis en Innovatie wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds respectievelijke de departementale begrotingen. Er vindt deze periode geen additionele voeding plaats van het FES. De onbelegde ruimte komt ten goede aan de algemene middelen.

Pier Vellinga: Hoezo klimaatverandering?

Hoogleraar Pier Vellinga heeft een boek geschreven over klimaatverandering: Hoezo Klimaatverandering?

Kennis voor Klimaat:

In klare taal, met een genuanceerd oog voor de twijfels, maar vooral ook met een scherpe analyse van de werkelijke feiten en ontwikkelingen.

Wie moeten we geloven als het om klimaatverandering gaat, de doemdenkers of de sceptici, en waarom? Kan het zijn dat de klimaatonderzoekers overdrijven? Hoe reëel is de opwarming zolang het IJsselmeer nog dichtvriest? Wat is de rol van de zon? En, hoe erg is dat trouwens, een iets warmere wereld? Is overschakelen op andere energiebronnen niet veel te duur?

Klimaatportaal:

Hoe zit het met alle vragen over het klimaat, hoe kunnen we de feiten van de fabels onderscheiden? Op deze vraag geeft hoogleraar Pier Vellinga een antwoord in zijn nieuwe boek Hoezo Klimaatverandering.

“Feit is dat de opwarming wereldwijd doorzet. Zonnevariatie kan deze opwarming niet verklaren”, aldus Vellinga.

Vellinga heeft alle argumenten van de klimaatsceptici nog eens nagelopen. Vervolgens heeft hij de belangrijkste fabels over klimaatverandering ontkracht. Eén van de hardnekkige fabels die volgens Vellinga de ronde doet is dat de temperatuurmetingen niet zouden kloppen: “zeker de afgelopen dertig jaar zijn de metingen zeer betrouwbaar”. Een andere fabel is dat de invloed van de mens op de natuur klein is. De natuur zou zo sterk zijn dat de mens er niet toe doet. “De mens heeft wel degelijk invloed en we kunnen deze invloed bijsturen.”
Volgens Vellinga wordt het menselijk voorbestaan niet door klimaatverandering bedreigd: “Ook in warme tijden is er uitbundig leven mogelijk, kijk maar naar de tijd van de dinosauriërs. Als het klimaat snel verandert, ontstaan er wel problemen. De helft van de mensen woont in kustgebieden. Zij krijgen te maken met de zeespiegelstijging.”
ANP:

De vraag of het zinvol is om in Nederland maatregelen te treffen, hangt af van hoe je het bekijkt. Vellinga: ,,Je kan het vanuit economisch oogpunt bekijken: pas als de schade van klimaatverandering meer kost dan de maatregelen om het te voorkomen, loont het om er wat aan te doen. Maar je kan het ook moreel bekijken. De zware effecten zijn waarschijnlijk pas voelbaar over tientallen jaren. De volgende generaties krijgen hiermee te maken. De vraag is of we nu al willen ingrijpen om dat straks te voorkomen.”

Trouw (Janne Chaudron):

Wanneer de aarde daadwerkelijk minstens 2 graden warmer wordt in 2100, waar Vellinga vanuit gaat, vraagt dat om vergaande aanpassingen. Want het probleem is niet zozeer de iets hogere temperatuur, dat is in het verleden ook gebeurd. Het probleem is wel dat er nu overal mensen wonen, en dat zich ecosystemen hebben ontwikkeld die passen bij het klimaat dat er nu is. (…)

Hij maakt duidelijk waarom de aarde in 2100 2 graden of meer opwarmt. Hij beargumenteert op een geloofwaardige manier waarom de zon daar niet verantwoordelijk voor is, zoals sceptici zeggen. Ook gaat hij in op de kwaliteit van temperatuurmetingen en ijstijden die volgens critici meer invloed hebben op het klimaat dan extra broeikasgassen.

Maar in de tweede helft van het boek zet hij een politieke pet op en dat komt niet geloofwaardig over. Hij lijkt politici en beleidsmakers te willen overtuigen van het nut van duurzame vormen van energie (…).

In het dankwoord benadrukt Vellinga dat klimaatverandering investeringen vergen en dat we ook ons gedrag moeten aanpassen. Die moralistische boodschap is jammer en niet nodig. Want met het wetenschappelijke betoog overtuigt Vellinga genoeg.

Dit boek (ik heb het niet gelezen; het is pas vanaf vandaag verkrijgbaar) biedt wellicht een goed tegenwicht tegen dat van Marcel Crok (volgens Vellinga “wel een erg persoonlijke interpretatie” – Trouw). Vanavond (10 mei) gaan beide heren met elkaar (en met Salomon Kroonenberg en Peter Siegmund) in debat trouwens, onder het vaandel van Studium Generale in Leiden.