Lange termijn zeespiegelstijging

Gast-blog van Martin Vermeer (TU Helsinki, Finland)

Het onlangs verschenen artikel “Long-term sea-level rise implied by 1.5 C and 2 C warming levels” met als hoofdauteur Michiel Schaeffer, bouwt voort op de semi-empirische methodiek van Kemp et al. 2011, “Climate related sea-level variations over the past two millennia”. Voor beide artikelen maakte ik (MV) deel uit van het auteursteam, samen met Stefan Rahmstorf van het Instituut voor Onderzoek aan de Effekten van Klimaatsverandering in Potsdam, Duitsland, de “vader” van de semi-empirische methode. Voor het Kemp et al. artikel was mijn rol heel aktief: ik ontwikkelde de Matlab-software die daarin gebruikt werd om een verzameling mogelijke zeeniveau-krommes en hun waarschijnlijkheid af te leiden (“Bayesian inference”) uit tijdseries voor globale temperatuur en zeeniveau. In het Schaeffer et al. artikel was mijn rol begrensd tot Michiel bijstaan in het uitbreiden van deze software tot het maken van voorspellingen voor komende eeuwen, op basis van IPCC-scenario’s voor temperatuur.

Het idee achter de semi-empirische methode is heel eenvoudig: Neem aan dat tussen de mondiaal gemiddelde temperatuur (over een passend tijdsinterval, bv. enkele decennia, om de invloed van  natuurlijke variatie zoals ENSO te verkleinen) en het mondiaal gemiddelde zeeniveau (zoals enkele groepen dat hebben berekend, zoals Church en White, en Jevrejeva en collega’s) een eenvoudige lineaire relatie bestaat. Dit is een redelijke aanname, zolang de veranderingen in temperatuur en in zeeniveau/globaal ijsvolume klein genoeg blijven: klein, bijvoorbeeld, in vergelijking met wat er tussen een ijstijd en een interglaciaal gebeurt.

Lees verder

Een Lomborgiaanse blik op wetenschap

Deze ingezonden brief in de Metro van 4 juli deed me sterk aan Lomborg denken, hoewel het niet over klimaatverandering gaat, maar over het Higgs deeltje:

In de krant van gisteren las ik een stukje over de ontdekking van het zogenaamde goddeeltje en de kosten die daarmee zijn gemaakt. Waarom moeten er miljarden euro’s worden gespendeerd aan onderzoek over waarom iets massa heeft en het ontstaan van het universum? Hebben deze mensen niets beters te doen? Ga een leuke hobby zoeken! Dat vind ik trouwens ook van onderzoek naar water op Mars of welke planeet dan ook. Wij kunnen daar toch niet leven. Er gaan elke dag duizenden mensen dood aan honger en dorst. Doe onderzoek om dat tegen te gaan.

De brievenschrijver gebruikt dezelfde drogredenering als Lomborg: Twee zaken met elkaar vergelijken die eigenlijk nauwelijks iets met elkaar te maken hebben, en dan stellen dat we het een niet moeten doen omdat het andere belangrijker is. Daarnaast worden zaken, die pas op lange termijn zichtbare vruchten afwerpen, stelselmatig onderschat. Met andere woorden, een korte termijn tunnel visie.

Met eenzelfde redenering zou je kunnen stellen dat we geen geld aan onderwijs (of zorg, of defensie, of wegenbouw, of waterkeringen, of technologische innovatie, of CO2 reducerende maatregelen, of cultuur, of fundamenteel onderzoek, of het redden van banken, of wat dan ook) moeten besteden, want dat geld kan beter aan armoedebestrijding (of welk ander hoogstaand doel dat door iedereen wordt onderschreven) worden uitgegeven. In bijna alle gevallen wordt deze redenering echter primair opgezet om de zogenaamd “nutteloze” activiteit te bagatelliseren, en niet om daadwerkelijk bij te dragen aan het breed gedragen hoogstaande doel. Waarom zouden ze anders stelselmatig net dat ene stokpaardje steeds aanvallen (emissiereductie bij Lomborg; fundamenteel onderzoek bij deze brievenschrijver), en niet al die andere potentiele bestedingen/activiteiten?

Er wordt een vals dilemma opgezet, een beetje als het dwingen van een kind om te kiezen tussen de vader en de moeder.

Over de korte termijn visie van Lomborg schreef ik eerder:

Zijn redenering doet me denken aan de spreuk “morgen gaan we sparen”, die in veel huishoudens aan de muur hangt. Wat een mooi voornemen, elke dag weer!

Het probleem met CO2 is enerzijds dat een groot deel ervan honderden jaren in de atmosfeer verblijft, en anderzijds dat het klimaat traag reageert op veranderingen in de broeikasgasconcentratie. Deze combinatie zorgt ervoor dat ongebreidelde uitstoot van meer CO2 tot grote risico’s leidt voor het toekomstige klimaat. In Lomborg’s analyse wordt dit stelselmatig over het hoofd gezien.

Als grote veranderingen, zoals het smelten van grote massa’s landijs, eenmaal in gang zijn gezet door toedoen van een te hoge concentratie aan broeikasgassen, zijn ze niet zomaar omkeerbaar. Het uitstellen (afstellen…?) van emissiereductie gaat met grote risico’s gepaard voor de toekomst.

Risico’s die pas in de verre toekomst plaatsvinden worden vaak onderschat, en men getroost zich meestal niet veel moeite om die risico’s te beperken. Neem roken: Stoppen met die ‘fijne’ gewoonte is voor velen blijkbaar een te grote prijs om toekomstige gezondheidsrisico’s te beperken. Daarnaast is het verslavend natuurlijk. Net als ons hoge energieverbruik blijkbaar. In tegenstelling tot roken wordt het actief beperken van klimaatrisico’s ook nog gecompliceerd door de zogenaamde ‘tragedy of the commons’, waar Lomborg dankbaar misbruik van maakt in zijn argumentatie.

Ook in De Staat van het Klimaat 2010 werd aandacht besteed aan de redenering van Lomborg (eind van hoofdstuk 2 over het (publieke) klimaatdebat; gratis te downloaden als pdf. Disclaimer: Ik was mede-auteur), met als centrale punt dat de waarde die men hecht aan mitigatie maatregelen “vooral afhangt van het belang dat wordt gehecht aan de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties”. Dat is een inherent ethische afweging die in economische kosten-baten analyses meestal achter de aangenomen waarde van de discount rate verscholen blijft.

Daarnaast wordt het vaak voorgesteld als een opoffering die wij ons al dan niet zouden moeten getroosten voor toekomstige generaties, terwijl het in feite gaat over het opruimen van de door ons veroorzaakte rommel. Dat doet me denken aan de tekst die in de koffiekamer hing bij York University:

Your mum doesn’t live here, clean up after yourself!

Zou Björn nog bij z’n moeder wonen vraag ik me wel eens af?

Bjørn Lomborg voert de juiste discussie, maar met de verkeerde argumenten

Gast-blog van Hans Custers

Bjørn Lomborg wordt vaak in één adem genoemd met mensen die klimaatverandering als gevolg van menselijke broeikasgasemissies ontkennen. Dat is niet terecht. In tegenstelling tot de meeste zelfverklaarde sceptici pretendeert Lomborg niet meer verstand van klimaatwetenschap te hebben dan klimaatwetenschapppers en hij bedient zich ook niet van vergezochte complottheorieën om een volledige wetenschappelijke discipline verdacht te maken. Hij heeft het over de consequenties die wij, de maatschappij, de politiek, zouden moeten trekken uit de inzichten van de wetenschap. Dat is een discussie die we moeten voeren.

Toch is Lomborg populair bij de “klimaatsceptici”. Wie het stuk van Marco Visser in Trouw van 15 juni leest begrijpt wel waarom: voor Lomborg is het overduidelijk dat elke vorm van klimaatbeleid onzin is, of zelfs verspilling. En daar houdt mijn waardering voor Lomborg op. Hij blijkt niet in staat te zijn om zijn mening te onderbouwen met argumenten, en strooit in plaats daarvan rijkelijk met drogredeneringen. Drogredeneringen die vaak zo opzichtig zijn dat het moeilijk te begrijpen is dat een kritische journalist deze zomaar overneemt.

Lees verder

Niet warm of koud van de zon!

Gast-blog van Bob Brand en Jos Hagelaars

In het online tijdschrift European Energy Review (EER) verscheen begin mei een interessant interview van Marcel Crok met professor Fritz Vahrenholt, de auteur van het (in Duitsland) spraakmakende boek “Die Kalte Sonne”.

Het interview is goed geschreven (complimenten aan Marcel), en bevat een gedetailleerde beschrijving van de loopbaan en achtergrond van Fritz Vahrenholt die o.a. voor Shell gewerkt heeft, voor de windturbine-fabrikant RePower en tot eind dit jaar de CEO is van RWE Innogy, de hernieuwbare-energie tak van het grote Europese energieconcern RWE. Vervolgens gaat Vahrenholt nader in op de centrale these van zijn boek: de invloed van de zon zou door de klimaatwetenschap en door het IPCC ernstig onderschat zijn. Vahrenholt stelt dat de invloed van CO2 daardoor juist overschat wordt, en dat een (volgens hem te verwachten) minder actieve periode van de zon ons de tijd zal geven om in alle rust aan ‘werkelijk duurzame’ oplossingen te werken.

Naarmate het interview vordert, worden de uitspraken van Dr. Vahrenholt steeds vergaander: blijkbaar hanteert Vahrenholt het tendentieuze boek ‘The Hockey Stick Illusion’ van Montford als referentiekader, en hij stelt dat we “misleid” zijn door het IPCC over het klimaat van de afgelopen 1000 jaar – het populaire verhaaltje van de Vikingen op (Zuidwest) Groenland komt weer voorbij, en dat dient dan als de onderbouwing voor deze veronderstelde misleiding.

Vervolgens is de zon eindelijk aan de beurt: Vahrenholt stelt dat de zon véél actiever geworden is na de ‘Little Ice Age’ (de koude periode in Europa en mogelijk ook elders, die van ca. 1300-1850 geduurd heeft) en dat van 1950 tot 2000 de zon extreem actief zou zijn geweest, waarbij Vahrenholt verwijst naar (voorlopig hypothetische) versterkingsmechanismen die ervoor zorgen dat de magnetische activiteit van de zon invloedrijker zou zijn dan de (relatief geringe) variatie in zonnesterkte. Daarna volgt er de bekende opvatting dat de temperaturen zich al 15 jaar op een ‘plateau’ zouden bevinden…

Lees verder

There’s always the sun!

Gast-blog van Jos Hagelaars

Al voordat het IPCC werd opgericht in 1988 kwam de punkband The Stranglers in 1986 met de interessante klimatologische stelling: There’s always the sun.
Nu, dat kan ik beamen, regelmatig wordt men geconfronteerd met de invloed van de zon als nagenoeg alles verklarende factor voor de stijging van de mondiale temperatuur de laatste halve eeuw. Vorige week was het weer zover toen ik de koptekst van een interview met Dr. Bas van Geel in Trouw op 7 mei las:

Invloed van zon veel groter dan klimaatpanel ons wil doen geloven.

De aanleiding voor het interview was het verschijnen van een artikel in Nature Geoscience, waarvan Dr. Bas van Geel een van de medeauteurs is. Volgens het interview is een van de bevindingen van het onderzoek dat de zon een veel grotere invloed op het klimaat heeft dan het klimaatpanel van de Verenigde Naties ons wil doen geloven. Een tendentieuze zin, in het interview wordt verder de hockeystick er weer bij gesleept en wil men de lezer doen geloven dat de invloed van CO2 op het klimaat schromelijk overschat wordt.

Het originele artikel heeft als titel:

Regional atmospheric circulation shifts induced by a grand solar minimum.

Het oog valt natuurlijk direct op het woord “Regional“.
Lees verder

Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Naar aanleiding van de interessante bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap ga ik hier nog even in op de diverse parallellen en (schijnbare) tegenstellingen die naar boven kwamen drijven.

Cees van Woerkum: Moderne vs traditionele communicatie

Cees van Woerkum gaf aan dat het traditionele communicatiemodel van een ‘zender’ en een ‘ontvanger’ van communicatie niet langer geldig is (als het al ooit geldig is geweest). De hedendaagse communicatie kenmerkt zich door een veel actievere rol van het publiek bij het selecteren welke informatie zij tot zich neemt. Ook is er geen sprake van een inerte ‘boodschap’ die een bepaalde route aflegt. De betekenis van het gecommuniceerde wordt geconstrueerd in een sociale context; het is een actief proces.

Aan de hand van voorbeelden zoals biotechnologie, koolstofopslag en vaccinaties illustreerde hij dat wetenschapscommunicatie moet leren om de zorgen van verontruste burgers serieus te nemen: Iemand uitlachen die biotechnologie “onnatuurlijk” noemt, zal diens zorgen niet ineens wegnemen of hem op andere gedachten brengen. Zorgen over bijwerkingen van vaccinaties neerzetten als “gevaarlijke onzin” werkt waarschijnlijk ook niet; zeker niet als die zorgen al in belangrijke mate zijn verankerd door sociale constructie. Als je zegt dat de kans op een grootschalig CO2 lek maar heel klein is, krijg je als weerwoord “maar het is dus niet onmogelijk?!” Als mogelijke uitweg gaf hij aan om door te vragen wat er achter de zorgen schuilgaat: “Waarom vindt U dat onnatuurlijk”?

Jona Lendering: Een ander wetenschapsgebied dat te kampen heeft met desinformatie op grote schaal

De presentatie van Jona Lendering was vooral een feest van herkenning, maar dan bezien vanuit een voor mij grotendeels onbekend vakgebied. Hij vertelde hoe de Iranologie wordt aangevallen door “anti-wetenschappelijke geluiden”, die vooral lijken te komen van Iraanse ballingen die trouw zijn aan de Shah. Het oude Perzië wordt door hen voorgesteld als de bakermat van de moderne beschaving, iets dat volgens Lendering wetenschappelijke gezien onzin is.

Aangezien het wetenschappelijk establishment zich niet of nauwelijks in de publieke discussie op internet mengt, krijgen deze anti-wetenschappelijke geluiden steeds meer invloed op de publieke opinie: De wetenschap faalt in haar (vaak verwaarloosde) taak om het publiek te informeren. Het gevolg is: “bad information drives out good information”. Ook hekelde hij de “intense haat” waarmee de “aanvalsmachines” de wetenschap bestoken. Het was alsof ik naar een klimaatwetenschapper zoals Kevin Trenberth aan het luisteren was; de dynamiek tussen een sceptisch-cynisch deelpubliek en de gevestigde wetenschap was precies eender. Ook gaf hij een voorbeeld van hoe een blogger fouten bij een onderzoeksinstituut herkende en aanstipte (om aan te geven dat blogs niet alleen maar een vehikel voor “desinformatie” zijn).

Bart Verheggen: Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Ik had het daarna vooral over de dynamiek van de blog discussies en over de dilemma’s waarmee je te maken krijgt als je probeert wetenschappelijke inzichten over de brede bühne te brengen (presentatie slides zijn hier na te lezen). Daarbij greep ik geregeld terug op hetgeen door mijn voorgangers was verteld; er waren vele relevante dwarsstraatjes op te noemen. De dilemma’s die ik noemde zaten vooral op het vlak van de begrijpelijkheid tegenover de volledigheid. Zo wordt onzekerheid vaak anders geïnterpreteerd door het brede publiek dan door wetenschappers (zoals ook duidelijk wordt in het voorbeeld van van Woerkum over het ontsnappende CO2).

Cees van Woerkum gaf impliciet ook een ander dilemma aan (de laatstgenoemde in lijstje hierboven; nadien toegevoegd): Als wetenschapper kun je je niet zo eenvoudig meer beroepen op “luister maar naar mij, ik vertel wel hoe het zit” en moet je de zorgen van het publiek serieus nemen. Maar wat doe je als wetenschapper als de zorgen niet direct geuit worden, maar verkapt worden in wetenschappelijk klinkende (maar onjuiste of soms zelfs onzinnige) argumenten? “klimaatverandering komt door de zon” of “Iran is de bakermat vd westerse beschaving” of “van vaccinaties krijg je autisme”? De onderliggende reden voor dergelijke wetenschapsscepsis wordt vaak verbloemd. Je wordt als wetenschapper dus in een quasi-wetenschappelijk argument gezogen. Hoe anders kun je dan reageren dan te zeggen: “nee, zo zit het niet. Het zit zo, om deze en deze redenen”. Een dergelijke reactie wordt dan weer weggezet als “onterechte superioriteit van de wetenschap” (zie bijv het verslag van klimaatscepticus Theo Wolters over deze meeting ) Is “uitleggen hoe het volgens de wetenschap waarschijnlijk zit” een heilloze strategie? Hierover discussieerden Theo en ik op mijn blog nog verder. Jona Lendering deed ook nog een duit in het zakje op zijn blog.

In lijn met van Woerkum denk ik dat het vooral belangrijk is om in te gaan op de achterliggende ongenoegen over de klimaatwetenschap: We zouden tot de kern moeten doordringen van waarom we het zo oneens zijn over klimaatverandering (bijvoorbeeld door verschillen in wereldbeeld of risicobeleving) en het daarover hebben. Discussies over temperatuurreconstructies en feedbacks zijn heel interessant, maar raken niet aan de crux van waarom er zo’n heftig en gepolitiseerd publiek debat plaatsvindt over klimaatverandering. Per slot van rekening hebben we geen verhitte publieke discussies over het paringsgedrag van fruitvliegjes.

NIPCC rapport

Op de vorige draad kwam het NIPCC rapport ter sprake. Laten we die discussie hier voortzetten. Hieronder volgt een re-post van een paar jaar geleden, waarin ik dit document kritisch bekijk: Door selectief te winkelen wordt er naar een bepaalde (vooropgestelde?) conclusie toegewerkt. Jos Hagelaars hield op de vorige draad de executive summary ook tegen een kritisch licht.

De Engelse versie van mijn kritiek (here) geeft meer detail over feedbacks en de rol van aerosolen daarin. Het is relevant hierbij op te merken dat juist wat betreft de invloed van aerosolen het NIPCC rapport lijnrecht tegenover de visie van Marcel Crok staat (die dezelfde argumentatie volgt als Lindzen).

In het NIPCC rapport staat:

The IPCC dramatically underestimates the total cooling effect of aerosols.

Maar volgens Marcel Crok (Staat van het Klimaat):

… koelen aerosolen waarschijnlijk veel minder dan tot nu toe gedacht.

De conclusie die uit beide stellingen wordt getrokken is echter gelijk: dat het wel mee zal vallen met de toekomstige opwarming.

Re-post:

Het NIPCC rapport “Climate change reconsidered” (niet te verwarren met het IPCC rapport) ademt een grenzeloos en ongefundeerd vertrouwen in negatieve feedbacks (terugkoppelingsmechanismen) van de natuur. Het bestaan van deze feedbacks is volkomen hypothetisch met vaak conflicterende en soms nauwelijks of geen aanwijzingen dat ze op globale schaal werkzaam zijn. De relatieve onzekerheid van verschillende factoren die bij het klimaat een rol (zouden kunnen) spelen wordt volkomen inconsistent benaderd: Als het afkoeling veroorzaakt, dan is geen onzekerheid te groot (en doet de afwezigheid of zwakte van enige bewijsvoering er niet toe); Als het daarentegen opwarming veroorzaakt, dan is de onzekerheid bij voorbaat te groot (en is geen berg van aanwijzingen hoog genoeg).
Daarnaast passeren een hoop van de veelgehoorde –en al even vaak weerlegde– argumenten de revue. Oud nieuws, en bij lange na niet afdoende om de sterke uitlating zoals door Hans Labohm gedaan (dat het “niets heel laat van de AGW theorie”) te staven.

Laten we eens kijken hoe het rapport zich verhoudt tot mijn lijst met tips om het kaf van het koren te scheiden in de informatiejungle:
– Het rapport ziet duidelijk door de bommen het bos niet meer; de context ontbreekt of wordt verdraaid.
– Het is onwaarschijnlijk dat de gangbare klimaatwetenschap er zo ver naast zit als dit rapport beweert; De sterke beschuldiging aan het adres van de gangbare klimaatwetenschap wordt niet door een afdoende sterke bewijsvoering ondersteund; De waarschijnlijkheid van afkoelende effecten (feedbacks) wordt schromelijk overdreven, terwijl opwarmende effecten worden gebagatelliseerd, ontkend, of verzwegen.
– De economische risico’s van emissiereductie worden schromelijk overdreven, terwijl de risico’s van ongelimiteerde klimaatverandering gebagatelliseerd worden.
– Het geeft een verkapte argumentatie voor de consensuspositie in het algemeen (namelijk door de belangrijkheid van een “second opinion” te onderstrepen), maar verdraait dat dan in de door hun bevoorrechte richting.
– De beschrijving van het IPCC proces heeft de zweem van een complottheorie en is vol stropop argumenten.
– Een deel van de auteurs heeft (of had) relevante expertise; een deel ook niet. In de lijst met ondertekenaars aan het eind van het rapport is relevante expertise dun gezaaid.
– Het Heartland Instituut is een conservatieve denktank met een afkeer van overheidsingrijpen, en geen betrouwbare bron van wetenschappelijke informatie.
– Tijdsschalen worden –voor zover ik heb gezien- niet incorrect gehanteerd. Bijna verbazingwekkend, gezien het feit dat Labohm continue korte termijn variatie en lange termijn trend door elkaar haalt op diverse fora.
– Interne consistentie ontbreekt, bijvoorbeeld wat betreft de mate van onzekerheid en de gevolgen van een overschatting van de aerosolkoeling (die juist op een hogere klimaatgevoeligheid duidt).
– Sommige redeneringen kloppen logisch gezien niet. Zo wil het feit dat het klimaat in het verre verleden ook aan verandering onderhevig was helemaal niet zeggen dat menselijke activiteit er nu ook niets mee van doen heeft. Een pyromaan kan zichzelf ook niet zomaar vrij pleiten door te wijzen op het feit dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden.

Presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek

Vanmiddag was er een bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap, georganiseerd door de Vereniging Wetenschapsjournalisten Nederland (VWN) en het Platform WetenschapsCommunicatie (PWC).

Ik gaf er een presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek (presentatie slides zijn hier). Daarnaast waren er presentaties van Cees van Woerkum (bij wie ik 19 jaar geleden college voorlichtingskunde heb gevolgd; fantastisch college gaf hij ook hier weer, o.a. over hoe de vrager van informatie nu de sturende rol heeft en hoe de wetenschap zich niet langer op autoriteit kan beroepen), Jona Lendering (over hoe de Iranologie wordt bestookt met allerlei anti-wetenschappelijke en haatdragende nonsens; klimaatwetenschap is blijkbaar geen uitzondering, presentatie hier) en Hans Laroes (voormalig hoofdredacteur NOS. Media moeten meegaan met de veranderde tijden, interactie is veel belangrijker geworden). Martijn van Calmthout leidde de discussie d.m.v. prikkelende vragen.

Ik kom nog op deze meeting terug; er was veel stof tot nadenken! Leuk om een aantal mensen te ontmoeten die ik virtueel al “kende” maar fysiek nog niet (o.a. Martijn van Calmthout, Elmar Veerman, Pieter Zijlstra). Op twitter was het eventjes trending topic (#vwnpwc), dus daar zijn aardig wat reacties en impressies te lezen.

Achtergrond bij de verschillende thema’s die ik behandelde:

De waarheid ligt niet per se in het midden

Gaat de opwarming nog door of is deze gestopt?

Reflectie op de klimaatdiscussie (deel I en deel II).

It’s what we know that’s most important (also about the mixed meaning of uncertainty)

Our beliefs can dictate the facts we chose to accept

Kritisch denken over klimaatverandering (gastblog)

Hoe bepaal je de betrouwbaarheid van (klimaat) informatie?

Een warme en zure toekomst?

Gast-blog van frequent reageerder Jos Hagelaars:

De fysische aspecten van het molecuul CO2 geven aanleiding tot zeer verhitte discussies en zelfs tot bedrog, infiltratie of klokkenluiden. Hollywood kan er zijn voordeel mee doen in de toekomst. Naast de fysische gevolgen van de menselijke output van enorme hoeveelheden van die drie atomen, kleven er wat minder bekende chemische consequenties aan die 800 teramol CO2 (36 gigaton[2]) die nu per jaar de lucht in vliegen. Als gevolg van de opname van CO2 uit de atmosfeer door de oceanen daalt de pH (een maat voor de zuurtegraad) van het zeewater, een fenomeen dat bekend staat onder de naam Ocean Acidification.

De vraag is nu wat die verzuring van de oceanen gaat betekenen voor het leven in de oceanen. In Science[1] is onlangs een review artikel gepubliceerd van Hönisch en 21 andere wetenschappers, waaronder Dr. Appy Sluijs van de Universiteit van Utrecht, waarin gekeken is naar soortgelijke gebeurtenissen in het geologische verleden.

Lees verder

Zin en onzin in het klimaatdebat onderscheiden

Een fantastisch stuk in HP/De Tijd van Mark Traa (22 februari, abonnement vereist):

Klimaatkunde of klimaatkul?

Kort geleden laaide de discussie over de opwarming van de aarde weer op door een artikel van geleerde klimaatsceptici in The Wall Street Journal. Voor de argeloze burger is het amper nog te volgen: warmt de aarde nu op door de mens of niet? Tijd voor een ‘bullshitdetector’ om zin en onzin in het klimaatdebat te scheiden.

Lees verder