De wetenschap versus de weergoden

Gast-blog van Hans Custers: Reactie van de Weergoden op NRC column van Louise Fresco

Geachte mevrouw Fresco,

Bij deze betonen wij u onze erkentelijkheid voor de brief die u namens ons schreef in het NRC van 8 november. Wij kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Onze macht is immers al eeuwen tanende. Met weemoed denken we terug aan de tijd dat een beetje bliksem en donder voldoende was om de mensen bevend van angst op hun knieën te krijgen. En toen moesten jullie zo nodig beginnen met de Verlichting, met wetenschappers die deze verschijnselen rationeel gingen onderzoeken. Voor we het goed en wel wisten werd het eerste beetje opgedane inzicht al gebruikt om een bliksemafleider te ontwikkelen. Het volk schoot ons nog even te hulp. Het idee dat men dit machtige verschijnsel kon begrijpen was zo pretentieus, de pogingen om het zelfs de beheersen waren zo arrogant, daar moest de Satan wel achter zitten. Daarom kregen de eerste bliksemafleiders gewapende bewaking  De afloop kennen we. Zo nu en dan weten we nog wel eens wat te raken, maar veel lol is er niet meer aan. En we kunnen nog wat kinderen, huisdieren en een enkele volwassene de stuipen of het lijf jagen, maar van dat diepe, heilige ontzag is niets meer over.

En dat was nog maar het begin. Daarna kwamen degenen die zich meteorologen zijn gaan noemen. Het begon vrij onschuldig met waarnemen, meten en beschrijven, maar dat ging al snel over in analyseren en verklaren. Zo werd ons, beetje bij beetje, het wapen van de verrassing ontnomen. De pretenties van iemand als Buys Ballot, die ondanks alle wantrouwen doorging met zijn arrogante nieuwlichterij, die de regering zelfs wist te bewegen tot de oprichting van het KNMI, die hoogmoed heeft ons gezag ernstig ondermijnd. Wat we ook proberen, jullie doorzien onze plannen steeds beter, en steeds langer van tevoren. Ons rest slechts brute kracht; daar kunnen we zo nu en dan nog wel indruk mee maken. Maar wat is er in anderhalve eeuw tijd veel verloren gegaan.

Het klimaat is ons laatste bastion. De wetenschap heeft forse bressen geslagen, maar gelukkig is er nog een klein groepje getrouwen dat dapper standhoudt. We zijn dankbaar voor die steun, laat daar geen misverstand over bestaan, maar we moeten met leedwezen constateren dat de geschiedenis zich herhaalt. Weer zien we verwijten van hoogmoed aan het adres van de wetenschap, en weer zien we dat die wetenschap gewoon doorgaat en ons in rap tempo onze laatste geheimen ontfutselt. Als we verder proberen te kijken dan onze goddelijke neuzen lang zijn, vragen we ons wel eens af: Is het niet nog veel hoogmoediger om anderen arrogantie en pretenties te verwijten, als je niet voldoende kennis van hun wetenschap hebt om die werkelijk te kunnen beoordelen?

Mevrouw Fresco, op dit punt gekomen moeten we maar eens open kaart spelen. Als we diep in onze ziel kijken weten we al heel, heel lang dat onze macht helemaal niet tanende is. We hebben helemaal nooit macht gehad. We zijn altijd willoos overgeleverd geweest aan de regels van hemel en aarde: de natuurwetten. We hebben ons bestaansrecht altijd te danken gehad aan de illusie dat er iets hogers, iets ongrijpbaars en onbegrijpbaars zou zijn. U, de Verlichte mens, heeft ons dat bestaansrecht ontnomen. Uw ratio ontkent ons, maar ergens diep daaronder blijft een instinctief verlangen naar dat hogere, ongrijpbare en onbegrijpbare aanwezig. Zelfs het rationele besef dat dit verlangen in de loop van de evolutie van de mens is ontstaan, brengt het niet volledig onder controle. Dat de wetenschap er steeds weer in slaagt om het hogere, ongrijpbare en onbegrijpbare te bestuderen, te beschrijven, te analyseren en uiteindelijk te doorgronden kan daardoor soms ontnuchterend zijn. Maar de wetenschap demystificeert niet alles, ze werpt ook steeds weer nieuwe, nog mooiere, nog minder grijpbare en begrijpbare raadsels op. Misschien is dat een troostrijke gedachte.

De Weergoden.

Reactie op de “blunders” van Rypke Zeilmaker

Rypke Zeilmaker had vorige week een artikel in Het Parool waarin hij de ‘vijf grootste blunders van zowel klimaatalarmisten als klimaatsceptici’ poogt te beschrijven. Door zowel (milde) kritiek richting klimaatsceptici als (scherpe en veelal incorrecte) kritiek richting de mainstream wetenschap te benoemen, probeert hij zich in het midden van het debat te positioneren. Ook probeert hij het zogenaamde midden te herdefiniëren door sceptische wetenschappers als ‘échte klimaatpuristen’ te bestempelen, in tegenstelling tot diens zogenaamd ‘alarmistische’ collega’s (waarvan hij de mainstream beticht). De zogenaamd gebalanceerde houding die Rypke Zeilmaker in dit Parool stuk aanneemt staat in schril contrast tot zijn mening over klimaatwetenschap, die ver van de gangbare opvattingen is verwijderd.

Bart Strengers van PBL en Jan Wuite, als glacioloog werkzaam in Oostenrijk, hebben een reactie naar het Parool opgestuurd, die helaas niet is geplaatst. Deze reactie is blijkbaar door het Parool wel naar Rypke Zeilmaker doorgespeeld. Op zich niet onredelijk, aangezien het een reactie op Rypke’s stuk betrof. Rypke heeft deze reactie op climategate.nl gezet, nog voordat bekend was of het stuk geplaatst zou gaan worden. Hij had dit vooraf aan Bart Strengers gemeld, maar die mail bereikte Bart pas toen het stuk al op climategate stond. Het is al met al een aparte gang van zaken om een niet-gepubliceerd stuk van je antagonisten, dat jou in vertrouwelijkheid is toegezonden, op je eigen webstek te plaatsen zonder toestemming van de schrijvers. Het zou aan de auteurs moeten zijn of en hoe zij dat alsnog in de openbaarheid willen brengen.

De reactie van Strengers en Wuite is nu ook op de PBL website gepubliceerd, en ik neem het hier –met toestemming van de auteurs- integraal over (hyperlinks door mij toegevoegd). Er is na publicatie een addendum toegevoegd: Rypke Zeilmaker heeft aangegeven dat het Parool wijzigingen heeft doorgevoerd in zijn artikel zonder dat ze dit met hem hadden gecheckt. Zo is de fout over de 0,8 graden per jaar niet van zijn hand en is het stukje over ijsberen ook van iemand anders. De reactie van Strengers en Wuite is gericht op het stuk zoals het in het Parool verscheen, maar natuurlijk wordt niemand graag achtervolgd door misquotes of door fouten die hem niet aan te rekenen zijn.

Lees verder

Humlum: over emissies en omissies

Gast-blog van Jos Hagelaars

Samenvatting.

Een nieuw artikel van Ole Humlum en anderen suggereert dat de menselijke CO2 emissies niet de drijvende kracht zijn achter de opwarming van de aarde. Uit hun berekeningen blijkt dat een verandering in de CO2 concentratie volgt op een temperatuursverandering. Hieruit concludeert men onder meer dat het goed mogelijk is dat:
– De toegenomen atmosferische CO2 concentraties een gevolg zijn van warmer wordende oceanen.
– Menselijke CO2 emissies weinig invloed hebben op de CO2 concentratie.
– CO2 wellicht weinig of geen invloed op de temperatuur op aarde heeft.

De conclusies en suggesties van Humlum en zijn medeauteurs zijn aantoonbaar onjuist:
– Een piek in de temperatuursstijging van de oceanen is gerelateerd aan het optreden van een El Niño en juist dan geven de oceanen gemiddeld minder CO2 af. De meeste variatie in de jaarlijkse CO2 stijging wordt veroorzaakt door het land en niet de oceanen. Hier spelen o.a. droogteperioden, bosbranden of meer/minder groei van planten en bomen een rol.
– De toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer wordt wel degelijk veroorzaakt door menselijke CO2 emissies. Dit volgt onder meer uit budget berekeningen, verhoudingen in de koolstofisotopen C13/C12 en de afname van de zuurstofconcentratie in de atmosfeer. Samenvattingen van deze onderzoeken zijn te vinden op Skeptical Science en de website van ‘scepticus’ Ferdinand Engelbeen. Deze laatste heeft zelfs op WUWT een 4-delige serie over dit onderwerp geschreven (zie hier: deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4).
– De korte termijn variaties in de CO2 stijging hebben een orde grootte van 1%. Over een langere termijn is het netto effect van deze variaties precies 0. Door de berekeningswijze van Humlum et al is de lange termijn trend in de CO2 concentratie in de atmosfeer niet meer zichtbaar terwijl deze gestaag toeneemt en inmiddels circa 2 ppm per jaar bedraagt. Er kan op basis van hun methode dus geen conclusie worden getrokken over (de oorzaak) van die lange termijn trend.
– Uit de meetbare IR absorptie eigenschappen van het molecuul CO2 is af te leiden dat een verdubbeling van de CO2 concentratie zal leiden tot een stijging van de temperatuur op aarde met circa 1.2 °C. Daar er zoiets bestaat als feedbacks zal een dergelijke verdubbeling uiteindelijk leiden tot een temperatuurstijging van 2 – 4.5 °C met een meest waarschijnlijke waarde van 3 °C.

Lees verder

Waarom Arctisch zee-ijs niemand koud zou moeten laten

Gast-blog van Neven.

Het Arctisch zee-ijs lijkt een nieuw record minimum te hebben bereikt, enkele weken voordat het zomerminimum doorgaans bereikt wordt. Het Arctisch zee-ijs smelt de laatste decennia ’s zomers veel meer dan in de voorafgaande eeuwen het geval was. Dit seizoensgebonden smelten gaat sneller dan verwacht werd door klimaatwetenschappers. Hoewel het smelten van zee-ijs niet direct tot een stijgende zeespiegel leidt (behalve dan een klein effect vanwege het verschil in zout-gehalte) zijn er wel degelijk consequenties aan de teloorgang van het Arctisch zee-ijs. Daarover gaat deze gast-blog van Neven, die een zeer informatief (Engelstalig) blog bijhoudt over Arctisch zee-ijs.

Arctisch zee-ijs werd ongeveer 47 miljoen jaar geleden een terugkerend fenomeen op de Aarde. Sinds de huidige ijstijd zo’n 2,5 miljoen jaar geleden begon, is de Arctische Oceaan volledig bedekt met een laag zee-ijs. Alleen tijdens interglacialen, zoals nu, smelt een deel van dat zee-ijs in de zomer omdat de top van de planeet tijdens de zomermaanden meer naar de Zon gericht is en dus grote hoeveelheden zonlicht ontvangt. Als de winter begint, ontstaat op het ijsvrije deel van de Arctische Oceaan weer een nieuwe laag ijs.

Vanaf het moment dat de menselijke beschaving ontstond, 5000 tot 8000 jaar geleden, was deze jaarlijkse cyclus van smeltend en weer terugvriezend Arctisch zee-ijs min of meer constant. Er zijn periodes geweest waarin wat meer zee-ijs smolt in de zomer, en periodes waarin er minder smolt. Onlangs heeft er echter een radicale verschuiving plaatsgevonden. Satellieten geven sinds een paar decennia een gedetailleerd beeld van het Arctische gebied en in die tijd is er een onmiskenbare reductie in de zomerse zee-ijsbedekking waargenomen. Toen in 2007 het vierde IPCC-rapport uitkwam, dacht men over het algemeen dat het Arctische gebied ergens tegen het einde van deze eeuw ijsvrij zou kunnen worden. Maar veranderingen voltrekken zich in zo’n hoog tempo dat de meeste experts nu denken dat het rond 2030 zou kunnen gebeuren. Sommigen zeggen zelfs dat het al dit decennium zover zou kunnen zijn.

Lees verder

Onderscheid tussen wetenschap en maatschappelijke respons

Paul Luttikhuis heeft een goede blogspost over hoe het publieke klimaatdebat vervuild wordt doordat mensen elkaar voortdurend voor van alles en nog wat uitmaken, met als voorlopig dieptepunt de vergelijking tussen Michael Mann en een ‘”child molester”. Met de Heartland posters nog vers in het geheugen is het een beetje een variatie op een thema zou je kunnen zeggen, maar het maakt het er niet minder laag-bij-de-gronds om.

Paul begint zijn blog met een sarcastisch lachje:

Soms, heel soms, meen ik de reacties op een blogje te kunnen voorspellen.

Om vervolgens enkele van deze voorspelbare reacties te benoemen.

Bob Brand benoemt in een commentaar hoe de discussie vooruit kan worden geholpen door een scheiding aan te brengen in discussies over klimaatwetenschap enerzijds en de maatschappelijke respons op klimaatverandering anderzijds. Iets dat  hier eerder is besproken door Jos Hagelaars, maar het blijft een heel belangrijk issue. Dit belangrijke onderscheid wordt door mensen aan verschillende zijden in het debat vaak vergeten. Een argument als “the science tells us to reduce our emissions” haalt ook deze twee verschillende domeinen door elkaar. De wetenschap kan ons vertellen hoe de vork in de steel zit, maar kan ons niet vertellen wat we vervolgens met die informatie moeten doen; dat is en blijft een keuze.

Ik geef het woord aan Bob:

Ik pleit dus voor een rationele benadering waarbij je een volledige scheiding aanbrengt tussen “wat kunnen wij weten” en “wat moeten/willen wij doen”. In dat geval valt de puzzel in twee delen uiteen:

1) Wetenschappelijk: wat is het effect van het uitstoten van extra CO2 (+ methaan/aerosolen/..)? De vraag: ‘hoe werkt het klimaat?’ is te algemeen gesteld, want daar hoeven we nu nog niet álle ins-and-outs van te begrijpen, het gaat hier vooral om de effecten van de antropogene factoren.

2) Ethisch/politiek/ideologisch: welke course of action, of wellicht non-action, gaan we kiezen?

Naar mijn mening heeft ideologie niets te zoeken in vraag 1, maar alleszins in vraag 2. Het is in mijn benadering NIET zo dat de uitkomst van (1) automatisch voorschrijft welke actie je onder (2) zou moeten kiezen. Integendeel, ik zou het rationeel volledig verdedigbaar achten indien jij zou zeggen (ik chargeer, als voorbeeld):

“Uit (1) blijkt dat er een aanzienlijke kans bestaat op een fatale uitkomst voor de mens, of voor de menselijke beschaving, met vele honderden miljoenen slachtoffers in de toekomst. Ik zeg echter met Groucho Marx: “why should I care about posterity? what’s posterity ever done for me?”, en ik vind mijn huidige belangen zwaarder wegen. Het kan mij eigenlijk niet schelen.”

Ik zeg niet dat ik dezelfde ethische/ideologische afweging zou maken, maar wél dat ik dit een volstrekt rationele en verdedigbare stellingname acht. Zo’n strikte scheiding heeft als groot voordeel dat we onbezorgd vraag 1) uit kunnen diepen, vrij van enige ideologie of van ethische overwegingen, alleen uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Geheel separaat daarvan wordt dan vraag 2) besproken, en daar is het vooral ethiek/politiek/ideologie dat de klok slaat.

Inderdaad!

Lange termijn zeespiegelstijging

Gast-blog van Martin Vermeer (TU Helsinki, Finland)

Het onlangs verschenen artikel “Long-term sea-level rise implied by 1.5 C and 2 C warming levels” met als hoofdauteur Michiel Schaeffer, bouwt voort op de semi-empirische methodiek van Kemp et al. 2011, “Climate related sea-level variations over the past two millennia”. Voor beide artikelen maakte ik (MV) deel uit van het auteursteam, samen met Stefan Rahmstorf van het Instituut voor Onderzoek aan de Effekten van Klimaatsverandering in Potsdam, Duitsland, de “vader” van de semi-empirische methode. Voor het Kemp et al. artikel was mijn rol heel aktief: ik ontwikkelde de Matlab-software die daarin gebruikt werd om een verzameling mogelijke zeeniveau-krommes en hun waarschijnlijkheid af te leiden (“Bayesian inference”) uit tijdseries voor globale temperatuur en zeeniveau. In het Schaeffer et al. artikel was mijn rol begrensd tot Michiel bijstaan in het uitbreiden van deze software tot het maken van voorspellingen voor komende eeuwen, op basis van IPCC-scenario’s voor temperatuur.

Het idee achter de semi-empirische methode is heel eenvoudig: Neem aan dat tussen de mondiaal gemiddelde temperatuur (over een passend tijdsinterval, bv. enkele decennia, om de invloed van  natuurlijke variatie zoals ENSO te verkleinen) en het mondiaal gemiddelde zeeniveau (zoals enkele groepen dat hebben berekend, zoals Church en White, en Jevrejeva en collega’s) een eenvoudige lineaire relatie bestaat. Dit is een redelijke aanname, zolang de veranderingen in temperatuur en in zeeniveau/globaal ijsvolume klein genoeg blijven: klein, bijvoorbeeld, in vergelijking met wat er tussen een ijstijd en een interglaciaal gebeurt.

Lees verder

Een Lomborgiaanse blik op wetenschap

Deze ingezonden brief in de Metro van 4 juli deed me sterk aan Lomborg denken, hoewel het niet over klimaatverandering gaat, maar over het Higgs deeltje:

In de krant van gisteren las ik een stukje over de ontdekking van het zogenaamde goddeeltje en de kosten die daarmee zijn gemaakt. Waarom moeten er miljarden euro’s worden gespendeerd aan onderzoek over waarom iets massa heeft en het ontstaan van het universum? Hebben deze mensen niets beters te doen? Ga een leuke hobby zoeken! Dat vind ik trouwens ook van onderzoek naar water op Mars of welke planeet dan ook. Wij kunnen daar toch niet leven. Er gaan elke dag duizenden mensen dood aan honger en dorst. Doe onderzoek om dat tegen te gaan.

De brievenschrijver gebruikt dezelfde drogredenering als Lomborg: Twee zaken met elkaar vergelijken die eigenlijk nauwelijks iets met elkaar te maken hebben, en dan stellen dat we het een niet moeten doen omdat het andere belangrijker is. Daarnaast worden zaken, die pas op lange termijn zichtbare vruchten afwerpen, stelselmatig onderschat. Met andere woorden, een korte termijn tunnel visie.

Met eenzelfde redenering zou je kunnen stellen dat we geen geld aan onderwijs (of zorg, of defensie, of wegenbouw, of waterkeringen, of technologische innovatie, of CO2 reducerende maatregelen, of cultuur, of fundamenteel onderzoek, of het redden van banken, of wat dan ook) moeten besteden, want dat geld kan beter aan armoedebestrijding (of welk ander hoogstaand doel dat door iedereen wordt onderschreven) worden uitgegeven. In bijna alle gevallen wordt deze redenering echter primair opgezet om de zogenaamd “nutteloze” activiteit te bagatelliseren, en niet om daadwerkelijk bij te dragen aan het breed gedragen hoogstaande doel. Waarom zouden ze anders stelselmatig net dat ene stokpaardje steeds aanvallen (emissiereductie bij Lomborg; fundamenteel onderzoek bij deze brievenschrijver), en niet al die andere potentiele bestedingen/activiteiten?

Er wordt een vals dilemma opgezet, een beetje als het dwingen van een kind om te kiezen tussen de vader en de moeder.

Over de korte termijn visie van Lomborg schreef ik eerder:

Zijn redenering doet me denken aan de spreuk “morgen gaan we sparen”, die in veel huishoudens aan de muur hangt. Wat een mooi voornemen, elke dag weer!

Het probleem met CO2 is enerzijds dat een groot deel ervan honderden jaren in de atmosfeer verblijft, en anderzijds dat het klimaat traag reageert op veranderingen in de broeikasgasconcentratie. Deze combinatie zorgt ervoor dat ongebreidelde uitstoot van meer CO2 tot grote risico’s leidt voor het toekomstige klimaat. In Lomborg’s analyse wordt dit stelselmatig over het hoofd gezien.

Als grote veranderingen, zoals het smelten van grote massa’s landijs, eenmaal in gang zijn gezet door toedoen van een te hoge concentratie aan broeikasgassen, zijn ze niet zomaar omkeerbaar. Het uitstellen (afstellen…?) van emissiereductie gaat met grote risico’s gepaard voor de toekomst.

Risico’s die pas in de verre toekomst plaatsvinden worden vaak onderschat, en men getroost zich meestal niet veel moeite om die risico’s te beperken. Neem roken: Stoppen met die ‘fijne’ gewoonte is voor velen blijkbaar een te grote prijs om toekomstige gezondheidsrisico’s te beperken. Daarnaast is het verslavend natuurlijk. Net als ons hoge energieverbruik blijkbaar. In tegenstelling tot roken wordt het actief beperken van klimaatrisico’s ook nog gecompliceerd door de zogenaamde ‘tragedy of the commons’, waar Lomborg dankbaar misbruik van maakt in zijn argumentatie.

Ook in De Staat van het Klimaat 2010 werd aandacht besteed aan de redenering van Lomborg (eind van hoofdstuk 2 over het (publieke) klimaatdebat; gratis te downloaden als pdf. Disclaimer: Ik was mede-auteur), met als centrale punt dat de waarde die men hecht aan mitigatie maatregelen “vooral afhangt van het belang dat wordt gehecht aan de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties”. Dat is een inherent ethische afweging die in economische kosten-baten analyses meestal achter de aangenomen waarde van de discount rate verscholen blijft.

Daarnaast wordt het vaak voorgesteld als een opoffering die wij ons al dan niet zouden moeten getroosten voor toekomstige generaties, terwijl het in feite gaat over het opruimen van de door ons veroorzaakte rommel. Dat doet me denken aan de tekst die in de koffiekamer hing bij York University:

Your mum doesn’t live here, clean up after yourself!

Zou Björn nog bij z’n moeder wonen vraag ik me wel eens af?

Bjørn Lomborg voert de juiste discussie, maar met de verkeerde argumenten

Gast-blog van Hans Custers

Bjørn Lomborg wordt vaak in één adem genoemd met mensen die klimaatverandering als gevolg van menselijke broeikasgasemissies ontkennen. Dat is niet terecht. In tegenstelling tot de meeste zelfverklaarde sceptici pretendeert Lomborg niet meer verstand van klimaatwetenschap te hebben dan klimaatwetenschapppers en hij bedient zich ook niet van vergezochte complottheorieën om een volledige wetenschappelijke discipline verdacht te maken. Hij heeft het over de consequenties die wij, de maatschappij, de politiek, zouden moeten trekken uit de inzichten van de wetenschap. Dat is een discussie die we moeten voeren.

Toch is Lomborg populair bij de “klimaatsceptici”. Wie het stuk van Marco Visser in Trouw van 15 juni leest begrijpt wel waarom: voor Lomborg is het overduidelijk dat elke vorm van klimaatbeleid onzin is, of zelfs verspilling. En daar houdt mijn waardering voor Lomborg op. Hij blijkt niet in staat te zijn om zijn mening te onderbouwen met argumenten, en strooit in plaats daarvan rijkelijk met drogredeneringen. Drogredeneringen die vaak zo opzichtig zijn dat het moeilijk te begrijpen is dat een kritische journalist deze zomaar overneemt.

Lees verder

Niet warm of koud van de zon!

Gast-blog van Bob Brand en Jos Hagelaars

In het online tijdschrift European Energy Review (EER) verscheen begin mei een interessant interview van Marcel Crok met professor Fritz Vahrenholt, de auteur van het (in Duitsland) spraakmakende boek “Die Kalte Sonne”.

Het interview is goed geschreven (complimenten aan Marcel), en bevat een gedetailleerde beschrijving van de loopbaan en achtergrond van Fritz Vahrenholt die o.a. voor Shell gewerkt heeft, voor de windturbine-fabrikant RePower en tot eind dit jaar de CEO is van RWE Innogy, de hernieuwbare-energie tak van het grote Europese energieconcern RWE. Vervolgens gaat Vahrenholt nader in op de centrale these van zijn boek: de invloed van de zon zou door de klimaatwetenschap en door het IPCC ernstig onderschat zijn. Vahrenholt stelt dat de invloed van CO2 daardoor juist overschat wordt, en dat een (volgens hem te verwachten) minder actieve periode van de zon ons de tijd zal geven om in alle rust aan ‘werkelijk duurzame’ oplossingen te werken.

Naarmate het interview vordert, worden de uitspraken van Dr. Vahrenholt steeds vergaander: blijkbaar hanteert Vahrenholt het tendentieuze boek ‘The Hockey Stick Illusion’ van Montford als referentiekader, en hij stelt dat we “misleid” zijn door het IPCC over het klimaat van de afgelopen 1000 jaar – het populaire verhaaltje van de Vikingen op (Zuidwest) Groenland komt weer voorbij, en dat dient dan als de onderbouwing voor deze veronderstelde misleiding.

Vervolgens is de zon eindelijk aan de beurt: Vahrenholt stelt dat de zon véél actiever geworden is na de ‘Little Ice Age’ (de koude periode in Europa en mogelijk ook elders, die van ca. 1300-1850 geduurd heeft) en dat van 1950 tot 2000 de zon extreem actief zou zijn geweest, waarbij Vahrenholt verwijst naar (voorlopig hypothetische) versterkingsmechanismen die ervoor zorgen dat de magnetische activiteit van de zon invloedrijker zou zijn dan de (relatief geringe) variatie in zonnesterkte. Daarna volgt er de bekende opvatting dat de temperaturen zich al 15 jaar op een ‘plateau’ zouden bevinden…

Lees verder

There’s always the sun!

Gast-blog van Jos Hagelaars

Al voordat het IPCC werd opgericht in 1988 kwam de punkband The Stranglers in 1986 met de interessante klimatologische stelling: There’s always the sun.
Nu, dat kan ik beamen, regelmatig wordt men geconfronteerd met de invloed van de zon als nagenoeg alles verklarende factor voor de stijging van de mondiale temperatuur de laatste halve eeuw. Vorige week was het weer zover toen ik de koptekst van een interview met Dr. Bas van Geel in Trouw op 7 mei las:

Invloed van zon veel groter dan klimaatpanel ons wil doen geloven.

De aanleiding voor het interview was het verschijnen van een artikel in Nature Geoscience, waarvan Dr. Bas van Geel een van de medeauteurs is. Volgens het interview is een van de bevindingen van het onderzoek dat de zon een veel grotere invloed op het klimaat heeft dan het klimaatpanel van de Verenigde Naties ons wil doen geloven. Een tendentieuze zin, in het interview wordt verder de hockeystick er weer bij gesleept en wil men de lezer doen geloven dat de invloed van CO2 op het klimaat schromelijk overschat wordt.

Het originele artikel heeft als titel:

Regional atmospheric circulation shifts induced by a grand solar minimum.

Het oog valt natuurlijk direct op het woord “Regional“.
Lees verder