De knoppen van het klimaat en de schakelende oceaan

Gastblog van Hans Custers

Na enkele pittige discussies met Bert Amesz kreeg ik onlangs de kans om zijn boek te bekijken. Die kans kon ik niet laten liggen. Het eerste deel van deze blogpost is een bespreking van het boek; het tweede deel gaat wat verder in op de visie van Bert Amesz op de klimaatwetenschap.

Het boek: Aan de knoppen van het klimaat

Laat ik met het positieve beginnen: er is bijzonder veel aandacht besteed aan de vormgeving en aan fraaie illustraties. En Amesz is bereid om zonder morren bepaalde elementaire wetenschappelijke inzichten, zoals het broeikaseffect, te accepteren.

Het boek wordt gepresenteerd als een populair-wetenschappelijke uitgave over alles wat met klimaatwetenschap en klimaatverandering te maken heeft. Maar meer dan dat is het een boek met een boodschap. Die boodschap klinkt van de eerste tot en met de laatste pagina luid en duidelijk door: het valt reuze mee met die klimaatverandering en al helemaal met de menselijke invloed; voor zover we er al iets over kunnen zeggen, want er is nog zo veel onbekend en onzeker en de wetenschap is tot op het bot verdeeld. Het feit dat verschillende wetenschappelijke instituten in de wereld onafhankelijk van elkaar – en dus niet volledig identiek – gegevensreeksen over de wereldtemperatuur bijhouden wordt opgevoerd als bewijs van tweespalt en zelfs ruzie in de wetenschappelijke wereld. Dat een overgrote meerderheid van de wetenschappers spreekt van consensus, dat die overgrote meerderheid het met elkaar eens is dat een aanzienlijke menselijke invloed zeer waarschijnlijk is, meldt het boek dan weer niet. Amesz schetst liever het beeld van “onderzoekers van het IPCC” die de opdracht zouden hebben om zich op de menselijke invloed te concentreren. In werkelijkheid heeft het IPCC geen onderzoekers in dienst, verstrekt het ook geen onderzoeksopdrachten en geeft het op geen enkele manier sturing aan het klimaatonderzoek dat aan tal van gerenommeerde wetenschappelijke instituten over de hele wereld wordt uitgevoerd.

Amesz meent dat hij net zo veel gewicht toe moet kennen aan verhalen van clubs als het NIPCC – enkel en alleen opgericht om twijfel te zaaien over de wetenschap – als aan de door tienduizenden wetenschappers ondersteunde IPCC-rapporten. Dat het IPCC in de wetenschap een middenpositie inneemt en dat de geschiedenis laat zien dat de wetenschap juist geneigd is tot terughoudendheid wil hij al helemaal niet weten. Deze “framing” van de discussie zien we vaker: de breed geaccepteerde wetenschap wordt als een “alarmistisch” uiterste in het spectrum aan opvattingen afgeschilderd en tegenover het andere uiterste – de ontkenning van de elementaire wetenschap van het broeikaseffect – geplaatst, alsof de redelijkheid hier in het midden zou liggen.

Alarmisten-Sceptici

De positie van sceptici, alarmisten en de wetenschap

Lees verder →

Klotzbach Revisited

Gastblog van Jos Hagelaars

De gemiddelde oppervlaktetemperaturen van de aarde, gemeten via ‘thermometers’, worden door een aantal instituten verzameld, de bekendste van deze datasets zijn GISTEMP, HadCRUT en NCDC. Sinds 1979 worden er eveneens temperatuurdata voor de lagere troposfeer vrijgegeven door de University of Alabama in Huntsville (UAH) en Remote Sensing Systems (RSS), die gemeten zijn via satellieten.
De temperaturen van deze twee meetmethodieken vertonen verschillen, zoals bijvoorbeeld: de NCDC data geven een trend boven het landoppervlak van 0.27 °C/decennium voor de periode 1979 t/m 2012, terwijl over dezelfde periode de trend over de satellietdata van UAH een stuk lager is met 0.18 °C/decennium. Dit terwijl de trends over mondiale temperaturen kleinere verschillen vertonen, voor NCDC en UAH resp. 0.15 °C/decennium en 0.14 °C/decennium over dezelfde periode.

Big deal? Bijna alles wat betrekking heeft op het klimaat is een ‘big deal’, dus voor deze trendverschillen is dat niet anders. In een wereld die warmer wordt, zou, ongeacht de oorzaak van de opwarming, de hogere troposfeer namelijk gemiddeld meer op moeten warmen dan het oppervlak en de data op basis van UAH (en RSS) laten dat niet zien.
Waarom zou het hoger in de troposfeer meer op moeten warmen en wat is de oorzaak van deze trendverschillen tussen de oppervlaktetemperaturen en de satelliettemperaturen?

Lees verder →

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (Epiloog)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

Ik geef het toe, “Epiloog” is een nogal pretentieuze benaming voor wat losse eindjes die zijn blijven liggen na de top 10 serie. Maar het staat zo mooi. Over naar de losse eindjes.

Het meest opvallend is voor mij wel hoe overbekend alle punten uit de top 10 zijn die ik de afgelopen maanden heb doorgenomen. In verhalen van klimaatsceptici lezen we om de haverklap dat de grote doorbraak er nu toch echt is, of anders wel dat hij er op korte termijn zit aan te komen. Maar een klimaatsceptische top 10 zou er 5 jaar geleden nauwelijks anders uitgezien hebben dan het huidige lijstje. Oude wijn in nieuwe zakken. De weerleggingen zijn ook al jaren bekend. Dag in dag uit zien we hoe sceptici die weerleggingen negeren. Op die manier weigeren ze systematisch de discussie een stap verder te brengen. Jarenlang dezelfde kreten herhalen is blijkbaar genoeg om twijfel te zaaien. Twijfel ondermijnt het gevoel van urgentie in de samenleving om het probleem aan te pakken. We kunnen alleen maar concluderen dat het daar allemaal om begonnen is.

In elke wetenschappelijke discipline komen dwarsliggers voor: mensen die de gevestigde orde en opvattingen steeds weer uitdagen. Zo hoort het ook, om verder te komen heeft de wetenschap die permanente uitdaging nodig. Ook de klimaatwetenschap zou deze dwarsliggers moeten koesteren, hoe irritant ze soms ook kunnen zijn. Het vervelende is dat het onderscheid tussen deze dwarsliggers en politiek gemotiveerde wetenschapsbashers heel onduidelijk is geworden. Ook in dit opzicht bewijst de klimaatsceptische campagne de wetenschap een slechte dienst.

Lees verder →

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (10)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

10. Wiens brood men eet diens woord men spreekt ofwel follow the money

Als ergens uit blijkt dat de discussie over het klimaat een botsing van wereldbeelden is, dan is het wel dit argument. Niet alleen omdat ik niet het idee heb dat klimaatwetenschappers rijk worden van hun onderzoek, maar vooral omdat het totaal niet klopt met wat ik dagelijks in de wereld om mij heen zie gebeuren. De wereld van de klimaatsceptici is blijkbaar heel anders dan die van mij. In die wereld zijn politici dol op enorme problemen, die ingrijpende en bij een aanzienlijk deel van hun kiezers impopulaire maatregelen nodig maken. Daarom bestellen ze zo’n enorm probleem bij de klimaatwetenschap. Vervolgens stellen ze de benodigde maatregelen steeds weer uit, om op die manier een groot gebrek aan daadkracht uit te stralen. Daar zul je in de klimaatsceptische wereld wel verkiezingen mee winnen.

In diezelfde wereld zijn vrijwel alle klimaatwetenschappers gewetenloze egoïsten, die werkelijk alles doen – als het moet houden ze de hele wereld voor de gek –  om maar zo veel mogelijk geld binnen te slepen voor hun onderzoek. Behalve gewetenloos zijn ze trouwens ook nog behoorlijk dom. Want ze denken dat geld zeker te krijgen als ze tegen hun opdrachtgevers zeggen dat ze er wel zo’n beetje uit zijn; als ze de onzekerheden die er nog zijn zo veel mogelijk wegmoffelen. Hoe minder er nog onzeker is, hoe meer er overblijft om te onderzoeken, in deze vreemde, omgekeerde wereld.

Lees verder →

Een data update van 2012

Een gastblog van Jos Hagelaars

De gegevens over 2012 van de meest gevolgde temperatuur datasets GISTEMP, HadCRUT4, NCDC, UAH en RSS zijn inmiddels bekend. Het jaar 2012 is bij deze datasets warmer dan 2011 en staat bij 4 ervan in de top 10. Het warmste jaar voor de oppervlaktetemperaturen is nog steeds 2010 en bij de lagere troposfeer temperaturen, gemeten met satellieten, is het warmste jaar 1998 (de satellietdata heb ik gemiddeld op basis van hun maanddata). Alle andere jaren in de top 10 beginnen allemaal met een 2, wat aangeeft dat de jaren van deze eeuw tot nu toe allemaal zeer warme jaren zijn geweest.

In figuur 1 staan de mondiale jaargemiddelde temperaturen gerangschikt van hoog naar laag. Zoals gewoonlijk wordt de “anomalie” gegeven: het verschil met de gemiddelde temperatuur over een bepaalde referentieperiode. Deze periode verschilt voor verschillende datasets; dit veroorzaakt mede de verschillen in de temperaturen tussen de datasets.

Jaargemiddelde temperatuur tm 2012

Figuur 1: De mondiale temperaturen gerangschikt naar temperatuur.

Lees verder →

Open discussie jan-feb 2013

Voor discussies over klimaatgerelatgeerde onderwerpen die niet een onderwerp van een recente blogpost zijn.

Doemscenario’s, risico’s en de twijfels van een wetenschapsjournalist

Gastblog van Hans Custers, in reactie op Maarten Keulemans

Beste Maarten (ja, je mag zo vrij zijn; graag zelfs)

Ik waardeer het bijzonder dat je de tijd hebt genomen om zo uitgebreid op mijn open brief te antwoorden. Bestaat er een beter blijk van waardering dan een pittige repliek?

De politieke en maatschappelijke discussie

Je vraagt me wat het probleem eigenlijk is. Het probleem is om te beginnen dat je een karikatuur maakt van de opvattingen van een groot aantal mensen die meedoen aan de discussie over het klimaat. Je schildert een hele groep mensen af als doemdenkende idealisten met een Calimero-complex. Klimaatsceptici, die in mijn ogen een anti-wetenschapscampagne voeren, schetsen regelmatig vrijwel dezelfde karikatuur. Je gaat dus, ik neem aan onbedoeld, mee in de manier waarop zij de discussie “framen”. Dat probleem is er niet kleiner op geworden, omdat jij dit punt, de allereerste alinea van mijn open brief, helemaal gemist lijkt te hebben. In je antwoord draaf je nog eens vrolijk door over “de cultuursociologische dimensie” van “het voorspellen van acute ecologische rampspoed ”. En dan haal je de “binaire opposities” er ook nog even bij, terwijl ik jou nu net probeerde te vertellen dat jouw voorstelling van zaken zo zwart-wit is. Als klap op de vuurpijl trek je dan ook nog mijn oprechtheid in twijfel, met de vraag of ik misschien “belang bij het problematiseren van de opwarming van de aarde” heb. Zullen we afspreken dat dat een vergissing was?

Waar ik en vele anderen allereerst op uit zijn is een normale politieke en maatschappelijke discussie over de risico’s van klimaatverandering, en wat we daar mee zouden kunnen of moeten doen. Daarom ageer ik tegen de klimaatsceptische campagne, die stelselmatig probeert juist die discussie te saboteren. Ben ik een paniekzaaier omdat ik het over risico’s van klimaatverandering heb? Dan zijn alle honderdvijftig Tweede Kamerleden paniekzaaiers. Politieke discussies gaan vrijwel altijd over het afwegen van risico’s: het risico voor de nationale veiligheid als we bezuinigen op defensie, of het risico dat de internationale gemeenschap ons niet meer voor vol aanziet; de financiële risico’s van de vergrijzing en de steeds maar stijgende zorgkosten; de risico’s van bezuinigingen voor de economie op korte termijn en de risico’s van niet bezuinigen voor de overheidsfinanciën op lange termijn, enzovoort. Ik moet bekennen dat aan zo’n afweging van risico’s wel een mespuntje apocalyps te pas komt, omdat we de scenario’s met een kleine kans maar grote gevolgen niet zomaar kunnen negeren. Ik neem aan dat jij erkent dat zulke scenario’s bestaan.

Lees verder →

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (7 t/m 9)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

7. De zon was in de tweede helft van de 20e eeuw actiever dan in duizenden jaren daarvoor en het is logisch dat de temperatuurstijging daarna nog een tijdje doorgaat
8. Sinds 2007 is de zon geleidelijk aan het inslapen en krijgen we vanaf 2013 volgens Prof. De Jager een Dalton minimum (koude fase uit kleine ijstijd) en volgens anderen zelfs een bitterkoude herhaling van het Maunder minimum
9. Onderzoek van Bas van Geel levert keihard bewijs voor de extreme gevoeligheid van het klimaat voor veranderingen van de zon

Daar hebben we de zon nog een keer. Die was in punt 5 al voorbij gekomen, maar blijkbaar was dat niet genoeg. Misschien is die extra aandacht wel terecht, want de zon is nu eenmaal de drijvende kracht van het klimaat. Zonder zon zouden we helemaal geen klimaat hebben, zou je zelfs kunnen zeggen.

Deze drie argumenten over de zon leggen meteen een probleem bloot. Er komen al jarenlang allerlei sceptische theorieën voorbij over de zon die elkaar deels overlappen, deels heel andere kanten opgaan en elkaar soms zelfs tegenspreken. Het lijkt wel of de meeste klimaatsceptici naar believen uit al deze theorieën de elementen plukken die ze op een bepaald moment van pas komen, waardoor het nogal onduidelijk wordt wie wanneer welke theorie wel of niet serieus neemt.

sunspotnumbers_strip

Activiteit van de zon sinds 1600

Het klopt wel dat de zon in de tweede helft van de vorige eeuw behoorlijk actief was. Zeker actiever dan in honderden jaren daarvoor en misschien waren het er zelfs wel duizenden. Hoe het precies zit ligt er aan hoe je zonne-activiteit definieert en welke reconstructie je bekijkt. Het vervelende nieuws voor de aanhangers van zonnetheorieën is wel dat de top van die activiteit rond het midden van de twintigste eeuw lag. En dat er vooralsnog geen zinnige verklaring is voor een invloed van de zon op de snelle opwarming die in de jaren zeventig begon. Een beperkte invloed van die actieve zon op de temperatuurstijging tot het midden van de 20e eeuw wordt trouwens algemeen geaccepteerd door de wetenschap. De invloed van variaties in zonneactiviteit op het klimaat is goed in te schatten, omdat er voldoende bekend is over de variaties in zonnestraling die daarmee samenhangen. Lees verder →

Hans, wat is nou eigenlijk het probleem?

Gastblog van Maarten Keulemans, in reactie op de ‘open brief’ van Hans Custers

Beste Hans (mag ik zo vrij zijn?),

Allereerst hartelijk dank voor je open brief. Ik vind het jammer dat het stuk van onze Ombudsvrouw je in het verkeerde keelgat is geschoten, want natuurlijk hoor je de chef wetenschap van De Volkskrant, als het gaat om wetenschap, aan je zijde te vinden. Misschien kan ik dan ook iets van je zorgen wegnemen. Ik ga daar even goed voor zitten, want ik krijg niet iedere dag een open brief – en de zaak die je aansnijdt is inderdaad boeiend.

Maar laat ik eerst een misverstand uit de weg ruimen. De wetenschap is bij de krant in handen van een heel team. We hebben een vijfkoppige wetenschapsredactie, een breed umfeld van specialisten van andere deelredacties (zo is de portefeuille ‘energie’ belegd bij economie) en natuurlijk hebben we ons team van freelancers: een stuk of tien voor de wetenschap alleen al. Ik kan dan ook alleen voor mijzelf spreken, hoewel ik als chef natuurlijk wel meedenk over welk nieuws we op welke manier brengen.

Ik spreek bovendien op persoonlijke titel: mijn officiële antwoord zou al snel zoiets zijn als dat je je voor reacties op het stuk van de Ombudsvrouw maar bij de Ombudsvrouw moet vervoegen. Dat zou echter flauw zijn, ik ga het debat graag aan.

Wat de Ombudsvrouw schrijft, klopt. Als het gaat om geneeskunde, bekijken we zowel homeopathie en acupunctuur als de gevestigde geneeskunde vanuit het bewijs. Als het gaat om natuurkunde, kijken we zowel tijdreizen als gevestigde fysica vanuit het bewijs. En als het gaat om klimaat is dat niet anders: het bewijs moet voorop staan, als het gaat om ‘sceptici’, maar óók als het gaat om de gevestigde orde.

Het aardige is dat onze opvattingen volgens mij niet veel verschillen. Het bewijs wijst inderdaad in de richting die jij aangeeft: opwarming, menselijke CO2-uitstoot, en de zekerheid dat er tussen die twee een oorzakelijk verband moet zijn.

Maar je moet wel eerlijk blijven, daarna neemt de onzekerheid snel toe. De manier waarop CO2 inwerkt op het klimaatsysteem, wordt zoals je weet geschud en vervormd door talloze factoren en terugkoppelingen. Zeestromingen, zonnecycli, hoge wolken, lage wolken; ijs, methaan, ozon, waterdamp, zwavel, roet; algen, grassen, rijstvelden, bossen, woestijnen; verdroging, vernatting, albedo, de warmte-inhoud van de oceanen, branden, vulkanen.

De netto uitkomst is waarom het natuurlijk gaat (want vergeet niet dat een verdubbeling van de hoeveelheid CO2 in de dampkring waarschijnlijk slechts 1,1 graad opwarming geeft als de rest van het systeem constant zou zijn), en inderdaad, de uitkomst ‘2,0 tot 4,5 graden met een beste schatting van 3,0 graad’ heeft voor zo ver ik kan inschatten goede kaarten.

Maar naar mate ik mij meer in de kwestie ging verdiepen, ben ik mij ook meer bewust geworden van de onzekerheden. Voor mijzelf sloeg de twijfel toe ergens tussen 2005 en 2010. In die jaren werd duidelijk dat we misschien hebben onderschat dat de aarde ook om andere redenen extra snel is opgewarmd tussen 1975 en 2000, bijvoorbeeld doordat westerse landen de luchtverontreiniging terugdrongen, waardoor de samenstelling van de dampkring veranderde.

En in 2010 maakten Susan Solomon en collega’s van het NOAA in Science duidelijk dat er ook heel andere factoren in het spel kunnen zijn, echte X-factoren: zo vonden ze aanwijzingen dat de opwarming in de jaren negentig voor 30 procent verklaard zou kunnen worden door waterdamptoename in de stratosfeer, een parameter waarvan domweg geen goede meetreeksen zijn.

Zo is er voortdurend nieuws, soms verontrustend, soms geruststellend, maar altijd boeiend. De snelle afsmelt van de Noordpool, de recente aanwijzingen voor versnelde zeespiegelstijging en de afsmelt van Groenland zijn onverwacht en verrassend.

Maar de vertraging van de atmosferische opwarming, de bevinding dat haast alle klimaatmodellen de opwarming van de troposfeer overschatten en de ontdekking dat de grote ‘verdroging’ die iedereen voorspelt op foute aannames is gebaseerd, zijn dat ook. We zouden ons werk niet goed doen als we dat soort nieuws niet ook meenemen.

Daardoorheen speelt een ernstig manco. Veel klimaatwetenschappers zijn gericht op de korte termijn, omdat dat de tijdspanne is waarover ze meetreeksen hebben. Maar ze hebben ook de neiging de middellange termijn (decennia tot eeuwen) te veronachtzamen. Terwijl dat nu juist de tijdschaal is van de belangrijkste oscillaties van het klimaat: denk aan PDO en NAO; denk aan de zonnecycli en de interne klimaatvariabiliteit.

Een leuk voorbeeld is hydroloog Bert Amesz met zijn recente boek Aan de knoppen van het klimaat: als je de oscillaties op de achterkant van een envelop meerekent, kom je op een best geschatte CO2-opwarming van slechts 1,0 graad, aldus Amesz. Intussen rept de nieuwe samenvatting van het Planbureau voor de Leefomgeving wederom met geen woord over de cycli. Ik begrijp dat niet; hoe kun je de periode na 1880 nou beschrijven zonder mee te nemen dat we uit een mini-ijstijd komen?

Tel dat allemaal op, en je ziet de contouren van een verhaal waarvan de grote lijnen staan, maar waarvan de invulling nog volop gaande is. Ik heb geen flauw idee, maar mijn persoonlijke gok is dat we de ‘forcerende’ werking van CO2 wat te hoog inschatten. We zullen moeten afwachten waarheen het bewijs ons voert.

Dat brengt me op de toekomst, misschien wel het belangrijkste punt. Hier zie ik een curieuze tegenstelling in je betoog. Je schrijft dat je ‘klimaatverandering als een van de grote problemen van deze tijd beschouwt’, maar ook dat je van mij verwacht dat ik de ‘wetenschappelijke realiteit glashelder duid’.

Maar wat moeten we nou als mijn ‘glasheldere duiding’ van de wetenschappelijke realiteit is dat we de zaak misschien wat te somber zien?

Daarvoor zijn goede aanwijzingen. Ook in een snel opwarmende wereld zijn zeespiegelstijging en het afsmelten van de ijsmassa’s uiterst trage processen – zelfs onder een (ondenkbaar) regime van permanent versnelde smelt duurt dat honderdduizenden of enkele miljoenen jaren, een tijdsduur die we ons niet meer kunnen voorstellen. Zelfs het snelste geologische proces dat ik ken – een methaanburst uit de diepzee – duurt vele eeuwen, zo niet millennia.

In dat licht is ook de cultuursociologische dimensie relevant. Het voorspellen van acute ecologische rampspoed zit in onze cultuur diep ingebakken, als consequentie van ons lineaire besef van tijd, en het dualisme tussen dat de judeochristelijke traditie aanlegt tussen de mens en de natuur. We zijn voortdurend bezig onze relatie met de planeet opnieuw vorm te geven, en denken steeds dat het helemaal misgaat.

Ecologisch verval is in dat spel een prominent thema, signaleerde onlangs nog filosoof Pascal Bruckner: ‘De dominante hartstocht van onze tijd is angst’. Zelf leg ik in mijn boek Exit Mundi het verband met het zondvloedthema, alweer zo’n oud, ingesleten leidmotief: de mens is zondig geweest, we verpesten ons paradijs, en als straf krijgen we zeespiegelstijging.

Het helpt niet mee dat mensen geneigd zijn om de wereld op te delen in uitersten, in ‘binaire opposities’, zoals Claude Lévi-Strauss vaststelde. Het gaat helemaal mis, of er is niets aan de hand. Terwijl de waarheid in praktijk meestal ergens in het midden ligt. Denk aan de ‘naderende ijstijd’ van de jaren zestig, de ‘imminente energiecrisis’ van de jaren zeventig, de ‘zure-regencrisis’ in de jaren tachtig. De Britse ecoloog en schrijver Matt Ridley analyseerde vijf van dat soort aangekondigde ecologische rampen en verwoordt het zó:

‘So, should we worry or not about the warming climate? It is far too binary a question. The lesson of failed past predictions of ecological apocalypse is not that nothing was happening but that the middle-ground possibilities were too frequently excluded from consideration. In the climate debate, we hear a lot from those who think disaster is inexorable if not inevitable, and a lot from those who think it is all a hoax. We hardly ever allow the moderate “lukewarmers” a voice.’

Ook dat is wetenschap, Hans. Net zozeer als de methaanmetingen op Groenland. De mens zit er voortdurend naast, en al helemaal als het gaat om het bepalen van onze eigen positie in de natuur schieten we snel in de stress.

Is klimaatverandering echt ‘een van de grote problemen van deze tijd’, zoals jij schetst? In het licht van het oplaaiende noord-zuid-conflict, de uitputting van natuurlijke bronnen, de dreiging van zoönotische virussen, de schuldenlast en de overbevolking, de wortel van de meeste van die problemen, lijkt me dat onhoudbaar.

Hans, waarover maak je je precies zorgen?

Het zou best eens zó kunnen gaan. Gaandeweg stappen we, om economische motieven, over op duurzame energie. Intussen smelt de noordpool ‘s zomers, trekt de opwarming nog wat aan, en haalt het klimaat naar ons uit met allerlei weersextremen. Maar mopperend passen we ons erop aan. De planeet trekt het wel, de mensheid ook, de technologie en de tijd staan niet stil – zeker niet als je het hebt over eeuwen (!!).

(Heb je trouwens het nieuwe risicorapport van het World Economic Forum gezien? Eén van de grote nieuwe dreigingen, signaleren ze, is dat een of andere puissant rijke miljardair of een eilandstaat zo in paniek raakt dat ze op eigen houtje gaan geo-enigineeren, het klimaat ‘afkoelen’. Dat zou pas een probleem zijn!)

Al met al levert het een curieuze situatie op, Hans. Als ik nuances aanbreng in mijn berichten, onzekerheden benoem en ook de interessante wetenschappelijke aanwijzingen versla dat de vork misschien wat anders in de steel zit, maken ze me opeens uit voor ‘scepticus’ en begin jij te jammeren dat de chef wetenschap niet meer aan je zijde staat.

De afgelopen tijd kon je in de krant lezen dat de noordpool sneller smolt, de zeespiegel sneller lijkt te stijgen en de netto wereld-ijsbalans negatief is. Maar waarmee slaat men mij om de oren? Met ieder nuancerend bericht.

Hans, als je de chef wetenschap niet aan je zijde vindt, kan dat twee dingen betekenen. Misschien is de chef afgedreven van jou en de wetenschap. Maar het kan ook kan betekenen dat jij afdrijft van de wetenschap. Je wilt gewoon graag dat ik je bevestig in je problematisering van de zaak. Heb je soms belang bij het problematiseren van de opwarming van de aarde?

Als journalist probeer ik afstand te houden, en kritisch te zijn. Ik probeer me niet voor politieke, zakelijke of maatschappelijke karretjes te laten spannen, door een scherp onderscheid te maken tussen zekerheden en onzekerheden, tussen politiek geladen uitspraken en feiten, en – het moeilijkste – door alert te blijven opletten of ik niet zelf verstrikt raak in vooroordelen. Want over een paar jaar kan het weer helemaal anders zitten.

En natuurlijk probeer ik vooral open te staan voor nieuws. Daartoe onderhoud ik contact met diverse klimaatwetenschappers, met het verzoek om mij vooral te voeden met publicaties die er wat hen betreft ‘toe doen’. De nuancering dat het weer erg rommelt rondom de exacte opwarmende werking van CO2, komt bijvoorbeeld van twee van hen, off the record, onafhankelijk van elkaar.

Evenwicht in de wetenschapsjournalistiek; een open brief aan Maarten Keulemans

Gast-blog van Hans Custers

Beste Maarten Keulemans,

Ik ben zo iemand die klimaatverandering als een van de grote problemen van deze tijd beschouwt en die deze mening ook met enig fanatisme uitdraagt. Ik zal in uw ogen dus wel een klimaatalarmist zijn. Maar ik vertel nooit apocalyptische, zondvloedachtige verhalen, ik kom maar zelden medestanders tegen in het klimaatdebat die dat wel doen en ook van de media verwacht ik zeker geen nodeloze bangmakerij. Verhalen over het einde van de wereld of de mensheid moeten we maar gewoon aan Hollywood overlaten. Ik beschouw mezelf ook allerminst als een arme groene idealist die dapper strijdt tegen Big Oil. Het valt mij in het debat van alledag juist op dat zo veel zelfverklaarde sceptici zich wentelen in de rol van de underdog; dat zij zichzelf vaak zien als het kleine groepje dat dapper standhoudt in de strijd tegen een kongsi van internationale organen, overheden, wetenschappelijke bolwerken en natuurlijk de media.

Wat mij motiveert in deze discussie is dat er een campagne wordt gevoerd waarin de wetenschap in diskrediet wordt gebracht om allerlei redenen, die maar hoogst zelden iets met de wetenschap zelf te maken hebben. Die campagne verspreidt stelselmatig desinformatie, besmeurt en belastert wetenschappers en maakt ze verdacht, alleen maar omdat hun onderzoeksresultaten conflicteren met bepaalde ideologieën of belangen. En die campagne probeert mij, en iedereen die het opneemt voor de wetenschap, af te schilderen als onbespoten­geitenwollen­sokkendragende onheilsprofeten.

Lees verder →