Categorie archief: Emissies

Hoe uitzonderlijk zal recordjaar 2023 in de toekomst nog zijn?

Het afgelopen jaar hebben wij hier op het blog meerdere malen aandacht besteed aan de hitterecords die in 2023 bij bosjes omvielen. Vooral de oceaan had het zwaar te verduren. Het kan voor u, de lezer van onze blogs, dus ook niet als verrassing komen dat 2023 officieel als warmste jaar sinds de metingen de boeken in gaat. Vanaf afgelopen juli tot het einde van het jaar was zelf bijna elke daggemiddelde de warmste gemeten, zoals de grafiek hieronder laat zien. De recordwarmte heeft onder meer te maken met het mondiale effect van El Niño, en waarschijnlijk ook een beetje met verminderde vervuiling door aerosolen, die juist voor afkoeling zorgen. De precieze bijdrage van verschillende factoren is nog niet helemaal ontrafeld. Maar onderaan de streep komt de opwarming op lange termijn door de uitstoot van fossiele brandstoffen door de mensen op deze aarde. Daarbij dient ook het onvermogen om verdere opwarming af te wenden genoemd te worden – de wetenschappelijke kennis over de gevaren voor de mensheid én de bestaande mogelijkheden om het tij te keren ten spijt.

De mondiaal gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak per dag, voor de afgelopen decennia. In de tweede helft van 2023 was het bijna elke dag de warmste dag sinds 1940. Bron

COP28 niet wat het had moeten zijn

Eind 2023 werd er tijdens de COP28 dan toch weer een verwoede poging gedaan door alle spelers op het wereldtoneel om tot stevige afspraken voor emissiereductie te komen. Maar ondanks spelers met grote ambities, bleek de toneelvertoning toch vooral een klucht te zijn. De COPs zijn verworden tot een show waar de zwakste plannen met de grootste bombarie worden gepresenteerd. Terwijl je zou denken dat elk aangekondigd plan een stap in de goede richting is, berekende Climate Action Tracker (CAT) dat maar een kwart van de tijdens COP28 aangekondigde initiatieven daadwerkelijk aanvullend én uitvoerbaar zijn. Veel plannen zijn te vaag geformuleerd, of missen duidelijkheid in dekking of verantwoordelijkheid om daadwerkelijk getoetst te kunnen worden op hun impact. Daarom stelt de CAT in haar doorrekening dat er eigenlijk nog steeds een gapend gat bestaat tussen wat er beloofd is, en wat er nodig is om 1,5°C in leven te houden. Zelfs in het meest optimistische scenario komt de recent geüpdate CAT-thermometer uit op een opwarming van 1,8°C aan het eind van deze eeuw. Ik vraag me dus hardop af of 2023 in de toekomst – laten we zeggen over zo’n 10 of 20 jaar – nog steeds een uitzonderlijk recordjaar zal zijn.

Lees verder

De COP28 eindtekst: gezien de fossiele lobby een succes

Er is een akkoord op de COP28. De laatste versie van de slottekst op de COP28 gaat íets verder dan voorlopige versie die een paar dagen eerder werd gepubliceerd. Daar kwam kritiek op, omdat het uitfaseren van fossiele brandstoffen niet werd genoemd. De nieuwe tekst spreekt overigens nog steeds niet over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, maar is wel explicieter over het afbouwen ervan, en de voorgestelde klimaatacties worden nu gebracht als oproep in plaats van een wensenlijstje. Het kan als een succes worden gezien dat er eindelijk in een COP-eindtekst wordt gesproken over het afbouwen van fossiele brandstoffen. Maar het opgeluchte gevoel dat er nu heerst, hangt ongetwijfeld ook samen met de vooruitgang ten opzichte van de voorgestelde eindtekst van 11 december, waar de invloed van de fossiele lobby duidelijk in terug te vinden was. En die fossiele lobby bleek met duizenden aanwezig.

Weinig concreet in de slottekst

De eindtekst, aangenomen op woensdag 13 december, is 24 pagina’s lang en bevat veel verschillende statements. Een van de belangrijkste punten is een uitgewerkt lijstje van klimaatacties waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen en de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten worden beperkt. Waar dit in een eerdere versie van 11 december nog als een soort wensenlijstje werd gepresenteerd (“… calls upon Parties to take actions that could include…”) wordt er in de uiteindelijke versie wel iets explicietere oproep gedaan aan alle landen om bij te dragen (“… calls on Parties to contribute to the following global efforts…”). Eén van de belangrijkste oproepen is om weg te bewegen van fossiele brandstoffen (“transitioning away from fossil fuels in energy systems…”), alhoewel het taalgebruik ruimte voor interpretatie overlaat, en die ambiguïteit is waarschijnlijk opzettelijk. In de eerdere versie werd overigens nog enkel gesproken over een reductie (‘reducing’in plaats van ‘transitioning away’) en wat dat betreft wordt de uiteindelijke versie als een opluchting gezien.

Screenshot van het lijstje klimaatacties dat de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten beperken, volgens de eindtekst van de COP28, aangenomen door alle 198 ‘parties’.

Die bewoordingen zijn dus zeker wel een vooruitgang. Maar de doelen blijven enkel een oproep en zijn nog steeds niet bindend (dat zijn de COP-afspraken eigenlijk nooit), én er is geen duidelijke route uitgestippeld voor de transitie. En die route van het afbouwen van fossiel, en daarmee de broeikasgasemissies, is uiteindelijk wat de opwarming bepaalt, en niet enkel een doel in 2050.

Lees verder

Mag Nederland nog uitstoten?

Om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we heel snel emissies reduceren. De verantwoordelijkheid voor emissiereductie wordt vaak evenredig verdeeld; elk land moet bijdragen. Sommige landen hebben vroeger alleen al heel veel uitgestoten, en hebben dus ook veel meer aan de huidige opwarming bijgedragen. Nederland is een van die landen. Uit een nieuwe analyse blijkt dat Nederland eigenlijk voor nóg meer emissies verantwoordelijk is, als je de emissies uit toenmalige koloniën meeneemt. Het leidt tot een vraag die weinig wordt gesteld: wie mag er nog uitstoten, en waarom?

We ‘mogen’ überhaupt niet zo veel meer uitstoten

Eerder schreef ik op de blog over het resterende koolstofbudget voor het 1,5°C doel: hoeveel kan er nog worden uitgestoten, als we een kans willen behouden om de opwarming tot 1,5°C graden te beperken? Met huidige mondiale emissies blijkt dat nog 6 jaar te zijn. Als we snel emissies reduceren, hebben we langer de tijd. De tijd begint nu zó ontzettend te dringen, omdat we mondiale emissiereductie té lang hebben uitgesteld. Waren we in 2000 al begonnen met het naar beneden halen van de uitstoot, dan was het pad naar 1,5°C een stuk comfortabeler geweest, zo laat de grafiek hieronder zien. 

Een rechtlijnig afbouwpad van de mondiale uitstoot om de opwarming tot 1,5°C graden te beperken, vanaf 2000 elk jaar tot nu. Bron

Hoewel er wel wat goed nieuws is, namelijk dat duurzame energie wereldwijd gezien met een enorme opmars bezig is, is de kans toch best groot dat we dat 1,5°C budget gaan opmaken. Dat komt vooral omdat de meeste landen fossiel verbruik niet snel genoeg afschalen, en er bovendien nog een groep landen is die de fossiele productie zelfs van plan is op te voeren (zo schreef ik in mijn vorige blog). Sommige van die landen hebben historisch gezien (nog) niet zo veel uitgestoten, zoals Nigeria en India, helemaal als je rekening houdt met bevolkingsaantallen. Maar een aantal landen die nu nog fossiele productie willen uitbreiden, zijn ook al voor het gros van de historische uitstoot verantwoordelijk, zoals Rusland en de VS.

Daarmee rijst automatisch de vraag: wie mág er binnen dat beperkte budget nog uitstoten?

Lees verder

Olie op het vuur: fossielvraag kán snel pieken, maar productie wordt opgevoerd

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) beschouwt een aantal toekomstscenario’s van het wereldwijde energieverbruik in haar World Energy Outlook. Volgens een scenario dat gebaseerd is op huidig beleid en dat een projectie maakt van de energievraag, zouden CO2-emissies in 2023 kunnen pieken. Maar, ondertussen hebben veel landen nog steeds plannen om de productie van fossiele energie op te schroeven, aldus een andere bron: het Production Gap Report. Dat verschil tussen vraag en aanbod zou de emissiepiek kunnen opschuiven naar 2030! Beide projecties zijn overigens niet in lijn met de doelen uit het Parijsakkoord. Daarvoor zou de productie van fossiele energie in 2030 moeten worden gehalveerd.

Fossiel verbruik piekt, maar niet snel genoeg voor Parijsdoelen

Carbon Brief presenteert een uitstekende samenvatting van de World Energy Outlook (WEO) van 2023, die al jarenlang elke herfst door het IEA wordt gepubliceerd. Het rapport baseert zich vooral op wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van het verbruik van en de vraag naar energie, en presenteert een aantal scenario’s voor de toekomst van het energiesysteem, op basis van beleid en beloftes. In het kort concludeert het rapport dat het totale verbruik van fossiele brandstoffen rond 2025 zal pieken (en mogelijk dus in 2023 al), én dat het verbruik van zowel kolen, olie en gas naar verwachting vóór 2030 zal pieken onder huidig beleid.

Het pieken van fossiel wordt grotendeels veroorzaakt door een enorme groei in duurzame energie, en dan vooral het feit dat duurzame energie economisch gezien steeds goedkoper is en dus meer en meer wegconcurreert. De IEA noemt die groei in duurzame energie “unstoppable”. Dat is veelbelovend, maar het moet benoemd worden dat eigenlijk geen enkel waarschijnlijk scenario momenteel genoeg is om de opwarming van de aarde tot 1,5 °C te beperken. De reden wordt ook in het State of Climate Action 2023 rapport (óók net verschenen) herhaald: de mondiale opschaling van koolstofvrije energiebronnen vordert snel, maar de uitfasering van fossiele brandstoffen (nog) niet.

Mondiaal verbruik van fossiele brandstoffen in exajoules per jaar. Historisch verbruik in zwart, pre-Parijs akkoord beleid in grijs, scenario op basis van beleid in blauw, scenario op basis van beloftes in rood, en een 1,5 °C compatibel pad in geel.
Lees verder

Nog 6 jaar uitstoten en 1,5°C wordt (waarschijnlijk) bereikt

Een nieuwe studie in Nature bekijkt de hoeveelheid koolstof die we nog kunnen uitstoten als we een kans willen hebben om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken. Met huidige, mondiale, emissies hebben we nog zo’n 6 jaar totdat die hoeveelheid koolstof op is. In dat geval wordt het wel erg waarschijnlijk dat de opwarming de 1,5°C aantikt. Maar hoe sneller we emissies reduceren, hoe langer we onszelf nog geven om de doelen uit het Parijsakkoord te halen.

Nieuwe schattingen, geen meevallers

Het onderzoek, gepubliceerd in Nature Climate Change, maakt een schatting van het resterende koolstofbudget, de netto hoeveel CO2 die de mens nog kan (of mag) uitstoten zonder een bepaalde grens aan opwarming te passeren. In het Parijsakkoord heeft de wereldpolitiek afgesproken om de opwarming van de aarde “ruim onder 2°C” te houden en “zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C” boven het pre-industriële niveau. Als we ons aan deze doelen committeren, hoeveel CO2 kunnen we dan nog uitstoten?

Figuur uit Forster et al. waarin de opwarming van de aarde en het koolstofbudget voor 1,5°C zijn geüpdate met nieuwe waardes, een jaar na het verschijnen van IPCC AR6 WGI.
Lees verder

Adaptatie: noodzakelijk, maar ingewikkeld

Foto: Isaac Quick / Unsplash

Het Akkoord van Parijs is vooral bekend vanwege de afspraak om de mondiale opwarming te beperken tot ruim onder de twee graden. Mitigatie dus, in klimaatterminologie. Maar er zijn ook afspraken gemaakt over adaptatie: maatregelen om de schade, risico’s en kwetsbaarheid die het gevolg zijn van klimaatverandering te beperken. Dergelijke maatregelen zijn hoe dan ook nodig: het klimaaat verandert al en dat heeft gevolgen waar we op in zullen moeten spelen. Dat ‘Parijs’ ook de nodige afspraken bevat over adaptatie is minder bekend. Artikel 7 uit het akkoord gaat helemaal over dat onderwerp en het begint zo:

Parties hereby establish the global goal on adaptation of enhancing adaptive capacity, strengthening resilience and reducing vulnerability to climate change, with a view to contributing to sustainable development and ensuring an adequate adaptation response in the context of the temperature goal referred to in Article 2.

Lees verder

Tories en Sunak hebben vooral zelf baat bij meer olie en gas uit de Noordzee

Het Verenigd Koninkrijk (VK) gaat de productie van olie en gas uit de Noordzee opschroeven, zo werd recentelijk aangekondigd. Maar premier Rishi Sunak’s redenering voor meer energieonafhankelijkheid van de VK lijkt geen steek te houden. De voordelen stapelen zich vooral op voor de fossiele industrie, waar Sunak’s Conservative Party, en het bedrijf van zijn schoonfamilie, grote financiële belangen hebben.

Geen goede reden voor opschalen fossiele productie

Het VK heeft – net als Nederland – de ambitie om in 2050 fossielvrij energie op te wekken. Of we wel of niet de opwarming tot 1,5°C (of 1,6 of 1,7°C…) beperken, hangt niet zozeer af van wat er in 2050 gebeurt, als wel van de hoeveelheid uitstoot in de aankomende jaren en decennia. Met andere woorden, het traject is belangrijker dan alleen de uiteindelijke emissies in 2050. Binnen dat traject is er eigenlijk geen plaats voor nieuwe fossiele projecten, en daarover is er een behoorlijke consensus. Dat geldt ook gewoon voor het VK, zo zet professor Ed Hawkins hier duidelijk uiteen. Waarom dan toch gaan boren?

Schattingen van emissies van olie en gas door bestaande velden (grijs) en mogelijke nieuwe velden (oranje). In blauw een IPCC-route die 1,5°C compatibel is. Bron
Lees verder

Wie schuld draagt, betaalt

De grootste fossiele bedrijven zijn honderden miljarden dollars aan herstelbetalingen verschuldigd voor de economische schade die klimaatverandering in de aankomende decennia aan zal richten. Dat stelt een recente studie in OneEarth. Het klinkt als veel geld, maar voor de fossiele bedrijven geldt dat de genoemde bedragen minder zijn dan hun recordhoge winsten gemaakt in 2022, het jaar van de energiecrisis. Wanneer zet ‘Big Oil’ de knop om?

Herstelbetalingen?

Rijke mensen in het mondiale Noorden zijn onevenredig veel meer verantwoordelijk voor de opwarmende aarde. En de gevolgen van de klimaatcrisis treffen vooral armere mensen en gemarginaliseerde groepen in het mondiale Zuiden. Klimaatverandering is een groot onrecht. Aan dit onrecht hangt een prijskaartje, en tijdens de jaarlijkse VN klimaattoppen wordt er de laatste jaren steeds vaker over geld voor klimaatschade gesproken. In november vorig jaar leidde dat tot de historische afspraak voor het opzetten van een klimaatschadefonds, ook wel het ‘Loss and Damage’ fonds genoemd. Fatsoenlijke schattingen voor geleden schade zijn echter schaars, en overheden zijn het veelal niet eens over wie voor de kosten zou moeten opdraaien. Nationaal eigenbelang weegt vaak toch zwaarder dan internationale solidariteit, zo blijkt maar weer.

Toch proberen wetenschappers om schattingen van kosten te koppelen aan de vraag wie dat zou moeten betalen. In de recente studie in OneEarth worden schattingen gemaakt van de hoogte van deze herstelbetalingen (in het Engels: ‘reparations’). De auteurs leggen de verantwoordelijkheid bij de grootste uitstotende fossiele bedrijven, en berekenen hoeveel smartengeld zij de samenleving in de toekomst verschuldigd zijn. De methodes en resultaten zijn interessant, en zullen we hier behandelen.

Olietekorten bij BP in het VK. Foto door Red Dot via Unsplash
Lees verder

Leiden alle wegen naar Parijs?

Gastblog van Mathieu Blondeel (VU Amsterdam)

Foto: US Department of Agriculture / Flickr (cc)

Sinds enkele jaren buitelen overheden, bedrijven, investeerders en anderen over elkaar om ‘net-zero’ (of netto-nuluitstoot) beloftes te maken. Ook heel wat fossiele energiereuzen, zoals Shell en BP, willen ten laatste tegen 2050 netto-nuluitstoot bereiken. Maar wat houdt zo’n net-zero strategie eigenlijk in? En, bovenal, voor grote olie- en gasconcerns rijst de vraag hoe deze beloftes te rijmen vallen met een bedrijfsstrategie die de verkoop van olie en gas prioriteit blijft geven? Dat is de basis van ons artikel ‘Do all roads lead to Paris?’, dat recent verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Climatic Change.

CO2 compensaties – een noodzakelijk kwaad?

Om deze vragen te beantwoorden, onderzocht ik samen met collega’s van de Kyoto en Tohoku universiteiten in Japan de net-zero strategie van vier olie- en gasbedrijven: Shell, BP, Chevron en ExxonMobil. Het resultaat is een unieke dataset die inzicht geeft in de haalbaarheid van claims van bedrijven als Shell om tegen 2050 CO2 neutraal te zijn.

Hun ‘net-zero’ claims houden in dat ze de CO2 emissies van hun productieactiviteiten, én die van de producten die ze verkopen, zo dicht mogelijk bij nul moeten brengen en alle resterende emissies moeten compenseren (‘offsetting’ in het Engels).[i] Voor die moeilijk uit te faseren, resterende emissies kan dan een ‘(carbon) credit’ gekocht worden voor elke ton CO2 die vermeden of uit de lucht gehaald wordt. Die credits zijn gelinkt aan een compensatieproject, zoals, bijvoorbeeld, bosbeheer in Brazilië of een windmolenproject in Turkije.

Lees verder

Klimaatbeleid jaagt bedrijven niet over de grens

Door: Arthur Oldeman

Een treffende titel, die ik niet zomaar uit mijn duim zuig, maar die de belangrijkste conclusie van een recent onderzoek van onder meer het Centraal Planbureau (CPB) vertegenwoordigt. Een paar dagen geleden verscheen de publicatie getiteld “Koolstofkosten en prestaties van industriële bedrijven: bewijs uit internationale microdata” waarin wordt onderzocht hoe industriële bedrijven reageren op klimaatbeleid. De belangrijkste conclusie is dat bedrijven doorgaans hun bedrijfsvoering aanpassen, in plaats van te verkassen naar landen met minder streng klimaatbeleid. Daarnaast lijkt de winst, productiviteit en omzet niet gedrukt te worden door klimaatbeleid.

Foto van de Hongaarse Csepel fabriek aan de Donau. Foto via Unsplash.
Lees verder