Tagarchief: KNMI

droge lente, natte zomer

KNMI:

Nederland beleefde dit jaar de natste zomer in zeker honderd jaar. Het KNMI berekende gemiddeld over het hele land omstreeks 350 mm tegen 225 mm normaal, dat wil zeggen gemiddeld over het tijdvak 1981-2010. De vrijwel net zo natte zomer van 2004 met landelijk 333 mm staat nu op de tweede plaats van de top tien. De recordnatte zomer volgde op een recorddroog voorjaar, een zeldzame combinatie.

Oftewel: When it rains, it pours.

Fred Singer bij KNMI

Fred Singer geeft morgenmiddag (woensdag 31 augustus) een colloquium bij het KNMI. Een goede tijd om een oude blogpost van mij boven water te halen, waarin Fred Singer’s misvattingen over klimaatverandering kritisch worden belicht:

De gedachte dat CO2 nauwelijks invloed heeft op het klimaat, zoals door Fred Singer wordt beweerd, is onhoudbaar. Dergelijke zogenaamd kritische standpunten mogen het dan goed doen in de media, in de wetenschappelijke discussie doen ze niet meer mee. Ze zijn namelijk allang ontkracht.

Er worden in de journalistiek tegenwoordig niet meer veel woorden vuil gemaakt aan claims dat roken geen schadelijke gezondheidseffecten heeft (iets wat Singer in het verleden heeft gepropageerd). Of aan claims dat CFK’s de ozonlaag niet aantasten (ook dat beweerde Singer). Het is hoog tijd dat de media ook een wetenschapsgetrouwe beeldvorming over klimaatverandering laten zien.

CO2 en opwarming: hypothese of feit?

Het is al meer dan 100 jaar bekend dat CO2 infraroodstraling absorbeert, en dus een opwarmend effect heeft. Dankzij dit effect heeft de aarde een leefbare temperatuur, en is het op Venus kokend heet. Natuurlijk zijn er onzekerheden in de klimaatwetenschap, maar de kennis is wel degelijk een paar stations verder dan Singer en een handjevol andere (ex-) wetenschappers beweren.

Het temperatuurverloop van de afgelopen 100 jaar wordt door klimaatmodellen goed gereproduceerd. Ook de afgelopen 10 jaar wijken daarbij niet significant af, al moet worden opgemerkt dat het temperatuurverloop over tijdschalen van een decennium (of minder), sterk wordt beïnvloed door het veranderlijke weer, grote vulkaanuitbarstingen, en de El Niño (1998) / La Niña (2007) cyclus.

Er zijn een aantal zaken waar de wetenschap een hoge mate van zekerheid over heeft bereikt:

–       Over de afgelopen ~100 jaar is het klimaat op aarde significant warmer geworden, met de grootste stijging in temperatuur vanaf ongeveer 1975.

–       De concentratie van CO2 en ander broeikasgassen is door menselijk handelen verhoogd.

–       Basale natuurkunde en vele waarnemingen duiden op een oorzakelijk verband.

–       Verdere stijging van broeikasgassen zal tot meer opwarming leiden.

Andere factoren

Natuurlijk zijn er ook andere factoren naast broeikasgassen die het klimaat kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld aërosolen, landgebruik, en zonneactiviteit. De zon wordt vaak aangegrepen door “sceptici” als de hoofdoorzaak van de huidige opwarming. Maar hoewel de toename in zonneactiviteit in de eerste helft van de 20ste eeuw inderdaad heeft bijgedragen aan de opwarming, is de zonneactiviteit (en afgeleiden daarvan zoals kosmische straling) sinds de jaren zestig constant gebleven. De sterke temperatuurstijging vanaf 1975 kan daar dus niet mee verklaard worden.

Een eventuele alternatieve verklaring voor de huidige klimaatverandering kan niet zo maar alle beschikbare kennis en waarnemingen naast zich neer leggen: het moet die met elkaar integreren tot een totaalbeeld. Het infrarood absorberend vermogen van broeikasgassen valt niet te ontkennen door naar de zon te wijzen. Je ontkent ook de zwaartekracht niet als je een vogel ziet vliegen.

Zeespiegelstijging

De zeespiegel stijgt nu sneller dan in het verleden (vóór 1900) en ook sneller dan voorspeld door klimaatmodellen. Het eventueel (mechanisch) versneld afsmelten van landijs is een onderzoeksgebied waar nog veel kennis ontbreekt. Maar de onzekerheid hierover stemt niet tot geruststelling, want de risico’s van een substantiële zeespiegelstijging zijn groot. Velen van de grote miljoenensteden bevinden zich in nabijheid van de zee op geringe hoogte.

Discussie

Singers ongefundeerde mening over CO2 is niet relevant voor de energiediscussie. Net zo min als zijn mening over roken relevant is voor de discussie over het rookverbod. Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Ingezonden brief over VVD kamerlid Leegte, klimaatverandering en KNMI geplaatst in Volkskrant

De volgende brief van enkele Nederlandse wetenschappers over de affaire-Leegte is vandaag geplaatst in de Volkskrant (p35; geen url beschikbaar; pdf hier, met aangepaste titel):

Wereldklimaat trekt zich niets van Nederlandse politieke klimaat aan!

Tweede-Kamerlid René Leegte (VVD) toont zich wars van onafhankelijke wetenschap als de uitkomsten ervan kennelijk niet in zijn politieke kraam te pas komen. Dat blijkt uit zijn uitspraken over het KNMI. Leegte vindt het klimaatonderzoek van het KNMI alarmistisch en onvoldoende onafhankelijk. Het instituut kijkt volgens hem onvoldoende naar de theorieën van de ‘sceptici’, en moet de lijn van het internationale klimaatforum IPCC volgen. Het KNMI kan daarom maar beter worden verzelfstandigd; als de overheid klimaatvragen heeft worden deze gewoon bij marktpartijen aanbesteed.

Als het KNMI partijdig zou zijn, waarvoor Leegte geen enkele aanwijzing geeft, zijn vrijwel alle wetenschappelijke instituten, universiteiten en verenigingen wereldwijd dat. Een eventuele aanbesteding van klimaatonderzoek bij andere wetenschappelijke instellingen zou dus geen andere conclusies opleveren. De aanwijzingen voor menselijke invloed op het klimaat zijn namelijk heel sterk, en als gevolg daarvan is er een brede wetenschappelijke consensus hierover.

In al die jaren dat wij met het KNMI werken hebben we nooit politieke voorkeuren gezien van het instituut of zijn medewerkers, die het werk zouden beïnvloeden. Dat is ook niet zo vreemd: de werking van de aardatmosfeer trekt zich van politieke voorkeuren niets aan, CO2 absorbeert infrarode straling ongeacht de politieke kleur van de onderzoekers, en het smeltpunt van ijs laat zich niet beïnvloeden door de wensen van een lid van de Tweede Kamer. Opmerkelijk genoeg hebben de Nederlandse kennisinstituten (inclusief het KNMI) de afgelopen jaren de dialoog gezocht met ‘klimaatsceptici’, o.a. in de brochure ‘De Staat van het Klimaat 2010’.

In verschillende uitingen over klimaat laat Leegte zien dat zijn kennis van klimaatverandering en van klimaatwetenschap beperkt is. Dat is niet erg, politici kunnen niet inhoudelijk op elk onderwerp expert zijn. Wel kwalijk is op grond van beperkte kennis beweren dat een kennisinstituut zijn werk niet goed doet, partijdig is en maar moet worden afgeschaft of geprivatiseerd.

Het is voor begrip van een complexe systeem van groot belang dat jarenlang en continu aan begrip van de werking van het klimaatsysteem kan worden gewerkt. Als af en toe een vraag uit de Tweede Kamer aan een commercieel bureau in concurrentie wordt aanbesteed kan diepgaande kennis niet meer worden opgebouwd. Bovendien zou een dergelijke aanbesteding van onderzoek juist afhankelijkheid van de politieke wind in de hand kunnen werken. Juist Nederland, waar de economie bovengemiddeld gevoelig is voor intensiteit en spreiding over het jaar van regenval, van rivierwaterafvoer, van de zeespiegel en meer mede van het klimaat afhankelijke factoren, kan zich geen oppervlakkige, met de politieke wind meewaaiende klimaatkennis veroorloven.

Prof. Dr. Bert Holtslag (Universiteit Wageningen)

Dr. ir. Ernst Schrama (TU-Delft)

Dr. ir. Bart Verheggen (ECN)

Dr. Roderik van de Wal (IMAU Universiteit Utrecht)

VVD kamerlid Leegte oneens met klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen

VVD kamerlid Rene Leegte riep in de Telegraaf op om het KNMI op te heffen:

Leegte noemt het IPCC „klimaatalarmisten” en vindt het niet goed dat het KNMI zo achter hun conclusies van de uitstoot van CO2 en de stijging van de temperatuur aanloopt. Andere onderzoeken laten een afvlakking van de temperatuur zien, stelt Leegte. De overheid moet volgens hem vragen over het klimaat onafhankelijk in de markt kunnen zetten.

Krijg nou wat!

Omdat de conclusies van hoogstaand wetenschappelijk onderzoek hem niet aanstaan wil hij ervan af, en onderzoeksvragen zodanig “in de markt zetten” dat er een voor hem welgevallig antwoord uit rolt. En dat dan in naam van onafhankelijkheid! Het cynisme druipt ervan af, maar dat ontgaat Leegte wellicht.

Als Leegte de moeite zou hebben genomen om eens te kijken wat er zoal “in de markt” te koop is aan klimaatonderzoek zou hij snel genoeg hebben ontdekt dat er brede consensus bestaat binnen de wetenschap (de aarde warmt op en dat komt voor een groot deel door menselijke uitstoot van broeikasgassen en ontbossing). Misschien zou hij dan alle serieuze onderzoeksinstellingen willen afschaffen? Of wellicht wil hij buiten de wetenschap te rade gaan?

Wetenschap moet juist onafhankelijk zijn van de politieke wind in Den Haag, Washington, La Paz of Riyad. Een volksvertegenwoordiger die probeert de wetenschap de les te lezen over diezelfde wetenschap is toch echt de omgekeerde wereld. Het toppunt is dan wel dat zo’n volksvertegenwoordiger die wetenschap, waarvan de conclusies hem niet aanstaan, wil opheffen. Zo’n volksvertegenwoordiger is Leegte.

Ik trek het bewust breder dan ‘alleen maar’ KNMI, omdat zo goed als alle klimaatwetenschappelijke onderzoeksinstituten min of meer dezelfde conclusies hebben getrokken over klimaatverandering. Dat is ook nogal logisch, want de berg aan bewijsvoering laat maar weinig ruimte over voor andere opvattingen. Wetenschap is geen democratie.

Echter, er zijn aardig wat ‘creatievelingen’ die proberen die berg te omzeilen en op een andere manier boven te komen. Wetenschappelijk en logisch sluitend zijn hun verhalen zo goed als nooit.

Zo ook Leegte, die blijkbaar niet verlegen is om zijn gebrek aan kennis van de klimaatwetenschap tentoon te spreiden: Er is geen wetenschapper (van KNMI of elders) die beweert dat er maar 1 variabele is die het klimaatsysteem beïnvloedt. De opwarming gaat ook gestaag verder, zoals duidelijk is uit een scala aan metingen variërend van toenemende temperaturen, afnemend Arctisch zee ijs, smeltende ijsmassa op Groenland en Antarctica, toenemende warmte inhoud van de oceanen, veranderingen in ecosystemen (bijv. migratie, tijd van bloeien, groeiseizoen), etc. Maar dan wel gezien over langere tijdsschalen natuurlijk. We hebben het ten slotte over klimaat.

Dat doet me herinneren aan een partijgenote van Leegte die ook de fenomenen “weer” en “klimaat” door elkaar haalde toen ze zei (in een ander tijdperk):

De VVD wil onafhankelijk onderzoek naar de opwarming van de aarde, nu ons land al weken in de ban is van de vrieskou. “We moeten weten hoe het echt zit, zeker met dit weer”, aldus VVD-Kamerlid Neppérus.

Ik ben benieuwd hoe ze het weer van de afgelopen paar dagen dan karakteriseert. De opwarming zal volgens haar nu wel de pan uitrijzen!

Ik wou dat ik er om kon lachen.

Zie ook Paul Luttikhuis op het NRC klimaatblog:

Kennelijk vindt René Leegte wetenschappers die er – bijvoorbeeld op grond van onderzoek – van uitgaan dat de uitstoot van CO2 een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde niet onafhankelijk en dus niet integer. Als Leegte iets anders bedoelt, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samson, moet hij zijn beschuldiging onderbouwen.

Waarom was april zo warm?

Via Klimaatportaal en KNMI:

De afgelopen maand was uitzonderlijk zacht. De gemiddelde temperatuur over de hele maand april was in De Bilt 13,1 graden. Daarmee evenaart april 2011 het warmterecord 2007 en bereikt de hoogste waarde sinds het begin van de metingen in 1706. Gemiddeld over 1981-2010 bedraagt de temperatuur in april 9,2 graden.

Waarom was April zo warm?

De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen.

Oorzaken van deze warme april:

Luchtdruk en zonneschijn
De hoge luchtdruk in Nederland en omgeving leidde tot overvloedige zonneschijn en is daarmee één van de hoofdoorzaken van de hoge temperatuur in april 2011. Toch is dit niet de enige factor want in april 1938, 1954, 1955, 2007, 1997, 1957, 1984 was de luchtdruk hoger dan in april 2011. In april 2007, 1942 en zelfs in 2010 scheen de zon meer uren dan in april 2011.

Luchtvervuiling
Sinds midden jaren 80 is de zichtbare luchtvervuiling met roetdeeltjes en zwavel (aërosolen / fijn stof) sterk afgenomen, waardoor meer zonneschijn de grond bereikt. Er is echter geen reden om aan te nemen dat de lucht in april veel schoner is dan in de jaren 60, en toch zijn de temperaturen veel hoger dan toen.

Luchtvochtigheid
Hoewel er in april 2011 weinig bewolking was, was de hoeveelheid waterdamp (een doorzichtig gas) wel hoog vergeleken met andere jaren met hoge luchtdruk en veel zon. In 1942 en 2010 was de lucht veel droger. Waterdamp is een zeer krachtig broeikasgas, dat de aarde warm houdt door uitstraling naar de ruimte tegen te houden. De waarneming dat dit jaar de nachten warmer waren dan in 2007 ondersteunt dit vermoeden.

Broeikaseffect (KNMI)

Uiteraard heeft de opwarming van de aarde en dus ook van Nederland ook bijgedragen. Zonder deze opwarming zouden dit soort temperaturen vrijwel onmogelijk zijn geweest. Echter, de temperaturen van de laatste jaren steken ver boven de trend uit.

En:

Klimaatmodellen voorspelden een veel langzamere opwarming en laten geen verhoogde kans op warme uitschieters zien.

Figuur: Geobserveerde Centraal Nederland Temperatuur (CNT, rode lijn) vergeleken met de gemodelleerde temperatuur in het CMIP3 ensemble (54 kruisjes per jaar van 23 modellen). De blauwe lijn geeft het gemiddelde van de 23 modellen aan.

Het is duidelijk dat de temperatuur in april veel sneller oploopt dan de modellen aangeven. Voor een gedeelte is dit uiteraard toeval, maar het verschil is te groot om hier volledig mee te verklaren. Ook de uitwijkingen boven de trend lijken groter dan we verwachten, een uitwijking zoals in 2007, 2009 of 2011 zou zelfs met een twee keer zo snelle temperatuurstijging maar ongeveer eens in de 50 jaar voorkomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre we nog meer van dit soort zomerse aprilmaanden kunnen verwachten.

Conclusies
In 2007 dachten we dat de temperatuur van april een zeer uitzonderlijke uitschieter was. De waarneming dat het in 2009 bijna even warm was en in 2011 dit record geëvenaard wordt geeft aan dat deze verklaring niet meer voldoet. De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen. Welke factoren er precies achter zaten en een inschatting van wat de toekomst zou kunnen brengen vergt echter een uitgebreidere analyse.