Forse bezuiniging op Nederlands onderzoek en innovatie

Onderzoek en innovatie in Nederland krijgt een flinke knauw. Via de NOS:

FES-gelden

De groei in het wetenschappelijk onderzoek is de afgelopen jaren mede mogelijk gemaakt doordat de kabinetten-Balkenende vanuit de aardgasbaten veel geld (de zogeheten FES-gelden) beschikbaar stelden voor innovatie en onderzoek.

Het kabinet-Rutte heeft besloten daarmee te stoppen. De universiteiten hebben uitgerekend dat daarmee oplopend tot 2015 zeker 2835 onderzoeksplaatsen verloren gaan. Dat is ongeveer twintig procent van het totaal.

Marktwerking

De vereniging van universiteiten, de VSNU, waarschuwt dat tientallen onderzoeksinstellingen zullen moeten sluiten. Voorzitter Sijbolt Noorda van de VSNU: “Komt er geen vervanging voor de aardgasbaten, dan verklaren wij ons tot spelers in de tweede divisie. Dan gaan we niet meer mee met de grote jongens en worden we internationaal minder aantrekkelijk voor slimme jonge onderzoekers.”

Noorda heeft in dit verband ook geen vertrouwen in een stimulerende rol van het bedrijfsleven, de markt: “Als we de markt zijn werk laten doen, gaan de jonge onderzoekers naar China, naar Brazilië, dan gaan ze in Rusland aan het werk en niet hier.”

Dat gaat gevolgen hebben voor de positie van de Nederlandse kenniseconomie. De botte bezuinigingsbijl kan nog wel eens een boemerang blijken te zijn.

In het regeerakkoord stond over de FES gelden het volgende vermeld:

De belegde ruimte in het Fonds Economische Structuurversterking (FES) van middelen op het gebied van Verkeer en Vervoer, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Duurzaamheid en Kennis en Innovatie wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds respectievelijke de departementale begrotingen. Er vindt deze periode geen additionele voeding plaats van het FES. De onbelegde ruimte komt ten goede aan de algemene middelen.

Pier Vellinga: Hoezo klimaatverandering?

Hoogleraar Pier Vellinga heeft een boek geschreven over klimaatverandering: Hoezo Klimaatverandering?

Kennis voor Klimaat:

In klare taal, met een genuanceerd oog voor de twijfels, maar vooral ook met een scherpe analyse van de werkelijke feiten en ontwikkelingen.

Wie moeten we geloven als het om klimaatverandering gaat, de doemdenkers of de sceptici, en waarom? Kan het zijn dat de klimaatonderzoekers overdrijven? Hoe reëel is de opwarming zolang het IJsselmeer nog dichtvriest? Wat is de rol van de zon? En, hoe erg is dat trouwens, een iets warmere wereld? Is overschakelen op andere energiebronnen niet veel te duur?

Klimaatportaal:

Hoe zit het met alle vragen over het klimaat, hoe kunnen we de feiten van de fabels onderscheiden? Op deze vraag geeft hoogleraar Pier Vellinga een antwoord in zijn nieuwe boek Hoezo Klimaatverandering.

“Feit is dat de opwarming wereldwijd doorzet. Zonnevariatie kan deze opwarming niet verklaren”, aldus Vellinga.

Vellinga heeft alle argumenten van de klimaatsceptici nog eens nagelopen. Vervolgens heeft hij de belangrijkste fabels over klimaatverandering ontkracht. Eén van de hardnekkige fabels die volgens Vellinga de ronde doet is dat de temperatuurmetingen niet zouden kloppen: “zeker de afgelopen dertig jaar zijn de metingen zeer betrouwbaar”. Een andere fabel is dat de invloed van de mens op de natuur klein is. De natuur zou zo sterk zijn dat de mens er niet toe doet. “De mens heeft wel degelijk invloed en we kunnen deze invloed bijsturen.”
Volgens Vellinga wordt het menselijk voorbestaan niet door klimaatverandering bedreigd: “Ook in warme tijden is er uitbundig leven mogelijk, kijk maar naar de tijd van de dinosauriërs. Als het klimaat snel verandert, ontstaan er wel problemen. De helft van de mensen woont in kustgebieden. Zij krijgen te maken met de zeespiegelstijging.”
ANP:

De vraag of het zinvol is om in Nederland maatregelen te treffen, hangt af van hoe je het bekijkt. Vellinga: ,,Je kan het vanuit economisch oogpunt bekijken: pas als de schade van klimaatverandering meer kost dan de maatregelen om het te voorkomen, loont het om er wat aan te doen. Maar je kan het ook moreel bekijken. De zware effecten zijn waarschijnlijk pas voelbaar over tientallen jaren. De volgende generaties krijgen hiermee te maken. De vraag is of we nu al willen ingrijpen om dat straks te voorkomen.”

Trouw (Janne Chaudron):

Wanneer de aarde daadwerkelijk minstens 2 graden warmer wordt in 2100, waar Vellinga vanuit gaat, vraagt dat om vergaande aanpassingen. Want het probleem is niet zozeer de iets hogere temperatuur, dat is in het verleden ook gebeurd. Het probleem is wel dat er nu overal mensen wonen, en dat zich ecosystemen hebben ontwikkeld die passen bij het klimaat dat er nu is. (…)

Hij maakt duidelijk waarom de aarde in 2100 2 graden of meer opwarmt. Hij beargumenteert op een geloofwaardige manier waarom de zon daar niet verantwoordelijk voor is, zoals sceptici zeggen. Ook gaat hij in op de kwaliteit van temperatuurmetingen en ijstijden die volgens critici meer invloed hebben op het klimaat dan extra broeikasgassen.

Maar in de tweede helft van het boek zet hij een politieke pet op en dat komt niet geloofwaardig over. Hij lijkt politici en beleidsmakers te willen overtuigen van het nut van duurzame vormen van energie (…).

In het dankwoord benadrukt Vellinga dat klimaatverandering investeringen vergen en dat we ook ons gedrag moeten aanpassen. Die moralistische boodschap is jammer en niet nodig. Want met het wetenschappelijke betoog overtuigt Vellinga genoeg.

Dit boek (ik heb het niet gelezen; het is pas vanaf vandaag verkrijgbaar) biedt wellicht een goed tegenwicht tegen dat van Marcel Crok (volgens Vellinga “wel een erg persoonlijke interpretatie” – Trouw). Vanavond (10 mei) gaan beide heren met elkaar (en met Salomon Kroonenberg en Peter Siegmund) in debat trouwens, onder het vaandel van Studium Generale in Leiden.

Waarom was april zo warm?

Via Klimaatportaal en KNMI:

De afgelopen maand was uitzonderlijk zacht. De gemiddelde temperatuur over de hele maand april was in De Bilt 13,1 graden. Daarmee evenaart april 2011 het warmterecord 2007 en bereikt de hoogste waarde sinds het begin van de metingen in 1706. Gemiddeld over 1981-2010 bedraagt de temperatuur in april 9,2 graden.

Waarom was April zo warm?

De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen.

Oorzaken van deze warme april:

Luchtdruk en zonneschijn
De hoge luchtdruk in Nederland en omgeving leidde tot overvloedige zonneschijn en is daarmee één van de hoofdoorzaken van de hoge temperatuur in april 2011. Toch is dit niet de enige factor want in april 1938, 1954, 1955, 2007, 1997, 1957, 1984 was de luchtdruk hoger dan in april 2011. In april 2007, 1942 en zelfs in 2010 scheen de zon meer uren dan in april 2011.

Luchtvervuiling
Sinds midden jaren 80 is de zichtbare luchtvervuiling met roetdeeltjes en zwavel (aërosolen / fijn stof) sterk afgenomen, waardoor meer zonneschijn de grond bereikt. Er is echter geen reden om aan te nemen dat de lucht in april veel schoner is dan in de jaren 60, en toch zijn de temperaturen veel hoger dan toen.

Luchtvochtigheid
Hoewel er in april 2011 weinig bewolking was, was de hoeveelheid waterdamp (een doorzichtig gas) wel hoog vergeleken met andere jaren met hoge luchtdruk en veel zon. In 1942 en 2010 was de lucht veel droger. Waterdamp is een zeer krachtig broeikasgas, dat de aarde warm houdt door uitstraling naar de ruimte tegen te houden. De waarneming dat dit jaar de nachten warmer waren dan in 2007 ondersteunt dit vermoeden.

Broeikaseffect (KNMI)

Uiteraard heeft de opwarming van de aarde en dus ook van Nederland ook bijgedragen. Zonder deze opwarming zouden dit soort temperaturen vrijwel onmogelijk zijn geweest. Echter, de temperaturen van de laatste jaren steken ver boven de trend uit.

En:

Klimaatmodellen voorspelden een veel langzamere opwarming en laten geen verhoogde kans op warme uitschieters zien.

Figuur: Geobserveerde Centraal Nederland Temperatuur (CNT, rode lijn) vergeleken met de gemodelleerde temperatuur in het CMIP3 ensemble (54 kruisjes per jaar van 23 modellen). De blauwe lijn geeft het gemiddelde van de 23 modellen aan.

Het is duidelijk dat de temperatuur in april veel sneller oploopt dan de modellen aangeven. Voor een gedeelte is dit uiteraard toeval, maar het verschil is te groot om hier volledig mee te verklaren. Ook de uitwijkingen boven de trend lijken groter dan we verwachten, een uitwijking zoals in 2007, 2009 of 2011 zou zelfs met een twee keer zo snelle temperatuurstijging maar ongeveer eens in de 50 jaar voorkomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre we nog meer van dit soort zomerse aprilmaanden kunnen verwachten.

Conclusies
In 2007 dachten we dat de temperatuur van april een zeer uitzonderlijke uitschieter was. De waarneming dat het in 2009 bijna even warm was en in 2011 dit record geëvenaard wordt geeft aan dat deze verklaring niet meer voldoet. De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen. Welke factoren er precies achter zaten en een inschatting van wat de toekomst zou kunnen brengen vergt echter een uitgebreidere analyse.

Jan Rotmans bij Essent: Botsing der werelden

De aanvoerder van de Nederlandse hoogleraren tegen kolencentrales, Jan Rotmans, was met een aantal collega’s op bezoek bij de gewraakte energiebedrijven (Volkskrant 8 april). Met twee van de vier bezochte bedrijven viel niet te praten, aldus Rotmans. De reden:

Ik heb de vergelijking gemaakt met de afschaffing van de slavernij en van de kinderarbeid. Die praktijken stopten niet vanwege de wetgeving. Ze stopten omdat ze moreel niet meer verantwoord waren. Ik vroeg aan de bestuursvoorzitter tegenover me: kun jij straks aan je kinderen uitleggen waarom je kolencentrales hebt neergezet? Peter Terium van Essent werd oprecht boos.

Ja, vind je het gek? Als iemand jouw manier van werken met slavernij/kinderarbeid vergelijkt, hoe zou je dan reageren? Ik ben het met Rotmans eens dat het klimaatvraagstuk een ethische dimensie heeft die onder de aandacht dient te worden gebracht. Maar ik denk dat veel mensen die het er diep in hun hart mee eens zijn dat hun huidige werk wellicht niet goed is voor de wereld, verbolgen raken om een dergelijke vergelijking.

Dan kan het natuurlijk zijn dat ze, nadat de boosheid is verdwenen, de redenering erachter juist meer ter harte zullen nemen. Maar het kan ook zijn dat ze er juist tegen gaan rebelleren. Het wordt hen namelijk wel heel makkelijk gemaakt om degene die hen op deze manier tegemoet treedt als “extremistisch” terzijde te schuiven. Juist omdat het grote publiek nog niet van de wetenschappelijke basis van klimaatverandering doordrongen is, kunnen we ons beter niet van al te extreme vergelijkingen bedienen. Daarmee zetten we onszelf buitenspel in de publieke discussie.

Een vriend van mij werkt voor een sigarettenfirma. Hij weet heus wel dat sigaretten slecht voor je zijn (en hij rookt zelf ook niet trouwens). Maar als iemand hem zou zeggen dat hij aan genocide meewerkt, zou hij wel kwaad worden denk ik. Of misschien hard lachen. Maar serieus nemen zou hij je niet. En je hebt hem niets bijgebracht dat hij al niet wist.

Het verschil is dat bij roken het grote publiek wel van de wetenschappelijke basis van de gezondheidseffecten doordrongen is. En daarom schaad je je positie (van betrouwbaarheid) wellicht minder als je op deze manier ten strijde trekt. Aan de andere kant kun je zeggen dat bij roken een dergelijke uitspraak niets toevoegt, want hij weet al wat de nadelige effecten van “zijn”product zijn. Bij kolencentrales kan dat anders liggen: Veel mensen weten het niet, of willen het niet weten.

Interessant is de karakterisering die Rotmans van het verloop van het gesprek geeft:

Tegenover ons zat de bestuursvoorzitter, een financiële man, de projectleider, een woordvoerder. Vervolgens kregen we meestal een presentatie, waarin ze allemaal vertelden dat ze meer investeren in duurzaamheid dan de concurrent. Daar legden wij dan de harde cijfers tegenover: dat het allemaal nogal tegenvalt, en dat die beweringen niet hard te maken zijn. Dan volgden de excuses: de overheid is inconsequent en onbetrouwbaar, de CO2-markt functioneert zo slecht. Daar hebben ze een punt, maar het is ook gemakkelijk. Als je echt wilt verduurzamen, ben je intrinsiek gemotiveerd. Je moet jezelf niet afhankelijk maken van een slecht functionerende overheid of markt.

Dat lijkt me een beter punt om op in te haken voor een constructieve discussie. Het geeft ook een kijkje in de keuken van bedrijfs-PR.

Marcel Crok’s alternatieve Staat van het Klimaat

Wetenschapsjournalist Marcel Crok bracht in november 2010 zijn boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’ uit. Een kritische review van zijn alternatieve ‘Staat’ is op de site van het PBL beschikbaar. Disclaimer: Ik heb er aan bijgedragen. Het is een lijvig document geworden. Via een hele reeks aan links kun je tot meer gedetailleerde info komen over het onderwerp van je interesse.

Marcel heeft een vlotte pen: z’n boek leest lekker weg. Eenzelfde gevoel had ik bijvoorbeeld ook bij Spencer Weart’s Discovery of Global Warming. Dat leest als een avonturenboek. Er is echter een groot verschil tussen beide boeken: De laatste geeft een evenwichtig beeld van de klimaatwetenschap (en diens evolutie in de tijd). Crok doet dat uitdrukkelijk niet. Zoals hij zelf op zijn blog schreef:

Het PCCC verwijt mij diverse malen dat ik aan selectief winkelen doe. In zekere mate is selectief winkelen (in het Engels zo mooi cherry picking genoemd) inherent aan de aanpak die ik voor het boek hanteerde, zoals beschreven op pagina 33/34:

“De aanpak in het boek is rechttoe, rechtaan. Bij ieder onderwerp kijken we of er kritiek was op ‘de consensus’ en zo ja, of die kritiek hout sneed en hoe het IPCC met die kritiek omging in vooral het vierde IPCC-rapport.”

Door slechts één kant van de zaak te belichten krijgt de achteloze lezer een scheef beeld van de wetenschap. Hierin onderscheidt Crok zich van een meer wetenschappelijke aanpak, waarin het belangrijk is de verschillende aanwijzingen en argumenten te wegen om tot een zo nauwkeurig mogelijk beeld te komen van hoe het zit.

Toegeven: Zijn boek geeft een goed en helder verwoord beeld van een hele reeks aan veelgehoorde kritieken op de klimaatwetenschap, en dat is een verdienste. Hij schetst een beeld van ‘het valt allemaal wel mee’ door stelselmatig van extreem onwaarschijnlijke waarden uit te gaan. Een vergelijkbare argumentatie zou zijn dat het juist allemaal veel erger is dan de gangbare wetenschap stelt, door uit te gaan van extreem onwaarschijnlijke waarden die aan de andere kant van het spectrum liggen.

Neem de klimaatgevoeligheid: Door een veelheid aan studies te combineren komt het IPCC tot een waarschijnlijke range van 2 tot 4,5 graden opwarming bij een verdubbeling van de CO2 concentratie. Crok noemt hiervoor meerdere malen 0,5 graden (met een dergelijk lage klimaatgevoeligheid zouden grote klimaatveranderingen in het verleden, zoals de ijstijdencyclus, echter niet hebben kunnen optreden). De studies die hij daarvoor aanhaalt zijn in de meeste gevallen bekritiseerd vanwege forse tekortkomingen, maar voor het gemak wordt dat niet genoemd of wordt de kritiek gebagatelliseerd als zijnde “alarmistisch”.

Een spiegelbeeld van Crok’s boek is dus niet het IPCC, maar dat zou een (denkbeeldig) boek zijn die het IPCC even hard bekritiseert als Crok dat doet, maar dan vanuit de andere hoek: Ervan uitgaande dat het IPCC veel te conservatief is en worst case scenario’s wegmoffelt. Die ervan uitgaat dat de klimaatgevoeligheid geen 3 graden is, maar 6 of 10 graden. Klinkt belachelijk? Dat zou eenzelfde type redenering zijn als Crok ophangt. Nuttig om eens te zien wat de kritieken van deze of gene zijde zijn, maar verwar het vooral niet met een evenwichtig beeld van hoe het zit.

Zoals Richard Alley zei (in de context van een getuigenis voor het Amerikaanse Congres, EOS Nov 2010):

You have now had a discussion or a debate here between people who are giving you the blue one and people giving you the green one. This is certainly not both sides. If you want both sides, we would have to have somebody in here screaming a conniption fit on the red end, because you are hearing a very optimistic side.

Crok heeft het veelvuldig over “beide partijen” in het klimaatdebat. Terwijl het in werkelijkheid natuurlijk om een spectrum van opinies gaat, waarbij de mate van wetenschappelijke onderbouwing niet persé hetzelfde is.

 

Ik zal de komende tijd enkele onderwerpen uit dit review hier bespreken, zoals bijvoorbeeld:

Stadseffect
Menselijke oorzaak van klimaatverandering
Klimaatgevoeligheid
Koelend effect van aerosolen en Effect daarvan op schattingen van de klimaatgevoeligheid

Voor deze en talloze andere veel gehoorde argumenten verwijs ik de lezer ook naar Skeptical Science voor wetenschappelijk gefundeerde antwoorden en context. Daar is ook een Nederlandse vertaling te vinden van de wetenschappelijke handleiding voor klimaat scepticisme, waarin de belangrijkste pijlers van onze klimaatkennis en enkele sceptische argumenten daartegen worden besproken (met veel plaatjes en grafieken om e.e.a. te verduidelijken).

Over het grote plaatje van wat er bekend is staat in de review het volgende:

  1. De laatste 100 jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde met bijna 0.8 C gestegen.
  2. De CO2-concentratie is sinds het industriële tijdperk met bijna 40% gestegen ten gevolge van de uitstoot van fossiele brandstoffen en ontbossing.
  3. CO2 heeft een opwarmend effect op de atmosfeer.
  4. De waargenomen opwarming kunnen we alleen afdoende verklaren uit de toename van de CO2-concentratie en andere broeikasgassen.
  5. De temperatuurstijging zet door in de toekomst wat leidt tot schadelijke gevolgen.
  6. De belangrijkste remedie is de terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen en daarnaast is aanpassing aan klimaatverandering onvermijdelijk.

Ondanks de onzekerheden (die natuurlijk beide kanten opgaan) is het grote plaatje inderdaad vrij helder.

Atsma’s reactie na ontvangst van Staat van het Klimaat 2010

Atsma heeft vanmiddag de Staat van het Klimaat 2010 in ontvangst genomen, en zal het “met genoegen en vooral met interesse” lezen. Na een tweetal presentaties van auteurs nam hij ook nog even het woord. Een aantal dingen uit zijn speech licht ik er even uit (met mijn commentaar tussen vierkante haken):

  • Hij gaf aan dat de Staat in een behoefte voorziet van politici en beleidsmakers om op de hoogte te worden gehouden van de wetenschappelijke kennis als basis voor beleid.
  • De opwarming zelf in twijfel trekken noemde hij een “achterhoedegevecht”. Over de rol van de mens daarin kan wel gediscussieerd worden, zei hij. [Terwijl ik denk dat ook dat tweede wel duidelijk is, al geldt bij allebei natuurlijk dat de mate waarin nooit met 100% zekerheid zal kunnen worden vastgesteld.]
  • Als doelgroepen van de Staat werden genoemd politici, beleidsmakers en het publiek. Atsma zou daar graag ook het bedrijfsleven onder scharen. [Mee eens]
  • Hij ziet graag dat wetenschappers het gesprek aangaan met sceptici, in plaats van in een “bunkermentaliteit” elkaar te bevechten. Volgens hem kan dat helpen om erachter te komen hoe het zit. [Met het eerste gedeelte ben ik het eens. Over het tweede ben ik vooralsnog sceptisch, omdat ik ook na vele discussies met sceptici daar nog nauwelijks voorbeelden van heb gezien.]
  • In het Europese politieke speelveld hecht hij groot belang aan eenheid: Het is belangrijker om het als EU-27 met elkaar eens te zijn (bijv. over de reductiedoelstelling voor 2020), dan het beste jongetje van de klas te willen zijn ten koste van die eenheid. Ban Ki Moon had tijdens de klimaattop in Cancun blijkbaar gezegd hoe belangrijk het voor de onderhandelingen was om als EU één blok te blijven vormen. [Op zich vind ik dit een redelijke en pragmatische redenering. De andere kant van de zaak is dat als de zwakste schakel beslissend is, de nodige veranderingen wellicht niet of te laat van de grond zullen komen.]
  • Hij zei dat de emissiereductie sinds 2009 niet vanzelf ging, maar erop wijst dat we goed bezig zijn. [Terwijl die reductie wel “vanzelf” ging, in de zin dat die direct samenhing met de economische crisis. De emissies zijn sindsdien weer aan het aantrekken. Dit wordt besproken in hoofdstuk 3 van de Staat]

Al met al etaleerde Atsma een gezonde no-nonsense mentaliteit. Het belang dat hij hecht aan een dialoog tussen wetenschappers en de maatschappij (waaronder politici, beleidsmakers, bedrijfsleven, NGO’s, sceptici, burgers) onderstreept het belang van een overkoepelend orgaan als het Platform Communication on Climate Change (PCCC).

Staatssecretaris Atsma ontvangt ‘Staat van het Klimaat 2010’

Turbulent jaar voor klimaat en wetenschap

Staatssecretaris Atsma van Milieu ontving vandaag het eerste exemplaar van de ‘Staat van het Klimaat 2010’. De publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat en energie in het afgelopen jaar. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het PCCC*.

Het jaar 2010 was turbulent voor de zowel de klimaatwetenschap als het klimaat zelf.

Koud hier, warm elders

We hadden te maken met een bijzondere paradox. Nederland beleefde het koudste jaar sinds 1996. De maand december was zelfs de koudste decembermaand sinds 40 jaar. Sommigen zien dit als een aanleiding om de opwarming van de aarde in twijfel te trekken. Wereldwijd was het echter één van de warmste jaren sinds 1850. Vanwege de luchtstroming (“Arctische Oscillatie”) ging de relatieve koude in Europa gepaard met relatieve warmte in het Arctische gebied en Noord Canada.

Extreem weer

Het jaar 2010 kende een aantal extreme weersgebeurtenissen en de gevolgen daarvan. Zo liep 20 procent van Pakistan onder water; ongeveer 20 miljoen mensen werden getroffen. Ook China kampte met overstromingen en dodelijke modderstromen. Terwijl Rusland de heetste zomer sinds het begin van de metingen beleefde, had Midden-Europa te maken met zware regenval.

Deze rampen en extremen zijn niet eenduidig terug te voeren op klimaatverandering. Afwijkingen in temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Wel zijn de gebeurtenissen meteorologisch gezien zeldzaam. Naar verwachting neemt de kans op hittegolven en extreme neerslaghoeveelheden toe als gevolg van het versterkte broeikaseffect.

Polarisatie van het klimaatdebat

Daarnaast was er ophef door de inhoud van openbaar gemaakte e-mails van de Climate Research Unit in Engeland. Ook werden enkele fouten in het laatste IPCC rapport aan het licht. Deze gebeurtenissen leidden tot twijfel over de juistheid van inhoud van IPCC rapportages, maar ook over de integriteit van klimaatonderzoekers zelf. Het werd duidelijk dat het klimaatdebat en de klimaatwetenschap in een nieuw tijdperk opereren, met een hoge mate van politisering en dynamische interactie tussen wetenschap en publiek debat. In de Staat van het Klimaat 2010 wordt een aantal veel gehoorde kritische argumenten in een wetenschappelijke context geplaatst. ECN (dat ben ik) heeft aan dit hoofdstuk (2) bijgedragen. De werking van en kritiek op het IPCC komt ook ter sprake (hoofdstuk 6).

Klimaatbeleid

Intussen gaan de pogingen om klimaatverandering te beteugelen via Internationale onderhandelingen ook door. De klimaattop in Cancún eind vorig jaar heeft niet geleid tot een bindend verdrag of beslissingen die klimaatverandering ingrijpend aanpakken. Wel zijn de emissiereducties, waar in Kopenhagen kennis van was genomen, in Cancun voor het eerst onder de VN-vlag verankerd. In combinatie met de transparante manier van onderhandelen heeft dit het vertrouwen in het multilaterale onderhandelingsproces versterkt. Er blijft een “gigaton kloof” bestaan tussen de collectieve beloftes en de benodigde emissiereductie om beneden de twee graden opwarming te blijven.

Dit en andere zaken op het gebied van energie- en mitigatiebeleid zijn een bijdrage van ECN (door mij geschreven) en komen ter sprake in hoofdstuk 4. Naast Cancún wordt het regeerakkoord van het nieuwe kabinet er besproken, een vooruitblik naar de geraamde emissies t/m 2020 en een aantal toekomstvisies voor een duurzame energievoorziening.

De Staat van het Klimaat is gratis te downloaden.

* Het Platform Communication on Climate Change (PCCC) is een samenwerkingsverband van de grote klimaatkennisinstellingen in Nederland  (PBL, KNMI, Wageningen UR, ECN, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht, Deltares, TNO en NWO)

 

Blog terug!

Dit blog gaat weer de lucht in. Op mijn Engelstalige klimaatblog delft Nederlands toch het onderspit, aangezien ik daar meer Engelstalige lezers heb.

Hier dus vanaf nu weer klimaat- en energienieuws, met de nadruk op context en reflectie vanuit een wetenschappelijke bril. Ik zal regelmatig berichten uit de Nederlandse media hierover bespreken en citeren.

Net als op m’n Engelstalige blog geldt hier: Ik sta open voor discussie en voor andere meningen. Wel  vraag ik iedereen om zich met een minimum aan respect uit te laten over de ander. Dat houdt o.a. in dat beschuldigingen beter achterwege kunnen worden gelaten, tenzij je een hele goeie case hebt.

Vast een vooruitblik naar deze week: Aankomende dinsdag wordt “De Staat van het Klimaat 2010” aan staatssecretaris Atsma van milieu (I&M) aangeboden (met bijdragen van uw gastheer).

Hopelijk tot ziens!

Blog verhuisd!

Deze blog is verhuisd naar http://ourchangingclimate.wordpress.com. Ik heb daar mijn Engelstalige en Nederlandse blogs samengevoegd. Om alleen de Nederlandstalige stukken te lezen, kies dan de categorie Nederlands.

Wetenschappelijk debat en de media

Wetenschappelijke conferenties en tijdschriften zijn de plaatsen waar het wetenschappelijke debat plaatsvindt (en dus niet in de krant of op televisie of op internet). Het aandeel “skeptische” argumenten in deze wetenschappelijke fora is heel erg klein ten opzichte van de grote meerderheid aan argumenten (en bewijsvoering) die in lijn zijn met de consensus dat het klimaat aan het veranderen is (grotendeels) door toedoen van menselijke activiteit. Zijn klimaatwetenschappers het over alles eens dan? Valt er niks meer te discussiëren? Natuurlijk wel. Maar het debat gaat over heel specifieke onderwerpen, en de uiteindelijke “uitkomst” heeft meestal weinig tot geen invloed op de wetenschappelijke consensus (zie bv. deze Engelstalige realclimate post). Een nieuw resultaat moet nog steeds de natuurwetten gehoorzamen, en moet consistent zijn met de enorme hoeveelheid aan waarnemingen en bewijsvoering die al beschikbaar zijn. Het zien vliegen van een vogel is geen bewijs voor het niet bestaan van zwaartekracht. Die simpele waarheid wordt vaak over het hoofd gezien. De uitdrukking “het debat is over” refereert aan het “debat” of de huidige opwarming voornamelijk door menselijke activiteit is veroorzaakt. Dat debat is inderdaad (al lang) over, tenminste in de wetenschappelijke sfeer. Er zijn nog volop interessante details om over te discussiëren, maar die zullen het algemene beeld nauwelijks beïnvloeden.

Rol van de media

De populaire media geven vaak een vertekend beeld van het wetenschappelijke debat door extreme meningen die maar door een heel kleine minderheid van wetenschappers wordt aangehangen gelijke ruimte of tijd te geven als de gangbare opvatting. Dat komt overeen met het presenteren van creationisme als theorie met evenveel wetenschappelijke geldigheid als evolutie. Of altijd als er een discussie over roken (en eventuele regelgeving) is, iemand laten vertellen dat roken helemaal niet zo ongezond is als wel beweerd wordt. Waarschijnlijk voelt het eerlijk aan voor journalisten om een gelijk platform te bieden aan tegengestelde meningen, maar het geeft een verkeerd beeld van het huidige wetenschappelijke denken. het publiek wordt verkeerd voorgelicht, soms met een verhoogd risico als gevolg. Dat is het geval in het voorbeeld over roken, maar ook bij klimaatverandering. Een controverse creëren buiten de wetenschappelijke wereld en die dan presenteren als een wetenschappelijke controverse is misleidend. Een goed overzicht van deze zogenaamde “valse objectiviteit” wordt gegeven op Stephen Schneider’s website.

 

Publiek debat

Er worden talloze debatten en panel discussies georganiseerd over echte en zogenaamde controverses. Zo zijn er nog steeds regelmatig debatten tussen creationisten en wetenschappers die de evolutieleer verdedigen (vooral in de VS). Debatten over klimaatverandering zijn er ook talloze. Hoe nuttig zijn dergelijke debatten? Vaak resulteren ze bij de toeschouwers in de indruk dat de wetenschap nog heel erg verdeeld is. Of nog erger, halen ze echte en pseudo-wetenschap door elkaar. Deze gevolgen van een debat zijn heel nuttig voor (en natuurlijk het doel van) de aanhangers van de minderheidstheorie: Onzekerheid en twijfel over de wetenschappelijke consensus vergroot hun geloofwaardigheid.

 

Twijfel: verdeel en heers

Als de bedoeling van bepaalde “skeptici” is om serieuze maatregelen te vertragen of zelfs te voorkomen, dan is twijfel zaaien over de realiteit van door de mens veroorzaakte klimaatverandering een heel effectieve strategie. Die strategie is ook bewust gekozen, gemodelleerd naar het voorbeeld van de tabakslobby. Niet alleen is de strategie hetzelfde, dezelfde mensen spelen een sleutelrol in beide (en nog andere) discussies (zie bv. de fantastische uiteenzetting van Oreskes in deze video presentatie). Publieke debatten en de zogenaamde “gebalanceerde” journalistiek doen het hier heel goed bij. De publieke discussie is met veel succes geponeerd in termen van bewijs en onzekerheid. Terwijl als basis voor (politieke) besluitvorming het concept risico veel zinvoller is. Voor een lange tijd werden maatregelen tegen roken tegengegaan door te hameren op de onzekerheid en afwezigheid van bewijs over de gezondheidseffecten. Die redenering verloor zijn effect toen mensen begonnen in te zien dat met de opeenstapeling van aanwijzingen het toch wel heel onwaarschijnlijk is dat roken geen invloed heeft op je gezondheid. Eenzelfde inzicht in de risico’s is nodig voor klimaatverandering. Absolute zekerheid is niet noodzakelijk als basis voor maatregelen; een rationele risicoanalyse daarentegen wel.