Open discussie

Voor alle klimaat-gerelateerde discussies die niet in een andere recente post worden behandeld.

Korte termijn trend heeft geen voorspellende waarde voor lange termijn trend

Op Ejo Schrama’s “twitterblog” heeft Jos de Laat van KNMI een reactie op ons stuk gegeven.

Hij viel over de volgende passage uit ons stuk:

De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar.

Dit is volgens hem onjuist. Hij schrijft:

Kortom, het lijkt toch wel algemeen geaccepteerd dat het de laatste 8-15 jaar – afhankelijk van wie je leest – niet warmer is geworden en misschien zelfs wel wat is afgekoeld.

Volgens mij hebben we allebei gelijk. Omdat we het allebei over iets anders hebben.

Wij hebben het over de onderliggende (lange termijn) trend vd opwarming. Jos hebt het (als ik het goed heb begrepen) over de (korte termijn)temperatuurmetingen sec. Dat maakt een groot verschil:

De onderliggende opwarmende trend kan gewoon doorgaan, terwijl door natuurlijke variaties en andere factoren (zoals Jos die terecht noemt) die trend tijdelijk gemaskeerd kan worden. Wij wilden de nadruk leggen op het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat de onderliggende trend ook daadwerkelijk is verminderd; integendeel (zie bijv Foster en Rahmstorf; Hansen et al; MetOffice), terwijl Jos de nadruk legt op het feit dat de temperatuurmetingen sec een afvlakking laten zien. Voor de realiteit en betekenis van anthropogene opwarming vind ik het echter een stuk relevanter om de onderliggende, lange termijn trend te beschouwen dan de kortstondige variaties die daarop gesuperponeerd zijn.

Over korte termijn variatie vs lange termijn trend schreef ik eerder (op basis van Foster en Rahmstorf):

Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Voor klimaatverandering (lange termijn verandering in de gemiddelde weerssituatie) is het van belang om onderscheid te maken tussen de korte termijn variatie en de lange termijn trend.

Wellicht stond in de opmerking waar Jos over viel niet duidelijk genoeg vermeld dat we hier op doelden. Ook heeft hij natuurlijk gelijk dat de werkelijkheid gecompliceerder en genuanceerder is dan wij in zo’n krantenartikel kwijt konden, bijvoorbeeld dat er meerdere factoren een rol kunnen spelen bij de huidige hiatus (al komen bijv Foster en Rahmstorf en naar ik meen ook Hansen tot de concludie dat op deze tijdsschaal ENSO dominant is; deze studies vond ik overtuigender dan bijv die van Kaufmann, maar daarover lopen de meningen wellicht uiteen).

Jos citeert o.a. Gerald Meehl:

There have been decades, such as 2000–2009, when the observed globally averaged surface-temperature time series shows little increase or even a slightly negative trend1 (a hiatus period).

Meehl is tevens mede-ondertekenaar van een brief in de Wall Street Journal (in reactie op een tendentieus stukje aldaar).  Een relevante passage eruit:

Climate experts know that the long-term warming trend has not abated in the past decade. In fact, it was the warmest decade on record. Observations show unequivocally that our planet is getting hotter. And computer models have recently shown that during periods when there is a smaller increase of surface temperatures, warming is occurring elsewhere in the climate system, typically in the deep ocean. Such periods are a relatively common climate phenomenon, are consistent with our physical understanding of how the climate system works, and certainly do not invalidate our understanding of human-induced warming or the models used to simulate that warming.

Hetzelfde onderscheid is hier dus merkbaar: In dit stuk hebben ze het over de lange termijn onderliggende trend, terwijl in het citaat daaroven  Meehl het heeft over de korte termijn temperatuurmetingen, inclusief variatie en al. Two different beasts.

Reactie op klimaatsceptische column Thierry Baudet in NRC

Thierry Baudet had afgelopen vrijdag een column in het NRC waarin hij de ernst van klimaatverandering bagatelliseerde. Omdat er duizend jaar geleden wijn werd verbouwd in Engeland is er volgens hem geen vuiltje aan de lucht met de huidige opwarming. Geen solide redenering, zoals uit onderstaande reactie blijkt:

Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat

Wij zouden ons als natuurwetenschappers wel een paar keer bedenken voor we in NRC een artikel over rechtsfilosofie zouden schrijven. Dat is ons vak niet. Maar rechtsfilosoof Thierry Baudet ziet er geen been in over klimaatwetenschap te schrijven (NRC 27 januari). Zijn gebrek aan kennis is echter pijnlijk.  Hij herkauwt diverse ‘tegenargumenten’ die door de wetenschap al lang zijn weerlegd. Hij baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen.

De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar. Er zou in de middeleeuwen wijnbouw zijn in Engeland. Dus? Nu is dat weer het geval, ook in Nederland, en zelfs in Noorwegen wordt met wijnbouw begonnen.

In feite is het nauwelijks relevant of het 1000 jaar geleden warmer of kouder was dan nu. Het zegt namelijk niets over de oorzaak van de huidige opwarming. Baudet zegt het niet met zoveel woorden, maar zijn column heeft alle schijn van de drogredenering dat, omdat de opwarming toen een natuurlijke oorzaak had, het dat nu ook moet hebben. Een beetje zoals Jantje van stelen beschuldigen, puur en alleen omdat hij jaren geleden ook iets gestolen heeft. Baudet zal waarschijnlijk kunnen bevestigen dat dat in een rechtszaak geen overtuigend argument zou zijn om Jantje daadwerkelijk schuldig te achten. Zeker niet als Jantje een geldig alibi heeft en Pietje’s vingerafdrukken op het plaats van delict duidelijk te zien zijn.

De opwarming van nu zou komen doordat we uit de kleine ijstijd komen. Tja. Alle klimaatveranderingen uit het verleden hebben oorzaken, en die worden uitvoerig bestudeerd. De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een langdurig zonneminimum en wellicht ook door verhoogde vulkanische activiteit. De huidige opwarming is alleen te verklaren door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide. Deze toename is door mensen bewerkstelligd. Andere mogelijke  oorzaken, zoals de zon en natuurlijke variaties worden permanent onderzocht, maar hun rol bij de huidige opwarming blijkt steeds nihil tot bescheiden. De hedendaagse temperatuurstijging verloopt wellicht sneller dan ooit in het verleden het geval is geweest, in ieder geval veel sneller bijvoorbeeld dan de overgang van een ijstijd naar een gematigd klimaat.

Uit de studie van klimaatveranderingen in het verleden is gebleken dat CO2 een sleutelrol speelt in het globale klimaat. De extra CO2 die nu in de lucht zit is daar door menselijk handelen gekomen, en een deel daarvan zal nog meerdere millennia in de atmosfeer haar opwarmend effect blijven hebben.

De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar. Wat Baudet doet is kort na hoogwater langs de vloedlijn lopen om uit die waarneming te concluderen dat de zeespiegel daalt.

Opinies kunnen verschillen over vragen als: welke risico’s willen we als samenleving nemen? Wegen de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan op tegen de kosten? Kan het geld beter anders worden besteed? Een rechtsfilosofische beschouwing over dergelijke kwesties zou een welkome aanvulling op het debat zijn. Daarin kan Baudet dan zijn vakkennis kwijt, in plaats van onjuistheden te debiteren over de feiten van een wetenschapsdomein waarvan hij overduidelijk geen kaas heeft gegeten.

Dr. Ir. Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft

Dr. Roderik van de Wal, Universiteit van Utrecht

Dr. Jan Wuite, Universiteit Luxemburg

Prof. Dr. Ir. Pier Vellinga, Universiteit Wageningen

Dr. Ir. Bart Verheggen, Planbureau voor de Leefomgeving

Opvallend is ook dat het niet lang duurt of er komt een heuse complottheorie om de hoek kijken in Baudet’s column, alsof klimaatverandering slechts een dekmantel is voor de “machtsvergroting” van de EU. En al die wetenschappers zitten zeker ook in dat complot? Baudet is blijkbaar bang voor meer overheidsmacht, en wantrouwt daarom de wetenschap (op basis waarvan wellicht overheidsmaatregelen worden voorgesteld).

Deze reactie is ook te lezen op de blog van Jan Paul van Soest en Ernst Schrama. Jan Paul voorziet het stukje van een lezenswaardige inleiding, waarin hij vier potentiele motieven noemt voor klimaatscepsis: ideologie, lobbyisme, hobbyisme en querulantisme. Ik zou daar verwarring, professionele deformatie en het underdog-gevoel bij scharen.

Deze reactie is niet geplaatst door het NRC. In de krant staat wel een reactie van Jan Terlouw en van Wouter van Dieren.

Update: meer reacties op baudet’s column:

Jan Terlouw – reactie op Thierry Baudet – NRC

Wouter van Dieren – reactie op Thierry Baudet – NRC 

Stevens en Olsthoorn – reactie op Thierry Baudet – NRC

Uitgebreidere reactie van Mark Olsthoorn op zijn blog (h/t Jules)

 

Terugblik op een bloggend 2011

Het grootste deel van mijn bloggende leven (sinds 2008) heb ik mijn Engelstalige en Nederlandstalige artikelen op dezelfde blog geplaatst: OurChangingClimate. Omdat de doelgroepen voor het grootste deel niet overlappen heb ik ze in april 2011 weer uit elkaar gehaald.

Sindsdien heb ik hier 34 posts geschreven, waarvan de meest populaire de enige gast-bijdrage is: Dankjewel Jos! Hij schreef een uitstekende samenvatting van Richard Milne’s presentatie getiteld “kritisch denken over klimaatverandering”. Een heel belangrijk thema, te meer daar “kritisch” nog wel eens wordt verward met “tegen de meerderheid ingaan”.

Er zit een licht stijgende lijn in de zichtbaarheid van dit blog, met zo rond de 1000 views per week. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van hoeveel nieuws ik er op zet, en daarnaast ook van de mate van discussie: Als mensen eenmaal verbaal met elkaar aan het stoeien zijn, komen ze blijkbaar regelmatig terug om te checken.

In vergelijking met OurChangingClimate heb ik hier relatief meer referrals van social network sites (twitter en linkedin). Slechts weinigen vinden mijn site via zoekmachines. Als zoekterm wordt vooral mijn naam gebruikt. De daarna meest gebruikte zoekterm is “klimaatverandering”, wat de waarde aangeeft van de url.

In 2011 ben ik ook begonnen met twitteren (@BVerheggen). Tot nu toe doe ik dat tweetalig: In het Engels en Nederlands beiden vanaf dezelfde account. Daar kom ik nu echter een beetje op terug. Graag hoor ik jullie advies over twee aparte twitter accounts (Eng en NL) versus één voor beide talen (zoals tot op heden het geval).

Meer highlights van 2011:

Van Jan Paul van Soest kreeg ik een blog award uitgereikt. Alle goeie dingen komen in tweevoud lijkt het wel, want net ervoor had ik de ‘Woody Guthrie award for a thinking blogger‘ gekregen van Nick Stokes. Leuk om te weten dat mijn blog inspanningen gewaardeerd worden!

Recensie van Marcel Crok’s boek “De Staat van het Klimaat” (gebaseerd op uitgebreide PCCC recensie)

Reactie(s) op Derk Jan Eppink.

Rene Leegte is het oneens met conclusies van de klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen en een ingezonden brief over de affaire-Leegte.

Reflectie op klimaatdiscussie (deel I en deel II) voor als je in een notedop wilt lezen hoe ik in deze discussie sta.

Ingezonden brief in reactie op Marco Visscher, wiens optimistische bril hem het zicht op de werkelijkheid ontneemt.

Het onderscheid tussen korte termijn variatie en een lange termijn trend. Dit is één van de meest besproken issues in het maatschappelijke debat over klimaatverandering.

Daarnaast heb ik op OurChangingClimate nog een paar dozijn Nederlandse blogs staan, waarvan een groot aantal niet tijdsgebonden zijn in feite niets aan relevantie hebben ingeboet. 

Click here to see the complete WordPress end-of-year report.

In 2012 zal ik waarschijnlijk minder gaan bloggen, om persoonlijke en werkgerelateerde redenen. Voor gastbijdragen van regulars sta ik zeker open!

Globaal gemiddelde temperatuur: korte termijn variatie vs lange termijn trend

Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Voor klimaatverandering (lange termijn verandering in de gemiddelde weerssituatie) is het van belang om onderscheid te maken tussen de korte termijn variatie en de lange termijn trend.

(doubleclick to see animation; via SkS)

Ook in aanwezigheid van een lange termijn trend zijn er perioden van stagnerende temperatuur. Dat wordt ook door klimaatmodellen voorspeld, alleen kan de precieze timing ervan niet worden voorspeld (omdat de ENSO cyclus en vulkanen niet voorspelbaar zijn op tijdsschalen van meerdere jaren).

Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Deze invloeden kunnen op basis van fysische principes gekwantificeerd worden (zoals in grootschalige klimaatmodellen wordt gedaan). Het is ook mogelijk om op basis van een regressie analyse van de mondiale temperatuur de meest waarschijnlijke invloed ervan te bepalen. Als dan voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn.

Dit is in een notedop wat Foster en Rahmstorf hebben gedaan in hun recente artikel. Daarin laten ze de data als het ware voor zichzelf spreken, zonder enige aanname over werkingsmechanisme of de mate van invloed van de verschillende factoren. Het komt erop neer dat ze hebben gekeken met welke combinatie van bovengenoemde natuurlijke factoren en een lineaire trend (als proxy voor het menselijke global warming signaal) de gemeten opwarming het beste gesimuleerd kan worden. Daarbij is ook rekening gehouden met een eventuele vertraagde respons (door dat ook in de regressie op te nemen).

De maandelijkse waarden van de ‘gecorrigeerde’ globaal gemiddelde temperatuur vertonen nog steeds flinke pieken en dalen, maar alleen over korte tijdsschalen vanminder dan een jaar. Deze variaties zijn onderdeel van het chaotische element in ‘het weer’. Door de jaarlijkse waarden van de gemeten en de voor natuurlijke factoren gecorrigeerde opwarming met elkaar te vergelijken wordt duidelijk dat over meerdere jaren bekeken de opwarming gestaag aan het doorgaan is:

(In de bovenste van deze twee figuren zijn de verschillende datasets verticaal verschoven voor de duidelijkheid)

Een zelfde soort analyse is enkele jaren geleden ook door Lean en Rind gedaan. Zij gebruikten een langere tijdsperiode (1889 – 2006), waardoor de menselijke invloed ook niet meer met een lineaire trend gesimuleerd kon worden. In plaats daarvan gebruikten zij een combinatie van broeikaswarming en aerosolkoeling. Qua fysische onderbouwing sterker, maar het vereist wel extra aannames over de relatieve sterkte van de broeikas en aerosolforcering (en de laatste is heel onzeker). Beide keuzes zijn verdedigbaar, en beiden hebben hun specifieke voor- en nadelen.

Een korte versie van deze analyse heb ik op 12 december op het klimaatsymposium gepresenteeerd. Zie mijn slides hier. Commentaar van Tamino op zijn eigen artikel. Een flinke discussie over dit artikel werd ook al gevoerd op een vorige blogspost.

Update (15 oktober): In een latere blog ga ik verder in op het verschil tussen korte termijn variaties en een lange termijn trend: De onderliggende opwarmende trend gaat gewoon door, terwijl door natuurlijke variaties en andere factoren die trend tijdelijk gemaskeerd kan worden.

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel II: de ‘AGW protagonisten’

Deel I ging over de bijdragen van klimaatsceptici aan de door hen georganiseerde bijeenkomst. Er was ook ruimte voor enkele ‘protagonisten’, leden van ‘het andere kamp’ (of ‘wetenschappelijke mainstream’ zoals ik het pleeg te noemen) om kort het woord te voeren. Dit was op een laat moment in de voorbereidingsfase overeengekomen.

Rudy Rabbinge (KNAW) gaf aan wat de bedoeling van de door sceptici gewraakte KNAW brochure is geweest: Een beeld schetsen van de wetenschappelijke kennis, zonder daarbij als ‘scheidsrechter’ te willen optreden. Hij constateerde dat klimaatmodellering de moeilijkheid heeft dat het om de simulatie van een uniek systeem gaat, en daarom slechts beperkt toetsbaar is. Dat brengt een inherente onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid is echter volgens hem geen reden om geen beleid te voeren. Volgens Rabbinge houden politici van onzekerheid: Voor elke geprefereerd beleid valt dan wel een studie te vinden, die als argument ervoor kan dienen (zie ook de 130 km/h discussie). En het geeft hen een alibi voor als het fout blijkt te gaan (er was immers onzekerheid). Ik dacht altijd dat politici zekerheid willen, maar ik denk dat hij de spijker op de kop slaat hiermee.

Rob van Dorland (KNMI) zei dat de klimaatgevoeligheid zowel uit metingen als uit modellen waarschijnlijk tussen de 2 en 4,5 graden per verdubbeling van CO2 ligt. De laagst aannemelijke waarde is vrij sterk begrensd: Met een klimaatgevoeligheid van kleiner dan 1.5°C kunnen opgetreden klimaatveranderingen niet verklaard worden. Ook gaf hij aan dat over tijdsschalen van enkele jaren natuurlijke variaties doorgaans groter zijn dan lange termijn trends, zoals de mondiale temperatuurstijging door menselijke invloed. Dit betekent dat wanneer de temperatuur over een tijdvak van bijvoorbeeld tien jaar geen stijging vertoont, hieruit niet de conclusie getrokken kan worden dat er geen lange termijn trend is.

Bart Verheggen (ECN) ging verder door op het onderscheid tussen korte termijn variatie en lange termijn trend. Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Als voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn. Daarnaast liet hij aan de hand van verschillende observaties zien dat CO2, en niet de zon, de belangrijkste oorzaak is van de recente opwarming

Leo Meyer (PBL) gaf aan dat hij de discussie waardeert en vooral nut ziet in het verkennen van zaken waar men het over eens kan zijn, naast zaken waar men misschien een ‘agreement to disagree’ overeen kan komen. Hij bracht het nieuws dat hij door IPCC is aangesteld om de totstandkoming van het synthese rapport van de volgende IPCC rapportage te coördineren.

Consensus

Tijdens de discussie werd duidelijk dat het begrip ‘consensus’ zwaarbeladen is en als een rode lap werkt. Misschien kan dat woord in discussies beter vervangen worden door zo iets als ‘brede overeenstemming’. Het is volledig logisch dat wetenschappers langzaam convergeren in hun wetenschappelijk standpunt, als de aanwijzingen in een bepaalde richting zich opstapelen.

Het is niet realistisch om te verwachten dat absoluut iedereen zich daarin kan vinden (100% unanimiteit). Dat punt wordt zelden bereikt, zeker niet als het complexe systemen betreft, waar een absoluut bewijs principieel nooit verkregen kan worden. Het valt dan ook te verwachten dat er tegen (het bestaan van) de consensus geageerd wordt door diegenen die zich er niet in kunnen vinden. Zeker als men zich afzondert van de mainstream wetenschap en voornamelijk met gelijkgezinden optrekt, kan het bestaan van brede overeenstemming over het tegengestelde als heel onwaarschijnlijk ervaren worden. Dat gevoel kan extra kracht worden bijgezet door bijvoorbeeld petities, waarbij de grens tussen experts en non-experts naar believen opgerekt wordt

Meer lezen:

Presentatie Rob van Dorland

Presentatie Bart Verheggen

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel I: de ‘AGW antagonisten’

Op maandag 12 december hielden de Nederlandse klimaatsceptici, i.s.m. de Groene Rekenkamer, een klimaatbijeenkomst in Nieuwspoort (Den Haag). Aanleiding was de KNAW brochure over het klimaatdebat, die volgens hen ernstige fouten bevat en derhalve moet worden teruggetrokken. Hiertoe is een aantal weken geleden een brief gestuurd aan de KNAW. Deel I gaat over de bijdragen van enkele klimaatsceptici. In deel II zal ik ingaan op de bijdragen van enkele PCCC leden (Platform Communication on Climate Change), waaronder yours truly. Zie ook het (kortere) bericht op Klimaatportaal.

Hans Labohm was dagvoorzitter. KNAW lid Rudy Rabbinge was er ook, en Labohm heette hem en Rob van Dorland, Leo Meyer, Bart Strengers en Bart Verheggen welkom, als ‘AGW protagonisten’ en representanten van ‘de officiële Nederlandse klimaatinstituten’, zoals verenigd in het PCCC. Wij wilden met onze aanwezigheid en door middel van het aangaan van de dialoog bijdragen aan het depolariseren van het publieke debat.

Algemene impressie

Het was een interessante gewaarwording om eens zo sterk in de minderheid te zijn wat betreft visie op klimaat. Het beeld van een parallel universum kan ik niet helemaal loslaten. Het was leuk om personen met wie ik meerdere malen van gedachten heb gewisseld of wiens blogs ik gelezen heb eens in levenden lijve te zien. We zijn ten slotte allemaal mensen; dat is ook wel eens goed om je te realiseren als je regelmatig op internet met andersdenkenden discussieert. Persoonlijk contact draagt sterk bij aan het depolariseren van het debat. Niet dat CO2 moleculen zich daar veel van aantrekken, maar het komt de sociale dynamiek wel ten goede. Het verschil in mening lijkt vaak terug te zijn voeren op de focus: Op het badwater of op de baby. En liefst natuurlijk op allebei. Van babies op deze dag echter geen spoor.

Marcel Crok was de eerste spreker. Hij kwam met veel details over bijvoorbeeld de vergelijking tussen metingen en modellen. Zijn verdienste is het dat hij duidelijk maakt waar nog een gebrek aan begrip is. Zo wordt de opwarming vroeg in de 20ste eeuw minder goed begrepen en gesimuleerd, dan die in de late 20ste eeuw. Hij ging daarbij nogal selectief te werk, bijvoorbeeld door de opwarming vroeg in de 20steeeuw te baseren op de periode 1917 (dieptepunt) t/m 1944 (hoogtepunt) op basis van HadCRU. In een vergelijking van geobserveerde en gemodelleerde oceaan warmte inhoud was het nulpunt van de modelberekeningen verschoven om de illusie van een slechte overeenkomstigheid te versterken.

Op basis van grafieken van Lucia Liljegren, liet Marcel zien dat de mate van overeenkomst tussen model en observaties afhangt van de baseline periode (en dus indirect het nulpunt). Hoe korter de baseline periode, hoe slechter de simulatie (en vice versa). Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van ongeforceerde en dus onvoorspelbare variatie in de temperatuurdata, en hangt anderzijds ook af van hoe ‘goed’ het model is.

Dick Thoenes begon met het debat te karakteriseren als tussen ‘alarmisten’ en ‘sceptici’. Hij stelde vraagtekens bij issues, waarover de wetenschap door middel van observaties en kennisvergaring al lang overeenstemming heeft bereikt, zoals bijvoorbeeld de fossiele oorsprong van de toename in CO2 concentraties of het verzadigingsargument. Ook beweerde hij dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

Thoenes eindigde met een interessante vraag: “Wat als de sceptici gelijk hebben?” Veel geld voor niets gespendeerd te hebben stelde hij voor als een horrorscenario. Daar kwam ik later (in mijn 5 minuten spreektijd) op terug door de inverse vraag te stellen: “Wat als de mainstream wetenschap gelijk heeft? En als we naar de ene kant van het spectrum kijken (minder erg dan verwacht), moeten we eerlijkheidshalve ook naar de andere kant kijken (erger dan verwacht): Wat als ‘alarmisten’ gelijk hebben?” Het spectrum kan misschien simplistisch als volgt weergegeven worden: Sceptici focussen op het badwater, klimaatactivisten op de baby, en de mainstream wetenschap op allebei.

Theo Wolters verwoordde de kritiek op de KNAW brochure en vroeg om terugtrekking ervan. Een belangrijk punt daarbij, zoals ook verwoord door Kees le Pair, was dat die brochure het deed voorkomen alsof er een consensus is onder wetenschappers. Vanuit het idee dat consensus een unanimiteit van meningen inhoudt, verwerpen zij de stelling dat er consensus is. Bovendien hadden de meeste sprekers en bezoekers het idee dat de wetenschap totaal verdeeld is over de basale klimaatvragen. Zijn presentatie werd gevolgd door een discussie tussen Rabbinge en de zaal. Vanwege het gebrek aan context onthield Rabbinge zich van inhoudelijk commentaar op de kritiekpunten van Wolters. Hij gaf aan te zullen overleggen binnen de KNAW en op basis daarvan eventueel in een later stadium te reageren.

Arthur Rörsch hield een pleidooi dat wolken, wind en water het mondiale klimaat zouden stabiliseren. In deze visie zou opwarming, via effecten op de watercirculatie, tot een verlegging van de windzones leiden. [tekts veranderd 16-12] Een kwantitatieve en fysische onderbouwing ontbrak.

Bas van Geel, paleo-ecoloog aan de UvA, had het over de rol van de zon in klimaatveranderingen. Hij liet o.a. onderzoeksresultaten zien op het snijvlak van antropologie en paleo-klimatologie. Op basis van lokale studies concludeert hij dat het effect van de zon op het mondiale klimaat veel sterker is dan uit de IPCC rapportages (en de onderliggende literatuur) blijkt, en dat er dus mechanismen moeten zijn die het effect van de directe zonnestraling versterken. Deze kunnen volgens hem niet in modellen ingebouwd worden. Echter, in eerdere modelsimulaties is het maximaal mogelijke effect van kosmische straling via aerosolvorming al eens becijferd en zeer klein bevonden. Een belangrijk versterkingsmechanisme is volgens van Geel de relatief grote variatie in ultraviolette straling bij zonneactiviteit. Volgens Rob van Dorland laten de meeste studies hierover echter zien dat dit mechanisme de mondiale temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Meer lezen:

Klimaatmodellen zijn niet perfect, maar hebben wel degelijk voorspellende waarde.

Stadseffect is aanwezig, maar heeft marginale invloed op mondiale temperatuurreconstructies.

Rol van de zon is evident, maar niet verantwoordelijk voor recente opwarming (laatste 40 jaar).

Reactie op Hans Labohm’s reactie op onze reactie op Visscher

Hans Labohm had op de Dagelijkse Standaard gereageerd op onze ingezonden brief in Trouw. De titel van zijn stuk, ‘De arrogantie van de aanhangers van de menselijke broeikashypothese’, bevestigt wederom dat het klimaatdebat steeds verder lijkt te polariseren. Bart Strengers en ik hebben wederom gereageerd in een stuk dat Hans op ons verzoek ook op DDS heeft geplaatst. Hieronder reproduceer ik het (met paar links en figuur toegevoegd en paar kleine edits):

Hans Labohm schrijft:

Dertig jaar geleden […] verschenen er verschillende boeken en tijdschriftartikelen die ons in de meest schrille kleuren een beeld van hel en verdoemenis schilderden door de komst van een nieuwe grote ijstijd. Ik geloof graag dat daarover toentertijd verschil van mening bestond onder wetenschappers. Maar zelfs Stephen Schneider, thans een van de meest bekende ‘warmers’, was die mening toegedaan en heeft daarover gepubliceerd. Ook de BBC, tegenwoordig een van de meest fervente apostelen van het broeikasevangelie, heeft daar programma’s aan gewijd.

In grote lijnen klopt het wat Hans hier schrijft, maar feit blijft dat in de jaren 70 het grootste deel van de wetenschappelijke publicaties wezen in de richting van opwarming ten gevolge van het versterkte broeikaseffect en niet in de richting van een nieuwe ijstijd. Wijlen Stephen Schneider heeft toentertijd geopperd dat als de aerosolemissies de overhand blijven houden, hun afkoelende effect zou kunnen blijven domineren over het opwarmende effect van broeikasgassen. Dat bleek niet het geval, en Schneider paste zijn mening aan de nieuwe feiten aan, zoals een goede wetenschapper betaamt.

Vervolgens reageert Hans op de volgende passage uit ons opiniestuk: ‘En al veel eerder, 150 jaar geleden, waren de grondslagen van de stralingseffecten van CO2 onderzocht. Die leidden eind 19de eeuw tot voorspellingen van het opwarmende effect van dit ‘broeikasgas’, die in grote lijnen aan het uitkomen zijn.’

Lees verder

Richard Milne: Kritisch denken over klimaatverandering

Gast-blog van frequent reageerder Jos Hagelaars:

Richard Milne: kritisch denken over klimaatverandering.

Jos Hagelaars

Edinburgh heeft naast een fantastisch mooi kasteel, het Edinburgh Castle, eveneens een universiteit. Onlangs zijn daar een aantal openbare lezingen gehouden over een aantal grote uitdagingen waarmee onze maatschappij geconfronteerd wordt. Klimaatverandering is er daar natuurlijk een van. Een van de lezingen kwam ik tegen op SkepticalScience en ik was er erg door gecharmeerd. Het was de lezing van Dr. Richard Milne, getiteld “Critical Thinking on Climate Change: separating skepticism from denial”.

Richard Milne is een bioloog die een goed verhaal kan vertellen, doorspekt met humor. In 2009/2010 heeft hij een “Teaching Award” gewonnen, wat ik goed kan begrijpen nadat ik zijn video had gezien. Zijn lezing over het kritisch denken over klimaatverandering is zeer de moeite waard en begrijpelijk voor vrijwel iedereen die Engels kan volgen.

De frequente bezoeker van dit blog is er uiteraard van op de hoogte dat klimaatverandering de potentie in zich heeft om de kwaliteit van het leven van toekomstige generaties behoorlijk negatief te beïnvloeden. Er zijn allerlei technieken beschikbaar om er iets aan te doen en toch doen we feitelijk niets. Dit punt is de start van de presentatie. Hoe komt het dat we niets doen?

De wetenschap lijkt zeer duidelijk te zijn over de oorzaak en toekomst van de klimaatverandering, met onzekerheidsmarges natuurlijk, maar kan dit wetenschappelijke beeld een zeer kritische blik doorstaan? Komt deze kritische blik nu van de zogenaamde “ontkenners”? Wat is de rol van de politiek eigenlijk? Al dit soort vragen passeert de revue in de presentatie van Milne, allemaal aangeduid met een kromme boomtak, zoals het een bioloog betaamd.

Om het onderscheid te kunnen maken tussen deze zaken komt Milne met de volgende punten:

Zijn stelling is: als je het verschil tussen deze koppeltjes begrijpt, zie je snel wie nu de waarheid vertelt en wie onzin verkoopt. De wetenschap maakt progressie door met een gezonde dosis scepticisme naar de beweringen en bewijzen te kijken. Dit is iets geheel anders dan bewuste ontkenners plegen te doen. Zij doen hun uiterste best om de verschillen tussen deze gekoppelde items zo mistig mogelijk te maken. De drijfveer daarachter kan velerlei oorzaken hebben, zoals ideologisch, financieel of gewoon verwarring.

Enkele voorbeelden uit zijn betoog.

Het verschil tussen politiek en wetenschap stipt hij aan, iets dat vaak door elkaar gehaald wordt. Milne brengt het duidelijk:

Politics is about one question: what should we do? It advances by debate and everyone’s opinion matters.

Science is about a different question: what are the facts? It advances by research, producing evidence and no-one’s opinion matters! (only the evidence).

Het verschil tussen de basis van de klimaatwetenschap en het geavanceerde deel wordt als een boom weergegeven. De onzekerheden worden groter naarmate we verder van de stam geraken. Een echte scepticus legt de nadruk op onderzoek dat niet de toets der kritiek kan doorstaan. De ontkenner is er alleen op uit om het algemene vertrouwen in de gehele klimaatwetenschap te ondermijnen. Het gebruik van beelden hierbij vind ik erg sterk:

Goede wetenschap laat zich leiden door de feiten en slechte wetenschap is er alleen op uit om een bepaald gezichtspunt er door te drukken. De favoriete trucs van de ontkenners zijn het gebruik van: ‘cherry picking’, data in diskrediet brengen, nep-experts en logische drogredenen.

Van alle trucs geeft hij voorbeelden, de leukste zijn de logische drogredenen, bijvoorbeeld:

The climate’s changed before, so it’s nothing to worry about.

Implication : past climate change didn’t affect us, so modern climate change cannot harm us.

Logic : Event A did not harm B, when B not present, therefore A cannot harm B.

Analogy: I wasn’t there when Chernobyl exploded. Therefore I’m immune to radiation.”

Een ander voorbeeld in deze categorie is het verhaal dat er een asteroïde op de aarde afstormt, maar gelukkig is het team van Bruce Willis opgeroepen om de aarde te redden. Echter door de sceptische logica wordt de missie van Bruce Willis op het laatste moment afgeblazen omdat er bij de vorige asteroïde inslag, 65 miljoen jaar geleden, ook geen mens omgekomen is.

De laatste methode van de ontkenners is het spelen van de ‘conspiracy card’ (de immer populaire complottheorie). Natuurlijk gaat dit over ClimateGate en de boomringen. Keurig legt hij dit uit en vertelt daarbij dat het verhaal gaat over “Bristelcone pines”, bomen die zo’n 8000 jaar oud kunnen worden, wat ouder is dan wat veel Republikeinse presidentskandidaten denken dat de leeftijd van de aarde is.

Wetenschapscommunicatie is hier vaker aan de orde gekomen, evenals de effectiviteit van de gekozen methode in het debat, het geschrevene of de presentatie. De aard van het publiek en de doelgroep zijn hierin belangrijk: De presentatie van Milne zal niet hoog scoren op een congres van klimatologen maar wel bij de studenten van de universiteit of bij een algemeen (geïnteresseerd) publiek. Om enigszins wetenschappelijk en met getalletjes te eindigen, op woensdagavond 30 november waren er 17 lezingen geplaatst op de site van de universiteit van Edinburgh met een totaal van 16150 views. De video van Milne scoorde veruit het hoogst met 4261 views oftewel 26.4% van het totaal. Goede wetenschappelijke communicatie kan populair zijn.

Veel klimaatwetenschappelijk plezier toegewenst bij het kijken en luisteren naar Milne’s presentatie:

Naschrift Bart: Dankjewel Jos, voor deze bijdrage. Met name de eerste figuur, over de verschillen tussen wetenschap en andere manieren van beschouwing, vind ik heel relevant.

Het ‘klimaat-is-altijd-al-veranderd’ argument zie ik iets anders dan Milne: Volgens mij is de achterliggende gedachte daarvan niet dat het daarom ons niet zou kunnen beinvloeden (aantoonbare onzin), maar dat het daarom zogenaamd niet door ons kan zijn veroorzaakt (iets moeilijker aantoonbare onzin).

Een analogie daarvan is dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden, en dat daarom de bosbranden bij Schoorl dus niet door een brandstichter kunnen zijn veroorzaakt. Nee, daar trapt de rechter niet in.

Of dat Jantje al vaker heeft gestolen, en daarom voor elke volgende diefstal meteen in de kladden wordt gegrepen, ook al heeft hij een alibi en zitten de vingerafdrukken van Pietje op het gestolene. Wellicht ten overvloede: De volledige namen zijn Jantje Zon en Pietje Broeikas. 

Op-ed in Trouw: Optimisme geen reden om natuurwetenschap terzijde te schuiven

Niet alleen treurige pessimisten maar ook overoptimistische personen laten zich niets aan feiten gelegen liggen, bewijst Marco Visscher in Letter en Geest (26 november). Hij schetst klimaatverandering als alweer een voorbeeld van doemdenken, en meent dat het menselijk aanpassingsvermogen en vindingrijkheid grenzeloos zijn. Leidend voor hem zijn echter verschillende ‘sceptische’ argumenten, die wetenschappelijk gezien geen hout snijden.

Lees verder