Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Naar aanleiding van de interessante bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap ga ik hier nog even in op de diverse parallellen en (schijnbare) tegenstellingen die naar boven kwamen drijven.

Cees van Woerkum: Moderne vs traditionele communicatie

Cees van Woerkum gaf aan dat het traditionele communicatiemodel van een ‘zender’ en een ‘ontvanger’ van communicatie niet langer geldig is (als het al ooit geldig is geweest). De hedendaagse communicatie kenmerkt zich door een veel actievere rol van het publiek bij het selecteren welke informatie zij tot zich neemt. Ook is er geen sprake van een inerte ‘boodschap’ die een bepaalde route aflegt. De betekenis van het gecommuniceerde wordt geconstrueerd in een sociale context; het is een actief proces.

Aan de hand van voorbeelden zoals biotechnologie, koolstofopslag en vaccinaties illustreerde hij dat wetenschapscommunicatie moet leren om de zorgen van verontruste burgers serieus te nemen: Iemand uitlachen die biotechnologie “onnatuurlijk” noemt, zal diens zorgen niet ineens wegnemen of hem op andere gedachten brengen. Zorgen over bijwerkingen van vaccinaties neerzetten als “gevaarlijke onzin” werkt waarschijnlijk ook niet; zeker niet als die zorgen al in belangrijke mate zijn verankerd door sociale constructie. Als je zegt dat de kans op een grootschalig CO2 lek maar heel klein is, krijg je als weerwoord “maar het is dus niet onmogelijk?!” Als mogelijke uitweg gaf hij aan om door te vragen wat er achter de zorgen schuilgaat: “Waarom vindt U dat onnatuurlijk”?

Jona Lendering: Een ander wetenschapsgebied dat te kampen heeft met desinformatie op grote schaal

De presentatie van Jona Lendering was vooral een feest van herkenning, maar dan bezien vanuit een voor mij grotendeels onbekend vakgebied. Hij vertelde hoe de Iranologie wordt aangevallen door “anti-wetenschappelijke geluiden”, die vooral lijken te komen van Iraanse ballingen die trouw zijn aan de Shah. Het oude Perzië wordt door hen voorgesteld als de bakermat van de moderne beschaving, iets dat volgens Lendering wetenschappelijke gezien onzin is.

Aangezien het wetenschappelijk establishment zich niet of nauwelijks in de publieke discussie op internet mengt, krijgen deze anti-wetenschappelijke geluiden steeds meer invloed op de publieke opinie: De wetenschap faalt in haar (vaak verwaarloosde) taak om het publiek te informeren. Het gevolg is: “bad information drives out good information”. Ook hekelde hij de “intense haat” waarmee de “aanvalsmachines” de wetenschap bestoken. Het was alsof ik naar een klimaatwetenschapper zoals Kevin Trenberth aan het luisteren was; de dynamiek tussen een sceptisch-cynisch deelpubliek en de gevestigde wetenschap was precies eender. Ook gaf hij een voorbeeld van hoe een blogger fouten bij een onderzoeksinstituut herkende en aanstipte (om aan te geven dat blogs niet alleen maar een vehikel voor “desinformatie” zijn).

Bart Verheggen: Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Ik had het daarna vooral over de dynamiek van de blog discussies en over de dilemma’s waarmee je te maken krijgt als je probeert wetenschappelijke inzichten over de brede bühne te brengen (presentatie slides zijn hier na te lezen). Daarbij greep ik geregeld terug op hetgeen door mijn voorgangers was verteld; er waren vele relevante dwarsstraatjes op te noemen. De dilemma’s die ik noemde zaten vooral op het vlak van de begrijpelijkheid tegenover de volledigheid. Zo wordt onzekerheid vaak anders geïnterpreteerd door het brede publiek dan door wetenschappers (zoals ook duidelijk wordt in het voorbeeld van van Woerkum over het ontsnappende CO2).

Cees van Woerkum gaf impliciet ook een ander dilemma aan (de laatstgenoemde in lijstje hierboven; nadien toegevoegd): Als wetenschapper kun je je niet zo eenvoudig meer beroepen op “luister maar naar mij, ik vertel wel hoe het zit” en moet je de zorgen van het publiek serieus nemen. Maar wat doe je als wetenschapper als de zorgen niet direct geuit worden, maar verkapt worden in wetenschappelijk klinkende (maar onjuiste of soms zelfs onzinnige) argumenten? “klimaatverandering komt door de zon” of “Iran is de bakermat vd westerse beschaving” of “van vaccinaties krijg je autisme”? De onderliggende reden voor dergelijke wetenschapsscepsis wordt vaak verbloemd. Je wordt als wetenschapper dus in een quasi-wetenschappelijk argument gezogen. Hoe anders kun je dan reageren dan te zeggen: “nee, zo zit het niet. Het zit zo, om deze en deze redenen”. Een dergelijke reactie wordt dan weer weggezet als “onterechte superioriteit van de wetenschap” (zie bijv het verslag van klimaatscepticus Theo Wolters over deze meeting ) Is “uitleggen hoe het volgens de wetenschap waarschijnlijk zit” een heilloze strategie? Hierover discussieerden Theo en ik op mijn blog nog verder. Jona Lendering deed ook nog een duit in het zakje op zijn blog.

In lijn met van Woerkum denk ik dat het vooral belangrijk is om in te gaan op de achterliggende ongenoegen over de klimaatwetenschap: We zouden tot de kern moeten doordringen van waarom we het zo oneens zijn over klimaatverandering (bijvoorbeeld door verschillen in wereldbeeld of risicobeleving) en het daarover hebben. Discussies over temperatuurreconstructies en feedbacks zijn heel interessant, maar raken niet aan de crux van waarom er zo’n heftig en gepolitiseerd publiek debat plaatsvindt over klimaatverandering. Per slot van rekening hebben we geen verhitte publieke discussies over het paringsgedrag van fruitvliegjes.

NIPCC rapport

Op de vorige draad kwam het NIPCC rapport ter sprake. Laten we die discussie hier voortzetten. Hieronder volgt een re-post van een paar jaar geleden, waarin ik dit document kritisch bekijk: Door selectief te winkelen wordt er naar een bepaalde (vooropgestelde?) conclusie toegewerkt. Jos Hagelaars hield op de vorige draad de executive summary ook tegen een kritisch licht.

De Engelse versie van mijn kritiek (here) geeft meer detail over feedbacks en de rol van aerosolen daarin. Het is relevant hierbij op te merken dat juist wat betreft de invloed van aerosolen het NIPCC rapport lijnrecht tegenover de visie van Marcel Crok staat (die dezelfde argumentatie volgt als Lindzen).

In het NIPCC rapport staat:

The IPCC dramatically underestimates the total cooling effect of aerosols.

Maar volgens Marcel Crok (Staat van het Klimaat):

… koelen aerosolen waarschijnlijk veel minder dan tot nu toe gedacht.

De conclusie die uit beide stellingen wordt getrokken is echter gelijk: dat het wel mee zal vallen met de toekomstige opwarming.

Re-post:

Het NIPCC rapport “Climate change reconsidered” (niet te verwarren met het IPCC rapport) ademt een grenzeloos en ongefundeerd vertrouwen in negatieve feedbacks (terugkoppelingsmechanismen) van de natuur. Het bestaan van deze feedbacks is volkomen hypothetisch met vaak conflicterende en soms nauwelijks of geen aanwijzingen dat ze op globale schaal werkzaam zijn. De relatieve onzekerheid van verschillende factoren die bij het klimaat een rol (zouden kunnen) spelen wordt volkomen inconsistent benaderd: Als het afkoeling veroorzaakt, dan is geen onzekerheid te groot (en doet de afwezigheid of zwakte van enige bewijsvoering er niet toe); Als het daarentegen opwarming veroorzaakt, dan is de onzekerheid bij voorbaat te groot (en is geen berg van aanwijzingen hoog genoeg).
Daarnaast passeren een hoop van de veelgehoorde –en al even vaak weerlegde– argumenten de revue. Oud nieuws, en bij lange na niet afdoende om de sterke uitlating zoals door Hans Labohm gedaan (dat het “niets heel laat van de AGW theorie”) te staven.

Laten we eens kijken hoe het rapport zich verhoudt tot mijn lijst met tips om het kaf van het koren te scheiden in de informatiejungle:
– Het rapport ziet duidelijk door de bommen het bos niet meer; de context ontbreekt of wordt verdraaid.
– Het is onwaarschijnlijk dat de gangbare klimaatwetenschap er zo ver naast zit als dit rapport beweert; De sterke beschuldiging aan het adres van de gangbare klimaatwetenschap wordt niet door een afdoende sterke bewijsvoering ondersteund; De waarschijnlijkheid van afkoelende effecten (feedbacks) wordt schromelijk overdreven, terwijl opwarmende effecten worden gebagatelliseerd, ontkend, of verzwegen.
– De economische risico’s van emissiereductie worden schromelijk overdreven, terwijl de risico’s van ongelimiteerde klimaatverandering gebagatelliseerd worden.
– Het geeft een verkapte argumentatie voor de consensuspositie in het algemeen (namelijk door de belangrijkheid van een “second opinion” te onderstrepen), maar verdraait dat dan in de door hun bevoorrechte richting.
– De beschrijving van het IPCC proces heeft de zweem van een complottheorie en is vol stropop argumenten.
– Een deel van de auteurs heeft (of had) relevante expertise; een deel ook niet. In de lijst met ondertekenaars aan het eind van het rapport is relevante expertise dun gezaaid.
– Het Heartland Instituut is een conservatieve denktank met een afkeer van overheidsingrijpen, en geen betrouwbare bron van wetenschappelijke informatie.
– Tijdsschalen worden –voor zover ik heb gezien- niet incorrect gehanteerd. Bijna verbazingwekkend, gezien het feit dat Labohm continue korte termijn variatie en lange termijn trend door elkaar haalt op diverse fora.
– Interne consistentie ontbreekt, bijvoorbeeld wat betreft de mate van onzekerheid en de gevolgen van een overschatting van de aerosolkoeling (die juist op een hogere klimaatgevoeligheid duidt).
– Sommige redeneringen kloppen logisch gezien niet. Zo wil het feit dat het klimaat in het verre verleden ook aan verandering onderhevig was helemaal niet zeggen dat menselijke activiteit er nu ook niets mee van doen heeft. Een pyromaan kan zichzelf ook niet zomaar vrij pleiten door te wijzen op het feit dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden.

Presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek

Vanmiddag was er een bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap, georganiseerd door de Vereniging Wetenschapsjournalisten Nederland (VWN) en het Platform WetenschapsCommunicatie (PWC).

Ik gaf er een presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek (presentatie slides zijn hier). Daarnaast waren er presentaties van Cees van Woerkum (bij wie ik 19 jaar geleden college voorlichtingskunde heb gevolgd; fantastisch college gaf hij ook hier weer, o.a. over hoe de vrager van informatie nu de sturende rol heeft en hoe de wetenschap zich niet langer op autoriteit kan beroepen), Jona Lendering (over hoe de Iranologie wordt bestookt met allerlei anti-wetenschappelijke en haatdragende nonsens; klimaatwetenschap is blijkbaar geen uitzondering, presentatie hier) en Hans Laroes (voormalig hoofdredacteur NOS. Media moeten meegaan met de veranderde tijden, interactie is veel belangrijker geworden). Martijn van Calmthout leidde de discussie d.m.v. prikkelende vragen.

Ik kom nog op deze meeting terug; er was veel stof tot nadenken! Leuk om een aantal mensen te ontmoeten die ik virtueel al “kende” maar fysiek nog niet (o.a. Martijn van Calmthout, Elmar Veerman, Pieter Zijlstra). Op twitter was het eventjes trending topic (#vwnpwc), dus daar zijn aardig wat reacties en impressies te lezen.

Achtergrond bij de verschillende thema’s die ik behandelde:

De waarheid ligt niet per se in het midden

Gaat de opwarming nog door of is deze gestopt?

Reflectie op de klimaatdiscussie (deel I en deel II).

It’s what we know that’s most important (also about the mixed meaning of uncertainty)

Our beliefs can dictate the facts we chose to accept

Kritisch denken over klimaatverandering (gastblog)

Hoe bepaal je de betrouwbaarheid van (klimaat) informatie?

Een warme en zure toekomst?

Gast-blog van frequent reageerder Jos Hagelaars:

De fysische aspecten van het molecuul CO2 geven aanleiding tot zeer verhitte discussies en zelfs tot bedrog, infiltratie of klokkenluiden. Hollywood kan er zijn voordeel mee doen in de toekomst. Naast de fysische gevolgen van de menselijke output van enorme hoeveelheden van die drie atomen, kleven er wat minder bekende chemische consequenties aan die 800 teramol CO2 (36 gigaton[2]) die nu per jaar de lucht in vliegen. Als gevolg van de opname van CO2 uit de atmosfeer door de oceanen daalt de pH (een maat voor de zuurtegraad) van het zeewater, een fenomeen dat bekend staat onder de naam Ocean Acidification.

De vraag is nu wat die verzuring van de oceanen gaat betekenen voor het leven in de oceanen. In Science[1] is onlangs een review artikel gepubliceerd van Hönisch en 21 andere wetenschappers, waaronder Dr. Appy Sluijs van de Universiteit van Utrecht, waarin gekeken is naar soortgelijke gebeurtenissen in het geologische verleden.

Lees verder

Zin en onzin in het klimaatdebat onderscheiden

Een fantastisch stuk in HP/De Tijd van Mark Traa (22 februari, abonnement vereist):

Klimaatkunde of klimaatkul?

Kort geleden laaide de discussie over de opwarming van de aarde weer op door een artikel van geleerde klimaatsceptici in The Wall Street Journal. Voor de argeloze burger is het amper nog te volgen: warmt de aarde nu op door de mens of niet? Tijd voor een ‘bullshitdetector’ om zin en onzin in het klimaatdebat te scheiden.

Lees verder

Berichtgeving over gletsjerstudie Nature geeft gevarieerd beeld

Gast-blog van Jan Wuite, Ernst Schrama en Jan Paul van Soest:

Media op glad ijs

“Gletsjers en polen smelten minder dan gedacht” kopt een artikeltje op de populaire site nu.nl. Diverse andere media geven vergelijkbare berichten over een onderzoek dat begin februari in Nature verscheen. Verwarring troef. De boodschap in enkele media lijkt te zijn: hoera, het valt allemaal reuze mee, die wetenschappers destijds overdreven. Hiermee verdwijnen echter de belangrijkste conclusies van het onderzoek achter de horizon.

Hoe moet het onderzoek dan wel worden begrepen? En hoe verhoudt het zich tot eerdere studies? Trouw, De Volkskrant en NRC (Klimaatblog) lieten overigens zien dat het mogelijk is ook adequaat over een complexe studie te berichten.

Een icecap is geen ijskap

De terminologie steekt nauw. In veel media worden gletsjers, ijskappen en polen op één hoop gegooid, het onderscheid is onduidelijk. Het artikel richt zich met name op wat in vakjargon ‘glaciers and ice caps’ (GICs) wordt genoemd. Hiermee wordt bedoeld alle ijsmassa’s op land buiten Groenland en Antarctica. De term ‘icecap’ is niet te vertalen met het Nederlandse ‘ijskap’ – waarmee doorgaans het ijs op Groenland en Antarctica wordt aangeduid, en al helemaal niet met ‘polen’ (Noord- en Zuidpool). Met ‘icecap’ wordt bedoeld: een massa ijs die het land geheel bedekt, maar met een totale omvang kleiner dan 50.000 km2.Voorbeelden hiervan vinden we in IJsland en Patagonië. Voor het ijs op Groenland en Antarctica wordt de term ‘ice sheet’ gebruikt.  De verwarring kan nog groter worden als in de reacties, zoals de blogosfeer, ook nog eens zee-ijs over dezelfde kam wordt geschoren.

Amazing Grace

Er zijn diverse manieren ontwikkeld om de massabalans – verlies of aangroeien van ijs – van gletsjers te meten. Ze hebben zo allemaal hun voor- en nadelen. Een relatief nieuwe onafhankelijke manier is om te kijken naar veranderingen in het zwaartekrachtveld van de aarde. Dit kan met behulp van de GRACE-satellieten die zeer nauwkeurig veranderingen in zwaartekracht en dus massa kunnen meten.

GRACE-metingen hebben het voordeel dat ze maandelijkse veranderingen in massa kunnen registreren, in tegenstellig tot bijvoorbeeld altimetrische methodes, die alleen veranderingen van het volume kunnen registreren. Die kunnen dan ook niet vaststellen of de totale ijsmassa daadwerkelijk afneemt; de sneeuwlaag zou immers ook compacter kunnen zijn geworden waardoor wel de dikte, maar niet de massa afneemt. Er zijn ook nadelen. Zo zijn de GRACE-satellieten nog niet zo lang actief, sinds 2002, en de periode waarin veranderingen kunnen worden gemeten is bijgevolg ook nog niet zo lang. Ook is de ruimtelijke resolutie van GRACE aan de hoge kant –meer dan 300 km. GRACE-metingen worden daarnaast ook nog eens ‘vervuild’ door andersoortige massaveranderingen; denk aan veranderingen in de oceanen, de atmosfeer, water op land en glacio-isostatic adjustment, het ‘opveren’ van de onderliggende landmassa als de zwaartekrachtdruk van ijs door smelt afneemt. Al deze invloeden moeten worden gemodelleerd om tot een juist beeld te komen van het totale ijsverlies.

GRACE-metingen worden al enkele jaren gebruikt om ijsverlies op Antarctica en Groenland in kaart te brengen. Het recente Nature-artikel is een poging om consistent massaveranderingen van glaciers and ice caps (GIC’s) op aarde in kaart te brengen. Alle gebieden zijn apart in detail geanalyseerd. En passant wordt daarbij ook nog even Groenland en Antartica in ogenschouw genomen.

Monnikenwerk

Voordat met GRACE kon worden gemeten moesten schattingen van het massaverlies worden gemaakt op grond van onder meer directe waarnemingen, (oude) fotobeelden, toetsing daarvan aan modellen, en de extrapolatie van een beperkt aantal schattingen naar een schatting voor ijsverlies bij GIC’s over de hele aarde. Monnikenwerk. Recent promoveerde zo’n “monnik”, Paul Leclercq, aan de Universiteit van Utrecht op zo’n exercitie.

Er zijn circa 160.000 gletsjers en ijskappen op aarde; slechts voor een beperkt aantal hiervan is dit soort monnikenwerk verricht. Op basis daarvan vond dan de extrapolatie naar wereldwijd ijsverlies plaats. Omdat de metingen relatief vaak aan lager gelegen gletsjers zijn verricht zijn eerdere inschattingen van het massaverlies wellicht hoger uitgevallen. Dit lijkt met name het geval te zijn geweest in de Himalaya (maar ook daar neemt het ijs af). De onderzoekers stellen:

The GIC rate for 2003–2010 is about 30 per cent smaller than the previous mass balance estimate that most closely matches our study period. 

Maar wat ook duidelijk uit de studie naar voren komt is dat – hoewel soms individuele gletsjers groeien – in geen van de vergletsjerde gebieden op aarde thans significante ijsgroei plaatsvindt. In veel gebieden neemt het ijs zeer sterk af, met name in Alaska, Arctisch Canada en Patagonië. 

Veranderingen in ijsdikte (cm water equivalent/jaar) gedurende 2003-2010 zoals gemeten m.b.v. GRACE (exclusief Groenland en Antarctica).

In diverse publicaties over de Nature-studie wordt ook gesuggereerd dat Groenland en Antarctica minder snel smelten dan verwacht. Dat is onjuist – de studie bevestigt namelijk eerdere metingen die aan die grote ijskappen zijn gedaan. Deze nemen niet alleen enorm af, maar de afname versnelt bovendien.

De studie bevestigt eerdere studies wat betreft de mate van zeespiegelstijging door smeltend ijs, en laat zien dat dit ongeveer de helft van de totale zeespiegelstijging is. De andere helft wordt veroorzaakt door uitzetting van opwarmend water. De onderzoekers schrijven:

The total contribution to sea level rise from all ice-covered regions is thus 1.48 ± 0.26 mm/yr, which agrees well with independent estimates of sea level rise originating from land ice loss and other terrestrial sources.

Nuances

Toekomstig onderzoek zal ongetwijfeld weer tot nieuwe inzichten leiden en mogelijk wat andere waarden opleveren voor de massabalansen. Zo werkt wetenschap nu eenmaal: de huidige beste kennis kan later weer vervangen worden door nog weer betere kennis. Immers, óók bij de geavanceerde satellietmetingen met GRACE zijn er onzekerheidsmarges van circa 10% in de zo bepaalde massabalansen. Om die te kunnen maken waren – op andere studies gebaseerde – veronderstellingen nodig om te corrigeren voor het eerdergenoemde effect van ‘terugveren’ van de aarde bij verlies aan ijsmassa. Voor Groenland is dit zogeheten postglaciale opheffingseffect waarschijnlijk beter bekend dan voor Antarctica.

Voor wat betreft de smeltende gletsjers zit een deel van de onzekerheid in de aard van de metingen met GRACE. Een ander deel van de onzekerheid wordt veroorzaakt door de modellen die worden gebruikt om op basis van de GRACE-meetgegevens ijsmassabalansen te maken.

Als we al deze nuances in beschouwing nemen, dan was wellicht een betere kop voor de media geweest: ‘Studie Universiteit van Colorado, Boulder laat zien dat gletsjers en ijskappen wereldwijd jaarlijks miljarden ton aan ijs verliezen’. Maar ja, dat komt natuurlijk minder sensationeel over dan ‘gletsjers en polen smelten minder dan gedacht’.

Jan Wuite, glacioloog-geoloog Universiteit van Luxemburg
Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft, expert satellietmetingen
Jan Paul van Soest, partner De Gemeynt – adviseurs en entrepreneurs in duurzaamheid

Voor de liefhebbers: hier is het oorspronkelijke Nature artikel, en een “news & views” daarover (beiden achter een paywall). 

Nadere tekst en uitleg over het onderzoek:
University of Colorado
PhysOrg (eveneens herkomst van de figuur, Credit: NASA/JPL-Caltech/University of Colorado)
Video blog over de Nature studie

Nadere achtergrond en andere studies:
Klimaatportaal FAQ “smelten de ijskappen?”

Botsing van ideologieen: De waarheid ligt niet per se in het midden

Martijn van Calmthout en Maarten Keulemans merken heel terecht het volgende op:

Klimaatdebat gaat niet om wetenschap maar om botsing van ideologieën

in hun reactie op de sceptische Wall Street Journal vertaling in de Volkskrant:

De critici hebben gelijk dat er politieke, maatschappelijke en economische krachten zijn die er baat bij hebben hel en verdoemenis te preken. Maar omgekeerd laten ook veel critici zich leiden door belangen, uiteenlopend van het in stand houden van de olie-economie tot de typisch Amerikaanse afkeer van staatsbemoeienis.

In dat intens gepolitiseerde krachtenveld vullen beide kampen de wetenschappelijke onzekerheidsmarges naar eigen believen in en misbruikt zowel links als rechts de wetenschap om zijn gelijk te halen.

Deze analyse klopt volgens mij, maar is tegelijkertijd incompleet. De (implicaties van de) klimaatwetenschappelijke inzichten conflicteren veel sterker met de ene dan met de andere ideologie: Aanhangers van de “anti-overheid” ideologie zijn daarom veel meer geneigd om die wetenschappelijke inzichten te vervormen. Bij andere wetenschappelijke thema’s (bijvoorbeeld vaccinaties) is het andersom, en wordt de wetenschap veeleer vervormd door aanhangers van een andere (“natuurlijkheids”) ideologie. Er is dus niets inherents goeds of fouts aan deze of gene ideologie, maar zij hebben allen hun eigen specifieke blinde vlekken wat betreft hun kijk op de werkelijkheid:

Rather than facts driving beliefs, our beliefs can dictate the facts we chose to accept

Van Calmthout en Keulemans proberen zichzelf in een objectief middenveld te manoeuvreren door beide kanten in gelijke mate te bekritiseren. De opmerking over Al Gore past daar ook heel goed bij. De waarheid heeft echter de vervelende eigenschap om zich niets aan te trekken van wat deze of genen erover zeggen, en dus ligt de waarheid niet per se in het midden. Het is heel goed mogelijk, en in dit geval zelfs waarschijnlijk, dat de ene kant de werkelijkheid meer geweld aandoet dan de andere kant.

(cartoon Tom Toles, via SkS)

De volgende tweet van Maarten Keulemans is illustratief voor het diepgewortelde geloof in hoe de waarheid wordt beïnvloed door het spectrum aan meningen:

Hoop lof over klimaatstuk met @vancalmthout in #vk. Paar linksen die het te rechts vonden. En paar rechtsen die het te links was. #inbalans

Een balans van meningen kan een bias betekenen qua wetenschappelijke geloofwaardigheid. Hoe daarmee om te gaan vormt een grote uitdaging voor de wetenschapsjournalistiek.

Lees ook deze schitterende parodie op de onenigheid tussen twee wetenschappers over de aard van een beestje: Is het eend of niet? Een zeer gebalanceerde journalist concludeert:

“Reputable scientists disagree. There is a debate. The question is far from settled. The truth probably lies between the two extremes of duck and not-duck.”

Over ideologische motieven om de wetenschappelijke inzichten geweld aan te doen schreef ik eerder het volgende (wie heeft er gelijk?):

Hoe verleidelijk is het om vanuit een wereldbeeld waarin elk overheidsingrijpen wordt verafschuwd, de bewijsvoering geweld aan te doen, als die zou kunnen leiden tot een sterkere roep voor overheidsmaatregelen? En hoe verleidelijk is het om vanuit een wereldbeeld waarin problemen juist het best door de overheid kunnen worden opgelost, een nepprobleem te verzinnen (of een bestaand probleem uit te vergroten) om daartegen maatregelen te verlangen? Is er een gebrek aan potentiële problemen dan, waar de overheid zich op zou kunnen storten?

 

Reacties op de Wall Street Journal brief in de Volkskrant

Het blijft lastig uit te leggen, die korte termijn temperatuur trends. Zo schreven Martijn van Calmthout en Maarten Keulemans, in reactie op sceptische Wall Street Journal vertaling:

Inderdaad staat de opwarming van de aarde al zo’n 10 tot 15 jaar nagenoeg stil. Het is wel warmer dan zo’n vijftig jaar geleden, maar nóg warmer wil het al jaren niet worden. Dat geeft aan dat er van een lineaire, een-op-een-relatie met CO2 geen sprake is en we niet in rap tempo opmarcheren richting afgrond, zoals Al Gore destijds suggereerde.

Hier laten ze na om het belangrijke verschil te duiden tussen korte termijn variaties en de lange termijn onderliggende trend. Met jaarlijkse variaties tot +/- 0.25 graden is het volstrekt logisch dat er perioden zijn van 10-15 jaar waarin de onderliggende trend (0.17 graden per jaar over de afgelopen 35 jaar) tijdelijk gemaskeerd wordt. Twee alinea’s verder zeggen ze weliswaar dat de “stilstand” toeval kan zijn en aan een aantal koele La Nina jaren kan liggen, maar dat voelt een beetje als mosterd na de maaltijd.

De opmerking over Al Gore lijkt vooral strategisch bedoeld te zijn, om zichzelf als het zogenaamd objectieve midden te profileren door naar beide kanten uit te halen; daarover later meer.

De algemene teneur van hun reactie vind ik echter erg goed: De focus ligt op de grote lijnen van wat er bekend is (CO2 houdt warmte vast), op hoe wetenschap werkt (niets is ooit zeker), en op de redenen achter de grote publieke onenigheid over klimaatverandering (botsing van ideologieën).

Heel sterk is de volgende passage:

Wat de klimaatsceptici echter vergeten, is dat de meeste aanwijzingen wel één kant op wijzen. ‘Onweerlegbaar’ is dat CO2 infraroodstraling absorbeert en weer naar alle kanten uitzendt, de reden waarom atmosferen met veel CO2 warmte beter vasthouden dan atmosferen zonder CO2. Dat gegeven alleen al, gecombineerd met de waargenomen sprong in oppervlaktetemperaturen tussen 1975 en 2000, maakt het aannemelijk dat de dampkring opwarmt door menselijk toedoen.

Ze eindigen hun opiniestuk met de terechte opmerking dat onzekerheid niet betekent dat er geen maatregelen getroffen zouden moeten worden (in een sneeuwstorm rijden de meeste mensen per slot van rekening ook langzamer):

Liever achteraf constateren dat het best meeviel, dan straks moeten vaststellen dat we een ecologische ramp over ons hebben afgeroepen die we hadden kunnen voorkomen.

Al is dat natuurlijk een normatieve uitspraak, die buiten het gebied van de klimaatwetenschap ligt.

Maarten Keulemans ging in een blogpost dieper in op de 16 briefondertekenaars:

Hun gemiddelde leeftijd is 72 jaar. Zes hebben duidelijke en directe banden met de olie-industrie. Tien komen uit een hoek die inhoudelijk niets met het klimaat te maken heeft (…) En haast allemaal zijn ze verbonden aan rechts-conservatieve ‘denktanks’ en lobbygroepen (…).

Martijn van Camlthout schreef op zijn nieuwe blog over het gewraakte stuk:

Het (…) is geen opiniestuk, maar een kletsverhaal, dat er op speculeert dat de lezer eigenlijk van toeten noch blazen weet. Wat grosso modo natuurlijk ook zo is.

Kritisch blijven kijken naar de argumenten en de geloofwaardigheid is het devies.

Vandaag verscheen nog een aantal reacties in de Volkskrant, o.a. van J. van Huissteden, associate professor VU (specialisatie geologie en klimaatverandering):

De ideologische drijfveren van de auteurs worden duidelijk als het om de economie gaat.

De economie moet de komende vijftig jaar vooral niet gehinderd worden door het terugdringen van broeikasgassen. De auteurs zijn kennelijk voorstanders van een ongehinderde vrije markt, waarin het voorzorgprincipe niet geldt, ook al gaat het om de basis van ons bestaan.

Zelf geven de auteurs toe dat we nog niet genoeg weten over het klimaat. Waarom dan wel zo stellig ontkennen dat er iets aan de hand is? Doorgaan op de oude voet met broeikasgassen is een onverantwoord experiment met een systeem dat we niet voldoende kennen, terwijl de kans op desastreuze gevolgen zeer groot is.

Een zeer terechte opmerking over de dubbele moraal t.a.v. onzekerheid in dit stuk (en in veel andere sceptische redeneringen): Onzekerheid wordt uitvergroot als het om de mainstream inzichten gaat, en onzekerheid lijkt ineens niet meer te bestaan als het om het bagatelliseren van die mainstream gaat. Dat is niet consistent.

Happy Valentine’s day, as uncertain as love may be

Feitenvrije journalistiek, nu ook in Nederland

In het NRC heeft afgelopen paar weken een flinke klimaatdiscussie gewoed, naar aanleiding van de feitenvrije column van Thierry Baudet. Nu komt de volkskrant met een vertaling van een stuk dat in het Wall Street Journal was gepubliceerd door 16 wetenschappers van divers pluimage. Hier was op gereageerd door een paar dozijn klimaatwetenschappers. Ook op SkepticalScience worden de in het stuk genoemde argumenten kritisch bekeken.

Simon Donner, een van de ondertekenaars van de reactie op het WSJ stuk, heeft een goed leesbaar stukje op Planet3. Hij argumenteert dat je met een vraag over complexe materie het beste een expert raadpleegt. Sommigen noemen dat een ‘argument from authority’; ik noem het basale logica. Net zo logisch als dat je voor een lekkende kraan een loodgieter raadpleegt en voor je belastingaangifte een accountant, in plaats van andersom. Skeptico zegt het als volgt:

It isn’t necessarily fallacious to consider that thousands of climate scientists writing in peer reviewed journals might know more than you do about such a complex subject.

Martijn van Calmthout (chef wetenschap van de Volkskrant) schrijft op zijn nieuwe blog over het WSJ stuk:

Het stuk van Lindzen en zijn vrienden (onder wie oud-KNMI onderzoeksdirecteur Henk Tennekes) is geen opiniestuk, maar een kletsverhaal, dat er op speculeert dat de lezer eigenlijk van toeten noch blazen weet. Wat grosso modo natuurlijk ook zo is.

Misschien wordt een vertaling van de reactie ook nog  in de volkskrant geplaatsts? Beter ware het echter geweest om een dergelijk ‘kletsverhaal’, vol met onjuistheden en misleidingen, gewoon niet te publiceren. Het zet de lezer compleet op het verkeerde been, door een heel wetenschapsgebied te verdraaien en zwart te maken. Zoals ik eerder schreef:

In het publieke debat pleit ik ervoor dat de microfoons en schrijfruimte enigszins evenredig worden verdeeld met hoe de wetenschappelijke opinies erover zijn verdeeld. We lezen ten slotte toch ook niet iedere dag in de krant dat roken helemaal niet schadelijk is voor de gezondheid?

Maar het kan natuurlijk nog slechter. Lees bijvoorbeeld dit stukje in de Telegraaf van 3 februari:

Heeft u het ook zo warm? Met de opwarming van de aarde valt het dezer dagen fors tegen. Of ziet u dit weer als voorbode van een tropisch klimaat?

Zijn we nu op weg naar een onomkeerbare opwarming van de aarde of dient zich intussen nog even een verkoelende mini-ijstijd aan?

Van de progressieve opwarmingspolitici hoor ik dezer dagen maar weinig: deze groene evangelisten hebben zich wijselijk even teruggetrokken in hun weerhuisje. Hebben we te maken met een opwarmend klimaat en een groene beweging die ons voor een aardramp wil behoeden? Of hebben wij te doen met oververhitte werkgelegenheidsduivels, die ons aflaten verkopen voor milieuzonden die uit de gebakken vrieslucht zijn gegrepen?

Ons worden verdachte producten voorgeschreven en uiteraard torenhoge milieubelastingen. Terwijl burgers doodvriezen zitten onze politici er dankzij hun zelfbedachte klimaatsprookje warmpjes bij.

Gelooft u nog in de opwarming? Of vermoedt u gore leugens?

En dit is de meest populaire krant van Nederland: Insinueren dat een heel wetenschapsgebied een ‘gore leugen’ is. Ik heb een korte reactie achtergelaten:

Uit een aantal koude dagen in West Europa (het lokale weer) kan natuurlijk niets worden afgeleid over een eventuele opwarming van de aarde (het globale klimaat).

Om iets over klimaat te zeggen, moet je over meerdere decennia kijken, en dan is het ontegenzeggelijk opgewarmd.

Eigenlijk is het zo moeilijk niet. Maar soms lijkt het erop alsof mensen het niet willen begrijpen. En daar kan geen wetenschap tegen op.

Herhalen van klimaatsceptische argumenten maakt ze nog niet waar

De discussie naar aanleiding van de column van Thierry Baudet in NRC duurt nog voort. Op 4 februari stond er een drietal reacties in het NRC waarin Baudet werd ondersteund (pdf hier ), door Salomon Kroonenberg, Marco Visscher, en Harry Priem.

Onderstaande brief van een viertal Nederlandse klimaatwetenschappers is een reactie daarop (pdf):

Herhalen van klimaatsceptische argumenten maakt ze nog niet waar

Nadat Thierry Baudet, Jan Terlouw, Wouter van Dieren en diverse briefschrijvers hun mening gegeven hebben, willen wij toch graag vanuit de klimaatwetenschap iets zeggen over sceptische argumenten in de discussie over klimaatverandering.

Salomon Kroonenberg, Marco Visscher en Harry Priem ondersteunen in het NRC van 4 februari de klimaatsceptische geluiden van Thierry Baudet in zijn eerdere column.

Salomon Kroonenberg weet vier achterhaalde uitspraken over klimaatverandering in een enkele zin te formuleren. Het lijkt alsof hij niet wil accepteren dat de huidige wetenschappelijke inzichten anders liggen. Gletsjers wereldwijd nemen sterk in omvang af, Groenland en Antarctica verliezen nu gezamenlijk circa 360 kubieke kilometer ijs per jaar, de temperatuur is nu gemiddeld gezien waarschijnlijk hoger dan in de middeleeuwen en de Romeinse tijd, en de zeespiegel stijgt sinds 1990 aantoonbaar sneller dan tussen 1900 tot 1980 het geval was.

Marco Visscher meent dat Baudet tegengas geeft in een “hysterisch debat over klimaatverandering”. Nee, Baudet somt gewoon een aantal onjuistheden op die klimaatsceptici vaak herhalen, ook al heeft de wetenschap al lang hun tegendeel aangetoond. Alarmisme of hysterie zijn hier niet aan de orde, de vraag is alleen of hetgeen de drie briefschrijvers en eerder Baudet beweren juist is of niet. Het spijt ons: oude, achterhaalde sceptische uitspraken opnieuw opschrijven maakt ze niet alsnog waar. 

Ook de kritiekpunten van Harry Priem zijn niet gebaseerd op moderne wetenschappelijke inzichten. IJskernen verzameld op Groenland en Antarctica geven een nauwgezette reconstructie van het verloop van temperatuur, kooldioxide en methaan over de laatste 800 duizend jaar, en laten verbanden zien die Priem negeert. Recent onderzoek laat zien dat veranderingen in de straling van de zon geen afdoende verklaring geven voor de temperatuurveranderingen in de afgelopen 100 jaar.

Tenslotte verliezen de brievenschrijvers uit het oog dat onder de natuurlijke variaties in de globaal gemiddelde temperatuur, (die door vele factoren wordt beïnvloed) een lange termijn trend zichtbaar is. Deze trend is stijgende, en wordt momenteel hoofdzakelijk door broeikasgassen beïnvloed.  Natuurlijke factoren zoals de invloed van de zon zullen altijd een rol spelen bij klimaat veranderingen, maar die worden thans overschaduwd door de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Dit wordt onderschreven door de belangrijkste wetenschapsacademies en de beroepsverenigingen van wetenschapsgebieden die voor klimaatonderzoek relevant zijn, waaronder die van geofysici en geologen.

Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft

Roderik van de Wal, Universiteit Utrecht

Jan Wuite, Universiteit Luxemburg

Rik Leemans, Wageningen Universiteit

Kritische opmerkingen van bijvoorbeeld Jos de Laat en Marcel Crok op een vorige (niet geplaatste) brief zijn hierin impliciet meegenomen: Het onderscheid tussen korte termijn variatie (waarvan de trend inderdaad kleiner is) en lange termijn onderliggende trend (die ‘gewoon’ doorgaat) is nu duidelijker gemaakt. Marcel gaf terecht aan dat het woord “onbetwist” over een vergelijking tussen huidige en middeleeuwse temperatuur te sterk was. Het is niet onbetwist warmer nu; dat is slechts (hoogst-)waarschijnlijk het geval.

Op andere punten snijdt de kritiek van Marcel beduidend minder hout: De lange termijn opwarmende trend is ongeveer 0.17 graad per decennium. Over korte tijdschalen (minder dan ~15 jaar) kunnen natuurlijke variaties van bijvoorbeeld El Niňo, La Niňa en de zonnecyclus domineren over deze lange termijn opwarmende trend. Zo heeft ‘Wipneus’ op basis van regressie analyse het temperatuurseffect berekend van verschillende factoren voor het tijdvak 2002 t/m 2011, op basis van de RSS satellietreconstructie:

Zon: -0.12 °C

Vulkanische aerosolen: 0.014 °C

Multivariate El Nino Index: -0.22 °C

Oftewel, zonder menselijke opwarming zou het waarschijnlijk (sterk) zijn afgekoeld in de afgelopen 10 jaar. Maar hoewel dergelijke natuurlijke variaties over korte tijdschalen domineren, vertonen ze geen lange termijn trend.

Marcel stelt de (op zich valide) vraag: “Zou een deel van de opwarming sinds 1970 niet ook het gevolg kunnen zijn van natuurlijke schommelingen en zo ja welk deel?” Maar zijn impliciete antwoord (“ja” en “een groot deel”) volgt niet uit bovenstaande overwegingen. Sterker nog: De afwezigheid van een trend in natuurlijke factoren geeft aan dat ze niet verantwoordelijk kunnen zijn voor de opwarming sinds 1970. En het klimaat warmt ook niet zomaar vanzelf op, zonder oorzaak. Dat zou ingaan tegen de wet van behoud van energie: Een vanzelf opwarmende aarde zou meer energie uitstralen dan binnenkrijgen. De negatieve energie balans zou dan voor afkoeling zorgen. Er is echter een positieve energie balans.

Daar komt nog bij dat de dominante rol van broeikasgassen in de opwarming blijkt uit een aantal specifieke observaties:

–         Het versterkte broeikaseffect (het door de aarde vasthouden van meer infrarode straling) is gemeten vanaf de grond en vanaf satellieten

–         Stratosfeer is afgekoeld, terwijl troposfeer is opgewarmd

–         Nachten zijn meer opgewarmd dan dagen

Dit zijn specifieke “vingerafdrukken” van een versterkt broeikaseffect. Als de zon verantwoordelijk zou zijn voor de opwarming, zouden de laatste twee observaties precies andersom moeten zijn geweest.