In het datamoeras van een moerasgas

Door Jos Hagelaars

Methaan kennen we als het hoofdbestanddeel van ons aardgas. Het is ook volop aanwezig in de gassen die ontstaan in moerassen, vandaar dat het soms ook moerasgas genoemd wordt. Methaan is tevens een broeikasgas, als de hoeveelheid methaan in de atmosfeer toeneemt wordt het broeikaseffect versterkt. Uiteraard kom je daarom methaan op veel plaatsen tegen in het nieuwe IPCC AR5 rapport. Een rapport dat absoluut een rijke databron is voor geïnteresseerde enthousiastelingen zoals ik en dat meer zekerheid verschaft over de menselijke invloed op het klimaat. Omtrent methaan is er onlangs nog veel meer data beschikbaar gekomen door de publicatie van een onderzoek over het budget van alle ‘sources’ en ‘sinks’ van de methaanemissies, het Global Methane Budget. Ik bevind me hierdoor nu in een datamoeras.

Op basis van het IPCC AR5 rapport en het Global Methane Budget zijn de volgende conclusies te trekken:

  • De hoeveelheid methaan in de atmosfeer is sinds 1750 met 150% gestegen en de hoeveelheid CO2 met 41%.
  • De bijdrage van methaan aan het versterkte broeikaseffect was in 2011 (t.o.v. 1750) 17% en die van CO2 64%.
  • Via een bepaling uit waarnemingen blijkt dat de menselijke methaanemissies inmiddels circa 335 miljard kg per jaar bedragen tegen 218 miljard kg per jaar voor de natuurlijke emissies, een verhouding van 60% tegen 40%.
  • De hoofdmoot van de natuurlijke methaanemissie is afkomstig uit moerasachtige gebieden.
  • 90% van alle methaan wordt opgeruimd via chemische reacties waarbij luchtvervuiling kan optreden in de vorm van het gas ozon.

Lees verder

Reacties op Pascal Bruckner

Hieronder twee reacties op het interview met Pascal Bruckner in Trouw van afgelopen zaterdag.

Eerst een gastbijdrage van Michel van Delft.

De Franse denker Pascal Bruckner vindt dat we het advies van het IPCC moeten opvolgen en werken aan het decarboniseren van onze economieën (Trouw, 19 oktober). Hij heeft gelijk maar komt wat wonderlijk tot deze conclusie.

Bruckner kent zijn natuurwetten als hij zegt dat opwarming een feit is, dat de oceanen tijdelijk verkoelen en dat de zeespiegel en temperatuur meer zullen stijgen dan gedacht. De wetenschap is zelfs verder dan hij beseft. De extra broeikasgassen komen echt van ons af. Dat leidt tot opwarming en extremer weer. Om maar een voorbeeld te noemen.

In het interview gebruikt Bruckner het wereldbeeld van de Kerk, de Communisten, de Bankier en het Kwaad. En de Groenen die overal tegen zijn. We zien het vast allemaal terug in het zelfportret waar hij aan werkt. Hopelijk gaat hij dan ook in op een paar vragen, die hij oproept.

Want waarom beperkt hij onze verantwoordelijkheid tot onze kleinkinderen en niet bijvoorbeeld hun kinderen? Over honderd jaar zijn we allemaal dood, stelt hij terecht, maar is dat dan het moment voor le déluge? En waarom gaat Bruckner in op de kans dat het meevalt, zonder aan de kans te denken dat het tegenvalt? En misschien een typisch Nederlandse vraag, maar bij de Deltawerken hanteren we een kans dat het mis gaat van 1 op de 10.000 jaar. Waarom ligt de lat als het om klimaat gaat op fifty-fifty?

Stuk voor stuk vragen waar een denker zijn tanden in kan zetten.


Dit opiniestuk van Ben Lankamp, meteoroloog bij Weerplaza, verscheen vandaag in Trouw.

De Franse filosoof Pascal Bruckner spreekt zich uit over klimaat en klimaatverandering, in Trouw van zaterdag 19 oktober. Daarbij laat hij echter flinke steken vallen, die zijn verdere betoog tamelijk ongeloofwaardig maken.

Hij denkt dat voorspellingen die worden gedaan door de klimaatwetenschap, mede op basis van modellen, erg onzeker zijn. Dat vindt hij een brevet van onvermogen van klimatologen: van een voorspelling zou zo eigenlijk helemaal geen sprake zijn. Lees verder

Een brief in het Financieele Dagblad

Vandaag verschenen in het Financieele Dagblad, deze brief:

Het getuigt van lef als financieel-economen, die de economische crisis niet zagen aankomen, de op natuurkunde gebaseerde modellen uit de klimaatwetenschap bekritiseren. Theo Vermaelen, hoogleraar Financiën aan Insead durft het aan onder de kop: Politieke manipulatie ondermijnt klimaatrapport (FD 4 oktober). Helaas zakt Vermaelen volledig door het wereldwijd smeltende ijs. De gebruikelijke drogredeneringen verschijnen op zijn borreltafel. Zoals het stroman-argument dat de klimaatwetenschap zich slechts zou baseren op een correlatie tussen opwarming en CO2, en andere factoren zou verwaarlozen. Meer broeikasgassen in de atmosfeer betekent eenvoudigweg dat de planeet meer energie vasthoudt, oftewel opwarmt. Dat werd al berekend voordat de gemiddelde wereldtemperatuur daadwerkelijk begon te stijgen. Dat klimaatwetenschappers andere factoren dan CO2 ook meenemen kan iedereen met een zoekmachine op internet achterhalen.

Een tweede borreltafelargument: er is al 15 jaar geen opwarming. Fout. De opwarming gaat gewoon door, conform de wetten van de 19e eeuwse natuurkunde, en deze opwarming wordt gewoon gemeten en waargenomen. De energie-inhoud van de oceanen stijgt door, en wereldwijd smelten ijsmassa’s, wat zonder opwarming niet natuurkundig te verklaren is. Vermaelen is in verwarring omdat de temperatuur van de atmosfeer de afgelopen 15 jaar relatief weinig is gestegen. Maar de atmosfeer is niet ‘de aarde’, die warmt wel degelijk op.

Er is een trend — gemiddelde opwarming over meerdere jaren — en er zijn natuurlijke schommelingen. Deze zijn groter naarmate de beschouwde periode korter is. Wie zich blindstaart op een schommeling verwart weer met klimaat. En wie welbewust een warm jaar als startpunt neemt voor een korte tijdsspanne, gebruikt een andere bekende borreltafelstrategie: selectief winkelen.

In een van Vermaelens andere uitspraken komt de aap uit de mouw: het is een complot! Overheden die een ‘centrale planning’ voorstaan, waaronder in Vermaelens verwrongen wereldbeeld ook de Europese Unie, zouden de samenstellers van het laatste klimaatrapport onder druk hebben gezet onwelgevallige feiten onder het tapijt te vegen. Anders zouden overheden moeten toegeven dat windturbines en CO2-belastingen gemotiveerd worden door een foute theorie. Je verzint het niet: 19e-eeuwse natuurkunde is in de ogen van een financieel-econoom een verzinsel om onwenselijke maatregelen te treffen die de concurrentiekracht ondermijnen.

Daar komt Vermaelens betoog in wezen op neer. Zullen we maar vriendelijk concluderen dat dit soort stellingen de geloofwaardigheid van financiële denkers geen goed doet?

Ir. Hans Custers (chemisch technoloog en klimaatblogger)
Ben Lankamp (meteoroloog bij Weerplaza)
Ir. Jan Paul van Soest (milieukundige, partner De Gemeynt)

Voor wie het FD niet leest, of voor wie wat verdere toelichting wil, ga ik hieronder in op enkele citaten uit het stuk van Vermaelen. Lees verder

Zwarte gletsjers en bruine wolken

Ook verschenen op Noorderlicht/Wetenschap24. Achtergrondartikel bij de zesde en laatste aflevering van “Klimaatjagers“, zondagavond 13 okt 20:20 op Nederland 2, VPRO.

Door: Bart Verheggen

De laatste aflevering van Klimaatjagers gaat over de smeltende gletsjers in de Himalaya en de grote stofwolken met luchtvervuiling in zuidoost Azie.  Deze ogenschijnlijk heel verschillende zaken hebben echter gedeeltelijk een zelfde oorzaak: De uitstoot van roet door bijvoorbeeld het koken op hout, wat daar op grote schaal gebeurt.

De beelden van de Himalaya maken duidelijk hoe mooi en imposant dit berggebied is, maar daarnaast heeft deze bergketen een verreikende invloed op het leven in de lager gelegen gebieden: Een miljard mensen zijn afhankelijk van de Himalaya voor hun water. De lange-termijn waterhuishouding in het gebied wordt bedreigd door de opwarming van de aarde, enerzijds via het smelten van gletsjers en anderzijds via veranderingen in de moesson. Volgens recent onderzoek zal de watertoevoer vanuit de Himalaya de komende honderd jaar eerst toenemen (doordat er meer smeltwater beschikbaar komt en door toenemende neerslag) alvorens af te nemen (door de verminderde hoeveelheid ijs).

Smeltende gletsjers

Gletsjers over de hele wereld worden langzaam kleiner vanwege de opwarming en de Himalaya is hier op geen uitzondering. Het seizoensgebonden smelten van gletsjers zorgt voor vele zogenaamde gletsjermeren in het gebied. Deze meren worden soms gestut door een natuurlijke dam. Vanwege het sterkere smelten kunnen deze dammen sneller doorbreken, wat dan leidt tot een vloedgolf in de lager gelegen gebieden. Hier zijn vorig jaar tientallen mensen door omgekomen. Jeff Kargel van de University of Arizona doet onderzoek aan dergelijke ‘Glacial Lake Outburst Floods’.

Dr Kargel laat aan de hand van een simpel proefje zien hoe je iets te weten kunt komen over de samenstelling van het gesteente: Hij druppelt wat zuur op een steen, en meteen zie je gasbelletjes opborrelen. Dat is de kooldioxide die ontstaat door de reactie van het zuur met kalksteen. Hetzelfde spul als in je fluitketel, legt hij uit. Dit gebied was vroeger de bodem van een meer. Een vraag waar Dr Kargel zich mee bezig houdt is hoe de opwarming de waterhuishouding van de bergen beinvloed.

Huidige klimaatverandering pijlsnel in geologisch perspectief

De rode lijn van de documentaire zou wel eens de volgende uitspraak van Jeff Kargel kunnen zijn:  Er zijn weliswaar grotere klimaatveranderingen in het verre verleden voorgekomen  als wat we nu  (de afgelopen ~100 jaar, een oogwenk in geologisch perspectief) meemaken, maar nu gaat het veel sneller. Dit is door meerdere wetenschappers in de verschillende afleveringen gezegd, op basis van totaal verschillende observaties. Iets om bij stil te staan.

Lees verder

Onzekerheid over Afrika: ’t kan natten of ’t kan drogen in het enorme continent

Origineel verschenen op Noorderlicht/Wetenschap24. Achtergrondartikel bij de vijfde aflevering van “Klimaatjagers“, zondagavond 6 oktober 20:20 op Nederland 2, VPRO.

Door: Jan Paul van Soest

Terwijl wetenschappers de afgelopen maanden de laatste hand legden aan het vijfde IPCC-rapport, kampen delen van Afrika, zoals het toch al kurkdroge Namibië, met de ergste droogte sinds 30 jaar. Maar of de huidige droogte mede veroorzaakt wordt door klimaatverandering die, zoveel is wel duidelijk, nagenoeg zeker door de uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt is niet met voldoende zekerheid te zeggen. Het klimaat, zeker ook in Afrika, verandert ook van nature, zonder invloed van de mens. Het is niet altijd gemakkelijk het ‘signaal’ (de menselijke invloed) van de ‘ruis’ (de natuurlijke variaties) te onderscheiden.

© NASA

© NASA

Een markant voorbeeld van een wel heel drastische natuurlijke klimaatverandering is in Afrika te vinden. De enorme woestijn de Sahara was zo’n 9.000 tot 6.000 jaar geleden weelderig en waterrijk, met een grote rijkdom aan wild als olifanten, giraffes en nijlpaarden. Een relatief kleine verandering in de energiebalans van de aarde, in dit geval vermoedelijk een verandering in de instraling van de zon, kan een complex ecosysteem van de ene stabiele toestand (droog en kaal) naar de andere (met overvloedige flora en fauna) laten omslaan. En terug, zoals later weer gebeurde. De geschiedenis van de Sahara laat zien dat complexe ecosystemen ook bij een geleidelijke verandering in externe factoren tamelijk snel van gedaante kunnen verwisselen, oftewel kunnen ‘kantelen’.

Lees verder

Het NIPCC versus de wetenschap: zoek de verschillen

Twee mededelingen vooraf:

1. Dit stuk was niet geweest wat het nu is zonder de bijdragen van Jos Hagelaars.
2. Vanwege de “government shutdown” is klimaatinformatie van enkele Amerikaanse overheidsinstellingen op dit moment niet online beschikbaar. Daarom bevat dit stuk wat minder links naar achtergrondinformatie dan oorspronkelijk de bedoeling was.

In het vooruitzicht van het verschijnen van het vijfde “assessment report” van Werkgroep 1 van het IPCC, die zich richt op de fysica van het klimaat, was de campagne tegen de klimaatwetenschap de afgelopen weken weer bijzonder actief. Diverse Britse en Amerikaanse kranten, met name van Murdoch’s News Corp verspreidden desinformatie; Lord Monckton – ik dacht dat niemand die man meer serieus nam, maar ik had het mis – schreef het ene na het andere stuk op het steeds meer zwabberende WattsUpWithThat; en natuurlijk kon ook een nieuwe versie van de mega-Gish-gallop van het NIPCC niet ontbreken. Het NIPCC is een filiaal van de conservatieve denktank annex lobbyclub Heartland Institute. Die club wekte enkele maanden geleden de toorn op van de Chinese Academie van Wetenschappen omdat hun bericht over de Chinese vertaling van een NIPCC rapport voor een aanzienlijk deel uit fictie bleek te bestaan. Een andere positieve en smaakvolle bijdrage van Heartland aan de wetenschap was een billboard-campage waarin parallellen werden getrokken tussen breed geaccepteerde opvattingen over het klimaat en massamoordenaars.

Het NIPCC-rapport is in twee woorden samen te vatten: hetzelfde liedje. De hoofdmoot van het rapport bestaat uit overbekende, al lang en breed weerlegde, drogredenen, verdraaiingen, halve waarheden en hele onwaarheden. Ze allemaal benoemen is onbegonnen werk; daarom blijft het in dit stuk bij een beperkt aantal voorbeelden.

Het rapport laat weer eens zien waarom de houding van clubs als het NIPCC onwetenschappelijk is. En waarom ze dus door de wetenschap niet serieus genomen worden. De kern van de zaak is dat de wetenschap altijd wil begrijpen en verklaren, en daarom in wezen constructief is. Wie mee wil doen, zal ook iets bij moeten dragen. Daarin schiet het NIPCC, met in het kielzog vele klimaatsceptici, op veel punten tekort.

Lees verder

Eenzijdigheid en valse vrijbrief bij de ‘klimaatgevoeligheid-is-laag’ hype

Door Jos Hagelaars

Samenvatting

De vele verhalen met de strekking de ‘klimaatgevoeligheid-is-laag’ zijn alle gebaseerd op één enkele bewijscategorie en de daaruit resulterende getallen zijn niet hetzelfde als de Equilibrium Climate Sensitivity, de klimaatgevoeligheid op (zeer) lange termijn, maar eerder een ondergrens van deze ECS. Het IPCC daarentegen baseert zich op meerdere bewijscategorieën en geeft in het nieuwe 2013 AR5 rapport een range voor de ECS van 1.5 tot 4.5. Zelfs als de klimaatgevoeligheid erg laag zou zijn, is het zeer verstandig om onze CO2 emissies in te dammen, want het huidige ‘business-as-usual’ scenario qua CO2 uitstoot levert hoogstwaarschijnlijk ook dan een temperatuurstijging op van op den duur meer dan 2 °C.

De Hype

De klimaatgevoeligheid is laag en veel lager dan het IPCC in hun rapporten schrijft. Dit soort berichten kom je dit jaar vaak tegen op verschillende blogs en in krantenberichten in binnen- en buitenland (zie bijv. hier, hier, hier of hier). Een heuse hype, op WUWT alleen al zijn er dit jaar tientallen posts aan gewijd. De teneur die ik bespeur is de volgende: een lage klimaatgevoeligheid is goed nieuws en betekent dat we geen actie hoeven te ondernemen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. En een heel belangrijk punt is natuurlijk: dan hoeven we ook weinig of geen kosten te maken. Geen gezeik over CO2, iedereen blijft rijk.

Lees verder

Klimaatverandering in Groenland: Belangrijk voor zeespiegelstijging

Origineel verschenen op Noorderlicht/Wetenschap24. Achtergrondartikel bij de vierde aflevering van “Klimaatjagers“, zondagavond 29 sept 20:20 op Nederland 2, VPRO.

Door: Roderik van de Wal

Groenland geldt als één van de gebieden waar de klimaatverandering al duidelijk zichtbaar is. Aflevering 4 van klimaatjagers gaat daarover. Groenland was vorig jaar nog uitgebreid in het nieuws omdat op een mooie zomerdag het oppervlak van de gehele ijskap aan het smelten was, waarschijnlijk voor het eerst in minstens honderd jaar.

Groenland heeft een grote ijskap in een relatief warm klimaat. Aan de rand van de ijskap is plaatselijk de jaargemiddelde temperatuur rond de nul graden. Dat betekent dat het ijs wel moet smelten als het warmer wordt. IJs kan immers niet warmer dan nul graden worden. Dus als het klimaat verandert, moet je het daar bij uitstek kunnen zien.

Deze ijskap vertegenwoordigt een volume aan water waarmee de zeespiegel gemiddeld over de gehele oceaan een kleine zeven meter kan stijgen. De consequenties van het afsmelten als gevolg van de klimaatverandering kunnen dan ook op z’n minst verontrustend genoemd worden. Uiteraard kan dat niet gebeuren op één mooie zomerdag. Hoe snel dan wel? Dat is een vraag waarmee meer en meer wetenschappers zich bezighouden.

Een van de best onderzochte gebieden ligt aan de westrand van de Groenlandse ijskap. De Universiteit Utrecht is daar twintig jaar geleden begonnen met metingen van de afsmelting, ijsbeweging en meteorologische condities. Dat was in een tijd dat GPS de militaire ontwikkelingsfase nog maar net ontstegen was, de mobiele telefonie nog geen vlucht genomen had en satellietwaarnemingen van ijskappen nauwelijks bestonden. Achteraf gezien mag dit best een gelukkige keuze genoemd worden, want de veranderingen waren toen nog niet zichtbaar.

Lees verder

Het 5e IPCC rapport – meer zekerheid

IPCC-2013_Climate_Change_Header

Door Hans Custers en Bob Brand

De Summary for Policymakers van het vijfde rapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties is inmiddels geaccordeerd door 11o landen. Wat zijn de voornaamste uitkomsten en hoe verschillen deze van het IPCC uit 2007?

Vandaag is de samenvatting voor beleidsmakers van Werkgroep I van het vijfde Assessment Report verschenen, nadat de wetenschappers van het klimaatpanel van 23 t/m 26 september met de delegaties van 110 landen gedebatteerd hebben over de uitkomsten. Aan het nieuwe Werkgroep I rapport is sinds 2009 door 259 auteurs uit 39 landen gewerkt en er zijn in meerdere review-rondes zo’n 54677 commentaren verwerkt van meer dan 800 externe reviewers.

Lees verder

Opwarming aan oppervlak tijdelijk minder, in oceaan des te meer

Er was veel te lezen over klimaatverandering in de landelijke dagbladen afgelopen zaterdag. Aanleiding is natuurlijk het vijfde IPCC rapport waarvan aanstaande vrijdag het eerste deel (over “the physical basis”) uitkomt.

Daarnaast blijkt de minder sterke oppervlakte-opwarming van de afgelopen ~15 jaar voor velen een aanleiding om zichzelf en de klimaatwetenschap achter de oren te krabben. Daar is op zich niets mis mee natuurlijk, al wordt er soms wat snel naar niet logisch volgende conclusies toegewerkt (zie bijv “De ramp die niet kwam” in NRC).

In het stuk in Trouw worden Marcel Crok, Han Dolman (VU) en ik aan het woord gelaten door Joep Engels. Een deel van het artikel was zelfs voorpaginanieuws, al was de teneur in dat gedeelte wel wat voorbarig. Alsof “de klimaatsceptici een beetje gelijk krijgen”. Was het maar waar! Het artikel gaat verder op p12 van het katern “de verdieping” en geeft op zich een heel aardig overzicht van verschillende gezichtspunten.

De punten die ik naar voren wilde brengen waren de volgende:

Korte termijn variatie vs lange termijn trend. Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Zie bijv onderstaande plaatje van Jos Hagelaars waarin de trend in oppervlaktetemperatuur wordt weergegeven, gemiddeld over 10 (rood) en over 30 (blauw) jaar. De langjarige trend (1975-2013) schommelt rond de 0.17 graden per decenium, en zoals te verwachten is de kortstondige trend veel variabeler, soms groter dan de langjarige trend en soms (zoals nu) kleiner.

Opwarmingsnelheid-10-30-Jaar_500

Lees verder