Categorie archief: Klimaatwetenschap

Een Kleine IJstijd op de bodem van de Stille Oceaan

HMS Challenger, het schip waarmee in de periode 1872 – 1876 metingen werden gedaan van de temperatuur in de diepe Stille Oceaan. Bron: The Royal Albert Memorial Museum, HMS Challenger Project

Mijn eerste reactie na lezing van de samenvatting van een artikel van Geoffrey Gebbie en Peter Huybers in Science: “Nogal wiedes”. Maar na lezing van het hele artikel bleek het toch wat moeite te kosten om alle details te doorgronden. Ik begin met het voor de hand liggende deel.

Schematische weergave van de thermohaliene circulatie. Bron: Stefan Rahmstorf, PIK Potsdam

De oceaancirculatie op mondiale schaal, de thermohaliene circulatie, wordt onder meer aangedreven door koud water dat in de poolgebieden door zijn hoge soortelijke gewicht naar de zeebodem zinkt. De noordelijke Atlantische Oceaan, bij Groenland, is een plek waar veel water naar de diepte zinkt. Een belangrijke tak van de thermohaliene circulatie stroomt daar vandaan over de bodem naar het zuiden en vervolgens naar de Stille Oceaan. Op verschillende plekken in de Stille Oceaan komt het water, een tot twee millennia later, weer naar boven.

Eenmaal in de diepte dringt er geen zonlicht meer tot dat water door. Er is ook weinig warmteoverdracht vanuit hogere lagen door menging of andere processen. De temperatuur van het water in de diepe oceaan wordt daarom in belangrijke mate bepaald door de temperatuur die het had toen het naar beneden zakte. Klimaatschommelingen aan het oppervlak vinden ook plaats in de diepe oceaan, maar wel met een vertraging die tot vele eeuwen op kan lopen. De diepte van het noordelijke deel van de Stille Oceaan loopt het meest achter, omdat veel van het water daar de lange reis vanuit de noordelijke Atlantische Oceaan heeft gemaakt.

Op het diepe deel van de oceanische transportband ligt dus een archief van het klimaat van de afgelopen 1000 tot 2000 jaar. Niet noodzakelijk van het wereldklimaat, want de temperatuur van het diepe water wordt vooral bepaald door wat er in de poolgebieden aan de hand is. Toch is een zeker verband met klimaatschommelingen op wereldschaal wel aannemelijk. Het lastige is dat dat archief bepaald niet makkelijk toegankelijk is. Zelfs in de 21e eeuw: de ARGO-sondes die tegenwoordig de temperatuur van de oceaan in de gaten houden komen niet dieper dan 2 kilometer. Metingen beneden die diepte zijn schaars. Maar ze zijn er wel. Lees verder

De toenemende warmte-inhoud van de oceanen – drie nieuwe onderzoeken

Doorsnede van een ARGO boei. Bron UC San Diego

Opwarming van het klimaat is op de keper beschouwd eigenlijk accumulatie van energie in het klimaatsysteem. We nemen die toename van de energie-inhoud vooral waar als een stijging van de temperatuur bij het aardoppervlak. Want daar wonen we nu eenmaal. Maar het overgrote deel van die extra energie, ongeveer 93%, wordt opgenomen door de oceanen. Zo bezien zou de verandering van de warmte-inhoud van de oceanen de beste indicator zijn van klimaatverandering. Alleen is die verandering niet zo makkelijk te bepalen: daarvoor is een driedimensionaal beeld van de temperatuurverandering van de oceanen nodig. Daarover is nog de nodige onzekerheid, maar het beeld wordt wel steeds duidelijker. De afgelopen weken verschenen er drie interessante wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp.

Alle drie de artikelen zijn vrij toegankelijk. Het lijkt erop dat wetenschappelijke uitgevers er steeds vaker voor kiezen om belangwekkende artikelen over het klimaat niet achter een betaalmuur te stoppen. Of zou dat een keuze zijn van onderzoeksinstellingen? Dat zou ik nog eens uit moeten zoeken. Het is hoe dan ook een goede ontwikkeling.

Overzicht van de bevindingen van Cheng et al.

De afbeelding hierboven komt uit een overzichtsartikel in Science van Cheng et al.. Twee belangrijke constateringen:

    • De gemeten toename van de warmte-inhoud van de oceanen komt goed overeen met de modelsimulaties uit het CMIP5-experiment.
    • Sinds begin jaren ‘90 neemt de warmte-inhoud sneller toe dan in de periode daarvoor.

Lees verder

Climate Intelligence – Clintel

Vastgoedmagnaat Niek Sandmann wil een stichting oprichten om onafhankelijke klimaatstudies te financieren, bericht De Telegraaf. De naam van die stichting wordt Climate Intelligence, afgekort Clintel.

Nu is er geen enkele reden om aan te nemen dat het overgrote deel van het klimaatonderzoek van de afgelopen twee eeuwen niet onafhankelijk zou zijn. Voor de regelmatig terugkerende insinuaties van het tegendeel, afkomstig van mensen die de wetenschappelijke conclusies niet kunnen of willen accepteren, is geen enkel bewijs. Maar extra onderzoek, of een extra toetsing van de bestaande kennis, kan natuurlijk nooit kwaad. Zolang het tenminste volgens de wetenschappelijke methode gebeurt. Berkeley Earth is een goed voorbeeld van hoe dat kan. Berkeley Earth werd in 2010 opgericht door Richard en Elizabeth Muller, omdat ze hun twijfels hadden over de juistheid of de accuraatheid van datasets over de mondiale temperatuur van instituten als NASA, NOAA, Hadley en JMA. Ze besloten daarom om hun eigen versie van zo’n dataset te ontwikkelen. Ze zochten en vonden financiering voor hun onderzoek, zetten een team op en gingen aan de slag. Binnen enkele jaren volgde het resultaat: een bevestiging van de opwarming die ook bleek uit de gegevens van anderen. Hun scepsis leverde dus een echte bijdrage aan de wetenschap op: een dataset die onafhankelijk van andere datasets een beeld geeft van de ontwikkeling van de mondiale temperatuur. En Richard Muller herzag zijn mening.

Tegenover Berkeley Earth staan de nodige voorbeelden van hoe het niet moet. Er zijn in het verleden nogal wat pogingen ondernomen om de bekende en eindeloos vaak weerlegde pseudosceptische retoriek te vermommen als serieuze wetenschap. Enkele opmerkingen van mede-oprichter Guus Berkhout van de nieuwe stichting wekken het bange vermoeden dat het die kant op gaat. Zo blijkt de eerste studie te gaan over “misleiding rond hittegolven”. Dat werkt wel heel sterk de indruk dat al bij voorbaat vaststaat wat de conclusie van die studie zou moeten zijn. En als er direct al van misleiding wordt gesproken lijkt het meer de bedoeling om de mainstream klimaatwetenschap verdacht te maken, dan om iets toe te voegen aan de bestaande kennis. Lees verder

Ongekende smelt van de Groenlandse ijskap

Op onze aardbol zijn twee hele grote ijskappen te vinden, op Antarctica en Groenland. Het plaatje hierboven van de Groenlandse ijskap is afkomstig uit een video over een 3D analyse van NASA. De ijskap van Groenland is in het midden zo’n 3 km dik en bevat totaal ca. 3 miljoen km³ ijs (ca. 2,7 miljoen gigaton), wat genoeg is om het zeeniveau met 7,4 m te laten stijgen. Gelukkig is dat niet iets dat in de komende eeuw zal gebeuren, het smelten van zo’n ijskap is een traag proces. In een wereld die warmer en warmer wordt, zal logischerwijs de hoeveelheid ijs verminderen. Dat zien we ook terug bij de ijskap van Groenland, het massaverlies van Groenland (gemeten met de GRACE-satellieten) bedroeg tussen april 2002 en juni 2017 circa 260-270 gigaton per jaar (een gigaton is 1000 miljard kilogram). Dit heeft uiteraard bijgedragen aan de zeespiegelstijging, wetenschappers schatten de bijdrage van Groenland aan de zeespiegelstijging in de afgelopen jaren op ongeveer 25%.


(Bron: https://discoveringthearctic.org.uk/introducing-the-arctic/climate-change/losing-the-ice/)

Er spelen diverse processen een rol bij het groeien en smelten van een ijskap. Heel in het kort: Op de hoogste gebieden van de ijskap valt er meer sneeuw dan er smelt, dit heet het accumulatiegebied. Het gebied waar er meer sneeuw wegsmelt (of sublimeert) dan er valt, heet het ablatiegebied. Het ijs in de ijskap beweegt onder invloed van de zwaartekracht naar de rand van de ijskap. Indien de ijskap eindigt in zee, zullen er uiteindelijk stukken ijs afbreken en ijsbergen vormen en via dit proces verliest de ijskap dus ook massa. De som van alle processen is de massabalans en een ijskap groeit als deze massabalans positief is en krimpt als deze negatief is. Het image hierboven geeft een overzicht van deze processen voor de Groenlandse ijskap.
Lees verder

7 tot 12 meter

Trouw had deze week een interview met de nieuwe fractievoorzitter van D66 Rob Jetten en met de Europese klimaatspecialist van die partij Gerben Jan Gerbrandy. Gerbrandy maakt in dat interview een enorme misser:

Zelfs als we de beloftes van Parijs netjes uitvoeren, stijgt de zeespiegel deze eeuw zeven tot twaalf meter. Dat is de eeuw die mijn zoon zal meemaken. Hij is tegen het eind van deze eeuw een bejaarde man. Dat is de urgentie.

Er is geen enkele serieuze projectie die ook maar in de buurt komt van 7 tot 12 meter zeespiegelstijging deze eeuw, ook niet in een worst-case scenario, zelfs als er helemaal niets zou worden gedaan om broeikasgasemissies te beperken. Een recent advies aan de Deltacommissaris geeft 3 meter zeespiegelstijging als bovengrens in een scenario met extreme opwarming. Pas een eeuw later zou, in het ergste geval, de stijging in de buurt kunnen komen van de cijfers die Gerbrandy geeft. Bij het halen van de doelstellingen van Parijs is het worst-case scenario 2 meter in 2100.

En wat deed Gerbrandy toen hij op deze enorme fout werd gewezen? Zich verschuilen achter een wetenschapper en “IPCC-lid”.

Wie ons kent weet wat wij in zo’n geval gaan doen: de bron zoeken. Waarschijnlijk hebben we die ook gevonden: een presentatie van Hans Otto Pörtner (die overigens geen zeespiegel-deskundige is, maar onderzoek doet naar mariene ecosystemen) die een zeespiegelstijging laat zien die overeenkomt met wat Gerbrandy zegt. Alleen is dat de zeespiegelstijging op zeer lange termijn, van eeuwen tot millennia. En dus geen verwachting voor de komende eeuw. Pörtner baseert zich op Knutti et al., 2015.

 

We hebben Gerbrandy in een tweet gewezen op de fout die hij waarschijnlijk heeft gemaakt. Antwoord is tot nu toe uitgebleven.

Als we hier kritiek hebben op politici zijn dat meestal vertegenwoordigers van de (verre) rechterkant van het politieke spectrum. Omdat men daar de grootste moeite lijkt te hebben met het accepteren van de wetenschap over de menselijke invloed op het klimaat. Maar slordige omgang met wetenschappelijke inzichten en conclusies is, zo blijkt maar weer eens, niet gebonden aan één politieke kleur.

Dat een politicus zich eens vergist is geen probleem. Wetenschap is omvangrijk, complex en genuanceerd en dan is een foutje zo gemaakt. Maar dat die politicus zijn fout niet volmondig erkent, maar hem in de schoenen van de wetenschap of van een wetenschapper probeert te schuiven, dat is wel verwijtbaar. En het is slecht voor het vertrouwen in zowel de politiek als in de wetenschap.

De grafiekjes van Baudet

Thierry Baudet toont in debatten in de Tweede Kamer regelmatig wat grafiekjes[*] die zouden laten zien dat het best meevalt met de verandering van het klimaat. Grafiekjes over droogte, neerslag en orkanen. We hebben eens uitgezocht waar die grafieken precies vandaan komen en wat ze zeggen.

Wat in elk geval opvalt: wanneer het gaat om gegevens die niet in zijn straatje passen benadrukt (of beter: overdrijft) Baudet alle onzekerheden en onnauwkeurigheden en de enorme complexiteit van de materie. Dan vindt hij dat de data met de nodige terughoudendheid moeten worden bekeken. Daar is totaal geen sprake meer van bij de data die hem wel bevallen. Die presenteert hij alsof ze de absolute waarheid zijn. Terwijl daar wel wat op aan te merken is.

Sommige claims van Baudet spreken elkaar ook tegen. Hij ontkent niet dat het klimaat warmer is geworden, maar beweert vervolgens dat zowel neerslag (boven land) als droogte niet zijn toegenomen. Als het warmer wordt, verdampt er meer water. En als die extra verdamping niet wordt aangevuld door extra neerslag, dan wordt het droger. Dat is simpele, onontkoombare natuurwetenschap.

Wat Baudet heeft gedaan, of door zijn klimaatadviseurs heeft laten doen, is bijzonder selectief winkelen in de wetenschap. Er verschijnen jaarlijks duizenden wetenschappelijke artikelen over het klimaat, die allemaal een heel klein stukje van het totaal behandelen. Al die artikelen leveren wat informatie, maar ze hebben ook hun beperkingen en onzekerheden. De werkelijke stand van de wetenschap is het totaalbeeld dat al die onderzoeken opleveren. Die stand van de wetenschap wordt bijvoorbeeld regelmatig door het IPCC samengevat. Baudet kijkt niet naar dat totaalbeeld, maar pikt uit al die duizenden onderzoeken de drie artikelen die hij in zijn verhaal kan gebruiken. En negeert de beperkingen die zo’n enkel onderzoek altijd heeft, zelfs als die beperkingen in het artikel zelf worden genoemd.

Wat valt er nu precies te zeggen over die vier grafiekjes en de onderwerpen waar ze over gaan? Lees verder

Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

Foto van de eerste sessie van het IPCC op 9 november 1988

Wie weigert breed geaccepteerde wetenschap te accepteren ontkomt niet aan een beetje complotdenken. Zonder complottheorie is het immers niet te verklaren waarom een grote meerderheid van de deskundigen vast zou houden aan wetenschappelijke opvattingen die vooral door buitenstaanders worden bestreden. Hoewel degenen die zich verzetten tegen wetenschap het vaak ontkennen, is het onmiskenbaar voor wie hun verhalen leest of hoort: er zit altijd een flinke dosis complotdenken in verweven. De hoofdrolspeler in complottheorieën over klimaatwetenschap is steevast het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. De volgende punten maken duidelijk waarom die complottheorieën zo onzinnig zijn:

  • Het IPCC voert geen klimaatonderzoek uit.
  • Het IPCC heeft geen enkele klimaatonderzoeker in dienst.
  • Het IPCC bouwt geen klimaatmodellen.
  • Het IPCC betaalt geen klimaatonderzoek.
  • Het IPCC bepaalt geen beleid.
  • Het IPCC kan de conclusies van klimaatonderzoek op geen enkele manier beïnvloeden.

Het IPCC heeft als taak om de actuele stand van zaken in het klimaatonderzoek samen te vatten. Dat klimaatonderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers die werken aan honderden wetenschappelijke instituten over de hele wereld. Elk instituut werkt op zijn eigen manier. Sommige zijn publiek, sommige zijn privaat, sommige worden sterk aangestuurd door de politiek van hun land, sommige helemaal niet, kortom: het gaat zoals het in de wetenschappelijk wereld overal gaat. Niets of niemand kan al die instituten en de wetenschappers die er werken allemaal dezelfde kant op sturen. Behalve dan de wetenschap zelf: de theoretische kennis over de werking van het klimaat en de waarnemingen die daarmee in overeenstemming zijn. Als een grote meerderheid van de wetenschappers het ergens over eens is – en er mogelijk zelfs gesproken wordt van consensus – dat komt dat omdat ze het wetenschappelijk bewijs overtuigend vinden.

Er is dus geen enkele reden om verhalen over een klimaatcomplot, al dan niet geregisseerd door het IPCC, serieus te nemen. Het is natuurlijk ook een absurde gedachte dat duizenden wetenschappers samen zouden spannen om de wereld een enorm probleem aan te praten. Waarom zouden ze? Er zijn meer dan genoeg andere redenen om onderzoek te doen naar het klimaat. Er zijn genoeg economische sectoren (landbouw en voedingsmiddelenindustrie, toerisme, om er maar enkele te noemen) die kunnen profiteren van een betere voorspelbaarheid van klimaatvariaties. En ook overheden zouden er gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om beter te kunnen anticiperen op risico’s van extreem weer, of natuurbranden, of overstromingen. Alle reden dus om klimaatonderzoek te doen, ook als er geen menselijke invloed zou zijn. Voor veel wetenschappers is trouwens nieuwsgierigheid de belangrijkste drijfveer: ze willen meer begrijpen van de werking van het klimaatsysteem, gewoon omdat het zo’n interessant onderwerp is. En wie zit er nou eigenlijk op een groot klimaatprobleem te wachten? Er zijn genoeg andere wereldproblemen om aan te pakken. De suggestie die je nog wel eens hoort dat regeringen een klimaatprobleem zouden “bestellen” bij de wetenschap slaat helemaal nergens op. Politici hebben meer dan genoeg andere onderwerpen op de agenda staan. En klimaatbeleid een hoge prioriteit geven is al decennialang niet bepaald een makkelijke route naar electoraal succes. Lees verder

Meer aanwijzingen voor een verband tussen aanhoudend extreem zomerweer en snelle opwarming in het Noordpoolgebied

Schematische weergave van een blokkade

Dat extreem zomerweer extremer kan worden in een warmer klimaat ligt voor de hand. Als de temperatuur stijgt kunnen hittegolven warmer worden, vaker voorkomen of langer duren. Of alle drie. En uit warmere oceanen verdampt meer water, wat extremere neerslag tot gevolg kan hebben. Dit soort veranderingen is te verwachten op basis van vrij simpele fysische (of: thermodynamische) processen. Maar er is ook een ander soort veranderingen mogelijk, dat te maken heeft met de atmosferische dynamiek. De aarde warmt niet overal evenveel of even snel op. Land warmt sneller op dan oceanen, en door arctische amplificatie warmt het Noordpoolgebied sneller op dan de tropen. Temperatuurverschillen drijven de circulatie in de atmosfeer aan. Als die temperatuurverschillen veranderen, kan er dus ook wat veranderen in stromingspatronen in de atmosfeer. En dat kan op bepaalde plekken op aarde gevolgen hebben voor het weer.

De atmosferische dynamiek is veel complexer dan de thermodynamica van het klimaat. Hoe die dynamiek verandert in een veranderend klimaat is dan ook niet zo makkelijk te voorspellen. Klimaatmodellen simuleren zulke veranderingen niet zo goed. Er is dus nog de nodige onzekerheid over wat op dit punt zal gebeuren als het klimaat verder opwarmt. Terwijl het wel belangrijk is, omdat het veel invloed kan hebben op wat er met het klimaat gebeurt op lokaal niveau. Het vergaren van kennis hierover is daarom een belangrijk aandachtspunt van de klimaatwetenschap.

Hoeveel invloed atmosferische dynamiek kan hebben, hebben we afgelopen zomer gemerkt. Een hogedrukgebied dat lang op ongeveer dezelfde plek boven Scandinavië bleef liggen – in meteorologisch jargon: een blokkade – zorgde voor een aanhoudende stroom van warme en droge lucht. Had die blokkade op een andere plek gelegen, dan hadden we misschien de hele zomer in de regen gezeten. Lees verder

Thoenes en Berkhout preken voor eigen parochie in Elsevier

De Global Warming Index: verloop van de mondiale temperatuur (in zwart en rood) en van menselijke (geel) en natuurlijke (blauw) factoren die het klimaat beïnvloeden

Ooit, jaren geleden, las ik vrijwel elke dag wel een verhaal van iemand die de menselijke invloed op het klimaat, of de wetenschap daar achter, bestreed. Dat was best leerzaam. Niet omdat er zo veel bruikbare informatie in die verhalen stond, maar omdat ik allerlei beweringen uit dat stuk ging controleren op waarheidsgehalte, logica, consistentie en wetenschappelijke onderbouwing. Natuurlijk bleef er van al die beweringen dan maar bar weinig overeind. En al factcheckend kwam ik beetje bij beetje meer te weten over het klimaat en begon ik ook wat te begrijpen van de wetenschap op dit onderwerp.

Na een tijdje begon die leermethode steeds minder goed te werken. Er bleven steeds minder dingen over om te checken, omdat ik ze allemaal al een keertje had gezien. Wel begon ik nu te leren hoe de mensen die zichzelf “sceptisch” noemen zich gedragen in discussies over het klimaat. Ze blijven simpelweg steeds nagenoeg hetzelfde repertoire aan beweringen en claims herhalen, zonder ooit serieus in te gaan op tegenargumenten. Waar ze vaak zeggen dat ze discussie willen, zijn ze in de praktijk juist steeds weer bezig met het ontwijken daarvan. Wat lijkt op een discussie is in werkelijkheid niet meer dan een eindeloze herhaling van (min of meer) dezelfde claims en weerleggingen. Een schijndebat. Van echte scepsis – niet alles wat er wordt gezegd klakkeloos voor waar aannemen – is ook geen sprake. Dit is pseudoscepsis: alles wat in strijd is met de vooraf bepaalde mening wordt niet alleen afgewezen, men neemt zelfs niet de moeite om er serieus naar te kijken. En wat wel overeenkomt met de eigen mening wordt kritiekloos omarmd.

Hoewel ik in de loop der tijd wel wat geleerd heb over pseudoscepsis, echt begrijpen doe ik het niet. Het lukt me niet om me echt te verplaatsen in iemand die wel een discussie zegt te willen voeren, maar nooit de moeite neemt om argumenten van anderen echt te onderzoeken. Omdat het natuurlijk nooit lukt om die ander te overtuigen als je je niet in zijn argumenten verdiept. Maar ook omdat het onderzoeken van tegenargumenten zo’n goede manier is om de eigen mening aan te scherpen en zo nodig bij te stellen.

Mijn onbegrip van pseudoscepsis steeg naar nieuwe hoogten toen ik het – nota bene prominent op de voorpagina aangekondigde – opiniestuk van Guus Berkhout en Dick Thoenes in Elsevier Weekblad (betaalmuur) van 13 oktober las. Deze emeritus hoogleraren lijken zo’n beetje alle wetenschappelijke kennis over het klimaat, samen met de overwegingen van energiedeskundigen en –bedrijven en van economen en beleidsmakers die zich bezighouden met de energietransitie of het klimaat, op één grote hoop te gooien: die van het milieuactivisme. Wel zo makkelijk; dan hoeven ze zich er niet echt in te verdiepen om toch vast te kunnen houden aan de overtuiging dat ze het zelf allemaal veel beter weten. Het gevolg is dat ze nogal druk zijn met het weerleggen van beweringen die geen zinnig mens ooit zal doen.

Als ik een manier zou weten om tot een zinnig, constructief gesprek te komen met deze heren, dan zou ik het zeggen. Maar ik heb werkelijk geen idee hoe dat zou moeten. Er zit daarom weinig anders op dan nog maar weer eens ingaan op de inhoudelijke missers in het stuk van Berkhout en Thoenes (hierna: B&T). Misschien is dat ook wel preken voor eigen parochie. Maar dan nog lijkt het me zinvol om, met onderbouwing, aan te geven waar ze de plank misslaan. Met daarbij de kanttekening dat het onbegonnen werk is om op alle onjuistheden en drogredenen in te gaan. Ook met het beperkte aantal punten dat ik er uit pik zal dit stuk al wel weer veel langer worden dan eigenlijk mijn bedoeling was. Wie liever een wat kortere respons leest: de column hierover van Rosanne Hertzberger in het NRC van afgelopen zaterdag kan ik van harte aanbevelen. Lees verder

De menselijke invloed op het klimaat op hoofdlijnen

Het klimaat warmt op. Die opwarming wordt veroorzaakt door menselijke broeikasgasemissies. Als we niets doen om die broeikasgasemissies terug te dringen zal het in de toekomst nog verder opwarmen. Een overgrote meerderheid van de klimaatwetenschappers is het daarover eens. Waarom? Sommigen menen dat het een wereldwijd complot van duizenden wetenschappers is. Of dat al die wetenschappers niet zo veel begrijpen van hun eigen vakgebied. Meer aannemelijk is het dat alle wetenschappelijke kennis dezelfde kant op wijst. Klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe liet onlangs in een Twitter-draadje nog eens zien dat dat het geval is. De hoofdlijnen van al dat wetenschappelijke bewijs zijn bovendien helemaal niet zo ingewikkeld. Wie er wat moeite voor wil doen kan het allemaal best begrijpen. Alleen degenen die het niet willen begrijpen zullen volhouden dat de wetenschap er nog niet uit is.

Geïnspireerd door de tweets van Katharine Hayhoe volgt hier een overzicht van hoofdlijnen van de wetenschappelijke onderbouwing van de menselijke invloed op het klimaat.

Broeikaseffect

Het broeikaseffect is basale natuurwetenschap. Volledig onomstreden en dat is het al meer dan een eeuw. Er is geen enkele serieuze natuurwetenschapper, meteoroloog of klimatoloog te vinden die het broeikaseffect ontkent. Wie wil beweren dat een sterker broeikaseffect geen invloed op de temperatuur van het aardoppervlak heeft zal aardig wat basis-natuurkunde opnieuw uit moeten vinden. Dat dat ooit nog gebeurt is net zo onwaarschijnlijk als dat iemand alsnog aantoont dat de aarde plat is.

CO2

Bij het verbranden van fossiele brandstoffen komt het broeikasgas CO2 vrij in de lucht. Sinds mensen grote hoeveelheden fossiele brandstoffen gebruiken, stijgt de concentratie CO2 in de atmosfeer. Het verband tussen die stijgende concentratie en de menselijke emissies is eerst en vooral een simpele kwestie van de wet van behoud van massa.

CO2-emissies en -concentraties sinds 1850. Bron: Knorr 2009

Opwarming

Sinds we grote hoeveelheden fossiele brandstoffen gebruiken is het klimaat ook werkelijk opgewarmd. Zoals dat al in 1896 werd voorspeld door Arrhenius. En in 1856 door Eunice Foote!

Verloop van de gemiddelde mondiale temperatuur, weergegeven als warming stripes. Data: HadCRUT4

Wetenschappelijke scepsis

De bovenstaande punten maken de menselijke invloed op het klimaat al heel aannemelijk. Maar voor veel wetenschappers is dat nog niet voldoende om er een stellig standpunt over in te nemen. Om dat te doen, willen ze ook weten of andere factoren van invloed kunnen zijn. Ze doen stellige uitspraken omdat andere mogelijke factoren uitgebreid zijn onderzocht. Lees verder