Categorie archief: klimaatdebat

Klimaatenquete: alle vragen en antwoorden

Eerder in iets andere vorm verschenen op de website van PBL

In het voorjaar van 2012 hield het PBL een enquête onder 1868 wetenschappers op het brede gebied van klimaatverandering, inclusief klimatologie, klimaateffecten en mitigatie. In augustus 2014 zijn de resultaten van deze enquête gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Environmental Science and Technology (ES&T) onder de titel Scientists’ views about attribution of global warming. De enquête toont aan dat er brede overeenstemming bestaat over de overheersende invloed van antropogene broeikasgassen op de huidige opwarming van de aarde. Deze mate van overeenstemming is het sterkst voor respondenten met meer ‘peer-reviewed’ publicaties.

Het artikel richtte zich op de antwoorden op negen vragen uit een totaal van 31. In het rapport dat nu is uitgekomen zijn de gegeven antwoorden op alle vragen weergegeven. Voor 5 vragen zijn deze antwoorden ook nog onderverdeeld in zeven subgroepen.

Het achtergrondrapport bevat informatie die niet eerder is gepubliceerd, waarvan hieronder een aantal interessante voorbeelden worden gegeven.

Klimaatgevoeligheid

De klimaatgevoeligheid is een belangrijke eenheid in de klimaatwetenschap en geeft aan hoe gevoelig het klimaat is voor een toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Het is gedefinieerd als de verwachtte opwarming die volgt op een verdubbeling van de CO2 concentratie in de atmosfeer nadat een nieuw evenwicht is ontstaan. De uiteindelijke mondiale opwarming is dus afhankelijk van een combinatie van de totale emissies van broeikasgassen en de klimaatgevoeligheid.

De respondenten werden gevraagd naar hun beste schatting en de ‘likely range’. Dit laatste is in de IPCC rapporten gedefinieerd als het 66% waarschijnlijkheidsinterval. De figuur hieronder geeft het gemiddelde van de schattingen van de klimaatgevoeligheid van zeven groepen respondenten, waaronder de auteurs van het vierde assessment rapport van werkgroep I van het IPCC (‘AR4 auteurs’), respondenten die publieke verklaringen hebben ondertekend die ingaan tegen de  ‘mainstream’ klimaatwetenschap (‘unconvinced’), en vier verschillende subgroepen die zijn onderverdeeld naar het aantal door henzelf aangegeven klimaatgerelateerde peer-reviewed publicaties (0–3; 4–10; 11–30; meer dan 30). Het gemiddelde van de antwoorden van de meeste groepen ligt zeer dichtbij de IPCC range (1.5-4.5 °C) zoals genoemd in het vijfde klimaatrapport (AR5) – behalve de groep ‘unconvinced’ die sterk afwijkt van de andere groepen, en in mindere mate de groep met minder dan drie publicaties. De ‘best estimate’ is in alle gevallen iets lager dan de ‘best estimate’ zoals gerapporteerd in AR4 (3 °C). In AR5 werd geen ‘best estimate’ gegeven.

Scientists views on climate sensitivity - PBL

De rol van klimaatwetenschap in de samenleving

Respondenten werden ook gevraagd naar hun opvattingen over zeven stellingen betreffende de rol van klimaatwetenschap in de samenleving. Er was een duidelijke consensus dat wetenschappers zelf zouden moeten communiceren met de beleidsmakers en het brede publiek en dat de communicatie met deze laatste groep zich zou moeten focussen op de meest gedegen kennis. In iets mindere mate was er overeenstemming dat risico’s en onzekerheden benadrukt zouden moeten worden in deze communicatie. De meningen waren verdeeld over de mate waarin de bestaande onzekerheden de noodzaak voor mitigatiemaatregelen groter maken (bijvoorbeeld ter voorkoming van gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid maar met een grote impact). Ten slotte vond een overgrote meerderheid dat klimaatwetenschap niet te onzeker is om bruikbaar te zijn voor het voeren klimaatbeleid.

Scientists views on role of science in society - PBL

De rol van de zon

In het publieke debat over het klimaat wordt de rol van zon vaak naar voren gebracht als een alternatieve verklaring voor de mondiale opwarming. In de enquête werd gevraagd naar de fractie van de opwarming sinds het midden van de vorige eeuw die volgens de respondenten kan worden toegewezen aan de zon. Het is opvallend dat het laagste aantal ‘don’t know’ scores voorkwam in zowel de groepen ‘unconvinced’ als de ‘AR4 auteurs’. In lijn met de verwachting hadden de ‘unconvinced’ de hoogste scores als het ging om de antwoordopties ‘het is onbekend’ (‘unknown’) en ‘de zon heeft meer dan de helft van de opwarming veroorzaakt’ (‘more than 50%’).

Evenals bij de attributie vragen (zie het ES&T artikel) zijn de antwoorden op deze vraag afhankelijk van het aantal peer-reviewed publicaties die de respondenten naar eigen zeggen hebben geschreven. Hoe meer publicaties ze op hun naam hebben staan, hoe meer ze het eens zijn met het IPCC, namelijk dat de zon nauwelijks heeft bijgedragen aan de recente opwarming, aangezien de zonnestraling juist licht is afgenomen sinds de jaren ’50.

Scientists views on the role of the sun in global warming - PBL

 

Hé! een olifant in de kamer.

Gastblog van G.J. Smeets, met een tekening van Marije Mooren

De wereld wordt warmer in een tempo dat verontrustend is. Althans, verontrustend voor wie én de klimaatwetenschap serieus neemt én de IPCC risico-analyses. Niet iedereen voldoet aan die dubbele voorwaarde. Ikzelf scoor op beide stress-criteria behoorlijk positief. En ik betrap mezelf regelmatig op de neiging om negatief-scorenden te verwijten dat ze de oplossing – drastische CO2 reductie – dwarsbomen. Dat ze hardnekkig grossieren in drogredeneringen, methodologisch knoeiwerk en wetenschapstheoretische onnozelheid maakt de antipathie jegens hen groot en hun betrouwbaarheid klein. Maar bij nadere beschouwing is het twijfelgilde klein bier. De echte pijn zit in de hoedanigheid – de kwaliteit – van het probleem van de klimaatverandering zelf. Ik licht het toe aan de hand van een eenvoudige taxonomie van menselijke problemen:
A) tamme problemen,
B) wilde problemen, en
C) ontembare problemen.

Draak

A. Tamme problemen
Deze zijn principieel overzichtelijk, denk aan schaakproblemen die met krachtig geheugen, oplettendheid en vasthoudendheid zijn op te lossen. Tamme problemen zijn het domein van onderzoekers in het lab die via een gecontroleerd en herhaalbaar experiment of simulatie een hypothese afzetten tegen data.

B. Wilde problemen
Deze zijn experimenteel niet benaderbaar en zijn typisch het domein van beleidsmakers. De term ‘wild probleem’ is mijn vrije vertaling van wat stadsplanner Melvin Webber en design-theoreticus Horst Rittel in 1973  hebben gemunt als ‘wicked problem’. Wikipedia geeft een handig overzicht van de kenmerken van wat Rittel & Webber voor ogen hadden. Hun paper is ook 40 jaar na dato relevant en strijdvaardig in zijn kritiek op het nog altijd courante concept ‘maakbaarheid’. Maar het eindigt in mineure stemming:

“We have neither a theory that can locate societal goodness, nor one that might dispel wickedness, nor one that might resolve the problems of equity that rising pluralism is provoking. We are inclined to think that these theoretic dilemmas may be the most wicked conditions that confront us.”

C. Ontembare problemen
Deze zijn niemands domein terwijl ze ieders zorg zijn. In hetzelfde tijdschrift waarin Rittel & Webber 40 jaar geleden hun concept ‘wicked problem’ uit de doeken deden is 2 jaar geleden een paper verschenen dat er een schepje bovenop doet. De auteurs zijn werkzaam op het raakvlak klimaat / energie / beleid. Hun paper gaat over klimaatverandering als proto-type van wat ze als ‘super wicked problems’ hebben gemunt.
Lees verder

Enquête bevestigt wetenschappelijke consensus over door de mens veroorzaakte opwarming

  • Een enquête onder meer dan 1800 klimaatwetenschappers bevestigt dat er brede overeenstemming is dat de opwarming van de aarde hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door antropogene broeikasgassen.
  • Deze consensus wordt sterker met toegenomen expertise, zoals gedefinieerd door het aantal zelf-gerapporteerde artikelen in de ‘peer-reviewed’ literatuur.
  • De belangrijkste conclusie in IPCC AR4 over attributie kan leiden tot een onderschatting van de broeikasgasbijdrage aan de opwarming van de aarde, omdat hierin impliciet het minder bekende maskerende effect van koelende aërosolen is meegenomen.
  • Degenen die sceptisch zijn over een belangrijke menselijke invloed op het klimaat geven aan dat ze vaker in de media komen dan andere wetenschappers.

In 2012, toen ik gedetacheerd was bij het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), heb ik samen met collega’s een gedetailleerde enquête uitgevoerd over klimaatwetenschap. Meer dan 1800 internationale wetenschappers op het brede gebied van klimaatverandering, inclusief bijvoorbeeld klimatologie, klimaateffecten en mitigatie, hebben de vragenlijst ingevuld. De belangrijkste resultaten van de enquête zijn nu verschenen in het vakblad Environmental Science and Technology (doi: 10.1021/es501998e).

Consensus over de menselijke oorzaak van klimaatverandering

Bij toenemende deskundigheid of ervaring in klimaatwetenschap blijkt de mate van overeenstemming over de bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming ook toe te nemen. Zo is 90% van de respondenten met meer dan tien klimaat-gerelateerde ‘peer-reviewed’ publicaties (ongeveer de helft van alle respondenten) het erover eens dat door de mens veroorzaakte broeikasgassen de belangrijkste oorzaak zijn van de recente opwarming. Dit is gebaseerd op twee vragen, waarvan er één een directe weerspiegeling was van de belangrijkste conclusie over attributie in IPCC AR4, namelijk dat meer dan de helft van de recente opwarming zeer waarschijnlijk is veroorzaakt door antropogene broeikasgassen.

Verheggen et al - Figure 1 - GHG contribution to global warming

Figuur 1. Hoe meer peer-reviewed publicaties over klimaatverandering de respondenten aangeven te hebben geschreven, hoe belangrijker ze denken dat de bijdrage van broeikasgassen (BKG) is aan de opwarming. Het aantal antwoorden is weergegeven als een percentage van het aantal respondenten (N) in elke deelgroep, gegroepeerd naar het door henzelf aangegeven aantal publicaties.

Analyses van de vakliteratuur (bijv. Cook et al., 2013; Oreskes et al., 2004) vinden over het algemeen een nog sterkere consensus dan opiniepeilingen zoals deze enquête. Dit komt omdat er een sterkere consensus is onder de meest publicerende – en wellicht dus ook de meest deskundige- klimaatwetenschappers. De kracht van een literatuuranalyse ligt in het feit dat daarmee het primaire forum van de wetenschappelijke bewijsvoering en argumentatie wordt onderzocht. De kracht van een enquête zoals deze is dat daarmee heel specifiek kan worden onderzocht waar nu precies overeenstemming over is en waar de wetenschappers het over oneens zijn. Deze twee methodes om de wetenschappelijke consensus te bepalen zijn in die zin complementair. Onze vragenlijst was heel specifiek en onze definitie van de consensus positie was daarmee wellicht strikter dan zoals in sommige andere studies is gehanteerd. Sceptische meningen zijn waarschijnlijk oververtegenwoordigd in onze enquête in vergelijking met andere.

Hoe je het ook wendt of keert, wetenschappers zijn het er in groten getale over eens dat de opwarming van de aarde voor het grootste deel door menselijk handelen is veroorzaakt.

Lees verder

Kerry Emanuel over “staartrisico” en “alarmisme”

In een vorige blogpost maakten we hier al melding van “What We Know”, een rapport plus website van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) met een glasheldere stellingname over klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten. Natuurlijk brandde de kritiek uit welbekende hoek al snel los. Kerry Emanuel, een van de auteurs, reageerde op Climate Change National Forum op de voorspelbare kritiek van onder meer Judith Curry en Roger Pielke sr.

Emanuel licht toe waarom de AAAS het van belang vindt aandacht te besteden aan het “staartrisico”: het ene uiterste in de kansverdeling met een (relatief) kleine kans, maar grote gevolgen.

Om dit begrip, waar we allemaal regelmatig mee te maken hebben, te illustreren haalt hij het voorbeeld aan van een achtjarig kind dat een straat over wil steken en een volwassen omstander om hulp vraagt. Zou die omstander het kind moeten adviseren om maar gewoon naar de andere kant te lopen, als de kans op een aanrijding 1% is? De kans dat het kind ongeschonden de overkant haalt is dan immers 99%. Toch is het evident dat het een slecht advies zou zijn. De gevolgen van een aanrijding zijn immers zo groot dat we dat risico niet willen nemen, al is de kans maar 1%.

Een ander voorbeeld, dat veel Nederlanders aan zal spreken, is dat van de kustverdediging. Het zou zinloos zijn geweest de deltawerken aan te leggen, als ze ontworpen waren op een gemiddelde stormvloed. De bedoeling is nu juist dat ze ook onder extreme omstandigheden bescherming bieden. Maar omdat absolute veiligheid nooit te garanderen is, worden de ontwerpcriteria vastgesteld via een afweging die zich in het risicostaartje afspeelt. De uitkomst is dat we, even voorbijgaand aan de nodige details en mitsen en maren, in Nederland accepteren dat er een staartrisico overblijft dat varieert van eens per 2000 tot eens per 10.000 jaar.

Het is duidelijk dat de staartrisico’s een cruciale rol kunnen spelen in risicomanagement en risicobeleid. Om een goede afweging te kunnen maken moet daarom het volledige spectrum van risico’s (voor zover bekend) meegenomen worden. En dus moeten wetenschappers dat volledige beeld presenteren. Ook klimaatwetenschappers, zoals Richard Alley ruim een jaar geleden in een presentatie op Stanford University betoogde, aan de hand van een ander voorbeeld uit het verkeer. Lees verder

Is de academische wereld het zat?

Er waren de afgelopen weken opvallend veel gevallen waarin vanuit de wetenschappelijke wereld onvoorwaardelijk stelling werd genomen voor de klimaatwetenschap, of voor wetenschappers die het mikpunt waren van de anti-campagne.

De Amerikaanse en Britse Academies van Wetenschappen gaven samen een publicatie uit waarin ze, zoals ze in hun nieuwsbericht zeggen, uitleg geven over het heldere bewijs dat mensen verantwoordelijk zijn voor verandering van het klimaat. De opzet van de uitgave, 20 vragen met antwoorden aangevuld met een beschrijving van de wetenschappelijke basis, maakt volstrekt duidelijk dat de bekende, steeds weer terugkerende argumenten van zelfverklaarde sceptici allang achterhaald zijn door de inzichten van de serieuze wetenschap, voor zover ze al ooit iets met serieuze wetenschap te maken hebben gehad. De twee vooraanstaande academies geven hiermee een duidelijk signaal af, zeker in de Angelsaksische wereld, waar de anti-klimaatwetenschap meer voet aan de grond heeft dan hier, bijvoorbeeld door de steun die men krijgt van de invloedrijke Murdoch-media.

Niet lang daarna kwam de American Association for the Advancement of Science – ze noemen zichzelf ietwat pompeus “the world’s largest non-government general science membership organization” en zijn uitgever van Science – met “What We Know: een rapport dat wordt vergezeld door een uitgebreide website. De AAAS benoemt het grote verschil dat er is tussen de wetenschappelijke kennis en de publieke perceptie, en spreekt in het nieuwsbericht over dit initiatief over uitzonderlijk sterk bewijs dat het klimaat verandert. Men maakt geen geheim van de boodschap die men uit wil dragen. Die bestaat uit drie punten:

  • De klimaatwetenschap is het er over eens: het klimaat verandert hier en nu.
  • We nemen het risico het klimaat in de richting te sturen van plotselinge, onvoorspelbare en mogelijk onomkeerbare veranderingen, met mogelijk zeer schadelijke gevolgen.
  • Hoe eerder we ingrijpen, hoe lager het risico en de kosten. En we kunnen veel doen.

Lees verder

Een rare winter (2)

Een maand geleden schreef ik al een blog met deze titel. Dat was misschien wat voorbarig, omdat de winter toen immers maar net begonnen was. Aan de andere kant heeft de ervaring de laatste – pak ‘m beet – 5 jaar geleerd dat een rare winter, waarin wandelende polaire wervels, een meanderende straalstroom en hardnekkige blokkades de dienst uitmaken, niet zomaar van het ene op het andere moment heel gewoontjes wordt. En dat is dan ook niet gebeurd.

Hier in Nederland viel het wel mee. Daar was het in het grootste deel van de winter gewoon herfst, zoals dat in de meeste jaargetijden het geval is. Het lijkt er weliswaar op dat deze winter als eerste de statistieken in gaat met een Hellman getal van 0, maar daar haal je geen krantenkoppen mee. Aan de andere kant van de Noordzee gebeurde het nieuws. De Britten hebben, in meteorologische termen gezegd, sinds half december een zeer uitzonderlijk aantal diepe depressies over zich heen gekregen. Het gevolg is onder meer een enorme hoeveelheid neerslag in nagenoeg heel Groot-Brittannië, zoals een overzicht van de Met Office laat zien. Met nog een stukje winter te gaan komen de neerslagcijfers voor zowel het hele Verenigd Koninkrijk, als voor elk van de vier landen die er deel van uitmaken, in de buurt van die van de natste winters die sinds 1910 zijn gemeten. Dezelfde Met Office heeft een uitgebreide analyse (met dank aan reageerder Majava) uitgebracht van de stormen en overstromingen deze winter, waarin zowel gevolgen als oorzaken uitgebreid worden behandeld. De BBC had dan weer een serie “before and after” foto’s die een indruk geven van de kracht van de stormen die huishielden aan de kust. Het meest indrukwekkend is wel het verdwijnen van enkele kenmerkende, millennia oude rotsen.

_72125755_porthcothan_swns_976_72131315_pompomnew_976_stuartmorris_edited-1

Lees verder

Tien drogredenen over risico’s

Wij, mensen, blijken niet zo goed te zijn in het afwegen van risico’s. Dat is ook wel te begrijpen als je naar de gangbare definitie van het begrip risico kijkt:

Risico = Kans * Effect

Waar we ons, al dan niet met wat moeite, meestal nog wel wat voor kunnen stellen bij de beide elementen “Kans” en “Effect”, wordt de combinatie van die twee behoorlijk abstract. Het lijkt er vaak op dat we de neiging hebben om ons, bij het afwegen van risico’s, op één van de twee elementen te concentreren en het andere uit het oog te verliezen. De afbeelding hieronder laat zien hoe onze beoordeling van risico’s af kan wijken van de werkelijke omvang.

risk_perception_and_actual_hazards_onwhite[1]

De definitie hierboven zou de indruk kunnen wekken dat risico’s altijd kwantificeerbaar zijn. De praktijk is weerbarstiger. Het kan soms al een hele klus zijn om helder te maken wat het “Effect” precies is, en om een kwantificeerbare grootheid te vinden om dat effect in uit te drukken. Effecten kunnen variëren van financiële of economische schade tot aantasting van natuurwaarden, van gevoelens van onbehagen tot doden en gewonden. Hoe we een risico beoordelen hangt natuurlijk in sterke mate samen met het type effect dat op kan treden.

Een extra complicatie is het feit dat het begrip “Risico” zich vaak bevindt op het grensvlak van wetenschap en politiek, van logisch redeneren en subjectief beoordelen. Hoezeer je ook kunt proberen risico’s op objectieve criteria af te wegen, uiteindelijk draait het toch om de vraag: wat vinden we acceptabel en wat niet? Een volledig objectief antwoord op die vraag bestaat niet.

In een dergelijk mijnenveld voor de logica kunnen allerlei drogredenen de kop opsteken. Judith Curry haalde op haar blog het artikel “Fallacies of Risk” van Sven Ove Hansson uit 2009 aan, en probeerde dit te vertalen naar de klimaatdiscussie. Hansson richt zich in zijn artikel vooral op risico’s van (nieuwe) technologie, en dan met name die met een kleine kans en grote gevolgen. Vanuit die benadering is niet alles één op één naar het klimaatdebat te vertalen, en die hindernis lijkt te groot voor Curry. Bij deze een poging om het beter te doen.

Lees verder

Reacties op Pascal Bruckner

Hieronder twee reacties op het interview met Pascal Bruckner in Trouw van afgelopen zaterdag.

Eerst een gastbijdrage van Michel van Delft.

De Franse denker Pascal Bruckner vindt dat we het advies van het IPCC moeten opvolgen en werken aan het decarboniseren van onze economieën (Trouw, 19 oktober). Hij heeft gelijk maar komt wat wonderlijk tot deze conclusie.

Bruckner kent zijn natuurwetten als hij zegt dat opwarming een feit is, dat de oceanen tijdelijk verkoelen en dat de zeespiegel en temperatuur meer zullen stijgen dan gedacht. De wetenschap is zelfs verder dan hij beseft. De extra broeikasgassen komen echt van ons af. Dat leidt tot opwarming en extremer weer. Om maar een voorbeeld te noemen.

In het interview gebruikt Bruckner het wereldbeeld van de Kerk, de Communisten, de Bankier en het Kwaad. En de Groenen die overal tegen zijn. We zien het vast allemaal terug in het zelfportret waar hij aan werkt. Hopelijk gaat hij dan ook in op een paar vragen, die hij oproept.

Want waarom beperkt hij onze verantwoordelijkheid tot onze kleinkinderen en niet bijvoorbeeld hun kinderen? Over honderd jaar zijn we allemaal dood, stelt hij terecht, maar is dat dan het moment voor le déluge? En waarom gaat Bruckner in op de kans dat het meevalt, zonder aan de kans te denken dat het tegenvalt? En misschien een typisch Nederlandse vraag, maar bij de Deltawerken hanteren we een kans dat het mis gaat van 1 op de 10.000 jaar. Waarom ligt de lat als het om klimaat gaat op fifty-fifty?

Stuk voor stuk vragen waar een denker zijn tanden in kan zetten.


Dit opiniestuk van Ben Lankamp, meteoroloog bij Weerplaza, verscheen vandaag in Trouw.

De Franse filosoof Pascal Bruckner spreekt zich uit over klimaat en klimaatverandering, in Trouw van zaterdag 19 oktober. Daarbij laat hij echter flinke steken vallen, die zijn verdere betoog tamelijk ongeloofwaardig maken.

Hij denkt dat voorspellingen die worden gedaan door de klimaatwetenschap, mede op basis van modellen, erg onzeker zijn. Dat vindt hij een brevet van onvermogen van klimatologen: van een voorspelling zou zo eigenlijk helemaal geen sprake zijn. Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (5)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

5. 3x meer CO2 in de lucht is optimaal voor vergroening en meer landbouwopbrengst en biodiversiteit

devil and angel

Geen van beide plaatjes is de structuurformule van CO2

Planten hebben water nodig, Maar wie, zoals ik, niet zulke groene vingers heeft, weet dat veel planten eerder doodgaan van teveel water dan van te weinig. In de natuur bestaan er geen stoffen die alleen maar goed zijn; alles draait er altijd weer om evenwicht. Als we iets weten over het milieu, dan is het wel dat grote veranderingen in onze leefomgeving altijd onverwachte gevolgen hebben, en dat die gevolgen zelden alleen maar gunstig zijn. Heel logisch ook: in millennia van evolutie hebben zich ecosystemen ontwikkeld die optimaal functioneren in de situatie zoals die nu is, en niet in een situatie met drie keer zo veel CO2.

Eigenlijk geef ik dit punt nog te veel eer door er serieus op in te gaan. We hadden het toch over het klimaat? Al zou meer CO2 op zich goed zijn voor landbouw en biodiversiteit, dan zegt dat nog helemaal niets over de invloed op het klimaat. Laten we het er maar op houden dat dit punt afkomstig is uit Amerikaanse conservatieve kringen, waar de klimaatscepsis welig tiert. Daar deelt men de wereld graag volgens eenvoudige scheidslijnen in in good guys en bad guys. Sommigen gaan blijkbaar nog wat verder; die menen dat je ook heel simpel van good gases en bad gases kunt spreken.  Alsof alle chemische verbindingen ooit een keuze hebben moeten maken op deze T-splitsing.

good-bad-street-sign

Daar hebben we dit punt wel mee gehad. Het mag ook wel eens een kort stukje zijn…

Toch nog maar wat links met wat meer informatie

  1. The “CO2 is Plant Food” Crock van Peter Sinclair
  2. Skeptical Science

Eerdere delen van deze serie:

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (4)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen”

De zon en de oceanen spelen onmiskenbaar een hele grote rol in het klimaat. Ze hebben veel meer invloed dan CO2. Ik denk niet dar er ooit één serieus wetenschappelijk artikel is verschenen dat beweert dat het anders is. Als je er zo naar kijkt klopt deze stelling. Het is daarmee een mooi voorbeeld van een halve waarheid, die prima zou passen in het stuk dat Bart Verheggen ooit over dit onderwerp schreef. De suggestie die gewekt wordt: de factoren die een grote rol spelen in het klimaat op zich, moeten ook hun stempel drukken op de opwarming die we sinds ruim dertig jaar zien.

Met dat door elkaar halen van het klimaat in het algemeen enerzijds en de recente opwarming anderzijds komen we bij een grote denkfout die veel klimaatsceptici maken: dat klimaatwetenschap eigenlijk klimaatveranderingswetenschap is; dat de wetenschappers alleen maar bezig zijn met die afgelopen 30 jaar. Niets is minder waar. Klimatologen proberen de werking van het hele klimaatsysteem te begrijpen. Dat begint bij de vraag: waarom is het klimaat zo als het is? Naarmate je dat beter begrijpt, begrijp je de veranderingen ook beter. Aan de andere kant kunnen veranderingen ook helpen om meer inzicht in het systeem te krijgen.

ipcc_ar4_wg1_ch1_fig_1_2_big

Schets van de ontwikkeling van de klimaatwetenschap sinds mid jaren ’70. FAR, SAR, TAR en AR4 staan voor de jaren waarin IPCC rapporten verschenen, achtereenvolgens 1990, 1995, 2001 en 2007

Lees verder