Categorie archief: IPCC

Technocentrisme bij het IPCC

Vanuit de wetenschappelijke wereld komt er de laatste tijd regelmatig kritiek op IPCC-rapporten. Die kritiek heeft geen betrekking op de bevindingen van werkgroep I, die de natuurwetenschappelijke stand van zaken beschrijft. Het gaat over de andere twee werkgroepen die, zou je kunnen zeggen, die natuurwetenschap vertalen naar maatschappelijke kwesties en mogelijke keuzes die de politiek kan maken. Vaak wordt daarbij aangetekend dat het probleem niet zozeer bij het IPCC zelf ligt, maar meer in de onderliggende wetenschap waarover het IPCC rapporteert. Die wordt gedomineerd door onderzoek uit de rijke, geïndustrialiseerde wereld, waardoor andere perspectieven onderbelicht blijven. Dat leidt bijvoorbeeld tot eenzijdige, voor het mondiale zuiden oneerlijke sociaaleconomische scenario’s.

De Franse wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz ging onlangs, in een uitgebreid artikel, in op een ander aspect van die scenario’s. Die verwachten teveel van technologische oplossingen voor het verminderen van de CO₂-uitstoot, het onderwerp waar Werkgroep III van het IPCC zich mee bezighoudt. Volgens Fressoz gaat dat techno-optimisme terug tot de tijd voor de oprichting van het IPCC. In mijn eigen speurtocht in de geschiedenis viel het me op dat in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog technologie bijna als vanzelfsprekende oplossing voor allerlei problemen werd gezien. Het was zelfs een van de redenen voor de Amerikaanse overheid (en ook die van de Sovjet-Unie) om klimaatonderzoek te financieren. Ze hoopten technologie te kunnen ontwikkelen om weer en klimaat doelgericht te kunnen manipuleren, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw of als oorlogswapen.

Fressoz begint zijn geschiedschrijving wat later, bij de oliecrisis van de jaren ‘70. Het optimisme was toen wel wat getemperd, maar nog niet verdwenen, zo laat Fressoz zien. Hij plaatst er zelf wel een disclaimer bij. Geschiedschrijving betekent per definitie dat er selectie wordt gemaakt uit gebeurtenissen die meer of minder worden belicht. Een andere selectie zou tot een ander verhaal kunnen leiden. Maar alternatieve verhalen zouden wel veel korter zijn, meent Fressoz:

Alternative histories are conceivable. One could, for instance, imagine an article detailing the IPCC’s distrust of technology and its advocacy for degrowth—but such a piece would likely be rather short.

Lees verder

Ook 2024 is recordwarm. Is 1,5°C nog in leven?

2024 gaat vrijwel zeker als warmste jaar sinds de metingen de boeken in, aldus klimaatdiensten Copernicus en het WMO. 2023 was al ongekend warm, onder meer door El Niño en, zo blijkt nu, een afname in bewolking. Dit jaar verdween El Niño weer, en onder meer daardoor ‘voorspelde’ ik begin dit jaar dat 2024 waarschijnlijk niet warmer zou uitpakken dan 2023, of in elk geval niet zo veel warmer. Helaas heb ik ongelijk gekregen. Waar 2023 net onder de 1,5°C uitkwam, zal 2024 waarschijnlijk zo’n 1,55 – 1,6°C warmer zijn dan het einde van de 19e eeuw. Is nu het doel uit het Parijsakkoord gepasseerd? Nee. Nog niet. Maar het begint wel behoorlijk uit zicht te raken. We zitten er namelijk al wel heel erg dicht ook, zo schrijft ook het KNMI. We gaan er in deze blog wat verder op in.    

Nee, de 1,5°C van ‘Parijs’ is nog niet gepasseerd

Verschillende media schrijven nu dat het 1,5C doel ‘dood’ zou zijn, of in elk geval dat we dat station gepasseerd zijn. Als de jaarlijks gemiddelde temperatuur die 1,5°C opwarming heeft overschreden, waarom doen we op klimaatconferenties dan alsof dat nog een haalbaar doel is? Dat komt omdat de doelstellingen in het Parijsakkoord slaan op een langjarige gemiddelde temperatuur van de aarde. Met andere woorden, de ene anderhalve graad is de andere niet, zo schreef Hans twee jaar terug ook al. Als we spreken over een gemiddeld klimaat, dan praten we meestal over 10, 20, of 30-jarige gemiddeldes. Dat we in 2024 een gemiddelde temperatuur van meer dan 1,5°C boven het pre-industriële tijdperk registeren, betekent daarmee dus niet dat de doelen uit het Parijsakkoord uit zicht zijn. De langjarig gemiddelde ‘Global Warming Index’ staat nu op +1,31°C, de WMO registreert een opwarming van +1,30°C, en volgens Copernicus zitten we zelfs al op +1,36°C. Op basis van de opwarmingstrend in de afgelopen jaren schat Copernicus dat we rond 2030 de 1,5°C ‘echt’ passeren.

grafiek van de oplopende gemiddelde wereldtemperatuur vanaf 1970 tot nu, met een lineaire trendlijn door de afgelopen 30 jaar die de 1,5C rond 2030 doorkruist.
De gemiddelde wereldtemperatuur van de afgelopen decennia, plus een lineaire trendlijn over de afgelopen dertig jaar. Het moment dat de 1,5°C wordt overschreden, is aangegeven (juni 2030). Bron  

Dat is dus waarom beleidsmakers het nog over 1,5°C hebben als een doel dat in feite nog niet overschreden is. In theorie is het namelijk nog mogelijk om de opwarming van de aarde onder die 1,5°C te houden. Maar in de praktijk zijn er, denk ik, weinig redenen om aan te nemen dat dat echt nog gaat lukken.

Lees verder

Een voorstel voor nieuwe scenario’s voor de komende IPCC-cyclus

Schetsmatige impressie van de voorgestelde scenario’s. Bron: Meinshausen et al.

Onlangs verscheen een artikel met voorstellen voor nieuwe scenario’s ten behoeve van het volgende IPCC Assessment Report (AR7). Het is in feite een verslag van een workshop die plaatsvond in april 2023 met als onderwerp: ‘Use of Scenarios in AR6 and Subsequent Assessments’. Er staan interessante voorstellen in het artikel, maar er zijn ook wel wat punten die in mijn ogen ontbreken, terwijl die ook aandacht hadden verdiend.

Met het oog op de kritiek dat eerdere scenario’s onvoldoende rekening hielden met rechtvaardigheid, waar Arthur afgelopen april over schreef, heb ik eerst maar eens naar de auteurslijst van nieuwe voorstel gekeken. Het goede nieuws is dat alle continenten (behalve Antarctica, natuurlijk) vertegenwoordigd zijn. Maar heel evenwichtig is de verdeling van auteurs over de wereld allerminst. Het lijkt erop dat scenario-ontwikkeling vooral een West-Europese aangelegenheid is. Een behoorlijke meerderheid van de 41 auteurs is daar werkzaam. Verder doen er ook aardig wat Australiërs mee. Ook best opvallend dat de VS maar matig vertegenwoordigd is met 2 auteurs, hoewel dat land zo’n belangrijke speler is in de wereld van de klimaatwetenschap. China, een andere belangrijke speler, ontbreekt helemaal.

Hoewel ongelijkheid meermaals als aandachtspunt wordt genoemd in het artikel, is er weinig concreets over terug te vinden in de voorstellen. Het zou kunnen zijn dat het abstractieniveau van die voorstellen te hoog is, en dat aandacht voor ongelijkheid dus vooral relevant is bij de verdere uitwerking ervan. Toch had dat dan wel wat explicieter benoemd mogen worden, lijkt me.

Lees verder

De scenario’s van het IPCC zijn niet eerlijk (en hoe nu verder?)

Een nieuwe studie stelt dat de huidige scenario’s van klimaatmitigatie die in het IPCC worden gebruikt te weinig rekening houden met rechtvaardigheid. Het rechtvaardigheidsbeginsel is één van de principes van het Parijsakkoord, maar als de toekomst zich precies volgens die scenario’s zou ontwikkelen, zouden bestaande ongelijkheden groter worden. Bovendien dragen ontwikkelingslanden een te zware mitigatielast in vergelijking met ontwikkelde landen. Hoe nu verder? Kunnen we rechtvaardigheid überhaupt wel goed in de (economische) modellen meenemen? In een andere studie doen de auteurs alvast een opzet. De Parijsdoelen halen op een rechtvaardige manier kan wel, maar het vereist wel een veel grotere inspanning van landen in het mondiale Noorden.

Rechtvaardigheid als grondbeginsel van het Parijsakkoord

De conclusies in het IPCC AR6 over hoe de wereld klimaatverandering tot 1,5°C of 2°C opwarming kan beperken, leunen erg sterk op scenario’s (ook wel: ‘global modelled mitigation pathways’) die gebruik maken van Integrated Assessment Models (IAMs). Dat zijn eigenlijk modellen die de benodigde sociaal-economische verandering simuleren als we ons committeren aan de doelen uit het Parijsakkoord.

De historische en huidige bijdragen aan klimaatverandering zijn behoorlijk oneerlijk verdeeld. Sommige landen en regio’s stoten al decennia grote hoeveelheid broeikasgassen uit, terwijl andere landen eigenlijk maar een klein aandeel hebben in de huidige klimaatcrisis. Naast die ongelijkheid in verantwoordelijkheid, zijn er tussen regio’s ook grote ongelijkheden in termen van, bijvoorbeeld, inkomen en energieverbruik. Dat is weer relevant als we kijken naar socio-economische mitigatieroutes. Die ongelijkheden worden ook onderschreven in het Parijsakkoord, en zelfs in de grondbeginselen van het UNFCCC: de principes van ‘equity’ en ‘common but differentiated responsibilities and respective capabilities’. Ook wordt er expliciet benoemd dat ontwikkelingslanden niet een disproportionele last moeten dragen. Maar in hoeverre komen deze principes van rechtvaardigheid eigenlijk terug in de scenario’s?

De eerste twee grondbeginselen van het UNFCCC, bij de oprichting in 1992. Bron
Lees verder

De COP28 eindtekst: gezien de fossiele lobby een succes

Er is een akkoord op de COP28. De laatste versie van de slottekst op de COP28 gaat íets verder dan voorlopige versie die een paar dagen eerder werd gepubliceerd. Daar kwam kritiek op, omdat het uitfaseren van fossiele brandstoffen niet werd genoemd. De nieuwe tekst spreekt overigens nog steeds niet over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, maar is wel explicieter over het afbouwen ervan, en de voorgestelde klimaatacties worden nu gebracht als oproep in plaats van een wensenlijstje. Het kan als een succes worden gezien dat er eindelijk in een COP-eindtekst wordt gesproken over het afbouwen van fossiele brandstoffen. Maar het opgeluchte gevoel dat er nu heerst, hangt ongetwijfeld ook samen met de vooruitgang ten opzichte van de voorgestelde eindtekst van 11 december, waar de invloed van de fossiele lobby duidelijk in terug te vinden was. En die fossiele lobby bleek met duizenden aanwezig.

Weinig concreet in de slottekst

De eindtekst, aangenomen op woensdag 13 december, is 24 pagina’s lang en bevat veel verschillende statements. Een van de belangrijkste punten is een uitgewerkt lijstje van klimaatacties waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen en de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten worden beperkt. Waar dit in een eerdere versie van 11 december nog als een soort wensenlijstje werd gepresenteerd (“… calls upon Parties to take actions that could include…”) wordt er in de uiteindelijke versie wel iets explicietere oproep gedaan aan alle landen om bij te dragen (“… calls on Parties to contribute to the following global efforts…”). Eén van de belangrijkste oproepen is om weg te bewegen van fossiele brandstoffen (“transitioning away from fossil fuels in energy systems…”), alhoewel het taalgebruik ruimte voor interpretatie overlaat, en die ambiguïteit is waarschijnlijk opzettelijk. In de eerdere versie werd overigens nog enkel gesproken over een reductie (‘reducing’in plaats van ‘transitioning away’) en wat dat betreft wordt de uiteindelijke versie als een opluchting gezien.

Screenshot van het lijstje klimaatacties dat de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten beperken, volgens de eindtekst van de COP28, aangenomen door alle 198 ‘parties’.

Die bewoordingen zijn dus zeker wel een vooruitgang. Maar de doelen blijven enkel een oproep en zijn nog steeds niet bindend (dat zijn de COP-afspraken eigenlijk nooit), én er is geen duidelijke route uitgestippeld voor de transitie. En die route van het afbouwen van fossiel, en daarmee de broeikasgasemissies, is uiteindelijk wat de opwarming bepaalt, en niet enkel een doel in 2050.

Lees verder

Nog 6 jaar uitstoten en 1,5°C wordt (waarschijnlijk) bereikt

Een nieuwe studie in Nature bekijkt de hoeveelheid koolstof die we nog kunnen uitstoten als we een kans willen hebben om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken. Met huidige, mondiale, emissies hebben we nog zo’n 6 jaar totdat die hoeveelheid koolstof op is. In dat geval wordt het wel erg waarschijnlijk dat de opwarming de 1,5°C aantikt. Maar hoe sneller we emissies reduceren, hoe langer we onszelf nog geven om de doelen uit het Parijsakkoord te halen.

Nieuwe schattingen, geen meevallers

Het onderzoek, gepubliceerd in Nature Climate Change, maakt een schatting van het resterende koolstofbudget, de netto hoeveel CO2 die de mens nog kan (of mag) uitstoten zonder een bepaalde grens aan opwarming te passeren. In het Parijsakkoord heeft de wereldpolitiek afgesproken om de opwarming van de aarde “ruim onder 2°C” te houden en “zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C” boven het pre-industriële niveau. Als we ons aan deze doelen committeren, hoeveel CO2 kunnen we dan nog uitstoten?

Figuur uit Forster et al. waarin de opwarming van de aarde en het koolstofbudget voor 1,5°C zijn geüpdate met nieuwe waardes, een jaar na het verschijnen van IPCC AR6 WGI.
Lees verder

De pogingen van ExxonMobil om het IPCC te beïnvloeden

In een bijzondere rechtszaak in de VS worden vijf grote fossiele bedrijven, waaronder ExxonMobil en Shell, aangeklaagd vanwege hun manipulaties en misleidingen over klimaatverandering. Bijzonder, omdat het niet een organisatie zoals Milieudefensie is die de aanklacht doet, maar de Amerikaanse staat Californië.

De openbaar aanklager stelt dat het publiek en de politiek bewust is misleid door de oliebedrijven. Dat is zonder meer waar, want onder meer Shell en Exxon weten al sinds de jaren ‘70 dat hun activiteiten significant bijdragen aan de opwarming van de aarde, én het is bekend dat ze daarna vol hebben ingezet op het verdedigen van hun bedrijfsvoering en het verspreiden van desinformatie over klimaatverandering. Een recente studie liet zien dat Exxon’s eigen klimaatprojecties van eind jaren zeventig zelfs net zo accuraat waren als de projecties vanuit de wetenschap en overheden waar ze zelf twijfel over zaaiden!

Figuren uit drie verschillende onderzoeken van Exxon met temperatuur (A, B, C) en CO2 (A) projecties. In rood en blauw de daadwerkelijke temperatuur en CO2-uitstoot. Uit Supran et al. (2023), Science.

Een dolk in de rug van een oude vriend?

Over deze rechtszaak kunnen we een blog op zich schrijven. Maar er is nog een andere interessante ontwikkeling. The Wall Street Journal (WSJ) publiceerde onlangs een lang onderzoeksartikel, op basis van niet eerder vrijgekomen documenten, over hoe ExxonMobil in elk geval vanaf de jaren ’70 tot 2015 actief probeerde de klimaatwetenschap te ondermijnen.

Lees verder

Wetenschap en Beleid in onzekere tijden

Vooraf

In mijn lange loopbaan als toegepast wetenschapper in het veld van milieu-, klimaat- en duurzaamheids-onderzoek (1979-2013, zie hier) heb ik de interactie tussen wetenschappers enerzijds en beleidsvormers, politici en belangenbehartigers anderzijds kunnen waarnemen. Die interactie lijkt voor veel mensen vaak op zijn zachtst gezegd nogal verwarrend. Hieronder reflecteer ik op de mogelijke misverstanden die ontstaan doordat deze verschillende actoren ook heel verschillend tegen de beschikbare wetenschappelijke kennis kunnen aankijken, afhankelijk van de rol en positie die zij ten opzichte van het probleem innemen.

Er zijn drie duidelijk verschillende perspectieven te onderscheiden:

  • de wetenschapper op zoek naar waarheid,
  • de beleidsmaker op zoek naar overeenstemming en
  • de belangenbehartiger op zoek naar overtuiging.
Drie perspectieven op kwaliteit van wetenschappelijke kennis
Lees verder

Krijgen we echt een groenere wereld met meer CO₂? 

Het is – nog steeds! – een veelgehoorde opmerking als je het hebt over klimaatverandering: “Van al die extra CO2 gaan de planten lekker groeien! We krijgen juist meer bossen, en betere landbouwopbrengsten!”. En zo vreemd is die gedachtegang niet. Tuinders voegen CO2 toe aan de lucht in hun kassen om de plantengroei en oogst te stimuleren, en in Earth System Models zorgt dit “CO2-bemestings effect” voor een negatieve terugkoppeling op atmosferische CO2 concentraties: meer plantengroei betekent immers ook meer opname van CO2 door de vegetatie. Deze extra groei zou wereldwijd de hoeveelheid stikstof die in de bodem beschikbaar is voor plantengroei doen dalen, zoveel zelfs dat de auteurs van een recent artikel – bizar genoeg – suggereerden dat we misschien onze natuurlijke ecosystemen moeten gaan bemesten. 

Natuurlijk eikenbos in het noorden van Engeland. Foto: Franciska de Vries.

Dat de wereld groener wordt is een feit. Maar in 2016 schreef Hans Custers al op deze blog dat we nog niet zoveel van de onderliggende mechanismen en de persistentie van dit effect begrepen, en dat hoewel het wel altijd als iets positiefs wordt gebracht, dit CO2-bemestings effect niet persé positief is. In 2018 schreef Hans dat deze wereldwijde vergroening niet alléén door meer CO2 in de atmosfeer wordt veroorzaakt, maar ook door hogere temperaturen, uitbreiding van het landbouwareaal, stikstofdepositie, en verandering in neerslag. 

Bovendien hoeft die extra plantengroei niet noodzakelijkerwijs te resulteren in meer langdurige CO2-opslag in planten en bodem. Een voorbeeld van beide zaken – meer groei is niet persé positief, én kan door andere factoren veroorzaakt worden – is “Arctic greening”, Arctische vergroening. De Arctische toendra is een van de snelst opwarmende gebieden op aarde, en deze toenemende temperaturen zorgen voor meer groei en een toename in struikvormige vegetatie. Maar deze hogere temperaturen zorgen ook voor dooi van de permafrost, waardoor de bodem juist CO2 en methaan (CH4) verliest. 

Het CO2-bemestings effect ligt dus duidelijk gecompliceerder dan simpelweg meer groei door meer CO2, en ook het effect van die extra groei op de CO2-opname van het ecosysteem is nog onduidelijk. De CO2-terugkoppeling in Earth System Models is gebaseerd op korte termijn experimenten, maar er is toenemend bewijs dat het CO2-bemestings effect minder permanent is dan gedacht, en bovendien afhankelijk van veel andere factoren, die helder op een rij worden gezet in een artikel door Maschler et al. dat net uit is gekomen. Dat is ook wel logisch, want voor plantengroei spelen veel meer factoren een rol dan CO2

Lees verder

IPCC rapport: 1,5 graden raakt uit zicht, tenzij de uitstoot snel en fors omlaag wordt gebracht

Het zal u niet ontgaan zijn: recent zijn deel 2 en deel 3 uitgekomen van het zesde assessment rapport van het IPCC. In Augustus kwam het rapport van werkgroep 1 uit, over de natuurwetenschappelijke basis van hoe en waarom het klimaat verandert. Eerder dit jaar volgde dat van werkgroep 2 over de gevolgen van en aanpassing aan klimaatverandering. En vorige week het rapport van werkgroep 3 over mitigatie, oftewel emissiereductie. Op dit blog schrijven wij voornamelijk over “werkgroep 1” onderwerpen, maar dat maakt de andere twee rapporten niet minder interessant natuurlijk.

Het PBL geeft een informatieve samenvatting van het meest recente rapport over mitigatie:

Het doel van het klimaatakkoord van Parijs – het streven om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden – raakt buiten zicht, tenzij landen gezamenlijk meer ambitie tonen en onmiddellijk in actie komen. Een dergelijke versnelling en versterking van beleidsmaatregelen is nog mogelijk – maar vereist een verregaande transformatie van de systemen die ten grondslag liggen aan onze economie, zoals energie, industrie, transport en landbouw.

Ondanks een afname van de energie-intensiteit (de uitstoot per verdiende euro) en een koolstofarmere energieproductie (de uitstoot per geproduceerde energie-eenheid), zorgde de groei van industrie, transport, energieproductie, landbouw en de gebouwde omgeving voor een stijgende uitstoot.

Om de mondiaal gemiddelde temperatuur te stabiliseren moet de netto CO2 uitstoot naar nul. De oceaan en biosfeer nemen dan nog steeds CO2 op, dus de concentratie in de lucht zal dan langzaam beginnen af te nemen. De oceaan reageert echter traag op de veranderende energiebalans van de planeet en dat zorgt voor een na-ijl effect. Deze twee effecten (afnemende CO2 concentratie en nog opwarmende oceanen) heffen elkaar min of meer op in de eerste eeuwen nadat “net zero” bereikt is. Pas dan zal de temperatuur heel langzaam dalen, of eerder als we netto CO2 onttrekken aan de atmosfeer (negatieve emissies of CO2-verwijdering genoemd).

Maar is er dan geen “opwarming in de pijplijn”? Die is er wel als we -hypothetisch- de concentraties van broeikasgassen en aerosolen zouden stabiliseren op het huidige niveau, de zogenaamde constant concentration commitment. Dan zorgen de nog immer opwarmende oceanen voor verder opwarming van pak ‘m beet een halve graad. Maar dat is dus niet het geval bij de zero emissions commitment. Zie CarbonBrief voor een uitgebreide uitleg.

Uit de Technical Summary van het IPCC Rapport (WG3):

Reaching net zero CO2 emissions globally along with reductions in other GHG emissions is necessary to halt global warming at any level. At the point of net zero, the amount of CO2 human activity is putting into the atmosphere equals the amount of CO2 human activity is removing from the atmosphere.  Reaching and sustaining net zero CO2 emissions globally would stabilise CO2-induced warming.

Lees verder