Categorie archief: Communicatie

Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Naar aanleiding van de interessante bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap ga ik hier nog even in op de diverse parallellen en (schijnbare) tegenstellingen die naar boven kwamen drijven.

Cees van Woerkum: Moderne vs traditionele communicatie

Cees van Woerkum gaf aan dat het traditionele communicatiemodel van een ‘zender’ en een ‘ontvanger’ van communicatie niet langer geldig is (als het al ooit geldig is geweest). De hedendaagse communicatie kenmerkt zich door een veel actievere rol van het publiek bij het selecteren welke informatie zij tot zich neemt. Ook is er geen sprake van een inerte ‘boodschap’ die een bepaalde route aflegt. De betekenis van het gecommuniceerde wordt geconstrueerd in een sociale context; het is een actief proces.

Aan de hand van voorbeelden zoals biotechnologie, koolstofopslag en vaccinaties illustreerde hij dat wetenschapscommunicatie moet leren om de zorgen van verontruste burgers serieus te nemen: Iemand uitlachen die biotechnologie “onnatuurlijk” noemt, zal diens zorgen niet ineens wegnemen of hem op andere gedachten brengen. Zorgen over bijwerkingen van vaccinaties neerzetten als “gevaarlijke onzin” werkt waarschijnlijk ook niet; zeker niet als die zorgen al in belangrijke mate zijn verankerd door sociale constructie. Als je zegt dat de kans op een grootschalig CO2 lek maar heel klein is, krijg je als weerwoord “maar het is dus niet onmogelijk?!” Als mogelijke uitweg gaf hij aan om door te vragen wat er achter de zorgen schuilgaat: “Waarom vindt U dat onnatuurlijk”?

Jona Lendering: Een ander wetenschapsgebied dat te kampen heeft met desinformatie op grote schaal

De presentatie van Jona Lendering was vooral een feest van herkenning, maar dan bezien vanuit een voor mij grotendeels onbekend vakgebied. Hij vertelde hoe de Iranologie wordt aangevallen door “anti-wetenschappelijke geluiden”, die vooral lijken te komen van Iraanse ballingen die trouw zijn aan de Shah. Het oude Perzië wordt door hen voorgesteld als de bakermat van de moderne beschaving, iets dat volgens Lendering wetenschappelijke gezien onzin is.

Aangezien het wetenschappelijk establishment zich niet of nauwelijks in de publieke discussie op internet mengt, krijgen deze anti-wetenschappelijke geluiden steeds meer invloed op de publieke opinie: De wetenschap faalt in haar (vaak verwaarloosde) taak om het publiek te informeren. Het gevolg is: “bad information drives out good information”. Ook hekelde hij de “intense haat” waarmee de “aanvalsmachines” de wetenschap bestoken. Het was alsof ik naar een klimaatwetenschapper zoals Kevin Trenberth aan het luisteren was; de dynamiek tussen een sceptisch-cynisch deelpubliek en de gevestigde wetenschap was precies eender. Ook gaf hij een voorbeeld van hoe een blogger fouten bij een onderzoeksinstituut herkende en aanstipte (om aan te geven dat blogs niet alleen maar een vehikel voor “desinformatie” zijn).

Bart Verheggen: Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Ik had het daarna vooral over de dynamiek van de blog discussies en over de dilemma’s waarmee je te maken krijgt als je probeert wetenschappelijke inzichten over de brede bühne te brengen (presentatie slides zijn hier na te lezen). Daarbij greep ik geregeld terug op hetgeen door mijn voorgangers was verteld; er waren vele relevante dwarsstraatjes op te noemen. De dilemma’s die ik noemde zaten vooral op het vlak van de begrijpelijkheid tegenover de volledigheid. Zo wordt onzekerheid vaak anders geïnterpreteerd door het brede publiek dan door wetenschappers (zoals ook duidelijk wordt in het voorbeeld van van Woerkum over het ontsnappende CO2).

Cees van Woerkum gaf impliciet ook een ander dilemma aan (de laatstgenoemde in lijstje hierboven; nadien toegevoegd): Als wetenschapper kun je je niet zo eenvoudig meer beroepen op “luister maar naar mij, ik vertel wel hoe het zit” en moet je de zorgen van het publiek serieus nemen. Maar wat doe je als wetenschapper als de zorgen niet direct geuit worden, maar verkapt worden in wetenschappelijk klinkende (maar onjuiste of soms zelfs onzinnige) argumenten? “klimaatverandering komt door de zon” of “Iran is de bakermat vd westerse beschaving” of “van vaccinaties krijg je autisme”? De onderliggende reden voor dergelijke wetenschapsscepsis wordt vaak verbloemd. Je wordt als wetenschapper dus in een quasi-wetenschappelijk argument gezogen. Hoe anders kun je dan reageren dan te zeggen: “nee, zo zit het niet. Het zit zo, om deze en deze redenen”. Een dergelijke reactie wordt dan weer weggezet als “onterechte superioriteit van de wetenschap” (zie bijv het verslag van klimaatscepticus Theo Wolters over deze meeting ) Is “uitleggen hoe het volgens de wetenschap waarschijnlijk zit” een heilloze strategie? Hierover discussieerden Theo en ik op mijn blog nog verder. Jona Lendering deed ook nog een duit in het zakje op zijn blog.

In lijn met van Woerkum denk ik dat het vooral belangrijk is om in te gaan op de achterliggende ongenoegen over de klimaatwetenschap: We zouden tot de kern moeten doordringen van waarom we het zo oneens zijn over klimaatverandering (bijvoorbeeld door verschillen in wereldbeeld of risicobeleving) en het daarover hebben. Discussies over temperatuurreconstructies en feedbacks zijn heel interessant, maar raken niet aan de crux van waarom er zo’n heftig en gepolitiseerd publiek debat plaatsvindt over klimaatverandering. Per slot van rekening hebben we geen verhitte publieke discussies over het paringsgedrag van fruitvliegjes.

Presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek

Vanmiddag was er een bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap, georganiseerd door de Vereniging Wetenschapsjournalisten Nederland (VWN) en het Platform WetenschapsCommunicatie (PWC).

Ik gaf er een presentatie over klimaatwetenschap, bloggen en interactie met een sceptisch publiek (presentatie slides zijn hier). Daarnaast waren er presentaties van Cees van Woerkum (bij wie ik 19 jaar geleden college voorlichtingskunde heb gevolgd; fantastisch college gaf hij ook hier weer, o.a. over hoe de vrager van informatie nu de sturende rol heeft en hoe de wetenschap zich niet langer op autoriteit kan beroepen), Jona Lendering (over hoe de Iranologie wordt bestookt met allerlei anti-wetenschappelijke en haatdragende nonsens; klimaatwetenschap is blijkbaar geen uitzondering, presentatie hier) en Hans Laroes (voormalig hoofdredacteur NOS. Media moeten meegaan met de veranderde tijden, interactie is veel belangrijker geworden). Martijn van Calmthout leidde de discussie d.m.v. prikkelende vragen.

Ik kom nog op deze meeting terug; er was veel stof tot nadenken! Leuk om een aantal mensen te ontmoeten die ik virtueel al “kende” maar fysiek nog niet (o.a. Martijn van Calmthout, Elmar Veerman, Pieter Zijlstra). Op twitter was het eventjes trending topic (#vwnpwc), dus daar zijn aardig wat reacties en impressies te lezen.

Achtergrond bij de verschillende thema’s die ik behandelde:

De waarheid ligt niet per se in het midden

Gaat de opwarming nog door of is deze gestopt?

Reflectie op de klimaatdiscussie (deel I en deel II).

It’s what we know that’s most important (also about the mixed meaning of uncertainty)

Our beliefs can dictate the facts we chose to accept

Kritisch denken over klimaatverandering (gastblog)

Hoe bepaal je de betrouwbaarheid van (klimaat) informatie?

Wetenschapsjournalistiek: Partij kiezen of ‘false balance’? deel 1: Pluto

Een opvallend bericht in het wetenschapskatern van de volkskrant (27 aug, door Govert Schilling):

Pluto is echt geen planeet. Punt.

Wel! 

Nee, het gaat niet over klimaatverandering. Maar het laat wel een heel ander type journalistiek zien dan we gewend zijn: 

Op 24 augustus was het vijf jaar geleden dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) Pluto degradeerde tot dwergplaneet.

Veel conservatieve planeetonderzoekers hebben daar tot op de dag van vandaag moeite mee. Met ondeugdelijke argumenten proberen ze het publiek ervan te overtuigen dat Pluto ‘gerehabiliteerd’ moet worden. Laat u echter niet misleiden!

Het stuk gaat daarna verder met de argumenten voor deze “degradatie” in stelling te brengen en de contra-argumenten te ontzenuwen of zelfs belachelijk te maken:

Nog zo’n schijnargument: …

Er wordt nooit bij verteld dat …

Het slaat nergens op om …

En kent u dit argument al: … Als zulke sentimenten altijd zouden zegevieren, was er nooit ruimte voor voortschrijdend inzicht in de wetenschap.

Nou heb ik geen verstand van astronomie, maar dit lijkt mij toch hoofdzakelijk een definitiekwestie: Waar leg je de grens tussen wat wel of geen planeet wordt genoemd?

Wat ik echter frapant vind is de sterke stellingname die de schrijver inneemt. Het doet meer denken aan een blog dan aan een landelijke krant. Dat bedoel ik (deels) in positieve zin: In wetenschappelijke issues is niet elke kant van het verhaal even plausibel of op even sterke bewijsvoering gestoeld. Net doen alsof dat wel zo is (‘false balance’) geeft een vertekend beeld van wat er over het onderwerp bekend is. Het is verfrissend eens iets over wetenschap te lezen waarin duidelijk gezegd wordt: Dit is de (wetenschappelijke) consensus en daar zijn goede (wetenschappelijke) redenen voor.

Deze manier van schrijven staat in contrast tot een ander stukje in hetzelfde katern, wat meer op de “he said, she said” tour ging. Die ging wel over klimaat. Of nou ja, eigenlijk niet, maar dat werd erbij gehaald. Daarover een andere keer meer.

De vraag is: Werkt dit? Zou een dergelijke manier van schrijven over andere onderwerpen (klimaatverandering, evolutie, vaccinatie, …) tot meer begrip en meer acceptatie van de wetenschappelijk meest robuuste theorieën leiden? Dat is een lastige vraag. Ik bespeur bij mezelf dat ik dit verhaal over Pluto niet zonder meer voor waar aanneem. Onder andere omdat een krant geen wetenschappelijke medium is. Ook omdat ik het vooral als een herdefiniëring zie, en niet zo zeer als twee wetenschappelijke theorieën, waarvan er een duidelijk inferieur is. Maar ik denk dat er nog iets meespeelt: De toon is net iets te zeker, net iets te neerbuigend naar de “oppositie”.

Een belangrijke regel voor het debatteren is dat men beide kanten van de zaak moet beschouwen. Ik hoorde laatst dat iemand het meest effectief debatteert (i.e. het publiek weet te overtuigen) als hij voor een positie argumenteert waar hij het zelf niet mee eens is. Klinkt raar op het eerste gezicht. Echter, iemand die rotsvast van z’n eigen gelijk is overtuigd zal weinig twijfelaars weten te overtuigen. Een “twijfelaar” kan zich niet identificeren met een dergelijke “fundamentalist”. Het wekt argwaan op. Twijfelaars laten zich vooral door andere, of voormalige, twijfelaars overtuigen. Daarom zijn mensen die in het publieke debat van kamp wisselen ook zo effectief (bijv Judith Curry).

Jan Rotmans bij Essent: Botsing der werelden

De aanvoerder van de Nederlandse hoogleraren tegen kolencentrales, Jan Rotmans, was met een aantal collega’s op bezoek bij de gewraakte energiebedrijven (Volkskrant 8 april). Met twee van de vier bezochte bedrijven viel niet te praten, aldus Rotmans. De reden:

Ik heb de vergelijking gemaakt met de afschaffing van de slavernij en van de kinderarbeid. Die praktijken stopten niet vanwege de wetgeving. Ze stopten omdat ze moreel niet meer verantwoord waren. Ik vroeg aan de bestuursvoorzitter tegenover me: kun jij straks aan je kinderen uitleggen waarom je kolencentrales hebt neergezet? Peter Terium van Essent werd oprecht boos.

Ja, vind je het gek? Als iemand jouw manier van werken met slavernij/kinderarbeid vergelijkt, hoe zou je dan reageren? Ik ben het met Rotmans eens dat het klimaatvraagstuk een ethische dimensie heeft die onder de aandacht dient te worden gebracht. Maar ik denk dat veel mensen die het er diep in hun hart mee eens zijn dat hun huidige werk wellicht niet goed is voor de wereld, verbolgen raken om een dergelijke vergelijking.

Dan kan het natuurlijk zijn dat ze, nadat de boosheid is verdwenen, de redenering erachter juist meer ter harte zullen nemen. Maar het kan ook zijn dat ze er juist tegen gaan rebelleren. Het wordt hen namelijk wel heel makkelijk gemaakt om degene die hen op deze manier tegemoet treedt als “extremistisch” terzijde te schuiven. Juist omdat het grote publiek nog niet van de wetenschappelijke basis van klimaatverandering doordrongen is, kunnen we ons beter niet van al te extreme vergelijkingen bedienen. Daarmee zetten we onszelf buitenspel in de publieke discussie.

Een vriend van mij werkt voor een sigarettenfirma. Hij weet heus wel dat sigaretten slecht voor je zijn (en hij rookt zelf ook niet trouwens). Maar als iemand hem zou zeggen dat hij aan genocide meewerkt, zou hij wel kwaad worden denk ik. Of misschien hard lachen. Maar serieus nemen zou hij je niet. En je hebt hem niets bijgebracht dat hij al niet wist.

Het verschil is dat bij roken het grote publiek wel van de wetenschappelijke basis van de gezondheidseffecten doordrongen is. En daarom schaad je je positie (van betrouwbaarheid) wellicht minder als je op deze manier ten strijde trekt. Aan de andere kant kun je zeggen dat bij roken een dergelijke uitspraak niets toevoegt, want hij weet al wat de nadelige effecten van “zijn”product zijn. Bij kolencentrales kan dat anders liggen: Veel mensen weten het niet, of willen het niet weten.

Interessant is de karakterisering die Rotmans van het verloop van het gesprek geeft:

Tegenover ons zat de bestuursvoorzitter, een financiële man, de projectleider, een woordvoerder. Vervolgens kregen we meestal een presentatie, waarin ze allemaal vertelden dat ze meer investeren in duurzaamheid dan de concurrent. Daar legden wij dan de harde cijfers tegenover: dat het allemaal nogal tegenvalt, en dat die beweringen niet hard te maken zijn. Dan volgden de excuses: de overheid is inconsequent en onbetrouwbaar, de CO2-markt functioneert zo slecht. Daar hebben ze een punt, maar het is ook gemakkelijk. Als je echt wilt verduurzamen, ben je intrinsiek gemotiveerd. Je moet jezelf niet afhankelijk maken van een slecht functionerende overheid of markt.

Dat lijkt me een beter punt om op in te haken voor een constructieve discussie. Het geeft ook een kijkje in de keuken van bedrijfs-PR.

Atsma’s reactie na ontvangst van Staat van het Klimaat 2010

Atsma heeft vanmiddag de Staat van het Klimaat 2010 in ontvangst genomen, en zal het “met genoegen en vooral met interesse” lezen. Na een tweetal presentaties van auteurs nam hij ook nog even het woord. Een aantal dingen uit zijn speech licht ik er even uit (met mijn commentaar tussen vierkante haken):

  • Hij gaf aan dat de Staat in een behoefte voorziet van politici en beleidsmakers om op de hoogte te worden gehouden van de wetenschappelijke kennis als basis voor beleid.
  • De opwarming zelf in twijfel trekken noemde hij een “achterhoedegevecht”. Over de rol van de mens daarin kan wel gediscussieerd worden, zei hij. [Terwijl ik denk dat ook dat tweede wel duidelijk is, al geldt bij allebei natuurlijk dat de mate waarin nooit met 100% zekerheid zal kunnen worden vastgesteld.]
  • Als doelgroepen van de Staat werden genoemd politici, beleidsmakers en het publiek. Atsma zou daar graag ook het bedrijfsleven onder scharen. [Mee eens]
  • Hij ziet graag dat wetenschappers het gesprek aangaan met sceptici, in plaats van in een “bunkermentaliteit” elkaar te bevechten. Volgens hem kan dat helpen om erachter te komen hoe het zit. [Met het eerste gedeelte ben ik het eens. Over het tweede ben ik vooralsnog sceptisch, omdat ik ook na vele discussies met sceptici daar nog nauwelijks voorbeelden van heb gezien.]
  • In het Europese politieke speelveld hecht hij groot belang aan eenheid: Het is belangrijker om het als EU-27 met elkaar eens te zijn (bijv. over de reductiedoelstelling voor 2020), dan het beste jongetje van de klas te willen zijn ten koste van die eenheid. Ban Ki Moon had tijdens de klimaattop in Cancun blijkbaar gezegd hoe belangrijk het voor de onderhandelingen was om als EU één blok te blijven vormen. [Op zich vind ik dit een redelijke en pragmatische redenering. De andere kant van de zaak is dat als de zwakste schakel beslissend is, de nodige veranderingen wellicht niet of te laat van de grond zullen komen.]
  • Hij zei dat de emissiereductie sinds 2009 niet vanzelf ging, maar erop wijst dat we goed bezig zijn. [Terwijl die reductie wel “vanzelf” ging, in de zin dat die direct samenhing met de economische crisis. De emissies zijn sindsdien weer aan het aantrekken. Dit wordt besproken in hoofdstuk 3 van de Staat]

Al met al etaleerde Atsma een gezonde no-nonsense mentaliteit. Het belang dat hij hecht aan een dialoog tussen wetenschappers en de maatschappij (waaronder politici, beleidsmakers, bedrijfsleven, NGO’s, sceptici, burgers) onderstreept het belang van een overkoepelend orgaan als het Platform Communication on Climate Change (PCCC).

Staatssecretaris Atsma ontvangt ‘Staat van het Klimaat 2010’

Turbulent jaar voor klimaat en wetenschap

Staatssecretaris Atsma van Milieu ontving vandaag het eerste exemplaar van de ‘Staat van het Klimaat 2010’. De publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat en energie in het afgelopen jaar. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het PCCC*.

Het jaar 2010 was turbulent voor de zowel de klimaatwetenschap als het klimaat zelf.

Koud hier, warm elders

We hadden te maken met een bijzondere paradox. Nederland beleefde het koudste jaar sinds 1996. De maand december was zelfs de koudste decembermaand sinds 40 jaar. Sommigen zien dit als een aanleiding om de opwarming van de aarde in twijfel te trekken. Wereldwijd was het echter één van de warmste jaren sinds 1850. Vanwege de luchtstroming (“Arctische Oscillatie”) ging de relatieve koude in Europa gepaard met relatieve warmte in het Arctische gebied en Noord Canada.

Extreem weer

Het jaar 2010 kende een aantal extreme weersgebeurtenissen en de gevolgen daarvan. Zo liep 20 procent van Pakistan onder water; ongeveer 20 miljoen mensen werden getroffen. Ook China kampte met overstromingen en dodelijke modderstromen. Terwijl Rusland de heetste zomer sinds het begin van de metingen beleefde, had Midden-Europa te maken met zware regenval.

Deze rampen en extremen zijn niet eenduidig terug te voeren op klimaatverandering. Afwijkingen in temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Wel zijn de gebeurtenissen meteorologisch gezien zeldzaam. Naar verwachting neemt de kans op hittegolven en extreme neerslaghoeveelheden toe als gevolg van het versterkte broeikaseffect.

Polarisatie van het klimaatdebat

Daarnaast was er ophef door de inhoud van openbaar gemaakte e-mails van de Climate Research Unit in Engeland. Ook werden enkele fouten in het laatste IPCC rapport aan het licht. Deze gebeurtenissen leidden tot twijfel over de juistheid van inhoud van IPCC rapportages, maar ook over de integriteit van klimaatonderzoekers zelf. Het werd duidelijk dat het klimaatdebat en de klimaatwetenschap in een nieuw tijdperk opereren, met een hoge mate van politisering en dynamische interactie tussen wetenschap en publiek debat. In de Staat van het Klimaat 2010 wordt een aantal veel gehoorde kritische argumenten in een wetenschappelijke context geplaatst. ECN (dat ben ik) heeft aan dit hoofdstuk (2) bijgedragen. De werking van en kritiek op het IPCC komt ook ter sprake (hoofdstuk 6).

Klimaatbeleid

Intussen gaan de pogingen om klimaatverandering te beteugelen via Internationale onderhandelingen ook door. De klimaattop in Cancún eind vorig jaar heeft niet geleid tot een bindend verdrag of beslissingen die klimaatverandering ingrijpend aanpakken. Wel zijn de emissiereducties, waar in Kopenhagen kennis van was genomen, in Cancun voor het eerst onder de VN-vlag verankerd. In combinatie met de transparante manier van onderhandelen heeft dit het vertrouwen in het multilaterale onderhandelingsproces versterkt. Er blijft een “gigaton kloof” bestaan tussen de collectieve beloftes en de benodigde emissiereductie om beneden de twee graden opwarming te blijven.

Dit en andere zaken op het gebied van energie- en mitigatiebeleid zijn een bijdrage van ECN (door mij geschreven) en komen ter sprake in hoofdstuk 4. Naast Cancún wordt het regeerakkoord van het nieuwe kabinet er besproken, een vooruitblik naar de geraamde emissies t/m 2020 en een aantal toekomstvisies voor een duurzame energievoorziening.

De Staat van het Klimaat is gratis te downloaden.

* Het Platform Communication on Climate Change (PCCC) is een samenwerkingsverband van de grote klimaatkennisinstellingen in Nederland  (PBL, KNMI, Wageningen UR, ECN, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht, Deltares, TNO en NWO)