Tagarchief: peak water

Nu overstromingen en later waterschaarste door smeltende gletsjers in de Himalaya

Een snel opwarmend klimaat en terugtrekkende gletsjers vergroten het risico op een gebeurtenis zoals die van afgelopen week in Nepal, ongeacht of we deze specifieke ramp uiteindelijk aan klimaatverandering kunnen toeschrijven. Door onze uitstoot warmt de aarde op en smelten de gletsjers in de Himalaya in een rap tempo, wat voor afbrekende gletsjers en instabiele smeltwatermeren zorgt. Na een aantal decennia van overstromingen door meer smeltwater, zal er juist waterschaarste volgen omdat het ijs verdwijnt. Naast het stoppen van de opwarming is er meer financiering nodig om landen als Nepal te steunen met klimaatadaptatie en risicomanagement.

Nepal

Afgelopen woensdag 26 augustus vond er een rampzalige stortvloed plaats in Nepal en het grensgebied met Tibet in het Himalaya gebergte. Het gevaar is op moment van schrijven nog niet volledig voorbij. Waarschijnlijk brak er een stuk gletsjer af in Tibet, wat een lawine veroorzaakte en benedenstrooms, in de rivier de Trishuli, een vernietigende stortvloed tot gevolg had. Een ongekend trieste ramp waarvan de volledige omvang pas later duidelijk zal zijn.

Dit soort rampen gebeurt niet in isolatie. Klimaatverandering teistert de hele wereld, en ook dus de Himalaya. Het smelten van gletsjers en permafrost is een van de duidelijkste gevolgen van de opwarming van de aarde. Een individuele ramp is nooit volledig door klimaatverandering veroorzaakt (de attributie studie van deze situatie volgt mogelijk nog), maar dat de kans op deze situaties toeneemt, is duidelijk. En daarmee past deze ramp “zeker in het plaatje”, zo stelt ook berghydroloog Walter Immerzeel op Nu.nl.

Dat sneeuw en ijs smelten door opwarming is een logisch gevolg. Maar wat heeft de menselijke klimaatverandering eigenlijk precies voor gevolgen in de hoogste bergtoppen van de wereld?

Lees verder

Peak water – gevolgen van het massaverlies van gletsjers voor de beschikbaarheid van water

De 56 belangrijkste stroomgebieden van gletsjerrivieren. In kleur wordt de verwachte toename van afstroom door massaverlies van gletsjers weergegeven. Grijstinten geven de periode van maximale afstroom weer in een stroomgebied. Projecties zijn gebaseerd op emissiescenario RCP4.5. (Bron: Huss & Hock 2018, supplementary information)

Stroomgebieden van gletsjerrivieren beslaan ruim een kwart van al het landoppervlak op aarde, buiten Groenland en Antarctica. In die gebieden woont bijna een derde van de wereldbevolking. Smeltwater van gletsjers voorziet in die gebieden in meer of mindere mate in de waterbehoefte van mens en natuur. Niet overal is de bijdrage van smeltwater substantieel, maar in sommige gebieden is dat wel het geval. Dat is vooral zo omdat gletsjers juist smelten in warme (en vaak droge) seizoenen. Gletsjers fungeren dan dus als waterbuffers, die juist water leveren in seizoenen met weinig regen en veel verdamping. Als gletsjers geheel of gedeeltelijk verdwijnen door opwarming van het klimaat heeft dat invloed op die buffer-functie. De afbeelding hieronder laat, op een sterk vereenvoudigde en schematische manier, zien hoe dat werkt op de lange termijn. De afbeelding komt uit een recent artikel uit Nature Climate Change: “Global-scale hydrological response to future glacier mass loss” van Mattias Huss en Regine Hock.

Schematische weergave van het effect op lange termijn van klimaatverandering op de afstroom naar een gletsjerrivier (Bron: Huss & Hock 2018)

De afbeelding hierboven laat alleen het effect van het smelten van een gletsjer op de afstroom zien. Andere effecten van klimaatverandering, zoals een toe- of afname van neerslag en verdamping, blijven buiten beschouwing. Er zijn drie fases zichtbaar:

  • op t0 is de temperatuur en dus de gletsjer stabiel;
  • op t1 begint het klimaat op te warmen (de groene lijn onderin) en de gletsjer massa te verliezen;
  • op t2, decennia tot eeuwen later, begint een nieuwe stabiele fase, ofwel omdat de gletsjer helemaal verdwenen is, ofwel omdat het klimaat stabiliseert.

De jaargemiddelde afstroom in een stroomgebied is in de stabiele periodes aan het begin en aan het eind gelijk. Dat kan niet anders, omdat in deze vereenvoudigde weergave is aangenomen dat de totale neerslag en verdamping gelijk blijven. In een stabiele periode is de jaargemiddelde afstroom gelijk aan het jaargemiddelde van de neerslag min de verdamping. Maar als een gletsjer massa verliest, verdwijnt daarmee in het algemeen ook (een deel van) de bufferwerking. Het smelten ven gletsjers heeft daarom een blijvende verandering van de afstroom in verschillende seizoenen tot gevolg. De accumulatie van sneeuw in het sneeuwseizoen wordt minder en in het smeltseizoen wordt er minder water afgegeven. De verdeling van de hoeveelheid water over het jaar is dus blijvend veranderd. Meestal betekent dit dat er tot (ruwweg) de eerste helft van de zomer meer water beschikbaar is in het stroomgebied en in de maanden daarna minder. Lees verder