In een bijzondere rechtszaak in de VS worden vijf grote fossiele bedrijven, waaronder ExxonMobil en Shell, aangeklaagd vanwege hun manipulaties en misleidingen over klimaatverandering. Bijzonder, omdat het niet een organisatie zoals Milieudefensie is die de aanklacht doet, maar de Amerikaanse staat Californië.
De openbaar aanklager stelt dat het publiek en de politiek bewust is misleid door de oliebedrijven. Dat is zonder meer waar, want onder meer Shell en Exxon weten al sinds de jaren ‘70 dat hun activiteiten significant bijdragen aan de opwarming van de aarde, én het is bekend dat ze daarna vol hebben ingezet op het verdedigen van hun bedrijfsvoering en het verspreiden van desinformatie over klimaatverandering. Een recente studie liet zien dat Exxon’s eigen klimaatprojecties van eind jaren zeventig zelfs net zo accuraat waren als de projecties vanuit de wetenschap en overheden waar ze zelf twijfel over zaaiden!
Figuren uit drie verschillende onderzoeken van Exxon met temperatuur (A, B, C) en CO2 (A) projecties. In rood en blauw de daadwerkelijke temperatuur en CO2-uitstoot. Uit Supran et al. (2023), Science.
Een dolk in de rug van een oude vriend?
Over deze rechtszaak kunnen we een blog op zich schrijven. Maar er is nog een andere interessante ontwikkeling. The Wall Street Journal (WSJ) publiceerde onlangs een lang onderzoeksartikel, op basis van niet eerder vrijgekomen documenten, over hoe ExxonMobil in elk geval vanaf de jaren ’70 tot 2015 actief probeerde de klimaatwetenschap te ondermijnen.
Overstroming van de Geul in Valkenburg, 2021, Foto: Romaine, CC0, via Wikimedia Commons
Het CPB publiceerde afgelopen week een kort rapportje met de titel ‘Klimaatverandering en intergenerationele verdeling van financiële lasten’. Volgens de berekeningen van het rapport, gebaseerd op ruwe en onvolledige schattingen van klimaatschade en kosten voor adaptatie en mitigatie, komen de kosten van klimaatverandering vooral bij komende generaties terecht. Het omslag van het rapport vermeldt: ‘Op basis van eerste inschattingen zullen de extra kosten van klimaatverandering en -beleid voor het grootste deel bij toekomstige generaties terechtkomen’.
De klimaatschade is geschat voor 2050 en 2100. Die schatting werd op social media zo hier en daar aangegrepen voor een pleidooi tegen mitigatie, ofwel maatregelen om verdere opwarming van het klimaat te beperken. Het schadebedrag zou de transitie van de economie niet rechtvaardigen. Waarmee weer eens werd bewezen hoe opportunistisch de anti-mitigatiebeweging te werk gaat. Het rapport bevat namelijk maar bar weinig ondersteuning voor hun standpunt.
Dat is vooral zo omdat de schatting van de schade helemaal niet uitgaat van een situatie zonder mitigatie. Er is gerekend met een scenario met 2°C mondiale opwarming ten opzichte van de pre-industriële temperatuur in 2050 en 3°C in 2100. Dat is zo’n beetje het midden tussen het hoogste en het laagste scenario uit het laatste IPCC-rapport, iets boven de projectie volgens het middelste scenario SSP2-4.5. Het is ook ongeveer de koers die de wereld op dit moment vaart, rekening houdend met wat er door alle landen aan (beleids)maatregelen is getroffen. In dit scenario gebeurt er dus wel het een en ander om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, als is het lang niet genoeg om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen.
Het Akkoord van Parijs is vooral bekend vanwege de afspraak om de mondiale opwarming te beperken tot ruim onder de twee graden. Mitigatie dus, in klimaatterminologie. Maar er zijn ook afspraken gemaakt over adaptatie: maatregelen om de schade, risico’s en kwetsbaarheid die het gevolg zijn van klimaatverandering te beperken. Dergelijke maatregelen zijn hoe dan ook nodig: het klimaaat verandert al en dat heeft gevolgen waar we op in zullen moeten spelen. Dat ‘Parijs’ ook de nodige afspraken bevat over adaptatie is minder bekend. Artikel 7 uit het akkoord gaat helemaal over dat onderwerp en het begint zo:
Parties hereby establish the global goal on adaptation of enhancing adaptive capacity, strengthening resilience and reducing vulnerability to climate change, with a view to contributing to sustainable development and ensuring an adequate adaptation response in the context of the temperature goal referred to in Article 2.
Een nieuw onderzoek stelt dat de Nederlandse overheid de fossiele sector de afgelopen jaren jaarlijks met 37,5 miljard euro steunt. Onderzoeksbureau SOMO en milieuorganisaties Milieudefensie en Oil Change International brachten dit in kaart na er de afgelopen maanden grondig naar te hebben gekeken. In hun persbericht stellen ze dat er 31 verschillende financiële regelingen zijn onderzocht in de periode 2020 – 2022. Het rapport volgt definities en methodologie die ook door de overheid worden omarmd. De kwestie rondom de definitie van een subsidie is overigens al beslecht, dus ga ik hier niet op in. Maar wat betekent dit nieuwe rapport, en hoe komt het dat deze nieuwe analyse een nog hoger bedrag aan fossiele subsidies presenteert dan in eerdere analyses?
De zomer loopt alweer op zijn eind. Het weer is er nog niet naar om nu al handschoenen, sjaals en mutsen uit de kast te halen, maar met een maand of twee, drie zou dat anders kunnen zijn. Mocht het dan een paar dagen gaan vriezen, dan zal ongetwijfeld de vraag weer opduiken of er ooit nog een Elfstedentocht zal komen. Uitgesloten is dat niet, maar er is niet al te veel reden voor optimisme. Dat blijkt uit een artikel over de snelheid waarmee verschillende typen winterweer in Europa warmer worden, dat enkele maanden geleden verscheen.
Het resultaat is vrij eenduidig: de koudere weertypes zijn de afgelopen veertig jaar meer opgewarmd dan de minder koude. Dat is ook best logisch. Het wordt echt koud als er lucht vanuit het poolgebied naar Europa stroomt. En het noordpoolgebied warmt heel sterk op. Een stroming vanaf de Atlantische Oceaan zorgt voor mild winterweer, en die oceaan is juist minder opgewarmd dan het mondiaal gemiddelde. Hieronder is het temperatuurverschil afgebeeld tussen de gemiddelde temperatuur tijdens onze meteorologische winter (de maanden december, januari en februari) van de afgelopen twintig jaar en van de periode 1970 – 1990.
Kantelpunten of ‘tipping points’. Daarbij moet ik altijd denken aan een liedje van Annie M.G. Schmidt, “De Brug van Breukelen” – waar ik zelf vaak overheen fietste. In dat liedje staat de brug van Breukelen vol mensen. De tekst: Maar toen kwam er ook nog een mug bij – en toen brak de brug. Het is een voorbeeld van een kantelpunt.
Kantelpunten zijn omstandigheden waarbij plotselinge en sterke, moeilijk omkeerbare veranderingen optreden in een systeem. Het systeem is in dit geval het klimaatsysteem: het geheel van energie-uitwisseling tussen zon, atmosfeer, landoppervlak, ijskappen en oceanen. Bij zo’n kantelpunt wordt het systeem door een (soms kleine) verstoring uit een stabiel evenwicht geduwd en kan het abrupt naar naar een ander, nieuw evenwicht springen. De klimaatonderzoeker Lenton heeft hier veel over gepubliceerd; aanvankelijk werd verondersteld dat dergelijke kantelpunten pas bij vergaande opwarming van het klimaat zouden optreden, maar nu wordt aangenomen dat dit ook al bij de 1,5 a 2°C opwarming kan plaatsvinden.
In het voorbeeld van de brug: de brug van Breukelen over de Vecht is een oude tweekleppige ophaalbrug. De kleppen leunen midden boven de rivier tegen elkaar, en houden elkaar in evenwicht. Maar als de brug breekt door overbelasting zakken de kleppen naar beneden tot ze niet verder meer kunnen – een nieuw evenwicht. De brug is schoksgewijs van de ene evenwichtstoestand in de andere overgegaan, en repareren is geen simpel klusje.
Het klimaat van het Holoceen is een min of meer stabiel klimaat, met een evenwicht in de warmtehuishouding van onze planeet, kleinere schommelingen daargelaten. Dat het klimaatsysteem kantelpunten kent weten we uit de ijstijden toen het wereldwijde klimaat met grote sprongen heen en weer kon schommelen tussen extreme kou met ijskappen in Noord-Amerika en Europa (glaciaal klimaat) en een warmer klimaat vergelijkbaar met nu (interglaciaal). Met onze broeikasgassen verstoren we de warmtehuishouding van de Aarde en kan het klimaat naar een andere evenwichtstoestand springen: die van ‘hothouse Earth’, een veel warmer klimaat waarin het verkoelende effect van ijskappen ontbreekt.
Systemen waarin kantelpunten kunnen optreden hebben zichzelf versterkende terugkoppelingen. Opwarming van de Aarde treedt het sterkst optreedt in de poolgebieden. Voor het Noordpoolgebied is dat het gevolg van ‘Arctic amplification’. Het belangrijkste onderdeel daarvan is het verdwijnen van sneeuw en ijs, zowel op land als in de oceaan. Sneeuw en ijs kaatsen in voorjaar en zomer zonlicht sterk terug, maar als ijs en sneeuw eerder verdwijnen, wordt meer zonnewarmte opgenomen en warmen water en bodem sterker op. Zo versterkt de opwarming in de poolgebieden zichzelf. Als we erin slagen ons aan het klimaatakkoord van de Parijs te houden en de opwarming tot een wereldwijd gemiddelde van 2°C beperken, betekent dat voor de Noordelijke IJszee al zo’n 8°C opwarming. Het zal duidelijk zijn dat zelfs bij 2°C al drastische veranderingen zullen optreden rond de Noordpool, en bij sterkere opwarming gaat dat nog sneller. Het is ook niet alleen opwarming. Ook de hoeveelheid neerslag neemt toe omdat de verdamping uit een steeds meer ijsvrije Noordelijke IJszee toeneemt.
Dat de aarde vergroent door de toenemende CO2-concentratie is een halve waarheid die het goed doet in de pseudosceptische retoriek. Het gaat dan meestal over het feit dat CO2 plantengroei op land kan bevorderen. In de Westlandse kassen is dat zeker het geval, maar in de natuur is die zogenoemde CO2-fertilisatie slechts een onderdeel van een complex aan factoren dat invloed heeft op de gezondheid van ecosystemen.
Ecosystemen in de oceaan zijn niet minder complex. De satellieten die gebruikt worden voor onderzoek naar veranderingen in vegetatie op land kunnen in principe ook informatie opleveren over wat er in de oceaan gebeurt. Al blijkt dat in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Een artikel in Nature presenteerde vorige maand de resultaten van een nieuwe methode om dergelijke satellietdata te interpreteren. De conclusie is dat het oceaanoppervlak de afgelopen twintig jaar groener is geworden, in de letterlijke betekenis van dat woord. Over oorzaken en gevolgen van die kleurverandering is nog niet zoveel te zeggen. Wel is het volgens de onderzoekers aannemelijk dat de veranderende lichthuishouding implicaties heeft voor het zeeleven.
De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van een meevaller: een instrument aan boord van een satelliet doet al twintig jaar trouwe dienst, terwijl erop was gerekend dat het zo’n zes jaar mee zou gaan. Dat instrument, de Moderate Resolution Imaging Spectroradiometer, of MODIS, heeft al die tijd de kleur van het aardoppervlak gemeten. De meetresultaten bevatten geen discontinuïteiten die op kunnen treden als er verschillende typen meetinstrumenten worden gebruikt, of verschillende satellieten die nooit in exact dezelfde baan om de aarde draaien. Toch konden eerdere onderzoeken in die gegevens maar weinig aanwijzingen vinden voor veranderingen in de ‘groenheid’ van het oceaanoppervlak. Het nieuwe onderzoek vindt die aanwijzingen wel door naar een breder spectrum te kijken. Letterlijk, alweer.
Afgelopen dinsdag is Jos overleden. Hij werd maar 62 jaar. Jos was ruim een decennium een van de steunpilaren van Klimaatveranda. Niet alleen door de stukken die hij zelf schreef, maar zeker ook door hoe hij meedacht met onze verhalen en met zijn inbreng in de vele virtuele klimaatgesprekken die wij bijna dagelijks voerden. Altijd constructief en altijd op de bescheiden, nuchtere, opgeruimde manier die hem zo kenmerkte. Met als doel om de klimaatwetenschap zo goed mogelijk te begrijpen en over het voetlicht te brengen.
Nooit was hij uit op aandacht voor zijn persoon, dat was eerder een noodzakelijk kwaad dat hij er maar bij nam. Bijvoorbeeld toen in 2016 zijn ‘wheelchair’ de wereld over ging: een grafiek waarin hij verschillende paleoklimatologische reconstructies combineerde met projecties van toekomstige opwarming. Nieuwe, geactualiseerde versies van die grafiek komen nog altijd regelmatig voorbij op sociale media. Jos had talent voor het visualiseren van wetenschappelijke informatie. Hij was de onbetwiste grafiekenmaker van ons blog en verzorgde ook de grafieken voor Bart zijn boek ‘Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering’.
De originele ‘wheelchair’ uit 2013
Jos noemde zijn interesse voor de klimaatwetenschap een ‘uit de hand gelopen hobby’. Die hobby liep zodanig uit de hand dat hij een dag minder ging werken om de wetenschappelijke literatuur bij te kunnen houden. Want al vond hij zichzelf geen expert, het moest wel kloppen wat hij zei. Dat deed het dan ook, zo goed als altijd. En als hij zich eens een keertje vergiste, dan was hij de eerste om dat ruiterlijk toe te geven. Maar met zijn toewijding en zorgvuldigheid was dat zelden nodig. Meerdere professionele klimaatwetenschappers prezen Jos om zijn wetenschappelijke inzicht en kennis. In feite was hij een wetenschapper in hart en nieren, alleen dan zonder er zijn beroep van te hebben gemaakt.
Afgelopen najaar liet Jos ons weten dat hij ziek was. Wat begon als een fysiek ongemak bleek het gevolg te zijn van een hersentumor. Al snel volgde het slechte nieuws dat genezing niet mogelijk was. Hij liet het ons op zijn bekende bescheiden, nuchtere en opgeruimde manier weten. Klagen zat niet in zijn aard. Hij nam het zoals het was en maakte er het beste van. Naar buiten, op de fiets en later wandelend, zolang dat nog ging. Hij bleef ook de wetenschap volgen, en onze onderlinge mailwisselingen. Werken achter de computer werd wel lastig, waardoor zijn inbreng minder werd. Maar, zo liet hij weten, we moesten hem vooral op de hoogte blijven houden.
Jos nam afscheid met een foto van het verre heelal, gemaakt door de James Webb telescoop: ‘daar waar nieuwe sterren geboren worden en wie weet mogelijk ook nieuw leven gevormd wordt. Ik heb nu alle rust gekregen om hier de komende miljoenen jaren eens op mijn gemakje naar te kijken 😊’.
We gaan Jos ontzettend missen. Maar het blijft nog steeds belangrijk om de wetenschap zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. We zullen ons best blijven doen, dat zijn we ‘m wel verschuldigd.
We wensen de familie, vrienden en kennissen van Jos veel sterkte.
Gastblog van Nynke Keulen, Geological Survey of Denmark and Greenland, coauteur van het geciteerde artikel
Tijdens een interglaciaal, een periode tussen twee ijstijden, ruim 400.000 jaar geleden was een groot deel van Groenland ijsvrij, bedekt met toendra en lokaal ook bebost. Dat zo’n groot deel van Groenland zo kortgeleden ijsvrij was, is een nieuwe bevinding die wordt beschreven in een recent artikel in het tijdschrift Science. Het bewijst dat de Groenlandse ijskap kwetsbaar is en sneller en verder kan afsmelten dan eerder aangenomen.
Tijdens de koude oorlog wilde het Amerikaanse leger ondergrondse bases aanleggen in Noord Groenland, waarbij ondergronds in dit geval betekende: in de Groenlandse ijskap. Daarom werden er in de jaren ’60 van de vorige eeuw verschillende boringen in het ijs uitgevoerd. Een van deze boringen drong door tot in het bevroren sediment onder het ijs op een locatie die Camp Century genoemd wordt. De ijskernen kwamen terecht in een vriezer van het archief van het Niels Bohr Instituut in Kopenhagen en raakten vergeten, tot ze tijdens het opruimen van het archief in 2017 werden herontdekt. Gelukkig waren de kernen niet ontdooid en niet blootgesteld aan licht en dat bleek uiterst relevant te zijn voor het onderzoek aan deze ijskernen.
Want het bevroren sediment bleek spectaculair te zijn: het bevatte organisch materiaal, delen van bladeren, zaden en mos. Dat alles wijst erop dat het gebied een toendra was, met een vegatatie die afwijkt van wat er nu in Scandinavië gevonden wordt. Omdat de ijskernen in het donker bewaard waren, konden ze gedateerd worden met methodes die luminescentie en kosmogene nucleïdes heten. Hierbij wordt het laatste tijdvak met blootstelling aan zonlicht gemeten. Hierdoor is er nu voor het eerst bewijs wanneer Groenland precies ijsvrij was, namelijk 416.000 jaar geleden, met een marge van 38.000 jaar. Als gevolg van deze ontdekking uit de vriezer, werd het sediment nu onderzocht met een grote hoeveelheid technieken uit verschillende takken van de geologie, geomorfologie en glaciologie door een groot aantal onderzoeksinstituten en universiteiten in Europa en Verenigde Staten, onder leiding van de Universiteit van Vermont. De eerste ontdekkingen zijn nu gepubliceerd.
Het Verenigd Koninkrijk (VK) gaat de productie van olie en gas uit de Noordzee opschroeven, zo werd recentelijk aangekondigd. Maar premier Rishi Sunak’s redenering voor meer energieonafhankelijkheid van de VK lijkt geen steek te houden. De voordelen stapelen zich vooral op voor de fossiele industrie, waar Sunak’s Conservative Party, en het bedrijf van zijn schoonfamilie, grote financiële belangen hebben.
Geen goede reden voor opschalen fossiele productie
Het VK heeft – net als Nederland – de ambitie om in 2050 fossielvrij energie op te wekken. Of we wel of niet de opwarming tot 1,5°C (of 1,6 of 1,7°C…) beperken, hangt niet zozeer af van wat er in 2050 gebeurt, als wel van de hoeveelheid uitstoot in de aankomende jaren en decennia. Met andere woorden, het traject is belangrijker dan alleen de uiteindelijke emissies in 2050. Binnen dat traject is er eigenlijk geen plaats voor nieuwe fossiele projecten, en daarover is er een behoorlijke consensus. Dat geldt ook gewoon voor het VK, zo zet professor Ed Hawkins hier duidelijk uiteen. Waarom dan toch gaan boren?
Schattingen van emissies van olie en gas door bestaande velden (grijs) en mogelijke nieuwe velden (oranje). In blauw een IPCC-route die 1,5°C compatibel is. BronLees verder →
Naast de zoekfunctie is er ook deze lijst met blogposts, gerangschikt naar onderwerp. Wij schrijven voornamelijk over klimaatwetenschap en het publieke klimaatdebat.
De theorie van warmte: Een geschiedenis van de wetenschap achter klimaatverandering
Uitgegeven door Athenaeum.
Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering
Uitgegeven door Prometheus