De enorme kosten van ‘Arctic Change’?

Image

Hier en daar (vooral daar ;) ) wordt het nieuwe ‘comment’ in Nature besproken waar prof. Peter Wadhams co-auteur van is. In tegenstelling tot wat ik ‘daar’ lees, voorspelt deze publicatie niet dat: ‘het arctische ijs in de zomer 2015 volledig weg zal zijn.‘ Het artikel gaat over een ander onderwerp en zoals gewoonlijk is het aan te raden om het zelf te lezen:

Vast costs of Arctic change – Whiteman, Hope and Wadhams (pdf, html hier)

Het onderwerp van deze publicatie is de kostenpost ALS er 50 gigaton methaan – uit permafrost in de Oost-Siberische zee – gedurende een periode van ca. 10 jaar vrij zou komen. Whiteman en Hope rekenen voor dat het prijskaartje dan zo’n $60 trillion zou gaan belopen (60.000 miljard dollar) bovenop de andere kosten door klimaatverandering.

Het is vooral een ‘what-if’ studie waarbij het beginjaar 2015 willekeurig gekozen is, en het gaat over de schadepost door een ‘methane release’ die enkele decennia zou duren:

These costs remain the same irrespective of whether the methane emission is delayed by up to 20 years, kicking in at 2035 rather than 2015, or stretched out over two or three decades, rather than one.

Daarvoor hoeft het Arctische zee-ijs niet volledig weg te zijn, zeker niet in zomer 2015. Overigens lijkt het héél onwaarschijnlijk dat er binnenkort zo’n hevige ‘methane release’ aan zit te komen. Gavin Schmidt van RealClimate twitterde al:

Wow. “Highly possible at any time” Shakhova. I could not disagree more. Paleo provides *no* evidence for this level of sensitivity

Lees bijvoorbeeld: Much ado about methane door prof. David Archer op RealClimate.

Spencer en Ljungqvist in de Amerikaanse Senaat

Gastblog van Jos Hagelaars

Donderdag 18 juli was er een zitting van de Committee on Environment & Public Works van de Senaat van de VS. De zitting had de titel “Climate Change: It’s Happening Now.”. Naast o.a. Jennifer Francis en Pielke Jr. was ook Roy Spencer een van de genodigden in het panel van deskundigen.

Prof. Jennifer Francis had het in haar verhaal over ‘Climate Misleaders’ en even later was Dr. Roy Spencer aan de beurt. En prompt begon hij met een prachtig staaltje van ‘climate misleading’. Spencer liet een plaatje van een klimaatreconstructie zien om, zoals hij dat zei, het onderwerp in een bredere context te plaatsen.

Spencer Senate Hearing 2013-07

Figuur 1. Dr. Roy Spencer in de Senaat van de VS met zijn grafiek.

Lees verder

Verwarring over tijdschalen, lidwoorden en de zeespiegel

Gastblog van Hans Custers

Op het klimaatblog van het NRC zag Paul Luttikhuis het al aankomen voordat het goed en wel begonnen was: de verwarring over twee nieuwe wetenschappelijke artikelen over de stijging van de zeespiegel. Het eerste artikel heeft een behoorlijk Nederlands tintje: de hoofdauteur is Bert Wouters en daarnaast hebben twee Utrechtse onderzoekers er aan meegewerkt. De titel luidt: “Limits in detecting acceleration of ice sheet mass loss due to climate variability”. Het tweede artikel komt van het Postdam – Institut für Klimafolgenforschung (PIK), heeft als hoofdauteur Anders Levermann en als titel: “The multimillennial sea-level commitment of global warming”.

Wie weinig oog heeft voor de immer aanwezige nuances kan met deze twee artikelen alle kanten op, zo is gebleken; van “het valt allemaal heel erg mee met die zeespiegel” tot redeloze paniek. En het merkwaardige is dat de twee artikelen elkaar of zichzelf helemaal niet tegenspreken. De crux zit hem eerst en vooral in een lidwoord. Het ene gaat niet over de oorzaak van de zeespiegelstijging, maar over een oorzaak: het smelten van landijs door het opwarmende klimaat; het andere neemt ook de thermische expansie van zeewater mee. Beide oorzaken hebben hun eigen zekerheden, onzekerheden en voetangels en klemmen, en dus is de verwarring te begrijpen. Verwarring die nog groter kan worden omdat de tijdschalen van de twee onderzoeken enorm verschillen. Je zou bijna gaan denken dat zeespiegelstijging een bijzonder geschikt onderwerp is om verwarring over te creëren. Lees verder

Het Nederlandse advies over het IPCC; wat staat er wel en wat staat er niet in?

Gastblog van Hans Custers

Enkele maanden geleden nodigde het IPCC de regeringen van alle deelnemende landen uit om zich kritisch te buigen over de huidige gang van zaken en op basis daarvan met adviezen voor de toekomst te komen. Een prima plan, want in een complexe organisatie die zich bezighoudt men een – op alle fronten – zo complex onderwerp gaat nooit alles perfect. Dat zal in de toekomst niet anders zijn, maar dat maakt het streven naar verbetering niet minder belangrijk. Maar, omdat het om het IPCC gaat, heeft dit ook een keerzijde: hoe de adviezen van de regeringen ook uitvallen, het is altijd koren op de molen van de anti-IPCC en anti-klimaatwetenschapscampagne. Dat stond bij voorbaat vast. Kritiek op het IPCC zal opgeblazen worden tot enorme proporties, als “bewijs” dat er tot op heden helemaal niets deugde van het IPCC en in het verlengde daarvan nagenoeg de volledige klimaatwetenschap. En mochten de adviezen, om dit soort reacties te voorkomen, terughoudend blijven, dan bewijst dat in de ogen van de klimaatsceptici natuurlijk weer dat iedereen kritiekloos achter het klimaatpanel van de VN – het grote klimaatcomplot – aan loopt.

Het Nederlandse advies is inmiddels af, en openbaar (pdf). Gelukkig en terecht lijken de Nederlandse betrokkenen ervoor gekozen te hebben om gewoon een rechttoe-rechtaan advies uit te brengen, zonder vooraf rekening te houden met de onvermijdelijke klimaatsceptische “spin”. Die onvermijdelijkheid bleek afgelopen vrijdag al, vrijwel onmiddellijk nadat het advies was gepubliceerd op de site van het KNMI. De passage die sindsdien te pas en (vooral) te onpas opduikt in elke internet-discussie over het klimaat is deze:

The IPCC needs to adjust its principles. We believe that limiting the scope of the IPCC to human-induced climate change is undesirable, especially because natural climate change is a crucial part of the total understanding of the climate system, including human-induced climate change. The Netherlands is also of the opinion that the word ‘comprehensive’ may have to be deleted, because producing comprehensive assessments becomes virtually impossible with the ever expanding body of knowledge and IPCC may be more relevant by producing more special reports on topics that are new and controversial.

Sommigen menen dat hier wordt gezegd dat het IPCC, of zelfs de klimaatwetenschap, in het verleden onvoldoende aandacht heeft besteed aan natuurlijke factoren die het klimaat beïnvloeden en aan omstreden (klimaatsceptische) opvattingen, en dat de betrokken Nederlandse partijen vinden dat dat moet veranderen. Wie dat denkt ziet enkele feiten over het hoofd. Lees verder

Het fabeltje over 16 jaar geen opwarming

Gastblog van Jos Hagelaars

“Er was eens..”, de eerste woorden van vele sprookjes en fabeltjes. Nu ik wat ouder geworden ben en ik mijn kinderen niet meer voor hoef te lezen, had ik verwacht dat ik niet veel meer met fabeltjes in aanraking zou komen. Niets is minder waar. De zogenaamde klimaatsceptici kwamen al regelmatig met allerlei fabeltjes aanzetten over het klimaat, die niets met wetenschap van doen hebben, maar de laatste tijd word ik wel erg vaak geconfronteerd met het fabeltje / onwaarheid dat de aarde al zo’n 16 jaar niet meer opwarmt. “Er was eens…” is veranderd in “Er was geen…”, maar het blijft een verzinsel.
Was het maar waar!
Helaas, rond 1997 is de opwarming van de aarde niet gestopt. De troposferische temperaturen zijn sinds 1997 minder snel gestegen dan over eenzelfde periode van ca 1981 t/m 1996, ze zijn echter wel degelijk gestegen. Andere indicatoren laten zien dat de opwarming van de aarde absoluut niet is gestopt. Hieronder enkele grafieken betreffende de temperatuur, de zeespiegel, de mondiale zee-ijs extent, de sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond en de warmte inhoud van de oceanen (OHC – ocean heat content).

Vorig jaar oktober kwam de GWPF met de boodschap dat er al 15 jaar geen opwarming meer is en de Daily Mail maakte er 16 jaar van. Voor enkele andere Nederlandse voorbeelden zie de Staat van het Klimaat, of DDS (hier of hier) of onlangs hier bij de Open Discussie.
Inmiddels zijn er mensen die deze periode omtoveren in 18 jaar of zelfs ‘een kleine 20’. Dit alles natuurlijk gebaseerd op het idee: “Als ik een fabeltje vaak genoeg vertel, gaan anderen misschien geloven dat het een waar gebeurd verhaal is”.

Lees verder

Open discussie juni 2013

Voor klimaatgerelateerde zaken die niet in een recente blog aan de orde zijn gesteld.

Wellicht ten overvloede:

– Vrijheid van meningsuiting geldt voor iedereen

– De spelregels eveneens

– Moderatie van comments vindt plaats door verschillende mensen, waaronder ikzelf en enkele trouwe lezers/schrijvers van dit blog.

Goed Nieuws over de Klimaatgevoeligheid?

Gastblog van Jos Hagelaars

De klimaatgevoeligheid blijft de gemoederen bezig houden, je zou met een knipoog kunnen zeggen dat het onderwerp ‘gevoelig’ ligt. In het IPCC 2007 rapport stond dat de temperatuur op aarde uiteindelijk met 3 °C zou stijgen per verdubbeling van de CO2 concentratie, met als ‘likely’ (>66% kans) grenzen 2 – 4.5 °C, de equilibrium climate sensitivity oftewel de ECS. Deze 3 °C was gebaseerd op vele onderzoeken vanuit meerdere invalshoeken, zoals het instrumentele tijdperk, klimaatmodellen, de gemiddelde klimatologie of de paleoklimatologie.

In Nature Geoscience is op 19 mei van Dr. Alexander Otto van de University of Oxford en anderen een artikel (verder afgekort als Otto-2013) verschenen met schattingen voor de klimaatgevoeligheid op basis van het energiebudget over de afgelopen decennia. De auteurs, waaronder meerdere bekende namen uit de mainstream, maar bijvoorbeeld ook de sceptische Nic Lewis, concluderen:

• “The most likely value of equilibrium climate sensitivity based on the energy budget of the most recent decade is 2.0 °C, with a 5–95% confidence interval of 1.2–3.9 °C, compared with the 1970–2009 estimate of 1.9 °C (0.9–5.0 °C).”

 • “The best estimate of TCR [transient climate response] based on observations of the most recent decade is 1.3 °C (0.9–2.0 °C). This is lower than estimates derived from data of the 1990s (1.6 °C (0.9–3.1 °C)) or for the 1970–2009 period as a whole (1.4 °C (0.7–2.5 °C)).”

Lees verder

Achter de getallen van de consensus

Het veelbesproken artikel van John Cook et al. vindt een zeer sterke consensus in de wetenschappelijke literatuur dat de recente klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt: Van de abstracts waarin een positie wordt ingenomen over de oorzaak van de opwarming van de aarde, onderschrijft 97% (impliciet of expliciet) een menselijke oorzaak daarvan.

Op Lucia’s blog schrijft Brandon Shollenberger over een manier om de resultaten van 12.280 van de 12.465 abstracts te doorzoeken. Op basis van deze zoekmethode en de SkS richtlijnen, geeft Marcel Crok de volgende uitsplitsing van de resultaten (onderschrijven of afwijzen van een menselijke oorzaak van de opwarming):

Categorie 1 (Expliciete onderschrijving met kwantificering): 65
Categorie 2 (Expliciete onderschrijving zonder kwantificering): 934
Categorie 3 (Impliciet onderschrijving): 2933
Categorie 4 (Neutraal): 7930 [het gerapporteerde aantal]
Categorie 5 (Impliciete afwijzing): 53
Categorie 6 (Expliciete afwijzing zonder kwantificering): 15
Categorie 7 (Expliciete afwijzing met kwantificering): 10

De 97% wordt verkregen door de som van de categorieën 1 t/m 3 te nemen als percentage van alle categorieën behalve 4. Dit percentage is 98% op basis van de getallen hierboven, maar dit zijn niet de officiele en complete aantallen.

Natuurlijk kunnen verschillende andere fracties worden berekend op basis van deze getalen, elk met een iets andere betekenis: Van die abstracts die een kwantitatieve inschatting geven van de bijdrage van menselijke activiteiten aan de opwarming onderschrijft 87% (65/75) een dominante menselijke oorzaak. En van die abstracts die een expliciet standpunt innemen over de oorzaak van de opwarming onderschrijft  97,6% (999/1024) een menselijke oorzaak.

Hoe je het ook wendt of keert, er is een sterke wetenschappelijke consensus.

Lees verder

Open discussie mei 2013

Voor klimaatgerelateerde discussie die niet onderwerp van een recente blog zijn.

De vorige open discussie (Lente 2013) heb ik gesloten voor comments omdat Arthur Rorsch zijn vertrek daar aankondigde (en daarmee de discussie die hij aanzwengelde tot een natuurlijk einde is gekomen) en om het aantal commentaren binnen de perken te houden.

Lange termijn persistentie en interne variabiliteit in het klimaatsysteem

Na een lange stilte is nu een nieuwe discussie van start gegaan op ClimateDialogue.org. Het onderwerp is lange termijn persistentie in de mondiale temperatuurdata en de eventuele implicaties daarvan voor de sterkte van interne variabiliteit en voor trend significantie. Deze discussie is gerelateerd aan de vraag of de opwarming een ‘random walk’ zou kunnen zijn, een vraag die onderwerp van vurig debat was op mijn Engelstalige blog een paar jaar geleden (zie ook deze 1 april post daarover).

De genodigde experts op ClimateDialogue zijn Rasmus Benestad (bekend van o.a. RealClimate), Demetris Koutsoyiannis en Armin Bunde. Zeker de openingsblog van Rasmus is zeer verhelderend en lezenswaardig. Hieronder volgt een korte introductie op de discussie. Een uitgebreidere (Engelstalige) versie staat op OurChangingClimate en natuurlijk op ClimateDialogue (met kleine verschillen).

Het klimaat kan door verschillende oorzaken veranderen:

–       Natuurlijke interne variabiliteit (bijv. als gevolg van oceaanschommelingen)

–       Natuurlijke klimaatforcering  (bijv. veranderingen in de zon of vulkanisme)

–       Anthropogene klimaatforcering (bijv. veranderingen in broeikasgassen of aerosolen)

Het IPCC AR4 rapport zei hierover: “it is extremely unlikely (<5%) that recent global warming is due to internal variability alone, and very unlikely (< 10 %) that it is due to known natural causes alone.” Deze conclusie is gebaseerd op een veelheid aan detectie en attributie studies en verschillende “vingerafdrukken” waarin niet alleen observaties maar ook fysische inzichten in het klimaatsysteem zijn meegenomen.

Lange termijn persistentie (LTP) is een eigenschap van een tijdsreeks die een lang geheugen heeft. De aanwezigheid ervan doet de statistische significantie van een trend sterk afnemen. Het kan om die reden relevant zijn voor de detectie van significante opwarming. Vaak wordt de aanwezigheid van LTP gelijkgesteld met interne variabiliteit, maar dat is volgens anderen onterecht, aangezien een deterministische trend ook LTP veroorzaakt (zo vertoont klimaatmodel output ook LTP). Bovendien is voor het kwantificeren van interne variabiliteit een fysische onderbouwing onontbeerlijk.