Categorie archief: Skeptici

Volgens Leon de Winter is het allemaal een complot

Romanschrijver Leon de Winter is dol op complottheorieën, maar kan blijkbaar niet zo goed beoordelen of iets nu fictie of non-fictie is. Zijn afkeer van overheidsregulering drijft hem ertoe om de klimaatwetenschap te wantrouwen en/of te verdraaien. Volgens hem zitten die vermaledijde CO2 moleculen blijkbaar in een samenzwering om een socialistische heilstaat te stichten.

Zo schreef hij eind vorig jaar o.a. op DDS:

Wat het socialisme niet via de stembus is gelukt – de afbraak van de vrije markt – probeert links nu via klimaatpolitiek tot stand te brengen.

Het argument daarbij is: we moeten de aarde redden, want de aarde, en dus ook het leven op aarde, wordt bedreigd door een ongelimiteerde uitstoot van CO2, dus moeten we die uitstoot reguleren en beperken en dat moet via het reguleren van economische processen. Via klimaatpolitiek moet alsnog de socialistische heilstaat worden gesticht.

En de meest effectieve manier om dat te spookbeeld voorkomen is blijkbaar door de wetenschap aan te vallen (dat hebben we eerder gezien). Een typisch geval van ideologisch gedreven scepsis. Het is mij een raadsel waarom hij (en gelijkgezinden) geen marktconforme en bij het rechtse gedachtengoed passende maatregelen zouden kunnen voorstellen. Zoals Scott Denning op de Heartland Conference (ICCC6) zei voor een sterk libertarisch georiënteerd publiek:

If free-market advocates shirk their responsibility, others will dictate policy.

Is that really what you want?

When will you stand up and offer solutions to these problems? Are you cowards?

CO2 moleculen trekken zich van ons politieke gedachtengoed niets aan, en in het niet zo verre verleden was er van een links-rechts scheidslijn qua milieuzorgen (en vertrouwen in wetenschap) nauwelijks sprake (denk aan politici als Winsemius, Nijpels, Thatcher).

Over complottheorieën in het algemeen en die van Leon de Winter in het bijzonder schreef ik een paar jaar geleden het volgende (hieronder integraal overgenomen):

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (4)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen”

De zon en de oceanen spelen onmiskenbaar een hele grote rol in het klimaat. Ze hebben veel meer invloed dan CO2. Ik denk niet dar er ooit één serieus wetenschappelijk artikel is verschenen dat beweert dat het anders is. Als je er zo naar kijkt klopt deze stelling. Het is daarmee een mooi voorbeeld van een halve waarheid, die prima zou passen in het stuk dat Bart Verheggen ooit over dit onderwerp schreef. De suggestie die gewekt wordt: de factoren die een grote rol spelen in het klimaat op zich, moeten ook hun stempel drukken op de opwarming die we sinds ruim dertig jaar zien.

Met dat door elkaar halen van het klimaat in het algemeen enerzijds en de recente opwarming anderzijds komen we bij een grote denkfout die veel klimaatsceptici maken: dat klimaatwetenschap eigenlijk klimaatveranderingswetenschap is; dat de wetenschappers alleen maar bezig zijn met die afgelopen 30 jaar. Niets is minder waar. Klimatologen proberen de werking van het hele klimaatsysteem te begrijpen. Dat begint bij de vraag: waarom is het klimaat zo als het is? Naarmate je dat beter begrijpt, begrijp je de veranderingen ook beter. Aan de andere kant kunnen veranderingen ook helpen om meer inzicht in het systeem te krijgen.

ipcc_ar4_wg1_ch1_fig_1_2_big

Schets van de ontwikkeling van de klimaatwetenschap sinds mid jaren ’70. FAR, SAR, TAR en AR4 staan voor de jaren waarin IPCC rapporten verschenen, achtereenvolgens 1990, 1995, 2001 en 2007

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (3)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“3. Het enige “fundamentele bewijs” dat klimaatmodellen leveren is dat hun instituten meer geld nodig hebben”

De obligate kritiek van klimaatsceptici op modellen is overbekend. Die kritiek is zonder uitzondering vaag en oppervlakkig. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit één klimaatsceptisch verhaal heb gezien dat ook maar één concrete fout of onnauwkeurigheid in de modellen wist aan te wijzen. Laat staan dat men constructief is en met voorstellen voor verbeteringen komt. Je zou bijna gaan denken dat die sceptici helemaal niet weten hoe die modellen precies in elkaar zitten, of hoe ze precies worden gebruikt.

Vaak komt het er op neer dat ze vinden dat het gebruik van modellen in het algemeen en computermodellen in het bijzonder geen “echte wetenschap” zou zijn. Laten we eens bij de bron van alle wijsheid, Wikipedia, kijken wat een wetenschappelijk model precies is: “In een wetenschappelijke of technische context is een model een vereenvoudigde voorstelling, beschrijving of nabootsing van (een deel van) de werkelijkheid.” Een formule – volgens nogal wat mensen het summum van wetenschap – is volgens deze definitie een model. En als we die formule in een spreadsheet zetten hebben we een computermodel! Dat er iets principieel mis zou zijn met het gebruik van modellen is dus niet zo’n sterk argument.

Er is nog een veel voorkomend misverstand: dat de modellen bedoeld zijn om het klimaat te voorspellen. Dat is niet het geval. De modellen laten zien wat de invloed van verschillende factoren is op het klimaat, en dus ook van veranderingen in deze factoren. Maar geen enkele klimatoloog zal beweren dat hij al die factoren jaren of zelfs decennia vooruit kan voorspellen. Sterker nog, prognoses van bijvoorbeeld de zonne-activiteit, vulkanische activiteit en zelfs broeikasgasemissies vallen helemaal niet onder het vakgebied van de klimaatwetenschap. Dat is het werk van astronomen en astrofysici, vulkanologen en geologen, economen en ingenieurs. Het IPCC heeft het om deze reden in zijn rapporten over projecties in plaats van voorspellingen. Die projecties geven de te verwachten invloed van een toename van broeikasgassen in de atmosfeer aan, volgens een aantal scenario’s. Niets meer, niets minder. Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (2)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“2. Behalve de periode 1975-1998 is er geen periode in de geschiedenis waarin CO2-concentratie en temperatuur ook maar enig verband vertonen”

Een denkfout die klimaatsceptici vaak lijken te maken is deze: als CO2 invloed heeft op de temperatuur, dan moet de temperatuur de CO2-concentratie precies volgen. Dat is natuurlijk niet waar, want er zijn ook andere factoren die invloed hebben. Alle metingen laten zien dat de aarde nu al zeker een eeuw steeds warmer wordt, terwijl ook de hoeveelheid broeikasgassen in die periode toeneemt. (Wat overigens weer niet betekent dat het toegenomen broeikaseffect de enige oorzaak is van die temperatuurstijging; correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg.) De temperatuur zal een geleidelijke toename van broeikasgassen zelden of nooit in één soepele lijn volgen, omdat in korte periodes andere factoren een grotere invloed hebben. Precies zoals de wetenschap dat verwacht op basis van vrij eenvoudige statistische analyses. Sinds de jaren zeventig is elk decennium warmer dan het voorafgaande,en vooralsnog is er niets dat er op wijst dat dat zal veranderen in het decennium waarin we nu leven.

bjefgcaf

Gemiddelde temperatuur per decennium sinds 1900 voor 5 verschillende datasets

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (1)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“1. Warme tijden zijn in het verleden altijd de betere geweest voor mens, dier en plant (Holocene Climate Optimum, Minoïsch Optimum, Romeins Optimum, Middeleeuws Optimum) en de koude fasen rampzalig (Kleine IJstijd 1350-1850)”

We beginnen meteen maar bij het onderwerp waarover discussies op blogs altijd oeverloos uit de hand lopen: paleoklimatologie. Ofwel: temperatuur­reconstructies, op basis van zogenaamde proxies zoals ijsboringen, sedimenten, boomringen, gletsjers en historische documenten. Al die proxies bij elkaar, en het zijn er inmiddels behoorlijk wat, leveren het beeld op van een wereld die nu warmer is dan hij in millennia is geweest. Veel sceptici bestrijden dit en daar kan ik me nog wel wat bij voorstellen. Bij historische onderzoeken die zo ver teruggaan in de tijd is het altijd een beetje behelpen: het vinden van aanwijzingen die informatie geven is al een hele klus en de interpretatie van die aanwijzingen is ook nooit eenvoudig. Elk type proxy heeft zo zijn eigenaardigheden en onzekerheden, wat tot een paradoxale situatie leidt: hoe meer informatie er is in de vorm van verschillende soorten proxies, hoe meer aangrijpingspunten er zijn voor kritiek. De realiteit is natuurlijk dat meer informatie meer zekerheid oplevert zolang alles min of meer dezelfde kant op wijst; ook als elke individuele proxy zijn onzekerheden heeft.

Er is één grote complicatie. De reconstructies plaatsen niet alleen het huidige klimaat in een historische context, ze laten ook zien dat kleine variaties in het klimaat niet zo uitzonderlijk zijn. En dat past dan weer uitstekend in het klimaatsceptische gedachtegoed. Dat zulke natuurlijke variaties voorkomen wordt overigens algemeen geaccepteerd, maar het hoeft allerminst te betekenen dat de huidige hoge temperaturen ook een natuurlijke oorzaak hebben. Een maatschappij zoals de onze, die op grote schaal fossiele brandstoffen gebruikt is nooit eerder voorgekomen; in dat opzicht gaat elke historische vergelijking mank. Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (proloog)

Gastblog door Hans Custers

Alweer een jaar of twee geleden deed ik, in een discussie met een van de bekende Nederlandse klimaatsceptici een voorstel: “Als jullie, de sceptici, nu eens met een lijstje komen van de belangrijkste argumenten waarom de klimaatwetenschap het mis heeft, dan kunnen we die argumenten daarna eens één voor één onder de loep nemen.” Eerlijk gezegd verwachtte ik destijds al geen groot enthousiasme bij de sceptici, en dat kwam er dan ook niet. Klimaatsceptici houden niet zo van het verdedigen van hun argumenten. Ze zijn er ook niet zo goed in. Ze kiezen liever voor de aanval, met een min of meer vast repertoire aan stellingen en beschuldigingen. De weerleggingen van al die argumenten zijn ook bekend (Skeptikal Science heeft ze verzameld, inclusief Nederlandse vertaling; het Nederlandse Klimaatportaal dekt de belangrijkste ook af), maar wanneer een klimaatscepticus daarmee geconfronteerd wordt, haalt hij gewoon weer wat nieuwe argumenten boven uit het standaardrepertoire. Ofwel: de klimaatscepticus is geneigd de inhoudelijke discussie over zijn argumenten te ontwijken, in plaats van die te voeren.

Onlangs hoorde ik dat Climategate.nl enkele weken geleden een top 10 van hun favoriete argumenten had gepubliceerd. Hieronder de lijst.

De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt

  1. Warme tijden zijn in het verleden altijd de betere geweest voor mens, dier en plant (Holocene Climate Optimum, Minoïsch Optimum, Romeins Optimum, Middeleeuws Optimum) en de koude fasen rampzalig (Kleine IJstijd 1350-1850)
  2. Behalve de periode 1975-1998 is er geen periode in de geschiedenis waarin CO2-concentratie en temperatuur ook maar enig verband vertonen
  3. Het enige “fundamentele bewijs” dat klimaatmodellen leveren is dat hun insituten meer geld nodig hebben
  4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen
  5. 3x meer CO2 in de lucht is optimaal voor vergroening en meer landbouwopbrengst en biodiversiteit
  6. Sinds de super El Ninjo van 1998 stijgt de wereldtemperatuur niet meer
  7. De zon was in de tweede helft van de 20e eeuw actiever dan in duizenden jaren daarvoor en het is logisch dat de temperatuurstijging daarna nog een tijdje doorgaat
  8. Sinds 2007 is de zon geleidelijk aan het inslapen en krijgen we vanaf 2013 volgens Prof. De Jager een Dalton minimum (koude fase uit kleine ijstijd) en volgens anderen zelfs een bitterkoude herhaling van het Maunder minimum
  9. Onderzoek van Bas van Geel levert keihard bewijs voor de extreme gevoeligheid van het klimaat voor veranderingen van de zon
  10. Wiens brood men eet diens woord men spreekt ofwel follow the money

Lees verder

Reacties op de Wall Street Journal brief in de Volkskrant

Het blijft lastig uit te leggen, die korte termijn temperatuur trends. Zo schreven Martijn van Calmthout en Maarten Keulemans, in reactie op sceptische Wall Street Journal vertaling:

Inderdaad staat de opwarming van de aarde al zo’n 10 tot 15 jaar nagenoeg stil. Het is wel warmer dan zo’n vijftig jaar geleden, maar nóg warmer wil het al jaren niet worden. Dat geeft aan dat er van een lineaire, een-op-een-relatie met CO2 geen sprake is en we niet in rap tempo opmarcheren richting afgrond, zoals Al Gore destijds suggereerde.

Hier laten ze na om het belangrijke verschil te duiden tussen korte termijn variaties en de lange termijn onderliggende trend. Met jaarlijkse variaties tot +/- 0.25 graden is het volstrekt logisch dat er perioden zijn van 10-15 jaar waarin de onderliggende trend (0.17 graden per jaar over de afgelopen 35 jaar) tijdelijk gemaskeerd wordt. Twee alinea’s verder zeggen ze weliswaar dat de “stilstand” toeval kan zijn en aan een aantal koele La Nina jaren kan liggen, maar dat voelt een beetje als mosterd na de maaltijd.

De opmerking over Al Gore lijkt vooral strategisch bedoeld te zijn, om zichzelf als het zogenaamd objectieve midden te profileren door naar beide kanten uit te halen; daarover later meer.

De algemene teneur van hun reactie vind ik echter erg goed: De focus ligt op de grote lijnen van wat er bekend is (CO2 houdt warmte vast), op hoe wetenschap werkt (niets is ooit zeker), en op de redenen achter de grote publieke onenigheid over klimaatverandering (botsing van ideologieën).

Heel sterk is de volgende passage:

Wat de klimaatsceptici echter vergeten, is dat de meeste aanwijzingen wel één kant op wijzen. ‘Onweerlegbaar’ is dat CO2 infraroodstraling absorbeert en weer naar alle kanten uitzendt, de reden waarom atmosferen met veel CO2 warmte beter vasthouden dan atmosferen zonder CO2. Dat gegeven alleen al, gecombineerd met de waargenomen sprong in oppervlaktetemperaturen tussen 1975 en 2000, maakt het aannemelijk dat de dampkring opwarmt door menselijk toedoen.

Ze eindigen hun opiniestuk met de terechte opmerking dat onzekerheid niet betekent dat er geen maatregelen getroffen zouden moeten worden (in een sneeuwstorm rijden de meeste mensen per slot van rekening ook langzamer):

Liever achteraf constateren dat het best meeviel, dan straks moeten vaststellen dat we een ecologische ramp over ons hebben afgeroepen die we hadden kunnen voorkomen.

Al is dat natuurlijk een normatieve uitspraak, die buiten het gebied van de klimaatwetenschap ligt.

Maarten Keulemans ging in een blogpost dieper in op de 16 briefondertekenaars:

Hun gemiddelde leeftijd is 72 jaar. Zes hebben duidelijke en directe banden met de olie-industrie. Tien komen uit een hoek die inhoudelijk niets met het klimaat te maken heeft (…) En haast allemaal zijn ze verbonden aan rechts-conservatieve ‘denktanks’ en lobbygroepen (…).

Martijn van Camlthout schreef op zijn nieuwe blog over het gewraakte stuk:

Het (…) is geen opiniestuk, maar een kletsverhaal, dat er op speculeert dat de lezer eigenlijk van toeten noch blazen weet. Wat grosso modo natuurlijk ook zo is.

Kritisch blijven kijken naar de argumenten en de geloofwaardigheid is het devies.

Vandaag verscheen nog een aantal reacties in de Volkskrant, o.a. van J. van Huissteden, associate professor VU (specialisatie geologie en klimaatverandering):

De ideologische drijfveren van de auteurs worden duidelijk als het om de economie gaat.

De economie moet de komende vijftig jaar vooral niet gehinderd worden door het terugdringen van broeikasgassen. De auteurs zijn kennelijk voorstanders van een ongehinderde vrije markt, waarin het voorzorgprincipe niet geldt, ook al gaat het om de basis van ons bestaan.

Zelf geven de auteurs toe dat we nog niet genoeg weten over het klimaat. Waarom dan wel zo stellig ontkennen dat er iets aan de hand is? Doorgaan op de oude voet met broeikasgassen is een onverantwoord experiment met een systeem dat we niet voldoende kennen, terwijl de kans op desastreuze gevolgen zeer groot is.

Een zeer terechte opmerking over de dubbele moraal t.a.v. onzekerheid in dit stuk (en in veel andere sceptische redeneringen): Onzekerheid wordt uitvergroot als het om de mainstream inzichten gaat, en onzekerheid lijkt ineens niet meer te bestaan als het om het bagatelliseren van die mainstream gaat. Dat is niet consistent.

Happy Valentine’s day, as uncertain as love may be

Reactie op klimaatsceptische column Thierry Baudet in NRC

Thierry Baudet had afgelopen vrijdag een column in het NRC waarin hij de ernst van klimaatverandering bagatelliseerde. Omdat er duizend jaar geleden wijn werd verbouwd in Engeland is er volgens hem geen vuiltje aan de lucht met de huidige opwarming. Geen solide redenering, zoals uit onderstaande reactie blijkt:

Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat

Wij zouden ons als natuurwetenschappers wel een paar keer bedenken voor we in NRC een artikel over rechtsfilosofie zouden schrijven. Dat is ons vak niet. Maar rechtsfilosoof Thierry Baudet ziet er geen been in over klimaatwetenschap te schrijven (NRC 27 januari). Zijn gebrek aan kennis is echter pijnlijk.  Hij herkauwt diverse ‘tegenargumenten’ die door de wetenschap al lang zijn weerlegd. Hij baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen.

De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar. Er zou in de middeleeuwen wijnbouw zijn in Engeland. Dus? Nu is dat weer het geval, ook in Nederland, en zelfs in Noorwegen wordt met wijnbouw begonnen.

In feite is het nauwelijks relevant of het 1000 jaar geleden warmer of kouder was dan nu. Het zegt namelijk niets over de oorzaak van de huidige opwarming. Baudet zegt het niet met zoveel woorden, maar zijn column heeft alle schijn van de drogredenering dat, omdat de opwarming toen een natuurlijke oorzaak had, het dat nu ook moet hebben. Een beetje zoals Jantje van stelen beschuldigen, puur en alleen omdat hij jaren geleden ook iets gestolen heeft. Baudet zal waarschijnlijk kunnen bevestigen dat dat in een rechtszaak geen overtuigend argument zou zijn om Jantje daadwerkelijk schuldig te achten. Zeker niet als Jantje een geldig alibi heeft en Pietje’s vingerafdrukken op het plaats van delict duidelijk te zien zijn.

De opwarming van nu zou komen doordat we uit de kleine ijstijd komen. Tja. Alle klimaatveranderingen uit het verleden hebben oorzaken, en die worden uitvoerig bestudeerd. De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een langdurig zonneminimum en wellicht ook door verhoogde vulkanische activiteit. De huidige opwarming is alleen te verklaren door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide. Deze toename is door mensen bewerkstelligd. Andere mogelijke  oorzaken, zoals de zon en natuurlijke variaties worden permanent onderzocht, maar hun rol bij de huidige opwarming blijkt steeds nihil tot bescheiden. De hedendaagse temperatuurstijging verloopt wellicht sneller dan ooit in het verleden het geval is geweest, in ieder geval veel sneller bijvoorbeeld dan de overgang van een ijstijd naar een gematigd klimaat.

Uit de studie van klimaatveranderingen in het verleden is gebleken dat CO2 een sleutelrol speelt in het globale klimaat. De extra CO2 die nu in de lucht zit is daar door menselijk handelen gekomen, en een deel daarvan zal nog meerdere millennia in de atmosfeer haar opwarmend effect blijven hebben.

De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar. Wat Baudet doet is kort na hoogwater langs de vloedlijn lopen om uit die waarneming te concluderen dat de zeespiegel daalt.

Opinies kunnen verschillen over vragen als: welke risico’s willen we als samenleving nemen? Wegen de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan op tegen de kosten? Kan het geld beter anders worden besteed? Een rechtsfilosofische beschouwing over dergelijke kwesties zou een welkome aanvulling op het debat zijn. Daarin kan Baudet dan zijn vakkennis kwijt, in plaats van onjuistheden te debiteren over de feiten van een wetenschapsdomein waarvan hij overduidelijk geen kaas heeft gegeten.

Dr. Ir. Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft

Dr. Roderik van de Wal, Universiteit van Utrecht

Dr. Jan Wuite, Universiteit Luxemburg

Prof. Dr. Ir. Pier Vellinga, Universiteit Wageningen

Dr. Ir. Bart Verheggen, Planbureau voor de Leefomgeving

Opvallend is ook dat het niet lang duurt of er komt een heuse complottheorie om de hoek kijken in Baudet’s column, alsof klimaatverandering slechts een dekmantel is voor de “machtsvergroting” van de EU. En al die wetenschappers zitten zeker ook in dat complot? Baudet is blijkbaar bang voor meer overheidsmacht, en wantrouwt daarom de wetenschap (op basis waarvan wellicht overheidsmaatregelen worden voorgesteld).

Deze reactie is ook te lezen op de blog van Jan Paul van Soest en Ernst Schrama. Jan Paul voorziet het stukje van een lezenswaardige inleiding, waarin hij vier potentiele motieven noemt voor klimaatscepsis: ideologie, lobbyisme, hobbyisme en querulantisme. Ik zou daar verwarring, professionele deformatie en het underdog-gevoel bij scharen.

Deze reactie is niet geplaatst door het NRC. In de krant staat wel een reactie van Jan Terlouw en van Wouter van Dieren.

Update: meer reacties op baudet’s column:

Jan Terlouw – reactie op Thierry Baudet – NRC

Wouter van Dieren – reactie op Thierry Baudet – NRC 

Stevens en Olsthoorn – reactie op Thierry Baudet – NRC

Uitgebreidere reactie van Mark Olsthoorn op zijn blog (h/t Jules)

 

Globaal gemiddelde temperatuur: korte termijn variatie vs lange termijn trend

Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Voor klimaatverandering (lange termijn verandering in de gemiddelde weerssituatie) is het van belang om onderscheid te maken tussen de korte termijn variatie en de lange termijn trend.

(doubleclick to see animation; via SkS)

Ook in aanwezigheid van een lange termijn trend zijn er perioden van stagnerende temperatuur. Dat wordt ook door klimaatmodellen voorspeld, alleen kan de precieze timing ervan niet worden voorspeld (omdat de ENSO cyclus en vulkanen niet voorspelbaar zijn op tijdsschalen van meerdere jaren).

Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Deze invloeden kunnen op basis van fysische principes gekwantificeerd worden (zoals in grootschalige klimaatmodellen wordt gedaan). Het is ook mogelijk om op basis van een regressie analyse van de mondiale temperatuur de meest waarschijnlijke invloed ervan te bepalen. Als dan voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn.

Dit is in een notedop wat Foster en Rahmstorf hebben gedaan in hun recente artikel. Daarin laten ze de data als het ware voor zichzelf spreken, zonder enige aanname over werkingsmechanisme of de mate van invloed van de verschillende factoren. Het komt erop neer dat ze hebben gekeken met welke combinatie van bovengenoemde natuurlijke factoren en een lineaire trend (als proxy voor het menselijke global warming signaal) de gemeten opwarming het beste gesimuleerd kan worden. Daarbij is ook rekening gehouden met een eventuele vertraagde respons (door dat ook in de regressie op te nemen).

De maandelijkse waarden van de ‘gecorrigeerde’ globaal gemiddelde temperatuur vertonen nog steeds flinke pieken en dalen, maar alleen over korte tijdsschalen vanminder dan een jaar. Deze variaties zijn onderdeel van het chaotische element in ‘het weer’. Door de jaarlijkse waarden van de gemeten en de voor natuurlijke factoren gecorrigeerde opwarming met elkaar te vergelijken wordt duidelijk dat over meerdere jaren bekeken de opwarming gestaag aan het doorgaan is:

(In de bovenste van deze twee figuren zijn de verschillende datasets verticaal verschoven voor de duidelijkheid)

Een zelfde soort analyse is enkele jaren geleden ook door Lean en Rind gedaan. Zij gebruikten een langere tijdsperiode (1889 – 2006), waardoor de menselijke invloed ook niet meer met een lineaire trend gesimuleerd kon worden. In plaats daarvan gebruikten zij een combinatie van broeikaswarming en aerosolkoeling. Qua fysische onderbouwing sterker, maar het vereist wel extra aannames over de relatieve sterkte van de broeikas en aerosolforcering (en de laatste is heel onzeker). Beide keuzes zijn verdedigbaar, en beiden hebben hun specifieke voor- en nadelen.

Een korte versie van deze analyse heb ik op 12 december op het klimaatsymposium gepresenteeerd. Zie mijn slides hier. Commentaar van Tamino op zijn eigen artikel. Een flinke discussie over dit artikel werd ook al gevoerd op een vorige blogspost.

Update (15 oktober): In een latere blog ga ik verder in op het verschil tussen korte termijn variaties en een lange termijn trend: De onderliggende opwarmende trend gaat gewoon door, terwijl door natuurlijke variaties en andere factoren die trend tijdelijk gemaskeerd kan worden.

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel I: de ‘AGW antagonisten’

Op maandag 12 december hielden de Nederlandse klimaatsceptici, i.s.m. de Groene Rekenkamer, een klimaatbijeenkomst in Nieuwspoort (Den Haag). Aanleiding was de KNAW brochure over het klimaatdebat, die volgens hen ernstige fouten bevat en derhalve moet worden teruggetrokken. Hiertoe is een aantal weken geleden een brief gestuurd aan de KNAW. Deel I gaat over de bijdragen van enkele klimaatsceptici. In deel II zal ik ingaan op de bijdragen van enkele PCCC leden (Platform Communication on Climate Change), waaronder yours truly. Zie ook het (kortere) bericht op Klimaatportaal.

Hans Labohm was dagvoorzitter. KNAW lid Rudy Rabbinge was er ook, en Labohm heette hem en Rob van Dorland, Leo Meyer, Bart Strengers en Bart Verheggen welkom, als ‘AGW protagonisten’ en representanten van ‘de officiële Nederlandse klimaatinstituten’, zoals verenigd in het PCCC. Wij wilden met onze aanwezigheid en door middel van het aangaan van de dialoog bijdragen aan het depolariseren van het publieke debat.

Algemene impressie

Het was een interessante gewaarwording om eens zo sterk in de minderheid te zijn wat betreft visie op klimaat. Het beeld van een parallel universum kan ik niet helemaal loslaten. Het was leuk om personen met wie ik meerdere malen van gedachten heb gewisseld of wiens blogs ik gelezen heb eens in levenden lijve te zien. We zijn ten slotte allemaal mensen; dat is ook wel eens goed om je te realiseren als je regelmatig op internet met andersdenkenden discussieert. Persoonlijk contact draagt sterk bij aan het depolariseren van het debat. Niet dat CO2 moleculen zich daar veel van aantrekken, maar het komt de sociale dynamiek wel ten goede. Het verschil in mening lijkt vaak terug te zijn voeren op de focus: Op het badwater of op de baby. En liefst natuurlijk op allebei. Van babies op deze dag echter geen spoor.

Marcel Crok was de eerste spreker. Hij kwam met veel details over bijvoorbeeld de vergelijking tussen metingen en modellen. Zijn verdienste is het dat hij duidelijk maakt waar nog een gebrek aan begrip is. Zo wordt de opwarming vroeg in de 20ste eeuw minder goed begrepen en gesimuleerd, dan die in de late 20ste eeuw. Hij ging daarbij nogal selectief te werk, bijvoorbeeld door de opwarming vroeg in de 20steeeuw te baseren op de periode 1917 (dieptepunt) t/m 1944 (hoogtepunt) op basis van HadCRU. In een vergelijking van geobserveerde en gemodelleerde oceaan warmte inhoud was het nulpunt van de modelberekeningen verschoven om de illusie van een slechte overeenkomstigheid te versterken.

Op basis van grafieken van Lucia Liljegren, liet Marcel zien dat de mate van overeenkomst tussen model en observaties afhangt van de baseline periode (en dus indirect het nulpunt). Hoe korter de baseline periode, hoe slechter de simulatie (en vice versa). Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van ongeforceerde en dus onvoorspelbare variatie in de temperatuurdata, en hangt anderzijds ook af van hoe ‘goed’ het model is.

Dick Thoenes begon met het debat te karakteriseren als tussen ‘alarmisten’ en ‘sceptici’. Hij stelde vraagtekens bij issues, waarover de wetenschap door middel van observaties en kennisvergaring al lang overeenstemming heeft bereikt, zoals bijvoorbeeld de fossiele oorsprong van de toename in CO2 concentraties of het verzadigingsargument. Ook beweerde hij dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

Thoenes eindigde met een interessante vraag: “Wat als de sceptici gelijk hebben?” Veel geld voor niets gespendeerd te hebben stelde hij voor als een horrorscenario. Daar kwam ik later (in mijn 5 minuten spreektijd) op terug door de inverse vraag te stellen: “Wat als de mainstream wetenschap gelijk heeft? En als we naar de ene kant van het spectrum kijken (minder erg dan verwacht), moeten we eerlijkheidshalve ook naar de andere kant kijken (erger dan verwacht): Wat als ‘alarmisten’ gelijk hebben?” Het spectrum kan misschien simplistisch als volgt weergegeven worden: Sceptici focussen op het badwater, klimaatactivisten op de baby, en de mainstream wetenschap op allebei.

Theo Wolters verwoordde de kritiek op de KNAW brochure en vroeg om terugtrekking ervan. Een belangrijk punt daarbij, zoals ook verwoord door Kees le Pair, was dat die brochure het deed voorkomen alsof er een consensus is onder wetenschappers. Vanuit het idee dat consensus een unanimiteit van meningen inhoudt, verwerpen zij de stelling dat er consensus is. Bovendien hadden de meeste sprekers en bezoekers het idee dat de wetenschap totaal verdeeld is over de basale klimaatvragen. Zijn presentatie werd gevolgd door een discussie tussen Rabbinge en de zaal. Vanwege het gebrek aan context onthield Rabbinge zich van inhoudelijk commentaar op de kritiekpunten van Wolters. Hij gaf aan te zullen overleggen binnen de KNAW en op basis daarvan eventueel in een later stadium te reageren.

Arthur Rörsch hield een pleidooi dat wolken, wind en water het mondiale klimaat zouden stabiliseren. In deze visie zou opwarming, via effecten op de watercirculatie, tot een verlegging van de windzones leiden. [tekts veranderd 16-12] Een kwantitatieve en fysische onderbouwing ontbrak.

Bas van Geel, paleo-ecoloog aan de UvA, had het over de rol van de zon in klimaatveranderingen. Hij liet o.a. onderzoeksresultaten zien op het snijvlak van antropologie en paleo-klimatologie. Op basis van lokale studies concludeert hij dat het effect van de zon op het mondiale klimaat veel sterker is dan uit de IPCC rapportages (en de onderliggende literatuur) blijkt, en dat er dus mechanismen moeten zijn die het effect van de directe zonnestraling versterken. Deze kunnen volgens hem niet in modellen ingebouwd worden. Echter, in eerdere modelsimulaties is het maximaal mogelijke effect van kosmische straling via aerosolvorming al eens becijferd en zeer klein bevonden. Een belangrijk versterkingsmechanisme is volgens van Geel de relatief grote variatie in ultraviolette straling bij zonneactiviteit. Volgens Rob van Dorland laten de meeste studies hierover echter zien dat dit mechanisme de mondiale temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Meer lezen:

Klimaatmodellen zijn niet perfect, maar hebben wel degelijk voorspellende waarde.

Stadseffect is aanwezig, maar heeft marginale invloed op mondiale temperatuurreconstructies.

Rol van de zon is evident, maar niet verantwoordelijk voor recente opwarming (laatste 40 jaar).