Categorie archief: Kritisch denken

Anthropogenic Global Warming revisited. Een epistemologische zedenschets.

Gastblog van G.J. Smeets, met een tekening van Marije Mooren

Inleiding.

Anthropogenic Global Warming (in het vervolg: AGW) is het schoolvoorbeeld van zogeheten ‘super wicked problems’ waarop ik in een vorig gastblogstuk ben ingegaan. Om het geheugen op te frissen: een belangrijke conclusie was dat AGW met doelbewuste planning / beleid niet oplosbaar is. De reden daarvan is dat in het wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering nog veel onzeker is. Bovendien is AGW als maatschappelijke en politieke kwestie omgeven door diverse en vaak conflicterende belangen. En er zijn ook nog eens voorstelbare feedback-lussen (fysisch, sociaal) die vanwege de lange tijdschalen niet goed voorspelbaar zijn. In deze bijdrage bezie ik het AGW-vraagstuk als het gevolg van een specifieke epistemologische gewoonte, n.l. het scheiden van geest en materie. Die scheiding is aan de orde geweest in een ander gastblogstuk. Wat hier beneden volgt is als het ware het middenpaneel en sluitstuk van een drieluik waarin de AGW epistemologisch is belicht. Ik begin met historische en etnografische opmerkingen over de relatie mens / habitat. Vervolgens leg ik uit dat en waarom van wetenschap en maatschappelijk debat geen oplossing van AGW te verwachten is. Ter afsluiting iets over de centen die met dat alles gemoeid zijn.

Epimistologische Zedenschets
Lees verder

Hé! een olifant in de kamer.

Gastblog van G.J. Smeets, met een tekening van Marije Mooren

De wereld wordt warmer in een tempo dat verontrustend is. Althans, verontrustend voor wie én de klimaatwetenschap serieus neemt én de IPCC risico-analyses. Niet iedereen voldoet aan die dubbele voorwaarde. Ikzelf scoor op beide stress-criteria behoorlijk positief. En ik betrap mezelf regelmatig op de neiging om negatief-scorenden te verwijten dat ze de oplossing – drastische CO2 reductie – dwarsbomen. Dat ze hardnekkig grossieren in drogredeneringen, methodologisch knoeiwerk en wetenschapstheoretische onnozelheid maakt de antipathie jegens hen groot en hun betrouwbaarheid klein. Maar bij nadere beschouwing is het twijfelgilde klein bier. De echte pijn zit in de hoedanigheid – de kwaliteit – van het probleem van de klimaatverandering zelf. Ik licht het toe aan de hand van een eenvoudige taxonomie van menselijke problemen:
A) tamme problemen,
B) wilde problemen, en
C) ontembare problemen.

Draak

A. Tamme problemen
Deze zijn principieel overzichtelijk, denk aan schaakproblemen die met krachtig geheugen, oplettendheid en vasthoudendheid zijn op te lossen. Tamme problemen zijn het domein van onderzoekers in het lab die via een gecontroleerd en herhaalbaar experiment of simulatie een hypothese afzetten tegen data.

B. Wilde problemen
Deze zijn experimenteel niet benaderbaar en zijn typisch het domein van beleidsmakers. De term ‘wild probleem’ is mijn vrije vertaling van wat stadsplanner Melvin Webber en design-theoreticus Horst Rittel in 1973  hebben gemunt als ‘wicked problem’. Wikipedia geeft een handig overzicht van de kenmerken van wat Rittel & Webber voor ogen hadden. Hun paper is ook 40 jaar na dato relevant en strijdvaardig in zijn kritiek op het nog altijd courante concept ‘maakbaarheid’. Maar het eindigt in mineure stemming:

“We have neither a theory that can locate societal goodness, nor one that might dispel wickedness, nor one that might resolve the problems of equity that rising pluralism is provoking. We are inclined to think that these theoretic dilemmas may be the most wicked conditions that confront us.”

C. Ontembare problemen
Deze zijn niemands domein terwijl ze ieders zorg zijn. In hetzelfde tijdschrift waarin Rittel & Webber 40 jaar geleden hun concept ‘wicked problem’ uit de doeken deden is 2 jaar geleden een paper verschenen dat er een schepje bovenop doet. De auteurs zijn werkzaam op het raakvlak klimaat / energie / beleid. Hun paper gaat over klimaatverandering als proto-type van wat ze als ‘super wicked problems’ hebben gemunt.
Lees verder

Klimatologie is een volwassen wetenschap

Vrije vertaling van Victor Venema’s post op Variable Variability. De tekening is van Marije Mooren

Een reactie op het blog van Judith Curry (Climate Etc.) bleek controversieel te zijn. Judith Curry schreef:

The point is that you can’t neutralize plausible alternative interpretations of the available evidence from diminishing the scientific ‘consensus.’ It only takes one such argument, and one person making it (but in fact there are numerous arguments and a substantial number of people making them).

Het antwoord van Victor Venema:

In practice it will likely take more than one Galileo or study. Also the refutation of classical mechanics by quantum mechanics and relativity did not change many things we already understood at the time. It allowed us to study new things and ask new questions. That was the revolution.
Climatology is a mature field and new findings will more likely change the complete picture only little. The largest uncertainties are in the impacts, improving our understanding there will have to be done one impact at a time. And more likely, one aspect of an impact at a time.

Helaas ging niemand in op de stelling dat grote vernieuwingen in de wetenschap (paradigmaveranderingen) meestal de reikwijdte van de wetenschap uitbreiden, in plaats van dat ze (de praktische consequenties van) eerdere bevindingen weerleggen. Maar de stelling dat de klimaatwetenschap volwassen is, ging velen te ver.

Curry’s repliek:

Climate science is NOT a mature field. Stay tuned for more and more surprises…

Dit hoge niveau van argumentatie is lastig te beantwoorden. Maar er zijn daar nog wel wat verstandige mensen, bijvoorbeeld Michael, die schreef:

The second [surprises] is not in any way ruled out by the first [maturity].
There are plenty of new discoveries, even in mature fields.

Het is boeiend dat Curry zo dol is op verrassingen, of onzekerheid. Van oudsher maken mensen zich zorgen over veranderingen van het klimaat, omdat dat klimaat zo belangrijk voor ons is. Zijn onzekerheid, of mogelijke verassingen goede argumenten om maar gewoon door te gaan met alle huidige activiteiten die het klimaat kunnen beïnvloeden? Of is het een conservatieve gedachte om daar twijfels bij te hebben? Lees verder

Via meten tot weten: hoe de klimaatwetenschap de geest uit de fles heeft bevrijd

Gastblog van G.J. Smeets

De klimaatwetenschap maakt de tongen los en dat is niet voor niks. Haar bevindingen zijn relevant voor o.m. (inter)nationaal energiebeleid en regionale infrastructuur-planning. In het volgende ga ik in op een andere reden waarom de klimaatwetenschap over de tong gaat en die diepe wortels heeft in onze intellectuele traditie: het begrip van meten en weten. De klimaatwetenschap heeft met andere disciplines daarin een trendbreuk geforceerd. Die breuk zal ik toelichten en ik begin met een paar opmerkingen over waar elk weten mee begint: meten.

Stel, een onderzoeker weegt op een klassiek weegschaaltje in het lab wat kwik af: 17 gram. Merk op dat hij niet daadwerkelijk iets weegt maar twee drukkrachten vergelijkt, elk aan een van beide zijden van het kantelpunt. Hij vertaalt de ene ‘Sachverhalt’ in een andere: hij maakt van de verhouding tussen twee drukkrachten een gewichtswaarde. Dat lijkt een bagatel en dat is het in dit geval ook maar dat neemt niet weg dat de verhouding tussen drukkrachten wezenlijk, echt wezenlijk iets anders is dan een verschil in gewicht. Mutatis mutandis impliceert de toepassing van elke micro-, tele-, radio- of elektroscoop dergelijke impliciete vertaalstappen die niet helemaal ‘kloppen’ maar waarop de onderzoeker vertrouwt. Kortom: data (17 gram, 10 megaton CO2, 1,7% van BNP) zijn niet materieel gegeven, ze worden gemaakt. En waarbij de onderzoeker voorbij gaat aan de ware aard van de handeling van het meten, namelijk dat het een interface is – vormgegeven in een meetinstrument als verlengstuk van zijn zintuigen – tussen zijn denken en de te onderzoeken zaak. Meten is een raakvlak tussen geest en materie.

Na het wegen in het lab treedt de onderzoeker een andere soort interface binnen, het immateriële instrument van de statistische analyse. Hij begint met het uitzetten van de Cartesiaanse x- en y-assen om er de interactie van 2 variabelen mee te noteren, of het verloop in de tijd van de waarde van 1 variabele. Vervolgens komt het bepalen van relevant geachte variabelen, het bepalen van minimaal en maximaal te noteren waarden van de variabelen, het selecteren van een steekproefgroep (menselijk, dierlijk, chemisch, atomisch, elektromagnetisch, thermisch, mathematisch, etc.), het daadwerkelijk sonderen, het turven, het (sub)groeperen van wat geturfd is, et cetera. Dat zijn veel epistemologische stappen tussen evenzovele proposities in de wetenschappelijke redenering. Die stappen kloppen nooit precies omdat ze elk een ‘vertaling’ zijn van de voorafgaande naar de volgende propositie in het betoog. Let wel: niet de afzonderlijke proposities zijn in het geding maar de geldigheid, de betrouwbaarheid van de schakels ertussen. Geen enkele wetenschapper ontkomt eraan te vertrouwen (en te doen vertrouwen!) op de geldigheid van de stappen waarmee hij zijn proposities verbindt. Vandaar dat er een beschermend cocon om dat vertrouwen is geweven: een weefsel van routines, rituelen, vakjargon en taboes. Denk aan check en dubbelcheck, dubbelblind experiment, verbetering van het meetinstrumentarium, de slag om de arm (marge!), peer review, het jaarlijkse congres, de eeuwige strijd tegen pseudo-kennis en fraude, het verbod te flirten met de politieke macht, enzovoort. Lees verder

Een rare winter (2)

Een maand geleden schreef ik al een blog met deze titel. Dat was misschien wat voorbarig, omdat de winter toen immers maar net begonnen was. Aan de andere kant heeft de ervaring de laatste – pak ‘m beet – 5 jaar geleerd dat een rare winter, waarin wandelende polaire wervels, een meanderende straalstroom en hardnekkige blokkades de dienst uitmaken, niet zomaar van het ene op het andere moment heel gewoontjes wordt. En dat is dan ook niet gebeurd.

Hier in Nederland viel het wel mee. Daar was het in het grootste deel van de winter gewoon herfst, zoals dat in de meeste jaargetijden het geval is. Het lijkt er weliswaar op dat deze winter als eerste de statistieken in gaat met een Hellman getal van 0, maar daar haal je geen krantenkoppen mee. Aan de andere kant van de Noordzee gebeurde het nieuws. De Britten hebben, in meteorologische termen gezegd, sinds half december een zeer uitzonderlijk aantal diepe depressies over zich heen gekregen. Het gevolg is onder meer een enorme hoeveelheid neerslag in nagenoeg heel Groot-Brittannië, zoals een overzicht van de Met Office laat zien. Met nog een stukje winter te gaan komen de neerslagcijfers voor zowel het hele Verenigd Koninkrijk, als voor elk van de vier landen die er deel van uitmaken, in de buurt van die van de natste winters die sinds 1910 zijn gemeten. Dezelfde Met Office heeft een uitgebreide analyse (met dank aan reageerder Majava) uitgebracht van de stormen en overstromingen deze winter, waarin zowel gevolgen als oorzaken uitgebreid worden behandeld. De BBC had dan weer een serie “before and after” foto’s die een indruk geven van de kracht van de stormen die huishielden aan de kust. Het meest indrukwekkend is wel het verdwijnen van enkele kenmerkende, millennia oude rotsen.

_72125755_porthcothan_swns_976_72131315_pompomnew_976_stuartmorris_edited-1

Lees verder

Is klimaatwetenschap falsifieerbaar?

Een, ehhh…, interessant stuk op Variable Variability, het blog van Victor Venema: Interesting what the interesting Judith Curry finds interesting. Om misverstanden te voorkomen: ik gebruik het woord “interessant” hier niet als een retorisch, suggestief trucje, maar gewoon om duidelijk te maken dat het een lezenswaardig, goed beargumenteerd stuk is.

Victor Venema gaat in op de klimaatsceptische meme die, vaak ondersteund door de nodige stropoppen, stelt dat wetenschappelijke opvattingen over de menselijke invloed op het klimaat niet falsifieerbaar zouden zijn. Hij laat zien hoe onzinnig die meme is, met enkele voorbeelden van manieren waarop antropogene klimaatverandering te falsifiëren, of – nog veel waarschijnlijker – al lang gefalsifieerd zou zijn, als de wetenschap het mis zou hebben.

In deze blogpost geef ik een wat langere lijst van mogelijkheden tot falsifiëring. Klimaatsceptici die een constructieve bijdrage aan de wetenschap willen leveren zouden zich er door kunnen laten inspireren, en misschien wel een onderzoeksvoorstel maken dat op één van die mogelijke falsifiëringen inhaakt. Zoals echte wetenschappers dat zouden doen.

Eerst nog iets over falsifiëring in het algemeen. Bloggenoot Bart schreef er vier jaar geleden een even verhelderend als beknopt stuk over. De kern van dat stuk: een vliegende vogel is geen falsifiëring van de zwaartekracht. Een ogenschijnlijke weerlegging van een hypothese kan bij nader inzien blijken te berusten op een onjuist of onvolledig begrip van die hypothese. Het bestaan van natuurlijke factoren die het klimaat beïnvloeden sluit menselijke invloed niet uit, en weerlegt die dus niet. Een echte scepticus kijkt niet alleen kritisch naar het bewijs voor een hypothese, maar hij neemt ook het tegenbewijs niet kritiekloos voor waar aan. Klimaatsceptici hebben het graag over de ene zwarte zwaan, die de hypothese dat alle zwanen wit zijn weerlegt. Dat is op zich juist, maar als die ene zwarte zwaan net uit een olievlek is gevist, is het wat voorbarig om de hypothese meteen te verwerpen. Lees verder

Zin en onzin in het klimaatdebat onderscheiden

Een fantastisch stuk in HP/De Tijd van Mark Traa (22 februari, abonnement vereist):

Klimaatkunde of klimaatkul?

Kort geleden laaide de discussie over de opwarming van de aarde weer op door een artikel van geleerde klimaatsceptici in The Wall Street Journal. Voor de argeloze burger is het amper nog te volgen: warmt de aarde nu op door de mens of niet? Tijd voor een ‘bullshitdetector’ om zin en onzin in het klimaatdebat te scheiden.

Lees verder

Richard Milne: Kritisch denken over klimaatverandering

Gast-blog van frequent reageerder Jos Hagelaars:

Richard Milne: kritisch denken over klimaatverandering.

Jos Hagelaars

Edinburgh heeft naast een fantastisch mooi kasteel, het Edinburgh Castle, eveneens een universiteit. Onlangs zijn daar een aantal openbare lezingen gehouden over een aantal grote uitdagingen waarmee onze maatschappij geconfronteerd wordt. Klimaatverandering is er daar natuurlijk een van. Een van de lezingen kwam ik tegen op SkepticalScience en ik was er erg door gecharmeerd. Het was de lezing van Dr. Richard Milne, getiteld “Critical Thinking on Climate Change: separating skepticism from denial”.

Richard Milne is een bioloog die een goed verhaal kan vertellen, doorspekt met humor. In 2009/2010 heeft hij een “Teaching Award” gewonnen, wat ik goed kan begrijpen nadat ik zijn video had gezien. Zijn lezing over het kritisch denken over klimaatverandering is zeer de moeite waard en begrijpelijk voor vrijwel iedereen die Engels kan volgen.

De frequente bezoeker van dit blog is er uiteraard van op de hoogte dat klimaatverandering de potentie in zich heeft om de kwaliteit van het leven van toekomstige generaties behoorlijk negatief te beïnvloeden. Er zijn allerlei technieken beschikbaar om er iets aan te doen en toch doen we feitelijk niets. Dit punt is de start van de presentatie. Hoe komt het dat we niets doen?

De wetenschap lijkt zeer duidelijk te zijn over de oorzaak en toekomst van de klimaatverandering, met onzekerheidsmarges natuurlijk, maar kan dit wetenschappelijke beeld een zeer kritische blik doorstaan? Komt deze kritische blik nu van de zogenaamde “ontkenners”? Wat is de rol van de politiek eigenlijk? Al dit soort vragen passeert de revue in de presentatie van Milne, allemaal aangeduid met een kromme boomtak, zoals het een bioloog betaamd.

Om het onderscheid te kunnen maken tussen deze zaken komt Milne met de volgende punten:

Zijn stelling is: als je het verschil tussen deze koppeltjes begrijpt, zie je snel wie nu de waarheid vertelt en wie onzin verkoopt. De wetenschap maakt progressie door met een gezonde dosis scepticisme naar de beweringen en bewijzen te kijken. Dit is iets geheel anders dan bewuste ontkenners plegen te doen. Zij doen hun uiterste best om de verschillen tussen deze gekoppelde items zo mistig mogelijk te maken. De drijfveer daarachter kan velerlei oorzaken hebben, zoals ideologisch, financieel of gewoon verwarring.

Enkele voorbeelden uit zijn betoog.

Het verschil tussen politiek en wetenschap stipt hij aan, iets dat vaak door elkaar gehaald wordt. Milne brengt het duidelijk:

Politics is about one question: what should we do? It advances by debate and everyone’s opinion matters.

Science is about a different question: what are the facts? It advances by research, producing evidence and no-one’s opinion matters! (only the evidence).

Het verschil tussen de basis van de klimaatwetenschap en het geavanceerde deel wordt als een boom weergegeven. De onzekerheden worden groter naarmate we verder van de stam geraken. Een echte scepticus legt de nadruk op onderzoek dat niet de toets der kritiek kan doorstaan. De ontkenner is er alleen op uit om het algemene vertrouwen in de gehele klimaatwetenschap te ondermijnen. Het gebruik van beelden hierbij vind ik erg sterk:

Goede wetenschap laat zich leiden door de feiten en slechte wetenschap is er alleen op uit om een bepaald gezichtspunt er door te drukken. De favoriete trucs van de ontkenners zijn het gebruik van: ‘cherry picking’, data in diskrediet brengen, nep-experts en logische drogredenen.

Van alle trucs geeft hij voorbeelden, de leukste zijn de logische drogredenen, bijvoorbeeld:

The climate’s changed before, so it’s nothing to worry about.

Implication : past climate change didn’t affect us, so modern climate change cannot harm us.

Logic : Event A did not harm B, when B not present, therefore A cannot harm B.

Analogy: I wasn’t there when Chernobyl exploded. Therefore I’m immune to radiation.”

Een ander voorbeeld in deze categorie is het verhaal dat er een asteroïde op de aarde afstormt, maar gelukkig is het team van Bruce Willis opgeroepen om de aarde te redden. Echter door de sceptische logica wordt de missie van Bruce Willis op het laatste moment afgeblazen omdat er bij de vorige asteroïde inslag, 65 miljoen jaar geleden, ook geen mens omgekomen is.

De laatste methode van de ontkenners is het spelen van de ‘conspiracy card’ (de immer populaire complottheorie). Natuurlijk gaat dit over ClimateGate en de boomringen. Keurig legt hij dit uit en vertelt daarbij dat het verhaal gaat over “Bristelcone pines”, bomen die zo’n 8000 jaar oud kunnen worden, wat ouder is dan wat veel Republikeinse presidentskandidaten denken dat de leeftijd van de aarde is.

Wetenschapscommunicatie is hier vaker aan de orde gekomen, evenals de effectiviteit van de gekozen methode in het debat, het geschrevene of de presentatie. De aard van het publiek en de doelgroep zijn hierin belangrijk: De presentatie van Milne zal niet hoog scoren op een congres van klimatologen maar wel bij de studenten van de universiteit of bij een algemeen (geïnteresseerd) publiek. Om enigszins wetenschappelijk en met getalletjes te eindigen, op woensdagavond 30 november waren er 17 lezingen geplaatst op de site van de universiteit van Edinburgh met een totaal van 16150 views. De video van Milne scoorde veruit het hoogst met 4261 views oftewel 26.4% van het totaal. Goede wetenschappelijke communicatie kan populair zijn.

Veel klimaatwetenschappelijk plezier toegewenst bij het kijken en luisteren naar Milne’s presentatie:

Naschrift Bart: Dankjewel Jos, voor deze bijdrage. Met name de eerste figuur, over de verschillen tussen wetenschap en andere manieren van beschouwing, vind ik heel relevant.

Het ‘klimaat-is-altijd-al-veranderd’ argument zie ik iets anders dan Milne: Volgens mij is de achterliggende gedachte daarvan niet dat het daarom ons niet zou kunnen beinvloeden (aantoonbare onzin), maar dat het daarom zogenaamd niet door ons kan zijn veroorzaakt (iets moeilijker aantoonbare onzin).

Een analogie daarvan is dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden, en dat daarom de bosbranden bij Schoorl dus niet door een brandstichter kunnen zijn veroorzaakt. Nee, daar trapt de rechter niet in.

Of dat Jantje al vaker heeft gestolen, en daarom voor elke volgende diefstal meteen in de kladden wordt gegrepen, ook al heeft hij een alibi en zitten de vingerafdrukken van Pietje op het gestolene. Wellicht ten overvloede: De volledige namen zijn Jantje Zon en Pietje Broeikas.