De deskundige ondeskundige

De cartoon bij dit stuk is van xkcd

Dit stuk is gebaseerd op “Neither an expert nor a non-expert” van Michael Tobis. Dit titel zou op mezelf kunnen slaan. Voor een ondeskundige weet ik aardig wat over klimaatwetenschap. Datzelfde geldt ongetwijfeld voor de regelmatige bezoekers van dit blog of van andere klimaatblogs. Maar vergeleken met de kennis van de echte deskundigen, de mensen die al 20 of 30 jaar of langer onderzoek doen naar het klimaat, stelt die kennis van mij niet zo gek veel voor. Natuurlijk zijn veel wetenschappers specialisten en dus zal niet elke klimaatwetenschapper mij op alle details af kunnen troeven. Het neemt niet weg dat er voor elke vraag die iemand over het klimaat zou kunnen stellen wetenschappers te vinden zijn, experts of generalisten, die met meer kennis van zaken antwoord kunnen geven dan ik. Ik hecht er dan ook aan om regelmatig te zeggen dat niemand mij als deskundige hoeft te zien. Ik ben en blijf een geïnteresseerde leek.

Michael Tobis heeft het vooral over een andere groep, die ik hier deskundige ondeskundigen zal noemen. Zij willen zich wel als deskundige profileren; ze achten zich in staat om de echte deskundigen een spiegel voor te houden, of zelfs om die uit te kunnen leggen hoe het nu echt zit. In de virologie en de epidemiologie is het aantal van dergelijke deskundige ondeskundigen de afgelopen maanden exponentieel gestegen. Met als bekendste voorbeelden een opiniepeiler die eist dat de wetenschap hem serieus neemt en een dansleraar die in de ban is van complottheorieën. Het verbazingwekkende is dat zoveel mensen, ook in de media, schijnen te denken dat iemand die in een paar maanden tijd een aantal wetenschappelijke artikelen heeft gelezen over een virus (en die daar een onwrikbaar vaststaande mening over heeft) op hetzelfde niveau van deskundigheid zit als de mensen die al tientallen jaren dergelijke artikelen schrijven (en die nooit nalaten te benadrukken hoeveel er nog onbekend en onzeker is). Ik vraag me af hoe deze deskundige ondeskundigen die artikelen lezen. De wetenschappelijke artikelen die ik lees maken mij steeds weer duidelijk hoe beperkt mijn kennis is, vergeleken met die van de auteurs. Deskundige ondeskundigen begrijpen vaak niet hoe iemand twijfels kan hebben over hun deskundigheid. Ze voelen zich nogal snel tekortgedaan door dergelijke twijfels. Terwijl er toch ook iets voor te zeggen is dat zij juist de echte deskundigen tekortdoen met de suggestie dat ze met niet meer dan een beetje zelfstudie op een vergelijkbaar kennisniveau zijn gekomen. Laten we het erop houden dat deskundige ondeskundigen in het algemeen geen last hebben van een overmaat aan bescheidenheid.

Ik denk niet dat er meer deskundige ondeskundigen dan geïnteresseerde leken zijn, zoals Michael Tobis schrijft. Maar ik kan me wel voorstellen dat een klimaatwetenschapper of in deze tijd een viroloog die indruk krijgt. Een geïnteresseerde leek zoekt rustig naar informatie, die op internet vaak ruimschoots te vinden is. Misschien plaatst hij eens een opmerking of stelt hij een vraag op social media of in een mail (wat vaker als die geïnteresseerde leek door een wonderlijke speling van het lot klimaatblogger is geworden), maar zo aanwezig is hij niet in het leven van de wetenschapper. De deskundige ondeskundige vraagt veel meer aandacht.

Deskundige ondeskundigen willen aandacht, want ze hebben een boodschap. Een politieke boodschap in de meeste gevallen, al lijkt het soms ook om bevestiging van een wat groot uitgevallen ego te gaan. Ze willen dat die boodschap door zoveel mogelijk mensen gehoord wordt en dus zijn ze actief bezig met de verspreiding ervan. Het betwisten van de wetenschap is een middel. De schijn van deskundigheid helpt om twijfel te zaaien over bijvoorbeeld het nut van klimaatbeleid, social distancing, of vaccinaties. En het kost niet zoveel moeite om die schijn van deskundigheid te kunnen wekken. Met informatie uit een beperkt aantal artikelen of wetenschappelijke of pseudowetenschappelijke blogs en wat retorische handigheid kom je een heel eind, zo blijkt steeds weer. En met wat handige pr of met bruikbare connecties zit je binnen de kortste keren ergens in een talkshow.

Deskundige ondeskundigen kunnen de publieke opinie behoorlijk beïnvloeden. De meeste mensen hebben wel andere dingen te doen dan zich in te lezen in een complex wetenschappelijk onderwerp. Dat hoeft ook helemaal niet. Er is niks mis mee om een mening te hebben over hoe de politiek een bepaalde kwestie aan zou moeten pakken zonder de onderliggende wetenschappelijke details te kennen. Je hoeft niet precies te weten via welke mechanismes roken schadelijk is voor de gezondheid om een mening te hebben over het rookverbod in de horeca. Het is prima om vertrouwen te hebben in de wetenschappers, de echte wetenschappers die er onderzoek naar doen en over publiceren, als die zeggen dat roken ongezond is. Maar voor wie niet thuis is in een complex wetenschappelijk onderwerp kan het lastig zijn om onderscheid te maken tussen echte deskundigen en de deskundige ondeskundigen. Omdat niemand in staat is om elk detail over elke politieke kwestie zelf uit te zoeken en te begrijpen komt het uiteindelijk toch vaak neer op de vraag; wie vertrouw je en wie vertrouw je niet?

Het is niet redelijk om te verwachten dat mensen altijd alle ondersteunende wetenschappelijke kennis op kunnen lepelen als ze ergens een mening over hebben. Aanhangers van deskundige ondeskundigen verwijten anderen nog wel eens zo’n gebrek aan kennis. Dat is geen faire manier om een discussie te voeren over een politiek onderwerp. Het is intimidatie.

Er is nog een reden waarom deskundige ondeskundigen meer aandacht vragen van wetenschappers dan geïnteresseerde leken. Ze zijn niet op zoek naar wetenschappelijke kennis, maar naar bevestiging van hun gelijk. Zolang die bevestiging er niet is blijft de deskundige ondeskundige wetenschappers bestoken met vragen, tegenwerpingen of retorische trucs. Zelfs als het vragen of tegenwerpingen zijn die al talloze keren zijn beantwoord, of retorische trucs die al meermaals zijn blootgelegd.

Het is een spelletje dat de wetenschapper onmogelijk kan winnen. Blijft hij meespelen, dan komt er wel een keer iets dat uit zijn context gehaald voor de deskundige ondeskundige als bevestiging geldt: een klein wetenschappelijk detail bijvoorbeeld, of een ongelukkige formulering. En als er ergens in alle uitgebreide antwoorden een vergissinkje sluipt dat wordt opgemerkt, dan wordt dat als aanleiding gebruikt om de wetenschapper te diskwalificeren. En als de wetenschapper het uiteindelijk voor gezien houdt, dan volgt het verwijt dat hij wegloopt voor een debat.

Michael Tobis noemt dit gedrag een denial-of-service (DoS) aanval op de betrokken wetenschappelijke disciplines. Het is in elk geval een DoS-aanval op hun wetenschapscommunicatie. Wetenschappers zijn, zo is in elk geval mijn ervaring, altijd bereid om antwoord te geven op vragen over hun vakgebied of hun onderzoek. Het beantwoorden van vragen kost tijd en werk. Het is begrijpelijk dat wetenschappers wat argwanend worden als ze ontdekken dat veel vragenstellers helemaal niet geïnteresseerd zijn in de antwoorden, tenzij er iets tussen zit dat ze tegen die wetenschappers of hun vakgenoten kunnen gebruiken. Dan kan het zelfs wel eens gebeuren dat ze te defensief reageren op een vraag die wel vanuit oprechte interesse is gesteld. Dat is niet goed, maar wel begrijpelijk. Wetenschappers zijn vaak net mensen.

Wetenschapscommunicatie is belangrijk. En het is ook belangrijk dat daarin aandacht wordt gegeven aan kritiek, ook die van de deskundige ondeskundigen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat de deskundige ondeskundigen altijd bepalen over welke onderwerpen het gaat en hoe die het beste besproken kunnen worden. Wetenschappers zijn absoluut niet verplicht om eindeloos dezelfde antwoorden op dezelfde vragen of beweringen te blijven herhalen. En ze zijn ook niet verplicht om op te draven voor een debat met een deskundige ondeskundige als ze menen dat ze de wetenschappelijke kennis met al zijn nuances veel beter op een andere manier over het voetlicht kunnen brengen dan in een twistgesprek, waarin het immers vooral om retorische handigheid draait.

Meer lezenswaardigs hierover:

De wetenschap vs de anti-wetenschap, nu bij BNR van Michiel van Baal.

Why I Won’t Debate Science van Kate Marvel.

46 Reacties op “De deskundige ondeskundige

  1. Dank Hans. Zal dit uitprinten, inlijsten en uitdelen.

  2. Een leuk artikel, maar wat heeft het te maken met klimaat en weer? We kunnen niet allemaal deskundige zijn op een bepaald gebied. Ik ben nu ook al amateur viroloog geworden, omdat je dagelijks niets anders hoort en ze spreken elkaar ook voortdurend tegen, dan weer is een mondmasker verplicht, dan weer niet, dan mag je weer reizen, dan weer niet. ik had eens graag iets gelezen waarom de jet-stream in de zomer zwakker is dan in de winter. want ook hierin heb je veel deskundige onkundige. Waarom zorgt een zwakke vortex op de noordpool voor wat kouder weer? Dus je kan nooit genoeg leren over klimaat en weer, juist omdat het zo boeiend is. Of je nu deskundig, of niet bent, heeft hierin weinig belang.

  3. Beste Hans,

    Wat je schrijft is zo herkenbaar. Ik ben als generalist vooral een lezer op dit blog. Op mijn eigen facebook-blog schrijf ik regelmatig over wetenschap en klimaat (ook over andere zaken als onderwijs en politiek), waarbij ik wetenschappelijke kennis zo integer mogelijk probeer te vertalen naar gewone-mensen-taal. In de loop der tijd heb ik bepaalde reacties leren herkennen als rookgordijn.

    Er zijn niet zoveel mensen die wetenschappelijke resultaten domweg ontkennen. Er zijn wel mensen met (zoals ik ze noem) komma-maar-reacties: Ze accepteren de wetenschap, maar…. Er is inderdaad klimaatverandering, maar…. Het coronavirus is ernstig, maar…. Het behoeft geen betoog dat na de maar kritiek komt (wat op zich prima is, alleen blijkt deze kritiek verdacht veel op ontkenning).

    Een volgende groep reacties is te categoriseren als de ik-stel-alleen-vragen-reacties. In het echt zijn dat vrijwel nooit oprechte vragen, in de zin van dat er een open houding is om echt het antwoord op de vraag te weten te komen. De mensen die ‘alleen maar een vraag stellen’ zijn in grote meerderheid mensen die een wetenschappelijke theorie willen ontkennen, maar slim genoeg zijn om dat niet direct te doen.

    Duizenden keren heb ik al eens getracht om zo’n vraag te beantwoorden. In ruim meer dan 90% van de gevallen is de vragensteller niet oprecht geïnteresseerd. Ik zie dat op dit blog ook vaak langskomen. Het is allemaal zo opzichtig: dingen uit hun verband halen, een detail tot hoofdzaak bombarderen, of het negeren van een antwoord en doodleuk de volgende vraag stellen.

    Ik vind dat jullie met engelengeduld dit soort reacties beantwoorden. Ik zou het niet kunnen. Mijn houding naar de ik-stel-alleen-maar-een-vraag-types is daarom wat botter geworden. Sorry voor die paar mensen die wél oprechte vragen stellen. Het is ongetwijfeld een tekortkoming van mij, en ik weet dat er ook altijd meelezers zijn die wel iets kunnen hebben aan een gedegen antwoord.

    Wat ik maar wil zeggen: ik waardeer dit blog enorm!

  4. G.J. Smeets

    Hans,
    Je zegt:
    “Wetenschapscommunicatie is belangrijk. En het is ook belangrijk dat daarin aandacht wordt gegeven aan kritiek, ook die van de deskundige ondeskundigen.

    De tweede zin van het citaat is echt onzin. Kritiek op wetenschappelijke bevindingen hoort thuis in wetenschappelijke publicaties, niet in publiek debat. De link die je op het eind van je stuk geeft naar Kate Marvel maakt dat eens ree meer duidelijk.

    Los daarvan, de invloedrijkste wetenschapscommunicators zijn beleidmakers zoals regeringen, centrale banken, pensioenfondsen en risico-financiers. Ze gaan allemaal uit van info van wetenschappelijke instituten, variërend van KNAW tot NWO tot CBS tot KNMI en IPCC. En daar kunnen wetenschappers qua wetenschapscommunicatie niet tegenop.

    Wat ik ermee wil zeggen is dat niet de burger, de krant of de opiniepeiler de aanspreekbare partner is voor wetenschappelijke bevindingen maar de politicus.

  5. Filip Burgelman

    Fijn artikel met herkenbare inhoud!

  6. Wetenschap… Vroeger dacht deze wetenschap dat de aarde plat was.

  7. Bob Brand

    Beste Hein,

    Dat is een misverstand.

    In de wetenschap wist men juist al sinds de Griekse oudheid dat de aarde rond is. In de 5e eeuw vóór Christus werd dit als hypothese aangenomen en ca. 245 voor Christus is het bewezen door Eratosthenes, die behoorlijk nauwkeurig de omtrek van de Aarde mat:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Eratosthenes

    Al in de 6e eeuw voor Christus was het bekend bij Pythagoras en ook bij andere Griekse wetenschappers/filosofen, zoals Aristoteles (350 voor Christus) en Archimedes en ook de Romeinse wetenschappers wisten dit. Het was algemeen bekend.

    In de Middeleeuwen werd daarna echter door de Rooms-Katholieke kerk (NIET door de wetenschap) dikwijls het ‘platte aarde’ model van Ptolemeaus gepropageerd. Dat model zie je terug als de ‘pannenkoek’ in afbeeldingen uit de middeleeuwen.

    Ergo: de wetenschap wist allang, al sinds de Griekse oudheid, dat de aarde rond is. Dat werd later ontkend (in essentie om ideologische redenen net zoals de klimaatontkenners nu) door de kerk.

  8. Rob Jansen

    Een opiniepeiler doe eist dat de wetenschap hem serieus neemt. Matrices de Hond is wetenschapper. Sociaal demogeaaf. Of te wel wetenschapper met betrekking tot sociale gebeurtenissen binnen de bevolking.
    Daat vallen verkiezingen onder maar ook andere sociale ontwikkelingen. Hij doet niets anders dan het ( vooral) statistisch verwerken van gegevens . Er is geen wetenschappelijk bewijs voor die 1,5 meter maatregel. RIVM geeft daarom alleen adviezen. Omdat er geen bewijs is.

  9. Hans Custers

    Goff,

    Die zin gaat over wetenschapscommunicatie. Als er vanuit de maatschappij kritische vragen worden gesteld of kritische opmerkingen worden gemaakt lijkt het me goed dat daar een reactie op komt. Los van het feit of die kritiek terecht is.

    Rob Jansen,

    Een sociaal demograaf is geen viroloog of epidemioloog. En het RIVM geeft alleen adviezen omdat het RIVM nou eenmaal niet de regering is. We hebben het hier zo geregeld dat de politiek de beslissingen neemt. Het RIVM heeft overigens altijd benadrukt dat er nog veel onbekend is. Dat neemt niet weg dat de maatregelen die hier zijn genomen (waaronder de anderhalve meter) behoorlijk goed lijken te werken. Terwijl het elders in de wereld, waar dergelijke maatregelen minder worden toegepast of nageleefd, behoorlijk mis lijkt te gaan, zoal bijvoorbeeld in Brazilië of de VS.

  10. Als je om je heen kijkt zie je heel veel deskundige ondeskundigen optreden, en ze zijn ook vrij eenvoudig te herkennen. Veelal door te zeggen: “anderen kunnen veel beweren, maar *dit* is de waarheid….”

  11. lieuwe hamburg

    Camiel,

    https://www.trouw.nl/binnenland/waarom-bloemenmeisje-wendy-kroeze-41-tussen-de-hooligans-stond-willem-alexander-motiveerde-mij~bdd7c385/

    `Events, dear boy, events` (Harold Macmillan)

    Deskundige ondeskundigen halen de pers omdat ze mondkapjes op borsten dragen en op die manier een boodschap proberen over te brengen om dan
    gecorrigeerd te worden door een president die Trump heet.

    https://www.newsbreak.com/n/0Pa5BVhA?s=web_push

  12. Eddie Janssen

    Dunning-Kruger?

  13. JohnnyBravo

    Prima artikel.
    Ik vind het bewonderingswaardig dat jullie tijd noch moeite sparen de deskundige ondeskundigen van repliek te dienen.
    Die al dan niet onbewuste stijfkoppige onkunde is om moedeloos van te worden.
    Neem nou zo’n verhaspeling als die van Hein (kerk-wetenschap-platte aarde). Hij is vast ergens kundig in maar die kunde ligt duidelijk niet verscholen in zijn reactie; onbewuste zelfoverschatting van iemand die iets te graag reageert? Hij vindt zichzelf vast een skepticus en heeft het echt ergens op het www geschreven zien staan anders neem je niet de moeite het te plaatsen zou je denken…Of toch een DoS-er/twijfelzaaier.

    Veel waardering voor jullie blog!

  14. Eric Ferguson

    Op school leren we nooit “Hoe kan ik nagaan of mijn opinie klopt?” Velen denken “Als anderen dat ook vinden”. Fout! Elk waar verhaal en elk onzin verhaal vind je met gemak duizenden keren herhaald op Internet. Je moet leren dat je juist moet zoeken naar verhalen die jouw opinie tegenspreken. Ga dan na met welke argumenten die verhalen en die tegenverhalen hun conclusies onderbouwen, Kijk wat logisch klinkt. Kijk hoe overtuigend de argumenten zijn. Kijk of het klopt met algemeen erkende feiten. Kijk of het verhaal leidt tot ridicule gevolgtrekkingen. Kies dan het verhaal dat het beste klinkt. En blijf dit herhalen, Volledige zekerheid krijg je nooit, maar zo bouw je je eigen kritische vermogen op, en accepteer je minder onzin.

  15. Gerrit Vermeer

    Verspreiding corona en klimaat

    Veelal wordt de verspreiding en de besmettelijkheid van het coronavirus via uitgeademde druppeltjes gerelateerd aan de druppelgrootte, hoe lang zweeft een druppel in de lucht. Eenzijdig kijken we naar de verblijftijd van de druppeltjes door naar de valsnelheid te kijken, en nemen dat als de belangrijkste reden om de 1,5 meter afstand aan te houden. Maar fijne waterdruppeltjes en verdampend water kunnen ook stijgen, en ook dan is de 1,5 meter afstand effectief.
    Airco’s zouden daarom extra aandacht moeten krijgen omdat die de lucht naar beneden blazen.
    Mogelijk zit daar of op andere plaatsen een extra verspreidingsrisico verborgen vanuit onze éénzijdige blik op het neerdalen van de uitgeademde druppeltjes.

    Daarom heb ik dit proces van dalen en stijgen, wat een belangrijk fysisch proces is met een dynamische balans in de natuur wat diepgaander bekeken.
    We moeten die dynamiek van het stijgen en dalen fysisch beter proberen te begrijpen.
    Dat laatste is naar mijns inziens namelijk niet volledig omschreven in de literatuur, vandaar een aanvulling, met een praktijkgerichte blik op dit proces.
    Vanuit mijn tuinbouw achtergrond en nu als PUM-expert heb ik veel met processen zoals vocht en verdamping te maken.
    Ook leerde ik intuïtief processen te doorgronden over de rol die waterdamp en water hebben in levende materie, de fysische componenten zijn wel globaal omschreven maar er ontbreekt iets en het verklaart niet helemaal wat je ziet, het is een interessant proces waarmee planten en bomen het groeiklimaat kunnen regelen.

    Waar het over gaat is de verdampingswarmte, 2257 KJ per liter water, dat is bepaald in een gesloten proef en goed gedocumenteerd overal te vinden. Maar de natuur is geen gesloten systeem dat is een open ruimte waar herkenbaar het proces anders is dan in de gesloten proef waarin de 2257 KJ is bepaald.
    Een nadere uitleg.
    Om 1 Kg water van 0 tot 100 graden te verwarmen is 419 KJ nodig, de soortelijke warmte van water is 4.19 KJ per Kg per graad Celsius. Voor waterdamp is dit 200 KJ per Kg, de soortelijke warmte is 2.0 KJ per Kg per graad Celsius.
    Je ziet dat de warmte inhoud van waterdamp lager is dan van water, als water over gaat naar waterdamp dan kost dat 2257 KJ, de nieuwe gedachte is dat het verschil met wat we aan warmte in water en waterdamp meten, tijdelijk in infrarode straling wordt omgezet, dat is namelijk wat je waarneemt als planten verdampen. De ademhaling in planten wordt zo ook geactiveerd, het overschot aan suikers wordt daardoor omgezet in groei. Dat bepaalt uiteindelijk ook in hoe vegetatief of generatief een plant zich ontwikkelt.
    Die straling wordt dus door bladeren en door waterdampmoleculen gevangen, de watermoleculen worden een beetje groter en de dichtheid van de lucht neemt zo toe en de bladeren gaan door een grotere dichtheid van de watermoleculen meer verdampen.
    Door de grotere dichtheid stijgt ook op een dezelfde manier de uitgeademde lucht omhoog, als kleine druppeltjes verdampen.
    Je mag ook aannemen dat als er veel plantengroei aanwezig is er veel infrarode straling in de lucht is, dan zal de vrijgekomen infrarode straling die door de waterdamp en druppeltjes geabsorbeerd worden het stijgproces en verdamping van uitgeademde druppeltjes op een dezelfde manier versterken.
    Bomen versterken ook de opstijgende luchtstromen door verdamping, ook de zuigkracht van de bladeren neemt zo toe.
    Samenvattend,
    Het verdampingsproces heeft wel degelijk de 2257 KJ per liter nodig om water te laten verdampen, alleen beïnvloedt de vrijgekomen energie niet alleen het stijgproces van waterdamp in de lucht maar is de vrijgekomen straling ook activerend in het verdere verdampingsproces, een plant koelt daardoor beter, dat is duidelijk waarneembaar in kassen en in de vrije natuur. De door mensen uitgeademde virussen zullen op dezelfde manier onbereikbaar worden na ongeveer 1.5 meter omdat de uitgeademde lucht ook stijgt.

    Je ziet dit algemene verschijnsel ook optreden bij het ontstaan van wervelstormen op zee, rond de 26.5 en 27 graden Celsius is de grens waarbij dit optreedt, de enorme energie die daarbij vrijkomt is een duidelijk een reactief zichzelf versterkend proces.

    Wat kunnen we ermee?
    We moeten de opstijgende lucht beter leren begrijpen en daarmee analyseren hoe het virus zich verspreidt.
    In afgesloten ruimten zal dit opstijgen minder plaatsvinden, dit kan beïnvloed worden door meer te ventileren net zoals in een kas.
    Warme lucht stijgt ook in gesloten ruimten zoals in een bus of vliegtuig!
    Airconditioning drukt de lucht naar beneden en zal de virusdeeltjes in de ruimte verspreiden, we zouden na moeten denken of we wel airco’s willen gebruiken als meer mensen in één ruimte aanwezig zijn, en moeten we als het mogelijk is waterkoeling en/of buitenlucht gaan gebruiken om de ruimte van onderaf te koelen.
    We zouden het verdampingproces mee moeten nemen in onze afwegingen om grotere groepen mensen toe te staan.

  16. G.J. Smeets

    Gerrit Vermeer,
    Hoe het coronavirus zich verspreidt is bij de experts bekend en dat relateren ze echt niet “veelal aan de druppelgrootte” (jouw woorden). Hoe accumulatie van CO2 zich in en op en boven de aardbol verspreidt is bij de betreffende experts ook bekend.

    Je reactie lijkt op wat de titel van bovenstaand blogstuk aangeeft.

  17. Hans Custers

    Het past inderdaad helemaal in het beeld. Vermeer concentreert zich op één heel klein onderdeeltje van het complexe geheel en suggereert (zonder enige bewijs) dat de virologen en epidemiologen daar geen aandacht voor hebben. Ik ben ervan overtuigd dat ze dat onderdeeltje wel meenemen, maar dan in de context van het geheel.

  18. Hans Custers

    Op het www wordt inmiddels alweer beweerd dat de strekking van dit stuk zou zijn dat “tegenstand dient te worden genegeerd en/of monddood gemaakt”. Wie dat denkt raad ik aan om het stuk nog een keer te lezen. En dan wat zorgvuldiger.

  19. Sjouke Kingma

    Hans, dit frame wordt vandaag ook gehanteerd in het nieuwste artikel op CG. Ach, klimaatveranda wordt daar toch al jaren als het toppunt van klimaathysterie gezien.

  20. Hans Custers

    Sjouke,

    Ik zie er de ironie wel van in. Het is namelijk een hele mooie illustratie van het “denial-of-service” gedrag dat hier wordt besproken: zij mogen onophoudelijk (steeds weer dezelfde, al vele malen beantwoorde) kritiek leveren, maar zodra er wat kritiek de andere kant op gaat deugt het niet. Ofwel: de wetenschap (of in dit geval de in wetenschap geïnteresseerde leek) moet de deskundige ondeskundigen serieus nemen, maar als je probeert een echt gelijkwaardig gesprek te voeren, waarin beide partijen elkaars kritiek serieus nemen, dan ben je de kwaaie pier.

  21. lieuwe hamburg

    Sjoukje,

    ‘If you’re looking for sympathy you’ll find it between shit and syphilis in the dictionary.’

    Neem ze vooral niet te serieus op CG…

  22. G.J. Smeets

    We hebben er nu naast de twee oude bekenden ‘crackpot’ en ‘pseudo-scepticus’ de ‘deskundige ondeskundige’ erbij, met dank aan het gelijknamige blokstuk.

    Ik vergelijk effe de drie met elkaar, met als wetenschapstheoretisch criterium ‘wat is precies hun vraag, en hoe consistent is het (zoeken naar) antwoord.’ Dan blijkt
    1) de crackpot stelt geen vraag maar propageert een privé-mening.
    2) de pseudoscepticus herhaalt vragen die al beantwoord zijn en propageert een persoonlijk belang.
    3) de deskundige ondeskundige stelt relevante vragen maar propageert zijn antwoorden.

    Wat de drie gemeen hebben is dat ze hun mening/belang/antwoord niet ter discussie aanbieden maar als oplossing. Dat is kinderlijk, naïef. En wat mij betreft kan dat maar het beste als zodanig gekwalificeerd worden.

  23. Gerrit Vermeer

    Hans Custers en GJ Smeets
    Wetenschappers kijken vaak met een digitale blik naar driedimensionale processen, digitaal is een twee dimensionale omvattende beschrijving van een driedimensionaal proces
    Daardoor krijg je een beperkte blik op processen die veel factoren bevatten,
    RIVM is zo n organisatie die zijn kennis zo ordent.
    Intuïtief kunnen we 200000 meer factoren bevatten en ordenen dan bewust, A Dijksterhuis. Een beetje degenererend doen over dit soort wetenschappelijk vergaarde inzichten laat alleen maar zien dat je daar weinig begrip voor hebt. Vernieuwende inzichten komen echt niet voort uit bestaande inzichten, er zijn veel voorbeelden waar vernieuwing tegen gehouden werd door vast te houden aan bestaande kennis!

  24. Bob Brand

    Beste Gerrit Vermeer,

    Wetenschappers kijken vaak met een digitale blik naar driedimensionale processen, digitaal is een twee dimensionale omvattende beschrijving …

    Het tegendeel is eerder waar. Hier zie je een 3-dimensionaal klimaatmodel in actie:

    Eigenlijk is het zelfs vierdimensionaal met de tijd als 4e dimensie. Ook digitaal, zoals in numerieke simulaties, kan je prima in vele dimensies rekenen. Elders in de wetenschap is het gebruikelijk om ‘multi-variate’ analyses te maken met veel verschillende dimensies, zoals in de econometrie. De deeltjesfysica, met name de snaartheorie, speelt zich dikwijls af in 11 ruimtelijke dimensies.

    Vernieuwende inzichten komen echt niet voort uit bestaande inzichten …

    Dus wel. Een vernieuwer zoals Albert Einstein was op sublieme wijze op de hoogte van de ‘bestaande inzichten’ in de klassieke mechanica. Daar was hij juist op gepromoveerd en hij begreep tot in detail de wijze waarop de Newtoniaanse mechanica geconstrueerd was. Juist op basis van dat ‘bestaande inzicht’… kon hij een alternatief/uitbreiding voorstellen: de relativiteitstheorie.

    Vernieuwingen worden soms wel tegengehouden door ‘oudere’ generaties wetenschappers, emeriti die allang uit het vak weg zijn maar onvoldoende ruimte maken voor de jongere generaties. Dit effect kan nog 1000 x erger worden indien men zich, ná emeritaat, tegen heel andere vakgebieden gaat aanbemoeien dan waar men ooit expertise in had…

  25. Gerrit Vermeer

    Bob Brand
    Het is inderdaad meer dan driedimensionaal, maar digitaal is een tweedimensionale schrijfwijze van een driedimensionaal inzicht, je laat dat ook zien in het plaatje. Met het kantelen van cijfers in een tweedimensionaal vlak creëer je nog geen vierdimensionale ruimte, het blijft een plaatje zonder voorstellingsvermogen.
    Het probleem is alleen hoe verbind je ruimtelijke kennis in je onderbewustzijn, je voorstellingsvermogen doet dat namelijk, daar gaat het over. Dat doe je niet met een digitaal plaatje, daar moet je in je zelf een voorstelling van maken, dan kun je er wat mee, je stapelt zo kennis op kennis.
    Met een digitale voorstelling in je bewuste doe je dat minder daarom gaat het gemeten IQ ook de laatste jaren achteruit, 3 punten per decennia. Je ziet dat terug in het niveau van de discussie het is individueel en niet verbindend.
    Het gebruik van digitale hulpmiddelen is daar de belangrijkste oorzaak van.

  26. Bob Brand

    Beste Gerrit Vermeer,

    … maar digitaal is een tweedimensionale schrijfwijze van een driedimensionaal inzicht

    Alweer onjuist, een digitale dataverzameling is altijd een één-dimensionale schrijfwijze. Het is namelijk opgebouwd uit een 1-dimensionale reeks van nullen en enen: ‘010111010011010101 …’ Het kan echter gegevens representeren in een willekeurig aantal dimensies: 2, 3, 11 of 501 dimensies, net zoveel als je wil.

    Dat een plaatje op een website in het platte vlak ligt en twee-dimensionaal is… wil NIET zeggen dat het model dat het illustreert twee-dimensionaal zou zijn. Integendeel, het model zelf is 3 + 1 dimensionaal (ruimte en tijd) en de processen in dat model spelen zich in al die 3 + 1 dimensies af:

    De modellen in de atmosferische fysica zijn 3-dimensionaal. De derde dimensie, de hoogte boven het aardoppervlak, staat centraal bij het begrijpen van bijv. de ‘lapse rate’ en het broeikaseffect.

    … gaat het gemeten IQ ook de laatste jaren achteruit

    Pardon? In werkelijkheid gaat het gemeten IQ juist opvallend vóóruit over de tijd, met minstens 3 punten per decennium:

    De oorzaken daarvan, of het ‘echte’ vooruitgang betreft of eerder meer onderwijs en daarmee een betere voorbereiding op de IQ-tests, is onderwerp van een andere discussie. Maar de IQ-scores nemen toe, niet af.

  27. G.J. Smeets

    Gerrit Vermeer,
    Wat is je vraag aan mij?

  28. Tja en wat te denken over fysici die een sociologische studie aan een biologisch tijdschrift aanbieden, wie doet dan de peer review?

  29. Hans Custers

    Hans Erren,

    Het onderzoek waar je naar lijkt te refereren is niet geschreven door “fysici”, maar er hebben 14 auteurs aan meegewerkt met verschillende wetenschappelijke achtergronden. Multidisciplinair onderzoek is eerder regel dan uitzondering in de wetenschap, dus daar is niets bijzonders aan. Het is zeker geen puur sociologisch onderzoek, want het draait in belangrijke mate een inhoudelijke toetsing van claims over klimaat en ecologie. En dus is het alleen maar logisch dat veel van de auteurs deskundigheid hebben op die gebieden.

    Het zou dubieus zijn als bijvoorbeeld een klimaatonderzoeker zijn medewerking aan dit onderzoek zou gebruiken om brede deskundigheid op het gebied van ecologie te claimen. Dat is bij mijn weten niet gebeurd.

  30. Hans Custers

    Gerrit Vermeer,

    Dit soort kretologie is typisch voor je argumentatie:

    RIVM is zo’n organisatie die zijn kennis zo ordent.

    Je hangt wat vaagheden op over wetenschappers die met “een digitale bril naar driedimensionale processen” zouden kijken en claimt dan zonder het minste beetje onderbouwing dat het RIVM dat zou doen. Het doet vooral vermoeden dat je je helemaal niet hebt verdiept in wat het RIVM werkelijk doet, dat je dus ook geen concrete kritiek op ze hebt, en daarom maar met wat vaagheden aankomt. Waar ik helemaal niks mee aan kan vangen, juist vanwege die vaagheid.

  31. Gerrit Vermeer

    Bob Brand
    https://www.scientias.nl/worden-we-steeds-dommer/
    Over het Flynn Effect
    De cijfers die je weergaf waren tot 2013, dus niet juist
    Op deze link staat dat het IQ de laatste jaren achteruit gaat.
    Ze leggen het ook uit.
    Waar ik op attendeerde in dit verband is dat we niet te veel op digitale informatie moeten leunen.
    Met 50 jaar ervaring als tuinbouwondernemer mag je niet verwachten dat ik geen verstand van vocht heb, ik ben natuurlijk geen wetenschapper, daarom bekijk ik het ook op een andere manier. Wij noemen dat het groene vingers gevoel, dat mis ik volledig in de discussie die jullie voeren.
    Nu ik voor de PUM regelmatig ontwikkelingslanden bezoek zie ik nog duidelijker dat we statisch en te theoretisch naar het klimaat kijken, daar zou je wat aan moeten doen naar mijn mening.

  32. Hans Custers

    dat we statisch en te theoretisch naar het klimaat kijken

    Statisch? Bovenaan dit blog staat: “Klimaatverandering“. En verder is dit je volgende oordeel dat bij nadere beschouwing uit niet meer bestaat dan inhoudsloze, niet-onderbouwde vaagheid. Is het misschien een idee dat je stopt met oordelen over dingen waar je niet zo in thuis bent? Dan oordelen wij niet over jouw groene vingers gevoel. Dat lijkt mij redelijk.

  33. Eric Ferguson

    We worden sedert enkele jaren allemaal overspoeld met onware berichten (Fake News). Sommigen verspreiden bewust leugens, met oneerlijke bedoelingen. Maar de meeste verspreiders zijn eerlijk overtuigd dat die berichten waar zijn. Niet verbazend. Vroeger stond je met jouw afwijkende mening vrij alleen. Nu het kost geen moeite op internet duizenden te vinden die jouw mening “bevestigen”. “Waarom zou ik dan twijfelen?”

    Die mensen zijn niet dom, niet oneerlijk. Zij zullen hun kinderen naar de beste school sturen, en zo ver mogelijk laten doorstuderen. Ze weten dat goede vakkennis werkt, en laten karweien liever doen door een vakman dan door een beunhaas. Maar er is een aspect dat we op school nauwelijks geleerd hebben: hoe kunnen we beoordelen of een opinie die we hebben, over een onderwerp buiten onze vakkennis, juist of onjuist is.

    Kennis staat nooit in een leegte. Kennis wordt altijd opgebouwd op de kennisbasis die je al hebt. Maar als je terecht komt in een kennisgebied waar je basiskennis niet bruikbaar is, waar je de vakwoorden en de vak-begrippen niet kent, waar je daardoor zelfs de probleemstellingen niet kunt begrijpen, dan klinkt elke uitleg – waar of onwaar – even geloofwaardig.

    Natuurlijk ga je dan aan “deskundigen” die je kent vragen stellen. Soms kies je onbedoeld “deskundge ondeskundigen” die je (te goeder trouw) nog meer waan-meningen aanbieden. Vele echte deskundigen zullen je antwoord geven in heldere vaktaal. Maar doordat je het vak niet kent kan je hun antwoorden niet echt begrijpen. Ze zullen je niet overtuigen.

    Deskundigen kunnen een paar conclusies trekken
    1. Beschouw de vloed van vragen niet als een DoS aanval maar als een werkelijk zoeken naar kennis.
    2. Wetenschapelijke weerlegging van onjuiste opinies helpt nauwelijks, want de vragers hebben te weinig kennis om “weerlegging” te begrijpen.
    3. Antwoorden die aansluiten bij het kennisniveau van de vrager hebben de meeste overtuigingskracht.

    De “Deskundige ondeskundige” zal nooit meer verdwijnen. De vele onjuiste overtuigingen zijn een gevaar voor onze democratie, want onjuiste meningen kunnen de publieke opinie of een verkiezing doen kantelen (denk aan Brexit). Dan lijdt iedereen schade.

    Hier ligt een taak voor het onderwijs op elk niveau. Leer de leerlingen dat je in de buitenwereld veel juiste en ook veel onjuiste meningen kunt vinden, en leer ze hoe ze zelf kunnen uitzoeken of meningen die ze tegenkomen waar of onwaar zijn.

    Een Chinees spreekwoord vertelt wat we moeten nastreven :
    “Weten wat je weet, en weten wat je niet weet, dat is de ware wijsheid”.

  34. Hans Custers

    Eric,

    Ik ben het op één punt niet met je eens. Je zegt:

    Beschouw de vloed van vragen niet als een DoS aanval maar als een werkelijk zoeken naar kennis

    Ik denk dat het wel belangrijk is dat wetenschappers rekening houden met het bestaan van een groep vragenstellers en critici die niet werkelijk geïnteresseerd zijn in de antwoorden die ze krijgen. Steeds maar weer reageren op die groep kan een hele hoop tijd en energie kosten. Terwijl die tijd en energie veel beter besteed kunnen worden aan de mensen die wel echt geïnteresseerd zijn in de wetenschap.

    Met je slotopmerking ben ik het absoluut eens. En weten wat je niet weet is een belangrijk onderdeel van de wetenschap. In elk serieus wetenschappelijk artikel of rapport is er ook aandacht voor onzekerheden en leemtes in kennis.

  35. Eric Ferguson

    Beste Hans,

    De eerlijke onkundige, op zoek naar begrip, die jouw antwoord niet begrijpt, en dus niet overtuigd wordt, zal blijven doorvragen. Voor ons chaotisch en verwarrend, maar wie de kennisbasis mist kan zijn vragen niet eens stellen. Ik denk dat onze samenleving een professie “wetenschaps-uitleggers” nodig heeft, die in allerlei gremia op allerlei niveaus niet alleen uitlegt hoe het zit, maar ook de mensen leert hoe je voor jezelf kan uitzoeken “hoe weet ik wat ik weet en wat ik niet weet”. Hun taak is minder “antwoorden geven” (de deskundige-ondeskundige neemt die niet zomaar aan) maar meer de vragensteller leren hoe hij zijn eigen opinies critisch kan toetsen. De wetenschappers moeten niet zelf die taak op zich nemen; dan kom je niet meer aan werk toe.

    In diepere zin is het niet eens een opbouwen van kennis, maar de mensen helpen op verstandige wijze te kiezen aan wie ze vertrouwen geven.

  36. lieuwe hamburg

    De ervaringsdeskundige: De autorijder met al 20 jaar een rijbewijs, een piloot met een geldig vliegbrevet. De veeboer die eigenaar is van een oud familie bedrijf. Niets mis met al die ervaring, maar de meeste autorijders weten niet hoe lang hun remweg is met 80 kilometer per uur en piloten hebben vaak geen idee wat de inpakt van hun werk is op het klimaat en de meeste veeboeren weten de overeenkomst niet tussen een goudvis en een koe.
    Toch duiken er steeds “deskundigen” op die op basis van hun ervaring het oneens zijn met verkeersdeskundigen, klimatologen en bijvoorbeeld evolutiebiologen. Tuinbouwondernemers met verstand van vocht en verdamping plus 50 jaar ervaring moeten we natuurlijk niet onderschatten…

  37. Bob Brand

    Beste Gerrit Vermeer,

    Het Flynn-effect van de gestaag stijgende IQ-scores is er al sinds de jaren ’40 en ’50 en is minstens t/m 2013 aangetoond:

    https://ourworldindata.org/intelligence

    Digitalisering is al gaande sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. Al die tijd zijn de IQ-scores nou juist toegenomen….

    In het stukje op Scientias waar je naar verwijst, wordt niet vermeld dat t/m 2013 het Flynn-effect nog héél duidelijk waarneembaar is en de stijging van de IQ-scores parallel loopt met toenemende digitalisering. Het Scientias artikel noemt dan *lokaal* dalende scores sinds ongeveer 1995 in enkele Scandinavische landen — maar digitalisering is nou juist *mondiaal*: Aziatische landen, Noord-Amerika, steeds vaker ook in Afrika en Zuid-Amerika.

    Het artikel zegt dan: “… ligt het allemaal niet zo simpel.” Inderdaad. Vervolgens worden dysgenetica, toxische stoffen, scholing (waaronder digitalisering) en ‘social multipliers’ genoemd door Jan te Nijenhuis als *mogelijke* oorzaken. Verder is het nogal vreemd dat Te Nijenhuis juist de STIJGENDE IQ-scores in het onderzoek van Pietschnig & Voracek (2015) negeert:

    http://www.iapsych.com/articles/pietschnig2015.pdf

    Daar zijn óók na 1995, in Nederland, de scores juist gestegen: “The strongest gains were observed in Austria, France, Germany, Israel, Japan, Kenya, the Netherlands, and Spain…” Als je vervolgens de wetenschappelijke publicatie leest waar Jan te Nijenhuis zich mede op baseert, volgens het lijstje onderaan het Scientias-artikel:

    Flynn & Shayer (2018): IQ decline and Piaget: Does the rot start at the top?

    Dan staat daar nota bene: “The Netherlands shows no change in preschoolers, mild losses at high school, and possible gains by adults.” Het Scientias-artikel besluit dan met: “Tot die tijd kunnen we niet zomaar concluderen dat we massaal dommer – of liever minder slim – worden.” Ergo: er is (nog) geen enkel bewijs dat digitalisering (!) tot dalende IQ-scores zou leiden. Er zijn slechts speculaties over vier mogelijke oorzaken van een mogelijke daling… die volgens Flynn & Shayer zélf in Nederland niet waarneembaar is.

  38. Hans Custers

    Erik,

    Mijn waarneming (en mijn eigen ervaring) is dat de geïnteresseerde leek vooral zelf op onderzoek uitgaat, via sw beschikbare bronnen (internet, boeken) van informatie. En pas als dat onderzoek ergens niet meer vlot, om dat de informatie niet zo snel te vinden is, of omdat het lastig is een bepaalde wetenschappelijke gedachtegang te volgen, stelt zo iemand een vraag. En in heel veel gevallen is die vraag dan: waar is er meer informatie te vinden?

    Het eindeloos doorvragen, of na elk antwoord de doelpalen verplaatsen, zonder serieus interesse te tonen in de antwoorden komt bij deze groep niet voor.

    Ik zou overigens niet zeggen dat pseudosceptici (of deskundige ondeskundigen) oneerlijk zijn. Ik denk dat ze in veruit de meeste gevallen echt overtuigd zijn van hun gelijk. Dat neemt niet weg dat je van iemand die de discussie zoekt ook een serieuze interesse in antwoorden en tegenargumenten mag verwachten. Als ze systematisch alle informatie die ze krijgen aangereikt negeren mag je ze dat verwijten. Hoe oprecht hun motieven ook mogen zijn. En dat geldt ook voor gemakzuchtige, op niets gebaseerde verwijten en verdachtmakingen.

    Als mensen niet openstaan voor een constructief gesprek heeft het geen zin er tijd en energie in te blijven investeren.

  39. Gerrit Vermeer

    Beste Rob Brand
    Vorig jaar heb ik in het blad van de vereniging Mensa dit artikel gepubliceerd.
    Als we over het verschil tussen deskundigen en ondeskundigen praten dan Dan zouden we mee moeten nemen hoe kennis verzameld, begrepen is.

    Waarom dalen de IQ scores
    De daling varieert per land van ongeveer een half tot drie IQ-punten per decennium.
    De oorzaak kan als volgt worden uitgelegd:
    De bron, het werkgeheugen, is de
    tijdelijke opslagplaats van relevante informatie. Informatie die we nodig hebben tijdens het trekken van conclusies en het nemen van besluiten.
    Informatie wordt daar verwerkt, bewerkt en als zodanig opgeslagen en ingepast in ons geheugen.
    Dit totale proces lijkt er de oorzaak van te zijn dat de algehele IQ-scores dalen.

    Je ziet dat door de opkomst van de computer als informatiebron, deze bron van informatie de voorkeur krijgt en bepalend is voor hoe wij met informatie omgaan.
    Het onbewuste functioneert wel, maar is daardoor sterker verbonden aan deze
    bronnen.
    In samenhang daarmee zie je ook een ander verschijnsel ontstaan, namelijk dat de emotionele vaardigheden in onze digitale wereld minder worden geoefend. Dat komt omdat we innerlijk een andere beleving over contacten krijgen door het intensieve gebruik van de computer en de smartphone.
    We geven in toenemende mate de voorkeur aan deze vorm van informatie boven informatie vanuit ons onbewuste. We
    gebruiken ons onbewuste steeds minder,
    waardoor het vertrouwen daarin afneemt. En zo verschuift onze aandacht meer en meer naar digitale communicatie en bronnen en de controle daarop. Ons bewuste kiest zo uit deze twee informatie
    bronnen, die allebei hun eigen waarde hebben.

    In een IQ test hebben we alleen de beschikking over ons onbewuste bij het maken van de test.
    Hoe gaan we hier mee om zul je je afvragen en kunnen we de daling van het IQ stoppen.
    In mijn verdere betoog zal ik uitleggen dat de daling van het gemeten IQ te maken heeft met het feit dat de digitale informatie stromen de onbewuste informatie stromen zelfs kunnen verdringen.

    Uit psychologisch onderzoek blijkt dat onbewuste processen leidend zijn in bewuste gedachten en daden. Men weet dat
    onbewuste processen, als je die de tijd geeft, tot veel betere resultaten leiden.
    Ons onbewuste wordt gezien als de bron
    van creativiteit. Het zou daarom veel opleveren als we meer grip hebben op de verdeling tussen onbewuste processen en het gebruik van digitale informatiebronnen. We moeten daarom de fysische kant van ons onbewuste beter leren begrijpen.

    We verwerken informatie door de komst van digitale hulpmiddelen op een andere manier in ons bewustzijn. De reflectie ten aanzien van informatie vindt daardoor voor een steeds groter deel vanuit andere vaststaande bronnen in ons onbewuste plaats, in plaats van dat dit binnen in ons autonome zelf gebeurt. We zoeken het op als we het niet weten; het
    nadenken en het herkauwen daarover krijgt daarmee een andere dimensie.
    Dit is een cruciaal verschil met digitale
    informatiebronnen, daar ligt de informatie vast! Omdat de samenleving steeds ingewikkelder wordt ervaren, moeten we steeds meer vertrouwen op anderen, mensen die zich
    verdiept hebben in de ingewikkelde materie. En zo verdringt dit ons gevoel om zelf innerlijk een opbouw van al die afwegingen te maken. Ons eigen reflectievermogen wordt niet
    geoefend om zelf een eigen onbewuste identiteit over ingewikkelde processen te verwerven.

    Hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis (Radboud Universiteit Nijmegen) doet onderzoek naar het onbewuste. Hij schrijft in
    zijn boek ‘Het slimme onbewuste’ (2007) dat de verwerkingssnelheid van dit deel van de mens maar liefst 200.000 keer sneller is dan die van het bewuste.
    Stel dat we alle informatie die tot ons komt, opdelen in bits, dan blijkt uit onderzoek dat ons bewuste 60 bits per seconde aankan. Ons onbewuste kan echter 11,2 miljoen bits per
    seconde aan…! Die duizelingwekkende verwerkingssnelheid is dus noodzakelijk om alle 11,2 miljoen bits die per seconde
    binnenkomen, te verwerken.
    We hebben een enorm potentieel vermogen om daar iets mee te doen. Echter een doelgerichte aanpak om dit functioneel in te passen in ons bestaan ontbreekt; mijns
    inziens omdat wij de fysische achtergrond van dit proces niet doorgronden.
    Je ziet in de dierenwereld dat daar ook veel
    informatieverwerking onbegrepen is.
    Bijvoorbeeld in De genialiteit van vogels van Jennifer Ackerman wordt het navigatie-vermogen van vogels beschreven. Het is verbazingwekkend hoe kleine vogelhersenen het vermogen hebben om met behulp van geuren en windrichtingen hun route te bepalen. Ook het aardmagnetische veld, de sterren en polarisatiepatronen worden gecombineerd gebruikt als (intern vastgelegde?) informatie om routes te bepalen. Dit is een dynamisch en
    complex gebeuren waar wij, ondanks ons hoogontwikkelde kennisniveau, nog lang niet aan toe zijn.
    Dit interessante boek geeft nog veel meer details, bijvoorbeeld hoe sommige
    vogelsoorten een fenomenaal geheugen hebben, waarmee ze het voedsel op wel vijfduizend plekken verspreid over
    tientallen kilometers verstoppen. En dit negen maanden kunnen onthouden in een enorm complex landschap dat continu verandert door het klimaat en de groei van planten en bomen. In dieren is een lagere vorm van bewustzijn te
    zien dan bij mensen; toch zie je intelligente processen op een hoog niveau plaatsvinden.

    Bij ons zelf zie je dat met informatieverwerking software, of degenen die ons dit aanbieden, er heel veel fout gaat. We hebben geen controle meer over de ingewikkelde aspecten in de samenleving en we proberen dit te pareren door meer controlemechanismen toe te passen, vooral digitaal.
    Door uitgewerkte informatie vanuit digitaal direct op te slaan, wordt het werkgeheugen minder gebruikt bij het afwegen en het
    bewerken van deze informatie. Het is ook gauw te veel.
    Het overzicht in ons zelf verdwijnt daardoor, dat wordt meer een database dan een onbewust geheugen, wat heel anders werkt.
    Je individualiteit, je zelf als autonome denker wordt daardoor minder getraind in het maken van onderscheid, het waarom en de opbouw, die daardoor een onvolledig beeld krijgt.
    Het gevolg is dat de creativiteit, nog wel combinerend, dan meer een massaproduct wordt: de individuele krachten worden daarin onvoldoende gemobiliseerd.

    De interessante vraag is: hoe werkt het onbewuste fysisch gezien? 11.2 miljoen bits per seconde tegelijkertijd verwerken
    is niet niks. Ook zie je dat als je slaapt er verwerking van informatie plaatsvindt, die een nog veel complexere fysische structuur vereist.
    Ik ga ervan uit dat dit fysisch herleidbaar moet zijn, dat is mijn uitgangspunt.

    Het verwerken van al die informatie veronderstelt een goede organisatie. Dat zie je ook: je ziet geen chaos in de verwerking, het opslaan en het gebruiken van deze enorme
    stroom van informatie. De bibliotheek in ons onbewuste is buitengewoon goed georganiseerd.
    Er wordt gesorteerd, geselecteerd, verwijderd, er worden verbindingen gelegd met en tussen al opgeslagen kennis, het beheren van emoties en nog veel meer wat we niet kennen.
    Ruimtelijk gezien wordt er daarnaast in ons bewustzijn vernieuwing gerealiseerd. De fysische structuur zou moeten verklaren hoe creativiteit individueel zijn vorm krijgt.
    We moeten daarom zoeken naar ruimtelijke vormen van organisatie in ons bewustzijn die een fysische structuur hebben die hierbij past.

    Door te goed te kijken wat er in het onbewuste plaatsvindt kunnen we leren hoe deze
    verbindingen gemaakt worden en creativiteit ontstaat. Vanuit de verschillen die er zijn tussen mensen kunnen we veel leren hierover. Het is moeilijk maar we mogen dit beslist niet
    aan de digitale technologie overlaten, daar staan de verbindingen vast. Het gaat om een nieuw soort verbindingen waar we nog vrijwel niets vanaf weten.

    Ik zal een paar voorstellen doen als aanzet om hierover te discussiëren.
    Eerst geef ik een stelling, die een basis geeft hoe in de ruimtelijke inhoud van informatie de verwerking plaatsvindt. Je ziet dit terug in de organisatie van alle levende materie. Het
    is ook een deelbewijs; je hoeft daarmee niet elke component te kennen voor de bewijsvoering als je dit ruimtelijke kenmerk
    gebruikt.
    Namelijk:
    Als er een dynamische balans geconstateerd wordt dan is er een dynamische structuur die deze balans beïnvloedt. En andersom: als er een dynamische structuur aanwezig is, dan
    moet je daar een balans bij of in proberen te vinden.
    Dit gegeven zal ook een fysische achtergrond hebben die dit verklaarbaar maakt, daar moet je doelgericht naar zoeken.
    De vragen die je daarbij kunt stellen zijn:
    1. Je ziet dat al het levende dynamisch is, hoe is dit ontstaan, en hoe is dit geëvolueerd op onze planeet, waar komt de dynamiek vandaan en hoe is die georganiseerd? Is de Aarde zelf ook een dynamisch systeem?
    2. Hoe moeten we entropie ten opzichte van het ontstaan en zich manifesteren van al het leven zien, is daar ook een dynamische balans in aanwezig?
    3. Is ons bewustzijn, het onbewust in samenhang met ons bewuste ook een dynamisch proces? Neem emoties en
    creativiteit daarin mee.
    4. Is er een dynamische structuur aanwezig tussen het holografische deel van informatie en het foto-elektrische effect – dit laatste kan je ook als bits zien – die verklaart dat al
    het levende met zijn complexiteit rond deze twee informatiebronnen georganiseerd is? Kan er tussen deze twee informatiebronnen een vloeiende manier van informatieoverdracht plaatsvinden, is dit wat wij zien in of tussen
    onbewuste en bewuste processen?
    5. Heeft geluid fysisch ook een dynamische structuur, die verklaart hoe de ingewikkelde informatie-uitwisseling is ontstaan via emotie, in muziek, in klank en in taal?
    Je kan zelf nog meer vragen toevoegen aan deze lijst, het is een begin.
    Tenslotte,
    Het is de bedoeling om een discussie op gang te brengen die de achteruitgang van het IQ verklaarbaar maakt. Ook waarom we de computer niet als een zelfstandig intelligent
    medium mogen zien: het is een eenzijdige vorm van informatieverwerking die ons zeker niet in de toekomst voorbij zal streven.
    En mogelijkheden die ons onbewuste in
    zich heeft zouden we beter moeten benutten door ons minder afhankelijk van digitale informatiebronnen op te stellen. We
    moeten de computer niet negeren met al de mogelijkheden, maar juist gebruiken om ons onderbewuste op een juiste manier te voeden. Dan zal onze intelligentie waarschijnlijk
    niet verder dalen en weer een opgaande lijn gaan vertonen.
    We moeten dan wel het fysische deel van het onbewuste beter leren begrijpen.
    De vragen zijn bedoeld om daar diepgaand over na te denken.

  40. Bob Brand

    Beste Gerrit Vermeer,

    Ik laat deze passage van jou maar voor zichzelf spreken: “Is er een dynamische structuur aanwezig tussen het holografische deel van informatie en het foto-elektrische effect – dit laatste kan je ook als bits zien – die verklaart dat al het levende met zijn complexiteit rond deze twee informatiebronnen georganiseerd is? Kan er tussen deze twee informatiebronnen een vloeiende manier van informatieoverdracht plaatsvinden …

    Even ter info:

    1) Er is GEEN “achteruitgang van het IQ”;

    2) Wereldwijd nemen deze scores juist toe. Alleen in sommige Scandinavische landen lijkt deze vooruitgang, sinds kort, *mogelijkerwijs* te stokken of om te keren.

    3) Specifiek voor die Scandinavische landen zijn er hypothesen over vier *mogelijke* oorzaken: dysgenetica, toxische stoffen, scholing (waaronder digitalisering) en ‘social multipliers’. Er is nog geen wetenschappelijk bewijs welke van deze mogelijke oorzaken daar spelen.

    Dat zijn de conclusies in de publicaties die we besproken hebben (Pietschnig & Voracek 2015, Flynn & Shayer 2017, stukje in Scientias). Daar laat ik het bij, mede omdat het off-topic is. 🙂

  41. Sjouke Kingma

    Gerrit Vermeer,
    Deze bijdrage valt m.i. buiten het topic van de oorspronkelijk blogpost, ook al verwijs je in de eerste zin nog wel naar het begrip deskundigheid. Bovendien had je beter een link naar het artikel in Mensa kunnen opnemen in plaats van die hele lap tekst hier te kopiëren.

  42. G.J. Smeets

    Het is inderdaad off topic wat er hierboven over IQ scores is gedebiteerd door Gerrit Vermeer. Maar het illustreert wel het thema van het blokstuk: de deskundige *ondeskundige*.

    Het IQ-concept is nepwetenschap. Het concept pretendeert dat intelligentie (op zich al een nep-concept) zinvol in een enkel getal geabstraheerd kan worden. Met de globale temperatuur op aarde kun je zoiets zinvol doen omdat je een fysisch referentie-punt hebt: de pre-industriële globale temperatuur. Het uitvoeren van IQ test is bovendien een methodologische janboel. Derhalve is het zoeken naar demografische ‘trends’ in de IQ scores is zoeken naar een zwarte kat in de nacht die er niet is.

    Disclaimer: het is alweer 20 jaar geleden dat ik het (m.i. nooit overtroffen) standaardwerk over de nonsens van IQ-testing van Stephen J. Gould voor het NL taalgebied heb vertaald. En het is alweer 15 jaar geleden dat ik de psychologische testafdeling van een headhunter onder mijn hoede had.
    Claimer: Gerrit Vermeer is een schoolvoorbeeld van een deskundige ondeskundige, zoals beschreven in het blogstuk: weinig elementaire vragen en veel retorische pretenties.

  43. G.J. Smeets

    Correctie: ’20 jaar geleden’ moet zijn: 25 jaar geleden. En ’15 jaar geleden’ moet zijn: 20 jaar geleden. Nou ja, echt relevant is het niet maar de puntjes moeten wel zoveel mogelijk op de i blijven.

  44. Lennart van der Linde

    Waar blijft de tijd 🙂

  45. G.J. Smeets

    “Waar blijft de tijd”
    Nou Lennart, ik heb geen idee waar die blijft aangezien ik 100% IQ-vrij ben.

    Ik vermoed overigens dat met toenemende wetenschapscommunicatie ook de deskundige ondeskundigheid zal toenemen.

    De tijd zal het leren. 😎

  46. Hans Custers

    Alles heel bondig samengevat:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s