Categorie archief: Gevolgen van klimaatverandering

Over dammen en complotten

Wie algemeen geaccepteerde wetenschappelijke inzichten niet kan of wil accepteren, kan niet zonder een beetje complotdenken. Dat geldt dus ook voor klimaat-pseudosceptici. Al vinden ze zelf meestal van niet. Maar ze geloven wel dat redacties van wetenschappelijke tijdschriften klimaatonderzoek niet objectief beoordelen op inhoudelijke kwaliteit, maar vooral op de uitkomst. Dat de vele honderden wetenschappers van over de hele wereld die meewerken aan IPCC-rapporten niet objectief rapporteren. En dat ze dat doen in opdracht van de wereldpolitiek, die blijkbaar behoefte heeft aan argumenten om impopulaire maatregelen te nemen, die ze in werkelijkheid juist decennialang voor zich uit blijven schuiven. Als dat geen complotdenken is, dan komt het er in elk geval heel dicht bij in de buurt.

Sinds enige tijd zijn er meer extreme complottheorieën in opkomst. Over overheden die, al dan niet samen met het in veel complotkringen onvermijdelijke WEF, het weer zouden manipuleren, en zo grote rampen zouden veroorzaken. Denk daarbij aan de orkanen die afgelopen maanden de VS troffen, of de diverse grote overstromingen in Europa door extreme neerslag. In een artikel op The Conversation duiden enkele deskundigen de onderliggende psychologische mechanismes van die complottheorieën. Ze beschrijven hoe mensen hun toevlucht kunnen zoeken in dergelijke theorieën als ze iets heftigs hebben meegemaakt, zoals een natuurramp.

Satellietfoto van orkaan Helene voor de kust van Florida op 26 september. Foto: NASA Worldview
Lees verder

De invloed van droogte en verdroging op binnenlandse migratie

Bij migratie denken we vooral aan mensen die naar een ander land verhuizen, of zelfs een ander continent. Mensen die hun vertrouwde omgeving verlaten, om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Die associatie hebben we niet zo snel bij iemand die binnen ons kleine landje verhuist. Al was dat in het verleden wel anders. Toen Philips begin vorige eeuw arbeiders vanuit onder meer Drenthe naar Eindhoven haalde, begonnen die wel degelijk aan een nieuw, totaal ander leven. En ook in de dorpen waar nieuwe wijken voor die arbeiders werden gebouwd – inmiddels zijn die allemaal opgeslokt door de stad Eindhoven – vond men de komst van zoveel nieuwelingen ingrijpend. Ook al omdat ze protestant waren, of zelfs onkerkelijk.

Ook binnenlandse migratie kan dus meer om het lijf hebben dan een keer met een verhuisbusje naar de andere kant van het land rijden, en wat verder moeten reizen voor familiebezoeken. Zeker in grotere landen, met een minder goede infrastructuur en voor mensen met minder middelen om te reizen. Maar de stap om binnen eigen land een nieuw bestaan te zoeken blijft natuurlijk minder groot dan emigratie naar het buitenland. Wereldwijd is er dan ook veel meer binnenlandse dan internationale migratie. Wel zijn er aanwijzingen dat migranten naar andere landen en continenten vaak al eerder in hun eigen land zijn gemigreerd.

Wil je weten of klimaatverandering invloed heeft op migratie, dan kan het dus zinnig zijn om naar cijfers over die binnenlandse migratie te zoeken. Onderzoekers van IIASA hebben dat gedaan en hun resultaten zijn vorige maand gepubliceerd in Nature Climate Change.

Foto: Gyan Shahane via Unsplash
Lees verder

De overshoot-gok

Naarmate de opwarming van de aarde meer en meer de anderhalve graad benadert, vestigen beleidsmakers en veel van hun adviseurs hun hoop steeds meer op een overshoot-traject. Daarmee wordt bedoeld dat de temperatuur tijdelijk een acceptabel geachte grens overschrijdt, om daarna weer te dalen tot daaronder. Vaak wordt een opwarming van anderhalve graad beschouwd als die grens. In een onlangs in Nature verschenen artikel (een toelichting van enkele van de auteurs is te vinden op Carbon Brief) vragen dertig klimaatwetenschappers zich af of de risico’s hiervan niet worden onderschat. Het gaat daarbij zowel over de gevolgen als over de haalbaarheid.

Schetsmatige weergave van mogelijke overshoot scenario’s. Bron: Schleussner et al.

Los van de afweging van risico’s is er een principiële ethische vraag. Uiteindelijk komt overshoot er toch op neer dat we de wereldbevolking van de toekomst – niet eens zo’n verre toekomst – opzadelen met de taak om onze rotzooi op te ruimen. Dat mag zo langzamerhand onvermijdelijk worden, heel netjes is het nog steeds niet.

De in hoog tempo naderende onvermijdelijkheid van een overshoot-scenario maakt het belangrijk om de risico’s ervan zorgvuldig te bekijken en te evalueren. Het Nature-artikel noemt verschillende risico’s die onvoldoende worden onderkend of begrepen, volgens de auteurs. De inzichten zijn het resultaat van het Europese project PROVIDE, dat de risico’s van het overschrijden van veilig geachte klimaatgrenzen op een overzichtelijke manier in beeld wil brengen. Dat doen ze onder meer via de ontwikkeling van een Climate Risk Dashboard.

Lees verder

Shifting baselines: we wennen aan warmer weer

Dat het klimaat verandert, kunnen we zelf waarnemen. Bijvoorbeeld door de geleidelijk stijgende temperatuur, en door veranderende weerpatronen. Toch blijkt dit in de praktijk lastig, omdat ons geheugen niet goed is in het onderscheiden van dergelijke geleidelijke trends. Wat we ‘normaal’ of ‘abnormaal’ vinden, meten we vooral af aan relatief recente waarnemingen. Anders gezegd: de referentie voor wat ‘normaal’ is, schuift mee met het veranderende klimaat. Afwijkingen, records en extremen – in klimatologische zin – worden daardoor niet altijd als opmerkelijk geregistreerd. Dit kan betekenen dat de klimaatcrisis als minder urgent en ongekend wordt ervaren dan dat deze werkelijk is. Zit dat mogelijk klimaatactie in de weg?

Gezamenlijk geheugenverlies

Dit fenomeen wordt onderzocht in een studie in PNAS uit 2019, en wordt daar ‘declining remarkability of temperature anomalies’ genoemd. We kennen het ook wel als het ‘shifting baseline syndrome’. Het shifting baseline syndroom is vooral bekend in de context van veranderingen in ecologische systemen en biodiversiteitsverlies. Daar spreekt het misschien ook wat meer tot de verbeelding: waar we vroeger nog veel meer fluitende weidevogels hoorden, en we onze autoruiten vaker van insecten moesten ontdoen, zijn er nu simpelweg minder dieren en minder dier- en plantensoorten. Generaties die nu opgroeien, hebben de herinneringen van hoe de natuur ooit was helemaal niet. Dat wordt ook wel ‘generational amnesia’ genoemd.

In de context van het veranderende klimaat en weer is dit fenomeen wat abstracter. Het meest in het oog springende voorbeeld is misschien wel het feit dat de Elfstedentocht al decennia niet meer verreden is. De laatste keer was in januari 1997. Ik was toen 1 jaar oud, en ik heb daar geen herinnering aan. De landelijke gekte als er weer een keer een koude winter is, daar heb ik niet zoveel mee. De kans wordt steeds kleiner dat er ooit nog een Elfstedentocht gereden wordt, en daarmee zal over een aantal decennia ook de collectieve herinnering van de tocht der tochten langzaam uit de samenleving verdwijnen.

Vergane schaatsen: het beeld van de Nederlandse toekomst? Foto door Terry Matthews op Unsplash
Lees verder

Oppervlakkig optimisme

Het verzet tegen klimaatbeleid – en dus tegen de wereldwijde afspraken van het Akkoord van Parijs uit 2015 – kent vele vormen. Er zijn rabiate wetenschapsontkenners en wereldvreemde complotdenkers, maar anderen gaan veel subtieler te werk. Arnout Jaspers valt in die laatste categorie. Hij is een stuk minder onredelijk dan de meeste figuren die door Clintel op het schild worden gehesen. En, je moet het hem nageven, retorisch is hij heel behendig. Maar minder onredelijk is nog steeds niet redelijk. En van een wetenschapsjournalist zou je zorgvuldige duiding van een complex wetenschappelijk onderwerp mogen verwachten, in plaats van alleen maar behendige retoriek.

Jaspers mocht laatst bij het tv-programma Vandaag Inside wat vertellen over klimaatverandering, en zijn boek hierover promoten, en deed exact het tegenovergestelde van wat een serieuze wetenschapsjournalist zou doen. Hij negeerde alle wetenschappelijke complexiteit en nuances, maar beperkte zich tot oppervlakkige slogans.

Jaspers begon met het versimpelen van het maatschappelijk debat tot een discussie tussen twee partijen: doemdenkers die klimaatverandering als onvermijdelijke rampspoed zien en optimisten die denken dat het allemaal wel meevalt. Terwijl er ook veel stemmen in het debat zijn die zich verzetten tegen zowel het bagatelliseren van het probleem als tegen doemdenken. Nogal wat bekende klimaatwetenschappers horen bij die groep. Aan de hand van hun onderzoeksresultaten laten zij zien dat we rampzalige gevolgen kunnen voorkomen, maar dat we dan wel hard aan de slag moeten om de uitstoot van broeikasgassen in hoog tempo omlaag te brengen. Ze denken bovendien dat dat kan; dat het weliswaar een flinke inspanning vereist, maar dat die ook veel oplevert. Schone lucht, minder afhankelijkheid van oliestaten, goedkope lokaal opgewekte energie in arme delen van de wereld, om maar wat te noemen.

Lees verder

De correlatie van temperatuur en sterftekans

In 2015 – zo lang geleden alweer – schreef ik een blogje naar aanleiding van een onderzoek dat voor allerlei plekken in de wereld het verband tussen temperatuur en sterftekans in beeld bracht. Het resultaat was opmerkelijk. Vrijwel overal in de wereld is de sterfte het laagst bij een zogenaamde optimale temperatuur, die iets boven het jaargemiddelde ligt. De overlijdenskans wordt groter naarmate de temperatuur meer afwijkt van die optimale waarde. Het patroon is nagenoeg overal hetzelfde, maar de optimale temperatuur is heel verschillend, afhankelijk van het lokale klimaat. In koude gebieden ligt die een stuk lager dan in warme klimaatzones. De afbeelding hieronder geeft het patroon schematisch weer.

Schematische weergave van het verband tussen overlijdenskans en temperatuur. Bron: Hannah Ritchie / Our World in Data

Bij extremen aan de koude en warme kant is de sterftekans flink hoger, maar die extremen komen niet vaak voor. De meeste mensen overlijden dus bij een meer ‘normale temperatuur’. Die ligt wat vaker onder dan boven de optimale temperatuur, want de optimale temperatuur is wat hoger dan het gemiddelde (of eigenlijk: de mediaan). Logisch dus dat de meeste sterfgevallen optreden bij een relatief koele temperatuur. Het resultaat van de studie uit 2015 is sindsdien bevestigd door andere onderzoeken, vooral van het internationale samenwerkingsverband MCC Collaborative Research Network.

De vraag is hoe je deze resultaten moet interpreteren. Het is statistisch, epidemiologisch onderzoek, dat een correlatie aantoont, maar daarmee nog niet direct iets zegt over een oorzakelijk verband. En daar gaat het nogal eens mis. Bij pseudosceptici natuurlijk, maar daar niet alleen. De afgelopen tijd waren bijvoorbeeld ook Hannah Ritchie op Our World in Data en Jesse Frederik op De Correspondent wat slordig, ook al benoemden ze verschillende belangrijke nuances wel. En ook de onderzoekers zelf gaan wel eens kort door de bocht. Hieronder ga ik in op enkele slordige interpretaties. Moraal van het verhaal: pas op met het trekken van stellige conclusies op basis van statistische verbanden alleen.

Lees verder

Invloed van weersextremen op de massabalans van ijskappen

Massaverlies van ijskap van Antarctica sinds 2002. Bron: Hanna et al.

‘A single Antarctic heatwave or storm can noticeably raise the sea level’, is de kop boven een artikel op The Conversation van alweer een tijdje geleden. Het bleek geen resultaat te zijn van nieuw wetenschappelijk onderzoek, maar een opvallende constatering uit een overzichtsartikel dat op een rijtje zet wat er bekend is over het smelten van ijskappen op verschillende tijdschalen. Het blijkt dat een korte periode van bijvoorbeeld extreme warmte of regenval een grote invloed kan hebben op de massabalans van de ijskappen van Groenland en Antarctica over een heel jaar. Zo’n periode duurt soms maar een week, of nog minder. Een extreem hoeft overigens niet altijd tot massaverlies te leiden. Het kan ook de andere kant op gaan, als er in korte tijd heel veel sneeuw valt.

Massaverlies van de Groenlandse ijskap sinds 2002. Bron: Hanna et al.

Het mag dan geen helemaal nieuw onderzoeksresultaat zijn, maar dat maakt het niet minder belangrijk. Want het is een flinke complicatie bij het voorspellen van de hoeveelheid en, vooral, de snelheid van de toekomstige zeespiegelstijging. Veranderingen in extremen kunnen een aanzienlijke invloed hebben, en wat er precies met extremen zal gebeuren is een stuk lastiger te voorspellen dan wat er kan veranderen in bijvoorbeeld de gemiddelde temperatuur of hoeveelheid neerslag. En daar zit natuurlijk ook al de nodige onzekerheid in; al is het maar omdat we niet weten hoeveel broeikasgassen we in de komende decennia nog in de atmosfeer gaan brengen.

Lees verder

Adaptatie: noodzakelijk, maar ingewikkeld

Foto: Isaac Quick / Unsplash

Het Akkoord van Parijs is vooral bekend vanwege de afspraak om de mondiale opwarming te beperken tot ruim onder de twee graden. Mitigatie dus, in klimaatterminologie. Maar er zijn ook afspraken gemaakt over adaptatie: maatregelen om de schade, risico’s en kwetsbaarheid die het gevolg zijn van klimaatverandering te beperken. Dergelijke maatregelen zijn hoe dan ook nodig: het klimaaat verandert al en dat heeft gevolgen waar we op in zullen moeten spelen. Dat ‘Parijs’ ook de nodige afspraken bevat over adaptatie is minder bekend. Artikel 7 uit het akkoord gaat helemaal over dat onderwerp en het begint zo:

Parties hereby establish the global goal on adaptation of enhancing adaptive capacity, strengthening resilience and reducing vulnerability to climate change, with a view to contributing to sustainable development and ensuring an adequate adaptation response in the context of the temperature goal referred to in Article 2.

Lees verder

Miljarden aan handel in gevaar door klimaatextremen die havens treffen

Gastblog door: dr. Jasper Verschuur, Oxford Programme for Sustainable Infrastructure Systems, Universiteit van Oxford

Foto: Quick PS, Unsplash

Meer dan US$122 miljard aan economische activiteiten en US$81 miljard aan internationale handel loopt gevaar door de gevolgen van klimaatextremen die havens kunnen treffen. Dit volgt uit ons onderzoek dat recent is gepubliceerd in het tijdschrift Nature Climate Change.

Volgens het onderzoek hebben zogenaamde systeemrisico’s – de risico’s die ontstaan door indirecte effecten binnen het wereldwijde netwerk van scheepvaart, handel en toeleveringsketens – invloed op havens en economieën over de hele wereld. Dit is zelfs het geval als lokale havens niet direct worden getroffen door klimaatextremen. Volgens onze studie is het risico aan jaarlijkse maritieme handel ongeveer US$81 miljard dollar, waarvan ongeveer 60% te wijten is aan indirecte effecten buiten de eigen jurisdictie van een land.

Delen van Noord-Europa, het westen van de Verenigde Staten, Zuid-Australië, het Midden-Oosten en West-Afrika worden naar verwachting in het bijzonder getroffen door dergelijke effecten, voornamelijk vanwege hun afhankelijkheid van havens in Oost-Azië. Dit is belangrijk omdat de risico’s als gevolg van buitenlandse afhankelijkheden van havens vaak over het hoofd worden gezien. Dit werd dramatisch zichtbaar toen vorig jaar de graan-exporterende havens in Oekraïne plotseling sloten als gevolg van de Russische invasie.

Lees verder

Wie schuld draagt, betaalt

De grootste fossiele bedrijven zijn honderden miljarden dollars aan herstelbetalingen verschuldigd voor de economische schade die klimaatverandering in de aankomende decennia aan zal richten. Dat stelt een recente studie in OneEarth. Het klinkt als veel geld, maar voor de fossiele bedrijven geldt dat de genoemde bedragen minder zijn dan hun recordhoge winsten gemaakt in 2022, het jaar van de energiecrisis. Wanneer zet ‘Big Oil’ de knop om?

Herstelbetalingen?

Rijke mensen in het mondiale Noorden zijn onevenredig veel meer verantwoordelijk voor de opwarmende aarde. En de gevolgen van de klimaatcrisis treffen vooral armere mensen en gemarginaliseerde groepen in het mondiale Zuiden. Klimaatverandering is een groot onrecht. Aan dit onrecht hangt een prijskaartje, en tijdens de jaarlijkse VN klimaattoppen wordt er de laatste jaren steeds vaker over geld voor klimaatschade gesproken. In november vorig jaar leidde dat tot de historische afspraak voor het opzetten van een klimaatschadefonds, ook wel het ‘Loss and Damage’ fonds genoemd. Fatsoenlijke schattingen voor geleden schade zijn echter schaars, en overheden zijn het veelal niet eens over wie voor de kosten zou moeten opdraaien. Nationaal eigenbelang weegt vaak toch zwaarder dan internationale solidariteit, zo blijkt maar weer.

Toch proberen wetenschappers om schattingen van kosten te koppelen aan de vraag wie dat zou moeten betalen. In de recente studie in OneEarth worden schattingen gemaakt van de hoogte van deze herstelbetalingen (in het Engels: ‘reparations’). De auteurs leggen de verantwoordelijkheid bij de grootste uitstotende fossiele bedrijven, en berekenen hoeveel smartengeld zij de samenleving in de toekomst verschuldigd zijn. De methodes en resultaten zijn interessant, en zullen we hier behandelen.

Olietekorten bij BP in het VK. Foto door Red Dot via Unsplash
Lees verder