Klimaatverandering en de onleefbare aarde

Klimaatverandering heeft nu al ongekende gevolgen voor de leefbaarheid op onze aarde. Zo’n 3,5 miljard mensen leven in regio’s die zeer kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering, en aan het eind van deze eeuw zou meer dan 50% van de wereldbevolking kunnen worden blootgesteld aan levensbedreigende condities, onder meer door extreme hitte. Dat volgt uit de samenvatting van literatuur over de impacts van klimaatverandering, opgesteld door het IPCC in een van de recentste rapporten (AR6 WGII).

De schade of kosten van klimaatverandering worden vaak in economische termen uitgedrukt, en als het wel gaat over de mens, dan bijvoorbeeld over gezondheidsrisico’s. Leefbaarheid is een lastig concept om te kwantificeren. Toch heeft een groep onderzoekers dat geprobeerd in een recent verschenen artikel in Nature Sustainability. Ze baseren zich daarbij op de ‘menselijke klimaatniche’ (human climate niche), zie de grofweg definiëren als de bandbreedte van het klimaat waarbinnen mensen een bestaan kunnen leiden, ofwel waarbinnen een samenleving kan functioneren. Hun resultaten laten zien dat nu al meer dan 600 miljoen mensen buiten de niche vallen die historisch gezien leefbaar is voor de mens, door de gevolgen van klimaatverandering. Aan het eind van deze eeuw en met de huidige klimaatbeloftes (~ 2,7°C opwarming) zou grofweg een derde van de wereldbevolking buiten deze leefbare niche vallen.

Hoe bereken je leefbaarheid?
Het is een lastige vraag: hoe bereken je leefbaarheid? De auteurs wijzen erop dat eerdere studies veelal direct temperaturen en extremen linken aan onder meer sterftecijfers. Hier nemen ze een nieuwe benadering, waar een ‘niche’ waarin de mens leeft wordt gedefinieerd. Het begrip van de niche van leefbaarheid baseert zich onder meer op concepten uit de fysiologie en ecologie. Uiteindelijk is het een verdeling van de wereldbevolking over een reeks aan jaargemiddelde temperaturen (zie Figuur 1). Eerst berekenen ze een ‘baseline’ niche, en vervolgens de blootstelling aan condities buiten deze niche, onder verschillende toekomst projecties. In een eerdere studie in PNAS van een paar van dezelfde auteurs gaan ze wat meer in op de niche, en bekijken ze bijvoorbeeld ook de distributies van regenval. Blootstelling aan (extreem) hoge temperaturen is gelinkt aan verhoogde sterfte, verminderde concentratie, toename van conflicten en haat, toename in migratiestromingen, en de verspreiding van infectieziektes.


Figuur 1: De huidige klimaatniche als bevolkingsverdeling per jaargemiddelde temperatuur (“MAT”) voor het heden (a) en verschillende jaren in de toekomst, volgens een 2,7°C scenario (b) (bron)

In het artikel gaan ze meer in op de mechanismes achter de niche. Dat is interessant, maar ook behoorlijk methodologisch, en ik laat het hier achterwege. Goed om te weten is dat ze in de blootstelling buiten de niche eigenlijk alleen verwijzen naar een verschuiving in de jaargemiddelde temperatuur (mean annual temperature, MAT). De natteboltemperatuur (wet-bulb temperature) is misschien een betere maat voor leefbaarheid in verhoogde temperaturen. De auteurs beargumenteren echter dat deze twee temperaturen sterk correleren, en dat de jaargemiddelde temperatuur een stuk makkelijker uit observaties en klimaatmodel-output kan worden berekend. Uiteindelijk houden ze een jaargemiddelde temperatuur van 29°C of meer aan als bovengrens van blootstelling aan hitte die nog leefbaar kan worden geacht.

Ook bij lagere jaargemiddelde temperaturen kan een deel van de bevolking buiten de niche vallen, namelijk daar waar de jaargemiddelde temperatuur in de historisch leefbare niche nu (relatief) weinig mensen ondersteunt. Dat is bijvoorbeeld in warme en droge klimaten waar het moeilijk is om voedsel te verbouwen. Als voorbeeld; de niche in Figuur 1a laat zien dat een jaargemiddelde temperatuur van 16°C veel meer mensen ondersteunt dan bij 20°C. Als jij in die regio woont waar het gemiddeld 16°C is, maar in de toekomst (Figuur 1b) schuift de temperatuur op naar gemiddeld 20°C, dan beland je in een minder leefbaar deel van de niche. De auteurs definiëren dat deel van de bevolking als buiten de niche gevallen.

Ook al is de jaargemiddelde temperatuur een prima proxy voor leefbaarheid van de omgeving, je mist natuurlijk wel bepaalde informatie zoals blootstelling aan bepaalde extremen, maar die kritiek benoemen de auteurs ook zelf.

Wat zijn de menselijke kosten van de klimaatcrisis?

De ‘Climate Action Tracker’ laat zien dat we met het huidige klimaatbeleid afstevenen op een opwarming van 2,7°C aan het einde van deze eeuw. Dat komt verrassend goed overeen met de projecties van het SSP2-4.5 scenario, en dit is dan ook het scenario dat in deze studie wordt gebruikt om over een soort van reële toekomst te spreken. In dat scenario zit ook populatiegroei tot een piek van rond de 9,5 miljard in 2070 en 9,0 miljard in 2100. Rond 2090 vallen zo’n 2,9 miljard mensen (29%) buiten de leefbare klimaatniche door temperatuurverschuivingen alleen. Als je ook de demografische veranderingen meeneemt, loopt dit op naar zo’n 3,7 miljard (40%). Dit komt eigenlijk vooral door het feit dat het gros van de geprojecteerde bevolkingsgroei plaatsvindt in regio’s die al behoorlijk kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Beide scenario’s zijn overigens onder de aanname dat er geen gigantische migratiestromen op gang komen door de gevolgen van klimaatverandering, die door studies in het impact rapport van het IPCC wel worden benoemd.

Figuur 2: Twee kaartjes met bevolkingsverdeling. De stippeling laat de regio’s zien waar de jaargemiddelde temperatuur de leefbare grens van 29C overschrijdt. Voor het einde van de eeuw, 2,7°C scenario (a) en 1,5°C scenario (b) (bron)

De studie bekijkt ook de resultaten voor andere geprojecteerde scenario’s. Een realistisch ‘worstcasescenario’ zou tot 3,6°C opwarming kunnen leiden. Volg je dat scenario (dat grofweg overeenkomt met SSP3-7.0), dan vallen 4,5 miljard mensen wereldwijd buiten de klimaatniche. In het onrealistische scenario waarin we absoluut niks doen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen (SSP5-8.5) vallen 5,3 miljard mensen buiten de leefbare niche. Dat komt overeen met zo’n 55% van de dan geprojecteerde totale wereldbevolking!

Het goede nieuws is dat een deel van de risico’s op onleefbaarheid te beperken is door urgente klimaatactie en stevig klimaatbeleid. Mochten we het 1,5°C doel van het Parijsakkoord halen, dan vermindert het percentage mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld van 22% (bij 2,7°C) naar 5%. De bevolking die dan buiten de klimaatniche valt wordt van 39% bij 2,7°C, naar 28% bij 1,5°C bijgesteld. Ook al is het 1,5°C doel ver uit zicht, en misschien wel totaal onrealistisch, elke tiende graad maakt uit. Zoals de auteurs het verwoorden; elke 0,3°C reductie in de opwarming aan het eind van de eeuw leidt tot een vermindering in 410 miljoen mensen die aan levensbedreigende hitte kunnen worden blootgesteld, en 270 miljoen mensen die buiten de leefbare klimaatniche zullen vallen.

De geprojecteerde onleefbaarheid per land

De bevolking die aan onleefbare hitte wordt blootgesteld vermindert wereldwijd 5 keer als de opwarming van de aarde tot 1,5°C wordt beperkt, vergeleken met het 2,7°C scenario (zie Figuur 3). Voor India en Nigeria, twee landen waar bij 2,7°C opwarming een aantal honderden miljoenen mensen aan onleefbare hitte worden blootgesteld, kan dit aantal ruim 6 keer minder zijn bij 1,5°C. Voor onder meer Indonesië, de Filipijnen en Pakistan geldt dat bij 2,7°C graden opwarming in elk van deze landen meer dan 80 miljoen mensen het risico lopen op onleefbare hitte. Bij 1,5°C is dat aantal verminderd tot zo’n 1 miljoen of minder. 

Figuur 3. Het aan onleefbare hitte blootgestelde deel van de bevolking, voor opwarming van 1,5°C (lichtblauw) en 2,7°C (donkerblauw) (bron)

Een resultaat dat mij opvalt, is dat voor de Nederlandse Antillen bijna 100% van het landoppervlak blootgesteld kan worden aan levensbedreigende hitte bij een 2,7°C projectie (zie Figuur 4). De BES eilanden (ook wel Caribisch Nederland; Bonaire, St. Eustatius en Saba) zijn daar onderdeel van, en zijn nu nog steeds bijzondere gemeenten van Nederland. Het klimaatbeleid dat wij hier in Nederland voeren, gaat dus ook over dit deel van Nederland, ook al wordt dat vaak vergeten. In ons adaptatie- én mitigatiebeleid moeten we nadenken over deze Nederlanders, wiens leefbaarheid in het geding is door de klimaatcrisis.

Figuur 4. Het deel van het landoppervlak dat aan onleefbare hitte blootgesteld kan worden, voor 1,5°C (lichtblauw) en 2,7°C (donkerblauw) (bron)

Klimaat(on)rechtvaardigheid

De studie eindigt met een discussie waar hedendaagse per capita emissies aan de toekomstige blootstelling aan extreme hitte wordt gerelateerd. Dit kan inzichtelijk maken welke hedendaagse uitstoot in één land de onleefbaarheid in een ander land teweeg kan brengen. Figuur 5 laat op de horizontale as de per capita emissies zien, en op de verticale as de bevolking die aan extreme, onleefbare hitte kan worden blootgesteld (let op de logaritmische assen!). We zien hier een grote afwijking naar het vak linksboven; dit zijn landen met een lage CO2 uitstoot per capita, maar met de grootste impact op de leefbaarheid van de bevolking. Het laat zien dat de gevolgen van de klimaatcrisis extreem ingrijpend kunnen zijn voor dat deel van de bevolking dat er het minst aan heeft bijgedragen. Dat is misschien geen verrassend resultaat meer, maar wel een resultaat dat een grote onrechtvaardigheid laat zien.

De kleuren van de bolletjes laten daarnaast het percentage zien van de bevolking dat onder de internationaal gedefinieerde armoedegrens leeft (1,90 US dollars per dag). We zien dat de meeste landen in de linkerbovenhoek armere landen zijn (de rode en oranje bolletjes). Het gros van de rijkere landen (blauwe en groene bolletjes) valt op de horizontale as, wat betekent dat er geen blootstelling aan onleefbaar hete omstandigheden is bij het 2,7°C scenario. “Wij” kunnen ons dus misschien relatief makkelijk aan verschuivende temperaturen aanpassen, qua klimaat én qua geld, maar voor onze collega wereldburgers in armere landen is dat allerminst het geval.

Figuur 5. Een spreidingsplot met de hoeveelheid mensen die aan extreme hitte worden blootgesteld, aan het eind van de eeuw bij 2,7C opwarming, als functie van de hedendaagse emissies per capita. De kleuren vertegenwoordigen het percentage van de bevolking dat onder de internationale armoedegrens leeft. (bron)

Tot slot

Natuurlijk kun je op deze laatste analyse een aantal kritiekpunten aanwijzen. Beter zou zijn om de historische emissies van elk land te gebruiken. Of: de historische plus geprojecteerde emissies. Het begint dan wel lastig te worden om die eenheid per capita te definiëren. Uiteindelijk denk ik zelf niet dat zo’n analyse gebruikt kan worden om concreet landen ter verantwoording te roepen, bijvoorbeeld via een klimaatschadefonds, maar de resultaten van de studie illustreren wel het grote onrecht dat klimaatverandering is. Het is een mensenrecht om te leven, en klimaatverandering bedreigt de leefbaarheid op onze aarde. Als wij de hoeveelheid mensen wiens leefbaarheid drastisch wordt bedreigd door de gevolgen van de klimaatcrisis kunnen beperken, onder meer door onze uitstoot zo snel mogelijk terug te dringen, dan is dat in mijn ogen onze plicht.

4 Reacties op “Klimaatverandering en de onleefbare aarde

  1. Jaap Lont

    Ik vraag mij af of ook de zeespiegelstijging (specifieker: verkleining van leefbaar gebied) in dit verhaal is meegenomen. Ik vermoed van niet.

    Like

  2. Arthur Oldeman

    Dag Jaap,
    De auteurs schrijven: “Climate-related sources of harm not captured by the niche include sea-level rise”
    De effecten van zeespiegelstijging zijn dus niet meegenomen. Maar die zijn absoluut relevant. De studie verwijst naar een andere paper waar de effecten van zeespiegelstijging op gemeenschappen in kustgebieden wel worden geanalyseerd, mocht je geinteresseerd zijn: https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0118571

    Like

  3. Jaap Lont

    Arthur,
    bij elkaar opgeteld zou je dus nog (veel) hoger uitkomen, qua getroffen bevolking en gebied? Is een optelling – mogelijke overlappingen eruit gehaald, tijdspaden op elkaar afgestemd – al eens gedaan?

    Like

  4. Hans Custers

    Jaap,

    Een gebied dat onder water loopt (of dreigt te lopen) door zeespiegelstijging wordt natuurlijk onleefbaar, dus daar zit een parallel met dit onderzoek. Maar er zijn ook veel verschillen, waardoor je volgens mij op moet passen met een op een vergelijkingen.

    Afbeelding 2 hierboven laat zien dat een temperatuurstijging de leefbaarheid in grote, aaneengesloten gebieden onder druk kan zetten. Bij 2,7°C zelfs in aanzienlijke delen van hele continenten. Zeespiegelstijging zal meestal vrij smalle kuststroken treffen. Ik heb het niet nagerekend, maar ik vermoed dat het totale oppervlak daarvan veel kleiner is.

    Kustgebieden zijn vaak wel dichtbevolkt, met veel economische activiteit. Het aantal mensen dat getroffen kan worden is dus wel aanzienlijk. Maar omdat de leefbare zone meestal niet heel ver opschuift, zullen ze meestal wel in hun eigen land of eigen regio kunnen blijven. (Met uitzondering natuurlijk van bewoners van kleine eilandstaten, als die onderlopen.)

    Het gaat in beide gevallen dus over leefbaarheid (of zelfs overleefbaarheid), maar op humanitair en sociaal-economisch gebied zijn er grote verschillen. Die zijn zo groot, dat het misschien beter is het als twee afzonderlijke problemen te zien.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s