Auteursarchief: Arthur Oldeman

Nieuwe EU klimaatdoelen niet in lijn met Parijsakkoord

De EU presenteerde recent nieuwe klimaatdoelen: 90% broeikasgasreductie in 2040, naast de al eerder toegezegde doelen van 55% reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. De EU stelt gecommitteerd te zijn aan het Parijsakkoord. Maar zijn de nieuwe emissiedoelen wel in lijn met het anderhalve graad doel? Het korte antwoord is nee. De uiteindelijke uitstoot hangt vooral af van het pad waarmee de emissiedoelstellingen worden gehaald. In een beknopte analyse laat ik zien dat de EU zich met haar aangekondigde emissiedoelstellingen committeert aan een opwarming van zeker 1,65 graad, en mogelijk zelfs meer dan 1,8 graad. Toch wordt er gecommuniceerd dat de doelen ‘in lijn zijn met Parijs’. Onder invloed van obstructie van binnen én buiten de EU lukt het nog niet om een Europese visie voor een leefbare toekomst te presenteren.

Nieuwe Europese klimaatdoelen

Sinds het Parijsakkoord uit 2015 (ja, dat is alweer tien jaar geleden) moeten landen om de vijf jaar nationaal uitgewerkte klimaatplannen presenteren in zogenoemde Nationally Determined Contributions (NDCs). Daarin worden inspanningen uitgewerkt waarmee elk land haar verantwoordelijkheid neemt bij het beperken van klimaatverandering. Dit jaar, vóór de COP30 in Brazilië, leverden de meeste landen hun derde NDC aan. Op de valreep presenteerde ook de EU een aantal nieuwe emissiedoelstellingen.

Een korte geschiedenisles. Begin 2016, toen de EU het Parijsakkoord ratificeerde, nam ze het doel aan om in 2030 40% broeikasgasreductie te behalen, ten opzichte van de uitstoot in 1990. In 2019 werd met de European Green Deal het doel van klimaatneutraliteit in 2050 vastgesteld. In 2020 werd het doel voor 2030 naar 55% reductie bijgesteld (de klimaatwind waaide toen de goede kant op in de EU). En dit jaar, terwijl de wereldwijde uitstoot nog steeds niet naar beneden gaat en de kans op de opwarming tot anderhalve graad te beperken nagenoeg verdwenen is, presenteert de EU aanvullende doelstellingen: 90% reductie in 2040, en een indicatie van 66,25% tot 72,5% reductie voor 2035. De figuur hieronder laat de uitstoot van de EU vanaf 1990 zien, samen met de alle doelstellingen tot klimaatneutraliteit in 2050.

De broeikasgasuitstoot van de Europese Unie (ten opzichte van 1990) van 1990 tot nu, met de emissiereductiedoelstellingen voor 2030, 2035, 2040 en 2050. (Arthur Oldeman)
Lees verder

Hogere steun voor klimaatbeleid door attributie van extreem weer, niet door blootstelling

Kan het toeschrijven van extreem weer aan klimaatverandering, of de blootstelling aan deze extremen, een indicator zijn voor steun voor klimaatbeleid? Dat is precies de vraag die een nieuwe studie in Nature Climate Change heeft onderzocht. Wat blijkt? De mate waarin men extreem weer aan klimaatverandering koppelt, is een voorspeller voor steun voor (meer) klimaatbeleid. Blootgesteld worden aan een weersextreem is dat echter niet altijd. Wachten op een grote ramp en hopen dat mensen dan massaal in actie komen, zo werkt het dus niet. Het opschroeven van klimaatgeletterdheid is juist wel belangrijk als we willen dat de steun voor klimaatbeleid toeneemt.

Grote steun voor klimaatbeleid

Vorig jaar schreef ik hier over een onderzoek dat liet zien dat we wennen aan warmer weer: het zogenaamde shifting baselines syndroom. Dat ging vooral over het feit dat we niet goed in staat zijn om de geleidelijke veranderingen in het gemiddelde weer door te hebben. Ik vroeg me toen ook af: hoe zit dat met extreem weer door klimaatverandering? Als we een ongekend weersextreem meemaken, zullen we dat niet gauw vergeten. Kan dat ook steun voor meer klimaatbeleid aanwakkeren? Lange tijd dacht ik dat we in Nederland misschien wel massaal in actie zouden komen voor een leefbaar klimaat als ons land een ongekende klimaatramp zou overkomen. Maar toen er na de ontwrichtende overstromingen in Limburg, België en Duitsland in 2021 – de op één na duurste natuurramp dat jaar – nog steeds geen grootschalig actieplan werd opgezet, begon ik me toch achter de oren te krabben.

Het meemaken van extreem weer lijkt wel het beschouwen van klimaatverandering als een risico te vergroten, maar onderzoek specifiek over de connectie met steun voor klimaatbeleid is schaars, en richt zich vaak op regio- of landniveau. De nieuwe studie biedt echter een grootschalig onderzoek over deze relatie op basis van een enquête onder meer dan 70.000 personen verspreid over 68 landen. Daarbij nemen ze bovendien een best relevante dimensie mee: de mate waarin mensen extreem weer aan klimaatverandering koppelen, wat ‘subjectieve attributie’ wordt genoemd. Relevant, want mensen die extreme weersomstandigheden toeschrijven aan klimaatverandering houden zich vaker bezig met klimaatactie, zo suggereren deze en deze studies.

De studie laat eerst zien dat een (grote) meerderheid van de mensen überhaupt (meer) klimaatbeleid steunt, zoals de figuur hieronder laat zien. Dat is in lijn met andere studies, onder meer de VN Peoples’ Climate Vote, waar ik eerder op de blog wel eens aandacht aan heb besteed. Dat is ondertussen misschien geen ‘nieuws’ meer, maar wel iets dat belangrijk is om te blijven herhalen. Vooral ook omdat er in de politiek en aan de talkshowtafels nog wel eens wordt beweerd dat er te weinig draagvlak zou zijn voor klimaatbeleid. Daarnaast onderschatten we systematisch de mate waarin andere mensen klimaatbeleid steunen. Het herhalen dát er grote steun is, is dus best belangrijk, zeker als we willen dat die steun tot daadwerkelijke acties en beleid leiden.

De steun voor klimaatbeleid is in de meeste landen vrij groot. Figuur van Cologna et al. (2025)
Lees verder

Het verre verleden als voorbode voor onze warme toekomst? (promotietoespraak)

Na meer dan vijf jaar aan mijn promotieonderzoek te hebben gewerkt, voel ik me trots en vooral bevoorrecht dat ik mezelf dr. Oldeman mag noemen! Op 12 maart 2025 was het eindelijk zo ver: ik mocht mijn proefschrift, getiteld ‘Climate variability in a warm past. The mid-Pliocene as an analogue for the future?’ in het openbaar verdedigen.

Voorafgaand aan de verdediging had ik de gelegenheid om in een ‘lekenpraatje’ mijn onderzoek in tien minuten tijd aan het publiek uit te leggen. Vijf jaar onderzoek samenvatten in tien minuten is natuurlijk een onmogelijke opgave, dus heb ik gekozen voor een toespraak waarin ik de algemene motivatie van mijn onderzoek uitleg en een paar van de belangrijkste bevindingen aanstip. Je kunt de tekst van mijn toespraak hieronder teruglezen. En een opname vind je hier op YouTube.

Een verdediging aan de Universiteit Utrecht is vooral een ceremonie: op dat moment heb je het eigenlijk al gehaald. Het was dus vooral een mooie dag om dit wapenfeit te vieren met vrienden en familie. Een welkome viering van de wetenschap, in een tijd dat wetenschappelijk onderzoek vooral onder druk staat.

Je kunt mijn thesis ook online vinden als ebook.

Het ontwerp van de omslag van mijn proefschrift, ontworpen door mijn goede vriend Mark van Hasselt. Het representeert de dynamische interactie tussen de oceaan en de atmosfeer, een belangrijk thema in mijn proefschrift. De vorm van de golven is een artistieke weergave van de temperatuur van de aarde over de laatste 66 miljoen jaar, gebaseerd op Figuur 1 in Burke et al. (2018).

Tekst lekenpraatje Arthur Oldeman, 12 maart 2025

Het was een mooie zomerdag in 1856 toen Eunice Foote in haar achtertuin in New York een serie experimenten uitvoerde. Ze had een aantal glazen cylinders gevuld met gassen – met lucht, waterdamp, koolstofdioxide – én een thermometer. Het was een warme zomerse dag, en Foote merkte op dat de glazen cylinder gevuld met koolstofdioxide – CO2 – veel warmer werd dan de cylinders met gewone lucht. Foote schreef haar bevindingen op in een artikel, en was daarmee de eerste persoon die in de praktijk aantoonde dat een toename van de concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer onze Aarde kan opwarmen.

Lees verder

Open discussie voorjaar 2025

Vanaf vandaag staken Nederlandse universiteiten in reactie op de bezuinigingen op het hoger onderwijs en de wetenschap. De actiegroep WOinActie organiseert samen met vakbonden een zogenaamde estafettestaking, waarbij vanaf vandaag elke dag een andere Nederlandse universiteit of hogeschool het onderwijs en onderzoek plat legt. De acties zijn een protest tegen de aangekondigde bezuinigingen van ruim een miljard euro op het hoger onderwijs, waar de Eerste Kamer nog over moet stemmen.

Klimaatveranda is geen wetenschappelijk instituut en onze bloggers zijn ook niet allemaal wetenschappers, maar onze missie, dat grofweg het duiden en begrijpelijk uitleggen van ontwikkelingen in de klimaatwetenschap omvat, wordt wel degelijk door deze bezuinigingen geraakt. Ook wij zien dat Nederlandse onderzoekers met wie we regelmatig contact hebben, wiens werk wij citeren in onze blogs, en die we op sociale media met regelmaat reposten, moeite hebben met het vinden van een (vast) contract, en in sommige gevallen zelfs moeten vrezen voor het behoud van hun baan. Wij vinden dat een zorgelijke ontwikkeling, omdat het de kwaliteit van Nederlands Nederlands (klimaat-)onderzoek en onderwijs ernstig belemmert, en daarom staan we vandaag stil bij de estafettestaking van WOinActie.

Overigens ontgaat ook de bizarre aanval op de wetenschap in de Verenigde Staten ons niet. Wetenschappers worden massaal ontslagen, financiële stromen worden gepauzeerd, en woorden zoals ‘climate crisis’ en ‘science-based’ mogen niet meer worden gebruikt door onderzoeksinstellingen… Ook NOAA en NASA worden daarbij getroffen, waarbij de continuïteit van weer- en klimaatdata die wereldwijd worden gebruikt onder druk staat. En de Trump-regering houdt zelfs wetenschappers tegen om vergaderingen bij te wonen om aan het volgende IPCC-rapport te werken.

Lees verder

Hoe fundamentalistische vrije-markt denktanks achter de criminalisering van klimaatactivisten zitten

Het criminaliseren van (vreedzame) klimaatactivisten blijkt gecoördineerd door verschillende ultraconservatieve denktanks die zich verenigen in het zogenaamde ‘Atlas Network’. Het gros van die organisaties kennen we heel goed van hun pogingen om de klimaatwetenschap te ondermijnen. Ik schreef er recent een opiniestuk over dat is gepubliceerd op Joop.nl. In het verlengde van die opinie ga ik hier graag iets meer in op wat dat netwerk precies is en welke belangen en motiveringen er achter deze campagnes zitten (spoiler: een fundamentalistische vorm van het vrije-markt denken).

Nieuwe doelwitten van oude bekenden

Lastercampagnes tegen actiegroepen, vreedzame demonstranten zwart maken, het benoemen van een zogenaamde geheime extreemlinkse/socialistische agenda, nep-experts en andere opiniemakers inzetten en betalen om een bepaald frame de wereld in te krijgen, dat hebben we eerder gezien. Het volgt precies dezelfde tactieken uit het speelboek van de twijfelbrigade, de ‘merchants of doubt’, die in de afgelopen decennia (en nog steeds) de klimaatwetenschap in twijfel proberen te trekken. En het is geen toeval, want het blijken precies dezelfde organisaties te zijn die nu achter het frame zitten waarmee klimaatactivisten worden gecriminaliseerd.

Lees verder

Ook 2024 is recordwarm. Is 1,5°C nog in leven?

2024 gaat vrijwel zeker als warmste jaar sinds de metingen de boeken in, aldus klimaatdiensten Copernicus en het WMO. 2023 was al ongekend warm, onder meer door El Niño en, zo blijkt nu, een afname in bewolking. Dit jaar verdween El Niño weer, en onder meer daardoor ‘voorspelde’ ik begin dit jaar dat 2024 waarschijnlijk niet warmer zou uitpakken dan 2023, of in elk geval niet zo veel warmer. Helaas heb ik ongelijk gekregen. Waar 2023 net onder de 1,5°C uitkwam, zal 2024 waarschijnlijk zo’n 1,55 – 1,6°C warmer zijn dan het einde van de 19e eeuw. Is nu het doel uit het Parijsakkoord gepasseerd? Nee. Nog niet. Maar het begint wel behoorlijk uit zicht te raken. We zitten er namelijk al wel heel erg dicht ook, zo schrijft ook het KNMI. We gaan er in deze blog wat verder op in.    

Nee, de 1,5°C van ‘Parijs’ is nog niet gepasseerd

Verschillende media schrijven nu dat het 1,5C doel ‘dood’ zou zijn, of in elk geval dat we dat station gepasseerd zijn. Als de jaarlijks gemiddelde temperatuur die 1,5°C opwarming heeft overschreden, waarom doen we op klimaatconferenties dan alsof dat nog een haalbaar doel is? Dat komt omdat de doelstellingen in het Parijsakkoord slaan op een langjarige gemiddelde temperatuur van de aarde. Met andere woorden, de ene anderhalve graad is de andere niet, zo schreef Hans twee jaar terug ook al. Als we spreken over een gemiddeld klimaat, dan praten we meestal over 10, 20, of 30-jarige gemiddeldes. Dat we in 2024 een gemiddelde temperatuur van meer dan 1,5°C boven het pre-industriële tijdperk registeren, betekent daarmee dus niet dat de doelen uit het Parijsakkoord uit zicht zijn. De langjarig gemiddelde ‘Global Warming Index’ staat nu op +1,31°C, de WMO registreert een opwarming van +1,30°C, en volgens Copernicus zitten we zelfs al op +1,36°C. Op basis van de opwarmingstrend in de afgelopen jaren schat Copernicus dat we rond 2030 de 1,5°C ‘echt’ passeren.

grafiek van de oplopende gemiddelde wereldtemperatuur vanaf 1970 tot nu, met een lineaire trendlijn door de afgelopen 30 jaar die de 1,5C rond 2030 doorkruist.
De gemiddelde wereldtemperatuur van de afgelopen decennia, plus een lineaire trendlijn over de afgelopen dertig jaar. Het moment dat de 1,5°C wordt overschreden, is aangegeven (juni 2030). Bron  

Dat is dus waarom beleidsmakers het nog over 1,5°C hebben als een doel dat in feite nog niet overschreden is. In theorie is het namelijk nog mogelijk om de opwarming van de aarde onder die 1,5°C te houden. Maar in de praktijk zijn er, denk ik, weinig redenen om aan te nemen dat dat echt nog gaat lukken.

Lees verder

Shifting baselines: we wennen aan warmer weer

Dat het klimaat verandert, kunnen we zelf waarnemen. Bijvoorbeeld door de geleidelijk stijgende temperatuur, en door veranderende weerpatronen. Toch blijkt dit in de praktijk lastig, omdat ons geheugen niet goed is in het onderscheiden van dergelijke geleidelijke trends. Wat we ‘normaal’ of ‘abnormaal’ vinden, meten we vooral af aan relatief recente waarnemingen. Anders gezegd: de referentie voor wat ‘normaal’ is, schuift mee met het veranderende klimaat. Afwijkingen, records en extremen – in klimatologische zin – worden daardoor niet altijd als opmerkelijk geregistreerd. Dit kan betekenen dat de klimaatcrisis als minder urgent en ongekend wordt ervaren dan dat deze werkelijk is. Zit dat mogelijk klimaatactie in de weg?

Gezamenlijk geheugenverlies

Dit fenomeen wordt onderzocht in een studie in PNAS uit 2019, en wordt daar ‘declining remarkability of temperature anomalies’ genoemd. We kennen het ook wel als het ‘shifting baseline syndrome’. Het shifting baseline syndroom is vooral bekend in de context van veranderingen in ecologische systemen en biodiversiteitsverlies. Daar spreekt het misschien ook wat meer tot de verbeelding: waar we vroeger nog veel meer fluitende weidevogels hoorden, en we onze autoruiten vaker van insecten moesten ontdoen, zijn er nu simpelweg minder dieren en minder dier- en plantensoorten. Generaties die nu opgroeien, hebben de herinneringen van hoe de natuur ooit was helemaal niet. Dat wordt ook wel ‘generational amnesia’ genoemd.

In de context van het veranderende klimaat en weer is dit fenomeen wat abstracter. Het meest in het oog springende voorbeeld is misschien wel het feit dat de Elfstedentocht al decennia niet meer verreden is. De laatste keer was in januari 1997. Ik was toen 1 jaar oud, en ik heb daar geen herinnering aan. De landelijke gekte als er weer een keer een koude winter is, daar heb ik niet zoveel mee. De kans wordt steeds kleiner dat er ooit nog een Elfstedentocht gereden wordt, en daarmee zal over een aantal decennia ook de collectieve herinnering van de tocht der tochten langzaam uit de samenleving verdwijnen.

Vergane schaatsen: het beeld van de Nederlandse toekomst? Foto door Terry Matthews op Unsplash
Lees verder

Nederland scoort belabberd op de Sustainable Development Index

Vergeet de Human Development Index (HDI); de Sustainable Development Index (SDI) is hier! De SDI is een index die zowel menselijke ontwikkeling als duurzaamheid in acht neemt. De index start bij de HDI, maar neemt de ecologische overschrijdingen (‘overshoot’) in termen van CO2-uitstoot en materiële voetafdruk ook mee. Landen met een relatief hoge ontwikkeling binnen de grenzen van de planeet staan bovenaan. Landen met een hoge ontwikkeling maar met te hoge uitstoot worden juist ‘gestraft’, omdat hun manier van leven niet duurzaam is. Bovenaan de SDI staat Costa Rica. Maar Nederland, op plek 10 van de HDI, staat vanwege haar grote uitstoot en materiële voetafdruk op een plek 145 van 163. Wij scoren dus slecht in termen van duurzame ontwikkeling. Er is best wat aan te merken op de SDI, maar een vooruitgang ten opzichte van de HDI is het zeker. Een wereldwijd streven naar hoge welvaart binnen de grenzen van de planeet is wenselijk, maar dat vereist waarschijnlijk wel een economische transformatie. Want veel landen die volgens de SDI op een hoog ontwikkelingsniveau zitten dat ook duurzaam is, zijn er nu niet.

Wat is er mis met de Human Development Index?

De HDI is een statistische score van welzijn (of: menselijke ontwikkeling) per land, bijgehouden door het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP). Het is een index die de gemiddelde volksgezondheid, kennisniveau en levensstandaard per land in kaart tracht te brengen. Alle VN-landen onderschrijven sinds 2015 echter de Sustainable Development Goals (SDGs), een 17-tal doelen die de wereld in 2030 naar “vrede en welvaart voor mens en planeet” moeten leiden. Maar een paar van deze doelen komen terug in de HDI, en eigenlijk alles dat met duurzaamheid en klimaatactie te maken heeft ontbreekt. Alle 17 SDGs in één index omvatten is misschien onmogelijk, of onwenselijk, maar een poging om zowel menselijke ontwikkeling als duurzaamheid tegelijk in kaart te brengen is natuurlijk wel nuttig.

Het probleem met de HDI is, aldus de makers van de SDI, tweeledig. Ten eerste looft de HDI juist die landen die nu het meest bijdragen aan verdere klimaatverandering en andere ecologische problemen. En ten tweede belemmert een hoge mate van ontwikkeling in de rijkste landen nu de ontwikkeling van andere landen, juist doordat de gevolgen van klimaatverandering en extractivisme (de uitbuiting en uitputting van grondstoffen) het welzijn in landen in ontwikkeling beperken.

Lees verder

Rijke westerse landen zijn aanjagers van nieuwe olie- en gasprojecten, maar inwoners willen klimaatactie

Een nieuwe analyse laat zien dat de werelds rijkste landen wereldwijd de exploitatie van nieuw olie- en gasvelden leiden. Het zijn niet de ‘klassieke’ petrostaten zoals Rusland en Saudi-Arabië, maar het VK, de VS, Canada, Noorwegen en Australië die samen meer dan twee derde van alle olie- en gaslicenties vanaf 2020 hebben uitgedeeld. Het zijn dus juist de landen die historisch gezien het meeste hebben uitgestoten en nu goed geplaatst zijn om de energietransitie snel uit te voeren, die nóg meer broeikasgasuitstoot ontketenen. Draagvlak voor actie blijkt er wel te zijn. Wereldwijd, maar ook specifiek in deze ‘nieuwe petrostaten’, steunt een meerderheid van de inwoners meer en snellere klimaatactie, volgens een recente peiling. Maar waar het draagvlak voor actie groot is, blijken internationale beloftes vooral grootspraak, en houden ‘s werelds rijkste landen ons in een fossiele houdgreep.

Recordaantal olie- en gaslicenties

Terwijl landen op het wereldtoneel ambitieuze afspraken maken over de transitie naar een duurzame wereld, wordt de productie van fossiele energie maar niet afgeschaald. Integendeel: nieuwe data die exclusief met The Guardian zijn gedeeld, laten zien dat er een recordaantal licenties voor nieuwe olie- en gasprojecten zijn uitgedeeld in 2023. In 2024 wordt er daarom een piek in de uitstoot van olie- en gasprojecten verwacht, nadat die uitstoot in het afgelopen decennium eigenlijk vooral is afgenomen.

Eerder schreef ik al dat de vraag naar fossiele energie eigenlijk vooral stagneert en er verwacht wordt dat deze in de aankomende jaren flink afneemt, vooral doordat duurzame energie steeds goedkoper wordt. Dat is een goed teken voor de energietransitie en voor het beperken van klimaatverandering. Maar overheden voeren de concessies die ze verlenen voor productie dus juist op. De nieuwe data laten zien dat het niet de ‘klassieke’ petrostaten (zoals Rusland en Saudi-Arabië) zijn die de fossiele productie opvoeren, maar dat vooral rijke westerse landen zoals het VK en de VS verantwoordelijk zijn voor de toename in fossiele licenties.

Totale hoeveelheid licenties voor olie- en gasprojecten die sinds 2000 zijn uitgedeeld. In grijs het wereldwijde totaal, in blauw de vijf landen: het VK, de VS, Canada, Noorwegen en Australië. Figuur van The Guardian
Lees verder

De scenario’s van het IPCC zijn niet eerlijk (en hoe nu verder?)

Een nieuwe studie stelt dat de huidige scenario’s van klimaatmitigatie die in het IPCC worden gebruikt te weinig rekening houden met rechtvaardigheid. Het rechtvaardigheidsbeginsel is één van de principes van het Parijsakkoord, maar als de toekomst zich precies volgens die scenario’s zou ontwikkelen, zouden bestaande ongelijkheden groter worden. Bovendien dragen ontwikkelingslanden een te zware mitigatielast in vergelijking met ontwikkelde landen. Hoe nu verder? Kunnen we rechtvaardigheid überhaupt wel goed in de (economische) modellen meenemen? In een andere studie doen de auteurs alvast een opzet. De Parijsdoelen halen op een rechtvaardige manier kan wel, maar het vereist wel een veel grotere inspanning van landen in het mondiale Noorden.

Rechtvaardigheid als grondbeginsel van het Parijsakkoord

De conclusies in het IPCC AR6 over hoe de wereld klimaatverandering tot 1,5°C of 2°C opwarming kan beperken, leunen erg sterk op scenario’s (ook wel: ‘global modelled mitigation pathways’) die gebruik maken van Integrated Assessment Models (IAMs). Dat zijn eigenlijk modellen die de benodigde sociaal-economische verandering simuleren als we ons committeren aan de doelen uit het Parijsakkoord.

De historische en huidige bijdragen aan klimaatverandering zijn behoorlijk oneerlijk verdeeld. Sommige landen en regio’s stoten al decennia grote hoeveelheid broeikasgassen uit, terwijl andere landen eigenlijk maar een klein aandeel hebben in de huidige klimaatcrisis. Naast die ongelijkheid in verantwoordelijkheid, zijn er tussen regio’s ook grote ongelijkheden in termen van, bijvoorbeeld, inkomen en energieverbruik. Dat is weer relevant als we kijken naar socio-economische mitigatieroutes. Die ongelijkheden worden ook onderschreven in het Parijsakkoord, en zelfs in de grondbeginselen van het UNFCCC: de principes van ‘equity’ en ‘common but differentiated responsibilities and respective capabilities’. Ook wordt er expliciet benoemd dat ontwikkelingslanden niet een disproportionele last moeten dragen. Maar in hoeverre komen deze principes van rechtvaardigheid eigenlijk terug in de scenario’s?

De eerste twee grondbeginselen van het UNFCCC, bij de oprichting in 1992. Bron
Lees verder