Wie algemeen geaccepteerde wetenschappelijke inzichten niet kan of wil accepteren, kan niet zonder een beetje complotdenken. Dat geldt dus ook voor klimaat-pseudosceptici. Al vinden ze zelf meestal van niet. Maar ze geloven wel dat redacties van wetenschappelijke tijdschriften klimaatonderzoek niet objectief beoordelen op inhoudelijke kwaliteit, maar vooral op de uitkomst. Dat de vele honderden wetenschappers van over de hele wereld die meewerken aan IPCC-rapporten niet objectief rapporteren. En dat ze dat doen in opdracht van de wereldpolitiek, die blijkbaar behoefte heeft aan argumenten om impopulaire maatregelen te nemen, die ze in werkelijkheid juist decennialang voor zich uit blijven schuiven. Als dat geen complotdenken is, dan komt het er in elk geval heel dicht bij in de buurt.
Sinds enige tijd zijn er meer extreme complottheorieën in opkomst. Over overheden die, al dan niet samen met het in veel complotkringen onvermijdelijke WEF, het weer zouden manipuleren, en zo grote rampen zouden veroorzaken. Denk daarbij aan de orkanen die afgelopen maanden de VS troffen, of de diverse grote overstromingen in Europa door extreme neerslag. In een artikel op The Conversation duiden enkele deskundigen de onderliggende psychologische mechanismes van die complottheorieën. Ze beschrijven hoe mensen hun toevlucht kunnen zoeken in dergelijke theorieën als ze iets heftigs hebben meegemaakt, zoals een natuurramp.





