Tagarchief: klimaatverandering

Roy Spencer artikel fundamenteel incorrect; hoofdredacteur stapt op

Wolfgang Wagner, hoofdredacteur van het tijdschrift Remote Sensing, stapt op vanwege de publicatie van een fundamenteel tekortkomend artikel:

[peer review is] supposed to be able to identify fundamental methodological errors or false claims. (…) the paper by Spencer and Braswell that was recently published in Remote Sensing is most likely problematic in both aspects and should therefore not have been published.

Peter Gleick heeft een goede samenvatting van de gebeurtenissen. Dan Satterfield zegt ook waar het op neer komt:

They [“skeptical” papers such as Spencer’s] are not published to further the science, but as a piece of meat to those who find the science very incompatible with their world view.

Wagner zegt dat kritische minderheidsopvattingen zeker gepubliceerd moeten worden, maar dat dat niet betekent dat allang weerlegde argumenten telkens maar weer een plaats verdienen in een peer reviewed tijdsschrift:

The problem is that comparable studies published by other authors have already been refuted in open discussions and to some extend also in the literature, a fact which was ignored by Spencer and Braswell in their paper and, unfortunately, not picked up by the reviewers. In other words, the problem I see with the paper by Spencer and Braswell is not that it declared a minority view (which was later unfortunately much exaggerated by the public media) but that it essentially ignored the scientific arguments of its opponents. This latter point was missed in the review process, explaining why I perceive this paper to be fundamentally flawed and therefore wrongly accepted by the journal.

Volgense Stoat betekent dit dat

Yes, novel and interesting challenges to the established view should be published – perhaps even get given a slightly easier ride, if they are novel. But No: just saying the same old thing again isn’t any good.

Natuurlijk klaagt Roy “Conspiracy” Spencer erover dat de IPCC gatekeepers een genie als hem proberen buiten te sluiten.

Vertaling van mijn Engelstalige blog hierover.

Fred Singer bij KNMI

Fred Singer geeft morgenmiddag (woensdag 31 augustus) een colloquium bij het KNMI. Een goede tijd om een oude blogpost van mij boven water te halen, waarin Fred Singer’s misvattingen over klimaatverandering kritisch worden belicht:

De gedachte dat CO2 nauwelijks invloed heeft op het klimaat, zoals door Fred Singer wordt beweerd, is onhoudbaar. Dergelijke zogenaamd kritische standpunten mogen het dan goed doen in de media, in de wetenschappelijke discussie doen ze niet meer mee. Ze zijn namelijk allang ontkracht.

Er worden in de journalistiek tegenwoordig niet meer veel woorden vuil gemaakt aan claims dat roken geen schadelijke gezondheidseffecten heeft (iets wat Singer in het verleden heeft gepropageerd). Of aan claims dat CFK’s de ozonlaag niet aantasten (ook dat beweerde Singer). Het is hoog tijd dat de media ook een wetenschapsgetrouwe beeldvorming over klimaatverandering laten zien.

CO2 en opwarming: hypothese of feit?

Het is al meer dan 100 jaar bekend dat CO2 infraroodstraling absorbeert, en dus een opwarmend effect heeft. Dankzij dit effect heeft de aarde een leefbare temperatuur, en is het op Venus kokend heet. Natuurlijk zijn er onzekerheden in de klimaatwetenschap, maar de kennis is wel degelijk een paar stations verder dan Singer en een handjevol andere (ex-) wetenschappers beweren.

Het temperatuurverloop van de afgelopen 100 jaar wordt door klimaatmodellen goed gereproduceerd. Ook de afgelopen 10 jaar wijken daarbij niet significant af, al moet worden opgemerkt dat het temperatuurverloop over tijdschalen van een decennium (of minder), sterk wordt beïnvloed door het veranderlijke weer, grote vulkaanuitbarstingen, en de El Niño (1998) / La Niña (2007) cyclus.

Er zijn een aantal zaken waar de wetenschap een hoge mate van zekerheid over heeft bereikt:

–       Over de afgelopen ~100 jaar is het klimaat op aarde significant warmer geworden, met de grootste stijging in temperatuur vanaf ongeveer 1975.

–       De concentratie van CO2 en ander broeikasgassen is door menselijk handelen verhoogd.

–       Basale natuurkunde en vele waarnemingen duiden op een oorzakelijk verband.

–       Verdere stijging van broeikasgassen zal tot meer opwarming leiden.

Andere factoren

Natuurlijk zijn er ook andere factoren naast broeikasgassen die het klimaat kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld aërosolen, landgebruik, en zonneactiviteit. De zon wordt vaak aangegrepen door “sceptici” als de hoofdoorzaak van de huidige opwarming. Maar hoewel de toename in zonneactiviteit in de eerste helft van de 20ste eeuw inderdaad heeft bijgedragen aan de opwarming, is de zonneactiviteit (en afgeleiden daarvan zoals kosmische straling) sinds de jaren zestig constant gebleven. De sterke temperatuurstijging vanaf 1975 kan daar dus niet mee verklaard worden.

Een eventuele alternatieve verklaring voor de huidige klimaatverandering kan niet zo maar alle beschikbare kennis en waarnemingen naast zich neer leggen: het moet die met elkaar integreren tot een totaalbeeld. Het infrarood absorberend vermogen van broeikasgassen valt niet te ontkennen door naar de zon te wijzen. Je ontkent ook de zwaartekracht niet als je een vogel ziet vliegen.

Zeespiegelstijging

De zeespiegel stijgt nu sneller dan in het verleden (vóór 1900) en ook sneller dan voorspeld door klimaatmodellen. Het eventueel (mechanisch) versneld afsmelten van landijs is een onderzoeksgebied waar nog veel kennis ontbreekt. Maar de onzekerheid hierover stemt niet tot geruststelling, want de risico’s van een substantiële zeespiegelstijging zijn groot. Velen van de grote miljoenensteden bevinden zich in nabijheid van de zee op geringe hoogte.

Discussie

Singers ongefundeerde mening over CO2 is niet relevant voor de energiediscussie. Net zo min als zijn mening over roken relevant is voor de discussie over het rookverbod. Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Bizarre column Eppink in NRC over klimaatdebat

In het NRC van 7 juni stond een bizarre column van Derk Jan Eppink over klimaatverandering. Zo’n stukje waarvan je je afvraagt of het serieus is of misschien satirisch bedoeld is, en of je er nu om moet huilen of lachen.

Een rode draad van zijn betoog is moeilijk te vinden tussen wat als een heuse complottheorie of nieuwe religie wordt voorgesteld. Hij ageert tegen het feit dat bijvoorbeeld de BBC en andere mainstream media vooral een wetenschappelijk gefundeerd geluid laten horen over klimaatverandering. Zo zegt hij het natuurlijk niet, maar daar komt het wel op neer. Hij beroept zich bijvoorbeeld op nieuwslezer Sissons als hij schrijft dat

de BBC met welhaast religieuze zendingsdrift tot de conclusie kwam dat andersdenkenden de mond moest worden gesnoerd

Geachte heer Eppink: Iedereen heeft recht op een eigen mening. U ook. Maar u heeft geen recht op uw eigen feiten. Wetenschap is geen democratie of lagere schoolklas waar degene die het hardste schreeuwt gelijk krijgt. In de wetenschap draait het om bewijsvoering; om een rationele interpretatie van de feiten in de juiste context; en op die manier er achter komen wat de meest waarschijnlijke verklaring is.

De meest logische manier voor de media om te berichten over wetenschappelijke onderwerpen is door bij die wetenschap te rade te gaan: Wat wordt er door hen gezegd en geschreven? Waar zijn ze het globaal over eens (voorbeeld: De recente opwarming van de afgelopen 50 jaar is hoogstwaarschijnlijk voor het grootste deel door menselijke activiteiten veroorzaakt), en waar vinden nog verhitte debatten over plaats op wetenschappelijke fora (voorbeeld: In hoeverre draagt mechanische instabiliteit van de grote ijsmassa’s op Groenland en Antarctica bij aan zeespiegelstijging, nu en in de toekomst?).

Aan iemand die beweert dat roken geen schadelijke effecten heeft op de gezondheid wordt door de media geen aandacht besteed, en dat is maar goed ook. Het wordt hoog tijd dat we diezelfde logica ook gaan toepassen bij onzinverhalen over klimaatverandering. Als 97% van de klimaatwetenschappers het erover eens zijn dat de mens in grote mate verantwoordelijk is voor de huidige opwarming, dan zou de berichtgeving in de media vooral moeten laten zien waar de experts het over eens zijn. Als de helft van de tijd 1 tot 3% van de experts, die een wetenschappelijk extreem standpunt innemen, aan het woord wordt laten, geeft dat een heel vertekend beeld van hoe de wetenschap als geheel het onderwerp beziet. Daar is niemand bij gebaat. Nou, niemand…

Kan het zijn dat die 97% het fout heeft, en die 1% (de andere 2% had geen mening) gelijk? Natuurlijk kan dat. Alles kan. Maar hoe waarschijnlijk is het? En wat is het risico te vertrouwen op de ene dan wel de andere kant van het verhaal? Wat zijn de mogelijke niet-wetenschappelijke motieven om een bepaalde theorie aan te hangen? Hoe logisch is de ene versus de andere interpretatie? Dat zijn de belangrijke vragen. Oreskes geeft een goede beschrijving van hoe de wetenschap tot haar relatief eensgezinde standpunt (tenminste over de rode draad) is gekomen (namelijk op basis van verschillende wetenschappelijke methoden en een scala aan onafhankelijke aanwijzingen) en laat zien dat het daarom heel onwaarschijnlijk is dat zij er fallikant naast zitten.

Een viertal reacties op het stuk van Eppink zijn in het NRC van 10 juni verschenen. Anne van Loon (Hydroloog, Wageningen Universiteit) haakt in op hetzelfde punt als ik, en zegt het wellicht nog iets scherper (links door mij toegevoegd):

Het is een manco in de journalistiek dat beide kanten van een zaak altijd gelijkwaardig moeten worden belicht en dat beide partijen evenveel stem moeten krijgen. In de klimaatdiscussie zijn de partijen niet gelijkwaardig. Aan de ene kant staan bijna alle wetenschappers die zich direct of indirect met het klimaat bezighouden. Aan de andere kant staan een paar schreeuwlelijken, meestal economen of sociologen, of een Tsjechische president. Zij denken dat sprake is van een complot, dat de wetenschappers samenspannen om ervoor te zorgen dat de burger niet meer in zijn autootje mag rijden. Dit is onzin.

Ook Eco Matser (Hivos) noemt de brede consensus die er onder klimaatwetenschappers bestaat. Bart Strengers (PBL) en Jan Paul van Soest (De Gemeynt) laten zien dat de voorbeelden die Eppink aanhaalt niet kloppen:

In één van de drie vuistdikke rapporten – deel II, over de gevolgen van klimaatverandering stonden enkele fouten. Eén daarvan was echt storend. In Deel I, dat de onderliggende natuurwetenschap behandelt, is geen serieuze fout aangetroffen.

Van manipulatie van temperatuurgegevens is geen sprake. Dat is eenvoudig na te gaan door bijvoorbeeld de ruwe data te vergelijken met de opgeschoonde data: Daar zit geen stelselmatig verschil tussen (zie hier en hier).

Ook haalt Eppink de meest gebruikte drogreden van stal: het klimaat verandert altijd, zelfs al in de tijden dat mensen in grotten woonden. Ja, en wat dan nog? We kennen de oorzaken van klimaatverandering uit het verleden heel behoorlijk – zon, vulkanen, ijsbedekking, CO2 en andere broeikasgassen. De huidige toename van broeikasgassen in de atmosfeer komt aantoonbaar door de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit verandert het klimaat, boven op de natuurlijke variaties. Bij ongewijzigd beleid kunnen de gevolgen van klimaatverandering voor natuur, gezondheid en economie groot zijn.

Bosbranden komen ook van nature voor. Toch is er niemand die dat als reden gebruikt om te beweren dat bosbranden niet door mensen kunnen worden aangestoken. De redenering van Eppink is gespeend van elke logica.

Wouter van Dieren (IMSA) tapt weer uit een heel ander vaatje en zet de tegenaanval in: Tegenover de zg “linkse kerk” zet hij een “rechtse kathedraal”:

de overtuiging dat de vrije markt en de individuele vrijheid worden bedreigd door op wetenschap gebaseerde interventies, zoals een verbod op roken, klimaatmaatregelen, verplichte verzekeringen et cetera.

Ik denk inderdaad dat veel verzet tegen de klimaatwetenschap ideologische grondslagen heeft, maar zou ervoor waken om de nadruk al te sterk op een links-rechts tegenstelling te leggen: In de zoektocht naar een duurzame samenleving zullen we mensen met diverse politieke voorkeuren nodig hebben. We moeten juist ervoor zorgen dat de wetenschap weer op haar waarde wordt beoordeeld, en dat doen we m.i. door de politieke lading er juist vanaf te halen i.p.v. het te versterken. Door een politieke stroming als “anti” te bestempelen wordt het debat nog meer gepolariseerd en gepolitiseerd.

De infrarood absorberende eigenschappen van CO2 trekken zich niets aan van de politieke voorkeur van deze of gene. Dat is wat mij betreft de hoofdboodschap in deze gepolitiseerde discussie.

Ejo Schrama (TU Delft) schetst op zijn blog heel mooi de context van het maatschappelijk debat en geeft ook en andere verklaring voor het skepticisme:

het is namelijk een gevecht van “de kleine man” tegen “de grote boze buitenwereld” die hem iets oplegt. De “kleine man” meent namelijk dat klimaatverandering een verzinsel is, ziet alleen de negatieve gevolgen die hem direct in zijn portemonnaie raken, zoals meer belasting betalen of een hogere energierekening. De grote boze buitenwereld is in dit wereldbeeld de grote schuldige, en daarachter zit “de wetenschap” of nog erger, “de linkse politiek” die zo zot is om naar de geleerden in het ivoren torentje te luisteren.

En vervolgt kort en krachtig:

ons klimaat verandert door menselijk toedoen, dit is een wetenschappelijk feit. De consequenties van dit probleem worden steeds duidelijker, en uitstel met het zoeken naar oplossingen betekent dat de rekening alleen maar hoger wordt voor toekomstige generaties.

Relevante oudere blogs:

Moet de deur open voor skeptici? (feb 2010)

Klimaatsceptici raken ver verwijderd van de werkelijkheid (juli 2008)

Dat is een van mijn eerste, maar ook een van mijn beste blogartikelen al zeg ik het zelf. Het eindigt met de volgende oproep:

Over politieke opties, bijvoorbeeld op het gebied van energiepolitiek, verschillen de meningen. En verschillende meningen moeten gehoord worden. Maar laat dan wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden achterwege. Die dragen namelijk niet bij aan de discussie. Integendeel.

Column Eppink (click voor vergroting):

Reacties van Loon, Matser, en Strengers en van Soest

Reactie van Dieren

IPCC management en coordinatie versterkt

Via het klimaatportaal, mede gebaseerd op het relaas van deelnemers aan de IPCC vergadering:

Het IPCC neemt maatregelen om haar managementstructuur te verbeteren en beleid aan te scherpen. Dit is besloten tijdens de algemene vergadering van het IPCC die plaatsvond van 10 tot 13 mei 2011 in Abu Dhabi, de Verenigde Arabische Emiraten. De wijzigingen moeten zorgen dat het volgende IPCC-rapport duidelijker en genuanceerder wordt en dat het beter aansluit bij de behoeften van de wereldwijde gemeenschap.

Zo is er een streng beleid opgesteld om belangenverstrengeling bij de samenstellers IPCC-rapporten te voorkomen. (…)
 
Het IPCC heeft daarnaast richtlijnen vastgesteld voor de communicatie. Die moet transparant zijn en het IPCC wil snel en doordacht reageren op actuele vraagstukken. Daarnaast moet vastgelegd worden wie er namens het IPCC kan spreken en wie niet. Woordvoerders moeten zich inhoudelijk baseren op gepubliceerde IPCC rapporten en zij moeten zich onthouden van uitspraken over klimaatbeleid of -politiek.
 
Management
Er wordt een bestuur samengesteld om de coördinatie en het management van het IPCC te versterken. Dit bestuur neemt beslissingen die geen uitstel velen, bijvoorbeeld over communicatie, toezicht op de afhandeling van mogelijke fouten en coördinatie tussen werkgroepen. (…)
 
Het IPCC heeft richtlijnen aangenomen die aangeven hoe accuratesse, transparantie en duidelijkheid van procedures kan worden verbeterd. Zo is vastgelegd hoe literatuur verwerkt kan worden in de IPCC-rapporten en hoe de auteurs van de rapporten moeten omgaan met wetenschappelijke onzekerheden.
 
Auteurs moeten toelichten hoe zij tot hun oordeel komen over de mate van wetenschappelijk inzicht in een onderwerp. Ook is vastgelegd dat tijdschriften en kranten in principe geen geldige informatiebron zijn voor de IPCC-rapporten. Blogs, sociale netwerksites en audiovisuele media zijn geen acceptabele informatiebronnen.
 
Een aantal verbeteringen was al doorgevoerd of wordt direct doorgevoerd bij het schrijven van het vijfde assessmentrapport, dat voor 2013 en 2014 gepland staat. Een deel van de verbeteringen vereist nog verdere uitwerking, zoals de implementatie van de regeling belangenverstrengeling en de rol van het secretariaat in het bestuur. Daarnaast moet de definitieve communicatiestrategie worden opgesteld. Deze zaken komen tijdens de volgende IPCC vergadering in november 2011 aan de orde.
 
Inter Academy Council
Met de veranderingen wordt een groot deel van de aanbevelingen van de Inter Academy Council opgevolgd. Het IAC deed vorig jaar onderzoek naar de processen en werkwijzen van het IPCC. Dit gebeurde naar aanleiding van fouten het meest recente IPCC-rapport. Het ging ondermeer om verkeerde schattingen van het afsmelten van de gletsjers in het Himalayagebied en een foutief percentage landoppervlak in Nederland dat onder de zeespiegel ligt.
 
Het IAC concludeerde dat de werkwijze van het IPCC in het algemeen adequaat is. Maar het IPCC moet wel zorgen voor een herziene managementstructuur, sterkere procedures en betere communicatie. Dit is nodig vanwege de groeiende omvang en complexiteit van het werk, de toegenomen maatschappelijke consequenties en de steeds kritischer houding van het grote publiek.
 
Nederland
De fouten in het IPCC-rapport leidden in Nederland tot bezorgdheid binnen de Tweede Kamer. Toenmalig minister Cramer van Milieu gaf het Planbureau voor de Leefomgeving de opdracht om de fouten te onderzoeken.
 
Het PBL concludeerde dat er geen fouten gevonden waren die de hoofdconclusies van het rapport ondergraven. Wel stonden er enkele fouten in de onderliggende hoofdstukken van Werkgroep II over regionale effecten. Daarnaast bleken de conclusies in sommige gevallen onvoldoende gebaseerd op het onderliggende materiaal.
 
Meer lezen:

 Zie ook mij Engelse blog over IPCC history and mandate.

Waarom was april zo warm?

Via Klimaatportaal en KNMI:

De afgelopen maand was uitzonderlijk zacht. De gemiddelde temperatuur over de hele maand april was in De Bilt 13,1 graden. Daarmee evenaart april 2011 het warmterecord 2007 en bereikt de hoogste waarde sinds het begin van de metingen in 1706. Gemiddeld over 1981-2010 bedraagt de temperatuur in april 9,2 graden.

Waarom was April zo warm?

De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen.

Oorzaken van deze warme april:

Luchtdruk en zonneschijn
De hoge luchtdruk in Nederland en omgeving leidde tot overvloedige zonneschijn en is daarmee één van de hoofdoorzaken van de hoge temperatuur in april 2011. Toch is dit niet de enige factor want in april 1938, 1954, 1955, 2007, 1997, 1957, 1984 was de luchtdruk hoger dan in april 2011. In april 2007, 1942 en zelfs in 2010 scheen de zon meer uren dan in april 2011.

Luchtvervuiling
Sinds midden jaren 80 is de zichtbare luchtvervuiling met roetdeeltjes en zwavel (aërosolen / fijn stof) sterk afgenomen, waardoor meer zonneschijn de grond bereikt. Er is echter geen reden om aan te nemen dat de lucht in april veel schoner is dan in de jaren 60, en toch zijn de temperaturen veel hoger dan toen.

Luchtvochtigheid
Hoewel er in april 2011 weinig bewolking was, was de hoeveelheid waterdamp (een doorzichtig gas) wel hoog vergeleken met andere jaren met hoge luchtdruk en veel zon. In 1942 en 2010 was de lucht veel droger. Waterdamp is een zeer krachtig broeikasgas, dat de aarde warm houdt door uitstraling naar de ruimte tegen te houden. De waarneming dat dit jaar de nachten warmer waren dan in 2007 ondersteunt dit vermoeden.

Broeikaseffect (KNMI)

Uiteraard heeft de opwarming van de aarde en dus ook van Nederland ook bijgedragen. Zonder deze opwarming zouden dit soort temperaturen vrijwel onmogelijk zijn geweest. Echter, de temperaturen van de laatste jaren steken ver boven de trend uit.

En:

Klimaatmodellen voorspelden een veel langzamere opwarming en laten geen verhoogde kans op warme uitschieters zien.

Figuur: Geobserveerde Centraal Nederland Temperatuur (CNT, rode lijn) vergeleken met de gemodelleerde temperatuur in het CMIP3 ensemble (54 kruisjes per jaar van 23 modellen). De blauwe lijn geeft het gemiddelde van de 23 modellen aan.

Het is duidelijk dat de temperatuur in april veel sneller oploopt dan de modellen aangeven. Voor een gedeelte is dit uiteraard toeval, maar het verschil is te groot om hier volledig mee te verklaren. Ook de uitwijkingen boven de trend lijken groter dan we verwachten, een uitwijking zoals in 2007, 2009 of 2011 zou zelfs met een twee keer zo snelle temperatuurstijging maar ongeveer eens in de 50 jaar voorkomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre we nog meer van dit soort zomerse aprilmaanden kunnen verwachten.

Conclusies
In 2007 dachten we dat de temperatuur van april een zeer uitzonderlijke uitschieter was. De waarneming dat het in 2009 bijna even warm was en in 2011 dit record geëvenaard wordt geeft aan dat deze verklaring niet meer voldoet. De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen. Welke factoren er precies achter zaten en een inschatting van wat de toekomst zou kunnen brengen vergt echter een uitgebreidere analyse.

Wat weten we?

Niet alles wat we weten over klimaatverandering is even zeker. De grote lijnen (bijv. oorzaken en globale effecten) worden goed begrepen, terwijl lokale effecten veel onzekerder zijn. De volgende zaken weten we vrijwel zeker:

     De gemiddelde temperatuur op aarde is significant gestegen sinds 1850/1900. Deze stijging ligt nu duidelijk boven “natuurlijke variabiliteit”. Niks is onmogelijk, maar de kans dat het temperatuurverloop vd laatste 100 jaar pure random variaties zijn is klein, heel klein.

    CO2 is omhoog gegaan door menselijk handelen. De verhoogde CO2 concentraties in lucht en ocean komen goed overeen met de verwachting op basis vd hoeveelheden fossiele brandstoffen en bossen die verbrand zijn. Bovendien geeft de isotopische compositie vd koolstof in CO2 aan welk deel van fossiele brandstoffen afkomstig is.

    CO2 heeft een verwarmend effect omdat het een gedeelte vd infrarood-straling die de aarde naar de ruimte terugkaatst absorbeert. Dit werd al in de 19de eeuw aangetoond in laboratorium experimenten (Tyndal) en toen werd ook het versterkte broeikas effect voorspeld (Arrhenius). Het is in die zin al lang geleden bewezen, klassieke natuurkunde. Iemand die dit tegenspreekt mag mij proberen uit te leggen waarom de temperatuur op aarde niet gemiddeld -17 graden Celsius is (wat het zou zijn als er geen natuurlijk broeikaseffect zou zijn, zie boven).

   De temperatuurverhoging vanaf ca. 1900 valt niet te verklaren met natuurlijke oorzaken alleen. Je hebt natuurlijke en menselijke oorzaken nodig om het temperatuurverloop van de laatste 100 jaar te verklaren. En dan kun je hem zelfs heel erg goed verklaren (zie bijv. deze grafiek uit het laatste IPCC rapport)

Het patroon van klimaatverandering komt goed overeen met wat men zou verwachten als het voornamelijk door broeikasgassen wordt veroorzaakt (bv verwarming lagere luchtlagen, en afkoeling hogere luchtlagen; als de zon de hoofdverantwoordelijke zou zijn, zou dit andersom zijn).

 

Is het onomstotelijk bewezen dat de temperatuurverhoging door menselijk handelen komt? Daar kan een wetenschapper geen “ja” op zeggen. Nee, dat is het niet. Maar het is wel hoogstwaarschijnlijk. “Klimaat” is het lange-termijn gemiddelde van het weer. En als zodanig kunnen we in principe zelfs het huidige klimaat niet eens bepalen. Maar klimaat is ook de kans dat het weer zich op een bepaalde manier gedraagt. En over die kansberekening kunnen we wel degelijk wat zeggen. Het klimaat is als een reuze-boddelsteen, met de meeste cijfertjes op het “gemiddelde” weer, en steeds minder op de weers-extremen. Maar die kunnen nog steeds voorkomen natuurlijk. Wat wij nu doen als mensheid, is die dobbelsteen meer hoge cijfers geven, en het gemiddelde langzaam omhoog krikken. Oftewel, Het gemiddelde weer verschuift langzaam, en de kans op warm (en extreem) weer wordt groter (de Europese zomer van 2003 wordt in 2030 wellicht een “normale” zomer). Wie wil wachten op 100% zekerheid dat de mens schuld is, moet wachten tot Nederland onder water staat. En zelfs dan zal het onmogelijk zijn een 100% sluitend bewijs te leveren. Maar hoogstwaarschijnlijk was het dan wel zo. Wie wil dat risico nemen? En mag die persoon dat risico nemen, als dat voor mij en mijn (en zijn) kinderen ook zeer waarschijnlijk ernstige gevolgen zal hebben? Ik vind van niet.