Ontkoppeling tussen CO2-uitstoot en BBP-groei niet in lijn met Parijs doelen

Is groene groei mogelijk? Waarschijnlijk niet helemaal, maar toch lijkt er in rijke of hoge-inkomenslanden in de laatste jaren een ontkoppeling plaats te vinden tussen economische groei (in termen van BBP) en CO2-uitstoot: de CO2-uitstoot gaat omlaag, en de economie groeit. Dat gegeven zou erop kunnen wijzen dat economische groei mogelijk is terwijl we succesvol klimaatverandering tegengaan. Ofwel, groene groei. Maar die ontkoppeling blijkt veel te traag te gaan. Een nieuwe studie laat zien dat het tempo van CO2-emissiereductie, en het niveau aan ontkoppeling tussen uitstoot en economische groei, totaal niet in lijn is met de doelen van het Parijs akkoord. Met andere woorden: er is dus wel groei, maar deze is niet groen.

CO2-emissies en Bruto Binnenlands Product

Als we de economische status – gemeten in per capita Bruto Binnenlands Product (BBP) – van landen over de hele wereld afzetten tegen de per capita CO2-emissies, dan is er een duidelijke correlatie zichtbaar. Let wel: de assen zijn hier logaritmisch, dus dit is geen lineaire relatie maar een machtsfunctie. Dat er, in elk geval historisch beschouwd, een relatie bestaat tussen deze twee grootheden is niet bepaald onlogisch. Landen met hoge inkomens in het mondiale Noorden hebben hun economieën volledig opgebouwd op fossiele brandstoffen. Deze grafiek slaat veel nuances plat (daar gaan we in deze blog meer op in), maar hij zou kunnen suggereren dat er een positief verband bestaat tussen grootte van de economie en hoeveelheid emissies. Maar, correlatie is geen causaliteit.

De relatie tussen per capita BBP en per capita CO2-emissies, per land. Bron: OurWorldInData
Lees verder

Het Antropoceen wordt (nog) geen formeel geologisch tijdperk

Boorkernen uit de bodem van Crawford Lake in Canada, die voorgesteld zijn als ‘golden spike’ die het begin van het Antropoceen markeert. Bron: McCarthy et al. 2023.

De Internationale Unie van Geologische Wetenschappen (IUGS) meldde vorige week in een nieuwsbericht dat het voorstel om het Antropoceen te formaliseren als geologisch tijdperk is afgewezen. De uitslag van de stemming in de Stratigrafische Subcommissie voor het Kwartair was duidelijk: er waren 4 stemmen vóór het voorstel, 12 tegen en 3 onthoudingen. Dit besluit geldt in elk geval voor 10 jaar. Volgens de strakke regels van de IUGS kan dan een nieuw voorstel worden ingediend over het Antropoceen. Dat lijkt lang, maar op de geologische tijdschaal is het natuurlijk maar een oogwenk.

Als je kijkt naar de voorgeschiedenis van het afgewezen voorstel is 10 jaar ook niet zo heel lang. De Antropoceen Werkgroep van de IUGS werkte al sinds 2009 aan het voorstel en als het aan hen had gelegen waren ze daar nog steeds mee bezig. De IUGS maakt er in hun nieuwsbericht geen geheim van dat er pittige discussies zijn gevoerd en dat er flink wat druk op de werkgroep is uitgeoefend om met een voorstel te komen waarover gestemd kon worden.

Lees verder

Nuttige warmtepomp of onzinnige dwangpomp?

Gastblog van Professor Guido van der Werf

In De Telegraaf-rubriek “De Kwestie” kwamen onlangs twee deskundigen aan het woord over de warmtepomp, en dan met name over de CO2-besparing hiervan. Voor de argeloze lezer leken deze twee lijnrecht tegenover elkaar te staan, met een voorstander en een tegenstander van warmtepompen. Tegengestelde visies kunnen tot denken aanzetten, maar leiden vaak tot onnodige polarisatie en verwarring. Dat laatste was hier ook het geval, en eigenlijk vreemd aangezien de twee deskundigen het in grote lijnen eens leken te zijn. Hier kijken we waar het verschil zat.

De deskundigen waren Olof van der Gaag en David Smeulders. Van der Gaag is voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) en Smeulders is hoogleraar energietechnologie aan de TU in Eindhoven. In het stuk was Van der Gaag enthousiast over de warmtepomp, terwijl Smeulders het installeren van warmtepompen vergeleek met het “schieten met een kanon op een mug”.

Even terug naar de basis: een warmtepomp vervangt de cv-ketel en zorgt voor warm water, met name voor verwarming. Het mooie van een warmtepomp is dat hij deels gebruik maakt van omgevingswarmte en daardoor hyperefficiënt is (zie ook dit blog van Jasper Vis). Leuk weetje dat daaruit voorkomt; je huis verwarmen met een warmtepomp die zijn stroom krijgt van een gasgestookte energiecentrale die met 60% rendement draait, gebruikt toch veel minder gas dan hetzelfde huis verwarmen met een gasgestookte cv-ketel die zijn werk met bijna 100% rendement doet.

Lees verder

Verwijdering van kooldioxide: uitkomst of illusie?

Negatieve emissies maken deel uit van zo goed als alle economische scenario’s en beleidsplannen waarmee redelijkerwijs de doelen van het klimaatakkoord van Parijs nog te halen zijn: beperken van de opwarming tot ruim onder de 2 °C. Met negatieve emissies worden maatregelen bedoeld die CO2 (of andere broeikasgassen, zoals methaan) aan de atmosfeer kunnen onttrekken, zoals:

  • herbebossing en aanleg van nieuwe bossen;
  • bevorderen van vastlegging van koolstof in de bodem;
  • versnellen van verwering van gesteentes;
  • bevorderen van opname door de oceanen;
  • afvangen en opslaan van de uitstoot van energiecentrales of fabrieken;
  • via nieuwe technologie direct CO2 verwijderen uit de atmosfeer om die op te slaan of te gebruiken als industriële grondstof, bijvoorbeeld voor de productie van brandstof.
Opties om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen. Bron: National Academies of Sciences, Engineering and Medicine.

Het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer om de opwarming te beperken is in feite een vorm van geo-engineering. Minder controversieel dan bijvoorbeeld het afkoelen van de aarde door aerosolen te injecteren in de stratosfeer, maar daarmee is het nog geen wonderoplossing voor het klimaatprobleem. Wetenschappers maken zich zorgen dat beleidsmakers en scenariobouwers te hoge verwachtingen hebben van deze manier van ingrijpen, zo blijkt uit verschillende artikelen die de afgelopen tijd zijn gepubliceerd.

Lees verder

Het tijdperk van klimaataansprakelijkheid is aangebroken

Door: Arthur Oldeman, met toevoegingen van Hans Custers

Een golf aan klimaatrechtszaken in de afgelopen jaren heeft ervoor gezorgd dat de aansprakelijkheid van de fossiele industrie voor de klimaatcrisis meer en meer in kaart wordt gebracht. Zo werd Big Oil vorig jaar door de staat Californië aangeklaagd voor decennialang misleiding en bedrog over klimaatverandering. Bewijsstukken voor die casus zijn er al genoeg, maar er worden nog steeds nieuwe bevindingen uit de archieven gehaald.

Bevindingen van toen met de kennis van nu

Soms worden die nieuwe bevindingen wel heel erg ingekleurd door de kennis van nu, van de klimaatwetenschap én van de kwalijke praktijken van fossiele bedrijven om het publiek daar onjuist over te informeren. Die ‘hindsight bias’ is bijvoorbeeld te zien in een verhaal van DeSmog, over documenten uit 1954 die zouden bewijzen dat oliemaatschappijen toen al op de hoogte waren van een mogelijk klimaatprobleem in de verre toekomst. Om bij het begin te beginnen: ze waren daar ongetwijfeld van op de hoogte. Maar het is niet nodig om obscure documenten op te duikelen om dat te bewijzen. Time Magazine en de New York Times hadden er in 1953 namelijk al over bericht en natuurlijk was dat niet aan de aandacht van de fossiele bazen ontsnapt.

Die aandacht was gebaseerd op een presentatie van Gilbert Plass bij de American Geophysical Union. Uit die presentatie bleek dat klimaatverandering door CO2 een probleem zou kunnen worden, maar ook dat het geen urgente, actuele kwestie was. En precies datzelfde beeld is te zien in de nu ontdekte documenten: een interessante theorie, vooral voor wetenschappers, maar er waren andere problemen die veel meer prioriteit hadden. Smog in grote steden zoals Los Angeles, bijvoorbeeld.

Lees verder

Veen en CO2.

CO2 maken met windmolens. Dat was een belangrijke Nederlandse vinding. Veenmoeras werd vanaf de Middeleeuwen met windmolens drooggemalen en geschikt gemaakt voor landbouw. Overigens was broeikasgas CO2 toen een onbedoeld en onbekend bijproduct daarvan. Veen was er genoeg in Nederland (Fig. 1). Veen is een metersdikke laag plantenresten, ontstaan in moerassen. In een natte moerasbodem blijft afgestorven moerasvegetatie goed bewaard omdat er geen zuurstof bij kan komen. De meeste bacteriën en schimmels kunnen dan het afgestorven plantenmateriaal niet afbreken. De veenpakketten vertegenwoordigen duizenden jaren onttrekking van CO2 uit de lucht, door fotosynthese van de moerasplanten.

Figuur 1. Aan het begin van de menselijke invloed op het landschap, ca 500 v Chr: Nederland is een land van veenbodems (bruine kleur op de kaart) https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Paleogeografischekaarten; Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).

Het drooggelegde veen werd voor akkerbouw gebruikt. In de met sloten ontwaterde veenlagen kon zuurstof uit de lucht binnendringen. Het veen werd daardoor snel verteerd door het bodemleven: bodemdieren, bacteriën en schimmels. Daarbij kwamen voedingsstoffen vrij, die de veenbodem vruchtbaar maakten.

Veen kan wel voor zo’n 90% uit water bestaan. Drainage laat het bodemoppervlak snel zakken. De vertering van het veen zet het weer om in CO2. Dat doet het veen nog verder zakken, uiteindelijk met meters. In een veengebied aan de Engelse oostkust is het wel eens gemeten door palen in een veenmoeras te slaan voor de drooglegging begon. In 150 jaar zakte de bodem 4 meter (Fig. 2). Het landoppervlak in het veenweidelandschap van West-Nederland of Friesland kan ook wel 4 meter hoger gelegen hebben voordat de drooglegging in de Middeleeuwen begon.

Lees verder

Hoe uitzonderlijk zal recordjaar 2023 in de toekomst nog zijn?

Het afgelopen jaar hebben wij hier op het blog meerdere malen aandacht besteed aan de hitterecords die in 2023 bij bosjes omvielen. Vooral de oceaan had het zwaar te verduren. Het kan voor u, de lezer van onze blogs, dus ook niet als verrassing komen dat 2023 officieel als warmste jaar sinds de metingen de boeken in gaat. Vanaf afgelopen juli tot het einde van het jaar was zelf bijna elke daggemiddelde de warmste gemeten, zoals de grafiek hieronder laat zien. De recordwarmte heeft onder meer te maken met het mondiale effect van El Niño, en waarschijnlijk ook een beetje met verminderde vervuiling door aerosolen, die juist voor afkoeling zorgen. De precieze bijdrage van verschillende factoren is nog niet helemaal ontrafeld. Maar onderaan de streep komt de opwarming op lange termijn door de uitstoot van fossiele brandstoffen door de mensen op deze aarde. Daarbij dient ook het onvermogen om verdere opwarming af te wenden genoemd te worden – de wetenschappelijke kennis over de gevaren voor de mensheid én de bestaande mogelijkheden om het tij te keren ten spijt.

De mondiaal gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak per dag, voor de afgelopen decennia. In de tweede helft van 2023 was het bijna elke dag de warmste dag sinds 1940. Bron

COP28 niet wat het had moeten zijn

Eind 2023 werd er tijdens de COP28 dan toch weer een verwoede poging gedaan door alle spelers op het wereldtoneel om tot stevige afspraken voor emissiereductie te komen. Maar ondanks spelers met grote ambities, bleek de toneelvertoning toch vooral een klucht te zijn. De COPs zijn verworden tot een show waar de zwakste plannen met de grootste bombarie worden gepresenteerd. Terwijl je zou denken dat elk aangekondigd plan een stap in de goede richting is, berekende Climate Action Tracker (CAT) dat maar een kwart van de tijdens COP28 aangekondigde initiatieven daadwerkelijk aanvullend én uitvoerbaar zijn. Veel plannen zijn te vaag geformuleerd, of missen duidelijkheid in dekking of verantwoordelijkheid om daadwerkelijk getoetst te kunnen worden op hun impact. Daarom stelt de CAT in haar doorrekening dat er eigenlijk nog steeds een gapend gat bestaat tussen wat er beloofd is, en wat er nodig is om 1,5°C in leven te houden. Zelfs in het meest optimistische scenario komt de recent geüpdate CAT-thermometer uit op een opwarming van 1,8°C aan het eind van deze eeuw. Ik vraag me dus hardop af of 2023 in de toekomst – laten we zeggen over zo’n 10 of 20 jaar – nog steeds een uitzonderlijk recordjaar zal zijn.

Lees verder

Open discussie winter 2024

Carbon Brief maakt elk jaar een overzicht van wetenschappelijke artikelen over het klimaat die de meeste aandacht hebben gekregen in de media. Zowel aandacht van nieuwsmedia als op sociale media telt mee. De nummer 1 van afgelopen jaar was een opvallende: een technische studie naar het groeien en afkalven van ijsplaten rond Antarctica over een periode van tien jaar. Zo’n periode van tien jaar is natuurlijk veel te kort om conclusies te trekken voor de lange termijn, zeker als het over de enorme en dus traag reagerende ijsmassa’s bij Antarctica gaat. En dat was precies waarom het onderzoek zoveel aandacht kreeg: massa’s twitterende pseudosceptici doken er bovenop om er hun eigen conclusies aan te verbinden. Die natuurlijk niks te maken hadden met wat de onderzoekers zelf concludeerden. De volledige lijst is hier te vinden: Analysis: The climate papers most featured in the media in 2023.

In deze Open Discussie kunnen zaken worden besproken die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken, zolang ze maar iets te maken hebben met klimaatverandering.

Klimaatmodellen zijn er in alle soorten en maten

Schematisch overzicht van een aardsysteemmodel. Bron: Mengis et al. (2020).

Kritiek op klimaatmodellen is een terugkerend thema op klimaatblogs en in andere media. Soms snijdt die kritiek inhoudelijk hout en soms niet. Maar simpelweg ‘de klimaatmodellen’ aanwijzen als probleem is altijd onzorgvuldig. Ten eerste omdat ‘de klimaatmodellen’ niet bestaan. Er is een enorme verscheidenheid aan modellen die op een of andere manier in het klimaatonderzoek worden gebruikt. Die modellen kun je niet zomaar allemaal op een hoop gooien. En ten tweede zijn de modellen zelf vaak niet het probleem. Als er iets niet goed gaat, dan heeft dat meestal te maken met hoe die modellen worden gebruikt, of met hoe de resultaten worden gepresenteerd.

Wat is een model eigenlijk? Je zou kunnen zeggen dat de hele wetenschap uit modellen bestaat: stukjes werkelijkheid die uit de complexiteit van het universum worden gehaald, om ze als geïsoleerde fenomenen te beschrijven. De wetten van Newton vormen een model, net als de relativiteitstheorie. Maar tegenwoordig staat het woord ‘model’ meestal voor een computermodel. Ofwel, een computerprogramma dat een stukje van de werkelijkheid simuleert. De opkomst van die modellen begint halverwege de twintigste eeuw, toen ze werden gebruikt in het roemruchte Manhattan project. De eerste weer- en klimaatmodellen kwamen snel daarna. Tegenwoordig worden computermodellen vrijwel overal in de wetenschap gebruikt.

Modellen hebben nuttige toepassingen, maar ook beperkingen. Het kan misgaan als gebruikers van een model de beperkingen ervan niet kennen, omdat ze niet goed weten wat er ‘onder de motorkap’ gebeurt. Terwijl er bij het interpreteren van modelresultaten altijd rekening moet worden gehouden met die beperkingen. Kennis die ook al belangrijk kan zijn bij het bedenken van een modelexperiment. Want de uitkomst van een modelberekening hangt natuurlijk altijd af van de opdrachten die het model aan het begin van een simulatie krijgt. Modellen zijn dus geen machines die de toekomst kunnen voorspellen, hoe geavanceerd en veelomvattend ze ook zijn. Ze zijn gemaakt om ‘wat-als’ voorspellingen te doen binnen zekere grenzen.

Lees verder

De COP28 eindtekst: gezien de fossiele lobby een succes

Er is een akkoord op de COP28. De laatste versie van de slottekst op de COP28 gaat íets verder dan voorlopige versie die een paar dagen eerder werd gepubliceerd. Daar kwam kritiek op, omdat het uitfaseren van fossiele brandstoffen niet werd genoemd. De nieuwe tekst spreekt overigens nog steeds niet over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, maar is wel explicieter over het afbouwen ervan, en de voorgestelde klimaatacties worden nu gebracht als oproep in plaats van een wensenlijstje. Het kan als een succes worden gezien dat er eindelijk in een COP-eindtekst wordt gesproken over het afbouwen van fossiele brandstoffen. Maar het opgeluchte gevoel dat er nu heerst, hangt ongetwijfeld ook samen met de vooruitgang ten opzichte van de voorgestelde eindtekst van 11 december, waar de invloed van de fossiele lobby duidelijk in terug te vinden was. En die fossiele lobby bleek met duizenden aanwezig.

Weinig concreet in de slottekst

De eindtekst, aangenomen op woensdag 13 december, is 24 pagina’s lang en bevat veel verschillende statements. Een van de belangrijkste punten is een uitgewerkt lijstje van klimaatacties waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen en de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten worden beperkt. Waar dit in een eerdere versie van 11 december nog als een soort wensenlijstje werd gepresenteerd (“… calls upon Parties to take actions that could include…”) wordt er in de uiteindelijke versie wel iets explicietere oproep gedaan aan alle landen om bij te dragen (“… calls on Parties to contribute to the following global efforts…”). Eén van de belangrijkste oproepen is om weg te bewegen van fossiele brandstoffen (“transitioning away from fossil fuels in energy systems…”), alhoewel het taalgebruik ruimte voor interpretatie overlaat, en die ambiguïteit is waarschijnlijk opzettelijk. In de eerdere versie werd overigens nog enkel gesproken over een reductie (‘reducing’in plaats van ‘transitioning away’) en wat dat betreft wordt de uiteindelijke versie als een opluchting gezien.

Screenshot van het lijstje klimaatacties dat de opwarming van de aarde tot 1,5°C zou moeten beperken, volgens de eindtekst van de COP28, aangenomen door alle 198 ‘parties’.

Die bewoordingen zijn dus zeker wel een vooruitgang. Maar de doelen blijven enkel een oproep en zijn nog steeds niet bindend (dat zijn de COP-afspraken eigenlijk nooit), én er is geen duidelijke route uitgestippeld voor de transitie. En die route van het afbouwen van fossiel, en daarmee de broeikasgasemissies, is uiteindelijk wat de opwarming bepaalt, en niet enkel een doel in 2050.

Lees verder