Categorie archief: Klimaatwetenschap

Nieuwe studie klimaatgevoeligheid op basis van laatste IJstijd

Via het Klimaatportaal, aangevuld met extra info:

Amerikaanse onderzoekers hebben afgelopen week in Science een studie gepubliceerd waaruit blijkt dat de mondiale temperatuur misschien iets minder gevoelig is voor een toename van CO2 dan tot nu toe wordt aangenomen. Zij schatten dat de temperatuur ongeveer 2,2 graden Celsius zal stijgen als de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer twee keer zo hoog wordt als voor de industriële revolutie. Door het IPCC wordt 3 °C als meest waarschijnlijk gezien. Het IPCC baseert zijn rapporten niet op één, maar op meerdere onderzoeken. Deze studie zal alle eerdere onderzoeksresultaten dan ook niet automatisch verwerpen, maar moet als een extra puzzelstukje worden gezien die aan het totale begrip bijdraagt. 

Lees verder

VVD kamerlid Leegte oneens met klimaatwetenschap dus wil KNMI afschaffen

VVD kamerlid Rene Leegte riep in de Telegraaf op om het KNMI op te heffen:

Leegte noemt het IPCC „klimaatalarmisten” en vindt het niet goed dat het KNMI zo achter hun conclusies van de uitstoot van CO2 en de stijging van de temperatuur aanloopt. Andere onderzoeken laten een afvlakking van de temperatuur zien, stelt Leegte. De overheid moet volgens hem vragen over het klimaat onafhankelijk in de markt kunnen zetten.

Krijg nou wat!

Omdat de conclusies van hoogstaand wetenschappelijk onderzoek hem niet aanstaan wil hij ervan af, en onderzoeksvragen zodanig “in de markt zetten” dat er een voor hem welgevallig antwoord uit rolt. En dat dan in naam van onafhankelijkheid! Het cynisme druipt ervan af, maar dat ontgaat Leegte wellicht.

Als Leegte de moeite zou hebben genomen om eens te kijken wat er zoal “in de markt” te koop is aan klimaatonderzoek zou hij snel genoeg hebben ontdekt dat er brede consensus bestaat binnen de wetenschap (de aarde warmt op en dat komt voor een groot deel door menselijke uitstoot van broeikasgassen en ontbossing). Misschien zou hij dan alle serieuze onderzoeksinstellingen willen afschaffen? Of wellicht wil hij buiten de wetenschap te rade gaan?

Wetenschap moet juist onafhankelijk zijn van de politieke wind in Den Haag, Washington, La Paz of Riyad. Een volksvertegenwoordiger die probeert de wetenschap de les te lezen over diezelfde wetenschap is toch echt de omgekeerde wereld. Het toppunt is dan wel dat zo’n volksvertegenwoordiger die wetenschap, waarvan de conclusies hem niet aanstaan, wil opheffen. Zo’n volksvertegenwoordiger is Leegte.

Ik trek het bewust breder dan ‘alleen maar’ KNMI, omdat zo goed als alle klimaatwetenschappelijke onderzoeksinstituten min of meer dezelfde conclusies hebben getrokken over klimaatverandering. Dat is ook nogal logisch, want de berg aan bewijsvoering laat maar weinig ruimte over voor andere opvattingen. Wetenschap is geen democratie.

Echter, er zijn aardig wat ‘creatievelingen’ die proberen die berg te omzeilen en op een andere manier boven te komen. Wetenschappelijk en logisch sluitend zijn hun verhalen zo goed als nooit.

Zo ook Leegte, die blijkbaar niet verlegen is om zijn gebrek aan kennis van de klimaatwetenschap tentoon te spreiden: Er is geen wetenschapper (van KNMI of elders) die beweert dat er maar 1 variabele is die het klimaatsysteem beïnvloedt. De opwarming gaat ook gestaag verder, zoals duidelijk is uit een scala aan metingen variërend van toenemende temperaturen, afnemend Arctisch zee ijs, smeltende ijsmassa op Groenland en Antarctica, toenemende warmte inhoud van de oceanen, veranderingen in ecosystemen (bijv. migratie, tijd van bloeien, groeiseizoen), etc. Maar dan wel gezien over langere tijdsschalen natuurlijk. We hebben het ten slotte over klimaat.

Dat doet me herinneren aan een partijgenote van Leegte die ook de fenomenen “weer” en “klimaat” door elkaar haalde toen ze zei (in een ander tijdperk):

De VVD wil onafhankelijk onderzoek naar de opwarming van de aarde, nu ons land al weken in de ban is van de vrieskou. “We moeten weten hoe het echt zit, zeker met dit weer”, aldus VVD-Kamerlid Neppérus.

Ik ben benieuwd hoe ze het weer van de afgelopen paar dagen dan karakteriseert. De opwarming zal volgens haar nu wel de pan uitrijzen!

Ik wou dat ik er om kon lachen.

Zie ook Paul Luttikhuis op het NRC klimaatblog:

Kennelijk vindt René Leegte wetenschappers die er – bijvoorbeeld op grond van onderzoek – van uitgaan dat de uitstoot van CO2 een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde niet onafhankelijk en dus niet integer. Als Leegte iets anders bedoelt, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samson, moet hij zijn beschuldiging onderbouwen.

Waarom was april zo warm?

Via Klimaatportaal en KNMI:

De afgelopen maand was uitzonderlijk zacht. De gemiddelde temperatuur over de hele maand april was in De Bilt 13,1 graden. Daarmee evenaart april 2011 het warmterecord 2007 en bereikt de hoogste waarde sinds het begin van de metingen in 1706. Gemiddeld over 1981-2010 bedraagt de temperatuur in april 9,2 graden.

Waarom was April zo warm?

De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen.

Oorzaken van deze warme april:

Luchtdruk en zonneschijn
De hoge luchtdruk in Nederland en omgeving leidde tot overvloedige zonneschijn en is daarmee één van de hoofdoorzaken van de hoge temperatuur in april 2011. Toch is dit niet de enige factor want in april 1938, 1954, 1955, 2007, 1997, 1957, 1984 was de luchtdruk hoger dan in april 2011. In april 2007, 1942 en zelfs in 2010 scheen de zon meer uren dan in april 2011.

Luchtvervuiling
Sinds midden jaren 80 is de zichtbare luchtvervuiling met roetdeeltjes en zwavel (aërosolen / fijn stof) sterk afgenomen, waardoor meer zonneschijn de grond bereikt. Er is echter geen reden om aan te nemen dat de lucht in april veel schoner is dan in de jaren 60, en toch zijn de temperaturen veel hoger dan toen.

Luchtvochtigheid
Hoewel er in april 2011 weinig bewolking was, was de hoeveelheid waterdamp (een doorzichtig gas) wel hoog vergeleken met andere jaren met hoge luchtdruk en veel zon. In 1942 en 2010 was de lucht veel droger. Waterdamp is een zeer krachtig broeikasgas, dat de aarde warm houdt door uitstraling naar de ruimte tegen te houden. De waarneming dat dit jaar de nachten warmer waren dan in 2007 ondersteunt dit vermoeden.

Broeikaseffect (KNMI)

Uiteraard heeft de opwarming van de aarde en dus ook van Nederland ook bijgedragen. Zonder deze opwarming zouden dit soort temperaturen vrijwel onmogelijk zijn geweest. Echter, de temperaturen van de laatste jaren steken ver boven de trend uit.

En:

Klimaatmodellen voorspelden een veel langzamere opwarming en laten geen verhoogde kans op warme uitschieters zien.

Figuur: Geobserveerde Centraal Nederland Temperatuur (CNT, rode lijn) vergeleken met de gemodelleerde temperatuur in het CMIP3 ensemble (54 kruisjes per jaar van 23 modellen). De blauwe lijn geeft het gemiddelde van de 23 modellen aan.

Het is duidelijk dat de temperatuur in april veel sneller oploopt dan de modellen aangeven. Voor een gedeelte is dit uiteraard toeval, maar het verschil is te groot om hier volledig mee te verklaren. Ook de uitwijkingen boven de trend lijken groter dan we verwachten, een uitwijking zoals in 2007, 2009 of 2011 zou zelfs met een twee keer zo snelle temperatuurstijging maar ongeveer eens in de 50 jaar voorkomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre we nog meer van dit soort zomerse aprilmaanden kunnen verwachten.

Conclusies
In 2007 dachten we dat de temperatuur van april een zeer uitzonderlijke uitschieter was. De waarneming dat het in 2009 bijna even warm was en in 2011 dit record geëvenaard wordt geeft aan dat deze verklaring niet meer voldoet. De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen. Welke factoren er precies achter zaten en een inschatting van wat de toekomst zou kunnen brengen vergt echter een uitgebreidere analyse.

Staatssecretaris Atsma ontvangt ‘Staat van het Klimaat 2010’

Turbulent jaar voor klimaat en wetenschap

Staatssecretaris Atsma van Milieu ontving vandaag het eerste exemplaar van de ‘Staat van het Klimaat 2010’. De publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat en energie in het afgelopen jaar. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het PCCC*.

Het jaar 2010 was turbulent voor de zowel de klimaatwetenschap als het klimaat zelf.

Koud hier, warm elders

We hadden te maken met een bijzondere paradox. Nederland beleefde het koudste jaar sinds 1996. De maand december was zelfs de koudste decembermaand sinds 40 jaar. Sommigen zien dit als een aanleiding om de opwarming van de aarde in twijfel te trekken. Wereldwijd was het echter één van de warmste jaren sinds 1850. Vanwege de luchtstroming (“Arctische Oscillatie”) ging de relatieve koude in Europa gepaard met relatieve warmte in het Arctische gebied en Noord Canada.

Extreem weer

Het jaar 2010 kende een aantal extreme weersgebeurtenissen en de gevolgen daarvan. Zo liep 20 procent van Pakistan onder water; ongeveer 20 miljoen mensen werden getroffen. Ook China kampte met overstromingen en dodelijke modderstromen. Terwijl Rusland de heetste zomer sinds het begin van de metingen beleefde, had Midden-Europa te maken met zware regenval.

Deze rampen en extremen zijn niet eenduidig terug te voeren op klimaatverandering. Afwijkingen in temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Wel zijn de gebeurtenissen meteorologisch gezien zeldzaam. Naar verwachting neemt de kans op hittegolven en extreme neerslaghoeveelheden toe als gevolg van het versterkte broeikaseffect.

Polarisatie van het klimaatdebat

Daarnaast was er ophef door de inhoud van openbaar gemaakte e-mails van de Climate Research Unit in Engeland. Ook werden enkele fouten in het laatste IPCC rapport aan het licht. Deze gebeurtenissen leidden tot twijfel over de juistheid van inhoud van IPCC rapportages, maar ook over de integriteit van klimaatonderzoekers zelf. Het werd duidelijk dat het klimaatdebat en de klimaatwetenschap in een nieuw tijdperk opereren, met een hoge mate van politisering en dynamische interactie tussen wetenschap en publiek debat. In de Staat van het Klimaat 2010 wordt een aantal veel gehoorde kritische argumenten in een wetenschappelijke context geplaatst. ECN (dat ben ik) heeft aan dit hoofdstuk (2) bijgedragen. De werking van en kritiek op het IPCC komt ook ter sprake (hoofdstuk 6).

Klimaatbeleid

Intussen gaan de pogingen om klimaatverandering te beteugelen via Internationale onderhandelingen ook door. De klimaattop in Cancún eind vorig jaar heeft niet geleid tot een bindend verdrag of beslissingen die klimaatverandering ingrijpend aanpakken. Wel zijn de emissiereducties, waar in Kopenhagen kennis van was genomen, in Cancun voor het eerst onder de VN-vlag verankerd. In combinatie met de transparante manier van onderhandelen heeft dit het vertrouwen in het multilaterale onderhandelingsproces versterkt. Er blijft een “gigaton kloof” bestaan tussen de collectieve beloftes en de benodigde emissiereductie om beneden de twee graden opwarming te blijven.

Dit en andere zaken op het gebied van energie- en mitigatiebeleid zijn een bijdrage van ECN (door mij geschreven) en komen ter sprake in hoofdstuk 4. Naast Cancún wordt het regeerakkoord van het nieuwe kabinet er besproken, een vooruitblik naar de geraamde emissies t/m 2020 en een aantal toekomstvisies voor een duurzame energievoorziening.

De Staat van het Klimaat is gratis te downloaden.

* Het Platform Communication on Climate Change (PCCC) is een samenwerkingsverband van de grote klimaatkennisinstellingen in Nederland  (PBL, KNMI, Wageningen UR, ECN, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht, Deltares, TNO en NWO)