Categorie archief: Klimaatwetenschap

Licht op wolken – de rol van bewolking in een opwarmend klimaat

Klimaatmodellen met een relatief hoge klimaatgevoeligheid (>3ºC) komen beter overeen met observaties van de mate van vermenging van verschillende luchtlagen dan minder gevoelige modellen. Dat is de conclusie van een recent artikel van Sherwood en collega’s in Nature.

Bewolking is één van de grootste bronnen van onzekerheden in klimaatsimulaties. Wolken zijn daarmee een belangrijke oorzaak van de ruime bandbreedte die deze simulaties geven voor de klimaatgevoeligheid. (Klimaatgevoeligheid is de verandering van de temperatuur als gevolg van een verandering in de stralingsforcering; in de praktijk krijgt deze term vaak de betekenis: de temperatuurstijging als gevolg van een verdubbeling van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer). In Nature verscheen afgelopen donderdag een artikel van Australische en Franse onderzoekers, onder leiding van professor Steven Sherwood van de University of New South Wales, over een proces dat een aanzienlijke invloed lijkt te hebben op de vorming van wolken: de menging van natte lucht in de laagste luchtlaag met drogere lucht uit hogere lagen van troposfeer. Het blijkt dat stromingspatronen op verschillende schaalniveaus en hoogtes deze menging sterk beïnvloeden en daarmee in grote mate bepalen waar in de atmosfeer de luchtvochtigheid zo hoog wordt dat er wolken ontstaan. Hoe meer menging, hoe droger de laagste luchtlaag wordt en hoe minder lage bewolking er ontstaat.

De onderzoekers hebben de simulaties van de stromingspatronen die voor deze menging zorgen in klimaatmodellen bestudeerd en ze vergeleken met waarnemingen (via onder meer satellieten en radiosondes; om een goede vergelijking mogelijk te maken gebruikten ze zogenaamde “reanalyses” van deze gegevens: MERRA en ERAi). Ze concluderen dat de modellen die deze patronen het beste simuleren, de modellen zijn met de hoogste klimaatgevoeligheid. Dat wijst er op dat de relatief grote versterkende feedback van bewolking, die uit deze modellen volgt, het best overeenstemt met de realiteit.

Lees verder

Voortzetting van The Keeling Curve

Al in 1958 startte Charles David Keeling met zijn Mauna Loa CO2 metingen bij het Scripps Institution of Oceanography. Deze metingen staan inmiddels bekend onder de naam The Keeling Curve. Het Scripps CO2 en O2 meetprogramma, nu onder de supervisie van Ralph Keeling, wordt geconfronteerd met financiële problemen en het voortzetten van deze metingen loopt gevaar, zie deze brief:
http://keelingcurve.ucsd.edu/a-letter-of-appeal-from-ralph-keeling/
In de Engelstalige blogosfeer is inmiddels een campagne voor het behoud van de Keeling Curve op gang gekomen, nadat Eli Rabett van Rabett Run een bescheiden oproep tot steun oppikte en een donatiebutton maakte.

Charles Keeling in zijn lab 1988 (Bron: UC San Diego)

Lees verder

Kerstklimaatpuzzel

De illustraties bij dit blog zijn van Marije Mooren.

kerst1

Zo af en toe kom je eens iets tegen dat misschien niet belangrijk is, maar wel interessant. Een merkwaardig fenomeen, waar je je hersens eens goed over kunt laten kraken. Hier volgt er zo eentje. Lees verder

AGU Fall Meeting 2013

FM13-logo2

Vandaag begint in San Francisco de jaarlijkse meeting van de American Geophysical Union, een intensief programma van vijf dagen vol lezingen, presentaties en discussiesessies in het Moscone Center. Naast vele bekende namen uit de oceanografie, geofysica, klimaatonderzoek en het planetair onderzoek zijn er ook veel studenten aanwezig – vaak uit Californië maar ook van verder weg. Op RealClimate en Twitter is het te volgen:

AGU 2013 preview and participation
#AGU13 op Twitter
@ClimateOfGavin
@MichaelEMann

Het is nog leuker om een deel ervan live te volgen, en dat kan. De meeste sessies worden ‘live streamed’ (audio en video) en kunnen ook achteraf ‘on-demand’ bekeken worden (t/m 31 december 2013), via:

http://virtualoptions.agu.org

Om aan de virtuele sessies deel te nemen en de presentaties te volgen hoef je geen AGU lid te zijn. De virtuele toegang is gratis mits je de ‘kortingscode’ AGU13 gebruikt. Het registreren blijkt heel simpel en snel te gaan via http://virtualoptions.agu.org waarna je per mail een account ontvangt om in te loggen. Elke ochtend om 17 uur Nederlandse tijd (8:00 AM in San Francisco) beginnen de uitzendingen op 5 ‘live kanalen’:

Agenda met virtuele sessies
Uitgebreid programmaboek

Update 10 december – Inmiddels heeft de AGU ook presentaties van de Fall Meeting op hun youtube kanaal staan: AGU Videos.

Lees verder

Voorlopig even geen nieuwe ijstijd

Door Jos Hagelaars

In de reacties op het NRC blog van Paul Luttikhuis werd ik onlangs geconfronteerd met mensen die bang zijn voor een naderende ijstijd. Er werden teksten gebezigd zoals: “Zorgen maken”, “Temperatuur enkele graden gaat dalen”, “de moeilijkheden zullen gigantisch zijn” tot zelfs “Het kan elk moment afgelopen zijn”.  In klimaatdiscussies wordt vaak gesproken over veronderstelde ‘Alarmisten’ en ‘Sceptici’ en ergens in dat grijze tussengebied zou zich de wetenschap bevinden. Nu zijn er dus blijkbaar ook alarmisten onder de zogenaamde ‘sceptici’, mensen die catastrofes voorzien omdat de ijsbergen misschien bijna voor de deur staan.

Zoals bij de meeste lezers bekend zal zijn, doen de glacialen (ijstijden) en interglacialen zich in een betrekkelijk regelmatig tempo voor: iedere ca. 100.000 jaar begint er een nieuw glaciaal en de tussenliggende warme perioden (de interglacialen zoals ons Holoceen) duren korter, ergens tussen de 10.000 en 28.000 jaar (lees ook hier).

Figuur 1. De temperatuur en de CO2 concentratie tijdens de afwisseling van glacialen en korter durende interglacialen over de laatste 800.000 jaar gebaseerd op ijskerndata. Naar fig. 6.11 uit het NRC rapport “Advancing the Science of Climate Change” 2010.

Lees verder

In het datamoeras van een moerasgas

Door Jos Hagelaars

Methaan kennen we als het hoofdbestanddeel van ons aardgas. Het is ook volop aanwezig in de gassen die ontstaan in moerassen, vandaar dat het soms ook moerasgas genoemd wordt. Methaan is tevens een broeikasgas, als de hoeveelheid methaan in de atmosfeer toeneemt wordt het broeikaseffect versterkt. Uiteraard kom je daarom methaan op veel plaatsen tegen in het nieuwe IPCC AR5 rapport. Een rapport dat absoluut een rijke databron is voor geïnteresseerde enthousiastelingen zoals ik en dat meer zekerheid verschaft over de menselijke invloed op het klimaat. Omtrent methaan is er onlangs nog veel meer data beschikbaar gekomen door de publicatie van een onderzoek over het budget van alle ‘sources’ en ‘sinks’ van de methaanemissies, het Global Methane Budget. Ik bevind me hierdoor nu in een datamoeras.

Op basis van het IPCC AR5 rapport en het Global Methane Budget zijn de volgende conclusies te trekken:

  • De hoeveelheid methaan in de atmosfeer is sinds 1750 met 150% gestegen en de hoeveelheid CO2 met 41%.
  • De bijdrage van methaan aan het versterkte broeikaseffect was in 2011 (t.o.v. 1750) 17% en die van CO2 64%.
  • Via een bepaling uit waarnemingen blijkt dat de menselijke methaanemissies inmiddels circa 335 miljard kg per jaar bedragen tegen 218 miljard kg per jaar voor de natuurlijke emissies, een verhouding van 60% tegen 40%.
  • De hoofdmoot van de natuurlijke methaanemissie is afkomstig uit moerasachtige gebieden.
  • 90% van alle methaan wordt opgeruimd via chemische reacties waarbij luchtvervuiling kan optreden in de vorm van het gas ozon.

Lees verder

Reacties op Pascal Bruckner

Hieronder twee reacties op het interview met Pascal Bruckner in Trouw van afgelopen zaterdag.

Eerst een gastbijdrage van Michel van Delft.

De Franse denker Pascal Bruckner vindt dat we het advies van het IPCC moeten opvolgen en werken aan het decarboniseren van onze economieën (Trouw, 19 oktober). Hij heeft gelijk maar komt wat wonderlijk tot deze conclusie.

Bruckner kent zijn natuurwetten als hij zegt dat opwarming een feit is, dat de oceanen tijdelijk verkoelen en dat de zeespiegel en temperatuur meer zullen stijgen dan gedacht. De wetenschap is zelfs verder dan hij beseft. De extra broeikasgassen komen echt van ons af. Dat leidt tot opwarming en extremer weer. Om maar een voorbeeld te noemen.

In het interview gebruikt Bruckner het wereldbeeld van de Kerk, de Communisten, de Bankier en het Kwaad. En de Groenen die overal tegen zijn. We zien het vast allemaal terug in het zelfportret waar hij aan werkt. Hopelijk gaat hij dan ook in op een paar vragen, die hij oproept.

Want waarom beperkt hij onze verantwoordelijkheid tot onze kleinkinderen en niet bijvoorbeeld hun kinderen? Over honderd jaar zijn we allemaal dood, stelt hij terecht, maar is dat dan het moment voor le déluge? En waarom gaat Bruckner in op de kans dat het meevalt, zonder aan de kans te denken dat het tegenvalt? En misschien een typisch Nederlandse vraag, maar bij de Deltawerken hanteren we een kans dat het mis gaat van 1 op de 10.000 jaar. Waarom ligt de lat als het om klimaat gaat op fifty-fifty?

Stuk voor stuk vragen waar een denker zijn tanden in kan zetten.


Dit opiniestuk van Ben Lankamp, meteoroloog bij Weerplaza, verscheen vandaag in Trouw.

De Franse filosoof Pascal Bruckner spreekt zich uit over klimaat en klimaatverandering, in Trouw van zaterdag 19 oktober. Daarbij laat hij echter flinke steken vallen, die zijn verdere betoog tamelijk ongeloofwaardig maken.

Hij denkt dat voorspellingen die worden gedaan door de klimaatwetenschap, mede op basis van modellen, erg onzeker zijn. Dat vindt hij een brevet van onvermogen van klimatologen: van een voorspelling zou zo eigenlijk helemaal geen sprake zijn. Lees verder

Zwarte gletsjers en bruine wolken

Ook verschenen op Noorderlicht/Wetenschap24. Achtergrondartikel bij de zesde en laatste aflevering van “Klimaatjagers“, zondagavond 13 okt 20:20 op Nederland 2, VPRO.

Door: Bart Verheggen

De laatste aflevering van Klimaatjagers gaat over de smeltende gletsjers in de Himalaya en de grote stofwolken met luchtvervuiling in zuidoost Azie.  Deze ogenschijnlijk heel verschillende zaken hebben echter gedeeltelijk een zelfde oorzaak: De uitstoot van roet door bijvoorbeeld het koken op hout, wat daar op grote schaal gebeurt.

De beelden van de Himalaya maken duidelijk hoe mooi en imposant dit berggebied is, maar daarnaast heeft deze bergketen een verreikende invloed op het leven in de lager gelegen gebieden: Een miljard mensen zijn afhankelijk van de Himalaya voor hun water. De lange-termijn waterhuishouding in het gebied wordt bedreigd door de opwarming van de aarde, enerzijds via het smelten van gletsjers en anderzijds via veranderingen in de moesson. Volgens recent onderzoek zal de watertoevoer vanuit de Himalaya de komende honderd jaar eerst toenemen (doordat er meer smeltwater beschikbaar komt en door toenemende neerslag) alvorens af te nemen (door de verminderde hoeveelheid ijs).

Smeltende gletsjers

Gletsjers over de hele wereld worden langzaam kleiner vanwege de opwarming en de Himalaya is hier op geen uitzondering. Het seizoensgebonden smelten van gletsjers zorgt voor vele zogenaamde gletsjermeren in het gebied. Deze meren worden soms gestut door een natuurlijke dam. Vanwege het sterkere smelten kunnen deze dammen sneller doorbreken, wat dan leidt tot een vloedgolf in de lager gelegen gebieden. Hier zijn vorig jaar tientallen mensen door omgekomen. Jeff Kargel van de University of Arizona doet onderzoek aan dergelijke ‘Glacial Lake Outburst Floods’.

Dr Kargel laat aan de hand van een simpel proefje zien hoe je iets te weten kunt komen over de samenstelling van het gesteente: Hij druppelt wat zuur op een steen, en meteen zie je gasbelletjes opborrelen. Dat is de kooldioxide die ontstaat door de reactie van het zuur met kalksteen. Hetzelfde spul als in je fluitketel, legt hij uit. Dit gebied was vroeger de bodem van een meer. Een vraag waar Dr Kargel zich mee bezig houdt is hoe de opwarming de waterhuishouding van de bergen beinvloed.

Huidige klimaatverandering pijlsnel in geologisch perspectief

De rode lijn van de documentaire zou wel eens de volgende uitspraak van Jeff Kargel kunnen zijn:  Er zijn weliswaar grotere klimaatveranderingen in het verre verleden voorgekomen  als wat we nu  (de afgelopen ~100 jaar, een oogwenk in geologisch perspectief) meemaken, maar nu gaat het veel sneller. Dit is door meerdere wetenschappers in de verschillende afleveringen gezegd, op basis van totaal verschillende observaties. Iets om bij stil te staan.

Lees verder

Onzekerheid over Afrika: ’t kan natten of ’t kan drogen in het enorme continent

Origineel verschenen op Noorderlicht/Wetenschap24. Achtergrondartikel bij de vijfde aflevering van “Klimaatjagers“, zondagavond 6 oktober 20:20 op Nederland 2, VPRO.

Door: Jan Paul van Soest

Terwijl wetenschappers de afgelopen maanden de laatste hand legden aan het vijfde IPCC-rapport, kampen delen van Afrika, zoals het toch al kurkdroge Namibië, met de ergste droogte sinds 30 jaar. Maar of de huidige droogte mede veroorzaakt wordt door klimaatverandering die, zoveel is wel duidelijk, nagenoeg zeker door de uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt is niet met voldoende zekerheid te zeggen. Het klimaat, zeker ook in Afrika, verandert ook van nature, zonder invloed van de mens. Het is niet altijd gemakkelijk het ‘signaal’ (de menselijke invloed) van de ‘ruis’ (de natuurlijke variaties) te onderscheiden.

© NASA

© NASA

Een markant voorbeeld van een wel heel drastische natuurlijke klimaatverandering is in Afrika te vinden. De enorme woestijn de Sahara was zo’n 9.000 tot 6.000 jaar geleden weelderig en waterrijk, met een grote rijkdom aan wild als olifanten, giraffes en nijlpaarden. Een relatief kleine verandering in de energiebalans van de aarde, in dit geval vermoedelijk een verandering in de instraling van de zon, kan een complex ecosysteem van de ene stabiele toestand (droog en kaal) naar de andere (met overvloedige flora en fauna) laten omslaan. En terug, zoals later weer gebeurde. De geschiedenis van de Sahara laat zien dat complexe ecosystemen ook bij een geleidelijke verandering in externe factoren tamelijk snel van gedaante kunnen verwisselen, oftewel kunnen ‘kantelen’.

Lees verder

Eenzijdigheid en valse vrijbrief bij de ‘klimaatgevoeligheid-is-laag’ hype

Door Jos Hagelaars

Samenvatting

De vele verhalen met de strekking de ‘klimaatgevoeligheid-is-laag’ zijn alle gebaseerd op één enkele bewijscategorie en de daaruit resulterende getallen zijn niet hetzelfde als de Equilibrium Climate Sensitivity, de klimaatgevoeligheid op (zeer) lange termijn, maar eerder een ondergrens van deze ECS. Het IPCC daarentegen baseert zich op meerdere bewijscategorieën en geeft in het nieuwe 2013 AR5 rapport een range voor de ECS van 1.5 tot 4.5. Zelfs als de klimaatgevoeligheid erg laag zou zijn, is het zeer verstandig om onze CO2 emissies in te dammen, want het huidige ‘business-as-usual’ scenario qua CO2 uitstoot levert hoogstwaarschijnlijk ook dan een temperatuurstijging op van op den duur meer dan 2 °C.

De Hype

De klimaatgevoeligheid is laag en veel lager dan het IPCC in hun rapporten schrijft. Dit soort berichten kom je dit jaar vaak tegen op verschillende blogs en in krantenberichten in binnen- en buitenland (zie bijv. hier, hier, hier of hier). Een heuse hype, op WUWT alleen al zijn er dit jaar tientallen posts aan gewijd. De teneur die ik bespeur is de volgende: een lage klimaatgevoeligheid is goed nieuws en betekent dat we geen actie hoeven te ondernemen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. En een heel belangrijk punt is natuurlijk: dan hoeven we ook weinig of geen kosten te maken. Geen gezeik over CO2, iedereen blijft rijk.

Lees verder