Auteursarchief: Hans Custers

Hans Labohm vindt de projecties van de klimaatwetenschap te optimistisch

Gastblog van Hans Custers

In zijn stukje van afgelopen donderdag haalt Hans Labohm een oude klimaatsceptische koe uit de sloot: de tropische hotspot. Of eigenlijk: de vermeende afwezigheid ervan. Hij wekt de suggestie dat die hotspot samen zou moeten hangen met de opwarming door het versterkte broeikaseffect, maar dat is onjuist. De hotspot wordt verwacht als gevolg van opwarming aan het aardoppervlak, ongeacht de oorzaak; dit wordt erkend door diverse klimaatsceptici, zoals Richard Lindzen. De hotspot een direct gevolg van de zogenaamde negatieve “lapse rate feedback”. Als de hotspot zwakker is dan in het algemeen wordt gedacht, zou de klimaatwetenschap de klimaatgevoeligheid onderschatten.

Het heeft allemaal te maken met het transport van warmte naar de bovenkant van de troposfeer, op zo’n 10 kilometer hoogte, door convectie en door verdamping en condensatie van water. Een sterk vereenvoudigde weergave van dat proces, zoals in de afbeelding hieronder, heeft iedereen wel eens gezien.

Warmtetransport via convectie en verdamping en condensatie van water

Warmtetransport via convectie en verdamping en condensatie van water

Lees verder

De knoppen van het klimaat en de schakelende oceaan

Gastblog van Hans Custers

Na enkele pittige discussies met Bert Amesz kreeg ik onlangs de kans om zijn boek te bekijken. Die kans kon ik niet laten liggen. Het eerste deel van deze blogpost is een bespreking van het boek; het tweede deel gaat wat verder in op de visie van Bert Amesz op de klimaatwetenschap.

Het boek: Aan de knoppen van het klimaat

Laat ik met het positieve beginnen: er is bijzonder veel aandacht besteed aan de vormgeving en aan fraaie illustraties. En Amesz is bereid om zonder morren bepaalde elementaire wetenschappelijke inzichten, zoals het broeikaseffect, te accepteren.

Het boek wordt gepresenteerd als een populair-wetenschappelijke uitgave over alles wat met klimaatwetenschap en klimaatverandering te maken heeft. Maar meer dan dat is het een boek met een boodschap. Die boodschap klinkt van de eerste tot en met de laatste pagina luid en duidelijk door: het valt reuze mee met die klimaatverandering en al helemaal met de menselijke invloed; voor zover we er al iets over kunnen zeggen, want er is nog zo veel onbekend en onzeker en de wetenschap is tot op het bot verdeeld. Het feit dat verschillende wetenschappelijke instituten in de wereld onafhankelijk van elkaar – en dus niet volledig identiek – gegevensreeksen over de wereldtemperatuur bijhouden wordt opgevoerd als bewijs van tweespalt en zelfs ruzie in de wetenschappelijke wereld. Dat een overgrote meerderheid van de wetenschappers spreekt van consensus, dat die overgrote meerderheid het met elkaar eens is dat een aanzienlijke menselijke invloed zeer waarschijnlijk is, meldt het boek dan weer niet. Amesz schetst liever het beeld van “onderzoekers van het IPCC” die de opdracht zouden hebben om zich op de menselijke invloed te concentreren. In werkelijkheid heeft het IPCC geen onderzoekers in dienst, verstrekt het ook geen onderzoeksopdrachten en geeft het op geen enkele manier sturing aan het klimaatonderzoek dat aan tal van gerenommeerde wetenschappelijke instituten over de hele wereld wordt uitgevoerd.

Amesz meent dat hij net zo veel gewicht toe moet kennen aan verhalen van clubs als het NIPCC – enkel en alleen opgericht om twijfel te zaaien over de wetenschap – als aan de door tienduizenden wetenschappers ondersteunde IPCC-rapporten. Dat het IPCC in de wetenschap een middenpositie inneemt en dat de geschiedenis laat zien dat de wetenschap juist geneigd is tot terughoudendheid wil hij al helemaal niet weten. Deze “framing” van de discussie zien we vaker: de breed geaccepteerde wetenschap wordt als een “alarmistisch” uiterste in het spectrum aan opvattingen afgeschilderd en tegenover het andere uiterste – de ontkenning van de elementaire wetenschap van het broeikaseffect – geplaatst, alsof de redelijkheid hier in het midden zou liggen.

Alarmisten-Sceptici

De positie van sceptici, alarmisten en de wetenschap

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (Epiloog)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

Ik geef het toe, “Epiloog” is een nogal pretentieuze benaming voor wat losse eindjes die zijn blijven liggen na de top 10 serie. Maar het staat zo mooi. Over naar de losse eindjes.

Het meest opvallend is voor mij wel hoe overbekend alle punten uit de top 10 zijn die ik de afgelopen maanden heb doorgenomen. In verhalen van klimaatsceptici lezen we om de haverklap dat de grote doorbraak er nu toch echt is, of anders wel dat hij er op korte termijn zit aan te komen. Maar een klimaatsceptische top 10 zou er 5 jaar geleden nauwelijks anders uitgezien hebben dan het huidige lijstje. Oude wijn in nieuwe zakken. De weerleggingen zijn ook al jaren bekend. Dag in dag uit zien we hoe sceptici die weerleggingen negeren. Op die manier weigeren ze systematisch de discussie een stap verder te brengen. Jarenlang dezelfde kreten herhalen is blijkbaar genoeg om twijfel te zaaien. Twijfel ondermijnt het gevoel van urgentie in de samenleving om het probleem aan te pakken. We kunnen alleen maar concluderen dat het daar allemaal om begonnen is.

In elke wetenschappelijke discipline komen dwarsliggers voor: mensen die de gevestigde orde en opvattingen steeds weer uitdagen. Zo hoort het ook, om verder te komen heeft de wetenschap die permanente uitdaging nodig. Ook de klimaatwetenschap zou deze dwarsliggers moeten koesteren, hoe irritant ze soms ook kunnen zijn. Het vervelende is dat het onderscheid tussen deze dwarsliggers en politiek gemotiveerde wetenschapsbashers heel onduidelijk is geworden. Ook in dit opzicht bewijst de klimaatsceptische campagne de wetenschap een slechte dienst.

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (10)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

10. Wiens brood men eet diens woord men spreekt ofwel follow the money

Als ergens uit blijkt dat de discussie over het klimaat een botsing van wereldbeelden is, dan is het wel dit argument. Niet alleen omdat ik niet het idee heb dat klimaatwetenschappers rijk worden van hun onderzoek, maar vooral omdat het totaal niet klopt met wat ik dagelijks in de wereld om mij heen zie gebeuren. De wereld van de klimaatsceptici is blijkbaar heel anders dan die van mij. In die wereld zijn politici dol op enorme problemen, die ingrijpende en bij een aanzienlijk deel van hun kiezers impopulaire maatregelen nodig maken. Daarom bestellen ze zo’n enorm probleem bij de klimaatwetenschap. Vervolgens stellen ze de benodigde maatregelen steeds weer uit, om op die manier een groot gebrek aan daadkracht uit te stralen. Daar zul je in de klimaatsceptische wereld wel verkiezingen mee winnen.

In diezelfde wereld zijn vrijwel alle klimaatwetenschappers gewetenloze egoïsten, die werkelijk alles doen – als het moet houden ze de hele wereld voor de gek –  om maar zo veel mogelijk geld binnen te slepen voor hun onderzoek. Behalve gewetenloos zijn ze trouwens ook nog behoorlijk dom. Want ze denken dat geld zeker te krijgen als ze tegen hun opdrachtgevers zeggen dat ze er wel zo’n beetje uit zijn; als ze de onzekerheden die er nog zijn zo veel mogelijk wegmoffelen. Hoe minder er nog onzeker is, hoe meer er overblijft om te onderzoeken, in deze vreemde, omgekeerde wereld.

Lees verder

Doemscenario’s, risico’s en de twijfels van een wetenschapsjournalist

Gastblog van Hans Custers, in reactie op Maarten Keulemans

Beste Maarten (ja, je mag zo vrij zijn; graag zelfs)

Ik waardeer het bijzonder dat je de tijd hebt genomen om zo uitgebreid op mijn open brief te antwoorden. Bestaat er een beter blijk van waardering dan een pittige repliek?

De politieke en maatschappelijke discussie

Je vraagt me wat het probleem eigenlijk is. Het probleem is om te beginnen dat je een karikatuur maakt van de opvattingen van een groot aantal mensen die meedoen aan de discussie over het klimaat. Je schildert een hele groep mensen af als doemdenkende idealisten met een Calimero-complex. Klimaatsceptici, die in mijn ogen een anti-wetenschapscampagne voeren, schetsen regelmatig vrijwel dezelfde karikatuur. Je gaat dus, ik neem aan onbedoeld, mee in de manier waarop zij de discussie “framen”. Dat probleem is er niet kleiner op geworden, omdat jij dit punt, de allereerste alinea van mijn open brief, helemaal gemist lijkt te hebben. In je antwoord draaf je nog eens vrolijk door over “de cultuursociologische dimensie” van “het voorspellen van acute ecologische rampspoed . En dan haal je de “binaire opposities” er ook nog even bij, terwijl ik jou nu net probeerde te vertellen dat jouw voorstelling van zaken zo zwart-wit is. Als klap op de vuurpijl trek je dan ook nog mijn oprechtheid in twijfel, met de vraag of ik misschien “belang bij het problematiseren van de opwarming van de aarde” heb. Zullen we afspreken dat dat een vergissing was?

Waar ik en vele anderen allereerst op uit zijn is een normale politieke en maatschappelijke discussie over de risico’s van klimaatverandering, en wat we daar mee zouden kunnen of moeten doen. Daarom ageer ik tegen de klimaatsceptische campagne, die stelselmatig probeert juist die discussie te saboteren. Ben ik een paniekzaaier omdat ik het over risico’s van klimaatverandering heb? Dan zijn alle honderdvijftig Tweede Kamerleden paniekzaaiers. Politieke discussies gaan vrijwel altijd over het afwegen van risico’s: het risico voor de nationale veiligheid als we bezuinigen op defensie, of het risico dat de internationale gemeenschap ons niet meer voor vol aanziet; de financiële risico’s van de vergrijzing en de steeds maar stijgende zorgkosten; de risico’s van bezuinigingen voor de economie op korte termijn en de risico’s van niet bezuinigen voor de overheidsfinanciën op lange termijn, enzovoort. Ik moet bekennen dat aan zo’n afweging van risico’s wel een mespuntje apocalyps te pas komt, omdat we de scenario’s met een kleine kans maar grote gevolgen niet zomaar kunnen negeren. Ik neem aan dat jij erkent dat zulke scenario’s bestaan.

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (7 t/m 9)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

7. De zon was in de tweede helft van de 20e eeuw actiever dan in duizenden jaren daarvoor en het is logisch dat de temperatuurstijging daarna nog een tijdje doorgaat
8. Sinds 2007 is de zon geleidelijk aan het inslapen en krijgen we vanaf 2013 volgens Prof. De Jager een Dalton minimum (koude fase uit kleine ijstijd) en volgens anderen zelfs een bitterkoude herhaling van het Maunder minimum
9. Onderzoek van Bas van Geel levert keihard bewijs voor de extreme gevoeligheid van het klimaat voor veranderingen van de zon

Daar hebben we de zon nog een keer. Die was in punt 5 al voorbij gekomen, maar blijkbaar was dat niet genoeg. Misschien is die extra aandacht wel terecht, want de zon is nu eenmaal de drijvende kracht van het klimaat. Zonder zon zouden we helemaal geen klimaat hebben, zou je zelfs kunnen zeggen.

Deze drie argumenten over de zon leggen meteen een probleem bloot. Er komen al jarenlang allerlei sceptische theorieën voorbij over de zon die elkaar deels overlappen, deels heel andere kanten opgaan en elkaar soms zelfs tegenspreken. Het lijkt wel of de meeste klimaatsceptici naar believen uit al deze theorieën de elementen plukken die ze op een bepaald moment van pas komen, waardoor het nogal onduidelijk wordt wie wanneer welke theorie wel of niet serieus neemt.

sunspotnumbers_strip

Activiteit van de zon sinds 1600

Het klopt wel dat de zon in de tweede helft van de vorige eeuw behoorlijk actief was. Zeker actiever dan in honderden jaren daarvoor en misschien waren het er zelfs wel duizenden. Hoe het precies zit ligt er aan hoe je zonne-activiteit definieert en welke reconstructie je bekijkt. Het vervelende nieuws voor de aanhangers van zonnetheorieën is wel dat de top van die activiteit rond het midden van de twintigste eeuw lag. En dat er vooralsnog geen zinnige verklaring is voor een invloed van de zon op de snelle opwarming die in de jaren zeventig begon. Een beperkte invloed van die actieve zon op de temperatuurstijging tot het midden van de 20e eeuw wordt trouwens algemeen geaccepteerd door de wetenschap. De invloed van variaties in zonneactiviteit op het klimaat is goed in te schatten, omdat er voldoende bekend is over de variaties in zonnestraling die daarmee samenhangen. Lees verder

Evenwicht in de wetenschapsjournalistiek; een open brief aan Maarten Keulemans

Gast-blog van Hans Custers

Beste Maarten Keulemans,

Ik ben zo iemand die klimaatverandering als een van de grote problemen van deze tijd beschouwt en die deze mening ook met enig fanatisme uitdraagt. Ik zal in uw ogen dus wel een klimaatalarmist zijn. Maar ik vertel nooit apocalyptische, zondvloedachtige verhalen, ik kom maar zelden medestanders tegen in het klimaatdebat die dat wel doen en ook van de media verwacht ik zeker geen nodeloze bangmakerij. Verhalen over het einde van de wereld of de mensheid moeten we maar gewoon aan Hollywood overlaten. Ik beschouw mezelf ook allerminst als een arme groene idealist die dapper strijdt tegen Big Oil. Het valt mij in het debat van alledag juist op dat zo veel zelfverklaarde sceptici zich wentelen in de rol van de underdog; dat zij zichzelf vaak zien als het kleine groepje dat dapper standhoudt in de strijd tegen een kongsi van internationale organen, overheden, wetenschappelijke bolwerken en natuurlijk de media.

Wat mij motiveert in deze discussie is dat er een campagne wordt gevoerd waarin de wetenschap in diskrediet wordt gebracht om allerlei redenen, die maar hoogst zelden iets met de wetenschap zelf te maken hebben. Die campagne verspreidt stelselmatig desinformatie, besmeurt en belastert wetenschappers en maakt ze verdacht, alleen maar omdat hun onderzoeksresultaten conflicteren met bepaalde ideologieën of belangen. En die campagne probeert mij, en iedereen die het opneemt voor de wetenschap, af te schilderen als onbespoten­geitenwollen­sokkendragende onheilsprofeten.

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (6)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

6. Sinds de super El Ninjo van 1998 stijgt de wereldtemperatuur niet meer

Daar is het magisch jaar weer. 1998, baken van hoop en inspiratie voor veel klimaatsceptici. Laat ik hier eens iets positiefs zeggen over de top 10. Meestal zit er een grote adder onder het gras als sceptici over 1998 beginnen, maar deze keer is de adder duidelijk zichtbaar: de super El Niño. El Niño jaren zijn altijd warmer dan gemiddeld; een jaar met een super El Niño is veel warmer dan gemiddeld. Na zo’n El Niño daalt de temperatuur weer gewoon en het is volstrekt logisch dat het even duurt voordat we door de geleidelijke stijging door het toenemende broeikaseffect weer op het niveau van die tijdelijke hoge piek komen.

Wie bezig is met kwantitatief onderzoek wil altijd proberen om zoveel veel mogelijk informatie aan zijn moeizaam verkregen cijfers te ontfutselen. Met de verhouding tussen signaal en ruis als eeuwig terugkerende bron van frustratie. Er is een aparte tak van wetenschap die tal van gereedschappen heeft ontwikkeld om informatie uit cijfers te persen en om te bepalen hoe betrouwbaar die informatie is: de statistiek. Als een bekende Nederlandse klimaatscepticus beweert dat het maar een menselijk verzinsel is dat je het gemiddelde weer over 30 jaar moet gebruiken om het klimaat te bepalen, dan heeft hij het mis. Dat hebben wij mensen niet bedacht, dat heeft de statistiek voor ons bepaald. Sommigen schijnen te denken dat dat betekent dat je pas over dertig jaar iets over het klimaat van nu kunt zeggen. Dat is niet waar. Elke keer als er nieuwe cijfers zijn kun je weer een nieuw gemiddelde over 30 jaar berekenen. De invloed van één warm, koud, droog, nat, stormachtig of rustig jaar op dat gemiddelde is natuurlijk wel beperkt. Wie een kortere periode wil beschouwen mag dat vanzelfsprekend ook doen – het kan zelfs wel eens zinvol zijn – maar als je daarbij geen rekening houdt met de regels van de statistiek is er een grote kans dat je de mist in gaat. Wetenschappers komen bij analyses over een korte termijn vaak tot een conclusie als: “Er is geen statistisch significante stijging”. Sceptici vertalen dat naar: “Het warmt niet op”, Statistisch significant betekent in het algemeen: met een waarschijnlijkheid van meer dan 95%. Geen statistisch significante opwarming betekent dus dat de kortdurende variaties (de ruis) te groot is om met 95% zekerheid een onderliggende trend (het signaal) te kunnen onderscheiden (als je alleen naar dat korte tijdsinterval zou kijken). Je zou het ook om kunnen draaien: als er meer dan 5% kans is dat er geen signaal tussen de ruis zit, dan vindt de wetenschap dat terughoudenheid op zijn plaats is. In de klimaatsceptische blogosfeer wordt heel vaak misbruik gemaakt van de (terechte) neiging tot terughoudendheid van wetenschappers.

Maar goed, ik kan me best voorstellen dat niet iedereen altijd zin heeft in uitgebreide statistische analyses. Het is ook niet mijn hobby. Je zou om te beginnen een heel simpele vuistregel aan kunnen houden: als een berekende trend, of ander analyseresultaat, sterk verandert als je het begin- of eindpunt van de berekening een jaartje eerder of later neemt, dan klopt er iets niet. Waarschijnlijk is de periode te kort en anders is er iets anders mis. Via Wood For Trees en de Temperature Trend Calculator van SkS is het mogelijk om hier wat mee te spelen. Ik neem aan dat het wel duidelijk is dat deze tools leuk zijn om wat door de gegevens te grasduinen, maar dat je er geen state-of-the-art wetenschap mee bedrijft.

Escalator_2012_500

“The Escalator”

Lees verder

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (5)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

5. 3x meer CO2 in de lucht is optimaal voor vergroening en meer landbouwopbrengst en biodiversiteit

devil and angel

Geen van beide plaatjes is de structuurformule van CO2

Planten hebben water nodig, Maar wie, zoals ik, niet zulke groene vingers heeft, weet dat veel planten eerder doodgaan van teveel water dan van te weinig. In de natuur bestaan er geen stoffen die alleen maar goed zijn; alles draait er altijd weer om evenwicht. Als we iets weten over het milieu, dan is het wel dat grote veranderingen in onze leefomgeving altijd onverwachte gevolgen hebben, en dat die gevolgen zelden alleen maar gunstig zijn. Heel logisch ook: in millennia van evolutie hebben zich ecosystemen ontwikkeld die optimaal functioneren in de situatie zoals die nu is, en niet in een situatie met drie keer zo veel CO2.

Eigenlijk geef ik dit punt nog te veel eer door er serieus op in te gaan. We hadden het toch over het klimaat? Al zou meer CO2 op zich goed zijn voor landbouw en biodiversiteit, dan zegt dat nog helemaal niets over de invloed op het klimaat. Laten we het er maar op houden dat dit punt afkomstig is uit Amerikaanse conservatieve kringen, waar de klimaatscepsis welig tiert. Daar deelt men de wereld graag volgens eenvoudige scheidslijnen in in good guys en bad guys. Sommigen gaan blijkbaar nog wat verder; die menen dat je ook heel simpel van good gases en bad gases kunt spreken.  Alsof alle chemische verbindingen ooit een keuze hebben moeten maken op deze T-splitsing.

good-bad-street-sign

Daar hebben we dit punt wel mee gehad. Het mag ook wel eens een kort stukje zijn…

Toch nog maar wat links met wat meer informatie

  1. The “CO2 is Plant Food” Crock van Peter Sinclair
  2. Skeptical Science

Eerdere delen van deze serie:

De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (4)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“4. Er is een stortvloed aan recent onderzoek dat wijst op een hele kleine rol van CO2 en een hele grote van zon en oceanen”

De zon en de oceanen spelen onmiskenbaar een hele grote rol in het klimaat. Ze hebben veel meer invloed dan CO2. Ik denk niet dar er ooit één serieus wetenschappelijk artikel is verschenen dat beweert dat het anders is. Als je er zo naar kijkt klopt deze stelling. Het is daarmee een mooi voorbeeld van een halve waarheid, die prima zou passen in het stuk dat Bart Verheggen ooit over dit onderwerp schreef. De suggestie die gewekt wordt: de factoren die een grote rol spelen in het klimaat op zich, moeten ook hun stempel drukken op de opwarming die we sinds ruim dertig jaar zien.

Met dat door elkaar halen van het klimaat in het algemeen enerzijds en de recente opwarming anderzijds komen we bij een grote denkfout die veel klimaatsceptici maken: dat klimaatwetenschap eigenlijk klimaatveranderingswetenschap is; dat de wetenschappers alleen maar bezig zijn met die afgelopen 30 jaar. Niets is minder waar. Klimatologen proberen de werking van het hele klimaatsysteem te begrijpen. Dat begint bij de vraag: waarom is het klimaat zo als het is? Naarmate je dat beter begrijpt, begrijp je de veranderingen ook beter. Aan de andere kant kunnen veranderingen ook helpen om meer inzicht in het systeem te krijgen.

ipcc_ar4_wg1_ch1_fig_1_2_big

Schets van de ontwikkeling van de klimaatwetenschap sinds mid jaren ’70. FAR, SAR, TAR en AR4 staan voor de jaren waarin IPCC rapporten verschenen, achtereenvolgens 1990, 1995, 2001 en 2007

Lees verder